30-06-16

Misverstand rond gezonde voeding

We worden overspoeld met informatie over voeding, maar informatie is geen ‘kennis’ en dat zorgt voor de verwarring en de misverstanden. Men mist houvast in deze snel groeiende samenleving of anders gezegd, in deze op holgeslagen wereld. Al te gemakkelijk hanteert men de claim ‘wetenschappelijk bewezen’ maar dat is niet altijd correct en biedt weinig garantie. De bewuste consument laat steeds luider zijn protest horen en dat merkt de voedingsindustrie omdat de media zich daarbij aansluiten. Bepaalde producten liggen langer in de rekken. De voedingsindustrie doet er alles aan om verwarring te zaaien. Zo maakt men geen onderscheid meer tussen goede en slechte suikers, want zo redeneert men, het gaat precies om dezelfde suiker. Theoretisch is dat zo, maar het maakt veel uit of we suiker in geïsoleerde en hoog geconcentreerde vorm tot ons nemen of via een voedingsmiddel waar suiker deel uitmaakt van een levend organisme met de nodige vitaminen en mineralen erbij. Om de verwarring aan te moedigen wordt de hoeveelheid suiker uitgedrukt in een aantal klontjes suiker (5 gram/ klontje). Een banaan bevat 23% natuurlijke suikers en weegt ongeveer 200 gram, dat stemt overeen met 9 klontjes suiker terwijl een blikje cola maar 7 klontjes suiker bevat. Het is afschuwelijk en zelfs crimineel om een blikje cola te vergelijken met een gezonde banaan, maar sommigen trappen daar wel in.

Sommige auteurs volgen de redenering van de voedingsindustrie. Martijn Katan is een gepensioneerd voedingswetenschapper die een boek heeft geschreven met als titel ‘Voedingsmythes, over valse hoop en nodeloze vrees’ (Uitgeverij Bert Bakker). Het boek is samengesteld uit eerder gepubliceerde krantenartikels. Volgens Katan is niets bewezen en wat bewezen is, komt niet geloofwaardig over want het onderzoek is dan volgens hem slecht uitgevoerd. Het boek is in spreektaal geschreven waardoor zijn verwarrende boodschap gemakkelijker overkomt bij de gewone man. Over aspartaam zegt hij: ‘Aspartaam bestaat uit kleine, zoet smakende stukjes eiwit. Die worden verteerd en daarna is er geen verschil meer met eiwit uit melk, vlees of bonen. Verder zit in aspartaam methanol. Maar giftigheid is een kwestie van hoeveelheid. In fruit zit ook methanol maar niet genoeg om schade te doen, ons lichaam breekt dat probleemloos af. Een liter light frisdrank met aspartaam levert evenveel methanol als een halve appel.’ Hij maakt een misleidende vergelijking, want 1 appel levert evenveel methanol als 2 liter light frisdrank. Geen nodeloze vrees is zijn boodschap. Om uit deze verwarring te geraken, is het slechts nodig dat we logisch denken. Gezond verstand lost veel problemen op en geeft duidelijkheid aan wat gezond en ongezond is. We beperken ons tot vier grote misverstanden.

 

De voedselkeuze

Men gaat er vanuit dat de mens een ‘alleseter’ of ‘omnivoor’ is. Dat is hij inderdaad geworden maar het verteringsstelsel dat we hebben, is al miljoenen jaren ongewijzigd gebleven. Alle dierlijke wezens, inclusief de mens, voeden zich met eiwit, vet en koolhydraat. Er zijn immers maar drie voedingsstoffen die calorieën leveren. De wijze waarop en in welke vorm deze worden geleverd spelen voor de meeste voedingsdeskundigen geen enkele rol. Nochtans weet iedereen dat sommige voedingsmiddelen licht en andere zwaar verteerbaar zijn omdat ze al dan niet geschikt zijn voor ons verteringsstelsel. Het verteringsstelsel van de mens stemt helemaal overeen met dit van de ‘fructivoor’ of ‘vruchteneter’ zoals bij de primaten. Dat betekent niet dat we ons uitsluitend met vruchten moeten voeden, maar vanuit de verteerbaarheid stellen we vast dat vruchten zoals rijp fruit, bessen, noten, zachte zaden enz. beter verteerbaar zijn dan peulvruchten, vlees of harde kazen. Hoe dichter ons voedsel aansluit op de anatomie en de fysiologie van het verteringsstelsel, des te beter is het verteerbaar. We noemen dit de voedselkeuze. We kunnen niet alles door elkaar eten, vandaar dat er goede en slechte voedselcombinaties zijn. De reguliere voedingsvoorlichting en voedingsfabrikanten houden daar geen rekening mee.

 

Goede en slechte vetten

Hart- en vaatziekten vormen nog altijd doodsoorzaak nummer 1 en dat heeft vooral te maken met het gebruik van ‘harde vetten’ die rijk zijn aan cholesterol. Het zijn de dierlijke vetten, afkomstig uit vlees die overwegend uit verzadigde vetzuren bestaan en nauwelijks meervoudige onverzadigde vetzuren bevatten. Men kan de vetconsumptie niet terugdringen zonder het vleesgebruik te beperken en daar ligt een fundamenteel misverstand. Bij light producten verlaagt men het vetgehalte, maar dat is geen goede oplossing omdat het verzadigingsgevoel uitblijft. M.a.w. men eet er meer van en daardoor krijgt men meer calorieën binnen zodat light producten hun effect missen. Van nature is vet altijd gecombineerd met eiwit. Eiwit is moeilijk verteerbaar en vet heeft de eigenschap het voedsel langer in de maag te houden zodat het enzym pepsine het eiwit voldoende verteert. Bij light producten wordt dit gunstig effect ongedaan gemaakt.

Naast dierlijk vet kennen we ‘melkvet’ dat tot de ‘zachte vetten’ wordt gerekend en op kamertemperatuur vloeibaar wordt. Net als dierlijk vet bevat melkvet cholesterol, maar het is minder gevaarlijk omdat de samenstelling anders is. Met uitzondering van de harde kazen ligt het eiwit- en vetgehalte relatief laag. Naast deze twee soorten vet, hebben we ‘plantaardig vet’ ook ‘vloeibaar vet’ genoemd zoals olie of vetten in plantaardige voedingsmiddelen zoals in noten, zaden, pitten en vruchten (avocado). Ze zijn rijk aan onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetzuren en bevatten geen cholesterol maar wel omega 3 en 6 vetzuren. Het zijn zeer gezonde vetten die we absoluut nodig hebben zoals voor de vitaminen K, A, D en E. Uiteraard levert olie veel calorieën, maar dat is binnen een evenwichtige voeding geen probleem. Calorierijke voedingsmiddelen zijn even gezond als caloriearme, behalve dat we er minder van nodig hebben en het gebruik ervan bewust beperken. In de voedingsvoorlichting spreekt men alleen maar van vet en alle vetten zijn slecht. Dat is onzin en getuigt van een tunnelvisie. Dierlijke vetten zal men beperken door de vleesconsumptie drastisch te verminderen zoals de WHO dit aanbeveelt. Melkvetten gebruiken we matig terwijl de vloeibare plantaardige vetten juist meer moeten gebruikt worden in de vorm van olie, oliesaus of mayonaise. België was het laatste land waar mayonaise 80% olie moest bevatten. Dat is nu veranderd om te kunnen concurreren met de andere landen waar maar 70% olie is toegestaan. De 10% kostbare olie wordt nu vervangen door een goedkope vulstof. Plantaardige vetten hebben veel gezondheidsbevorderende eigenschappen en dat is te weinig bekend. Als we te weinig vet gebruiken, moet het lichaam suiker in vet omzetten en dat zorgt altijd voor afvalstoffen. Bovendien lijden deze mensen vaak aan darmverstopping of hebben een te droge huid.

 

Suiker

Zoals ik bij de inleiding al heb aangegeven verkeert de suikervoorlichting in een fase van hysterie. Er is wel degelijk een verschil tussen natuurlijke suikers die door voedingsmiddelen worden geleverd als organische eenheid en onnatuurlijke suikers die uit riet of biet geïsoleerd zijn en aan het voedsel worden toegevoegd. Suiker (koolhydraat) is voor de mens de belangrijkste voedingsstof omdat die onze hersenen, zenuwen en spieren voedt. Moedermelk bevat 7,1% lactose of melksuiker en slechts 1,2% eiwit en 3,7% vet. Dit toont aan dat de natuur bij de mens een behoefte aan suiker al bij de geboorte heeft vastgelegd. Het is logisch dat iedereen behoefte heeft aan zoet. De industrievoeding zet de mens op een verkeerd been door overal geïsoleerde suiker toe te voegen die geen hulpstoffen bevatten en het lichaam totaal verstoren, o.a. van de bloedsuikerspiegel en de mineraalhuishouding. Geïsoleerde suiker ondermijnt de gezondheid ernstig en veel ziektes worden er door veroorzaakt. Terecht noemen we deze suikers ‘het zoete vergif’. Het wordt hoog tijd dat de voedingsvoorlichtingsdiensten en alle organisaties die begaan zijn met de gezondheid van de bevolking een onderscheid maken tussen de levensnoodzake-lijke natuurlijke suikers uit voedingsmiddelen en levensvernietigende toegevoegde suikers. Zoetstoffen vervangen de suikers niet, alleen de zoete smaak. De verontrustende stijging van suikerziekte en psychische stoornissen zoals depressie en burn-out heeft daarmee te maken. Natuurlijke suikers komen in overvloed voor in voedingsmiddelen zoals in fruit, bessen, watervruchten, wortel en knolgewassen, honing, siroop, melasse, maar ook in melk en melkproducten, noten, zaden en pitten (8 à 12%) en als zetmeel (complexe suikers) in granen. Het is schandalig dat men de bevolking zo eenzijdig voorlicht en de indruk wekt dat alle soorten suikers schadelijk zijn.

 

Voedingsmiddelen en voedingsproducten

Het is onbegrijpelijk dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten. Voedingsmiddelen worden door de land- en tuinbouw geleverd als vers voedsel dat rauw kan gegeten worden of net voor het gebruik in de keuken bereid wordt. Vers betekent dat deze voedingsmiddelen ‘levenskracht’ bezitten. Voedings-producten worden in de fabriek mechanisch en thermisch bereid en nadien verpakt in blikjes, bokaaltjes, doosjes en potjes of ingevroren. Er staat een vervaldatum op vermeld en dat betekent dat de inhoud maanden tot jaren houdbaar blijft door toevoeging van conserveringsmiddelen. Het is geen ‘dood voedsel’ maar wel van zeer lage kwaliteit. Mensen voeden zich met opgewarmde kost en daarmee kan men onmogelijk zijn gezondheid handhaven. Voedingsproducten bevatten vreselijk veel voedingsadditieven (E-nummers). De hoeveelheden beantwoorden aan de wettelijke normen, maar over de combinatie van al deze vreemde stoffen en de opstapeling in het lichaam spreekt niemand. Voedingsadditieven zijn alleen nodig voor de voedingsfabrikant, maar de consument krijgt ze wel binnen.

 

 

 

 

13:38 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-16

Circulaire economie, hoopvolle vooruitzichten.

In de vorige eeuw was het economisch doel onafscheidelijk verbonden met winst. Een bedrijf moest zoveel mogelijk geld opbrengen door steeds meer te produceren. Om de afzetmarkt te vergroten, werden kunstmatig behoeften gecreëerd wat verspilling in de hand werkte. De gevolgen van deze kortzichtigheid zijn enorm. Het milieu, de oceanen en onze dampkring zijn zwaar vervuild. De sterfte van plant en dier is zo groot, dat bepaalde soorten met uitsterven bedreigd zijn. De invloed van het vervuilde milieu, de gevolgen van de chemische landbouw en het massaal gebruik van voedingsproducten werden te lang onderschat. De mens is totaal vergiftigd en is vatbaar voor steeds meer levensbedreigende ziekten. De geestelijke gezondheid is dramatisch achteruitgegaan, psychische en emotionele klachten stapelen zich op, de mens kan de stress niet langer meer aan. De mens is op de vlucht, probeert aan zijn problemen te ontsnappen door het slikken van medicijnen, het overdadig gebruik van genotsmiddelen, energiedrankjes, alcohol en drugs. Waarden en normen zijn totaal vervaagd, terwijl agressie, geweld en terrorisme de samenleving bedreigen.

 

Burgerinitiatieven

Uit pure noodzaak is men plots gaan luisteren naar de boodschap van vele pioniers die al in de jaren zestig en zeventig van de voorbije eeuw aan de alarmbel hebben getrokken. We denken hier aan de eerste milieuverenigingen, de voorvechters van de beweging voor dierenrechten, de voorlopers van de biologische land- en tuinbouw, de vegetariërs, de beoefenaars van de natuurgeneeskunde, zij die het gebruik van de kruiden hergewaardeerd hebben en nog vele anderen die zich ingezet hebben voor een betere en eerlijke samenleving. Ze hebben ideeën en concrete voorstellen uitgewerkt die toen nog op hoongelach werden onthaald of als utopie werden beschouwd. Deze pioniers werden laagdunkend omschreven als de ‘geitenwollensokken generatie’. Burgerinitiatieven zijn nochtans van bijzonder groot belang en vertrekken vanuit een basisdemocratie. Aan de top van de reguliere samenleving had men alleen oog voor belangengroepen, men heeft alles laten verrotten en het spel van de verkwisting en vervuiling meegespeeld. De afschuwelijke twintigste eeuw is het resultaat van een samensmelting van politieke, wetenschappelijke en economische kortzichtigheid. Het klinkt misschien op het eerste gezicht vreemd dat de koppeling van het sociale aan het economische een vernietigende oorzaak is geweest. Hierdoor heeft heel de bevolking meegedaan en geprofiteerd van de economische waanzin. Het sociaal aspect is in een samenleving van een uitzonderlijke waarde, maar mag niet aan verkwisting en vervuiling gekoppeld worden.

 

Economische crisis

Het nieuwe millennium draagt een zware erfenis met zich mee. De bankencrisis en de economische crisis hebben de wereld wakker geschud. In nauwelijks tien jaar tijd is men anders over economie en ecologie gaan denken. Op het ecologisch forum in Parijs (2014) hebben 195 landen de intentie uitgesproken andere wegen te bewandelen. Deze nieuwe ontwikkeling is niet meer tegen te houden, ook al proberen belangengroepen alles op lange termijn te schuiven. De auto-industrie toont nog weinig belangstelling voor de elektrische auto’s. Tesla heeft nu een betaalbare elektrische auto voorgesteld met een rijafstand van 345 km en met behoud van alle modern rijcomfort. Er zijn al 180.000 auto’s besteld. Een dergelijke initiatief dwingt andere autobouwers dezelfde weg in te slaan. We zien dat er op korte tijd zoveel in positieve zin aan het veranderen is. Het tijdperk van de fossiele energie is nog niet ten einde, maar men gaat er anders mee om. De steenrijke familie Rockerfeller heeft haar kapitaal uit de olie-industrie teruggetrokken om het in duurzame energie te investeren. De sneeuwbal begint langzaam te rollen en dat is hoopgevend.

 

Circulaire economie

De circulaire economie is een goed voorbeeld van nieuwe inzichten en toepassingen. De huidige economie steunt op het ontginnen van natuurlijke grondstoffen, daarmee maakt men onderdelen die tot producten worden herleid. Ze worden te koop aangeboden en de consument gebruikt het product zolang het aantrekkelijk is en beland dan op de vuilnisbelt. In de circulaire economie vertrekt men eveneens vanuit het ontginnen van grondstoffen waarmee onderdelen worden gemaakt die tot producten worden herleid, maar vanaf dit stadium vinden er grondige veranderingen plaats. Het product wordt bijvoorbeeld aangeboden als een vorm van dienstverlening, dus voor een tijdelijk gebruik of bij constant gebruik schakelt men onderhoud in zodat alles langer meegaat. Dus geen wegwerpproducten meer. Als een product niet meer functioneert kan het gerecycleerd worden. Op het einde van de rit, na jaren gebruik, wordt een smartphone niet meer weggegooid, maar worden de waardevolle mineralen, zeldzame metalen en het plastic via innovatietechnieken gerecycleerd en opnieuw ingezet om een nieuw product te maken. Bij deze economie horen businessmodellen die de nadruk niet op het verbruik, maar op het gebruik van het product leggen. Er zijn al heel wat bedrijven die nieuwe producten maken uit gerecycleerd materiaal. Het sorteren van huisvuil vergemakkelijkt recyclering.

 

Herbruikbare energie

Windmolens ontsieren het landschap en zorgen voor lawaaihinder, vandaar dat ze steeds meer op zee worden geplaatst waar trouwens constant wind aanwezig is. Het probleem is echter dat men de stroom niet kan opslaan. Bij zonnepanelen is men al een stuk verder. Er zijn al huizen waar de stroom in batterijen wordt opgeslagen zodat ze van het net worden gehaald. De droom om gratis over stroom te beschikken, komt steeds dichter bij. Verder is men op zoek hoe men aan de lelijke zonnepanelen een mooiere vorm kan geven. Er zijn nog andere mogelijkheden in ontwikkeling om zonlicht op te vangen en in elektriciteit om te zetten. Ledlampjes hebben weinig energie nodig en gaan ontzettend lang mee. Huishoudelijke toestellen worden steeds zuiniger in verbruik. Huizen worden steeds beter geïsoleerd waardoor de verwarmingskosten sterk naar beneden gaan en het milieu minder vervuild wordt. Onlangs werd een nieuw isolatiemateriaal voorgesteld dat opgebouwd is uit cellen waarin zich een stof bevindt. In de winter wordt deze stof hard waardoor de koude temperatuur belet wordt om de woning binnen te dringen. In de zomer wordt deze stof vloeibaar waardoor de koelte in het huis behouden blijft. Er zijn energieneutrale huizen die zonder of met een beperkte verwarming toekomen, maar er zijn ook energieactieve huizen. In deze huizen wordt de opgewekte stroom niet alleen gebruikt voor de verwarming, maar tevens voor warm water, het opladen van de elektrische fiets of auto en andere activiteiten. Radiatoren worden steeds kleiner terwijl er minder in aantal worden geplaatst omdat ze efficiënter geconstrueerd zijn en de verwarmingsketels krachtiger, maar zuiniger werken. In de nieuwe economie dient de techniek om problemen op te lossen. In de oude economie veroorzaakte de techniek voor onoverzichtelijke problemen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van nieuwe hoopvolle ontwikkelingen die vanuit een andere filosofie tot stand zijn gekomen. Binnen tien jaar leven we in een totaal andere wereld. Uit onderzoek blijkt dat deze nieuwe ontwikkelingen bijkomende jobs creëren. Een schoon milieu, andere leef- en werkomstandigheden hebben een gunstige invloed op de gezondheid. Onze samenleving krijgt geleidelijk aan weer menselijke verhoudingen en dat is de basis van een sociaal beleid. Door steeds meer te kiezen voor voedingsmiddelen in plaats van voedingsproducten, door meer aandacht te besteden aan biologische kwaliteit en vooral door minder dierlijk voedsel te gebruiken, wordt ons voedsel steeds gezonder en het milieu steeds schoner.

Uitkijken naar het volgend artikel!

‘Vier misverstanden remmen gezondheidsadviezen af’ is de titel van het volgend artikel. Het is vooral een gebrek aan inzicht waardoor de consument zo gemakkelijk gemanipuleerd wordt. We ruimen vier veelkomende misverstanden op.

19:39 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-05-16

Eiwit in de dagelijkse voeding. Mag geen probleem zijn.

Jarenlang en nu nog wordt er een strijd gevoerd tegen voedingsvetten, want gezonde voeding betekent voor de consument een vetarme voeding. Niet alleen de consument, maar zelfs heel wat voedingsdeskundigen en diëtisten maken geen verschil tussen dierlijk en plantaardig vet. Voor hen is vet altijd ongezond, levert veel calorieën en moet beperkt blijven. Dat is een fundamentele denkfout. Hetzelfde gebeurt er met suiker, want suiker is volgens hen altijd slecht. Men maakt geen onderscheid tussen natuurlijke suiker en industriesuiker die uit riet of biet geïsoleerd is en alleen maar suiker bevat zonder begeleide stoffen. Natuurlijke suiker is het voedsel van de hersenen, de zenuwen en de spieren en is van levensbelang. Het gebruik van toegevoegde suikers moet vermeden worden, dat is logisch, terwijl natuurlijke suiker uit voedingsmiddelen meer aandacht moet krijgen. Terwijl vet en suiker (koolhydraat) onterecht op de zwarte lijst staan, blijft alleen eiwit nog over, want er zijn maar drie voedingsstoffen (E, V, Kh.). Eiwit krijgt nu enorm veel aandacht. Gelukkig wordt er gewezen op het gevaar van dierlijk eiwit, maar een teveel aan eiwit is altijd verkeerd en gevaarlijk. Eiwitrijke drankjes zijn in, ze worden massaal gebruik om af te slanken, bij fitness en sportbeoefenaars. Het is allemaal plantaardig en toch niet zonder gevaar.

 

Teveel eiwit is schadelijk

Prof. Dr. Valter Longo van de universiteit van South California zegt: ‘Het risico op kanker neemt met 400% toe als je dagelijkse voedingsinname uit meer dan 20% eiwit bestaat.’ Dat kan overdreven klinken, maar er zit wel een gegronde waarschuwing in. We hebben het al eerder gehad over de dagelijkse behoefte aan eiwit die erg moeilijk is te bepalen omdat zoveel factoren daar invloed op hebben. Er is een vaste regel: overdrijf niet met eiwitrijke voedingsmiddelen. Het gaat vooral om de verhouding tussen eiwit, vet en koolhydraat. Al jaren passen we, rekeninghoudend met de verteringsfysiologie en de stofwisseling van de mens, met succes de volgende verhouding aan:

 

1 deel eiwit

1 à 2 delen vet

5 à 7 delen koolhydraat

 

Als we kiezen voor een vleesloze voeding, waarin een deel rauw wordt gegeten en met toepassing van voedingsregels, gaan we er vanuit dat 50 gram eiwit per dag meer dan voldoende is bij een voedingspatroon van ongeveer 2.000 à 2.500 Kcal. Dit is echter een theoretisch gegeven, maar wel een richtlijn om het eiwit te beperken. Prof. Dr. Valter Longo gaat er vanuit dat 10% een aanvaardbare hoeveelheid is. Hij pleit eigenlijk voor een halvering van het huidig eiwitgebruik.

 

Plantaardig eiwit

Plantaardig eiwit dat via een voedingsmiddel wordt aangereikt is altijd goed, hoewel men niet mag overdrijven. Plantaardig eiwit dat door een voedingsproduct wordt geleverd, is door zijn thermische en industriële verwerking minder van kwaliteit. De lange houdbaarheid doet de kwaliteit afnemen. Peulvruchten zijn bijzonder rijk aan eiwit, maar arm aan vet en bevatten bovendien vrij veel zetmeel (koolhydraat) waardoor de vertering bijzonder moeilijk verloopt. Peulvruchten zorgen voor darmgassen met opgezette buik en bemoeilijken de stoelgang. Vandaar dat peulvruchten matig worden aanbevolen. Bij de overschakeling op een vleesloze voeding hebben beginnende vegetariërs de neiging veel peulvruchten te eten uit angst voor een tekort aan eiwit, maar dat is niet gegrond. Men loopt nog altijd met het idee rond dat vlees moet vervangen worden, maar dat is niet zo. Vleesvervangers zijn trouwens overbodig. Soja is een peulvrucht die 37% eiwit en 24% plantaardig vet bevat, een erg mooie verhouding E/V. Zoals alle peulvruchten bevat soja echter zetmeel (23%). Dit is aanzienlijk minder dan bij andere peulvruchten, maar voldoende om voor gisting in de darmen te zorgen. Tofu is een bewerkte vorm van soja, bevat slechts 8% eiwit en 4% vet en slechts 0,5% zetmeel (koolhydraat) en is daardoor licht verteerbaar. Soja wordt verwerkt tot allerlei namaakvoeding zoals vleesvervangers, sojaworstjes, sojamelk, sojakaas enz. Het zijn de meest geïndustrialiseerde voedingsproducten en horen niet thuis in een gezond voedingspatroon. Groenten behoren tot de groep van voedingsmiddelen met een laag gehalte aan eiwit en dit varieert van 1 tot 4%. Als men dagelijks groente eet, mag men de hoeveel eiwit die men binnenkrijgt niet onderschatten. Groenten bevatten weinig vet, maar dat kan gecompenseerd worden met plantaardige olie. Noten, zaden en pitten zijn bijzonder rijk aan eiwit en plantaardig vet. Ze worden gezien als de beste vorm van plantaardig eiwit.

 

Melkeiwit

Melkeiwit is geen weefseleiwit en is daarom niet vergelijkbaar met dierlijk eiwit zoals vlees of vis. Melk is het voedsel voor het jonge dier omdat het verteringsstelsel nog niet volgroeid is om vast voedsel te verteren en is daardoor licht verteerbaar. 100 gram koemelk bevat 3,3 gram eiwit en 3,5 gram vet wat een goede eiwit/vetverhouding is. Vooral het melkeiwit in kwark, yoghurt en kefir is licht verteerbaar en daardoor waardevol. Een potje yoghurt levert 5,25 gram eiwit, dat is 10 à 11% van de dagelijkse behoefte. Dat geldt evenzeer voor verse kazen (Cottage cheese, dubbele roomkas, Feta) en voor zachte kazen. De harde kazen zijn bijzonder rijk aan eiwit en vet, maar door hun hoge concentratie zijn ze zwaar verteerbaar. Deze kazen zal men in kleine hoeveelheden gebruiken. Het ei is eveneens een goede bron van eiwit (13% eiwit en 12% vet). Een eitje levert al 7 gram eiwit.

 

Eiwitshake

Eiwitshakes zijn razend populair om af te vallen, bij de fitness en bij het beoefenen van sport. De aminozuren herstellen beschadigd spierweefsel en zorgen voor spiergroei. Het gaat om een wit poeder op basis van melkwei dat in water wordt opgelost. Om de houdbaarheid te verzekeren en om de smaak aantrekkelijk te houden worden er bewaringsmiddelen, geraffineerde suiker, synthetische zoetstoffen, genetisch gemanipuleerde soja, kleur-, geur- en smaakstoffen aan toegevoegd. Verder inferieure eiwitten, o.a. van gelatine en andere afvalstoffen. Men beveelt 2 à 2,5 gram eiwit per dag per kilo lichaamsgewicht aan, terwijl 0,8 gram al aan de hoge kant is. Het is onbegrijpelijk dat dergelijke praktijken zijn toegestaan.

 

Een tekort aan eiwit komt in Europa zelden voor, men lijdt eerder aan een te veel aan dierlijk eiwit. We hebben geen eiwitrijke wormen of insecten nodig, noch lupine (38% eiwit), soja of andere dure gewassen en zeker geen eiwitshake. Kies voor een vleesloze voeding of beperk in ieder geval zoveel mogelijk dierlijk voedsel zoals vlees en vis. Dat is goed voor uw gezondheid, minder dierenleed en beter voor het milieu.

Wenst u zich te verdiepen in de gezonde en natuurlijke voedingsleer, volg de open cursus ‘Vitaal door voeding’ of ‘Voedingspraktijk’, zie www.europeseacademie.be

 

 

14:05 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-05-16

Plantaardig eiwit 1

In de voedingsleer is eiwit altijd een omstreden onderwerp geweest. Eerst was er de angst voor een tekort, later voor een teveel aan eiwit. Op dit ogenblik gaat veel aandacht naar de nadelen van dierlijk eiwit, vandaar een groeiende belangstelling voor de plantaardige variant. Decennialang leefde er de mythe dat dierlijk eiwit, afkomstig van vlees, het meest ideale eiwit is omdat het overeenstemt met het menselijk eiwit. Dat is een onwetenschappelijk standpunt dat meer dan vijftig jaar heeft standgehouden en vermoedelijk op vooringenomenheid berust ten voordele van de vleesindustrie.

Het eiwit van rundvlees bevat alle belangrijke aminozuren en is daardoor een hoogwaardig eiwit, maar dat betekent niet dat dit voor de mens een ideaal voedings-eiwit is. Het rund is een herbivoor en voedt zich uitsluitend met plantaardig eiwit, m.a.w. het plantaardig eiwit wordt via de stofwisseling omgezet in dierlijk eiwit. Alleen carnivoren zetten dierlijk voedingseiwit om in dierlijk weefseleiwit. Zij beschikken over een specifiek verteringsstelsel en gespecialiseerde stofwisseling, waardoor dit mogelijk is. Zij beschikken over een kort, glad darmstelsel om de darminhoud snel te laten passeren terwijl hun lever een veel grotere capaciteit bezit om te ontgiften dan de herbivoren, granivoren of fructivoren. Daardoor worden de homotoxines sneller uit het lichaam gedreven of geneutraliseerd. Het verteringsstelsel van de mens heeft geen enkel eigenschap of kernmerk van een carnivoor. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het menselijk verteringsstelsel geheel overeenstemt met dit van de fructivoren, een groep primaten. Net als de herbivoren beschikt de mens over het vermogen om plantaardig eiwit om te zetten tot lichaamseigen eiwit, dus dierlijk eiwit.

Een hoogwaardig lichaamseigen eiwit kan alleen verkregen worden door het gebruik van plantaardig voedingseiwit. Het is niet vreemd dat de WHO en andere betrouwbare gezondheidsinstituten voorkeur geven aan plantaardig eiwit.

 

De dagelijkse behoefte aan eiwit

Het is het belangrijk dat we het eiwitverhaal anders bekijken. Voedingsdeskundigen hebben de neiging om in hoeveelheden te denken. Als men het over plantaardig eiwit heeft, wordt meteen alle aandacht gevestigd op de peulvruchten. Ze zijn inderdaad rijk aan eiwit, maar moeilijk verteerbaar. We moeten ons niet blindstaren op de hoeveelheid, maar eerder op de verteerbaarheid. Licht verteerbare voedingsmiddelen geven hun eiwitten gemakkelijker vrij en laten minder homotoxines achter. Verder moeten we beseffen dat alle voedingsmiddelen eiwit bevatten. De eiwitarme voedingsmiddelen bezitten een laag percentage, maar ze worden meestal in grote hoeveelheden gegeten. Ze vertegenwoordigen soms 15 à 30 % van de dagelijkse behoefte, wat niet onderschat mag worden. Na jarenlange discussie weet men nog steeds niet hoeveel eiwit een mens per dag nodig heeft. Men gaat er vanuit dat 1 gram per lichaamsgewicht absoluut te veel is. De meeste voedingsinstituten houden het voorzichtigheidshalve op 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Met een lichaamsgewicht van 70 kg heeft men 56 gram eiwit per dag nodig.

 

Een theoretische benadering

Dit is een louter theoretische benadering waarbij men geen rekening houdt met de samenstelling van de aminozuren, noch een onderscheid maakt tussen dierlijk en plantaardig eiwit, noch tussen gekookt en rauw voedsel. Er wordt geen rekening gehouden met eiwit dat geleverd wordt door eiwitarme voedingsmiddelen of andere factoren die een rol spelen bij het bepalen van de dagelijkse behoefte zoals de kwaliteit van het verteringsstelsel en de stofwisseling, het toepassen van voedingsregels, de fysieke inspanningen die men levert, klimatologische invloeden enz. Bovendien is er niemand die naast zijn bord een weegschaaltje, een rekenmachine en een voedingsmiddelentabel heeft liggen, m.a.w. niemand weet hoeveel gram eiwit men per dag eet. Bovendien eten we niet alleen eiwit, maar voedingsmiddelen die naast eiwit ook vet en koolhydraat bevatten. De onderlinge verhouding van deze drie voedingsstoffen zijn doorslaggevend. De hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, enzymen, ballaststoffen, water enz. spelen eveneens een rol bij de vertering, de absorptie en stofwisseling en zijn medebepalend voor de juiste behoefte aan eiwit, vet en koolhydraat. Door rekening te houden met meerdere factoren wordt er eerder gepleit voor 0,5 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag als richtlijn. Laten we niet vergeten dat het lichaam zelf signalen uitzendt om de behoefte aan nutriënten te regelen, maar niemand luistert naar zijn lichaam.

 

Eiwit en vet

Wie over een elementaire kennis van de voedingsleer beschikt, weet dat voedingsmiddelen die veel eiwit bevatten eveneens rijk zijn aan vet zoals vlees, gevogelte, noten, zaden, kaas enz. Er is een voedingsfysiologisch verband tussen eiwit en vet zoals er een verband is tussen koolhydraat en water. Koolhydraatrijke voedingsmiddelen bevatten veel water zoals fruit, bessen, watervruchten, groente, wortel-, knol- en bolgewassen. Granen maken daarop een uitzondering, maar bij de bereidingen wordt er vrij veel water toegevoegd. De voedingsfysiologie leert ons dat eiwit moeilijk verteerbaar is en daarom langer in de maag moet blijven om de werking van het eiwitafbrekend enzym pepsine te garanderen. Vet heeft de eigenschap de maagwerking te vertragen, vandaar dit fysiologisch verband. Al jaren pleit men voor een beperking van dierlijke vetten (harde vetten) omwille van zijn negatieve invloed op hart- en vaatziekten, kanker, obesitas en andere ernstige aandoeningen. Omdat dierlijk eiwit gekoppeld is aan dierlijk vet krijgt men te veel dierlijk vet binnen. De voedingsindustrie vermindert daarom het vetgehalte in talrijke voedingsproducten terwijl de hoeveelheid eiwit onveranderd blijft waardoor de verhouding eiwit-vet verstoord is zoals bij lightproducten. Bij het eten van vetarme producten blijft het voedsel niet lang genoeg in de maag en wordt het eiwit onvoldoende afgebroken, zorgt voor een belasting van de nieren en extra afvalstoffen. Door de voorkeur te geven aan plantaardig eiwit, krijgt men plantaardig vet binnen, wat erg gezond is. Vandaar het grote voordeel om voor plantaardig eiwit te kiezen.

 

Dierlijk, plantaardig en melkeiwit!

Wij delen de eiwitten in drie groepen in: dierlijk, plantaardig en melkeiwit. Veganisten gebruiken geen melkeiwit en beperken zich tot plantaardig eiwit, dat is op zich geen probleem bij een uitgebalanceerd voedingspatroon. Over de praktische toepassingen van eiwit binnen de dagelijkse voeding gaat een volgend artikel.

 

Uitkijken naar het volgend artikel.

‘Eiwit, in de dagelijkse voeding’ is het onderwerp van het volgend artikel. Daarin gaan we in op de praktische aspecten van het eiwit in een gezond voedingspatroon. Verder besteden we aandacht aan het misbruik van plantaardig eiwit en de waanzinnige theorieën over allerlei eiwitrijke drankjes om af te slanken, bij fitness en sportbeoefening.

09:24 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-05-16

LENTEMOEHEID

Hoewel de winter, wegens de opwarming van de aarde, haast onopgemerkt is voorbijgegaan, kijken veel mensen toch uit naar de lente, naar de bloesems en het langzaam groen worden van het landschap. De wisseling van de seizoenen heeft een grote invloed op ons biologisch leven. De winter, met zijn lange donkere dagen, doet alles trager verlopen. We leven meer binnenshuis, bewegen opvallend minder, eten gemakkelijk zwaardere voeding om ons tegen de gure winter te beschermen. Gedurende de winter is de werking van het lichaam naar binnengericht en houden we alles vast. De lente kent een tegengestelde werking, alles opent zich zoals de botten aan de bomen. Overal ziet men nieuw leven ontstaan. De lente is naar buitengericht, zet alles in beweging, vandaar dat veel vrouwen met gedrevenheid aan de lentepoets of de grote schoonmaak beginnen of de tuin opruimen.

 

Lentemoeheid

Tijdens de winter stapelen er zich in ons lichaam veel gifstoffen op in de vorm van homotoxines. Het gaat om afvalstoffen van de vertering die zich in de darmen ophopen, afvalstoffen uit de stofwisseling die zich in het bloed en het extracellulaire vocht bevinden of die zich in het vetweefsel hebben opgeslagen. Het extracellulaire vocht is het milieu waarin de cellen zich bevinden. Het bloed en het extracellulaire vocht kan alleen gereinigd worden door de dikke darm op te ruimen. Daar ligt de bron van alle vervuiling. In de lente probeert het lichaam zich spontaan van deze gifstoffen te ontdoen. Een groot aantal mensen merkt daar niets van, maar sommigen wel. Zij voelen zich extreem moe, futloos, prikkelbaar met depressieve neigingen en een te warm gevoel. Men noemt dit lentemoeheid. Avondmensen hebben daar meer last van. In tegenstelling toch de ochtendmensen ontgiften zij trager, heel het jaar door. Het duurt enkele uren en na wat beweging, nadat zij aan de slag gaan, maar hoe later, des te fitter ze worden.

 

Detox als vastenkuur

Detox is de afkorting van detoxificatie of ontgiften. Omdat men te traag ontgift is het zinvol om daar extra aandacht aan te besteden. Er bestaan heel wat middelen om het natuurlijke reinigingsproces te stimuleren. Iedereen, zowel ochtend- als avondmensen, hebben er voordeel bij om in het begin van de lente een detoxkuur te ondergaan. Dat kan op een milde of een intensieve wijze gebeuren. De meest drastische vorm is een vastenkuur van drie weken, d.w.z. dat men gedurende drie weken geen voedsel gebruikt en zich beperkt tot 1 liter kruidenthee en 1 liter water. Een vastenkuur mag alleen onder toezicht en begeleiding worden uitgevoerd. Dit kan in een gespecialiseerd kuurhuis of onder begeleiding van een ervaren complementaire therapeut. Een vastenkuur wordt altijd ingeleid door het drinken van een zekere hoeveelheid water waarin natrium- of magnesiumsulfaat is opgelost. Dit ledigt de darmen en zorgt er voor dat er een omgekeerde werking optreedt. De darmen nemen niets meer op, maar scheiden alleen gifstoffen uit, m.a.w. de darm kent tijdelijk een omgekeerde werking.

 

Kleikuur

De meeste mensen geven de voorkeur aan een eenvoudige reinigingskuur die men zelf, zonder veel problemen, kan toepassen. Het zijn milde kuren die niet vergelijkbaar zijn met een vastenkuur of een hoge darmreiniging (colon hydrotherapie). Klei koopt men in een natuurvoedingswinkel, de kleur speelt geen rol en de voorkeur gaat uit naar de grovere soort. De extra fijne klei wordt gebruikt voor gezichtsmaskers. De grove klei heeft een grotere zuigkracht. Het gebruik is vrij eenvoudig.

  • Neem één koffielepeltje kleipoeder en los dat op in een glas lauw of koud water.
  • Een te grote hoeveelheid klei werkt darmverstoppend.
  • Drink het kleiwater in de ochtend of voor het slapen gaan, los van de maaltijd.
  • Vermijd vetrijke voeding, zowel direct voor als na het innemen van het kleiwater.
  • Als u medicijnen gebruikt, neem het dan niet samen of te kort achter elkaar.

 

Doe een kuur van minimaal drie dagen, maar liefst een hele week. Na een onderbreking van enkele dagen kan de kuur herhaald worden. Voor mensen met traag werkende darmen of darmverstopping is het goed om gedurende het hele jaar regelmatig eens een kleikuur te doen. U reinigt niet uw darmen, maar u activeert ze tegelijkertijd.

 

Oliekuur

Oliekuur wordt gebruikt bij hardnekkige darmverstopping. Darmverstopping is immers een belangrijke oorzaak van vervuiling. Los een eetlepel olijfolie op in een glas lauw water en drink dat in de ochtend op de nuchtere maag en ’s avonds voor het slapen gaan. Water en olie vermengen zich niet, maar maken het drinken aangenamer. De olie maakt de darminhoud zachter en werkt als glijmiddel. Bij een acute darmverstopping is een eenmalige kuur voldoende. Als reinigingskuur wordt het gedurende meerdere dagen toegepast tot er een normale en regelmatige ontlasting is. Bij diarree wordt de kuur onderbroken. Dan is een kuur met bosbessensap aan te raden.

 

Sapkuur

Een sapkuur is een eenvoudige en gemakkelijk toe te passen milde reinigingskuur, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van vloeibaar voedsel in de vorm van sap of smoothies. De hoeveelheid blijft beperkt tot 1 liter sap/smoothies en 1 liter water en/of kruidenthee. Een sapkuur is niet geschikt voor mensen die nierproblemen hebben omwille van het hoge gehalte aan kalium. De voorkeur gaat uit naar vers geperst sap, hoewel in de natuurvoedingswinkel sap van biologische kwaliteit verkrijgbaar is. Meng nooit fruit- en groentesap onder elkaar. Fruit (vruchten) heeft een totaal andere samenstelling dan groente. Verdeel het sap over de dag en drink zeven glazen van 150 cc. Sap wordt verkregen door het persen van fruit of groente, terwijl een smoothie gemixt wordt, dus fijn gepureerd. Door het hoge kaliumgehalte ontstaat er een vrije krachtige vochtafdrijving. Zowel sap als smoothies zijn rijk aan vitamine C en hebben een sterk reinigende en ontgiftende werking. Een kuur duurt 5 à 7 dagen. Alle soorten fruit komen in aanmerking. Sinaasappel- en appelsap worden het meest gebruikt. Bij groente ligt het iets moeilijker omdat de smaakstoffen krachtiger zijn. Men vertrekt vanuit een basissap van tomaten of wortelen waaraan men een of meerdere groentesappen toevoegt. Groene smoothies krijgen steeds meer aandacht omwille van hun hooggehalte aan chlorofyl. Recent onderzoek heeft naast een sterk reinigende werking ook talrijke andere gunstige voordelen vastgesteld, zoals een verhoogde opname van magnesium, houdt het bloed alkalisch, versterkt de pancreas, stimuleert de immuniteit enz .

 

Omkadering

Tijdens een reinigingskuur is het belangrijk om 3 à 4 kopjes reinigende kruidenthee te drinken. Brandnetel is het meest aangewezen kruid. Als men weinig of niet zweet is het aan te raden een kruidenthee te drinken van goudsbloem, vlierbloesem of lindebloesem. Ontgiften gaat altijd samen met voldoende zweten. Dagelijkse beweging zoals wandelen, fietsen, zwemmen of joggen is absoluut nodig om het zweten te bevorderen en de doorbloeding en de darmwerking te stimuleren. Tweemaal per dag douchen of af te wisselen met een warm ligbad is aan te raden. Sauna is eveneens aan te bevelen. Zonder omkadering blijft het effect beperkt. Zorg bovendien voor een positieve instelling, want u reinigt niet alleen uw lichaam, maar ook uw geest. Een verhoogde prikkelbaarheid tijdens het reinigen is een normale reactie. Wie goed gereinigd is, voelt zich achteraf helder van geest en emotioneel stabiel. In principe kan men zich gedurende heel de zomer reinigen, maar in de lente heeft men het grote voordeel dat het lichaam het zelfreinigend mechanisme extra activeert.

19:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-04-16

105 jaar jong… Nog elke dag turnoefeningen en piano

Josina De Vries uit Munsterbilzen (Belgisch-Limburg) vierde onlangs haar 105de verjaardag. Ze woont in een rusthuis. Deze kwieke dame heeft haar eigen methodes om gezond oud te worden. Iedere dag doet ze haar gymnastiekoefeningen en gaat twee keer per dag een half uurtje wandelen. Ze speelt al 87 jaar lang elke dag piano. Bewegen is de sleutel tot gezondheid en een hoge leeftijd. Daarmee bevestigt ze wat veel onderzoekers beweren. Haar kinderen, kleinkinderen en de 21 achterkleinkinderen houden veel contact met haar, want een actief sociaal leven is een belangrijk aspect om een hoge leeftijd te bereiken. Veel ouderen verliezen het sociaal contact en vereenzamen en verkommeren. Josina De Vries is afkomstig uit Nederland, maar woont al vele jaren in Belgisch-Limburg. Zij is met haar man actief geweest in het zakenleven. Pas op haar negentigste is ze gestopt met autorijden. Vanuit haar glashelder geheugen herinnert zij zich hoe de wereld in haar leven is veranderd. Ze heeft alles meegemaakt, muziek uit de radio, de wasmachine, televisie, telefoon, auto, computer enz. en ze heeft ook twee oorlogen overleefd. Ze volgt via tv de actualiteiten, de dreigende onrust in de wereld en de vluchtelingencrisis. Ze leeft nog volop in de wereld van vandaag.

 

Josina hecht veel belang aan beweging en is daarvoor fysiek nog goed in orde. Ze is voldoende gemotiveerd, heeft discipline en haar leven is goed gepland zodat er geen plaats is voor chaos. Josina denkt dat zij haar goede geheugen te danken heeft aan de belangstelling voor muziek. Pianospelen is goed voor de hersenen, denkt zij. Zij speelt iedere dag een half uur piano. Langer wil ze niet omdat ze denkt dat sommige bewoners dat niet graag hebben. Respect voor anderen is eveneens een belangrijk aspect in haar leven. Iedere dag staat er een glaasje wijn op tafel. Josina heeft veel humor en is positief ingesteld. Het is uitzonderlijk dat een mens zo oud wordt en nog in zo’n goede fysieke en psychische conditie verkeert. Zij heeft ongetwijfeld uitzonderlijk goede genen, een sterk gestel en een onberispelijke levenswijze, maar vooral haar positieve ingesteldheid is doorslaggevend. Zij heeft bij haar geboorte ongetwijfeld veel goede kwaliteiten meegekregen, maar ze is er bewust of onbewust ook op een uitzonderlijke goede manier mee om gegaan. De eigen inbreng is altijd doorslaggevend. Er zijn mensen die met veel minder hun leven zijn gestart en toch oud zijn geworden doordat ze hun gezondheid goed hebben verzorgd.

 

Niet iedereen die over goede genen en een sterke constitutie beschikt, is oud geworden. Josina heeft blijkbaar haar weg gevonden om de uitzonderlijke kwaliteiten die ze heeft meegekregen in goede banen te leiden. Er doen zich soms omstandigheden voor die nu eenmaal een negatieve invloed hebben op de levenskwaliteit. Denk maar even aan een ongezond beroepsleven, milieuvervuiling, tegenslagen, conflicten enz. Mensen moeten vaak opboksen tegen allerlei weerstanden die aan hun energie vreten. Niemand heeft een vaste formule om oud te worden. Uit het lange leven van Josina kunnen we alvast afleiden dat beweging, het beoefenen van een hobby, een positieve ingesteldheid, matigheid, tevredenheid en vooral enthousiasme en creativiteit ongetwijfeld bijdragen aan een betere gezondheid en de kans op een hoge leeftijd vergroten. Er is op dit ogenblik een relatief grote groep van honderdjarigen en dat wekt de indruk dat we steeds ouder worden. Maar is dat wel zo? Nog nooit eerder werd de gezondheid van de mens zo zwaar bedreigd als in deze supermoderne tijd. Dat lijkt een contradictie. De huidige generatie wordt niet ouder, ook al spreken bepaalde statistieken dat tegen. Laten we ons niet misleiden en realistisch blijven.

 

De invloed van de milieuvervuiling heeft men te lang onderschat. Het is niet omdat er door een beek of een riviertje weer schoon water vloeit en er weer vissen in leven, dat het milieu gered is. De opwarming van de aarde is, net als het smelten van de poolkappen, een feit. De zeespiegel stijgt en steeds meer diersoorten zijn met uitsterven bedreigd. De milieuvervuiling heeft een enorm impact op deze gigantische natuursystemen en dus ontsnapt de mens als kwetsbaar wezen hier niet aan. Nog nooit eerder waren er zoveel artsen en zorgverleners. Ziekenhuizen zijn mastodonten van instellingen geworden, het slikken van medicijnen behoort tot de dagelijkse bezigheid van veel mensen. Ondanks de positieve vooruitgang en de vele successen bij het behandelen van kanker moeten we toegeven dat steeds meer mensen kanker krijgen. Alzheimer en andere vormen van dementie nemen van dag tot dag toe. Op de dag dat er alleen nog elektrische auto’s rondrijden, energieneutrale huizen worden gebouwd, er minder chemische stoffen in omloop zijn, er meer thuis dan op kantoor wordt gewerkt, er een nieuwe mentaliteit ontstaat en de commerciële druk afneemt zal de lucht weer opentrekken. Dat gaat ongetwijfeld invloed hebben op onze gezondheid en zal de kans om oud te worden verhogen. Laten we vooral onthouden dat we zelf veel kunnen doen om ondanks alles toch gezond te blijven en een hoge leeftijd kunnen bereiken.

13:46 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-03-16

Met tegenslag leren omgaan, iedereen kan dat leren

 

Het leven loopt niet altijd op wieltjes en dromen komen niet altijd uit, vandaar dat veel mensen geconfronteerd worden met tegenslag. Een van beide partners verliest zijn job of wordt ziek, opgroeiende kinderen voldoen niet aan de verwachtingen, een grootouder overlijdt. Dit zijn slechts enkele voorbeelden, maar de lijst van tegenslagen is enorm lang. De ene wordt door tegenslag getroffen, anderen blijven gespaard. Waarom vragen velen zich af en er is maar een antwoord: het noodlot. Het noodlot is niet eerlijk, dat weten we allemaal, maar niemand draagt daaraan schuld. Noodlot en toeval horen meestal samen. Iedereen gaat daar anders mee om, sommigen storten in en geraken er weer moeizaam bovenop, anderen nemen meteen een positieve houding aan, zoeken naar oplossingen en maken er het beste van. Dat heeft te maken met de persoonlijkheidstructuur of het temperament. Personen met een extraverte instelling (Vuur- en Luchttype) brengen meteen hun tegenslag naar buiten en zoeken hulp. Ze maken alles bespreekbaar en delen hun leed of hun frustratie met anderen. Ze hebben spontaan een vertrouwen in de medemens. Personen met een introverte instelling (Water- en Aardetype) sluiten zich af, niemand hoeft te weten dat ze een tegenslag hebben te verwerken. Ze zoeken geen hulp en proberen alles zelf op te lossen, vaak in de diepste geheimhouding. Introverte mensen verergeren hun tegenslag en vergroten hun bezorgdheid. Extravert of introvert is genetisch bepaald en behoort tot de persoonlijkheid. Men kan daar zelf niet voor kiezen.

 

Introverte persoonlijkheid

Het is belangrijk rekening te houden met de genetische aanleg. Wie introvert is en met tegenslag geconfronteerd wordt, slaat meteen dicht en houdt de lippen op elkaar. Men staat er alleen voor om de zorgen te dragen en problemen op te lossen. Het allerbe-langrijkste is dat men beseft dat dit verkeerd is en de zaak bemoeilijkt. Men heeft er alle belang bij om te proberen deze geslotenheid te doorbreken. Het kost hen ontzettend veel moeite om familie, vrienden, buren of collega’s aan te spreken en hun verdriet en zorgen met anderen te delen. Vooral de eerste stap is vreselijk moeilijk omdat men niet gewoon is met anderen open te communiceren. De ervaring heeft ons geleerd dat, als men de eerste stap heeft gezet, er een enorme opluchting ontstaat. Het geeft een grote voldoening zijn zorgen met anderen te delen. Introverte mensen die met tegenslag geconfronteerd worden, moeten over die eerste drempel heen. Angstgevoel belet hen contact met anderen op te nemen omdat ze het niet gewoon zijn en het niet durven. Zij hebben hun hele leven zich leren afschermen. Het gaat zover dat mensen gewoon dichtklappen en geen woord over hun lippen krijgen. Ze willen wel, maar ze kunnen het niet.

 

Wie in een dergelijke situatie verkeert, doet er goed aan om een eerste signaal naar de omgeving uit te zenden. Een berichtje verzenden vraagt weinig moed en een telefoongesprek is gemakkelijker dan een persoonlijke confrontatie. Als er eenmaal een opening is gemaakt, komt alles gemakkelijker in beweging. Het is al te gemakkelijk om te zeggen: ik heb vertrouwen in mensen uit mijn omgeving waarop ik mij kan verlaten, als men deze woorden niet eens kan uitspreken. Het probleem is dat de uitgezonden signalen zo zwak zijn dat de omgeving die niet opmerkt. Zodra men merkt dat er problemen zijn, is iedereen bereid zijn hulp aan te bieden. De aangeboden hulp wordt ook door introverte personen met open armen ontvangen. Zij willen geholpen worden, maar ze missen de kracht om hulp te vragen. Zij roepen zelf niet gemakkelijk professionele hulp in en blijven te lang ter plaatse trappelen waardoor vaak kostbare tijd verloren gaat. Het is aan te raden dat introverte mensen, los van tegenslagen, ziekten of problemen, professioneel begeleid worden om met hun persoonlijkheid om te gaan. Al is hun persoonlijkheid genetisch bepaald en kan de structuur niet gewijzigd worden, men kan wel leren daarmee om te gaan. Men kan leren om vertrouwen op te bouwen, om respectvol te zijn en problemen op te lossen. Introvert zijn is geen stoornis, geen beperking, maar een aangeboren ingesteldheid waarbij men zich spontaan afsluit van de buitenwereld. Dat afsluiten moet echter onder controle blijven, want anders leidt dat tot een sociaal isolement.

 

Extraverte persoonlijkheid

Iedereen heeft de neiging om een extraverte persoonlijkheid als een voordeel te beschouwen. Voor een deel is dat zo. Als deze personen tegenslag hebben, gaan ze onmiddellijk hulp vragen. Ze zijn niet in staat hun zorgen, verdriet of problemen zelf te dragen en brengen die meteen en meestal ongevraagd over op anderen. In de grond handelen ze uit egocentrisme, want extraverte personen hebben een sterk ego. Door hun openheid zijn er geen grenzen of blokkades en is het vertrouwen in de medemens een vanzelfsprekendheid. Vele handen maken licht werk zegt het spreekwoord en dat geldt evenzeer bij het verwerken van tegenslagen. Als men kan rekenen op familie, vrienden, buren of collega’s zorgt dat voor een spreiding van het probleem en de bijbehorende hulp. Men gaat spontaan de getroffen persoon of personen troosten, sterkte toewensen en diensten aanbieden. Niet iedereen die spontaan betrokken wordt bij het leed van anderen, ervaart dat als positief. Zij voelen zich gemakkelijk gebruikt. Voor hen gebeurt hulp aanbieden nog altijd vanuit zichzelf en mag niet worden opgedrongen of afgedwongen.

 

Een extraverte persoon kan zich niet voorstellen dat er introverte mensen zijn. Het doorschuiven van andermans zorgen wordt niet altijd in dankbaarheid afgenomen. Extraverte personen die ongewild betrokken geraken bij het leed van iemand anders hebben gemakkelijk de neiging dit niet te accepteren of hun enthousiasme neemt na korte tijd weer af. In de wereld van het extraverte is er veel spontaniteit, maar weinig diepgang. Er wordt geen tijd gestoken in overleg, alles moet kunnen. Introvert en extravert mogen we niet zwart/wit benaderen. Beide zijn waardevol en in extreme vorm zijn ze allebei negatief. Introverte mensen doen er goed aan een beetje meer extravert te zijn en extraverte mensen doen er goed aan om af en toe een beetje introvert te zijn.

 

Heeft u belangstelling om mensen behulpzaam te zijn bij psychische, emotionele of levensproblemen, dan lijkt een tweejarige opleiding tot Persoonlijkheidscoach zeker iets voor u. Deze opleiding kunt u volgen in Antwerpen, Gent, Leuven of Maastricht. Meer informatie: www.europeseacademie.be

16-03-16

Kruiden, wij kunnen er niet meer zonder

Kruiden zijn weer terug van weggeweest. Eeuwenlang was de mens aangewezen op kruiden bij het behandelen van de meest uiteenlopende klachten. Door de opkomst van de farmaceutische industrie werden er allerlei medicijnen ontwikkeld die eenvoudig en doeltreffend werkten. Waarom nog met kruiden werken als het met een pilletje slikken kan opgelost worden, dacht men toen. Onderzoekers maken zich zorgen over het overdreven gebruik van medicijnen voor eenvoudige klachten. De nevenwerkingen van medicijnen bij langdurig gebruik zijn niet zonder gevaar. Internationale onderzoeken bevestigen dit. Een groot deel van de bevolking wil af van al die chemische stoffen waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Vandaar de grote belangstelling voor kruiden en kruidenmiddelen. Kruiden helpen niet alleen bij het behandelen van ziekten, zij kunnen bij ontzettend veel middelen voor lichaamsverzorging, cosmetica, in voedingsbereidingen, huishoudelijke producten, geurverdrijvers, verven, kleuren voor textiel enz. worden ingeschakeld. De wereld van de kruiden is ontzettend groot en biedt heel wat mogelijkheden.

 

Het werkingsproces van de kruiden

Kruiden zijn planten met geneeskrachtige eigenschappen, d.w.z. zij bevatten specifieke stoffen met een genezende werking. Kamille bijvoorbeeld is een kruid dat erg veel van dergelijke stoffen bevat. Om er enkele op te noemen: etherische olie, chamazuleen, bisabolenen, flavonoïden, glycosiden, apigenine, pectineachtige slijmstoffen, cumarinen, bitterstoffen, looistoffen enz. Kamille staat bekend om zijn inwendige ontstekings-remmende werking die mogelijk wordt gemaakt door de aanwezigheid van chamazeel en andere azulenen. Uitwendig is er eveneens een ontstekingsremmende werking door apigenine, glucisiden, quercetine en luteoline. Laat u niet door deze wetenschappelijke woorden afschrikken, we tonen gewoon aan dat we de correcte werking van de kruiden kunnen verklaren. Eeuwenlang hebben onze voorouders kruiden op een juiste manier toegepast zonder de kennis van de inhoudsstoffen. Zij baseerden zich op de signatuurleer om vanuit uiterlijke kenmerken de werking van een kruid te bepalen. Het grote voordeel is dat we thans over twee methodes beschikken, één volgens de exacte wetenschappen en één om langs organoleptisch onderzoek tot dezelfde vaststelling te komen.

 

Kruidenbereidingen

Onder kruidenbereiding verstaat men het geheel van de technieken en methodieken om kruidenmiddelen samen te stellen en uit te voeren. Het principe is de inhoudsstoffen over te brengen op een drager. Bij een kruidenthee is de drager warm water waarin het kruid zijn inhoudsstoffen afgeeft. Men ziet dat meteen kleurstoffen vrijkomen. Het vrijkomen van het aroma zorgt voor de heerlijke geur. De in water oplosbare stoffen komen in het water terecht en bij het opdrinken verspreiden zich deze stoffen in het bloed en verrichten daar een bepaalde genezende functie. Laten we een kruid in olie trekken, dan noemt men dat een maceraat. Dan komen weer andere stoffen vrij die in olie oplosbaar zijn. Kruiden worden soms in alcohol opgelost zoals bij een tinctuur. Alcohol maakt weer andere inhoudsstoffen vrij en brengt deze weer over. Zo heeft men, afhankelijk van het doel dat men wil bereiken, heel wat mogelijkheden.

 

Aromatherapie

Er zijn kruiden die veel etherische olie bevatten zoals kamille, lavendel, basilicum, citroenmelisse en vele andere. Deze etherische of vluchtige olie wordt uit de kruiden gedistilleerd. Men heeft ontzettend veel kruiden nodig om er een kleine hoeveelheid uit te halen. Etherische olie is sterk geconcentreerd en men heeft er heel weinig van nodig, soms maar een of twee druppels. Etherische olie wordt vaak gebruikt als bewaarmiddel in kruidenbereidingen, om een heerlijke geur of smaak aan het middel te geven of om een bepaalde geneeskrachtige werking te ondersteunen. Om etherische olie te gebruiken heeft men een goede achtergrond nodig omwille van deze hoge concentratie. Tijdens het distelleren komt er waterdamp vrij dat neerslaat. In dit water bevinden zich de in water oplosbare genezende inhoudsstoffen. Ze worden hydrolaten genoemd en kennen verschillende toepassingen.

 

Artisanale werkwijze

Kruidenbereidingen worden altijd kleinschalig en artisanaal verwerkt. Dat is de enige garantie op hoge kwaliteit. Het overbrengen van de genezende inhoudsstoffen tijdens een kruidenbereiding dient met de grootste zorg te gebeuren. Men moet niet alleen een goede kennis hebben over de inhoudsstoffen en bereidingstechnieken, maar vooral van de kruiden. Ieder kruid is een fascinerend gegeven en bevat talrijke botanische eigenschappen. Bepaalde kruiden groeien alleen in een biotoop dat aan alle voorwaarden voldoet. Het is erg boeiend om met kruiden te werken, maar om zomaar wat bezig zijn met kruiden is niet altijd verantwoord. Er komt meer bij kijken. Daarom kiezen steeds meer mensen voor een opleiding tot herborist. Een Herborist is een kruidenkenner die de plant kent, weet in welke biotoop ze groeit en waarvoor ze kan worden gebruikt. Zijn belangrijkste taak is kruiden plukken, drogen, verwerken, verpakken en het gebruik ervan aan mensen adviseren.

 

Kruiden leren kennen

Kruiden kan men niet vanuit een kruidenboek leren kennen, ook al zijn ze met mooie foto’s voorzien. Kruiden leert men herkennen aan uiterlijke kenmerken, door ze grondig te bekijken, te ruiken en te betasten. Men noemt dat determineren. De vzw Europese Academie biedt al bijna dertig jaar een tweejarige opleiding tot Herborist aan op vier verschillende locaties (Antwerpen, Gent, Leuven en Maastricht). Het is een druk bezochte opleiding omdat kruiden zo fascinerend zijn. Velen volgen deze opleiding uit persoonlijke interesse. Men trekt de natuur in op zoek naar kruiden en op school zit men in potjes te roeren, te mengen en te experimenteren. Kruidenbereiding is het belangrijkste doel van de Herborist. De geneeskrachtige inhoudsstoffen worden op talrijke bereidingen overgebracht. Om Herborist te worden moet men een hart voor de natuur hebben, graag roeren en mengen en belangstelling tonen voor de sublieme geuren en krachten die in de kruiden verborgen liggen. Het is een modern beroep dat zijn wortels heeft in een heel oude traditie.

 

Voor meer informatie: www.europeseacademie.be

11:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-03-16

Depressie Het kan iedereen overkomen

Als we sommige statistieken willen geloven, lijdt haast iedereen aan een depressie. Het is een feit dat onze huidige samenleving met zijn vele problemen en terroristische bedreigingen niet uitpuilt van vrolijkheid en een voedingsbodem is voor een depressie. Toch is het mogelijk om vanuit een positieve instelling het risico op een depressie te verkleinen, m.a.w. we hoeven niet depressief te worden omdat we in een depressieve samenleving zijn terecht gekomen. Het beste wapen is positief denken. Positief denken is een bril opzetten waardoor we naar de wereld kijken. Het is onze eigen benadering en beoordeling over de intenties van anderen. Hoe definiëren we onze ervaringen die we ondergaan in de wereld waarin we leven en hoe gaan we om met de mening en standpunten van anderen? Positief denken is een vorm van waardering. Het is een zoektocht naar het zinvolle binnen deze verwarde wereld. Het is blijven geloven in de goedheid van de mens. Alleen dan bouwen we een barricade op waar achter we ons veilig beschermen om een depressie te voorkomen.

De samenleving, onder invloed van de media en de reclame, bepaalt de normen en de levenswaarden, helaas vanuit een economisch en commercieel standpunt. We leven in een consumptiemaatschappij die iedereen aanzet tot presteren en verkwisten en om kunstmatige behoeftes te bevredigen. Het grote probleem is dat een deel van de bevolking zich daardoor laat meesleuren en in een vernietigende draaikolk terechtkomt en daar moeilijk uitgeraakt. Ze zetten de bril van de consumptiemaatschappij op hun neus en zien een schijnwereld zonder diepgang. Het is niet de wereld van de ervaring, maar een wereld van het ondergaan, van uitbuiting en van nooit te bereiken doelen. Het is deze frustratie die kan leiden tot depressie. Er zijn uiteraard meer mogelijke oorzaken. Ieder mens heeft wel eens een moment dat men zich niet prettig voelt en het woord depressie ligt dan te gemakkelijk op de lippen. Zich eens verdrietig, lusteloos, somber, neerslachtig of geprikkeld voelen, hoeft nog geen depressie te zijn. Toch is het belangrijk om te weten of het nu echt om een depressie gaat, want een verwaarloosde depressie kan ernstige gevolgen hebben.

Het Max Planck Instituut voor psychiatrie in München (D) heeft een eenvoudige test ontwikkeld die iedereen voor zichzelf gemakkelijk kan afnemen. Het is niet de bedoeling dat een dergelijke test een diagnose vervangt, toch is het nuttig om ze even af te nemen. Levert deze test ongunstig resultaat op, is het raadzaam om vroegtijdig professionele hulp in te roepen.

 

Depressietest

Lees aandachtig iedere vraag en als u meent dat deze vraag met ‘ja’ moet beantwoord worden, vink ze dan even en tel aan het einde alle antwoorden met Ja op.

 

O:

Voelt u zich doorgaans droevig, neerslachtig of hopeloos?

O:

Hebt u uw interesse voor bijna alles verloren en ervaart u geen plezier meer, ook niet voor dingen die u vroeger graag deed en waar u gewoonlijk veel vreugde aan beleefde?

O:

Hebt u geen trek in eten en verliest u aanzienlijk aan lichaamsgewicht. Smaakt het voedsel niet meer zoals voorheen?

O:

Lijdt u haast dagelijks aan slaapstoornissen, zoals moeilijk inslapen, niet kunnen doorslapen of in de ochtend te vroeg wakker worden?

O:

Spreekt u en beweegt u zich trager dan voorheen? Lijdt u aan een innerlijke onrust zodat u niet kunt stilzitten en voordurend op en af loopt?

O:

Zijn uw seksuele verlangens verminderd of zijn deze gevoelens niet meer aanwezig?

O:

Hebt u uw zelfvertrouwen verloren? Voelt u zich waardeloos of maakt u zich veel verwijten?

O:

Hebt u problemen om u te concentreren of om dingen op te merken? Valt het u moeilijk om beslissingen over dagelijkse dingen te nemen?

O:

Denkt u vaak aan de dood of denkt u er soms aan u van het leven te beroven?

Kruis de vragen aan waarvan u weet dat zij al meer dan twee weken bij u aanwezig zijn. Sombere stemming, verminderde interesse of plezier zijn belangrijke symptomen. Als u 4 van deze 9 vragen aankruist, lijdt u wel degelijk aan een depressie. Probeer op eigen kracht en eventueel met de steun uit uw directe omgeving daaruit te geraken. Lukt dat niet, zoek dan professionele hulp, blijf er niet mee rondlopen.

Lijdt men aan een depressie, verkeert men in een emotionele chaos. Het ontbreekt aan energie en wilskracht. Het komt er op aan om de weinige energie die men nog heeft samen te bundelen om ondanks alles toch een initiatief te nemen, hoe klein dit ook mag zijn. Een rek- en strekoefening, eens diep in- en uitademen, enkele pasjes lopen zijn vaak voldoende om het zelfgenezend mechanisme in beweging te brengen. Een depressie is een energieloze toestand en zorgt daardoor voor een sterke afkoeling. Terecht wordt depressie een koude ziekte genoemd en mist men warme genegenheid. Een depressie overwint men door weer orde in het leven te brengen. Het is geen eenvoudige opdracht om opnieuw in zichzelf te geloven en alle negatieve beelden vaarwel te zeggen. Daarom is ondersteuning van het zenuwstelsel heel belangrijk. De wisselwerking tussen lichaam en geest is doorslaggevend. Er zijn mensen die jarenlang aan een depressie hebben geleden en door een toevallige darmreiniging plots van zijn genezen. Een vervuilde darm zorgt voor interne vergiftiging. Detoxicatie neemt deze weg en brengt weer orde tussen lichaam en geest. Het warme bloed vloeit weer door de aders.

 

Hulpmiddelen

Kruiden in de vorm van een kruidenthee of een kruidenmiddel zijn een goede ondersteuning. Sint Janskruid, Lavendel, Valeriaan en Citroenmelisse zijn natuurlijke antidepressiva zonder nevenwerkingen. Tarwekiemen (vlokjes) zijn bijzonder rijk aan vitaminen van het B-complex en aan magnesium. Honing is rijk aan natuurlijke suikers, het voedsel voor de hersenen en zenuwstelsel. Stuifmeelkorrels werken versterkend, geven meer energie en helpen u snel door een depressie heen. Een rijpe banaan is de beste vrucht om een depressie te voorkomen of te genezen omwille van haar hoog gehalte aan natuurlijke suikers, vitaminen van het B-complex en magnesium. Dat geldt ook voor druiven en voor alle soorten fruit. Door het gebruik van deze natuurlijke middelen versterkt u uw zenuwstelsel, reinigt u het lichaam en stimuleert u het natuurlijk evenwicht. Wat u zeker moet vermijden is koffie, groene en zwarte thee, cola en andere cafeïnehoudende dranken. Laat u in geen geval meesleuren door snoep en andere middelen met toegevoegde suikers. Uw drang naar zoet is een drang naar natuurlijke suikers.

 

Bach Bloemenremedies

Bach Bloemenremedies zijn echte natuurlijke psychofarmaca en dus uitstekend geschikt bij het behandelen van een depressie. Hou er rekening mee dat een depressie een koude ziekte is en bijgevolg kunnen alleen warme remedies helpen. Waterviolier is een koude remedie en is daarom een contra-indicatie bij depressie. Als u Waterviolier aan een depressief persoon geeft, koelt die nog verder af en wordt depressiever. Dat geldt ook voor Hardbloem, Paardenkastanje of Kamperfoelie, het zijn allemaal koude remedies. Om onzekerheid, besluiteloosheid of vertwijfeling weg te nemen heeft men Kerspruim nodig. Om piekeren of het niet kunnen loslaten tegen te gaan of om kwellende gedachten te verdrijven heeft men Wijnstok nodig. Maak uit de volgende warme Bach Bloemenremedies een individuele keuze bij het behandelen van een depressie: Beuk, Zomereik, Kerspruim, Wijnstok, Hulst of Reuzenbalsemien. Depressieve mensen hebben behoefte aan warmte, aandacht en begrip. Hun gevoelsleven is afgekoeld, vandaar de grote behoefte aan warme remedies.

Heeft u een reactie, vraag, op- of aanmerking op een of andere thema, laat het ons weten via e-mail: europeseacademie@skynet.be en u ontvangt een antwoord.

14:03 Gepost door Jan Dries in Stressbeheersing | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-02-16

De nieuwe pausjes

Eeuwenlang hebben de pausen vanuit het Vaticaan hun doctrines als leefregels aan de wereld opgedrongen. Paus Franciscus beseft dat het Katholicisme niet de wereld is, maar slechts een aspect ervan. Terwijl hij, in al zijn nederigheid, een stap terugzet, zien we dat er overal in onze samenleving mensen optreden die zich als nieuwe pausjes gedragen en niet met een dreigend vingertje, maar op een haast onzichtbare wijze iedereen naar hun hand willen zetten. In naam van de wetenschap, de economie, de gezondheidszorg, de media of de politiek dwingen ze de bevolking hun richting te volgen of zich te onderwerpen aan bepaalde principes die niet als doctrines worden opgedrongen, maar als een aantrekkelijke hype gelanceerd worden. Alles wordt zo aantrekkelijk en misleidend voorgesteld dat het niet is van te moeten, maar van te willen. Wie wil niet gelukkig zijn en alle aandacht krijgen? Iedereen wil een hemel op aarde of in het brandpunt van de belangstelling staan. Het nieuwe geloof is het geloof in de illusie en dat laat alleen een gevoel van leegte en ontevredenheid na. Om dat leeg gevoel op te vullen, nemen mensen voortdurend nieuwe initiatieven, kopen nieuwe spullen, veranderen van look of outfit om er zeker bij te horen. Verdreven worden uit het materialistisch paradijs is de diepste vernedering. Angst is het beste middel om een hele bevolking in de greep te krijgen.

 

Wetenschap

Er is absoluut geen bezwaar tegen wetenschappen. We zijn de vele wetenschappers dankbaar dat ze inzicht hebben gebracht in de meest complexe materie en systemen en dat door vele wetenschappelijke toepassingen het leven een stuk aangenamer en gemakkelijker is geworden. De wijze waarop de wetenschap misbruikt wordt en de absolute waarde die sommigen er aan geven, is onaanvaardbaar. Het lijkt wel of we zelf niet meer mogen denken. Ouders weten niet meer hoe ze hun kinderen mogen opvoeden en kunnen dat beter overlaten aan wetenschappelijk opgeleide opvoeders. Hiermee ontneemt men de ouders hun meest primaire opdracht, het grootbrengen van hun eigen nakomelingen. Als kinderen zich niet ontwikkelen volgens de wetenschappelijke normen, krijgen ze een etiket van beperking opgeplakt. Er komen steeds meer beperkingen bij. Er is geen sector te bedenken of de macht van de wetenschap is alom vertegenwoordigd. Wie vol twijfels zit en nog een greintje kritische houding heeft, vraagt zich meteen af of dat wel wetenschappelijk bewezen is. Want wetenschap is het absolute, het onbetwistbare terwijl juist in wetenschappelijke kringen de grootste twijfel bestaat. Mensen moeten weer zelf durven denken en hun gezond verstand gebruiken.

 

Digiaal tijdperk

We leven in hét digitaal tijdperk en dat biedt veel voordelen. Niemand wil nog terug naar de schrijfmachine of de fichebak, de landkaart om de weg te zoeken tijdens een autorit, zonder het mobieltje of de smartphone. We kunnen ons een leven zonder internet of tv niet meer voorstellen. Het probleem is echter dat steeds meer mensen hun onafhankelijkheid prijsgeven en slaaf worden van de digitale mogelijkheden. Men heeft daar al een nieuw begrip voor bedacht, namelijk ‘digibesitas’. Jongeren die met de digitale mogelijkheden zijn opgegroeid, worden overladen met digitale activiteiten. Zij wisselen dag en nacht informatie uit met anderen zonder zich het nut daarvan af te vragen. Informatie en kennis worden vereenzelvigd. Ze zijn niet in staat om een eigen oordeel te vellen, hun leven wordt geleid en verleid door een digitale macht. Er is nog te weinig bekend over de negatieve invloed van een dergelijke onnatuurlijke levenswijze op mentaal, psychisch, emotioneel en fysiek vlak. Hoe gaan de hersenen hiermee om? Komen bepaalde hersenfuncties onder druk te staan of worden ze geleidelijk aan uitgeschakeld omdat ze digitaal zijn overgenomen?

 

Media

De media bepalen voor een groot deel het gedrag van de moderne mens. Te lang heeft men de macht van de media onderschat. De oorspronkelijke bedoeling van de media is de bevolking op de hoogte te brengen van wat er in de wereld gebeurt, maar ook het overbrengen van kennis, wetenschap, kunst, cultuur, ontspanning enz. De tv heeft een ontzettende gunstige invloed gehad op de algemene ontwikkeling van de bevolking. Neem alleen nog maar het verruimd taalgebruik of de betrokkenheid bij de actualiteit. De media hebben hun eigen macht ontdekt en hebben een grote invloed op het gedrag van de bevolking. Ze brengen angst en onzekerheid door te eenzijdige berichtgeving en vooral door de voortdurende herhaling. De media staan helaas te dicht bij de commerciële belangen en dienen een ander doel. Vaak treft men overtuigende gezondheidsartikelen naast een paginagrote advertentie. Het artikel staat in dienst van de advertentie zodat men aan de objectiviteit mag twijfelen. De media zijn uitgegroeid tot systemen met als doel het koopgedrag te beïnvloeden. Wie even op internet bepaalde sites raadpleegt, wordt kort nadien overstelpt met reclame. Het is digitaal mogelijk om het gedrag en de interesse van mensen te schaduwen en dat is verontrustend.

 

Gezondheidszorg

De reguliere gezondheidszorg en de geneeskunde zitten bewust of onbewust verstrengeld in allerlei sectoren zoals de farmaceutische industrie, zorgverzekeringen, beroepsgroepen enz. De mens staat heel ver verwijderd van de kern. Wie morgen ziek is en naar een arts stapt, is overgelaten aan de competentie van de zorgverlener. Men wordt opgenomen in een systeem dat men niet kan kennen omdat het te ingewikkeld en te technisch is geworden. Gelukkig functioneert de gezondheidszorg nog redelijk goed en wordt het steeds gemakkelijker om via internet of apps aan medische informatie te geraken. Het menselijk lichaam is uitgerust met een enorm veiligheidsysteem en met ontzettend veel signalen die er op wijzen of we goed of niet goed bezig zijn. Deze mogelijkheden worden ons ontnomen en dat is bijzonder erg omdat de gezondheidszorg ieder jaar een groot deel van de begroting opslorpt.

 

Politiek

In een democratie heeft politiek tot doel het volk te vertegenwoordigen en in hun naam het land zo goed mogelijk te besturen. Politieke partijen zijn te veel met zichzelf en met de verkiezingen bezig. Vroeger was iedere politieke partij aan ideologie verbonden en vertegenwoordigde ze een bepaalde groep binnen de bevolking. Dat zorgde voor een zekere stabiliteit. Nu brengt iedere politieke partij een actuele boodschap en hun succes is afhankelijk van de gevoerde marketing. Populistische partijen spelen, net als de commerciële wereld, in op illusies, emoties zoals angst en onzekerheid en bieden oplossingen aan die geloofwaardig overkomen, maar niet realistisch zijn. Radicale beslissingen, strenge regels en hoge boetes kunnen de statistieken gunstig beïnvloeden, maar lossen de maatschappelijke problemen niet op, daarvoor is veel meer nodig. In heel Europa halen de populistische partijen met hun sprookjes veel succes en dat is een groot gevaar voor de echte democratie.

Besluit

De vele kleine pausjes in alle sectoren van de samenleving profileren zich als de Hoge Priesters van de waarheid. Terecht spreken we van intellectuele radicalisering omdat zij erg handig en sluw het argument van de wetenschap hanteren waardoor het vrije denken verdrukt wordt. In een democratische samenleving is er grote behoefte aan alternatieven. Een samenleving waar alleen de overheid en alle daarmee verstrengelde sectoren dwingende lijnen uitzetten, ruikt naar een dictatuur. Democratie heeft behoefte aan vrije initiatieven en gelukkig worden die genomen tegen de stroom in. Naast de chemische landbouw is er behoefte aan biologische land- en tuinbouw. Naast de reguliere gezondheidszorg is er behoefte aan een complementaire gezondheidszorg. Er zijn niet alleen vleeseters, maar ook vegetariërs, er zijn niet alleen chemische medicijnen, er zijn ook kruiden en kruidenmiddelen.

14:59 Gepost door Jan Dries in Psychosociale problemen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-16

Rauwkost is het allerbeste voor wie het kan verdragen.

Het is logisch dat rauw voedsel het meest ideale voedsel is voor de mens. Alleen rauw voedsel bevat ongerepte en onbeschadigde voedingsstoffen. De vertering is een enzymatisch proces en enzymen kunnen niet tegen hoge temperaturen, maar werken goed op lichaamstemperatuur en in een zuur of alkalisch milieu, afhankelijk van de soort en de plaats in het verteringsstelsel. Gekookt voedsel bevat nog weinig enzymen en is aangewezen op de enzymen die het lichaam zelf aanmaakt. Veel voedingsstoffen zijn geheel of gedeeltelijk beschadigd. De vertering verloopt moeizaam en onrendabel. Dit betekent dat men veel moet eten om er nog wat uit te halen, vandaar de steeds toenemende obesitas. In de biologische tuinbouw zegt men: smijt nooit gekookt voedsel op een composthoop want dan neem je haar werking weg. Een composthoop werkt net als onze darm door middel van enzymen.

 

Toch zijn er mensen die met het overschakelen op rauwkost geen al te beste ervaring hebben of er zelfs verteringsproblemen aan hebben overgehouden. Het probleem ligt niet bij de rauwkost, maar bij henzelf. Meestal maakt men geen onderscheid tussen vruchten en groente en dat is een fundamentele fout. De mens heeft een verteringsstelsel van een fructivoor of vruchteneter zodat men met rijp fruit, watervruchten, noten, zaden en pitten meestal weinig problemen ondervindt bij overschakeling, behalve als het verteringsstelsel zodanig slecht functioneert dat er te veel gisting ontstaat of dat de zieke darmen te sterk geprikkeld geraken. De zwakke darmen bevrijden zich van hun inhoud in de vorm van een heftige diarree. Wie geleidelijk aan overschakelt en het verteringsstelsel de tijd gunt zich aan te passen, ondervindt nauwelijks problemen. Ik heb gedurende 25 jaar kankerpatiënten begeleid op basis van een rauwkostdieet met twee fruitmaaltijden en een groentemaaltijd. Er deden zich zelden of nooit verteringsproblemen voor en als ze zich voordeden was het van voorbijgaande aard.

 

Bij groente ligt het iets anders omdat we niet het verteringsstelsel van een herbivoor hebben. Vooral bladgroente zijn rauw moeilijk te verteren omdat ons gebit dat niet kan kauwen. Daarom raden we iedereen aan om bladgroente, zoals diverse soorten sla, witloof, kolen enz. op het bord voor het gebruik fijn te snijden en er een oliesausje, vinaigrette of mayonaise aan toe te voegen. Vet zorgt er voor dat het voedsel langer in de maag blijft en dus beter verteerd wordt. Voor wortel-, knol- en bolgewassen zijn er geen problemen omdat we daar beter op kunnen kauwen. Fruit en groente hebben het grote voordeel dat ze veel vezels leveren (ballaststoffen) en dat is een vorm van prebiotica of een voorstadium van probiotica. Rauwkost heeft een directe invloed op de vorming van de darmflora. Een goede werking van de darm wordt door de darmflora gegarandeerd.

 

Veel mensen zijn zo enthousiast dat ze te snel overschakelen, aanvankelijk te grote hoeveelheden eten en hun verteringsstelsel daardoor overbelasten. Zieke darmen moeten eerst gereinigd en versterkt worden, dat geldt evenzeer voor gekookt voedsel. Rauwe voeding, zowel fruit als groente heeft veel voordelen. De vertering verloopt optimaal, men heeft minder voedsel nodig, de rauwkost versterkt en reinigt het verteringsstelsel, maar ook het bloed en daardoor de cellen. Met rauwkost ontstaat er een betere stofwisseling, de immuniteit wordt er door versterkt, o.a. door een betere darmflora.

 

Er zijn mensen die zo’n akelige ervaring met rauwkost hebben meegemaakt, dat ze er niets meer van willen weten. We herhalen het, het probleem ligt niet in de rauwkost, maar bij hun gebrek aan inzicht in voeding en de werking van het verteringsstelsel. Veel mensen en zelfs voedingsdeskundigen menen dat gekookt voedsel beter verteerbaar is. Dat is een verkeerde opvatting. Het enige voordeel van gekookt voedsel is, als we dat een voordeel willen noemen, dat dit geen weerstand meer heeft. Het is een gekookte zachte brij die met weinig moeite door het verteringskanaal wordt geleid. Dit soort voedsel vraagt weinig inspanning van het verteringsstelsel. Een echte enzymatische vertering zoals bij rauwkost vindt er niet plaats. Gekookt voedsel geeft veel afvalstoffen, vervuilt het darmstelsel, het bloed, weefsel en andere lichaamsvochten. Gekookt voedsel heeft zijn vitaliteit verloren. Rauwkost is zoals Dr. Nolfi het noemde ‘levend voedsel’ en levert levenskracht. Dit voedsel is rijk aan lichtenergie waardoor de voedingsstoffen (nutriënten en micronutriënten) beter verwerkt worden tijdens de stofwisseling.

 

Eetcultuur

Hoewel er niets boven rauwkost gaat, zijn er weinig mensen die kiezen voor een uitsluitend rauwkostdieet. Voedselkundig gezien is een dergelijk dieet uitstekend. De kankerpatiënten die ik heb begeleid volgden een dergelijk dieet gedurende 3 tot 6 maanden, sommigen iets langer omdat alles afhankelijk was van het genezingsproces. Wie eenmaal was overgeschakeld waardeerde de natuurlijke smaken van het voedsel, de bijzondere lichte vertering, geen sprake van een opgezette buik of opgeblazen gevoel, geen last van overgewicht, alleen maar voordelen. Het enige nadeel dat ze ondervonden was de isolatie. Zij waren de enige binnen hun gezin die uitsluitend rauw voedsel aten. Omwille van de eetcultuur, want voeding betekent ook samen zijn, het voedsel maar ook de gezelligheid met elkaar delen. Men kan nooit eens gezellig naar een restaurant gaan of bij familie of buren mee aan tafel schuiven. Daarom ben ik er voorstander van om een deel, en dat mag zelfs een groot deel zijn, van het voedsel rauw te eten en aan te vullen met gekookt voedsel. Ik heb mensen gekend die heel enthousiast en met veel overtuiging op 100% rauwkost zijn overgeschakeld, maar naar een jaar alles hebben opgegeven en dan vaak weer zijn overgeschakeld op ongezonde voeding. Eet iedere dag een deel van uw voedsel rauw, dan vangt u de nadelen van het gekookt voedsel voor een groot deel op.

 

Wat wordt rauw niet gegeten?

Peulvruchten zoals erwten, bonen, soja kunnen we rauw niet eten. Ze zijn rauw trouwens giftig. Ze zijn bovendien te hard en hebben rauw geen aantrekkelijke smaak. Granen kunnen we eveneens niet rauw eten. We zijn immers geen granivoren zoals de ratten. De korrels kunnen we met onze tanden niet malen. Zelfs als we granen vooraf laten weken, zijn we niet in staat om het zetmeel af te breken. Granen kan men laten kiemen, het zijn dan jonge plantjes. Granen worden gemalen tot meel en dan tot allerlei voedsel bereid. De graankorrel kan gekookt worden, zoals rijst. De aardappel kan rauw gegeten worden, maar heeft weinig smaak. Vlees is nooit gezond, maar rauw vlees wordt niet aangeraden omwille van de aanwezige rottingsbacteriën en het risico op darmontsteking. Al het voedsel dat we niet rauw kunnen eten is van nature niet voor de mens bestemd. Een goede raad: leer rauw voedsel eten en zorg dat een deel van de dagelijkse voeding uit rauwkost bestaat.

12:16 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-01-16

Wat mogen we nog eten? Tegenstrijdige voedingsadviezen

De ene keer is vlees, koffie of dierlijk vet gezond en dan juist weer niet. Wat de ene beroemde professor van een gerenommeerde universiteit beweerd, wordt door zijn even beroemde collega tegengesproken. De ene voedingsdeskundige spreekt alleen maar over stoffen, terwijl de ander een ruimere visie over voeding heeft. Tegenstrijdige voedingsadviezen zorgen voor twijfels bij de consument en helpen ons geen stap verder op de hobbelige weg naar gezonde voeding. Nochtans, wie logisch redeneert en de mens beschouwt als een natuurlijk wezen dat onderworpen is aan de natuurwetten, heeft snel door wat gezonde voeding is. In dit artikel ga ik even in op enkele veel voorkomende misverstanden en je krijgt meteen de goede oplossing.

 

Drink als je dorst hebt.

We kennen ze wel, de mensen die altijd en overal met een flesje water rondlopen, bang dat zij zonder water zouden vallen. Zij lijden aan waterverslaving. Twee liter water lijkt voor sommigen het verplichte minimum, maar is dat wel zo? De waterhuishouding is belangrijk en ons lichaam bestaat ongeveer uit 68% water. Theoretisch scheiden we 2,5 liter uit via urine, zweet, stoelgang en ademhaling. Dat vocht moet per dag aangevuld worden. Vocht halen we op de eerste plaats uit de voeding. Een vochtrijke voeding is altijd aan te bevelen, soep is een extra vorm van vocht. Daarnaast is het nodig dat we vocht toevoegen in de vorm van drank zoals bronwater, vers sap, kruidenthee en andere gezonde dranken. Cafeïne- en alcoholhoudende dranken leveren eveneens vocht, maar zijn niet gezond. Mensen die ongezond eten of medicijnen gebruiken, hebben extra vocht nodig om de afvalstoffen door te spoelen. Sporters verliezen veel vocht en moeten daarom meer drinken. De hoeveelheid vocht die we nodig hebben wordt individueel bepaald. Mensen die te weinig drinken, moeten zichzelf goed controleren. De blaas geraakt onvoldoende gevuld en verliest haar plasticiteit. Dat kan bij het ouder worden voor problemen zorgen om de blaas te ledigen.

 

Eet verse groenten.

Groenten in onze voeding zijn belangrijk en worden terecht overal aanbevolen. Ze zijn relatief goedkoop, heel het jaar door verkrijgbaar, leveren heel wat voedingsstoffen en weinig calorieën. Groenten kunnen rauw en/of gekookt gegeten worden en vooral in combinatie met keukenkruiden smaken ze heerlijk. Er wordt wel beweerd dat groenten in blik of diepvries even gezond zijn, maar dat is niet zo. Verse groenten, ook al worden ze in de keuken warm bereid, bevatten levenskracht in de vorm van lichteenheden (biofotonen). We kunnen niet genoeg het accent leggen op verse voedingsmiddelen. Bladgroenten verteren rauw moeilijk omdat we er niet op kunnen kauwen. Daarom is het raadzaam ze op het bord fijn te snijden en te vermengen met een oliesausje, vinaigrette of mayonaise. Vet houdt het voedsel langer in de maag. Eet altijd een deel van de groenten rauw.

 

Eet fruit altijd afzonderlijk.

Fruit is voor de mens heel belangrijk. We hebben nog altijd een verteringsstelsel van een fructivoor of vruchteneter. Wie traag rijp fruit eet merkt nauwelijks het verteringsproces. Sommige mensen verteren fruit moeilijk omdat hun darmstelsel verzwakt en vervuild is. Daarom zal men kleine hoeveelheden fruit eten, los van de maaltijd. Fruit is een belangrijke leverancier van natuurlijke suikers die de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren nodig hebben. Naast natuurlijke suikers levert fruit belangrijke vitaminen, mineralen en vooral bioactieve stoffen. Er wordt beweerd dat de volgorde waarin het voedsel binnen komt, geen enkele rol speelt. Dat is grote onzin. Eet eens een banaan op een volle maag en je krijgt meteen een opgezette buik. Voedselcombinaties zijn onontbeerlijk.

 

Plantaardig vet is gezond.

Jarenlang heeft men gepleit voor een vetarme voeding en nu begint men in te zien dat dit een verkeerd uitgangspunt is. Men heeft de grote fout gemaakt door alle vetten als slecht en gevaarlijk te beschouwen. Dierlijke vetten, ook harde vetten genoemd, bestaan hoofdzakelijk uit verzadigde vetzuren en zijn daarom niet goed. Plantaardige vetten komen voor in olie, noten, zaden en pitten en bestaan uit enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren en zijn uitstekend voor onze gezondheid. Vet en eiwit horen samen en zorgen er voor dat het voedsel langer in de maag blijft en beter verteerd wordt. Vetten hebben een snel verzadigingsgevoel, maar toch moet men matig zijn in het gebruik omwille van de hoge calorische waarde.

 

Lightproducten zijn niet goed.

Vanuit de strijd tegen vetconsumptie heeft de voedingsindustrie lightproducten ontwikkeld die minder vet bevatten en vaak de voorkeur genieten. Veel mensen denken immers dat light de gezondheid bevordert, maar dat is niet zo. Vermindert men in een product het vetgehalte en niet de hoeveelheid eiwit dan verstoort men de vet/eiwit-verhouding en blijft het verzadigingsgevoel uit en eet men er meer van. De toegevoegde suiker wordt vervangen door zoetstoffen, maar zoetstoffen zijn geen suikervervangers. Registreren de smaakpapillen een zoete smaak, dan wordt dat onmiddellijk naar de hersenen doorgeseind zodat het verteringsstelsel en de stofwisseling in werking worden gezet, o.a. door de productie van insuline op gang te brengen. Bij zoetstoffen wordt echter geen suiker geleverd zodat de vrijgemaakte insuline de bestaande bloedsuikerspiegel naar beneden brengt. Dat wekt een hongergevoel op en zet aan om meer te eten. Lightproducten verhogen het risico op suikerziekte en overgewicht. Na dertig jaar ervaring weet men dat lightproducten geen bijdrage leveren aan de gezondheid.

 

Melk kan, maar niet voor iedereen.

De melkproducerende landen hebben melk altijd aangeprezen. Melk daar wordt je groot en sterk van, zit in het collectief geheugen opgeslagen en krijgt men er niet gemakkelijk uit. Melk is het vloeibaar voedsel voor het jonge zoogdier en dus ook voor de mens. Melk zorgt ervoor dat de baby (borstvoeding) alles op een gemakkelijke manier binnen krijgt zonder het verteringsstelsel te belasten. Als volwassenen hebben we geen melk nodig, maar we kunnen profiteren van de goede eigenschappen van melk. Melk bevat gemakkelijk verteerbaar eiwit, is rijk aan vitaminen en mineralen en heeft een sterk waterafdrijvende werking, wat gunstig is voor de waterhuishouding. Er is geen bezwaar tegen het drinken van melk, maar door melk in allerlei gerechten te verwerken, hebben sommige mensen daar wel degelijk last van. Voor mensen die gemakkelijk in de luchtwegen slijm aanmaken is melk af te raden alsook voor wie er allergisch voor is. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat melk een vrij neutrale invloed heeft. Men wordt er niet ouder of gezonder van, maar ook niet ziek of men gaat er niet sneller van dood.

14:16 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

06-01-16

Omgaan met angst in bedrukte tijden.

We leven in een keiharde wereld met reële bedreigingen door het terrorisme. In de steden lopen gewapende militairen op straat en dat beeld past niet in een vreedzame democratie. In deze gespannen wereld is er nauwelijks plaats voor positieve emoties. Angst domineert en daardoor wordt de bevolking onverschillig, onverdraagzaam, brutaal en agressief. De verzuring van de samenleving neemt toe. Angst heeft ook een positief aspect, het is een natuurlijke waarschuwing voor mogelijk dreigend gevaar. Angst behoedt de mens tegen roekeloosheid en het onverantwoord nemen van initiatieven. Omdat gevaren overal aanwezig zijn, leeft de mens in een permanente toestand van angst en dat is niet zonder gevaar. Het stressmechanisme verkeert onafgebroken in een staat van paraatheid en dat verklaart de alertheid van de bevolking. In Kortrijk werden Afrikaanse scholieren die het slot van hun fiets niet open kregen door de politie hardhandig aangepakt omdat ze veronder-stelden dat deze jongens de fiets wilden stelen. In Brussel werd een onderzoeker van de universiteit brutaal uit zijn auto gehaald omdat hij een Marokkaans uiterlijk had. Enkele dagen voordien had hij in opdracht van een bepaald sociologisch onderzoek van Islamitische jongeren filmopnames vanuit zijn auto gemaakt en was sindsdien gesignaleerd.

 

Angst is altijd gericht op het onbekende en is daardoor altijd vaag. Men is angstig als het donker is omdat er zoveel kan gebeuren in enge, donkere straatjes, men heeft angst voor het onweer of de storm die nog moet komen omdat de gevolgen ernstig kunnen zijn. Men heeft angst voor de vluchtelingen omdat men ze niet kent en omdat er hier en daar zich iemand niet netjes zou kunnen gedragen. Sommige vluchtelingencentra houden daarom een open dag zodat de bevolking kennis kan maken met deze mensen die door oorlogsgeweld alles hebben moeten achterlaten. De angst verdwijnt door de concrete ervaring dat het hier om mensen met dezelfde gevoelens en noden gaat als wijzelf. Voor concrete zaken is men bang. Men is bang voor de hond van de buren. Doordat angst op zich vaag en niet concreet is, lopen we gemakkelijk het gevaar iets te veronderstellen zoals de politieagenten in Kortrijk en Brussel. Veronderstellen is op niets gebaseerd, maar neemt wel de vorm van een spiraal aan. Het wordt steeds erger.

 

Het beste wapen tegen angst is objectieve informatie, d.w.z. dat we de echte en mogelijke gevaren moeten opsporen en de kansen op een conflict zo goed mogelijk moeten inschatten. Laten we stoppen met onszelf en anderen voortdurend angstig te maken. Dagelijks worden we overspoeld met twijfelachtige informatie en geconfronteerd met schijnbaar onoplosbare problemen. Dat zorgt voor onzekerheid, vertwijfeling, ontgoocheling maar vooral voor angst. We worden ondergedompeld in een zee van negatieve emoties. We vechten om te overleven in een waanzinnige wereld die we niet meer begrijpen, waar de vervreemding van het echte leven zich ongestoord verder zet. Mensen zijn op zoek naar de zeldzame ogenblikken van rust en stilte, om de weg naar zichzelf terug te vinden en te genieten van het innerlijk gevoel van tevredenheid. Angst zorgt voor negatieve emoties terwijl omgaan met positieve emoties een levensnoodzakelijke opgave is. Het is zichzelf terugvinden in de chaos van deze bedreigende samenleving. Laten we beginnen met een onderscheid te maken tussen angst en bang zijn en laten we vooral een einde stellen aan het maken van allerlei veronderstellingen. Dat helpt ons om met angst om te gaan. We moeten beseffen dat we in een bedreigende wereld leven met concrete gevaren, maar we mogen niet afglijden in de chaos van onzekerheid. Het is dom te doen alsof er niets aan de hand is of onze ogen te sluiten voor reële gevaren, maar het is even dom onze angsten te voeden door te veronderstellen.

 

Positieve emoties

Het beste wapen tegen angst zijn onze emoties. Het zijn uitzonderlijke gevoelens die de gemoedstoestand in beweging brengen. Daarom worden ze omschreven als een versnelde gemoedstoestand. Ze worden opgeroepen door uitzonderlijke omstandigheden en zijn nauw verbonden met de hele persoonlijkheid. Vaak wordt emotie gebruikt als synoniem van gevoel, vooral in een veel ruimere context. Anderzijds zijn emoties en gevoelens niet van elkaar los te maken. Emoties zijn immers gevoelens, maar van een hoge intensiteit. Om het onderscheid tussen emoties en gevoelens te maken, is het nodig dat we het gevoelsleven in zijn geheel voorstellen.

 

Gevoel of gevoelens komt van het werkwoord ‘voelen’, iets gewaarworden of ervaren. Het meest voor de handliggend voorbeeld is het pijngevoel, dus pijn voelen. Naast fysieke gevoelens, die als lage gevoelens worden omschreven, zijn er de hogere gevoelens op mentaal of psychisch vlak.

 

  • Lagere gevoelens: meestal van fysieke aard.
  • Hogere gevoelens: van mentale of psychische aard.
  • Emoties: uitzonderlijke gevoelens met een ingrijpende werking.

 

Emoties staan nauw in verband met ontroering. Gevoelens die het gevolg zijn van een aangrijpende gebeurtenis noemen we emoties. We geven een voorbeeld. Iemand is verrast over een enorme genegenheid die getoond wordt naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis of prestatie. De beleving van een dergelijke gebeurtenis overtreft de gewone gevoelens waardoor zo iemand zijn tranen niet kan bedwingen. De gebeurtenis is zodanig aangrijpend dat er zich fysiologische processen voordoen die hinderlijk zijn zoals een brok in de keel, hartkloppingen, klamme handen, trillende benen, ingehouden adem, zweet en tranen breken uit. Ook al zijn het tranen van geluk, emoties zijn heel ingrijpend. Omdat bij veel mensen het gevoelsleven verstoord is, beleven ze hun emoties als onaangenaam. Een ander verschijnsel is dat mensen overgevoelig worden voor emoties en er te snel en te heftig op reageren. De kwetsbaarheid voor emoties is erg groot. Omgaan met emoties betekent hoe we ons hier tegen kunnen wapenen. Dat kan alleen door het gevoelsleven te normaliseren. We geven enkele voorbeelden van positieve emoties: ontroering, verrast zijn, waardering uitspreken, zich verzoenen na een jarenlang conflict, ontmoeting met iemand die men al heel lang niet meer gezien heeft, verliefd zijn enz.

 

Positieve emoties zijn vaak in evenwicht. Ze zijn dan niet ingrijpend, maar zorgen voor stabiliteit of een toestand van evenwicht. Omgaan met emoties betekent streven naar evenwicht en harmonie. Liefde is de hoogste emotie die de mens kent. Liefde is het besef dat men iemand bemint of de overtuiging door iemand bemind te worden. Het is een gevoel van verbondenheid en van eenheid. Er zijn nog vele andere vormen van positieve emoties zoals geluk, vreugde, tevredenheid enz. Positieve emoties wapenen ons tegen angst.

15:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-12-15

Nano Foods, wat is dat nu weer?

Haast iedere dag wordt de consument overladen met nieuwe informatie. Het probleem is echter dat deze niet altijd objectief en transparant is zodat men niet weet of er voor- of nadelen aan verbonden zijn. Als consument staat men machteloos omdat meestal inzicht en kennis ontbreekt om een juist oordeel te vellen. Nanotechnologie is zeker niet nieuw, maar de toepassing in de voedingsindustrie is in volle ontwikkeling. Nano staat voor heel klein en is afgeleid uit het Grieks wat ‘dwerg’ betekent. 1 nm is een miljardste van een meter en is veel kleiner dan een virus. In Nederland en vermoedelijk ook in België zijn al minstens 119 producten op de markt waarin mogelijk nanodeeltjes zijn verwerkt. Dit zijn bijvoorbeeld schoonmaakproducten, textiel, verpakking, maar ook cosmetica, zonnebrandcrème en voedingsproducten, waaronder mayonaise. Niet alleen de consument, ook heel wat wetenschappers stellen zich vragen over eventuele nadelige gevolgen op langere termijn. Nanodeeltjes komen in gezonde, natuurlijke voedingsmiddelen voor, maar er is een groot verschil of deze kleine deeltjes deel uitmaken van een levend organisme of door de mens zelf tijdens een productieproces worden toegevoegd.

 

High tech

Na genetische engineering is de nanotechnologie de nieuwe high tech poging om ons voedsel te infiltreren. Wetenschappers waarschuwen terecht dat nanotechnologie, d.w.z. de manipulatie van stoffen op de schaal van atomen en moleculen, ernstige nieuwe risico’s voor de gezondheid van de mens en het milieu kan veroorzaken. Dat er ongerustheid ontstaat tegenover deze toch vrij vreemde technologie lijkt ons logisch. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om te beseffen dat, als er op genetisch en moleculair vlak wordt ingegrepen, de gevolgen niet te overzien zijn. Het gebruik van bepaalde kleurstoffen of andere additieven in voedingsproducten kunnen beschadigingen veroorzaken aan organen of weefsel. Bij nanotechnologie veroorzaken deze uiterst kleine deeltjes beschadigingen in onze cellen of in delen van cellen. De inbreuk gebeurt op een totaal ander niveau.

 

Nanotechnologie heeft als doel de natuur uit elkaar te halen en opnieuw naar eigen inzicht in elkaar te zetten. Dit is het principe van de alchemie die daar nooit in geslaagd is, maar met de huidige kennis en mogelijkheden lukt dat voor een groot deel wel. Het doel is niet om betere producten op de markt te brengen, maar wel om productieprocessen te verbeteren en te versnellen, de houdbaarheidstijden te verlengen, het uitzicht te verfraaien of om geuren en smaken aantrekkelijker te maken enz. Nanotechnologie staat louter in dienst van de economische belangen. De voorstanders proberen met mooie verhalen de mond van de consument te snoeren door te spreken over ‘design voedsel’, voedsel dat men zelf ontworpen heeft door de vorming van atomen en moleculen. Deze voedingsproducten worden verpakt in een veiligheidsverpakking die bederf of schadelijke verontreinig zou kunnen opsporen. De voedingsproducten worden samengesteld volgens de behoefte van de cliënt of de ziekte waaraan men lijdt. Zelfs het mondgevoel wordt naar wens aangepast. Te mooi om waar te zijn. Men kan hiermee voedingsproducten vloeibaarder of vaster maken, de smaak of kleur aanpassen, schadelijke ingrediënten zoals zout, zoet of vet neutraliseren. De mogelijkheden lijken onbegrensd, maar over de gevaren wordt geen woord gerept. Nanotechnologie en genetische manipulatie vullen elkaar aan, maar verhogen juist daardoor de risico’s.

 

Alchemie

Men hoeft geen wetenschapper te zijn om te beseffen dat niemand met deze moderne vorm van alchemie gediend is. De wetenschappers moeten eindelijk gaan beseffen dat de natuur zich niet laat manipuleren. Wij kunnen de natuur een handje toesteken door bijvoorbeeld de omgeving van akkers en tuinen van een natuurlijke beschutting te voorzien of door snoeitechnieken toe te passen. Door aan de bodem kompost of mineralen toe te voegen of de waterhuishouding technisch te beheren door te zorgen dat de bodem voldoende vochtig blijft en de gewassen zich in de juiste gewenste vochtigheidsgraad ontwikkelen. Wij kunnen enorm veel doen zonder de natuurwetten brutaal te overtreden. Een ander belangrijk aspect dat men uit het oog verliest is dat de mens nog altijd een lichaam heeft dat opgebouwd is en functioneert zoals miljoenen jaren geleden en dat we juist daardoor deelachtig zijn aan de natuur en onderworpen zijn aan de natuurwetten. De smaakpapillen worden door fastfood zodanig geprikkeld dat men zich daar mentaal op aanpast. Men vindt het na enige tijd lekker zoals een roker van zijn nicotine kan genieten. Maar juist daar ligt het gevaar van iedere vorm van verslaving. Het verteringsstelsel haalt zoveel mogelijk bruikbare substanties uit alles wat we in onze mond steken, anders zouden veel mensen niet meer overleven. De gevolgen van deze onverantwoorde voedingswijze zijn echter catastrofaal. Ziekenhuizen worden steeds groter, mensen slikken medicijnen in overvloed, de gezondheidskosten zijn voor de overheid ondraaglijk geworden. Toch willen politici niet inzien dat niet de mensheid, maar alleen het grootkapitaal er baat bij heeft. Waarom laten politici genetisch gemanipuleerde gewassen alsook nanotechnologie toe?

 

De trein van de vooruitgang

Men kan de trein van de vooruitgang niet tegenhouden, wordt er beweerd. Als deze trein een vernietigende lading vervoert, is het onze plicht deze tegen te houden. Er zijn twee soorten wetenschappers. Enerzijds een groep die zoekt buiten de natuur en gelooft in de eigen mogelijkheden, anderzijds een groep die juist zoekt binnen de natuurlijke wetmatigheid. Zonnepanelen en windmolens zijn twee voorbeelden hoe de natuur benut kan worden. Biologische land- en tuinbouw toont aan dat het op een natuurlijke wijze kan. Er zijn nog andere ontwikkelingen te melden die de natuur als voorbeeld gebruiken, zoals het gebruik van schimmels en zwammen om industrieel vervuilde bodem te saneren of om woestijnen weer vruchtbaar te maken. We kunnen de natuur inschakelen voor ons eigen belang zonder schade aan te brengen. Dat is de trein van de toekomst die we welkom heten.

 

Kiezen voor voedingsmiddelen in plaats van voedingsproducten zorgt er voor dat nanotechnologie overbodig wordt. Indien de consument de voedingsproducten in de rekken van de supermarkt laat liggen en hoofdzakelijk kiest voor verse en gezonde voedingsmiddelen, zal men niet verder investeren in deze dure nanotechnologie, hoewel ze ook in de landbouw wordt toegepast. Genetisch modificeren van de landbouw gebeurt op het niveau van atomische modificatie. Daardoor kan het DNA van zaden naar wens gerangschikt worden om andere eigenschappen te verkrijgen zoals kleur, vorm, groeiseizoen, opbrengst, houdbaarheid enz. Zo droomt men ervan om in de nabije toekomst een nanocoating op fruit aan te brengen zodat de vruchten langer houdbaar blijven en er mooi en aantrekkelijk blijven uitzien. We hebben geen nanotechnologie nodig om ons gezond te voeden en zeker niet om het wereldvoedselprobleem op te lossen. Door een onjuiste aanpak van de landbouw en de voeding is er een te laag rendement. We hebben alleen een stukje gezond verstand nodig zodat we opnieuw logisch kunnen denken. We kunnen de natuur een handje toesteken, maar niet veranderen of vervangen omdat we zelf een stuk levende natuur zijn dat onderworpen is aan de natuurwetten. Alles wat we tegen de natuur doen, doen we tegen onszelf en tegen het milieu.

15:46 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-12-15

Het zuur-base evenwicht in het bloed.

Er wordt vaak de vraag gesteld of voeding het bloed al dan niet kan verzuren. Het zuur-base evenwicht is een ingewikkelde theorie die we heel eenvoudig kunnen uitleggen. Laten we voorop stellen dat de zure smaak niets te maken heeft met het zuur-base evenwicht. Citroensap is erg zuur, maar heeft een ontzurende werking. Tomaat is licht zuur van smaak en heeft eveneens een ontzurende werking. Dat zorgt vaak voor verwarring. Voedingsmiddelen met een zuuroverschot zijn geconcentreerd en rijk aan calorieën. Ze bevatten veel voedingsstoffen (eiwit, vet, koolhydraat) en weinig water, met uitzondering van vlees. Deze voedingsmiddelen kennen we als granen, peulvruchten, noten, zaden, pitten, kaas, vlees, vis enz. Ze zijn vooral rijk aan eiwit en niet-metalen (mineralen). Deze niet-metalen zetten zich om in zuren zoals fosfor dat fosforzuur wordt. Dit betekent niet dat al deze voedingsmiddelen ongezond zijn, integendeel. We hebben er weinig van nodig en ze geven snel een verzadigingsgevoel.

 

Daarnaast hebben we voedingsmiddelen met een base-overschot. Ze zijn arm aan calorieën doordat ze weinig voedingsstoffen en veel water bevatten. Tot deze voedingsmiddelen behoren fruit, bessen, watervruchten, bladgroente, wortel- en knolgewassen en melk. Ze zijn rijk aan metalen (mineralen) die zich in base omzetten. We eten er grote hoeveelheden van voor er een verzadiging optreedt. In feite leert de natuur ons omgaan met het zuur-base evenwicht. Als vuistregel gaat men er vanuit dat we maximaal 20% voedingsmiddelen met een zuuroverschot nodig hebben tegenover minimaal 80% voedingsmiddelen met een base-overschot. Bij de meeste mensen is deze verhouding verstoord. Zij zitten eerder op 30 à 40% verzurende voeding tegenover slechts 60 à 70% ontzurende voeding. Deze verkeerde verhouding verzuurt het lichaam en verhoogt daardoor het risico op talrijke ziekten zoals hart- en vaatziekten, nierklachten, reumatische aandoeningen, kankers enz.

 

We komen even terug op de vraag of een verstoord zuur-base evenwicht het bloed verzuurt.

 

Het antwoord is duidelijk: Nee. Een afwijking van de zuurgraad van het bloed bij 6.8 ph voert al meteen tot de dood. Gezonde personen zijn, onafhankelijk van hun verkeerd voedingspatroon, in staat om hun bloed niet te laten verzuren. Men gaat er vanuit dat het bloed een zuurgraad moet hebben tussen 7,35 en 7,45, dit betekent licht alkalisch. Er zijn immers buffersystemen in het bloed ingebouwd die dit garanderen. Bij een verkeerd voedingspatroon is het lichaam verplicht om de zuurgraad van het bloed te handhaven door de nieren te stimuleren om voldoende zuur uit te scheiden. Dit betekent een extra belasting van de nieren. Het is niet vreemd dat steeds meer mensen te kampen krijgen met nierproblemen en dat het aantal mensen dat gebruik moet maken van nierdialyse of niertransplantatie steeds groter wordt. Dit wordt veroorzaakt door een hoge consumptie verzurende voedingsmiddelen en voedingsproducten. Niet het bloed, maar het lichaam verzuurt.

 

In tegenstelling tot het bloed heeft het voedingspatroon wel degelijk invloed op de zuurgraad van de urine. Deze varieert van pH 5 tot 8, van zuur tot alkalisch. De ochtendurine is meestal zuur terwijl deze door de dag alkalisch of basisch wordt. Eten we te veel calorierijke voeding en in verhouding te weinig caloriearme voeding, dan is de zuurgraad van de urine laag. Dat wijst erop dat in het lichaam een overschot aan zuur aanwezig is die het lichaam uit veiligheid zoveel mogelijk wil uitscheiden. Als dit niet gebeurt, is dit een belasting van het organisme en het verhoogt het risico op ziektes en gezondheidsproblemen. Naast voeding spelen stress, medicijnen en overmatige spierbelasting eveneens een rol in de verzuring van de urine en van het lichaam.

 

Het zuur-base evenwicht werd voor het eerst door Prof. Dr. Ragnar Berg (1873-1956) bestudeerd. Hij heeft in zijn tijd een poging ondernomen om tabellen uit te werken. Deze tabellen zijn niet meer relevant. Het is uit praktische overwegingen niet mogelijk om dergelijke tabellen te berekenen op basis van de hoeveelheid metalen en niet-metalen. Deze bevinden zich hoofdzakelijk in de aminozuren. Indien we ons laten leiden door de verhouding calorierijke en caloriearme voedingsmiddelen hebben we trouwens geen tabellen nodig. Het komt er op aan dat we spontaan in de dagelijkse voeding grote hoeveelheden caloriearme of waterrijke voedingsmiddelen gebruiken (80%) en de calorierijke voedingsmiddelen (20%) beperken. Bij een reinigingskuur wordt gebruik gemaakt van sap of een monodieet dat uitsluitend een base-overschot heeft. Als kuur is daar geen bezwaar tegen, maar niemand voedt zich uitsluitend op deze wijze, dat zou op langere termijn een tekort aan eiwit opleveren.

 

Er is nog een andere methode die steunt op de zuuruitscheiding van voedingsmiddelen in de urine. Dat is slechts één aspect van het zuur-base evenwicht. Dergelijke tabellen zorgen vaak voor misverstand en verwarring. Iemand die dagelijks fruit, groenten en aardappelen eet, melk of yoghurt gebruikt en het gebruik van vlees, vleesvervangers, kaas, peulvruchten en granen beperkt, hoeft zich geen zorgen te maken. Overtollige zuren worden uitgescheiden via de nieren, de ademhaling en tijdens het zweten (beweging). Het wordt een probleem als de aanvoer van zuren groter is dan de capaciteit om ze uit te scheiden of te neutraliseren. Spontaniteit is het beste middel om tot een goed zuur-base evenwicht te komen.

13:46 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-11-15

De ziekte van Lyme neemt toe door de klimaatopwarming

Er is een duidelijk verband tussen de klimaatopwarming en de toename van teken. Door dat er meer zonlicht is, vangen alleenstaande bomen zoals eiken in tuinen, langs de wegen, parken en open bossen meer licht op en dat heeft een invloed op de groei. Zo zijn er opvallend meer eikels dan enkele jaren geleden. Eikels en andere boomvruchten vormen het krachtvoer voor de dieren in het bos. Voor de everzwijnen zijn eikels de belangrijkste wintervoeding. Meer licht en warmte zorgen voor een betere flora in de vrije natuur wat ook goed is voor ons vervuild milieu. Een betere flora is eveneens gunstig voor de fauna, m.a.w. de natuur probeert zich te herstellen. Een overschot aan voedsel is een goede zaak voor alle dieren in de voedselpiramide. Meer eikels betekent meer knaagdieren, o.a. muizen en dus ook meer teken. De tekenlarven leven net boven de grond en proberen zich vast te klampen aan kleinere dieren die passeren zoals bosmuizen, rosse woelmuizen, eekhoorntjes enz. Meer teken betekent een grotere kans op de ziekte van Lyme.

 

De ziekte van Lyme wordt voornamelijk veroorzaakt door een beet van een teek die is besmet met de Borrelia bacterie. Het is opvallend dat in de Kempen, waar overwegend dennenbossen zijn, de kans op een besmette teek veel hoger ligt dan daar waar de natuur een grotere diversiteit kent, zoals in gemengde loofbossen. De verschraling van de natuur en de klimaatopwarming zorgen ervoor dat in bepaalde streken de ziekte van Lyme meer voorkomt. Wie in de tuin werkt of een wandeling door de natuur maakt, kan gemakkelijk een tekenbeet krijgen. Op zich is dat niet gevaarlijk zolang de teek niet besmet is. Als men de teek onmiddellijk verwijdert, zelfs als ze besmet zou zijn, is er niets aan de hand. Blijft de besmette teek langer dan een à twee dagen op de huid zitten, is de kans op besmetting reëel. De bacterie vermenigvuldigt zich eerst op de plaats van de beet. Na 3 à 32 dagen verplaatsen de bacteriën zich van de plaats van de beet verder in de omringende huid en verspreiden zich via het bloed naar organen of andere plaatsen in de huid. Vormt zich een rode ring of vlekvormige uitslag rondom de tekenbeet dan wijst dit op een besmetting. De meest voorkomende plaatsen waar teken bijten zijn been, dij, bil, romp of oksel. De rode plek breidt zich uit tot een doorsnee van 15 cm, vaak met een lichte opheldering in het midden. De plek jeukt niet en is niet pijnlijk, maar kan bij aanraking warm aanvoelen. Bij ongeveer 25% van de besmette mensen is er geen rode cirkel of men heeft die niet opgemerkt.

 

Jonge ziekte

Ongeveer 20% van de teken is besmet. Een antibioticabehandeling is dan nodig om de ziekte van Lyme te voorkomen. Wie dit niet of te laat opmerkt heeft grote kans de ziekte te krijgen. De ziekte is pas in 1975 ontdekt in de plaats Lyme in de staat Connecticut (VS) en is nu de meest voorkomende door insecten overgebrachte infectie in de VS en in Europa. Meestal komt de ziekte voor in de zomer en de vroege herfst. Wie besmet is, voelt zich ziek en vertoont bepaalde symptomen zoals moe zijn, last hebben van rillingen en koorts, hoofdpijn, stijve nek en spier- en gewrichtspijnen. Deze symptomen komen ook bij andere klachten voor zodat men niet onmiddellijk moet denken aan Lyme. Hoewel de meeste symptomen kunnen opkomen en weer verdwijnen, kan het gevoel van ziek zijn en zich moe voelen wekenlang aanhouden. De symptomen worden vaak ten onrechte gezien voor griep of een virusinfectie. Er zijn gevallen bekend waarbij de ziekte van Lyme voor ernstige klachten heeft gezorgd zoals neurologische verschijnselen, aantasting van de hersen- en ruggenmergvliezen, eenzijdige verlammingen van het gezicht die maandenlang aanhouden. Onregelmatige hartslag en ontsteking van het hartzakje met pijn op de borst doen zich soms voor (8%). Als de ziekte niet wordt behandeld ontstaat er een chronisch stadium. In de VS is er veel kans op het ontwikkelen van artritis terwijl dit in Europa veel minder voorkomt. We zien dat er zwellingen en pijn ontstaan in de grote gewrichten, vooral in de knie. De ziekte van Lyme kan ook zorgen voor stemmingswisselingen, spraakproblemen en zelfs slaap- en geheugenproblemen.

 

Diagnose en behandeling

Bloedonderzoek is de meest gebruikte methode. De aanwezigheid van antilichamen tegen de bacterie en de bekende symptomen bevestigen de ziekte. Het is niet eenvoudig absolute zekerheid te krijgen omdat veel symptomen ook bij andere klachten voorkomen. Zelfs de aanwezigheid van antilichaampjes biedt geen zekerheid. Vaak wordt ten onrechte een lange antibioticakuur aanbevolen terwijl de ziekte van Lyme niet aanwezig is. Als de teek is opgezwollen, wat wijst op een langere aanwezigheid, en/of er is een rode cirkel, dan is een antibioticakuur noodzakelijk. Dit geldt eveneens als er neurologische klachten zijn. Omdat er geen vaccin is tegen deze ziekte, legt men het accent op preventie. Door de broekspijpen in de laarzen te stoppen als men in de tuin werkt of als men in dichtbegroeide gebieden wandelt, voorkomt men dat teken de huid bereiken. Douchen nadat men in contact is geweest met een tekengebied behoort eveneens tot de preventie. Het verwijderen van de teek gebeurt met een pincet. De kop van de teek moet zo dicht mogelijk bij de huid worden vastgepakt. De teek moet 24 uren op de huid hebben gezeten en bloed hebben opgezogen voordat er sprake kan zijn van een infectie. Aan de ene kant moeten we niet overdreven bang zijn, maar voorzichtigheid is altijd geboden.

 

Natuurgeneeskundige mogelijkheden

Omdat de ziekte van Lyme ernstige gevolgen kan veroorzaken, is men aangewezen op de reguliere geneeskunde. Uiteraard kan men aanvullend en ondersteunend werken, o.a. door de immuniteit te verhogen door het gebruik van knoflook, ui, honing, stuifmeel, kamille, Rode zonnehoed (Echinacea), champignons, enz. Tijdens een antibioticakuur is het raadzaam om natuuryoghurt te gebruiken om de aangetaste darmflora te herstellen. De overvloed aan eikels in de herfst geeft aan dat er de volgende zomer meer teken zijn wat de kans op de ziekte van Lyme vergroot. Bent u op zoek naar therapeutische hulp, surf dan naar http://www.natuurgeneeskundigen.be

09:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-11-15

Labels op voedingsproducten deugen niet.

De commerciële wereld is op leugens en misleiding gebouwd. In de auto-industrie heeft VW aangetoond hoever men met bedrieglijke praktijken kan en durft te gaan. De kwaliteitslabels van huishoudelijke toestellen lijken niet te kloppen en die op voedingsproducten zijn meer dan misleidend. In wat een wereld leven we? Iedereen vindt het normaal dat er bij officiële instellingen gelobbyd wordt en dat daardoor de grenzen van het fatsoen niet worden overtreden, maar is dat wel zo? Zelfs de consumentenverenigingen staan vaak machteloos tegenover de machtige bedrijven die alles naar hun hand zetten. De laatste jaren worden we overrompeld met labels en keurmerken op voedingsproducten om de steeds luider wordende kritiek te neutraliseren. Het grote probleem is dat al deze labels niet gecontroleerd worden, maar steunen op het principe van vrije meningsuiting want het gaat hier om de mening van de fabrikant. De voedingsindustrie huurt dure reclamespecialisten in die deze slogans bedenken terwijl grafici er een kleurrijk en opvallend ontwerp bij bedenken. Laten we enkele van deze labels bekijken.

 

Belgisch vlagje

Het is niet verboden om de Belgische vlag op een verpakking af te drukken, maar iedereen denkt meteen dat het om een Belgisch product gaat. Daar zit nu precies de bewuste misleiding in. Het zet aan om dergelijke producten te kopen omdat de consument veronderstelt dat het een product van eigen bodem is met een beperkt transport, wat milieuvriendelijke consequenties heeft. Bij nader toezicht blijkt dat het niet om Belgische maar om Duitse melk gaat.

 

Bewuste keuze

Dit blauwe vinkje met blauwe cirkel moet aanduiden dat het product een betere keuze is binnen een groep van ongezonde voedingsproducten zoals frisdrank, roomijs of snacks. De fabrikant schuift de verantwoordelijkheid in de schoenen van de consument, want het is zijn bewuste keuze. De producten met een dergelijk label zijn meestal iets duurder, want er meer geld aan uitgeven is eveneens een bewuste keuze.

 

Gezondere keuze

Het blauwe vinkje met groene cirkel moet aangeven dat het om een gezond product gaat, met voedingsstoffen uit de zogenaamde ‘schijf van vijf’. Groen staat immers voor veilig en veilig roept gezondheid op. Het zoutgehalte wordt meestal iets verlaagd, suiker wordt door zoetstof vervangen of men voegt er wat extra vezels aan toe. Net als bewuste keuze is ook deze label waardeloos en misleidend.

 

Dolfijn vriendelijk gevangen

Dit keurmerk staat op vis in blik en moet garanderen dat er tijdens de visvangst geen dolfijnen zijn gesneuveld. Dit label biedt absoluut geen garantie op duurzaamheid en zegt niets over overbevissing of andere bedreigde vissoorten. Tonijn leeft meestal niet in een gebied waar dolfijnen zwemmen. Het is gewoon krankzinnig om op een dergelijke wijze de consument te misleiden.

 

Betrouwbare labels

Er zijn slechts een handvol betrouwbare labels zoals ‘Fairtrade’ dat belooft eerlijke handel met het zuiden, goede arbeidsomstandigheden en eerlijke prijzen. Verder omvat het een aantal milieucriteria. Het label wordt gecontroleerd door onafhankelijke instanties, zoals het ook hoort. Dit label heeft niet als doel gezondheid te garanderen. Wijn, koffie en chocolade worden op een eerlijke wijze geproduceerd en verhandeld, maar het blijven ongezonde producten. ‘Flandria’ is een keurmerk van duurzaam geteelde groenten en fruit, maar is geen garantie voor biologische kwaliteit. ‘Streekproduct’ staat op ambachtelijke voedingsproducten. ‘V-label‘ wijst op vegetarische voedingsproducten en biedt de garantie dat het geen ingrediënten bevat afkomstig van gedode dieren.

 

Naast al deze labels zijn er de bedenkelijke vermeldingen van ingrediënten, voedingsstoffen en voedingsadditieven op het etiket. De gegevens zijn erg summier en even misleidend. De consument moet uiterst kritisch zijn en heel bewust zijn aankopen doen. Het is raadzaam de voorkeur te geven aan verse voedingsmid-delen die men zelf in de eigen keuken bereidt. Dan ligt men niet wakker van al deze misleidende labels. Voedingsproducten, met of zonder labels, zal men zo weinig mogelijk gebruiken. We krijgen regelmatig reacties binnen van gezinnen die deze raad opvolgen en steeds minder voedingsproducten kopen. Het is een beetje wennen en organiseren, maar wie de natuurlijke smaken van verse voedingsmiddelen herontdekt heeft, staat weigerachtig tegenover al deze voorverpakte voedingsproducten.

10:21 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-11-15

Rood vlees Even gevaarlijk als sigaretten en astbest

Een nieuw rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigt dat de vegetariers gelijk hebben: vlees is ongezond en kankerverwekkend. Daarin staat onomstotelijk dat bewerkt vlees darmkanker kan veroorzaken en rood vlees waarschijnlijk ook. Het is vooral het bewerkte vlees zoals worst, gehakt, hamburgers en vleeswaren (charcuterie) die het risico verhogen, zelfs zo ernstig dat het gelijk wordt gesteld aan nicotine en asbest. Dit is logisch omdat bewerkt voedsel (voedingsproducten) niet vers is en bijna altijd veel voedingsadditieven bevat. Het rapport steunt op 800 internationale studies. In feite bevestigt de WHO wat onderzoekers al decennia weten. Waarom komt men er nu pas zo uitdrukkelijk mee in de media? Het aantal gevallen van darmkanker is de laatste jaren onrustwekkend gestegen. In Nederlandstalig België (6 miljoen inwoners) komen er per dag 13 nieuwe gevallen bij en is daarmee een van de meest voorkomende tumoren. Wie iedere dag 50 gram bewerkt vlees eet, verhoogt volgens de onderzoekers het risico op kanker met 18%. Dr. Eric Van Cutsem, gastro-enteroloog (UZ. Leuven) is ervan overtuigd dat door te stoppen met roken en minder vlees te eten kanker kan worden teruggedrongen.

In welke mate de consument door deze waarschuwing zijn eetgedrag gaat veranderen, weet men niet. De laatste twee decennia is er rond vlees een soort bewustzijn ontstaan zowel wat de gezondheid betreft als de ecologie. Het is al lang niet meer het noodzakelijk voedingsmiddel. Er wordt minder vlees geconsumeerd dan dertig jaar geleden. Het aantal vegetariërs is sterk toegenomen, niet-vegetariërs hebben het vleesgebruik sterk gereduceerd. Tijdens de voorbije vastentijd hebben meer dan 50.000 mensen deelgenomen aan een actie om 42 dagen geen vlees te eten. Nu vlees op de lijst staat van de kankerverwekkende producten en even gevaarlijk is als het roken van sigaretten, is het logisch dat er bij de slager, in de supermarkt of op de verpakking van vleeswaren dezelfde waarschuwing moet komen als op een pakje sigaretten. In de varkenskwekerij en veehouderij is er veel aan het veranderen. Vele bedrijven sluiten hun deuren. Er is een tijd geweest dat er in de meeste landen van de EU meer varkens dan inwoners waren. Dieren met antibiotica en industrieel voeder vetmesten in een minimum van tijd in een dieronvriendelijke omgeving, is onverantwoord. Het zijn zieke dieren die vlees leveren van slechte kwaliteit.

 

Rood of wit vlees!

Rood vlees is afkomstig van runderen, varkens, schapen, geit, ree, hert, paarden enz. Wit vlees is afkomstig van gevogelte en pluimvee zoals kip, kalkoen, kwartels, fazant maar ook kalfsvlees en konijn. Het verschil tussen rood en wit vlees ligt aan de hoeveelheid heemijzer en myoglobine (zuurstofbindend eiwit). Bij overmatig gebruik van rood vlees krijgt men te veel heemijzer binnen en deze stof ligt aan de basis van de vorming van kankercellen. De aanwezigheid van het eiwit myoglobine zou eveneens het risico op kanker verhogen. Terwijl de WHO het verband legt tussen rood vlees en darmkanker zijn er onderzoekers die van mening zijn dat vlees het risico verhoogt op borstkanker, leverkanker, longkanker en slokdarmkanker. Overschakelen op wit vlees is geen oplossing omdat vlees nog heel wat meer nadelen kent. Vlees bevat cholesterol, verzadigde vetten, bevat geen ruwe vezels en veroorzaakt gemakkelijk darmverstopping. Door de aanwezigheid van rottingsbacteriën wordt de darmflora aangetast en dat zorgt voor een te trage darmwerking. Alle voedingsstoffen die in wit of rood vlees aanwezig zijn, vinden we evenzeer in plantaardig voedsel met uitzondering van de vitamine B12, die enkel in dierlijk voedsel voorkomt. B12 wordt in een gezonde darm zelf aangemaakt en komt evenzeer voor in melk, melkproducten en eieren. Er is geen enkele reden om vlees te eten om gezond te zijn.

 

Vleesvervangers

Dit WHO-rapport zal ongetwijfeld invloed hebben op het economisch leven en op het verstrekken van voedingsadviezen. Er gaat zeker een verschuiving komen van rood naar wit vlees, maar dat lost het probleem niet op. Iedere vorm van vlees belast het darmstelsel en verhoogt het risico op kanker en andere ziekten. We moeten er vanuit gaan dat we als mens een verteringsstelsel hebben dat niet gemaakt is om vlees te eten. Als we een vergelijking maken met het verteringsstelsel van een carnivoor (vleeseter), merken we meteen het onderscheid. Een carnivoor (kat of hond) kan zijn gebit maar in één richting bewegen terwijl wij het zowel horizontaal als vertikaal bewegen. In tegenstelling tot de carnivoor beschikken we over een redelijk lang en ingewikkeld darmstelsel terwijl een carnivoor over een kort en glad darmstelsel beschikt en een snel werkende lever. De darminhoud (feces) die door de niet opgenomen vleesresten wordt gevormd, is rijk aan rottingsbacteriën en moet daarom het lichaam snel verlaten. Bij de mens kan dat niet en blijft alles te lang in het darmstelsel achter. De gevormde gifstoffen worden via het bloed door heel het lichaam verspreid. 

We zijn geen vleeseters, hebben geen vlees nodig en hebben geen behoefte aan vleesvervangers zoals kunstvlees, namaakvlees, namaak hamburgers, worst enz. We moeten af van het foutieve idee dat we vlees nodig hebben en dat op het bord of op de boterham iets moet zijn dat ons aan vlees doet denken. Dat is een totaal verkeerde voorstelling die helaas bij veel vegetariërs nog altijd aanwezig is. De meeste vleesvervangers zijn gemaakt op basis van soja, het meest geïndustrialiseerd voedingsproduct. Leer eten zonder vlees en zonder vleesvervangers. Geef de voorkeur aan verse voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Door geen vlees of vis te eten, komen veel meer ingrediënten aan bod en krijgt voeding een heel andere inhoud.

 

Overgangsfase

Hoe krachtig de waarschuwing van het WHO ook mag zijn, er gaan nu al allerlei speculaties en adviezen rond hoe men toch gezond en met minder risico vlees kan eten. De voedingsindustrie zal met agressieve reclameboodschappen de kracht van het rapport proberen te ondermijnen. Iedereen kent wel in zijn omgeving grote vleeseters die stokoud zijn geworden en nooit kanker hebben gekregen. Kanker is een ingewikkelde ziekte waarbij zoveel factoren betrokken zijn. Vooral individuele factoren spelen een grote rol. Wie zich gezond voedt en dat betekent geen of weinig vlees eet, heeft geen garantie nooit kanker te krijgen. Als de ziekte echter toeslaat, hebben deze mensen een grotere kans de ziekte te overwinnen. Een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze is een goede preventie tegen kanker, daar is iedere kankerspecialist het mee eens. Dit rapport gaat zijn invloed hebben, mensen gaan minder vlees eten, worden kieskeurig en evolueren langzaam naar een betere voeding. Wie minder vlees eet verkleint zijn ecologische voetafdruk en vermindert het dierenleed.

10:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-10-15

Bruiswater heeft veel voordelen.

Heel lang heeft men gemeend dat plat water (bronwater) gezonder zou zijn dan bruiswater, maar dat is niet zo. Er werd zelfs beweerd dat bruiswater ongezond zou zijn omdat het koolzuur bevat. Velen dachten dat koolzuur verzurend zou werken. Dit is onzin want dit heeft niets met het zuur-base evenwicht te maken. Fruit en bessen bevatten vruchtzuren die geen invloed hebben op het verzuringsproces, integendeel, ze werken sterk ontzurend. Er is immers een verschil tussen gebonden en vrije zuren. Laten we duidelijk zijn, plat water is gezond, het is niet beter, maar ook niet slechter dan bruiswater. Het enige verschil is dat bruiswater een aantal bijkomende goede eigenschappen bezit. Het is onze bedoeling om bruiswater uit zijn onterecht negatief imago te halen en alle liefhebbers van dit sprankelend water gerust te stellen. Drink met een zuiver geweten verder, want je bent goed bezig.

Koolzuur of koolzuurgas (CO2) is een kleurloos, niet giftig gas met een prikkelende reuk en smaak. Het komt van nature voor in de lucht die we inademen. Het is o.a. een eindproduct van koolstof zoals koolhydraat (natuurlijke suikers), eiwit en vet. Het is een stof die eigen is aan het menselijk lichaam. Koolzuur komt van nature voor in sommige bronwaters (flessenwaters) of wordt er aan toegevoegd. Koolzuurhoudende waters hebben geen enkel nadeel voor de gezondheid, maar er zijn wel heel wat misverstanden die bij veel mensen zijn ingeburgerd. We bespreken de extra goede eigenschappen die bruiswater bezit tegenover plat water.

Langer houdbaar
Koolzuur heeft een conserverende werking doordat bacteriën gedood worden en houdt de zuurgraad lager wat besmetting voorkomt. Bruiswater blijft daardoor langer vers dan plat water.

Aangenaam mondgevoel
Omdat koolzuur aan het water een sprankelend karakter geeft, is het mondgevoel aangenaam, prikkelend en verfrissend. Men krijgt meer volume in de mond.

Tast de tanden niet aan
Koolzuurhoudend water heeft een zuurgraad van ongeveer 4 pH en is daardoor een zwak zuur dat geen invloed heeft op het glazuur van de tanden. Koolzuurhoudend water bevat geen toegevoegde suikers en houdt het bacterieel evenwicht in stand. Koolzuurhoudend water smaakt licht zuur en heeft een zeer lage buffercapaciteit waardoor het zwakke zuur meteen in de mond geneutraliseerd wordt door het speeksel.

Betere maagwerking
Koolzuurgas stimuleert de maagsecretie wat de maagwerking verhoogt en bevordert de absorptie van het voedsel via de darmmucosa (slijmvliezen). Vooral mensen met een trage maagwerking hebben er veel voordeel aan. De maag werpt op en geraakt zo weer in beweging.

Verbetert de opname van medicijnen
Artsen en deskundigen bevelen bruiswater aan bij bepaalde medicijnen die eerst in water moeten opgelost worden. Bruiswater zorgt voor een betere oplossing dan plat water.

Remt het hongergevoel af
Mensen die aan overgewicht lijden, hebben er voordeel bij om bruiswater te drinken omdat er sneller een vol gevoel optreedt. De hoeveelheid koolzuur heeft wel degelijk invloed op het verzadigingsgevoel.

Geen invloed op de calciumhuishouding
Uit onwetendheid werd door sommige mensen verondersteld dat koolzuur zou zorgen voor botontkalking (osteoporose) en artrose. Deze bewering is op niets gebaseerd. Koolzuur heeft geen invloed op de vorming van het bot, noch op de calciumopname uit voedingsmiddelen.

Bruiswater drinkt gemakkelijker
Er zijn mensen die het moeilijk hebben om water te drinken. De ervaring heeft aangetoond dat bruiswater gemakkelijker drinkt.

Bruiswater is gezond
Er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er nadelen zijn voor de gezondheid, integendeel, de hier vermelde eigenschappen leveren alleen voordelen op. Het koolzuur wordt opgenomen door de maagwand of door de dunne darm en wordt omgezet in bicarbonaat. Bicarbonaat is de belangrijkste buffer in het bloed om verzuring te voorkomen.

De laatste jaren werd veel aandacht besteed aan het belang om dagelijks water te drinken. We herhalen wat we in voorgaande artikelen al eens gezegd hebben: overdrijf niet. Schakel iedere vorm van frisdrank uit waaraan suikers of zoetstoffen zijn toegevoegd. Drink water, vruchtensap met natuurlijke suikers, groentesap, kruidenthee en andere natuurlijke dranken. De hoeveelheid water (drank) die je per dag nodig hebt, wordt door vele factoren bepaald. Wie gezond eet, krijgt door waterrijke voedingsmiddelen al een grote hoeveelheid water binnen. Wie geen koffie of alcoholische dranken drinkt, geen medicijnen slikt, niet al te veel voedingsproducten eet, heeft weinig door te spoelen. Dit in tegenstelling tot mensen die niet met gezondheid bezig zijn. Fixeer je niet op de hoeveelheid, maar op de behoefte die je lichaam kent. Bij sporten en veel bewegen zweet men meer en moet het uitgescheiden vocht vervangen worden. De hoeveelheid drank staat in verhouding met het functioneren van het lichaam.

10:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-10-15

Suikertaks is goed voor de overheid

De Belgische Federale regering zit met een gat in de begroting. Om dit te dichten zoeken politici naar bijkomende bronnen van inkomsten. De taks verhogen op rookwaren is een voor de hand liggende strategie die steeds met veel succes wordt toegepast. Het is maatschappelijk verantwoord en de rokers laten het roken niet omdat een pakje sigaretten weer eens duurder wordt. Een ander aantrekkelijk slachtoffer is de autogebruiker. Verhoging van de accijns op brandstof levert veel geld op en de auto kan men niet in de garage laten staan omdat het openbaar vervoer meestal geen alternatief is. Men heeft nu een derde slachtoffer geviseerd, namelijk de aan suiker verslaafde burger. Men weet dat suikerverslaving sterk verbreid is onder de bevolking en dat niemand, ondanks de suikertaks, bereid is om al die zoete dingen in de rekken te laten liggen. Een verslaving lost men niet op met een prijsverhoging. Dit is een hypocriete houding.

Omdat de suikertaks in de media flink belachelijk wordt gemaakt, spreekt de overheid liever van een gezondheidstaks. Iedereen weet dat politici niet bezorgd zijn om de gezondheid van de bevolking, maar alleen wakker liggen van het gat in de begroting. Want als de bevolking morgen gezond en milieubewust leeft, krijgt de overheid het extra moeilijk om een begroting in evenwicht te brengen. Men rekent erop dat de suikertaks op frisdrank 50 miljoen euro naar de staatskas laat vloeien. Volgens de Belgische Vereniging van water en frisdrankproducten (VIWF) verdient de overheid nu al 450 miljoen aan de sector, maar het is nooit genoeg. Zou men ieder jaar dit bedrag gebruiken om de consument behulpzaam te zijn om het gebruik van frisdrank te reduceren, dan zou er in België geen 124 liter per persoon, per jaar gedronken worden (Nederland 107 liter per persoon, per jaar). Een overheid haalt haar inkomsten voor een groot deel uit het ongezonde levenspatroon van haar burgers. Dit is de vicieuze cirkel waar men moeilijk uitgeraakt.

Indien de overheid morgen alles verbiedt wat ongezond en milieuonvriendelijk is, stijgt de werkloosheid, stijgen de uitgaven en dalen de inkomsten. Op langere termijn zal het effect op de uitgaven voor volksgezondheid merkbaar zijn. Het probleem is de overbrugging. Het is tragisch dat heel onze samenleving, inclusief de overheid, steunt op economische principes. Het is bijzonder moeilijk om daar verandering in te brengen, men heeft zich vastgezet in het eigen systeem. Uiteraard zijn wij voorstander van een suikervrije samenleving, maar die krijgt men niet door een suikertaks in te voeren, door een blikje frisdrank met 1 eurocent te verhogen. Daar is een hele strategie voor nodig en vooral een langetermijnvisie. Zolang de consument, politici en zelfs wetenschappers het verschil niet kennen of maken tussen natuurlijke suikers (goede suikers) en toegevoegde suikers (slechte suikers), geraakt men geen stap verder. De consument, die in de greep zit van de reclame en de machtige voedingsindustrie, verandert zijn voedingspatroon niet, ook al moet men daar meer voor betalen.

Het is naïef te geloven dat de overheid met enkele campagnes in de media de consument aanzet tot een gezonde levenswijze en voedingspatroon. In een dictatuur kan men regels afdwingen, in een democratie ligt dit anders. Boeren die nu suikerbieten verbouwen, kunnen op andere gewassen overschakelen. Suikerfabrieken kan men sluiten, maar de sociaal economische gevolgen moeten tijdig en goed worden opgevangen. Tijdens een nachtelijke vergadering beslissen politici om een suikertaks in te voeren, terwijl er geen plan is om de consument van zijn suikerverslaving te bevrijden. Het is niet correct dat de overheid bijkomend geld haalt bij de zwakkeren van onze samenleving. Ze hebben recht op hulp en ondersteuning.

De complementaire zorg, wat men vroeger de alternatieve geneeskunde noemde, is het best geplaatst om een boodschap van gezondheid uit te dragen. Trouwens, het idee dat toegevoegde suikers ongezond zijn, komt uit de complementaire zorg. Maar het heeft meer dan dertig jaar geduurd eer deze boodschap begrepen werd. De complementaire zorg werkt aan de basis, staat heel dicht bij de mens en weet op een concrete en haalbare wijze een eerlijke boodschap over te dragen. De overheid staat aan de top, beheert de staatskas, maar heeft geen binding met de basis. Politici geven zelden het goede voorbeeld en komen daardoor niet geloofwaardig over. Als we streven naar een suikervrije samenleving dan moeten we het belang van de natuurlijke suikers promoten en niet die van de zoetstoffen. Mensen moeten zich bewust worden dat gezonde voeding uit voedingsmiddelen en niet uit voedingsproducten bestaat. Voeding moet weer een plaats in het gezin krijgen. De emotionele en creatieve aspecten zal men opnieuw ontdekken zodat men er met plezier tijd voor uittrekt. Wil men naar een suikervrije en gezonde samenleving evolueren dan zal de overheid meer aandacht moeten besteden aan kortere arbeidstijd, geen acht maar zes uren per dag werken zodat er tijd en ruimte is om zijn gezondheid bij te sturen. Dit klinkt utopisch, maar dat is het niet. Er moet alleen een goede strategie worden uitgewerkt om deze doelstellingen op een niet al te lange tijd te realiseren.

11:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-10-15

Voeding, pure emoties

‘Wat eten we vandaag?’ vroeg het zoontje van Linda. ‘Haal maar wat bij de Chinees, want ik heb geen tijd om iets klaar te maken!’ antwoordt de moeder terwijl ze druk bezig is met een huishoudelijke taak af te werken. Het gebeurt steeds vaker dat men iets uit het vuistje eet terwijl men tv kijkt of met de computer bezig is. De afhaalchinees, het frietkot om de hoek, de Kebab, de pizzeria en de kant-en-klaar maaltijden uit de supermarkt doen het goed. Zij spelen in op het fenomeen tijdgebrek in onze moderne samenleving. Eten is meer dan het aanvoeren van voedingsstoffen of het stillen van een hongergevoel, het is een diep ingrijpende gebeurtenis, het is een beleving, het is pure emotie. Voor veel gezinnen lijkt dit allemaal geromantiseerd en geïdealiseerd omdat dit voor hen utopisch is. Is dat wel zo? Iedereen draagt de warme herinnering met zich mee van die gelukzalige momenten toen men nog samen gezellig aan tafel zat en genoot van spijs en drank, maar vooral van die onvervalste gezelligheid met uitwisseling van gedachten en gevoelens. Dat kan nu nog altijd, driemaal per dag, maar we moeten ons bewust zijn van het belang om samen aan tafel te eten. Daarom moeten we anders met tijd leren omgaan en de gezinsactiviteiten herorganiseren. Dat schrikt een beetje af want het kost moeite en aanpassing, maar probeer het en streef er naar om minstens eenmaal per dag samen aan tafel te zitten en tijdens het weekeinde iets vaker.

Het lijkt wel of in deze verwarde wereld alles gericht is op het uitbuiten van onze zwakheden. Er wordt ontzettend veel aangeboden voor mensen die denken dat ze geen tijd hebben. De groenten in de supermarkt zijn al gewassen en gesneden, de sauzen zijn handig verpakt en veel gerechten hoeven alleen maar opgewarmd te worden. Gemakkelijker kan het niet. Heel wat mensen nemen hun ontbijt buitenhuis want ze hebben geen tijd om zelf iets klaar te maken. ’s Middags staan mensen in lange rijen aan de eethuisjes aan te schuiven en ’s avonds wordt er gezellig uitgebreid in het restaurant gegeten. Buitenhuis eten is gezellig en is meestal een fijne beleving, behalve als het een dagelijkse routine wordt. Het kost veel geld voor een lage kwaliteit. Er is een tendens waar te nemen dat jonge gezinnen steeds meer de voorkeur geven om thuis samen aan een gezellige tafel een zelfbereide maaltijd te nemen. Het is goedkoper, gezond, men weet wat men eet en het is super gezellig. De verbondenheid tussen ouders en kinderen wordt er door versterkt.

Samen gezellig aan tafel eten mag geen opgave zijn, maar een vanzelfsprekendheid. Creatief omgaan met voedsel is doorslaggevend. Gezonde en bewuste voeding is de sleutel van een harmonieuze levensstijl, ontspanning en welzijn. Dat is de reden waarom steeds meer mensen bewust en actief omgaan met voeding en gezondheid. Het bereiden van voedsel is een creatieve bezigheid waarbij de kinderen betrokken zijn. Kinderen zijn vaak erg handig in de keuken en hebben goede en gezonde ideeën. Door deze betrokkenheid gaan ze bewust met gezondheidsaspecten om. Voeding en vrije tijd zijn gemakkelijk te combineren. Er zijn mooie voorbeelden van ouders die samen met hun kinderen boerenmarkten bezoeken, biologische appelen plukken in verlaten boomgaarden, deelnemen aan kruidenwandelingen, een bezoek brengen aan artisanale kaasbedrijfjes of aan een imker om het geheim van de honingbij te leren kennen. Hierdoor krijgt voeding een andere inhoud en maakt deel uit van een gezonde levenswijze. Begin met kleine verbeteringen die geleidelijk aan uitgroeien tot een sterke verbondenheid tussen ouders en kinderen.

15:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-10-15

Wintervoeding Het kan ook anders!

Bijna iedereen stelt vast dat men tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomt. Bovendien vallen de eindejaarsfeesten in hartje winter. Dit is logisch omdat we de neiging hebben om meer te eten dan in de zomer terwijl we ons minder bewegen en veel tijd binnenshuis doorbrengen. Dieren in de vrije natuur zoals reeën en elanden in het Noorden bouwen in de zomer voldoende vetreserve op om deze in de winter als er weinig voedsel voorradig is, te gebruiken. Dit is voor hen de enige manier om met weinig voedsel te overwinteren. Vet bevat meer dan het dubbele aan calorieën waardoor deze dieren minder gewicht meesleuren. Net als deze dieren bouwt de mens een vetreserve op, maar blijft heel de winter door verder eten. Daardoor maakt de mens nog meer vetweefsel aan en stijgt zijn lichaamsgewicht. We zouden in de winter minder moeten eten omdat we minder bewegen, minder actief zijn en minder vet verbranden. Er bestaan heel wat misvattingen, want men denkt omdat het koud is dat we meer voedsel nodig hebben.

 

Deze redenering klopt voor de moderne mens niet omdat er door de centrale verwarming in ieder huis een constante temperatuur heerst terwijl we warme winterkleding dragen. De invloed van het koude weer heeft, in tegenstelling tot de rendieren, een veel geringere invloed op ons. Als we ons buiten verplaatsen dragen we een dikke winterjas, warme sjaal, muts en handschoenen terwijl we ons met een verwarmde auto of openbaar vervoer verplaatsen. Er is nauwelijks afkoeling. Als we tijdens de winter een flinke wandeling maken, hebben we het vrij snel te warm omdat we te dik gekleed zijn. Er is geen enkele reden om tijdens de winter meer calorieën tot ons te nemen, want we gebruiken er niet meer, misschien juist minder. We kunnen de klimatologische invloeden van de winter niet uitschakelen zoals minder licht, langere nachten, meer behoefte om te slapen en minder actief zijn, maar die hebben weinig invloed op ons eetgedrag.

 

Een ander veel voorkomend misverstand is dat men denkt tijdens de winter veel warm voedsel en drank nodig te hebben. Veel mensen verheugen zich op een kop warme koffie of soep, maar in feite verwarmen ze daar alleen hun handen mee op. Het lichaam heeft een constante kerntemperatuur van 36 °C. Alles wat warmer is, koelt in ons lichaam af en wat kouder is, wordt opgewarmd. Aan alles wat boven de 40 °C is verbranden we ons en laten we spontaan afkoelen. Het ijsje dat we in de zomer eten, wordt in onze maag opgewarmd. We kunnen in de winter even goed koude voedingsmiddelen eten, want alles wordt op lichaamstemperatuur gebracht. Het is echter nooit aan te raden om te koud voedsel te gebruiken. Als we voedsel eten dat direct uit de koelkast (+ 4 °C) komt, heeft het lichaam veel warmte nodig omdat op lichaamstemperatuur te brengen. Het elders weghalen van warmte kan voor koude rillingen zorgen of de warmtehuishouding verstoren. Kinderen die in de zomer een deel van hun ijsje afslikken, krijgen vaak plotse hoofdpijn door deze koude shock in de maag. In de winter eten we net als in de zomer rauwkost en drinken we koud water. Wie dat niet gewoon is, kan bij de overschakeling tijdelijke reacties ondervinden. Dit zijn aanpassingen van het organisme aan niet vertrouwde situaties. Het is logisch dat men in de zomer extra afkoelende voeding gebruikt omdat het buiten te warm is, maar het is niet logisch dat we in de winter grote hoeveelheden extra warme voeding gebruiken want ons lichaam kent geen warm voedsel.

 

Los van de temperatuur spelen vooral de calorieën een grote rol. Veel mensen hebben in de winter de neiging om grote hoeveelheden calorierijk voedsel te gebruiken. Uiteraard behoren de noten, zaden en pitten tot de typische wintervoeding en dat zijn calorierijke voedingsmiddelen, maar we hebben daar niet zoveel van nodig. In de oertijd toen de mens nog te kampen had met voedselschaarste waren de noten, zachte zaden en pitten door hun hoge voedingswaarde belangrijk voedsel om te overwinteren. We leven nu in een niet vergelijkbare situatie. De verhouding tussen calorierijke en caloriearme voeding bedraagt 20/80 en dat geldt zowel voor de zomer als voor de winter. Het is niet vreemd dat veel mensen tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomen. Een deel van hen weet dat in het voorjaar te reduceren door meer te sporten en minder te eten, maar voor veel anderen is dat een stijging van het lichaamsgewicht.

 

In principe is er weinig verschil tussen een zomer- en een wintervoeding, omdat de invloed van de winter door de centrale verwarming en warme kleding is uitgeschakeld. In de winter is er een extra aanbod van wintergroente zoals verschillende soorten kolen, witloof, veldsla, wortelen, knolgewassen enz. Het zijn allemaal voedingsmiddelen die van nature uit overwinteren en heel de winter door vers blijven. Er is heel wat bewaarfruit en ingevoerd fruit zoals tropische vruchten. Gedroogd fruit is eveneens een natuurlijke bewaar techniek. Gedroogd fruit laten we altijd eerst in bronwater gedurende een nacht weken, dan zwellen de vruchten weer op en zijn ze licht verteerbaar. Het verschil tussen winter- en zomervoeding berust veel meer op voedingsgewoonte, tradities en gebruiken. Naarmate we ons meer op de seizoenen richten en gebruik maken van seizoensgebonden voeding, beleven we de seizoenen veel intenser. Dat betekent niet dat we in de winter meer moeten eten, terwijl we dan juist minder verbruiken.

12:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-09-15

Gif is gezond. Hoe durft men dit beweren!

Onlangs viel mijn oog op een speciale editie van Elsevier met als veel zeggende titel ‘GEZONDHEIDS ABC’ en als ondertitel ‘Alles over de revoluties in de medische wetenschap. Wat u moet weten om gezond en fit te worden en te blijven.’ Deze kleurrijke brochure lag tussen de andere tijdschriften in een krantenwinkeltje en is blijkbaar bedoeld voor het grote publiek. Ik was erg verrast toen ik de titel van een artikel zag: ‘Gevaarlijk? Gif is gezond’. Geen enkel artikel draagt de naam van een auteur, enkel achteraan bij het colofon staan 5 namen vermeld van personen die aan dit nummer hebben mee gewerkt. Er wordt verondersteld dat gifstoffen in zeer kleine hoeveelheden in voedsel weleens gezond kunnen zijn. Een veronderstelling die snel tot waarheid wordt verheven. In het artikel maakt men geen onderscheid tussen toegevoegde stoffen of die eigen zijn aan een voedingsmiddel. In voedingsstoffen komen inderdaad stoffen in kleine hoeveelheden voor die in geïsoleerde vorm en in hoge doses giftig zijn. Doordat ze deel uitmaken van een organisch geheel is hun giftige werking geneutraliseerd. Bovendien beschikt het lichaam over een ontgiftende en uitscheidende werking o.a. door de lever, de nieren, de huid enz. In de aardappel, tomaat of aubergine komt solanine voor dat in hoge concentratie giftig is.

 

In dit artikel heeft men het alleen over lage en hoge concentraties. Voedingsmiddelen uit de chemische landbouw en voedingsproducten uit de voedingindustrie bevatten gifstoffen in lage doses die meestal de toelaatbare hoeveelheid niet overschrijden. Deze toegevoegde giftige stoffen, hoe gering ze ook zijn, horen niet thuis is onze voeding. De biologisch landbouw toont aan dat gifvrij voedsel mogelijk is. Het idee lanceren dat gifstoffen in lage concentratie weleens gezondheidsbevorderend kunnen werken, is onverantwoord en opent de deur naar misverstand, misbruik en verwarde informatie. Het lijkt wel of men de consument wil sussen dat het allemaal niet zo gevaarlijk is. Het is vreemd dat niemand op dit onzinnig en misleidend artikel gereageerd heeft.

 

We leven in een wereld vol gifstoffen, denk maar even aan de uitlaatgassen van de auto’s, de schoorstenen van de centrale verwarming, de zware industrie, de vliegtuigen in de ruimte enz. Het artikel heeft het over gifstoffen in het voedsel. Regelmatig voert men controles uit op residu’s van pesticiden, met telkens het geruststellend antwoord: de toelaatbare hoeveelheid is niet overschreden. Uiteraard worden we niet ziek van deze kleine hoeveelheden giftige stoffen, maar ze horen niet thuis in voedsel. Als er een vlekje op een appel of peer voorkomt, een komkommer iets langer is dan de norm of een wortel een lichte afwijking heeft, worden ze niet meer te koop aangeboden en meteen vernietigd. Maar dat men residu’s van pesticiden op voedingsmiddelen aantreft, daar ligt niemand van wakker. Voedingsmiddelen bevatten voedingsadditieven (E-nummers) waarvan men weet dat een groot aantal schadelijk zijn, maar ook hier redeneert men dat de toelaatbare hoeveelheden niet zijn overschreden. Er liggen producten in de rekken van de supermarkt die soms meer dan tien verschillende E-nummers bevatten. Wetenschappers beweren dat deze kleine hoeveelheden niet gevaarlijk zijn, maar ze waarschuwen wel dat deze stoffen zich in het weefsel van het lichaam opstapelen en vroeg of laat negatief effect kunnen hebben, zeker bij mensen die daar vatbaar voor zijn. Zo weet men dat veel van deze stoffen in het vetweefsel worden opgeslagen en o.a. voor overgewicht zorgen. Een opstapeling van gifstoffen kan kanker veroorzaken of het risico verhogen.

 

Terwijl de bewuste consument zich zorgen maakt over al dat geknoei met ons voedsel hebben sommige onderzoekers, vermoedelijk in opdracht van de voedingsindustrie, een nieuwe theorie ontwikkeld. Men grijpt terug naar een theorie uit 1943 die de ‘hormesistheorie’ wordt en afgeleid is van het Griekse woord ‘opwinding’. En opwindend is het zeker als men er vanuit gaat dat stoffen die we gevaarlijk of giftig noemen in lage doses gezond zijn. Voor stoffen die eigen zijn aan voedingsmiddelen is dit logisch, maar niet voor toegevoegde stoffen. Men is te rade gegaan bij Paracelsus (1493-1541) een alchemist uit Zwitserland die ooit heeft gezegd: ‘het is de doses die bepaalt of een stof giftig is.’ Dus redeneert men dat de toelaatbare hoeveelheden gifstoffen in voedingsmiddelen met een dergelijke lage doses helemaal niet gevaarlijk zijn. De Overheid en de voedingsindustrie zullen het graag horen. Men gaat nog een stap verder door te veronderstellen dat deze lage doses weleens een positief effect zou kunnen hebben op de gezondheid. Een klein beetje glutamaat zo zegt men, stimuleert zenuwcellen om nieuwe uitlopers te vormen, terwijl veel glutamaat neurotoxisch is. Verder baseert men zich op het principe dat planten zelf stoffen aanmaken om zich in hun milieu te verdedigen, m.a.w. zij produceren hun eigen beschermende stoffen. Sommige van deze stoffen bieden wel degelijk voordelen voor de mens en worden bioactieve substanties genoemd. Maar niet al deze stoffen zijn voor de mens bruikbaar. De tabaksplant vormt nicotine om muggen op afstand te houden, zo lezen we in het artikel. Nicotine is een vrij gevaarlijke stof die ieder jaar bij duizenden rokers voor longkanker zorgt. Actief roken (hoge concentratie) is volgens de auteur van het artikel gevaarlijk. Passief roken (lage concentratie) heeft heilzame effecten, zo beweert men. Nochtans is aangetoond dat niet-rokers longkanker kregen bij passief roken.

 

Men haalt er van alles bij om aan te tonen dat een lage doses gezond is. Zo verwijst men naar stress, want een beetje stress verhoogt de prestatie. Stress is een beschermingsmechanisme en zonder stress kan niemand leven. Maar deze vergelijking klopt niet omdat stress niets heeft te maken met een lage doses gifstoffen in voedingsmiddelen en voedingsproducten. Men gaat heel ver want zelfs arsenicum, dat als een supergif wordt beschouwd, zou in een lage doses bij sommige dieren een positief effect hebben. Men zegt wel niet bij welke dieren. Verder lezen we in dit artikel dat het is aangetoond dat planten, krekels en muizen welig tieren bij een ‘tikje’ radioactiviteit. Er is een groot verschil tussen natuurlijke radioactiviteit in het milieu en stralingen die vrijkomen uit een kerncentrale. Het artikel eindigt met de woorden: ‘ Het is niet ondenkbaar dat tal van chemische stoffen net onder de drempel waarvan we nu aannemen dat ze net onschadelijk zijn, juist zeer gezond zijn. En dat de overheid met die drempel de bevolking een gezondheidsbevorderend effect onthoudt.’ Wat een hypocrisie! Als we deze beweringen mogen geloven, is de chemische landbouw en de voedingsindustrie goed bezig. We stellen echter vast dat sinds de ontwikkeling van de moderne landbouw en voedingsindustrie de ziekenhuizen steeds groter worden, terwijl het aantal artsen en medisch personeel toeneemt, het aanbod van medicijnen is ontzettend vergroot en de gezondheid is sterk achteruit gegaan. Dergelijke onzinnige artikels gaan een eigen leven leiden in het belang van de voedingsindustrie. Dit is vreselijk en de overheid laat het maar gebeuren.

09:28 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-09-15

Kanker Steeds meer kans om te genezen

Kanker is een gevreesde ziekte, maar toch zijn er positieve vooruitzichten. Het is lang niet meer een doodvonnis. De helft van de mensen die te horen krijgen dat ze kanker hebben, zal deze vreselijke ziekte overleven. Bij sommige soorten kankers ligt de overlevingskansen op 80 à 90%. Dat neemt niet weg dat er iedere dag en vaak jonge mensen tot de andere helft behoren en het niet overleven. Oncologen denken dat kanker evolueert van dodelijke naar chronische ziekte die met medicijnen, voeding en levenswijze onder controle kan gehouden worden. Ondanks het gegronde optimisme sterven er wereldwijd ieder jaar bijna acht miljoen mensen aan deze ziekte. Kanker is een oude ziekte die al bij de Egyptenaren werd beschreven. Vroeger zat deze ziekte vaak verborgen onder andere ziekten waardoor het niet altijd even duidelijk was. Bij de ontwikkeling van de industriële samenleving is kanker explosief toegenomen. Vooral de twintigste eeuw is gekenmerkt door een enorme stijging van kanker en vooral in de meest uiteenlopende vormen. Vandaar dat kanker als een moderne ziekte wordt omschreven. Uit de statistieken leiden we af dat de kans op kanker in de meest geïndustrialiseerde landen hoger ligt dan elders zoals in ontwikkelingslanden.

 

Kanker ontstaat doordat een cel verstoord geraakt en zich blijft vermenigvuldigen zodat er een gezwel ontstaat dat, als het eenmaal volgroeit is, zich uitzaait (metastase) zodat er nieuwe gezwellen ontstaan. Het lichaam wordt overwoekerd en totaal aangetast als men niet tijdig ingrijpt. Wetenschappers hebben vastgesteld dat 30% van alle kankers door verkeerde voeding wordt veroorzaakt, 30% door roken, 15% door erfelijke factoren en 25% door diverse oorzaken. Dat roken de kans op kanker verhoogd is algemeen bekend, maar dat voeding een zo belangrijke rol speelt wordt nog te gemakkelijk onderschat. Wie niet rookt en gezond eet, heeft 60% kans om deze ziekte niet te krijgen. Uitsluiten kan men dit nooit omdat er altijd een doorslaggevende factor aanwezig kan zijn. Wie niet rookt en zich gezond voedt heeft meer kans te genezen indien men kanker zou krijgen.

 

Doorslaggevend bij voeding is het gebrek aan verse, vitale voedingsmiddelen. Een groot deel van de bevolking voedt zich uitsluitend of overwegend met industrieel bereide en verpakte voedingsproducten. Men hoeft maar door een supermarkt te lopen om te weten wat mensen eten. De afdeling verse voedingsmiddelen is in verhouding met de rest erg klein van oppervlakte terwijl slechts een beperkt aantal klanten op deze afdeling hun inkopen doen. Waarom zijn verse voedingsmiddelen zo belangrijk? De mens heeft een verteringsstelsel dat al miljoenen jaren ongewijzigd is gebleven en werkt op basis van een enzymatisch verteringsmechanisme. Dit betekent dat ons verteringsstelsel alleen bij rauwe voeding optimaal functioneert. Vandaar dat rauwe voeding nog steeds onmisbaar is voor onze gezondheid en als preventie tegen kanker. Als we verse voedingsmiddelen in de eigen keuken bereiden dan slaagt ons verteringsstelsel erin dit min of meer te verteren. Eten we echter voedingsproducten die in de fabriek mechanisch en thermisch bereid zijn en in de keuken net voor het gebruik worden opgewarmd, dan mist men de levenskracht van verse voedingsmiddelen. Bovendien zijn deze voedingsproducten al vrij oud, vandaar de noodzaak van een vervaldatum. Bij conserven gaat dit tot vijf jaar. Aan voedingsproducten worden allerlei voedingsadditieven toegevoegd zoals smaak- , kleur- en geurstoffen, bewaringsmiddelen, zoetstoffen, vulstoffen en vele andere hulpstoffen die alleen bedoeld zijn om het product verkoopbaar te houden. Ons lichaam probeert daar nog uit te halen wat mogelijk is. Het etiket vermeldt de hoeveelheid eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen, maar dat is misleidend. De kwantiteit mag dan nog aanwezig zijn, de kwaliteit is niet vergelijkbaar met verse voedingsmiddelen.

 

De mens is daardoor verplicht om steeds grotere hoeveelheden van dit waardeloos voedsel te gebruiken om de noodzakelijke voedingsstoffen eruit te halen. Men eet veel, maar haalt er weinig uit en dat geeft aanleiding tot overgewicht, obesitas, suikerziekte en zelfs kanker. Niet iedereen die overwegend voedingsproducten eet krijgt kanker, alleen verhoogt men zijn risico. Waarom bepaalde mensen die alles doen wat niet goed is geen kanker krijgen en andere mensen die zich behoorlijk verzorgen toch slachtoffer worden, is moeilijk te verklaren. Erfelijke eigenschappen spelen zeker een rol. Als 30% van de oorzaak bij een verkeerde voeding ligt, hebben we er alle belang bij om ons gezond te voeden. Het is de beste preventie tegen kanker.

 

Onderzoekers wijzen erop dat vooral het gebrek aan vitaal stoffen zoals natuurlijke suikers, plantaardig vet, plantaardig eiwit, vitaminen, mineralen en ballaststoffen ontbreken bij het massaal gebruik van voedingsproducten. Vooral dierlijk eiwit en dierlijke vetten en het ontbreken van ballaststoffen verhogen het risico op kanker. Om de kans op kanker te verkleinen doet men er goed aan om dagelijks fruit en groente te eten, maar ook noten, zaden en pitten, gefermenteerde voedingsmiddelen en de voedingsproducten zoveel mogelijk te beperken. Het is aan te raden om dierlijke voedsel zoals vlees en vis eveneens te beperken of helemaal uit te sluiten. Naast een gezonde voeding zal men zich voldoende bewegen, stress beheersen, voldoende nachtrust hebben en een positieve instelling aannemen. Niemand kan u de garantie geven dat u nooit slachtoffer van deze ziekte wordt, maar het risico is in ieder geval beperkt. Mocht kanker toch toeslaan, is de kans groot dat u tot de groep behoort die de ziekte overleeft

15:38 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-09-15

Verwijten zijn verlangens Draai het even om!

Je kent ongetwijfeld mensen in je directe omgeving of op het werk die voortdurend verwijten uiten. Dat is erg vervelend en schept gemakkelijk een sfeer van ontevredenheid. Men spreekt op een verwijtende toon met een verwijtende inhoud. Als je dergelijke mensen observeert, valt het op dat alles wat niet naar hun zin is, de schuld is van anderen. Als zij iets niet begrijpen, dan is het niet goed uitgelegd of heeft het te maken met de onwil of de onkunde van de anderen. Het zijn altijd de anderen die falen. Van dergelijke personen krijg je niet gemakkelijk gelijk. Het uiten van verwijten is een mentaliteit geworden, een automatisme. Achter al deze verwijten schuilen verlangens. De oplossing is vrij eenvoudig: vervang de verwijten door verlangens, men hoeft het maar even om te draaien. Het is een eenvoudige stap zetten, maar zolang men dit niet beseft, gaat men niet veranderen.

Een dergelijk persoon maakt de fout dat hij zijn verlangens verkeerd formuleert. Een moeder die het huis heeft gepoetst verwijt haar zoontje: ‘Je veeg nooit je voeten af!’, m.a.w. ze verwijt haar zoontje met vuile voeten door het pas gepoetst huis te lopen. Haar verlangen is dat haar zoontje zijn voeten schoon veegt. Als deze moeder haar verlangen op een positieve wijze formuleert, hoeft ze geen verwijten te gebruiken, maar gewoon te zeggen: ‘Ik heb het huis gepoetst, veeg je voeten af.’ Dat is geen verwijt, maar een verlangen of een verzoek dat acceptabel is. Als we dit eenvoudig voorbeeld projecteren op de vele verwijten die mensen elkaar naar het hoofd slingeren, is het jammer dat zij het niet anders aanpakken. Verwijten kan men heel gemakkelijk voorkomen. Meestal volstaat het hierop te wijzen en het kost niet zoveel moeite om de negatieve spiraal van richting te veranderen. We geven nog twee andere voorbeelden om aan te tonen dat een negatieve instelling leidt tot allerlei verwijten.

Pieter is een ondernemer en is de hele dag druk bezig met zijn werk en zijn klanten. Zijn vrouw verwijt hem al jaren: ‘Je bent altijd met je werk bezig!’ Achter dit verwijt zit het verlangen: ‘De kinderen en ik willen meer aandacht van je.’ Het verwijt heeft geen enkele invloed op Pieter want hij hoort dat al zolang. Het is vervelend, maar het werk gaat voor. Op het ogenblik dat zijn vrouw het verwijt omdraait en als verlangen formuleert, maakt dit een indruk op hem. Hij beseft dat hij meer tijd moet vrijmaken voor zijn vrouw en kinderen. Dat kan door zijn werk anders te organiseren en door meer tijd te steken in zijn relatie en zijn gezin. Een verwijt wordt gemakkelijk van tafel geveegd en als gezeur omschreven. Een verlangen is echter concreet, het is een opgave die men niet kan ontkennen.

We geven een ander voorbeeld. Roosje houdt van orde en netheid en kan niet verdragen dat haar dochtertje zoveel rommel in huis laat rondslingeren. Ze ruimt nooit op en bezoekers struikelen soms over al dat speelgoed. Zij verwijt haar dochtertje voortdurend: ‘Je laat altijd rommel rondslingeren, straks breken we onze benen over al dat speelgoed.’ Het voortdurend verwijt van de moeder dringt bij haar kind niet door. Ze heeft dat al zo vaak gehoord dat ze er niet bij stil blijft staan. Door het verwijt in een verlangen om te zetten, ontstaat er een ander effect. Voortaan zegt de moeder: ‘Ik zie je graag in de woonkamer spelen, maar ruim wel iedere dag je spullen op, dan is iedereen tevreden en blijft het huis in orde. ‘ Het kind kan moeilijk het verlangen van haar moeder negeren, want het is een logische opdracht en een duidelijke afspraak. Opruimen behoort nu tot de leefregels waar het kind na wat aarzeling aan gewoon geraakt. Op het ogenblik dat men disciplines in gewoontes omzet, heeft men daar weinig last van.

Het is gemakkelijk om zijn ongenoegen als verwijt over te brengen, maar het is even gemakkelijk om een verlangen te formuleren. Men denkt er gewoon niet aan. Verlangens moeten uiteraard realistisch en haalbaar zijn. Bij verwijten heeft men spontaan de neiging om een harde taal te gebruiken. Door verwijten om te zetten in verlangens gebruikt men een zachtere taal. De overschakeling van verwijten naar verlangens kost aanvankelijk wel wat moeite omdat het uiten van verwijten verweven zit in een automatisme. Men slingert elkaar verwijten naar de oren, al is het niet altijd zo brutaal bedoeld. Door ieder verwijt om te polen naar een gegrond verlangen kan er veel verbeterd worden zowel binnen een relatie, gezin of op het werk. Het uiten van verlangens is het scheppen van klare taal en komt positief over. Laat al die verwijten achterwegen en schakel over op een positieve ingesteldheid, dat is belangrijk voor jezelf en je omgeving.

Mensen kampen met ontzettend veel problemen, gaan daar vaak gebukt onder of slikken er medicijnen voor. Veel problemen kunnen op een eenvoudige manier worden opgelost. Omdat in deze snel veranderende samenleving steeds meer mensen kampen met psychische, emotionele en mentale problemen heeft de vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg een nieuwe tweejarige avondopleiding ontwikkeld tot ‘Persoonlijkheidscoach’. Deze opleiding sloeg meteen aan omdat het doel herkenbaar is en iedereen aanspreekt. Bijna alle problemen staan direct of indirect in verband met de persoonlijkheid. Waarom kunnen mensen een tegenslag of een ontgoocheling zo moeilijk verwerken? Het antwoord is duidelijk: hun persoonlijkheid is te zwak waardoor hun psychische weerstand verlaagd is. Door hieraan te werken, bereikt men goede resultaten. Het is een opleiding waar veel aandacht gaat naar de psychosociale basiskennis op hoger cognitief niveau die trouwens beantwoordt aan de Plato-eindtermen en als zodanig door CPION is geaccrediteerd. Het is een praktijkgerichte opleiding waar coachen centraal staat. Voor meer informatie surf naar: www.europeseacademie.be

12:07 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-09-15

Gezond leven ter voorkoming van dementie.

Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie, zet zich in de westerse wereld ongehinderd voort. Haast iedereen kent wel iemand in zijn familie, vriendenkring of omgeving die er aan lijdt. Dementie heeft altijd bestaan, maar behoorde eerder tot de uitzonderingen. Zonder er cijfermateriaal bij te halen, het lijkt erop dat dementie zich explosief gedraagt en dat is angstaanjagend. Heel wat mensen maken zich daar zorgen over hoewel en dat is zeker niet de goede oplossing. Ondanks intensief wetenschappelijk onderzoek is men nog niet ver gevorderd. De overheid probeert ons te sussen door erop te wijzen dat we steeds ouder worden en daardoor meer kans hebben om aan ouderdomsziekten te lijden. Dat is een bewering die op niets berust. Er zijn hoogbejaarden, zelf honderdjarigen die geen enkel teken van dementie vertonen. Dementie is een aantasting van de hersenen, meer bepaald van het geheugen en het herkenningsvermogen van personen. Daardoor worden mentale activiteiten afgeremd en op zeker moment uitgesloten. In vergevorderde toestand weten deze patiënten niet meer wie ze zijn, waar ze zich bevinden en zijn totaal vervreemd van hun omgeving. Ze leven in een soort vacuüm zonder dimensies, zonder perspectieven, zonder verleden en zonder toekomst. Dementie kan men in vier groepen indelen.

 

Dementie op jongere leeftijd

In Nederland zijn naar schatting 12.000 mensen met dementie jonger dan 65 jaar. Dat is een vreselijk hoog cijfer. Deze mensen, die nog actief in het leven staan, beseffen zeer goed dat ze ziek zijn en voelen zich machteloos en gefrustreerd. Zij ervaren hun ziekte intens en erg dramatisch omdat ze dat niet accepteren. Ze zijn lichamelijk fit en vitaal, maar hun geest laat het afweten. In de periode die de ziekte vooraf gaat, stelt men zowel thuis als op het werk vast dat er zich problemen voordoen die niet direct aan dementie worden gelinkt. Men is trager, vergeetachtig, men ziet tegen bepaalde handelingen op, men parkeert de auto niet meer graag in een ondergrondse parkeergarage, het kost allemaal veel meer moeite. Zelfs eenvoudige handelingen die men jaren uit routine heeft gesteld, zoals huishoudelijke taken, worden moeilijker omdat men het inzicht en de structuur niet meer ziet. Vaak zorgt dat voor problemen in het gezin en in de relatie. Daarom is een vroegtijdige diagnose belangrijk zodat een gezin of echtpaar zich aan de nieuwe situatie kan aanpassen. Veel dementerende jongeren kunnen thuis niet meer verzorgd worden en zijn aangewezen op een, verzorgingstehuis. Ze zien met eigen ogen hoe erg het met een aantal patiënten gesteld is en dat ze dezelfde weg opgaan.

 

Erfelijke dementie

Slechts bij een beperkt aantal patiënten is er sprake van erfelijke dementie. De ziekte wordt veroorzaakt door een defect aan bepaalde genen terwijl dit defect op sommige kinderen wordt overgedragen. Als dementie in een bepaalde familie voorkomt, betekent dit nog niet dat de ziekte erfelijk is. Er is een familie bekend van zeven broers en zussen die allemaal aan een erfelijke vorm van dementie lijden. Vanaf 45 jaar kan men zich laten onderzoeken of men al dan niet drager is van het defecte gen. In het huidig onderzoek richt men zich op drie generaties omdat voordien dementie veel minder voorkwam. Een erfelijke vorm van dementie is moeilijk te voorkomen en te behandelen. Een gezonde voeding of levenswijze kan het defect niet herstellen.

 

Algemene dementie

Dementie wordt bijna altijd verworven. Over de oorzaak tast men nog in het duister. Er zijn zeker een groot aantal factoren op te sommen die de kans op dementie vergroten, maar het zijn uitlokkende factoren zoals milieuvervuiling, roken, een te hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, onvoldoende nachtrust, het gebruik van voedingsadditieven, toegevoegde suikers enz. Iedereen kent wel iemand die alles doet wat ongezond is en toch geen dementie heeft. Hoogbejaarden met hoge bloeddruk en een te hoog cholesterol zijn tot op het laatste ogenblik helder van geest gebleven. Het is bijzonder moeilijk om de specifieke oorzaak te achterhalen. Vasculaire dementie heeft uiteraard te maken met vernauwde aders in de hersenen, te weinig doorbloeding betekent te weinig zuurstof. Bij deze vorm speelt cholesterol en hoge bloeddruk wel degelijk een rol, maar is er altijd een doorslaggevende factor, maar die kent men niet.

 

Ouderdomsdementie

Het gebeurt dat hoogbejaarden op het einde van hun leven symptomen vertonen die verwant zijn met dementie zoals moeilijk kunnen onthouden, oriëntatieproblemen, moeilijk gezichten herkennen, afwezigheid, gebrek aan belangstelling enz. Deze verschijnselen behoren tot het aftakelingsproces van hoogbejaarden en kan moeilijk gedefinieerd worden als een vorm van dementie. Dat neemt niet weg dat dementie bij ouderen regelmatig voorkomt in ernstige of minder ernstige vorm.

 

Dementie komt in alle groepen van de bevolking voor. Men beweert dat mensen met een lage opleiding een verhoogd risico hebben, maar dat is niet zo. Mensen met een lage opleiding gebruiken immers hun hersenen minder waardoor ze nooit overbelast zijn geraakt. Dementie komt juist veel voor bij intellectuelen en wetenschappers. We vragen ons af of de digitale wereld met zijn overvloed aan informatie en intellectuele prikkels invloed heeft op het ontstaan van dementie! Het is een feit dat de sterke toename van dementie in de westerse wereld plaatsvindt zodat er een duidelijke link is met milieuvervuiling, het massaal gebruik van chemische medicijnen, industrieel bereid voedsel, voedingsadditieven en andere chemicaliën. Er is weinig onderzoek gedaan naar de invloed van de persoonlijkheid, de gemoedstoestand, negatieve emoties en andere psychisch en sociale aspecten op het ontstaan van dementie. Er zijn in het onderzoek naar dementie nog steeds meer vragen dan antwoorden.

 

Onderzoekers van het Nederlandse ziekenhuis Erasmus MC in Rotterdam zijn er van overtuigd dat 30% van de patiënten de ziekte hadden kunnen voorkomen door er een gezonde levensstijl op na te houden. Volgens deze onderzoekers zijn er twee grote oorzaken. De eerste is een ophoping van een bepaald giftig eiwit dat de hersenen aantast en de tweede oorzaak is schade aan de kleinste bloedvaten die de hersenen o.a. van zuurstof voorzien. Dat geldt zeker voor vasculaire dementie. Gezonde voeding en levenswijze is geen garantie dat men nooit dementeert, maar het verlaagt het risico en als de ziekte toch toeslaat zal de aftakeling veel trager verlopen. Een goede gezondheid biedt altijd weerstand, ook tegen ziekten die men nog niet kan behandelen. Voor meer informatie, surf naar www.europeseacademie.be

16:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-08-15

De complementaire zorg, meer dan ooit noodzakelijk.

Naast de reguliere geneeskunde heeft zich sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw een complementaire zorg ontwikkeld, wat vroeger alternatieve geneeskunde werd genoemd. Heel wat patiënten hebben de weg gevonden naar de complementaire zorgverlener, hebben hun klachten overwonnen en zijn een andere mens geworden. Iedereen ziet het belang van de reguliere geneeskunde in, zeker bij ernstige en levensbedreigende ziekten. De moderne geneeskunde is enorme wereld op zich geworden, ziekenhuizen zijn gigantische complexen, de mogelijkheden zijn onbeperkt en de gebruikte medische toestellen overtreffen iedere verbeelding. Over het kunnen en de mogelijkheden van de medische specialisten staat iedereen perplex. De hoog opgeleide artsen doen dat niet voor hun plezier, maar uit diepere noodzaak. De volksgezondheid gaat erg achteruit, steeds meer mensen worden ziek of hebben permanente medische hulp nodig. Er sterven vooral veel mensen op jonge en middelbare leeftijd. Men beweert wel dat we steeds ouder worden en het aantal honderdjarigen is inderdaad toegenomen, maar het blijft een handvol uitzonderingen. Er worden medische problemen opgelost die men enkele jaren geleden nog voor onmogelijk werden gehouden. Als een vrouw zonder baarmoeder werd geboren, had zijn geen andere keuze dan kinderloos door het leven te gaan. Nu kan een baarmoeder die bij een gezonde vrouw niet meer nodig is, getransplanteerd worden. Dit is maar een van de vele mogelijkheden. Het is een technische geneeskunde geworden die alle lof en bewondering verdient en die meer dan ooit noodzakelijk is. Misschien schiet men het echte doel voorbij, namelijk de mensen weer gezond maken in plaats van ze op te lappen en met medicijnen de symptomen te onderdrukken.

 

De weg van de eenvoud

De complementaire zorgverlener werkt niet met ingewikkelde machines, niet met complexe technieken of met medicijnen die nevenwerkingen vertonen. De complementaire zorgverlener behandelt naar het voorbeeld van Hippocrates ‘de zieke’ in plaats van ‘de ziekte’. Uiteraard is de complementaire zorg beperkt tot het herstellen van de gezondheid en laat al het andere over aan de reguliere geneeskunde, vandaar doorverwijzing van patiënten met ernstige aandoeningen. De kracht van de complementaire zorg ligt juist in deze eenvoudige en fundamentele benadering van de patiënt. De gebruikelijke behandelingen munten uit in eenvoud en toch werken ze, zelf heel efficiënt. Hoe is dit te verklaren? Heel eenvoudig, de patiënt wordt als mens benadert en niet als een mechanisme waar een defect aan is en dat door een technische ingreep kan hersteld worden. De patiënt moet zichzelf genezen want hij bezit van natuur uit een zelf genezend mechanisme dat op een natuurlijke wijze en/of met natuurlijke middelen wordt gestimuleerd. Bij de meeste ziekten, die complementair behandeld worden, ligt de oorzaak direct of indirect bij de patiënt zelf. Meestal wordt men ziek omdat de patiënt zijn voeding en levenswijze niet heeft gerespecteerd of dat een negatieve ingesteldheid zijn leven domineert. Er zijn ziekten die geheel los van de patiënt ontstaan, maar die op een zelfde wijze met succes worden aangepakt omdat er altijd een link wordt gelegd tussen zieke en ziekte.

 

Deelnemen aan eigen genezingsproces

De patiënt is niet het lijdend voorwerp, maar speelt een actieve rol in zijn eigen genezingsproces. Door zijn inzichten in het leven, in zichzelf en zijn omgeving te verruimen, ziet de patiënt de noodzakelijke verbanden en weet hij meteen waar het mis is gelopen. Door al deze breuklijnen te herstellen ontstaat er een biologisch evenwicht zodat het zieke lichaam zich herstelt. Herstellen betekent dat lichaam en geest weer in evenwicht of harmonie is. Door de nauwe samenwerking tussen patiënt en zorgverlener, vindt men zichzelf weer terug en begrijpt men waar het fout is gelopen. In de complementaire zorg hecht men veel belang aan de persoonlijkheid, de gemoedstoestand, gezonde voeding, natuurlijke levenswijze en een harmonieuze omgeving waarbij men zich beschermd tegen de negatieve invloeden van het vervuilde milieu. Duizenden mensen vinden zichzelf en zijn gezondheid terug na een reeks behandelingen. Zijn komen er verstekt uit en zullen niet meer of minder hervallen in hun oude, ziekmakende levenswijze. Genezen betekent veranderen, verbeteren, een andere mens worden die gewapend is tegen de harde wereld waarin we leven. Het is opvallend dat patiënten die complementair behandeld zijn, nauwelijks een terugval kennen. Ze weten hun gezondheid te handhaven want complementaire zorg is een educatieve geneeskunde. Het gebeurt dat sommige patiënten een langere begeleiding nodig hebben, zeker als ze erg kwetsbaar zijn of chronisch ziek zijn of in een ongunstige omgeving wonen.

 

Vrije handelingen

Niemand verlangt dat de complementaire zorg de reguliere geneeskunde vervangt. Zowel de reguliere als de complementaire zorg zijn noodzakelijk en ieder heeft zijn afgebakend terrein. Complementair betekent trouwens aanvullend, dus aanvullend op de reguliere geneeskunde. De complementaire zorg legt het accent op het herstellen van de gezondheid. Duidelijke taal is belangrijk want we leven in een harde wereld waarin de intellectuele radicalisering steeds groter wordt. Er zijn mensen en groepen die niet meer naar elkaar luisteren en te snel beoordelingen pro of contra uitspreken terwijl er geen enkel onderzoek vooraf is gegaan of argumenten worden aangevoerd. Het belang en de noodzaak van de complementaire zorg werd gedurende de laatste vier decennia aangetoond aan de hand van de schitterende resultaten die er bereikt werden. Bovenden groeit het draagvlak nog steeds. Binnen de EU zijn er regelingen getroffen of wetten aangenomen die de complementaire zorg beschermd. Het principe is heel eenvoudig. De reguliere geneeskunde en hun beoefenaars zijn door de wet beschermd. In België is dit het KB 78 en in Nederland de wet BIG. Daarin zijn de ‘voorbehouden handelingen’ vast gelegd die enkel door artsen en paramedici worden toegepast. De structuur van de reguliere geneeskunde zit op vele vlakken verweven met officiële stellingen, sociale wetgeving, zorgverzekeraars enz. zodat voorbehouden handelingen niet door anderen kunnen gesteld worden. Misbruik op dat vlak is totaal onbekend. Naast de voorbehouden handelingen zijn er de ‘niet voorbehouden’ of ‘vrije handelingen’ die door iedereen kunnen gesteld worden op voorwaarde dat men geen schade toebrengt. De complementaire zorgverlener maakt enkel gebruik van deze vrije handelingen, natuurlijke middelen en eenvoudige behandelingen.

 

Plato-eindtermen

Binnen een democratie geldt ‘therapievrijheid’ dat gezien wordt als een fundamenteel mensenrecht. De patiënt kiest zelf voor een reguliere of een complementaire behandeling. De complementaire zorgverlener is zodanig opgeleid dat als de patiënt nood heeft aan een reguliere behandeling deze meteen wordt doorverwezen. Er wordt in het belang van de patiënt nooit getreuzeld omdat daardoor kostbare tijd kan verloren gaan. Om de kwaliteit van de complementaire zorg te garanderen heeft de Universiteit van Leiden (NL) in opdracht van de zorgverzekeraars de Plato-eindtermen uitgewerkt. Alle opleidingen zijn verplicht zich daar aan te houden. Deze eindtermen bepalen de medische basiskennis op cognitief niveau en de psychosociale basiskennis zodat een patiënt de garantie heeft op professionele wijze behandeld te worden. De overheid of zorgverzekeraars wensen zich niet in te laten met de specifieke geneeswijzen die tot de complementaire zorg worden gerekend omdat dit deel uitmaakt van de eigenheid en de doelstellingen van de complementaire zorg. De vzw Europese Academie leidt complementaire zorgverleners op zoals de vierjarige opleiding tot Gezondheidstherapeut. Dit is een beoefenaars van de natuurgeneeskunde in zijn oorspronkelijke vorm, maar aangepast aan onze huidige medische kennis en gezondheidzorg. Deze opleiding steunt volledig op de Plato-eindtermen en is als zodanig geaccrediteerd door CPION. Het gaat om een opleiding van goede kwaliteit met betaalbare studiekosten. Voor meer informatie, surf naar www.europeseacademie.be

15:01 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-08-15

Lavendel Breng de mediterrane sfeer in uw lichaam!

Lavendel is een uitgesproken kruid van het zuiden en roept meteen de aantrekkingskracht van de lavendelvelden op. De helder blauwe hemel die aansluit op de diepe paarsblauwe bloeiende velden met hun ongelooflijk aroma. Lavendel is een belangrijk geneeskrachtig kruid, maar maakt ook deel uit van het kruidenmengsel ‘Herbes de Provence’ en iseen uitstekend keukenkruid. Laten we even ingaan op zijn geneeskrachtige eigenschappen. Lavendel (Lavendula angustifolia L. officinalis) is rijk aan etherische oliën met vooral linalol en linalylacetaat en verschillende monoterpenen. Verder bevat dit kruid looistof, bitterstoffen, triterpenen, fenolzuren en flavonoïden. Dit kruid is bijzonder rijk aan de meest diverse inhoudsstoffen met hun voortreffelijke geneeskrachtige werkingen.

Lavendel staat vooral bekend voor zijn kalmerende, ontspannende en harmoniserende werking, is mild hypnotisch en narcotisch vandaar zijn slaapwekkende eigenschappen. Dit kruid wordt aanbevolen bij stress, nervositeit, rusteloosheid, prikkelbaarheid, angst, onzekerheid en bij inslaap- en doorslaapproblemen. Helpt bij nerveuze hartkloppingen, benauwdheid, spanningshoofdpijn, hoge bloeddruk, burn-out, depressie, spierspanningen en alle klachten van nerveuze oorsprong. Lavendel wordt gebruikt bij verteringsproblemen zoals een slecht werkende maag, gebrek aan eetlust, indigestie, geelzucht of diarree. Het is een uitstekend kruid bij menstruatiepijnen of bij het uitblijven van de menstruatie. Het heeft een licht vochtafdrijvende werking en wordt omwille van zijn ontsmettende en slijmoplossende werking gebruik bij bronchitis en andere aandoeningen van de luchtwegen. Dit kruid kent een zeer breed werkingsspectrum. Dat betekent dat Lavendel voor vele klachten gebruikt wordt of dat vele organen en systemen er door gestimuleerd worden. Er zijn geen nevenwerkingen bekend. Lavendel wordt gebruikt als kruidenthee. Neem een koffielepeltje gedroogde bloemetjes per kopje, overgiet ze met kokend water, laat tien minuten trekken, zeven en opdrinken. Eventueel zoeten met honing. Lavendel is erg geschikt om in een kruidenmengsel te gebruiken. Het voordeel van een samengestelde kruidenthee is dat het werkingsspectrum nog ruimer wordt. We geven hier een recept dat een werking heeft op het zenuwstelsel en het hormoonstelsel, nieren, doorbloeding, spieren, suikerstofwisseling, ademhalingsstelsel en het slaapcentrum. Deze vier kruiden ondersteunen elkaar zodat er een synergetisch werking ontstaat.

 

Emotionele aandoeningen

30 g Lavendel-bloem

30 g Citroenmelisse-blad

25 g Linde-bloesem

15 g Meidoorn-bloesem

______

100 g.

 

Kan in de kruidenwinkel samengesteld worden of je stelt het mengsel zelf samen. Neem van dit mengsel een koffielepeltje per kopje, overgieten met kokend water, tien minuten laten trekken, zeven en opdrinken. Eventueel zoeten met lavendelhoning of acaciahoning. 3 à 4 kopjes per dag en gedurende enkele weken blijven drinken.

Iedereen kent het Lavendelzakje in de kleerkast om motten te verdrijven en voor een aangename geur. Het bekende kruidenmengsel ‘Herbes de Provence’ is samengesteld uit lavendel, basilicum, rozemarijn, majoraan, tijm en venkel. Soms voegt men er nog dragon en kervel toe. Het kruid is in de mediterrane keuken erg geliefd omwille van zijn houtachtige en bloemengeur. Bij een goed kruidenmengsel gaat het vooral om de verhouding zodat de lavendel in geen geval domineert. Deze bijzondere geur komt tot stand door de combinatie van het naar bloemen ruikende linalylacetaat en linaloöl en het eucalyptusachtige cineol. Linalylacetaat zorgt vooral voor een fris en zoet aroma en een berganotachtige geur. Linoöl zorgt voor de echte diepe bloemengeur. Lavendel bevat niet minder dan 11 natuurlijke geur- en smaakstoffen. In de mediterrane keuken wordt niet alleen de bloem, maar ook de bladeren en soms zelfs de houterige stengels gebruikt. De bladeren zijn sterk aromatisch, maar hebben een iets bittere smaak. Ze worden net als rozemarijn fijn gehakt. Lavendelbladeren laat men nooit lang meekoken en zeker niet met te hoge temperatuur.

De bloemen leveren een parfumachtig aroma dat zich tijdens het koken versterkt. Men kan zowel verse als gedroogde bloemetjes gebruiken. De stengels worden enkel op de barbecue gebruikt. Lavendel laat zich uitstekend combineren met knoflook en basilicum. De zwavelachtige knoflook vormt een mooi contrast met de zachte lavendel. Basilicum bevat een aantal dezelfde aromatische stoffen die in elkaar overgaan en de smaak versterken. Lavendel harmoniseert uitstekend met schimmelkazen zoals Roquefort of Gorgonzola. Het is minder bekend, maar lavendel past uitstekend bij de aardappel en zorgt voor een mooie smaaknuance en wordt gebruikt als afwisseling of als variant op rozemarijnaardappelen.

Lavendelhoning is een uitstekend middel om in zoete gerechten te verwerken waar men kiest voor het aroma van lavendel. Soms laat men lavendelbloemen in warme melk trekken om desserts te aromatiseren. De bloemetjes worden achteraf uit de melk gezeeft. Dat kan ook door lavendelbloemen, eventueel met de blaadjes, in room of in siroop te laten trekken zodat de aromatische stoffen worden overgedragen. Omdat lavendel etherische olie bevat, laat ze zich goed verwerken met oliehoudende ingrediënten. De lavendelbloem leent zich om gerechten te versieren. De laatste jaren hebben bloemen hun intrede gedaan in de culinaire wereld. Ze zijn niet alleen aantrekkelijk, bieden een rijke aroma maar zijn ook erg gezond.

Lavendel kent nog vele andere toepassingen zoals verwerking in kaarsen, zeep, parfum, maar ook als etherische olie, tinctuur, zalf, crèmes of cosmetica. Dit korte artikel over lavendel toont aan hoe fascinerend kruiden zijn door hun rijkdom aan geneeskrachtige stoffen en geur- en smaakstoffen en hun vele toepassingen op het vlak van gezonde gastronomie. De vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg staat bekend voor haar rijke professionele kennis op het vlak van kruiden. In de opleiding Gezondheidstherapeut leert men alle aspecten van de kruidengeneeskunde met zijn vele fytotherapeutische middelen. In de opleiding Herborist leer je de kruiden kennen, plukken, drogen en verwerken tot kruidenproducten. In de opleiding V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent leer je kruiden verwerken in gezonde gerechten zowel voor dagelijks gebruik als op het vlak van de gastronomie.

Voor meer informatie surf je naar www.europeseacademie.be

16:18 Gepost door Jan Dries in Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-08-15

Afslanken kan als het goed wordt aangepakt!

Onlangs werd tijdens het tv-journaal vermeld dat Britse onderzoekers tot de vaststelling waren gekomen dat afslanken geen enkele zin heeft. Hun redenering was wel erg kort door de bocht. Ze gaan er vanuit dat de mens van nature uit reservevet aanmaakt dat nodig is voor tijden van voedselschaarste en als men ziek is en niet in staat is om te eten. Dat is een vast gegeven dat iedereen kent en waaraan niemand twijfelt. Deze wetenschappers beweren dat om die reden de mens altijd vet zal aanmaken met overgewicht als gevolg. Ze hebben meer dan 200.000 proefpersonen gedurende een vrij lange periode gevolgd en vastgesteld dat er een zeer klein percentage is dat er echt in slaagt om af te slanken. De conclusie is snel getrokken: afslanken helpt niet. Het is onbegrijpelijk dat men in naam van de wetenschap en op kosten van de gemeenschap dergelijke onzin mag uitkramen. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om vast te stellen dat overgewicht nauw samenhangt met het veranderend voedingspatroon van de moderne mens. Eerst hebben we gezien hoe in Amerika sinds het gebruik van fastfood en het massaal gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers en veel dierlijke vetten overgewicht massaal is toegenomen. Nu zien we in Europa hetzelfde gebeuren omdat de bevolking massaal overschakelt op industrieel bereid voedsel en kant-en-klare maaltijden. Het verband tussen industrievoeding en overgewicht is duidelijk en onweerlegbaar.

 

Wat bezielt wetenschappers om zo kortzichtig te zijn. Ze zeggen letterlijk tegen de consument: ga maar verder, er is toch niets aan te doen. De voedingsindustrie bepaalt of de bevolking al dan niet aan overgewicht lijdt. In de dierenwereld zien we dat dieren tijdens de zomermaanden reserves opbouwen om deze in de winter te verwerken. We stellen vast dat dieren aankomen, maar nooit aan overgewicht lijden en zeker niet aan blijvend overgewicht zoals bij de mens. Dat heel veel mensen moeizaam afslanken is een feit, maar dat heeft vooral te maken met een verkeerde aanpak. Dat mensen wel degelijk afslanken door minder te eten of door meer te bewegen, stellen we vast bij hen die plots ziek worden en gedurende een bepaalde periode onvoldoende kunnen eten of door een uiterst streng dieet verplicht zijn hun voedingspatroon drastisch aan te passen. Zij verliezen soms 20 à 30 kilogram, soms nog meer, terwijl ze voordien altijd ervan overtuigd waren dat ze niet konden afslanken. Er is een kleine groep mensen die aan een endogene zwaarlijvigheid lijdt en daardoor grote hoeveelheden vocht vasthoudt. Hun lichaamsgewicht staat buiten alle verhoudingen. Zelfs tijdens een vastenkuur met 0 calorieën gaat er nauwelijks iets van af. Deze erg moeilijk te behandelen groep laten we hier buiten beschouwing. De meeste mensen die aan overgewicht lijden kunnen afslanken, wat deze Britse wetenschappers ook mogen beweren. Overgewicht heeft te maken met constitutie, opgezette buik, voedingspatroon en beweging. Dit zijn vier factoren die nauw op elkaar aansluiten.

 

Constitutie

In verband met afslanken delen we de constituties in twee groepen in, namelijk mensen met smalle en met brede heupen. Mensen met smalle heupen lijden zelden of nooit aan overgewicht. Hun smalle lichaamsbouw stemt overeen met hun verteringsstelsel en stofwisseling. Ze eten meestal grote hoeveelheden voedsel, verteren snel en kennen een verhoogde stofwisseling. Bovendien hebben deze mensen de spontane neiging om te bewegen. Ze zijn nerveus, actief, sportief en heel beweeglijk. Bij het ouder worden kan het gewicht wat toenemen en zet het bekken lichtjes uit, maar ze blijven tot de groep met de smalle heupen behoren.

 

Mensen met brede heupen eten trager, vaak minder grote hoeveelheden en hebben een trage vertering en stofwisseling. Vertering en stofwisseling zijn constitutioneel bepaald en dat kunnen we beïnvloeden, maar niet veranderen, dat ligt genetisch vast. Als mensen met brede heupen aankomen, valt dat vrijsnel op, vooral in combinatie met een opgezette buik. Het overtollige vet zet zich vast op de buik (appelmodel) en/of op de heupen (perenmodel). Onder de groep van de brede heupen vinden we personen die extreem breed gebouwd zijn. Brede heupen gaan vaak samen met een sterk naar achtergericht zitvlak. Toch vinden we mensen die ondanks hun brede heupen hun lichaamsgewicht goed onder controle houden. Uiteraard gaan ze er nooit slank uitzien zoals zij die smalle heupen hebben. Bij kinderen kan men al heel goed waarnemen wie kans heeft om aan overgewicht te lijden. Door deze kinderen op tijd op te vangen en hun voedings- en levenswijze aan te passen, is de kans groot dat zij in de toekomst niet aan extreem overgewicht zullen lijden. Vaak wordt gezegd dat het toch niet helpt omdat men brede heupen heeft, maar dat is een foute redenering. Juist omdat men brede heupen heeft, zal men extra aandacht besteden aan voeding en beweging. Mensen die zich laten gaan, hebben met zwaar overgewicht te kampen.

 

Opgezette buik

Ontzettend veel mensen hebben af te rekenen met een opgezette buik waardoor het overgewicht nog meer geaccentueerd wordt. Het is vreemd dat mensen met smalle heupen daar geen last van hebben. De belangrijkste redenen zijn gisting en rotting in de darmen. Vooral het gebruik van toegevoegde suikers in combinatie met zetmeelrijke voeding zorgt voor gisting zoals boterhammen met zoet beleg, gebak, zoete nagerechten, frisdrank, bier maar ook fruit op een volle maag. Rotting ontstaat door onvolledige vertering van eiwit zoals eiwitrijk voedsel in combinatie met zetmeelrijke voeding. Vlees of vis met aardappelen, brood of deegwaren of kaas met brood, kaassaus op deegwaren enz. Door goede voedselcombinaties toe te passen, eventueel in combinatie met buikspieroefeningen, krijgt men een vlakke buik.

 

Voedingspatroon

Afslanken is veel meer dan calorieën tellen. Er zijn mensen die hun slanke lijn behouden omdat ze nauwelijks iets durven eten. Dat is geen goed uitgangspunt, het gevaar is groot dat men ondervoedt geraakt of belangrijke stoffen niet binnenkrijgt. Vooral de weerstand tegen ziekten wordt daardoor verzwakt. 80% van het voedsel mag caloriearm zijn tegenover 20% calorierijke voeding, dan zit men altijd goed en kan men onbeperkte hoeveelheden eten. Door deze verhouding aan te nemen, verloopt de vertering beter. Bij afslanken staat de darmwerking centraal. Alleen bij een goede vertering kan men rekenen op een efficiënte stofwisseling. Een goedwerkende dikke darm is enkel mogelijk bij een gezonde darmflora. Natuuryoghurt en voldoende ballaststoffen zoals ruwe vezels zorgen voor een gezonde darmflora.

 

Beweging

De mens is een beweeglijk wezen en beschikt over een goed functionerend spierstelsel. Door meer te bewegen krijgt men een betere verbranding van het reservevet en neemt men in gewicht af. De beste vormen van beweging zijn wandelen, fietsen en zwemmen. Men hoeft niet te gaan joggen of extreem sport te beoefenen om zijn gewicht onder controle te houden. Het grote voordeel van bewegen is dat er meer zuurstof in het lichaam terecht komt waardoor de doorbloeding op een merkwaardige wijze wordt verhoogd. Een goede doorbloeding betekent aanvoer van zuurstof, warmte en voedingsstoffen en afvoer van gifstoffen. Bovendien heeft beweging een gunstige invloed op de darmwerking. Geen gezonde darmwerking zonder beweging.

 

Overgewicht wordt een steeds grote probleem doordat de mensen zich bijna uitsluitend voeden met voedingsproducten in plaats van meer voedingsmiddelen te gebruiken die men thuis zelf bereidt. De vzw Europese Academie biedt een tweejarige avondopleiding aan voor Gewichtsconsulent. Het gaat hier om een geaccrediteerde opleiding waardoor de cliënten op terugbetaling door de zorgverzekering in Nederland kunnen rekenen. Afslanken wordt zoals we hier aangeven op een heel andere manier aangepakt. Voor meer informatie surf naar www.europeseacademie.be.

21:33 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-08-15

Koriander Voor- en tegenstanders

Koriander (Coriandrum sativum L.) is een veel gebruikt keukenkruid dat tot de familie van de schemerbloemenfamilie wordt gerekend en over haast heel de wereld geprezen wordt. Het korianderblad met zijn frisse, citroenachtige smaak is zeer begeerd en wordt nooit meegekookt om de aroma niet aan te tasten. De Korianderzaadjes kennen talrijke toepassingen in gebak en kruidenmengsels. Als geneeskrachtig kruid behoort het niet tot de uitschieters en wordt voor dit doel matig of niet gebruikt omdat andere kruiden met eenzelfde toepassing veel krachtiger werken. Waarom sommigen voorstander zijn van dit heerlijk keukenkruid en het haast dagelijks gebruiken terwijl er anderen absolute tegenstanders zijn is lang een raadsel geweest. Het is algemeen bekend dat tegenstanders de smaak van koriander als zeepachtig omschrijven terwijl de voorstanders er helemaal geen zeepsmaak in terugvinden. De Amerikaanse neurowetenschapper Charles Wysocki uit Philadelphia is de eerste geweest die erop gewezen heeft dat het hier om een genetische component gaat. Recent wetenschappelijk onderzoek op voor- en tegenstanders bracht aan het licht dat het hier gaat om genetische variaties in olfactorische receptoren die in staan voor een specifieke reuk veroorzaakt door aldehydechemicaliën. Deze chemicaliën zijn zowel in koriander als in zeep aanwezig. 15% proeft de zeepsmaak en de rest die van het kruid genieten dragen deze genen niet. Ondertussen werden nog andere genetische verschillen ontdekt tussen de voor- en tegenstanders en lijken meerdere genen bij de koriandersmaak betrokken zijn. Wat hier van koriander wordt gezegd, geldt waarschijnlijk voor meerdere kruiden. Het genetisch onderzoek opent nieuwe mogelijkheden bij het kruidenonderzoek.

Het korianderblad heeft een andere smaak dan de zaadjes. Het blad is zeer geliefd in de Vietnamese en Thaise keuken, maar ook in Zuid-Amerika. De laatste jaren werd het korianderblad ook in Europa erg populair. In het korianderblad bevinden zich talrijke aromatische stoffen. In de olie komen vetzuren voor zoals oliezuur en Petroselinezuur die eveneens een invloed hebben op de aroma van het blad. We geven de geur- en smaakstoffen weer die in het blad aanwezig zijn. Sommige van deze smaakstoffen komen eveneens voor in basilicum, magiekruid en citrusvruchten. Buiten de vier hoofdsmaken zoet, zuur, zout en bitter wordt er gebruik gemaakt van omschrijvingen en vergelijkingen zoals een vetachtige, olieachtige of wasachtige smaak of geur. Er wordt verwezen naar de geur van hooi, vers gras, vruchten zoals citrusvruchten of noten, dennennaalden, hout enz.

 

·      (E)-2-Tridec-1-ENAL: Citrusachtige smaak.

·      Decanal: Licht citrusachtige en wasachtige smaak.

·      (E)-2-2-Dodecenal: Citrusachtige en vetachtige smaak.

·      (Z)-HEX-3-ENAL: smaak die aan groengras doet denken.

·      Umbelliferone: zoete, hooiachtige smaak.

·      Coriandrine: grasachtige en hooismaak

De gedroogde korianderzaad wordt in het Westen vaak in gebak gebruikt en in het Oosten in talrijke kruidenmengsels. Het korianderzaad wordt soms gebruikt als kruidenthee (infuus) en bevat etherische olie o.a. linadool, camphor, geranylacetaat, gammaterpineen en andere monoterpenen. De geneeskrachtige werking is vergelijkbaar met deze van anijs, venkel en karwij, maar veel zwakker, vandaar dat koriander nog zelden als geneeskrachtig kruid wordt gebruikt. Dat neemt niet weg dat de werking van dit kruid zich verder zet als keukenkruid o.a. als maagversterkend middel, het helpt bij het afscheiden van maagzuur en dat is belangrijk voor mensen met een trage vertering. Verder verdrijft het winden bij darmgassen of een opgezette buik. Gerechten waarin korianderzaad zit verwerkt, verteren gemakkelijker. Keukenkruiden worden hoofdzakelijk gebruik omwille van hun heerlijk aroma, maar behouden hun geneeskrachtige werking.

Korianderzaadjes worden soms geroosterd om er een nootachtige smaak aan te geven. Wat zijn smaak betreft laten zij zich gemakkelijk combineren met basilicum, bonenkruid, majoraan, muskaatnoot, saffraan en tijm. In de zaden vinden we nog meer dan in het blad aromatische stoffen, maar vooral van heel andere samenstelling.

 

·      Linalool: Frisse smaak die aan bloemen doet denken.

·      Geranylacetaat: Reuk van rozen.

·      Alfa-pine: warm, harsachtig, dennennaalden.

·      Limonen: Sinaasappel

·      P-Cymol: Terpentijn en houtachtige smaak.

·      Carvacrole: Oreganosmaak

 

Men blijft er niet bij stilstaan dat deze kleine zaadjes een rijkdom aan aroma’s in zich dragen en voor een waar smaakfestijn zorgen in de keuken. De zaadjes laten zich goed combineren bij aardappelen, wortelen, linzen, bloemkool, selderij en zelfs bij fruit en ijs. De Indische korianderzaadjes zijn ovaal van vorm terwijl de Marokkaanse korianderzaadjes ronder zijn (kogelvormig). Breng de heerlijke natuur terug in uw keuken door meer gebruik te maken van keukenkruiden.

11:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende