23-06-13

HET VERWARRENDE VERHAAL ROND GROENE THEE

Iedereen weet dat het drinken van zwarte thee vergelijkbaar is met het drinken van koffie. Het zijn ongezonde genotsmiddelen. Beide populaire dranken bevatten xanthine alkaloïden die in de cafeïne aanwezig zijn en een stimulerende werking hebben op het centraal zenuwstelsel. Het is aangetoond dat koffie en zwarte thee slapeloosheid, hoofdpijn en het angstsyndroom veroorzaken. Koffie en zwarte thee verhogen eveneens de bloeddruk, hoewel sommige onderzoekers daaraan durven twijfelen. Koffie en zwarte thee verhogen de alertheid, verdringen de vermoeidheid op een onnatuurlijke wijze en beïnvloeden de werking van de pancreas, vooral de insulineproductie is er gevoelig voor.

Tegenover dit bekende verhaal wordt groene thee als gezondheidsbevorderende drank aanbevolen, terwijl groene en zwarte thee van dezelfde plant is, namelijk de Camellia sinensis, met precies dezelfde schadelijke inhoudsstoffen. Een vreemd en verwarrend verhaal dat de moeite loont om eens grondig op in te gaan. Er is niet alleen zwarte en groene thee, men heeft ook witte thee en Oolong thee. Het gaat hier om de blaadjes van eenzelfde plant die op verschillende manieren worden verwerkt.

De verwerking van zwarte thee bestaat uit verflensen (kneuzen), rollen, fermenteren en vuren of drogen. Groene thee wordt vaak ‘ongefermenteerde’ thee genoemd. De vers geplukte blaadjes worden verflenst en dan verhit om de natuurlijke fermentatie tegen te gaan die het blad doet ontbinden. De verhitting gebeurt eerst door het zonlicht en daarna door de blaadjes in hete pannen te leggen, op te scheppen terwijl ze zacht en vochtig worden en het natuurlijk vocht verdampt. Dit proces wordt verschillende keren herhaald tot de blaadjes dofgroen zijn en klaar zijn voor gebruik. In China zijn er theesoorten die niet gevuurd, maar gestoomd worden.

Witte thee wordt op zeer beperkte schaal geproduceerd in China en Sri Lanka. De nieuwe knoppen worden geplukt voor ze opengaan, verflenst en gedroogd. De gekrulde knopjes hebben een zilverachtige kleur en geven een zeer licht, strokleurig aftreksel. De Oolong thee wordt meestal ‘halfgefermenteerde’ thee genoemd en komt voornamelijk voor in China en Taiwan.

 

Thee of koffie!

In Azië wordt thee gedronken zoals in het Westen koffie, bij het eten of om de gezelligheid. Thee wordt daar niet gebruikt omwille van eventuele gezondheidsbevorderende effecten. Daar gebruikt men, net als in het Westen, geneeskrachtige kruiden voor. Veel van onze bekende en veel gebruikte geneeskrachtige kruiden komen uit het Oosten. Daarnaast beschikken zij over een zeer groot aanbod van allerlei geneeskrachtige kruiden die hier niet of nauwelijks bekend zijn. Het is vreemd dat men sinds een tiental jaren groene thee op de markt brengt als gezondheidsbevorderend middel terwijl het een genotsmiddel is. Er worden zoveel goede eigenschappen aan toegeschreven dat fabrikanten van cosmetica en voedingssupplementen het als grondstof in hun producten hebben opgenomen. De vermelding ’bevat groene thee’ doet immers verkopen.

Laten we objectief, zakelijk en wetenschappelijk dit onderwerp nader bekijken. Van de vier soorten heeft groene thee de meest natuurlijke smaak. Groene thee wordt doorgaans meer gedronken in Azië, terwijl de zwarte soorten vooral geëxporteerd worden naar het Westen, vandaar ook de naam Engelse thee. Trouwens in Engeland en ook in Ierland wordt ontzettend veel thee gedronken als alternatief voor koffie.

 

Inhoudsstoffen

Thee bevat, zoals trouwens alle planten, inhoudsstoffen. Bepaalde inhoudsstoffen zijn schadelijk, andere hebben een genezende werking. Indien beide voorkomen moet men de voordelen afwegen tegenover de nadelen. De schadelijke stoffen van groene thee vinden we terug in cafeïne. Omdat veel groene theedrinkers slaapproblemen krijgen heeft men, net als bij koffie, een cafeïnevrije thee op de markt gebracht. Het verwijderen van cafeïne gebeurt door middel van een chemisch solvent en is zeker niet gezondheidsbevorderend.

Zowel de zwarte als de groene thee bevat flavonoïden, dit zijn chemische stoffen met antioxiderende eigenschappen die de typische smaak en kleur geven.Thee bevat flavonolen zoals quercetine en kamperfoelie en vooral flavonolen zoals catechines in groene thee en theflavines en thearubigines in zwarte thee. De laatste twee ontstaan door oxidatie van catechines. Wat de consument niet weet en wat ook niet in de informatie over groene thee wordt vermeld is dat de hier genoemde inhoudsstoffen in veel hogere concentraties voorkomen in geneeskrachtige kruiden (zie kruidenchemie en het kruidencompendium) maar ook in voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen eet men, in tegenstelling tot thee, in veel grotere hoeveelheden. Men hoeft dus geen zwarte of groene thee te drinken omwille van deze stoffen, die er eerder matig in voorkomen.

 

Onderzoek

Er wordt ontzettend veel beweerd, groene thee zou het cholesterol doen dalen, is zelfs goed tegen kanker, maar klopt dat ook allemaal! Patrick Mullie beschrijft een aantal onderzoeken.

‘Van Het Hof en medewerkers onderzochten gedurende vier weken de invloed van 900 ml groene thee op de oxidatie van het LDL-cholesterol bij 45 vrijwilligers. Ondanks de aanwezigheid van de flavonoïden bleek het LDL-cholesterol geen hogere weerstand tegen oxidatie te bezitten. De plasmaconcentratie aan theeflavonoïden bleek te laag te zijn om een antioxiderende activiteit te bezitten. McAnlis en medewerkers kwamen eveneens tot de vaststelling dat 600 mg thee per dag de plasmawaarden aan oxidantia niet deed stijgen en dat er geen bescherming was van de oxidatie van het LDL-cholesterol.’

Mullie zegt verder dat de resultaten van epidemiologische studies over de invloed van thee op het voorkomen van hart- en vaatziekten tegenstrijdig zijn. Sommige studies geven aan dat als thee in combinatie met appelen of uien wordt gedronken er wel een effect zou zijn. Uiteraard omdat appels en uien rijk zijn aan flavonoïden en in grotere hoeveelheden aanwezig zijn dan in groene of zwarte thee. De meeste studies tonen aan dat bij het regelmatig drinken van thee er geen daling van het serumcholesterolgehalte optreedt. Bovendien is het bijzonder moeilijk om een mogelijke daling van de cholesterol aan te tonen gezien dit vaak familiaal bepaald is en dat het voedingspatroon en de levenswijze daar een grote invloed op hebben. Mullie besluit: ‘Een onderzoek uitgevoerd door Bingham en medewerkers op 31 mannen en 34 vrouwen gedurende vier weken met 6 kopjes zwarte thee per dag gaf geen enkele invloed op de bloedvetten.’

Uit deze onderzoeken kunnen we afleiden dat wat de werking betreft er nauwelijks een verschil is tussen groene en zwarte thee. Het verschil ligt enerzijds in de bewerking en anderzijds in de smaak. Voor de theedrinkers ligt het verschil alleen in de persoonlijke voorkeur. Zowel groene als zwarte thee heeft een minimale gezondheidsbevorderende werking die niet opweegt tegen de nadelen van cafeïne. Sommige onderzoekers willen de nadelen van cafeïne relativeren, terwijl deze door talrijke betrouwbare studies zijn aangetoond.

 

Cafeïne zorgt voor innerlijke onrust

De meeste mensen weten wanneer zij hun grens hebben overschreden door te veel cafeïnerijke drank te gebruiken. Zij voelen zich in een kunstmatige toestand van alertheid. Onrust, een onverklaarbaar angstgevoel, de slaap moeilijk kunnen vatten, stuwingen naar het hoofd, verhoogde hartslag of hartritmestoornissen zijn de bekendste symptomen. Wat doet cafeïne? Het maakt niets uit of deze uit groene of zwarte thee of koffie afkomstig is. Uiteraard speelt de concentratie, de hoeveelheid en de frequentie een doorslaggevende rol.

In de hersenen produceren we adenosine, een boodschapperstof zoals serotonine en vele andere. Deze stof wordt aangemaakt om de gevolgen van vermoeidheid tegen te gaan. Ze zetten zich vast op de zenuwcellen waardoor de celactiviteit afneemt en het lichaam in rusttoestand komt. Bij grote fysieke of mentale inspanningen worden enorm grote hoeveelheden van deze stof geproduceerd om de mens tot rust te dwingen zodat de vermoeidheid wegebt. Adenosine is het zandmannetje dat ons dwingt te rusten, waardoor eventuele schadelijke gevolgen van oververmoeidheid afnemen. Het is een prachtig mechanisme dat streeft naar rust en evenwicht.

Cafeïne is de tegenspeler van adenosine omdat het de receptoren ervan verdringt zodat de zenuwcellen in zijn activiteit gestimuleerd worden, m.a.w. het organisme wordt vanuit een natuurlijke rusttoestand gebracht in een toestand van alertheid. Cafeïne verdringt de remmende werking van adenosine op de neuronen en spoort ze aan in werking te treden. De vermoeidheid verdwijnt niet maar wordt onderdrukt. Een vermoeid lichaam is door het drinken van thee of koffie in staat actief te zijn, maar dat is niet zonder gevaar. Bij het regelmatig drinken van cafeïnerijke drank ontstaat er een verslaving omdat er een strijd ontstaat tussen adenosine en cafeïne. Door het zelfregulerend mechanisme probeert het lichaam zich te herstellen, wat gepaard gaat men onaangename reacties, die de behoefte aan de onderdrukkende adenosine verhoogt.

De bewering dat men van cafeïne helderder kan denken klopt inderdaad. Onder invloed van cafeïne blijven de ogen open, wat wijst op paraatheid. Vanzelfsprekend kan men dan beter denken. Hoewel het lichaam behoefte heeft aan rust. Lang heeft men gemeend dat cafeïne wateruitscheidende eigenschappen zou bezitten, maar dit wordt nu door iedereen ontkend. Cafeïne remt het antidiuretisch hormoon en voert via de nieren water af. Nu blijkt dat het uitgescheiden vocht zich snel normaliseert en er geen extra verlies is. Het Deutsche Gesellschaft für Ernährung heeft haar aanbevelingen herzien: cafeïnerijke drank wordt nu als vochtopname beschouwd.

 

Voorzichtigheid is geboden

Er is geen bezwaar tegen het matig gebruik van groene of zwarte thee of een kopje koffie, maar het blijft een genotsmiddel zonder gezondheidsbevorderende eigenschappen. Toch zullen een aantal mensen voorzichtig moeten zijn omdat zij de nadelige gevolgen sneller ondergaan.

  • Hoge bloeddruk: wie na het drinken van een of meerdere kopjes thee of koffie een rood gezicht krijgt, al dan niet in combinatie met hartkloppingen, speelt met vuur. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen, hartinfarct of hoge bloeddruk. Inderdaad cafeïne stimuleert de hartactiviteit doordat noradrenaline gestimuleerd wordt. Hou ook rekening met constitutionele aanleg, voeding en levenswijze.
  • Maagproblemen: cafeïne zorgt bij een aantal mensen voor maagproblemen, het is vooral de combinatie van cafeïne met looistof die hiervoor verantwoordelijk is. Mensen met een gevoelige maag zullen extra voorzichtig zijn.
  • Vrije radicalen: Cafeïnerijke drank zorgt voor een hogere oxidatie en maakt vrije radicalen aan waardoor er een grote behoefte ontstaat aan antioxidanten. Cafeïne heeft geen antioxidatieve werking.
  • Cholesterolverhogende werking: cafeïnerijke drank bevat diterpene, een stof die de cholesterol verhoogt. Bij een verhoogde cholesterolwaarde doet men er goed aan te stoppen met het drinken van thee of koffie.
  • Lever: er is een enzym dat in de lever de uitscheiding van cafeïne regelt. Nu blijkt dat een aantal mensen meer van dit enzym bezitten en daardoor sneller cafeïne uitscheiden in tegenstelling tot zij die de cafeïne langer in het lichaam vasthouden. De aanwezigheid van dit enzym is genetisch bepaald. De schade van cafeïne is voor een groot deel afhankelijk van de duur dat deze giftige stof in het lichaam aanwezig blijft. Dr. Marilyn Cornles en medewerkers van de universiteit van Toronto zijn tot deze bevindingen gekomen. Zij gaan er vanuit dat bij mensen die vrij lang cafeïne in het lichaam vasthouden wel degelijk schade wordt veroorzaak aan het hart en het bloedvatensysteem.
  • Zwangerschap: zelfs Regina Naumann, die voorstander is voor het drinken van koffie, waarschuwt dat zwangere vrouwen maximaal 2 kopjes koffie per dag mogen drinken omdat het de kans op een doodgeboren baby verhoogt, alsook een plotse dood tijdens het eerste levensjaar kan veroorzaken. De negatieve invloed van genotsmiddelen tijdens de zwangerschap is al vaker aangetoond. Wij zijn van mening dat tijdens de zwangerschap het best helemaal geen koffie wordt gedronken.
  • Suikerziekte: de negatieve invloed van cafeïne op de insulineproductie is aangetoond. In hoeverre cafeïne invloed heeft op het ontstaan van suikerziekte is echter minder duidelijk. De bewering dat cafeïne suikerziekte kan afremmen of het risico kan verminderen wordt als onjuist beschouwd.

 

Besluit

Hieruit kunnen we besluiten dat groene thee geen gezondheidsdrank is en niet thuis hoort binnen de natuurlijke gezondheidszorg, wat men ook mag beweren. De wijsheid van het Oosten toont ons de weg naar de waarheid. Wie zijn gezondheid wil bevorderen gebruikt, zowel in het Oosten als in het Westen, geneeskrachtige kruidenthee. Kruiden zijn zeer rijk aan flavonoïden, flavolen, fynolen en polyfenolen en nog vele andere geneeskrachtige stoffen die ook in voedingsmiddelen aanwezig zijn. Ze worden daar bioactieve stoffen, fytochemicaliën of supernutriënten genoemd. Het verwarrend en gecommercialiseerd verhaal van de groene thee toont de onmetelijke kracht aan van het lobbywerk en publiciteit. Een kracht die verblindend werkt en zoveel mensen op een verkeerd spoor zet. Het is de taak van iedere V.G.L-Consulent en Gezondheidstherapeut om de zoekende mens de juiste weg te tonen, ook al is dat niet altijd gemakkelijk. De hulpvrager heeft recht op eerlijke en objectieve informatie.

 

Geraadpleegde bronnen:

Jean Pettigrew : Thee, Alle informatie voor de liefhebber Uitgeverij Librero Hedel, 1988

Patrick Mullie : Functionele voedingsmiddelen, Uitgeverij Acco Leuven, 2003

Lyndel Costain : Handboek Supernutriënten, Uitgeverij Trion Baren, 2001

Regina Naumann : Ein Hoch auf die Koffietasse! Gesund Leben, Stern 5/2006

Claus Leidsman : Bioactieve Substanzen in Lebensmittel, Hippokrates Verlag Stuttgart, 1995

Claus Leitzmann : Van nature gezond met bioactieve stoffen, Het Spectrum, 1998

16:43 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-13

ALCOHOL EN FRANSE PARADOX, GEZONDER ZONDER WIJN

Onderzoekers in Londen denken dat ze uitleg gevonden hebben na het bestuderen van de wijnproductie in die regio. In het wetenschappelijk tijdschrift ‘Nature’ leggen ze het verband met de rode wijn van de streek, de ‘cabernet sauvignon’. In de ambachtelijke wijnmakerij wordt de tannat druif met pitjes geweekt, zodat er grote hoeveelheid procyanidine vrijkomt. Deze stof bevindt zich hoofdzakelijk in de druivenpit en wordt als een sterke antioxidant beschouwd. Volgens deze onderzoekers zou het drinken van twee glazen wijn uit deze streek héél goed zijn voor de gezondheid. Er wordt wel uitdrukkelijk bij verteld dat het om maximum twee glazen wijn per dag gaat.

Hoe moeten we een dergelijk onderzoek beoordelen? Een dergelijke studie, ook al is ze in een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift verschenen, komt weinig wetenschappelijk over. Het is naïef om de goede gezondheid van een bevolkingsgroep toe te schrijven aan één enkele stof die matig voorkomt in een bepaalde wijnsoort. Andere onderzoekers meenden al eerder een verklaring voor de Franse paradox te hebben gevonden. Zij beweren dat het regelmatig gebruik van olijfolie de oorzaak is van minder cardiologische problemen in het Zuiden van Frankrijk. Weer anderen zijn van mening dat dit geldt voor het hele Middellandse zeegebied.

Om te beginnen moet een wetenschappelijke studie eerst aantonen dat de mensen in Zuid- West-Frankrijk gezonder zijn, ouder worden en minder hartinfarcten krijgen dan in de rest van Frankrijk en Europa. Indien dit zo zou zijn, zal men andere factoren dienen te onderzoeken zoals de genetische gesteldheid, klimatologische omstandigheden, bodemonderzoek, lucht- en waterkwaliteit, milieubelasting, voedingspatroon, levenswijze, psychische en emotionele instelling enz. De bekende uitdrukking : ‘leven als god in Frankrijk’ is zeker niet vreemd aan de optimistische levensstijl van de Zuid-Fransen. Fransen eten weinig brood, eten veel groenten en fruit, nemen een licht ontbijt, reserveren veel tijd voor hun middag- en avondmaal en spreiden hun gerechten binnen eenzelfde maaltijd, m.a.w. zij eten veel afzonderlijk waardoor er minder fouten tegen de voedselcombinaties worden gemaakt. Het gaat hier om een erg eenzijdig onderzoek dat het etiket ‘wetenschappelijk’ zeker niet verdient.

Procyanidine komt ook voor in rode appels, de veenbes en zelfs in chocolade. De behoefte aan antioxidant is afhankelijk van de levensgewoonte. Mensen die roken, alcoholische drank gebruiken, medicamenten slikken, in een vervuilde omgeving leven, een jachtig leven leiden, veel stress hebben, krijgen in hun lichaam een verhoogde oxidatie of verbranding waardoor er meer vrije radicalen vrijkomen dan nodig is. Een gezonde voeding in combinatie met een gezonde levenswijze is het beste antioxidant. Het is onbegrijpelijk dat wetenschappers, artsen en therapeuten durven beweren dat het slikken van commerciële tabletjes of het drinken van een paar glazen wijn per dag alles goed maakt. Er is meer nodig om een verkeerd voedingspatroon, een negatieve instelling, een gestresst bestaan of een gezondheidsbelastend levensritme weer in orde te brengen. Indien dergelijke beweringen kloppen, dan zouden er weinig mensen nog ziek zijn. Men doet er beter aan een paar rode appels te eten als men meent behoefte te hebben aan procyanidine.

          

09:54 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-06-13

De Rode biet

De rode biet heeft veel goede eigenschappen.

Sinds Dr. Alexander Ferenczi uit Hongarije, in de tweede helft van de vorige eeuw, kankerremmende eigenschappen aan de rode biet toeschreef, is deze wortel erg populair. Recent onderzoek heeft deze werking kunnen bevestigen, maar ze wordt eerder als matig omschreven. In een kankerdieet gaat de voorkeur uit naar gewassen die boven de grond groeien omwille van een betere lichtintensiteit. Dat neemt niet weg dat de rode biet in een gezond voedingspatroon thuis hoort en heel wat goede eigenschappen bevat. De rode biet neemt in de gastronomie een niet te verwaarlozen plaats in en behoort vooral tot de herfst- en wintervoeding.

 

De rode biet (Beta vulgaris, var. Conditiva), ook kroot genoemd, behoort tot de ganzenvoetfamilie (Chenopodiaceae). Deze naam werd gegeven omdat talrijke planten uit deze plantenfamilie bladeren hebben waarvan de omtrek met een weinig fantasie op een ganzenvoet lijken. Tot deze familie horen eveneens melganzenvoet, brave Hendrik, maar ook spinazie en snijbiet.

 

Minder goede eigenschappen

Ieder voedingsmiddel heeft naast positieve kwaliteiten meestal enkele minder goede eigenschappen. Bij de rode biet is dat de aanwezigheid van oxaalzuur. Oxaalzuur gaat een binding aan met calcium dat daardoor niet kan opgenomen worden en is daarom niet geschikt voor mensen die aan osteoporose lijden of met een verstoorde kalkstofwisseling hebben af te rekenen. Rode biet bevat 72 mg/100 g. oxaalzuur. Cacaopoeder heeft 385 mg/100g en zwarte chocolade 98 mg/100 g. Rabarber spant de kroon met 537 mg/ 100g. Voor mensen met een normale kalkhuishouding mag het gebruik van oxaalzuurrijke voedingsmiddelen niet direct een probleem zijn. Dit nadeel weegt niet op tegen de vele voordelen die de rode biet te bieden heeft. Ze is bijzonder rijk aan kalium en heeft daardoor een vochtafdrijvende werking, dit wil zeggen dat de rode biet geschikt is voor hoge bloeddruk, oedeemvorming en bij een verstoorde waterhuishouding.

 

De genezende kracht van de kleurstoffen

Het zijn vooral de natuurlijke kleurstoffen waaraan de rode biet zijn geneeskrachtige werking te danken heeft. Het is anthocyaan of de rode kleurstof die zo kenmerkend is voor de rode biet. Deze kleurstof is zo krachtig dat na het eten van de rode biet de urine rood kleurt, wat beturia wordt genoemd. Anthocyaan komt vrij veel voor in aubergine, braam, bosbessen, bloedsinaasappelen, zwarte bes en in de rode druif. Deze kleurstof is betrokken bij de fotosynthese en trekt licht aan. Anthocyaan behoort tot de groep van de flavonoïden, stoffen met een geneeskrachtige werking die in eveneens geneeskrachtige kruiden voorkomen en in talrijke voedingsmiddelen. Zij zorgen over het algemeen voor een goede bescherming tegen hart- en vaatziekten, vernietigen de schadelijke cholesterol LDL en zijn een belangrijk antioxidant.

Daarnaast bevat de rode biet luteïne en zeaxanthine, dit zijn gele kleurstoffen die tot de groep van de cortonoïden behoren of hormonen van de bijnieren. Zij hebben een gunstige invloed op de ogen. Daarnaast bevat de rode biet twee soorten betalaines, een als een rode en een ander als gele kleurstof. Betalaine werkt als een krachtige antioxidant en heeft een ontstekingsremmende werking. Verder komen er talrijke mineralen, vitaminen van het B-complex en vitamine C voor. De hoeveelheid ijzer is in de rode biet eerder gering en de opname ervan wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van oxaalzuur. Rode biet is een goede leverancier van foliumzuur dat noodzakelijk is voor zwangere vrouwen. Foliumzuur heeft immers een gunstige invloed op de vorming van de hersenen en het ruggenmerg bij de foetus. Voor volwassenen is foliumzuur eveneens een belangrijke vitamine die een grote invloed heeft op de stofwisseling van eiwitten, voorkomt hart- en vaatziekten, is goed voor de huid, stimuleert de lever en speelt een rol bij de vorming van de rode bloedcellen. Rode biet mag gerust op het menu voorkomen of kan als rode bietensap gedronken worden.

 

Uithoudingsvermogen

Rode bietensap kent veel belangstelling bij de sportbeoefenaars. Volgens een Engels onderzoek stimuleert rode bietensap het uithoudingsvermogen. Intens sporten is echter niet altijd gezond omdat sporters te veel het accent leggen op de prestaties. Zijn tot alles bereidt, zelfs tot het drinken van rode bietensap om de prestaties te verbeteren. Al te vaak wordt sporten en bewegen met elkaar vereenzelvigd.

Rode biet heeft een gunstige invloed op de ogen en de huid. De vitamine B3 (0,2 mg/100 g) in combinatie met talrijke andere stoffen is hier verantwoordelijk voor. Rode biet bevat, zoals hierboven al werd vermeld, betaine met een gunstige werking op de lever. Betaine maakt deel uit van de lipofiele stoffen en verhindert de ophoping van vetten in de lever. Lipofiele stoffen stimuleren de productie van lecithine door de lever, waardoor het cholesterol beter oplosbaar blijft en gemakkelijker kan worden afgevoerd. Betaine ontgift bovendien de lever en vergroot de immuniteit door het stimuleren van antistoffen door de thymus. Onderzoek toont aan dat betaine de spijsvertering versterkt.

 

Rode bietensap

Rode bieten kan men zelf persen tot sap, met voegt er meestal tijdens het persen enkele tomaten en selderstelen aan toe om de smaak aantrekkelijk te maken. Rode biet heeft eerder een grondsmaak. Kan verder op smaak worden gebracht door er wat strooikruiden aan toe te voegen zoals magiekruid, bazielkruid (basilicum) en of andere smaakvolle keukenkruiden. Meestal gebruikt men een à drie glazen rode bietensap per dag en dit gedurende enkele weken. In de handel kan men gefermenteerde rode bietensap kopen, dit wil zeggen dat het sap bewaard wordt in rechtsdraaiend melkzuur (L+). Melkzuur is niet alleen een natuurlijk bewaarmiddel maar heeft tegelijkertijd ontstekingsremmende eigenschappen.

 

Rode biet kan zowel rauw als gekookt gebruikt worden, als salade, soep of in talrijke gerechten. Rode biet wordt in schijven in bokaaltjes verkocht, ze zijn gekookt en in melkzuur bewaard. Deze kwaliteit is alleen in de natuurvoedingswinkels verkrijgbaar. Geef zoveel mogelijk de voorkeur aan biologische kwaliteit. Als u nog eens geniet van rode biet op uw bord, denk er dan eens aan dat ze een bron is van zoveel goede eigenschappen.

 

20:23 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

04-06-13

Dries-dieet aanvullende voedingstherapie bij de behandeling van kanker

 

Het ‘Dries-dieet’ werd door Jan Dries, een ervaren voedingstherapeut met internationale reputatie, ontwikkeld. Op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten op het vlak van voeding, biofotonenonderzoek en vele jaren praktische ervaring met het begeleiden van meer dan duizend kankerpatiënten werd dit dieet voortdurend bijgestuurd. Het is een doeltreffend dieet dat zo vaak succesvol werd toegepast en het vertrouwen van iedere kankerpatiënt waard is. In zijn boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’ lezen we:

‘Wij moeten kanker anders leren zien, er anders mee omgaan en de moed hebben om aanvullende therapieën in te schakelen. Wie dat doet heeft een grotere kans om te genezen en de nevenwerkingen van chemotherapie en/of bestraling te beperken. Het kankerprobleem is uit zijn nauwe medische grenzen gelicht. Het is een complex probleem waarbij maatschappelijke factoren zoals industrialisatie, milieuvervuiling, levenswijze, stress, emotionele aandoeningen en vooral voeding een steeds duidelijker betekenis krijgen.’ 

De voedingsleer werd te lang analytisch en kwantitatief benaderd vanuit calorieën, eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen. De bezorgdheid ging enkel uit naar de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (ADH). De essentie van de voeding is men helaas uit het oog verloren. De voedingsindustrie heeft dit sterk in de hand gewerkt door de vermelding op het etiket als enig referentiepunt voor kwaliteit te beschouwen. De vervaldatum lijkt voor de consument naast de prijs de belangrijkste informatie. De mens is totaal vervreemd van zijn oorspronkelijke voeding, terwijl een kankerpatiënt juist behoefte heeft aan een krachtige en opbouwende voeding.


Een andere benadering

Kanker is een complexe en levensbedreigende ziekte waardoor iedere kankerpatiënt aangewezen is op noodzakelijke medische behandelingen. De oncologie heeft enorme vooruitgang gemaakt, maar dat neemt niet weg dat iedere kankerpatiënt zich dagelijks moet voeden. Het ‘Dries-dieet’ levert wel degelijk een gunstige bijdrage aan het genezingsproces alsook aan de herstelperiode achteraf. 

Wetenschappers hebben vastgesteld dat de mens en dat geldt ook voor de dieren, geen licht en geen mineralen rechtstreeks kan opnemen, dat kunnen alleen de planten. De plant vangt via het proces van de fotosynthese licht op. Deze lichteenheden worden in wetenschappelijke kringen ‘biofotonen’ genoemd. Lichtenergie wordt in de plant voor een groot deel omgezet in chemische energie die voor de vorming van de nutriënten zorgen. Een gedeelte van dit licht blijft als biofotonen in de plant achter en activeert alle biochemische processen binnen de plant, maar ook binnen de vertering en stofwisseling van het voedsel bij de mens. Mineralen en spoorelementen zijn anorganische stoffen die via de wortels van de plant worden opgenomen om deel te nemen aan een organische structuur. Alleen langs deze weg kunnen mens en dier mineralen en spoorelementen tot zich nemen.

De Duitse fysicus Prof. Dr. Popp heeft gezegd: ‘De mens is geen calorieëneter maar een lichtzuiger.’ Of anders uitgedrukt, de mens voedt zich met licht, dat wil zeggen dat hij door middel van zijn voedingsmiddelen licht tot zich neemt. Biofotonen en inhoudsstoffen zijn zodanig met elkaar verbonden dat ze een eenheid vormen. Een nutriënt of voedingsstof kan alleen in energie worden omgezet als ze zelf voldoende energie bezit. Voedingsmiddelen beschikken over een aangepaste structuur om hun energie zo lang mogelijk vast te houden. Ongunstige omstandigheden bij het bewaren van voedingsmiddelen zorgen voor een verlies aan lichtenergie. Ieder verstoring van deze structuur zoals bij bewerking, hoge bereidingstemperaturen, industriële bereidingen enz. zorgen voor een aanzienlijk verlies aan biofotonen.

Steunend op deze vaststellingen kunnen we met grote zekerheid er vanuit gaan dat geïndustrialiseerde voeding, zoals ze te koop wordt aangeboden in de warenhuizen, van bedenkelijke kwaliteit is. Een voedingsmiddel of een voedingsproduct mag over voldoende inhoudsstoffen beschikken, maar als er te weinig lichtenergie aanwezig is, kan men er vanuit gaan dat de effectieve voedingswaarde ontoereikend is. Zowel in Europa als in Amerika eten de mensen daarom steeds grotere hoeveelheden voedsel om zich te voeden met zwaarlijvigheid als gevolg. Het is opvallend, maar zeer begrijpelijk dat kankerpatiënten die het ‘Dries-dieet’ volgen met een geringe hoeveelheid voedsel toekomen terwijl hun lichaamsgewicht stabiel blijft en bloedanalyses aantonen dat er geen tekorten zijn.

 

Een tijdelijk dieet

De lichtenergie maakt deel uit van de levenskracht van de voedingsmiddelen die op hun beurt de levenskracht van de mens ondersteunt. Bij iedere ziekte wordt de levenskracht aangetast en bij ieder genezingsproces wordt ze weer hersteld. Bij een acute kanker worden, zo lang de behandeling duurt, alle voedingsmiddelen rauw gegeten maar op een zodanige manier bereid en voorzien van de nodige aantrekkelijke sausjes, dat het dieet door haast iedereen gewaardeerd wordt. Meestal wordt het ‘Dries-dieet’ gedurende 3 à 6 maanden gebruikt, in uitzonderlijke gevallen iets langer.

Bij rauwe voeding zijn alle voedingsstoffen onaangetast, alle enzymen nog intact en is de hoeveelheid biofotonen vrij groot. Rauwe voedingsmiddelen worden in de beste omstandigheden verteerd omdat ons verteringsstelsel nog altijd op rauw voedsel is afgestemd, vertering is trouwens een enzymatisch proces. De tijdens de vertering vrijgekomen nutriënten zijn rijk aan biofotonen zodat de stofwisseling optimaal verloopt en er ontzettend veel energie vrijkomt. Rauw voedsel is erg hygiënisch en kent een antiseptische werking terwijl gekookt voedsel op relatief korte tijd vatbaar is voor bederf. Bij sommige kankerbehandelingen is een absolute steriliteit vereist en wordt ieder risico op besmetting vermeden, zelfs het gebruik van rauw voedsel, maar dat is een echte uitzondering.

Bij een chronische kanker of tijdens de herstelperiode wordt het dieet aangevuld met gekookt voedsel, niet omdat dit nodig is maar wel omwille van het sociale aspect dat nu eenmaal thuis hoort in onze voedingscultuur. Voedsel bestaat voor iedereen uit dampende kookpannen en warme gerechten. Voor iedere kankerpatiënt die met het ‘Dries-dieet’ start, is het aanvankelijk een aanpassing, hoewel niemand honger lijdt en men een onbeperkte hoeveelheid  mag eten. Na de eerste week verloopt de aanpassing rimpelloos. Het is vooral het gunstig verloop van het ziekteproces dat voor een goede motivatie zorgt. Na vier weken kan iedere arts aan de hand van een bloedanalyse vaststellen dat de kwaliteit van het bloed opvallend is verbeterd.


Een fruit-groente dieet 

Het ‘Dries-dieet’ bestaat uit twee fruitmaaltijden en een groentemaaltijd  aangevuld met noten, zaden, pitten, kwark, yoghurt, melkwei, olie enz. Dit dieet levert de nodige eiwitten, vetten en koolhydraten in de juiste verhouding en van hoge kwaliteit gezien ze niet door warmtebronnen zijn aangetast. In een rauwkostdieet gaat men bij bereidingen nooit boven de 40° C.  Daarnaast levert dit dieet een overvloed aan vitaminen, mineralen, ballaststoffen zoals ruwe vezels en is het bijzonder rijk aan kankerremmende stoffen. Er worden keukenkruiden en natuurlijke en gezonde zoete ingrediënten gebruikt. Door het feit dat alles rauw wordt gegeten is de vertering en stofwisseling zo optimaal dat de reële behoefte aan calorieën opvallend lager ligt dan bij een traditioneel voedingspatroon.

De mens bezit, ondanks zijn culturele evolutie, nog steeds een spijsverteringsstelsel dat aan alle fysieke kenmerken van een vruchteneter of fructivoor voldoet. Dit betekent dat vruchten zoals fruit, bessen, watervruchten, noten, zachte zaden en pitten voor de mens nog steeds de meest ideale voedingsmiddelen zijn. Groenten zijn, indien ze fijn zijn gesneden en met een kruidig oliesausje worden vermengd, een goede aanvulling op de twee fruitmaaltijden. Omdat kankerpatiënten meestal geen echte fruiteters zijn, wordt de groentemaaltijd erg gewaardeerd. Groenten, alsook een beperkt aantal zuivelproducten,  maken het dieet een stuk aangenamer. De hoeveelheid voedsel speelt geen doorslaggevende rol. De meeste patiënten eten in de beginfase erg veel omdat hun spijsverteringsstelsel zich moet aanpassen aan dit zuiver voedsel, bovendien eten ze meestal te snel. Na enkele weken stelt iedereen vast dat, door traag te eten en goed te kauwen, het verzadigingsgevoel sneller optreedt. Men is verrast dat men door minder te eten maar op een juiste manier en met uitzonderlijk goede voedingsmiddelen men veel meer uit zijn voedsel haalt.

 

Kankerremmende voedingsmiddelen

Van kruiden weet men al lang dat bepaalde inhoudsstoffen verantwoordelijk zijn voor de genezende werking. Nu komt men tot de vaststelling dat gelijkaardige stoffen, soms zijn het dezelfde, in voedingsmiddelen voorkomen en verantwoordelijk zijn voor de genezende werking van deze voedingsmiddelen bij bepaalde ziekten. De wetenschap bevestigt met hun onderzoeken wat de mens al eeuwenlang wist, namelijk dat bij een bepaalde ziekte sommige voedingsmiddelen hier een gunstige werking op hebben. Deze stoffen werden aanvankelijk fytochemicaliën of fytochemische bestanddelen genoemd, later secundaire plantenstoffen, supernutriënten of levende macromoleculen, steeds meer wordt de naam ‘bioactieve substanties’ of ‘bioactieve stoffen’ gebruikt.

Bioactieve substanties zijn biologische actieve verbindingen in planten die vaak terug te vinden zijn in de kleur- en smaakstoffen van de voedingsmiddelen. Deze stoffen zijn op de eerste plaats voor de plant bedoeld als verweringsstoffen tegen stresstoestanden en hebben verschillende beschermende functies tegen negatieve omgevingsfactoren. Zij dragen bij tot een gezonde groei en ontwikkeling van de plant en beschermen deze tegen allerlei ziekten, micro-organismen, insecten en ongedierte, schadelijke klimatologische invloeden of reageren langs chemische weg tegen allerlei vormen van stress. Zij trekken voor de plant nuttige insecten aan.

Deze beschermende functies worden via de voeding op de mens overgedragen. De specifieke werking, die uiteraard uitgaat van deze stoffen, is pas mogelijk door de aanwezigheid van andere stoffen met wie ze een organisme vormen. Ieder organisme is een levende structuur of entiteit die levensenergie of levenskracht bezit. Dit betekent dat de werking van bioactieve substanties afhankelijk is van de aanwezige biofotonen. Het is door dit licht dat deze genezende stoffen geactiveerd worden, met andere woorden er is geen werking mogelijk zonder lichtenergie. De in het ‘Dries-dieet’ geselecteerde voedingsmiddelen zijn niet alleen rijk aan bioactieve substanties maar tegelijkertijd aan biofotonen. Eenvoudig uitgedrukt kunnen we zeggen dat de kankercellen via deze bioactieve substanties voldoende licht ontvangen om kankercellen te vernietigen. Het gaat hier om een grote groep van polyfenolen zoals divers soorten flavonoïden, fenolzuren, stilbenen, cumarinen en lignamen maar ook terpenen, zwavelverbindingen, saponienen enz. Zij werken niet alleen in op kanker maar ook op virale en bacteriële infecties, schimmels en versterken de immuniteit.

  

Suiker

Men leest soms, vooral in verouderde literatuur, dat kankercellen zich met suiker voeden. Dat vraagt wel enige uitleg om verwarring te voorkomen. Suiker, in de vorm van koolhydraat, is de belangrijkste voedingsstof voor alle levende wezens. Dieren die tot de groep van de carnivoren worden gerekend, zoals een kat of een hond, krijgen via hun voeding zeer weinig koolhydraten binnen, maar maken hun suikers zelf aan uit vet. De mens kan dat ook bij gebrek aan suiker. Dat wijst nog eens op de onmisbare rol van suiker in het leven van de mens. 

In een gezonde voeding heeft de mens 1 deel eiwit, 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraat nodig. We moeten een onderscheid maken tussen koolhydraten zoals deze in zijn diverse vormen voorkomen in voedingsmiddelen en ‘geïsoleerde suikers’ zoals deze door de industrie wordt voortgebracht. Geïsoleerde suikers zoals witte bietsuiker of bruine rietsuiker bevat voor 99% suiker en werden alle verwante stoffen verwijderd. Terecht noemt men suiker ‘het zoete vergif.’ Het is deze suiker die ongetwijfeld een kankergezwel doet groeien. Natuurlijke suikers, in de vorm van koolhydraat in voedingsmiddelen en in relatie met andere stoffen, vernietigt de kankercellen.

 

Antioxidanten

Antioxidant is een van de vele modewoorden van de laatste jaren waarop een hele industrie floreert. Vrije radicalen worden immers met antioxidanten bestreden. Wat de meeste mensen niet weten is dat het lichaam over drie belangrijke verdedigingssystemen beschikt die de strijd tegen vrije radicalen aangaan. Indien deze systemen door ziekte of andere omstandigheden de strijd niet langer aankunnen, levert de voeding de nodige vitaminen en mineralen die als antioxidanten fungeren. Het ‘Dries-dieet’ is bijzonder rijk aan antioxidanten.

 

De werking van het Dries-dieet 

Als kankerpatiënt is men graag bereid om met een dergelijk dieet als aanvullende of complementaire therapie te starten op voorwaarde dat men voldoende zekerheid heeft. Geen enkele oncoloog geeft absolute zekerheid aan zijn patiënt, hij kan vanuit zijn ervaring de genezingskansen van een patiënt min of meer inschatten. Dat geldt evenzeer voor voedingstherapie. Het ‘Dries-dieet’ heeft als doel de genezingskansen te verhogen, de nevenwerkingen van de medische behandelingen te beperken of draagbaar te maken of bij een terminaal patiënt het leven te verlengen en de levenskwaliteit te verhogen. Het heeft altijd zin om met het dieet te starten, het heeft trouwens geen enkel nadeel. We vermelden hier de werking van het ‘Dries-dieet’.

  • Het spijsverteringsstelsel gaat zich herstellen en beter functioneren. 
  • Het reinigt de darmen en zorgt voor een of meerdere ontlastingen per dag wat gunstig is bij ieder genezingsproces.
  • Het lichaam ontvangt de nodige voedingsstoffen in een juiste hoeveelheid en in goede verhouding met een overvloed aan vitaminen, mineralen, ballaststoffen enz. 
  • Het is een waterrijk dieet wat de vertering vergemakkelijkt en de waterhuishouding ten goede komt.
  • Alle nutriënten zijn onberispelijk, onaangetast en verkeren in de beste omstandigheden. 
  • De stofwisseling gaat door een optimale vertering uitzonderlijk goed functioneren en laat een minimum aan afvalstoffen achter die door het lichaam uitgescheiden worden zodat vervuiling of verzuring is uitgesloten.
  • Alle voedingsmiddelen zijn rijk aan biofotonen en activeren alle biochemische processen, inclusief het genezingsproces. 
  • De geselecteerde voedingsmiddelen zijn rijk aan bioactieve substanties of stoffen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij een kankerremmende werking hebben.
  •  Het ‘Dries-dieet’ scheidt na een chemokuur de afvalstoffen sneller uit het lichaam en maakt de nevenverschijnselen daardoor dragelijker. 
  • Het bloed verbetert op relatieve korte tijd wat gunstig is voor het genezingsproces.
  • Het ‘Dries-dieet’ levert een aantoonbare gunstige invloed op het genezingsproces.
  • Er is een vitaliserende werking vast te stellen, wat zeker belangrijk is tijdens de herstelfase.
  • Het toepassen van het ‘Dries-dieet’ verkleint de kans op een terugval.
  • Het ‘Dries-dieet’ heeft een gunstige invloed op het gedrag, de emotionaliteit en de strijdbaarheid dat bij kanker niet mag onderschat worden.

  

Als kanker toeslaat

Wie vermoedt aan kanker te lijden, doet er goed aan om zo snel mogelijk contact op te nemen met de huisarts en de oncoloog. Vaak lijden mensen aan carcinofobie of angst voor kanker en brengen ze iedere klacht in verband met kanker. Een grondig onderzoek geeft zekerheid en neemt de twijfel weg. Bij ieder vermoeden moet er zo snel mogelijk zekerheid worden geboden en dat kan alleen via grondig klinisch onderzoek.

Indien kanker wordt vastgesteld volgt men alle instructies die de oncoloog vooropstelt. Daarnaast beschikt iedere patiënt over het recht zelf te kiezen voor aanvullende of complementaire therapieën. Van alle alternatieve therapieën is voedingstherapie de meest efficiënte. In plaats van zijn slechte voedingsgewoonte voort te zetten, heeft de patiënt er alle belang bij om naast de reguliere behandeling het ‘Dries-dieet ‘ te volgen. Geen enkele voedingstherapie is bedoeld om de reguliere behandeling te vervangen, het is een aanvulling of ondersteuning.

Het ‘Dries-dieet’ staat uitvoerig beschreven met voorbeelden van dagmenu’s en vele adviezen in het boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’. Daarnaast kan men zich laten begeleiden door gediplomeerde gezondheidstherapeuten die een vierjarige opleiding hebben genoten aan de Europese Academie voor Natuurlijke Gezondheidszorg’ te Antwerpen, Gent, Leuven of Maastricht. Ze zijn door Jan Dries opgeleid in de biologische kankerbestrijding. Meestal gaat men om de vier weken op consultatie en wordt de toestand alsook het verloop van het dieet besproken en eventueel aangepast. Gesprekstherapie of een sessie Biorelaxatie is een goede aanvulling op het dieet. De meeste kankerpatiënten en hun familie hechten veel belang aan deze bijkomende ondersteuning. 

 

Waarschuwing en contra-indicatie

Voor kankerpatiënten die zonder enige begeleiding met het dieet starten, verwijzen we naar enkele waarschuwingen en contra-indicaties.

  •  Het ‘Dries-dieet’ is bedoeld als aanvulling en ondersteuning van een reguliere behandeling en kan deze niet vervangen.
  • Het dieet is niet geschikt voor suikerpatiënten omdat er veel fruit wordt gegeten dat rijk is aan enkelvoudige suikers.
  • Het dieet is niet geschikt voor mensen die aan magerzucht lijden met een BMI dat lager ligt dan 20.
  • Bij de aanvang van het dieet zal iedere patiënt lichaamsgewicht verliezen doordat het eerder een caloriearm dieet is dat rijk is aan kalium waardoor het overtollig lichaamsvocht wordt uitgescheiden, de bloeddruk en de waterhuishouding zich normaliseren. Na zes à acht weken stabiliseert het gewicht of kan licht stijgen.
  • Advies en begeleiding is aan te bevelen.

 

Voor meer informatie

 

Het boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’ door Jan Dries is verkrijgbaar bij

Acenea

Wie het ‘Dries-dieet’ onder begeleiding van een Gezondheidstherapeut wil volgen, kan contact opnemen met de BBNa,  Beroepsvereniging Beoefenaars Natuurgeneeskunde

www.natuurgeneeskundigen.be

 

12:01 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |