25-07-13

VOEDING EN DE VIER ELEMENTEN

Eeuwenlang werden kruiden ingedeeld volgens het principe van de vier elementenleer. Een kruid is warm, koud, vochtig of droog in de eerste, tweede, derde of vier graad. Sommige kruiden hebben meerdere kwaliteiten, dan spreekt men bijvoorbeeld van een kruid is warm in de derde en droog in de tweede graad of omgekeerd.  Voedingsmiddelen werden nooit op deze wijze ingedeeld. Bij voeding vertrekt men vanuit de smaak en het voedingspatroon dat bij het type behoort. We verwijzen hier naar het boek Fysionomiek.


Samenstelling van een voedingsmiddel

Een voedingsmiddel is samengesteld uit: Calorieleverende stoffen, dit zijn eiwit, vet en koolhydraten. Deze voedingsstoffen behoren uiteraard tot het element (V) omdat ze warmte leveren.

  • Voedingsmiddelen bevatten veel of weinig water. Waterrijke voedingsmiddelen hebben een afkoelende werking en behoren tot het element (W).
  • Voedingsmiddelen bevatten ook zuurstof, maar hierover is weinig geweten. Dit aspect behoort tot het element (L).
  • Mineralen, ballaststoffen en andere harde bestanddelen behoren tot het element (A).

Eiwit wordt in de voedingsleer zowel tot de calorieleverende stoffen als tot de opbouwende stoffen gerekend. Eiwit behoort zowel tot (V) als tot (A). Aan de hand van de inhoudsstoffen blijft het moeilijk een indeling te maken.  Het lijkt ons veel eenvoudiger om vanuit de mens te vertrekken. De typologie leert ons de verhouding van de elementen in het temperament bepalen en van daaruit is het niet zo moeilijk om het verband te leggen tussen de persoon en zijn juiste voeding. In de fysionomiek wordt het belang van de constitutie aangetoond.


Smaken

Er zijn 4 smaken:

·      Bitter:  behoort bij het V-type

·      Zout:   behoort bij het W-type

·      Zoet:   behoort bij het L-type

·      Zuur:   behoort bij het A-type

 

Voedingspatroon per element

Een Vuurtype geeft de voorkeur aan de bittere smaak en heeft behoefte aan een eiwit-vetrijke voeding, dus veel (V) om op korte tijd veel energie om te zetten. Indien een V-type té eiwit- en vetrijk eet geeft u aan deze persoon meer koude voeding, d.w.z. waterrijke voeding. Het V-type doet dat vaak spontaan door meer fruit te eten en veel te drinken.

Het Watertype heeft behoefte aan alles waarin veel zout is verwerkt. Zijn voorkeur gaat uit naar zetmeelrijke graanvoeding zoals brood, gebak en deegwaren. Zetmeelrijke voeding wordt altijd met zout bereid om de maagzuurproductie te stimuleren en de granen beter verteerbaar te maken. Zetmeel heeft bovendien de eigenschap water vast te houden. Het W-type drinkt veel en komt snel aan. Door een té waterrijke voeding heeft dit type soms meer eiwit en vet nodig. Dat kunt u berekenen door het voedingspatroon te controleren. Beperking van zetmeelrijke voeding en zout is in de meeste gevallen, zeker bij zwaarlijvigheid, aan te bevelen. Bij een W-type controleert u steeds de natrium-kalium verhouding (zie voedingsmiddelentabel). In een gezonde voeding heeft men weinig natrium maar erg veel kalium nodig. Aardappelen bevatten minder zetmeel (15 à 16%) dat van een heel andere samenstelling is dan het zetmeel uit granen. Aardappelen zijn ook kaliumrijk en waterafdrijvend.

Het Luchttype heeft behoefte aan suiker. Zijn spierweefsel heeft daar behoefte aan door zijn snelle motoriek. Het L-type verteert snel, neemt niet zoveel op, heeft een snelle verbranding en wordt daarom een ‘doorjager’ genoemd. Dit type eet grote hoeveelheden zonder te verdikken. De hoeveelheid is bij hem belangrijker dan de samenstelling van het voedingspatroon. Mensen met een verzwakt zenuwstelsel, die onder stress leven of psychisch belast zijn hebben extra behoefte aan zoet, ook al behoren ze niet tot het L-type. Hou daar rekening mee als u bij iemand een grote suikerconsumptie of trek in chocolade vaststelt.

Het Aardetype geeft de voorkeur aan de zure smaak en kiest daarom gemakkelijk voor voedingsmiddelen die bewaard zijn in azijn of melkzuur zoals augurken, zilveruitjes, zuurkool, enz. Ook zure sauzen weten ze te waarderen alsook yoghurt, karnemelk, citroen, pompelmoes en andere zure voedingsmiddelen. Het zijn goede groente-eters omwille van de hartelijke smaak. Ze eten vaak vetarm, weinig fruit en drinken kleine hoeveelheden. Het A-type zweet, zelfs in de zomer, weinig. Ze hebben meestal last van een droge stoelgang, dik bloed en een droge huid. Een L-A-type geeft de voorkeur aan een zoet-zure smaak.

 

Voedingspatroon aanpassen

Om het voedingspatroon voor iemand te bepalen of eventueel te verbeteren, is het nodig dat u de constitutie en het temperament bepaalt. Ga vooral de voorkeur van de smaak na en probeer aan de hand van zoveel mogelijke factoren (lichaamsbouw, gezichtsstructuur, stem- en taalgebruik, lichaamstaal, lichaamshouding en de persoonskwaliteiten) het temperament te bepalen. Vanuit deze gegevens neemt u een gesprek af (voedingsanamnese) en breng dit in verband met de problematiek van deze persoon. Het bestaande voedingspatroon zegt vaak veel over de persoon. In de natuurgeneeskunde werkt men steeds vanuit het contraria-principe, d.w.z. vanuit de tegenstellingen (zie Typologie). Iemand met té veel vuur heeft afkoeling nodig. De tegenstelling tussen warme (V) en koude voeding (W) is gemakkelijk te maken. Alle calorierijke voedingsmiddelen zijn warm en alle caloriearme voedingsmiddelen zijn koud. U herkent ze eveneens aan de hoeveelheid eiwit en vet en de hoeveelheid water. Alle waterrijke voedingsmiddelen (zie voedingsmiddelentabel) hebben een afkoelende werking. De tegenstelling tussen zuurstofrijke (L) en droge voeding (A) is moeilijk te maken. Er zijn weinig of geen voedingsmiddelen voor de horizontale as (L-A). Vandaar dat we het moeten stellen met warme en koude voeding.

Wie het temperament van de cliënt of de patiënt goed analyseert en zijn voedingspatroon kent, kan probleemloos vanuit zijn voedingskennis en de typologie de juiste voeding aanbevelen.


12:04 Gepost door Jan Dries in Vier elementenleer, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-07-13

Acetotherapie

Acetotherapie is de verzamelnaam van een aantal remedies op basis van organisch of natuurlijk zuur. De naam is afgeleid van het Latijnse woord acetum, dat azijn betekent. Een acetometer is een zuurmeter en acetaat is azijnzuur zout. Het is niet vreemd dat in de acetotherapie de belangrijkste toepassing op basis van azijn is. De geneeskrachtige werking van azijn is al eeuwenlang bekend en geprezen. Naast azijn zijn er ook andere organische zuren die in aanmerking komen zoals melkwei, Molkosan, yoghurt, zuurkool, citroenzuur, komboucha en enkele andere. Wij gaan even dieper in op de therapeutische toepassing van azijn.


Acetotherapie hoort thuis in de natuurgeneeskunde. Hippocrates gebruikte azijn bij het behandelen van wonden en allerlei vormen van infecties, bij oorklachten en huidaandoeningen. Zelfs bij suikerpatiënten bracht hij er verlichting mee. Het gaat hier om een natuurlijk middel waarbij de geneeskracht terug te voeren is tot de grondstof waaruit het middel is bereid. Naar Hippocratische opvattingen geneest alleen de natuur en dat betekent dat de geneeskracht altijd in de grondstof aanwezig moet zijn. Het prepareren tot een middel gaat de geneeskrachtige werking verhogen of de opname ervan vergemakkelijken.

Azijn is een zure vloeistof die gemaakt wordt van wijn, cider of van bier zoals in Engeland. In principe kan men van iedere zwak alcoholische drank door middel van een zogenaamde ‘aceto-fermentatie’ azijn maken. Alcohol verbindt zich met zuurstof in de lucht en wordt dan omgezet in azijn en water. Door de aanwezigheid van azijnzuur heeft azijn een karakteristieke zure en wrange smaak met een samentrekkende werking. De aceto-fermentatie vindt plaats door de aanwezigheid van een micro-organisme, de azijnbacil. Deze bacterie komt overal van nature voor in de lucht.

Pas in 1878 heeft een microbioloog, Hansen genaamd, het chemisch proces van azijnbereiding verklaard. Hij beschreef de drie soorten azijnbacillen. De micro-organismen verteren de alcohol en scheiden zuurstof af. Nochtans behoort azijn tot een zeer oud huismiddel dat volgens sommige onderzoekers al tienduizend jaar werd gebruikt bij het bewaren van voedingsmiddelen en het behandelen van talrijke klachten. Azijn is het eindproduct van een fermentatieproces dat verdund azijnzuur bevat. Daarnaast komen er een aantal natuurlijke bestanddelen in voor die afkomstig zijn van de grondstof waaruit de azijn wordt bereid. Appelazijn bevat bijvoorbeeld pectine, bèta-caroteen, kalium, enzymen en aminozuren afkomstig van de appels waarvan de azijn is gemaakt. Tijdens het gistingsproces worden er complexe proteïne-bouwstenen (aminozuren) gevormd. De geneeskrachtige werking van appelazijn is algemeen bekend. Aan azijn worden vaak de meest wonderbaarlijke eigenschappen toegeschreven. Het onderzoek, dat de acetotherapie is vooraf gegaan, heeft een groot aantal geneeskrachtige eigenschappen bevestigd.

De meest gebruikte azijnsoorten zijn: wijnazijn, appelazijn of ciderazijn, bierazijn en Japanse rijstazijn. In Italië kent men de beroemde Balsamico, een azijn van bijzondere samenstelling die vele jaren oud is. Zijn culinaire waarde staat hoog aangeschreven, maar er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de therapeutische mogelijkheden. Vermoedelijk is Balsamico, die vaak 25 jaar oud is, te duur om therapeutisch te gebruiken. Naast deze verschillende soorten azijn is er ook de kruidenazijn. De bereiding van een kruidenazijn is vrij eenvoudig. Men brengt een bepaalde hoeveelheid gedroogd of vers kruid in een liter azijn en laat dat, afhankelijk van het kruid, twee dagen tot acht weken trekken. Kruidenazijn wordt zowel culinair als therapeutisch gebruikt. De geneeskrachtige werking van het kruid wordt gecombineerd met die van azijn en heeft daardoor een dubbele werking. Het is niet duidelijk of appelazijn een betere geneeskrachtige werking heeft dan de andere soorten. Appelazijn is erg bekend omdat daar het meeste onderzoek naar werd gedaan. Rijstazijn heeft in het Verre Oosten eveneens een goede reputatie, maar is in Europa nauwelijks bekend.

 

Azijn en wetenschappelijk onderzoek

Het staat vast dat azijn een dodende werking heeft op een pathogeen of ziekteverwekkend stof. Zo is aangetoond dat azijn parasieten sneller vernietigt dan welk ander middel ook. Azijn wordt in de natuurgeneeskunde gebruikt tegen infecties. Zwemmers klagen vaak over geïnfecteerde en jeukende oren. Een afdoende preventie is de oren na het zwemmen te spoelen met een mengsel van 1 deel azijn op 1 deel bronwater. Een oplossing die het oor nog beter droog maakt, is azijn met dezelfde hoeveelheid alcohol. Dit helpt zowel tegen bacteriën als tegen schimmels. Azijn is een uitstekend middel om de huid te behandelen. Een azijnkompres herstelt de zuurtegraad van de huid omdat deze overeenstemt met de pH-waarde van de huid.

Sommige gynaecologen gebruiken bij het opsporen van baarmoederhalskanker naast het bekende uitstrijkje ook een azijntest. Zij beweren hiermee vroegtijdig te kunnen opsporen welke vrouwen een groter risico lopen op baarmoederhalskanker. De azijntest is eenvoudig, niet duur, niet ingrijpend en veilig voor de patiënt. De juiste samenstelling en toepassingstechnieken zijn ons niet bekend.

Onderzoek toont aan dat appelazijn een goede bron is van borium. Borium is een spoorelement dat betrokken is bij de vorming en het onderhoud van het bot. De kwaliteit van de botvorming is voor een groot deel afhankelijk van de aanwezigheid van borium. Planten die een tekort hebben aan dit spoorelement groeien minder hard, blijven klein en zien er misvormd uit. Een goede vorming van calcium is afhankelijk van de aanwezigheid van borium. Zonder dit spoorelement kan calcium, ook al is het voldoende aanwezig, geen stevige bot vormen of deze in stand houden. Borium uit appelazijn, dat in het lichaam vrijkomt, heeft invloed op de steroïde hormonen. Vervolgens reguleert het de werking en de duur van de activiteit in het organisme. Er is nog niet zoveel bekend over het werkingsmechanisme tussen borium en calcium. Wel weet men dat er een verband bestaat tussen borium en de hormonen dat van vitaal belang is bij de vorming van de botten. Zo stelt men vast dat bij voldoende aanwezigheid van borium bepaalde steroïde hormonen, zoals oestrogeen en testosteron, enorm stijgen. Ze zijn alle noodzakelijk om de groeicyclus van het bot te vervolmaken. Het verband tussen hormonen, borium en calcium is bekend in de behandeling van osteoporose. Andere spoorelementen die nodig zijn om de botmassa te behouden zijn mangaan, silicium en magnesium. Zij komen in appelazijn in beperkte mate voor zodat ze door een gevarieerde voeding dienen aangevuld te worden. Tijdens de menopauze is een uitgebalanceerd dieet op zijn plaats. Appelazijn kan uiteraard het probleem van osteoporose niet oplossen, maar kan wel een bijdrage leveren.

Australisch onderzoek heeft aangetoond dat een beet van een kwal het best met azijn kan worden behandeld. Men ziet het als een essentieel onderdeel van de eerste hulp bij de beet van een kwal. Het College voor Farmacie en aanverwante Gezondheidswetenschappen onderschrijft dit. Deze wetenschappers gaan er vanuit dat als een beet van een kwal niet onmiddellijk wordt behandeld, dit leidt tot misselijkheid, hoofdpijn, koude rillingen of in uitzonderlijke gevallen zelfs kan leiden tot een dodelijke hartstilstand. Zij concluderen dat gif onschadelijk kan gemaakt worden met azijn. Azijn is in de volksgeneeskunde een veel gebruikte en uitstekende remedie tegen allerlei beten en steken. De gevolgen van bijensteken, wespensteken en andere insectenbeten worden verlicht door de pijnlijke plek te laten weken in onverdund azijn. Hoe sneller de azijn wordt aangebracht, hoe beter het resultaat.

 

Azijn en artritis

Artritis is een veel voorkomende vorm van reuma. Het is een ziekte waarbij een of meerdere gewrichten ontstoken zijn. Als er geen directe verbetering optreedt, loopt de patiënt het gevaar dat de ziekte chronisch wordt. De ontstoken gewrichten voelen pijnlijk aan bij de minste beweging. Een stabiel en gezond lichaamsgewicht, vitale voeding en een natuurlijke levenswijze zijn de belangrijkste factoren in de behandeling.

  • Als pijnstillend drankje vermengt men appelazijn met appel- en druivensap. Zo verkrijgt men een gezondheidsdrankje dat niet alleen pijnstillend werkt bij artritis, maar ook de bloedcirculatie verbetert en een goede ondersteuning is voor het hart. De geneeskrachtige werking wordt toegeschreven aan de aanwezigheid van kalium en zijn antiseptische werking.
  • Bij artritis wordt ook vaak dagelijks een glas water gedronken waaraan een theelepel azijn en een theelepel acaciahoning worden toegevoegd. Twee theelepels azijn in een glas water volstaan ook en hebben ongeveer dezelfde werking.
  • Pers 2 stengels selderij tot sap, voeg er het sap van een sinaasappel aan toe, het sap van een halve grapefruit en 1 citroen, 4 glazen bronwater, een weinig azijn en eventueel wat natriumsulfaat. Het natriumsulfaat geeft aan dit drankje een darmstimulerende werking. Bij artritis is het reinigen van de darmen belangrijk. Om de smaak minder zuur te maken voegt men er water aan toe.

 

Azijn en de spijsvertering

Azijn heeft, net als alle zure producten, een invloed op de maagwerking. De ervaring leert ons dat mensen met een te hoge maagzuurproductie spontaan de neiging hebben om naar zure middelen te grijpen. In de natuurgeneeskundige praktijk wordt bij dergelijke problemen acetotherapie aanbevolen. In de volksmond zegt men daarom gemakkelijk: zuur remt zuur af, dat geeft echter geen verklaring voor de werking ervan. Het gelijkheidsprincipe is in de natuur onbestaande. Fysiologische processen verlopen steeds volgens het contraria-principe. Japanse wetenschappers vermoeden dat het zuur de productie stimuleert van de vloeistof die instaat om de maagwand te beschermen waardoor het overtollige maagzuur geneutraliseerd wordt. Azijn zou ook de maagwand beschermen tegen veelvuldig alcoholgebruik.

Azijn herstelt het bacteriële evenwicht, ruimt ontstekingshaarden op en neutraliseert voedselvergiftiging. Het is vooral het bereiden van voedsel met azijn dat de vertering ten goede komt. Azijn is niet alleen een goed bewaringsmiddel, het verhoogt de verteerbaarheid van sommige voedingsmiddelen. Azijn werkt in op vezelachtige structuren en maakt deze zacht. Bij het bereiden van peulvruchten voegt men een beetje azijn toe aan het kookvocht. Peulvruchten zijn zwaar verteerbaar. Appelazijn bevat veel pectine en dat is een ballaststof met een gunstige invloed op de stoelgang. Pectine speelt een belangrijke rol bij de afvoer van cholesterol. Bij het bereiden van mayonaise of een oliesausje gebruikt men azijn om het vet af te breken waardoor het beter verteerbaar wordt.

 

Azijn en de huid

In de oude natuurgeneeskunde werden infecties aan het gezicht, in de oren en rond de ogen behandeld met een oplossing van azijn en water. Azijn is antiseptisch, doodt bacillen, schimmels en andere schadelijke micro-organismen waarmee het in aanraking komt en is een natuurlijk antibioticum. Bij middenoorontsteking, die erg pijnlijk kan zijn, worden spoelingen met azijn toegepast. Om de handen te ontsmetten volstaat het een beetje azijn aan het water toe te voegen.

Bij heel wat huidaandoeningen is de toepassing van azijn aan te bevelen, vooral als het om infectiehaarden gaat. Azijn wordt heel vaak met honing gecombineerd en dat is zeker ideaal bij het behandelen van huidproblemen. Honing heeft net als azijn een antiseptische werking. Het is een ideaal product bij het behandelen van wonden (zie Apitherapie). Bij brandwonden wordt de verbrande plek met azijn besprenkeld of gedept. Een kompres met azijn is een afdoend middel bij jeuk. Bij anale jeuk bevochtigt men een gaasje met appelazijn dat voorzichtig wordt aangebracht. Bij het behandelen met azijn zal men voorzichtig zijn in de omgeving van de ogen of andere gevoelige plekken. Men gebruikt meestal 1 deel azijn op 4 à 6 delen water.

Bij een azijnbad gebruikt men 2 à 3 glazen azijn op een vol bad. Hier wordt vaak de voorkeur gegeven aan een kruidenazijn. Het toevoegen van azijn aan het badwater doet de warmte beter verdragen. Vooral bij warme of hete baden is toevoeging van azijn altijd aan te bevelen. Een azijnbad heeft het grote voordeel dat het de zuurgraad van de huid normaliseert. Bij veel okselzweet gebruikt men een met azijn bevochtigd doekje om de oksels te wassen. De oksels daarna niet afspoelen. De onaangename geuren verdwijnen meteen. Om verkoeling te krijgen na zonnebrand, neemt men een lauw bad waaraan een glas appelazijn wordt toegevoegd.

 

Huismiddeltjes

Azijn is al eeuwenlang een voortreffelijk huismiddel tegen allerlei kwalen. Hoewel de werking bij de meeste toepassingen verklaarbaar is, zijn er ook heel wat toepassingen die enkel steunen op volksgeloof en suggestie. Wij vermelden hier een aantal van deze toepassingen.

  • Als u ’s nachts uit uw slaap gehouden wordt door een schor hoestje, leg uw hoofd dan te rusten op een doek die u in azijn hebt gedompeld.
  • Een pijnlijke keel kunt u verzachten door te spoelen met water, waaraan een scheutje azijn is toegevoegd.
  • Moeilijkheden met de ademhaling worden verlicht door met azijn doordrenkte witte doeken om de polsen te wikkelen.
  • Het lichaam wordt gereinigd als u een drankje neemt dat is samengesteld uit bronwater, een theelepel azijn en een flinke lepel honing.
  • U kunt de brand uit de jeuk halen door de plek regelmatig met azijn te behandelen.
  • Verlicht het ongemak van pijnlijke benen door een wikkel van azijn aan te brengen. Een wikkel is een doek die in azijn wordt gedompeld en daarna uitgewrongen. Leg deze natte doek op de benen en dek deze af met een droge doek. Een wikkel kan herhaald worden (zie Volksgeneeskunde).
  • Bij overgeven of braakneigingen legt men een warme wikkel (verwarmd azijn) op de maagstreek.
  • Grove, taaie groenten verteren beter als u deze voor het koken een tijdje laat staan in water met een scheutje azijn.
  • Om uw kunstgebit goed te ontsmetten, legt u het gedurende de hele nacht in een glas met azijn, puur of verdund.

 

Acetotherapie biedt heel wat mogelijkheden in een natuurgeneeskundige praktijk, maar een groot aantal remedies behoort tot de volksgeneeskunde of de natuurgeneeskundige zelfhulp. Patiënten kunnen aangespoord worden zelf mee te werken aan hun genezingsproces, natuurgeneeskunde is immers een actieve geneeswijze!

 

Geraadpleegde werken

E. Thacker Het grote azijnboek, Reuille/Bodywell Benelux 1995 

Barbara Wurzel Hausmittel, Südwest Kompakt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11:53 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-07-13

RUGKLACHTEN, behandelen volgens de DSR-methode

Volgens wetenschappelijk onderzoek heeft 80 % procent van de volwassen Westerse bevolking vroeg of laat te maken met rugklachten. Ook schoolgaande kinderen hebben er al last van. Volgens een studie uit Québec klaagt liefst 35% van de negenjarigen af en toe over rugpijn. Tussen 13 en 16 jaar heeft 50 % van de jongeren één keer per maand last van rugpijn. Nochtans bewegen jonge kinderen spontaan op een natuurlijke manier. Dit is een aanwijzing dat rugklachten inherent zijn aan de moderne levenswijze en dat ook daar de oorzaak en vooral de uitlokkende factoren moeten gezocht worden.

De rug is opgebouwd uit een aantal onderdelen die samen één geheel vormen en nauw met elkaar samenwerken: wervels, tussenwervelschijven, ribben, het bekken, spieren en zenuwbanen. In het midden van elke wervel zit een opening waar het ruggenmerg doorloopt. De wervels zijn niet recht op elkaar gestapeld, maar vormen een kromming. Tussen twee wervels in bevindt zich de tussenwervelschijf of discus die ervoor zorgt dat de wervelkolom beweegt en de schokken opvangt. Het geheel wordt samengehouden met spieren die voor de beweeglijkheid van de wervelkolom zorgen. De rug heeft van nature een beweeglijke structuur en kan buigen, draaien, draagt het lichaamsgewicht alsook datgene dat wij in onze armen dragen. Ondanks deze sterke constructie lijden nog zoveel mensen aan rugklachten.

Er zijn aantoonbare oorzaken van rugklachten, maar deze zijn beperkt. Men kan er met grote zekerheid vanuit gaan dat 90 % van de rugklachten veroorzaakt wordt door stress, emotionele aandoeningen en psychische spanningen. Dit is gemakkelijk verklaarbaar. In een stresstoestand of bij negatieve emoties spannen wij spontaan de spieren en laten die weer los zodat de stressor weg is. Omdat mensen voortdurend onder stress leven, worden de spieren onvoldoende los gelaten en blijven ze min of meer gespannen waardoor er een soort stijfheid of verkramping optreedt. Men merkt dat aanvankelijk niet, maar het heeft wel invloed op de zithouding, het bewegen, het tillen van zware voorwerpen of lasten. Zelfs sporten, dat op zich goed is voor de rug, doet dan meer slecht dan goed.

Omdat de spieren door stress of negatieve emoties gespannen zijn, komt heel de wervelkolom onder druk te staan. De druk van de wervels zet zich op de tussenwervelschijven zodat de soepele en buigzame rug strak en moeilijk beweeglijk wordt. Iedere beweging, zithouding, rechtstaan, dragen of tillen verhoogt deze druk en belast de rug. Op het ogenblik dat de rugpijn of nekpijn zich manifesteert, is er meestal nog geen sprake van slijtage of uitstulping van een tussenwervelschijf, maar door het niet tijdig ingrijpen nemen rugklachten een chronische vorm aan. Dan stelt de arts, aan de hand van röntgenfoto’s, vast dat er onherstelbare slijtage aan een of meerdere wervels is opgetreden of dat er beschadigde tussenwervelschijven voorkomen met druk op een zenuw. Dit veroorzaakt de diepingrijpende pijn of pijnscheuten die optreden bij een onjuiste beweging.

Meestal beveelt men rust en ontspanning aan omdat medicijnen de strakke rugspieren niet kunnen versoepelen. Spierontspanners werken onvoldoende en hebben bovendien nevenwerkingen. Een pijnstiller maakt de pijn draaglijk maar biedt verder geen oplossing. Allerlei aangepaste houdingen en technieken bij dragen en tillen helpen de pijn te voorkomen, maar de rug blijft gespannen. Het is vreselijk moeilijk om zich met een pijnlijke rug te ontspannen, bovendien worden rugklachten bijna altijd door spanningen veroorzaakt. Dat maakt dat de ruglijder in een vicieuze cirkel terecht komt.

Rusten, insmeren met St. Jansolie, een warme kruik of een appelpitkussentje bieden verzachting maar zijn uiteraard onvoldoende om de rug weer gezond te maken. De DSR-methode (Dermasegmentale Reflexologie) is een uitstekende therapie om rugpijn, maar ook alle klachten die door rugpijn worden uitgelokt definitief op te lossen. DSR steunt op een speciale massagetechniek, ook dieptemassage genoemd, omdat er in de diepte wordt gewerkt. Men behandelt de huid, het spierweefsel, het bindweefsel en het bot. Hierdoor ontstaat een verhoogde doorbloeding en dat betekent warmtetoevoer naar de spieren die hierdoor hun elasticiteit terugvinden. Daarnaast wordt zowel links als rechts van de wervelkolom diepgaand gewerkt en wordt iedere wervel met een aangepaste handgreep behandeld. Het spierweefsel wordt vanaf de schedelrand tot in het bekken weer gezond gemaakt, maar ook de voorkant van het lichaam behoort tot het te behandelen terrein. Borst- en buikspieren, waar vaak zware spanningen op zitten, veroorzaken rugklachten. Een opgezette buik, door te veel gassen in de darmen, heeft een grote invloed op het ontstaan en instandhouden van rugklachten.

Het behandelen van rugklachten is bij DSR een totale behandeling die verder gaat dan enkel en alleen de rug of een deel ervan. DSR maakt iedere vorm van manipulatie overbodig. Manipulaties zorgen voor een vrij snelle verlossing van de pijn maar nemen de oorzaak niet weg want dat zijn de spierspanningen, de stress of emotionele aandoeningen.

DSR heeft een diepgaande werking, niet alleen op het spierweefsel, maar op het hele organisme. De huidsegmenten zijn immers via de ruggenmergzenuwen verbonden met alle organen en weefsels. DSR heeft bovendien een gunstige invloed op het autonome zenuwstelsel dat instaat voor de regeling van alle functies in het menselijk lichaam. Door stress en emoties geraakt juist dit zenuwstelsel in de war, waardoor functiestoornissen ontstaan. Een DSR behandeling zorgt voor een totale aanpak van de patiënt.

Stress zorgt voor nekklachten, cervicale hoofdpijn, spanningshoofdpijn, duizeligheid, oorsuizingen, sinusitis, kaakproblemen (tandenknarsen), druk op de borstkas, ademhalingsproblemen, schouderpijnen, tenniselleboog, tintelende vingers, carpaaltunnelsyndroom, darm- en blaasklachten en slechte doorbloeding in de benen. DSR is dus niet alleen geschikt voor het behandelen van rugklachten met lumbago, hernia of ischias maar kan zorgen voor een totale genezing. Een behandeling duurt 30 minuten, een reeks van 10 behandelingen is noodzakelijk. DSR wordt toegepast bij alle soorten klachten maar helpt zeer goed bij stress, depressie, slapeloosheid en innerlijke onrust. DSR is te combineren met zowel reguliere als alternatieve therapieën. Er zijn slechts enkele contra-indicaties.

DSR is een beschermde therapie en wordt uitsluitend beoefend door gezondheidstherapeuten, opgeleid aan een van de vier scholen van de Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg. De gezondheidstherapeut is de beoefenaar van de natuurgeneeskunde en biedt een brede waaier aan van natuurgeneeskundige therapieën en staat zijn patiënten bij met nuttige adviezen. In de natuurgeneeskunde staat immers de patiënt centraal.

21:47 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-13

Hyperventilatie Een klacht van vooral het Aardetype

Hyperventilatie is geen ziekte maar een angst- of spanningssyndroom dat vooral het Aardetype bedreigt. Het Aardetype is steeds op zoek naar zekerheid en naar perfectionisme en leeft daardoor veel meer met angsten en spanningen. Uiteraard kan iedereen er aan lijden, maar het Aardetype loopt een veel groter risico. Hyperventilatie betekent letterlijk ‘over-ademen’.

Hyperventilatie is te snel en te diep ademhalen met benauwdheid en hartkloppingen als gevolg. Het te diep in- en uitademen is een fysieke paniekreactie die ontstaat tijdens een stresstoestand. Bij stress komt het lichaam in staat van paraatheid en worden een aantal fysische mechanismen, onder invloed van het sympaticus en stresshormonen versnelt. Deze versnelde werking is nodig om de bedreiging af te slaan of er voor te vluchten. Bij hyperventilatie slaan deze mechanismen op hol en ontstaat er een fysieke chaos. Omdat men tijdens een aanval de indruk krijgt zich in een levensbedreigende situatie te bevinden ontstaan er vaak doodsangsten. Klamme handen, bevingen, vermoeidheid, spierpijnen, darmkrampen, door de benen zakken en nog vele andere nare gevoelens treden dan op. Hyperventilatie is een goed voorbeeld van een functiestoornis.

Het Aardetype is hier vanuit zijn overbezorgdheid extra vatbaar voor. Het Luchttype is het meest nerveuze type, maar weet gemakkelijker met zijn stress om te gaan. Het Aardetype echter stelt te hoge eisen aan het leven die hij niet altijd kan waar maken. Dit type loopt voortdurend op de toppen van de tenen, legt de lat erg hoog en leeft constant onder druk. Dat geeft een extra gevoel van onzekerheid. Lang wachten aan de kassa in de supermarkt brengt de planning in de war en ook dat zorgt voor stress. Het aardetype leeft in een vicieuze cirkel en geraakt daar niet uit. Een aanval van hyperventilatie is een poging deze vicieuze cirkel te doorbreken. Helaas trekken zij daar geen lessen uit.

Hyperventilatie is geen ziekte waarmee men moet leren leven, het is een syndroom dat de persoon zelf moet aanpakken, eventueel met behulp van een therapeut. De therapeut heeft voornamelijk een begeleidende taak. Het gebruik van chemische of biologische medicijnen heeft daar weinig invloed op. In een zakje blazen is zinvol tijdens een acute aanval, maar is geen therapie. De patiënt moet zich ervan bewust worden dat zijn klacht te maken heeft met zijn persoonlijkheid. Hij moet anders leren omgaan met zijn temperament. Daarom moet hij leren relativeren, het leven wat luchtiger opnemen en voor voldoende ontspanning zorgen. Het zo ordelijke Aardetype moet zijn leven herstructureren door risico’s te durven nemen, door angsten te bestrijden en panieksituaties te voorkomen. Het is echter niet zo eenvoudig om een natuurlijke aanleg om te buigen. Daarom doet men beroep op de andere elementen die eveneens in het temperament aanwezig zijn. Het stimuleren van het element lucht brengt hier een goede oplossing. Een therapeut die vertrouwd is met de natuurgeneeskunde kan hier goede diensten bewijzen.

Hoewel werken aan zichzelf de meest doeltreffende methode is bij het behandelen van hyperventilatie, is meestal therapeutische hulp noodzakelijk. Relaxatietherapie in combinatie met ademhalingsoefeningen, zoals Biorelaxatie, is de meest aanbevolen behandeling. Men wordt er rustig van en leert de ademhaling weer spontaan gebruiken. De ademhaling geraakt meestal verstoord door spierspanningen, vandaar dat het toepassen van Dermasegmentale reflexologie (DSR) de relaxatie moet vooraf gaan of er mee worden gecombineerd. Hierbij besteedt men voldoende aandacht aan het middenrif dat reflectorisch en segmentaal terug te vinden is in C2-C4. Vooral naar de schouders toe bevinden zich zowel links als rechts twee maximaalzones waar het middenrif een sterkere reflectie vertoont dan in de rest van de segmenten. Buik- en flankademhaling zijn onmisbaar om hyperventilatie te overwinnen. Hyperventilatie is een veel voorkomende klacht die behoort bij deze jachtige wereld. Zij kan therapeutisch ondersteund worden, maar doorslaggevend is de eigen inzet. Werken aan zichzelf is ook hier de boodschap.

21:18 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |