27-11-13

De zoete vertwijfeling, deel I

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries

 

Vele decennialang werd suiker geprezen als bron van energie. Door de vele acties rond de gevaren van industriesuiker is daar verandering in gekomen. Suiker wordt in de reguliere voedingsleer als holle calorieën en dus als dikmaker beschouwd. Tandartsen wijzen op het gevaar van suiker en suikerrijke voedingsproducten voor de aantasting van het tandglazuur en tandbederf. Het verband tussen de stijgende suikerconsumptie en de toename van suikerziekte is frappant. Het is hoog tijd om op zoek te gaan om ons te bevrijden uit de zoete vertwijfeling.

In de natuurlijke gezondheidszorg wordt suiker beschouwd als het zoete vergif, als een populair drogeermiddel dat niet alleen oorzaak is van suikerverslaving, maar van veel ziekten en ongemakken. Suiker wordt door de voedingsindustrie vaak vervangen door fructose of door synthetische zoetstoffen. Dat is niet de oplossing. Er is heel wat verwarring ontstaan rond suiker en zoete voedingsmiddelen. Sommige mensen durven geen honing of fruit te eten omwille van de suikers, maar vergeet niet dat er een groot verschil is tussen natuurlijke suikers uit verse voedingsmiddelen en toegevoegde industriesuiker in voedingsproducten.

Het is verontrustend dat de suikerziekte, die zo nauw verband houdt met de suikerstofwisseling, in opmars is. Wij kunnen het onderwerp suikerziekte niet bespreken zonder in te gaan op de vele aspecten van het suikerprobleem. Wij besteden extra aandacht aan de glycemische index (GI) omdat die zo verwarrend werkt en de consument vaak aanzet om ongezonde voedingsproducten met een aanneembare GI te consumeren. Het concept van de glycemische index is niet waardeloos, maar is te vaak een vrijgeleide om slechte voeding te gebruiken.

Suikerziekte

Wij hebben de neiging om suikerziekte als een moderne ziekte te beschouwen, maar dat is niet zo. De moderne voedingswijze in combinatie met milieuvervuiling en het jachtige moderne leven heeft suikerziekte sterk doen toenemen. Suikerziekte is een heel oude ziekte. Op teruggevonden kleitafeltjes in de woestijn in het Midden-Oosten blijkt dat in het oude Babylon suikerziekte al voorkwam. Dat wordt afgeleid uit de beschrijving in spijkerschrift op deze kleitafeltjes. Hippocrates, de grondlegger van de natuurgeneeskunde, beschreef al 2.500 jaar geleden suikerziekte en gebruikte bij de behandeling verzuurde wijn, wat nu wijnazijn wordt genoemd.

Om een goed inzicht te krijgen in de complexiteit van suikerziekte en zijn ontstaan, is het belangrijk er even op te wijzen dat in het bloed constant een zekere hoeveelheid suiker aanwezig dient te zijn. Ons organisme moet voor zijn werking voortdurend voorzien worden van suiker. Zonder suiker is geen leven mogelijk. De bloedsomloop brengt de suiker tot de meest afgelegen plaatsen in ons lichaam. De bloedsuikerspiegel is aan schommelingen onderhevig. Als we eten komt er suiker vrij en stijgt de bloedsuikerspiegel. Om deze stijging in bedwang te houden, scheidt de pancreas insuline uit die de bloedsuikerspiegel normaliseert. Als de bloedsuikerspiegel daalt door gebrek aan voedsel of door fysieke inspanningen, zet de lever glycogeen om in glucose waardoor deze zich normaliseert. Glycogeen is menselijk zetmeel dat als reservesuiker in de lever en in mindere mate in de spieren ligt opgeslagen. Glucose is bruikbare suiker.

Ontstaan

Suikerziekte ontstaat doordat de pancreas, de eilandjes van Langerhans, niet meer in staat is om voldoende insuline uit te scheiden zodat de bloedsuikerspiegel extra stijgt. Men spreekt dan van hyperglycemie of een verhoogde bloedsuikerspiegel. Het in paniek geslagen lichaam probeert dit te veel aan suiker kwijt te raken door abnormaal veel te plassen. Daardoor ontstaat gebrek aan vocht en krijgt de patiënt een abnormaal dorstgevoel. Toegenomen dorst en urineproductie, misselijkheid, diepere en snellere ademhaling, buikpijn en een enig sinds zoet ruikende adem wijst op een ketone-acidose.

Medische wetenschappers, artsen en voedingsdeskundigen zijn ervan overtuigd dat de toename van suikerziekte voor een groot deel toegeschreven moet worden aan geïsoleerde en snel opnemende suikers die in de moderne voedingsproducten massaal voorkomen. Zij doen de bloedsuikerspiegel abnormaal stijgen waardoor voortdurend insuline vrijgemaakt moet worden om deze te normaliseren. Uitputting van de pancreas is de belangrijkste oorzaak, hoewel andere factoren zoals erfelijkheid, stress, negatieve emoties eveneens een rol spelen.

Soorten suikers

Er is een taalverwarring rond het begrip suiker. In de volksmond wordt het woord suiker gebruikt om industriesuiker mee aan te duiden zoals de suiker in de koffie of in gebak. Het gaat hier om suiker die uit de suikerbiet of het suikerriet geïsoleerd wordt via een ingewikkeld industrieel productieproces. Suiker heeft niet alleen in de huishoudelijke keuken een plaats ingenomen, maar wordt vooral in de voedingsindustrie in onvoorstelbare grote hoeveelheden verwerkt in allerlei voedingsproducten en genotsmiddelen.

Suiker is gelijkertijd een synoniem van koolhydraat of saccharide, dit is de suiker die in natuurlijke voedingsmiddelen, voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen voorkomt met uitzondering van melk en honing. In de voedingswetenschappen spreekt men van koolhydraat terwijl het woord suiker evenzeer wordt gebruikt. Zoals we nog zullen aantonen is er chemisch gezien geen verschil tussen de suiker in voedingsmiddelen en de industriesuiker in voedingsproducten, maar de resultaten zijn totaal anders.

Naast eiwit en vet is koolhydraat een van de drie voedingsstoffen. Alleen deze drie voedingsstoffen leveren calorieën en staan in voor de energievoorziening. Alcohol levert ook calorieën, maar die laten we hier buiten beschouwing.

De koolhydraten worden in vier groepen onderverdeeld:

Enkelvoudige suikers: monosacchariden genoemd omwille van een koolhydraateenheid. Ze worden omschreven als suikers met een korte ketenlengte, vandaar de benaming ‘korte suikers’. Ze zijn erg zoet van smaak en onmiddellijk opneembaar. Er komt geen verteringsenergie aan te pas. Ze komen voor in fruit en honing.

Dubbele suikers: disacchariden of middellange suikers genoemd. Ze bestaan uit twee koolhydraateenheden saccharose en fructose. Ze zijn minder zoet en moeten omgezet worden tot enkelvoudige suikers. Er is iets meer verteringsenergie nodig. Ze komen voor in riet en bietsuiker en in melk in de vorm van lactose. Bij gemout graan, zoals bij de bierproductie, ontstaat er maltose.

Complexe suikers: polysacchariden of zetmeel genoemd. Zetmeel is het reservekoolhydraat van de planten. Zetmeel kan alleen gebruikt worden na een ingewikkeld omzettingsproces van dubbele naar enkelvoudige suikers. Deze omzetting vergt veel energie, maar ook enkelvoudige suikers en een hele reeks vitaminen van het B-complex. Glycogeen is het menselijk zetmeel dat als reserve wordt opgeslagen in de lever en de spieren. Zetmeel komt voor in aardappelen, wortel- en knolgewassen, sommige zaden zoals de kastanje, maar vooral in granen.

Cellulose: onoplosbare suikers genoemd omdat de mens, in tegenstelling tot herbivoren, niet over de nodige enzymen beschikt om deze af te breken. De ballaststoffen zijn rijk aan cellulose, hemicellulose, pectine, lignine en spelen een belangrijke rol bij de vorming van de feces, de darmflora en de ontlasting van de darm.

We maken een grondig onderscheid tussen deze natuurlijke vormen van suikers zoals ze in voedingsmiddelen voorkomen en de geïsoleerde suikers die de voedingsindustrie gebruikt in haar talrijke voedingsproducten. Het onderscheid tussen een voedingsmiddel zoals de natuur ons dit aanbiedt of zoals de land- en tuinbouw het voor consumptie produceert en de fabrikant dit voedingsproduct aanbiedt, is erg groot.

De mens is een vruchteneter

De biologen rekenen de mens tot de groep van de primaten. Hij bezit, ondanks zijn enorme fysieke en culturele evolutie, nog alle kenmerken van een primaat en meer bepaald van een fructivoor of vruchteneter. Er is geen verwantschap met carnivoren (vleeseters) en granivoren (graaneters) maar er zijn wel enkele overeenkomsten met herbivoren (planteneters). Volgens de moderne voedingswetenschappen is de calorische waarde van de menselijke voeding voor 68% afkomstig uit koolhydraten of natuurlijke suikers. Eiwit en vet hebben we in mindere mate nodig. Dat bevestigt inderdaad dat de mens een vruchteneter is en voor zijn voeding op suikers is afgestemd. Een mens kan uitstekend leven op een vruchtendieet op basis van fruit, bessen en andere vruchten die probleemloos voor de nodige koolhydraten zorgen. Vet en eiwit worden geleverd door noten, zaden en pitten die eveneens tot de vruchten worden gerekend. In de voedingstherapie zijn succesvolle genezingen bereikt met dergelijke diëten. Voeding heeft niet alleen een fysieke betekenis maar ook een sociale dimensie. Vandaar dat niemand geneigd is om zijn voeding zo strikt toe te passen. Theoretisch gezien is het vruchtendieet, zijn oerdieet, voor de moderne mens nog steeds erg voortreffelijk. Het spijsverteringsstelsel is tijdens de lange evolutie opvallend weinig veranderd.

Suiker (koolhydraat) is voor de mens het voedsel van de hersenen en de zenuwen. De hersenen hebben veel energie nodig, veel meer dan de spieren. De hersenen zijn voor hun energie uitsluitend op suiker afgestemd, terwijl de andere organen in noodgeval vetzuren kunnen omzetten in suiker. Zenuwcellen kunnen, in tegenstelling tot de meeste andere lichaamscellen, hun behoefte aan suiker dekken zonder medewerking van insuline. Zij kunnen de suiker onmiddellijk opnemen en verwerken. Hun suikergehalte staat los van de schommelingen van de bloedsuikerspiegel. De hoogontwikkelde zenuwcellen hebben een bijzonder hoge behoefte aan suiker. Suiker heeft niet alleen een positieve invloed op de hersenen, maar ook op talrijke hormonen. Het is niet vreemd dat de behoefte aan suikers zo groot is.

In de gezondheidsliteratuur wordt vaak de indruk gewekt dat suiker altijd ongezond is en dat we er zo weinig mogelijk van moeten gebruiken. Dat is een verkeerde stelling. Wij hebben goede suikers nodig die hun natuurlijke structuur hebben behouden. Het probleem is niet de suiker, maar de kwaliteit van die suikers. Door suikers in geïsoleerde vorm te gebruiken is de belangrijkste voedingsstof de oorzaak van zeer veel ziekten en veel ellende geworden. Wij moeten voorzichtig zijn met suiker meteen in een slecht daglicht te plaatsen. Het hele misverstand rond suiker is ontstaan omdat wetenschappers te veel in stoffen denken en te weinig in structuren. Zij hebben heel lang geen onderscheid gemaakt tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde suikers omdat de chemische formule dezelfde is.

De diepere oorzaak van suikerziekte

De oorzaak van suikerziekte ligt niet in het gebruik van suiker, maar wel in massaal gebruik van geïsoleerde suikers in de voeding. Eten we verse gezonde voedingsmiddelen in hun natuurlijke vorm, afgestemd op ons spijsverteringsstelsel, dan verloopt de vertering en de stofwisseling zoals het behoort. De opname van suiker veroorzaakt geen abnormale schommelingen en de pancreas wordt daardoor niet extra belast. De suiker wordt sneller opgenomen als we voedingsmiddelen bewerken zoals bij het bereiden van een maaltijd. Bij iedere bewerking wordt de natuurlijke structuur beschadigd en komen bepaalde voedingsstoffen, zoals suiker, vrij en worden daardoor gemakkelijker en dus ook sneller opgenomen. Bij het bereiden van verse voedingsmiddelen is deze verhoging te overbruggen en heeft nauwelijks invloed op de bloedsuikerspiegel.

Worden suikers uit voedingsgewassen geïsoleerd zoals industriesuiker uit de suikerbiet of het suikerriet, dan worden ze in hoog geconcentreerde vorm door het lichaam opgenomen. De bloedsuikerspiegel stijgt snel en abnormaal hoog waardoor er enorm veel insuline nodig is om deze te normaliseren. Bij een aantal mensen begeeft de pancreas het snel terwijl bij anderen, ondanks het veelvuldig gebruik van geïsoleerde suikers, geen ongemakken optreden en ook geen suikerziekte. Er zijn talrijke factoren, die helaas niet allemaal bekend zijn, waarom bepaalde mensen suikerziekte krijgen en anderen niet. Genetische aanleg, stress, emotionele aandoeningen, het jachtige leven en vele andere factoren zijn in staat suikerziekte uit te lokken.

Bij de inleiding hebben we er op gewezen dat suikerziekte een heel oude ziekte is, wat afgeleid kan worden uit beschrijvingen in spijkerschrift op teruggevonden kleitafeltjes in het oude Babylon. Onderzoekers gaan er vanuit dat er een verband is tussen het ontstaan van suikerziekte en de ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van de landbouw maakte het mogelijk dat de mens van een oorspronkelijk vruchtendieet, dat rijk was aan enkelvoudige suikers, overschakelde op graanvoeding. Graanvoeding is bijzonder rijk aan moeilijk afbreekbaar zetmeel of complexe suikers. Fysiologisch gezien moet men er rekening mee houden dat de mens geen spijsverteringsstelsel heeft van een granivoor zoals een kip bijvoorbeeld. Wij hebben, ondanks tienduizend jaar landbouw, nog steeds geen snavel, geen krop, geen kliermaag, geen spiermaag, geen dubbele aansluiting van de pancreas op de dunne darm, geen dubbele aansluiting op de lever, geen blindzakjes enz. Alles wijst er op dat we van nature uit geen granen kunnen eten, zeker niet in zijn rauwe en onbewerkte vorm. Granen dienen altijd bereid te worden met toevoeging van zuur, water, zout en suiker.

De complexe suikers van granen worden tijdens de vertering afgebroken tot enkelvoudige suikers. Theoretisch gezien wordt van graan weer fruit gemaakt, het is met andere woorden een vervangmiddel van fruit dat veel praktische en economische voordelen biedt. Dat neemt niet weg dat graanvoeding voor de mens niet zo ideaal is als vaak wordt beweerd. Brood wordt al duizenden jaren als basisvoedsel beschouwd. In het belangrijkste Christelijk gebed wordt om brood gevraagd en neemt in de eucharistieviering een centrale plaats in. Het zit totaal verweven in de westerse cultuur. Toch stellen we vast dat het broodgebruik de laatste twintig jaar sterk is achteruitgegaan. Brood is een delicatesse geworden in tegenstelling tot in Oost-Europa waar brood nog in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Het brood is echter vervangen door voedingsproducten van bedenkelijke kwaliteit.

Voor sommige onderzoekers kan het zoeken naar de diepere oorzaak van suikerziekte in het verre verleden overdreven lijken, maar vergeet de bekende uitdrukking niet: de geschiedenis van de ziekte is de geschiedenis van de landbouw. Op het ogenblik dat de mens afwijkt van zijn natuur verhoogt hij het risico op ziekten. Het maakt niet zoveel uit waar de diepere oorzaak van suikerziekte te vinden is, belangrijker is dat we inzien dat het bewerken van voedingsmiddelen de gezondheid niet dient.

Geraffineerde en ongeraffineerde suiker

Al jaren spreekt men van geraffineerde en niet geraffineerde suikers. Geraffineerde suiker wordt als slecht gezien en ongeraffineerde als goed, maar dat is niet zo. In beide gevallen gaat het hier om geïsoleerde suikers, ze zijn immers langs industriële weg uit biet of riet verwijderd en bevatten haast uitsluitend suiker. Raffineren is een eindbewerking waardoor de geïsoleerde suiker van al zijn onzuiverheden wordt ontdaan. Bij ongeraffineerde suiker blijft nog 4% mineralen, vitamine, melasse en andere bestanddelen over, vandaar de bruine of gele kleur. Deze kleine reststoffen kunnen verwaarloosd worden en hebben geen gezondheidsbevorderende kwaliteiten. Men gebruikt geen ongeraffineerde suiker omwille van de kleine hoeveelheid nutriënten die er nog zijn overgebleven. Het gaat hier om een onverantwoord verkoopargument. Confituur of jam met ongeraffineerde rietsuiker wordt immers duurder verkocht en zijn bijna uitsluitend te vinden in de rekken van de betere voeding- of natuurvoedingswinkels. Naar verluid wordt tegenwoordig geraffineerde witte suiker met melasse of andere kleurstoffen op ieder gewenste kleur gebracht. In feite maakt het niet veel uit, want geraffineerd of ongeraffineerd, het gaat hier om geïsoleerde suikers en die zijn schadelijk.

Het is een vreselijk misverstand. Een suikerbiet bevat ongeveer 18% suiker. Deze suiker maakt deel uit van een levend organisme, een levend geheel dat nog al zijn componenten in de juiste verhoudingen bezit. Eten we bijvoorbeeld rode biet, die 8% suiker bevat naast eiwit, vet, vitaminen, mineralen, bioactieve substanties enz. dan eten we een levend voedsel met een biologische en biochemische structuur. De suiker is er een onderdeel van. Tijdens de suikerbereiding wordt de suiker geïsoleerd, ontdaan van zijn structuur en totaal uit zijn verband gehaald. Men voegt aan het lichaam pure suiker toe waarop het organisme abnormaal reageert door o.a. de bloedsuikerspiegel naar boven te duwen en door op zoek te gaan naar de verloren componenten. Daarom wordt geraffineerde en ongeraffineerde suiker beschouwd als nutriëntenrovers, naast andere vernietigende werking.

Bij het bespreken van natuurlijke zoetstoffen, die aanvaard zijn en de gezondheid niet in het gedrang brengen, zullen we aantonen dat het hier gaat om niet-geïsoleerde suikers die nog over voldoende begeleidende stoffen beschikken zoals oersuiker, melasse en andere.

Maïssiroop

De moderne voedingsindustrie gaat nog een stap verder door uit maïs een siroop te bereiden als grondstof voor geïsoleerde glucose (suiker). Maïs bevat 65% zetmeel of complexe suikers. Het zetmeel wordt geïsoleerd door alle nutriënten uit de maïs te verwijderen en het zetmeel te splitsen of hydrolyseren tot aparte glucosemoleculen. Dergelijke siroop of ingedroogde concentraten hebben voor de voedingsindustrie interessante eigenschappen, ze hebben een zoete smaak, zijn vochtabsorberend, hebben conserverende eigenschappen, worden als smaakverbeteraars gebruikt alsook om het uiterlijk van voedingsproducten te verbeteren, dus als glansmiddel, om krokante structuur te geven of om de korst te vormen. Ze zorgen voor een homogene, zachte en voor de consument aangename textuur en vinden toepassingen bij de productie van kauwgum, soepbereidingen, chocolade, roomvullingen, taartvullingen enz. Deze geïsoleerde glucose wordt in talrijke voedingsproducten zoals snoep, jam, confituur, siroop, ontbijtgranen, allerlei vullingen in gebak, alcoholische drank enz. rijkelijk toegepast. Het probleem voor de consument is echter dat deze niets vermoedt van deze snel opnemende suikers die de pancreas belasten, de bloedsuikerspiegel aan het wankelen brengt, de pancreas en de bijnieren zwaar belasten.

Particieel gemodificeerde maïssiroop

Dergelijke geïsoleerde maïssiroop ondergaat een partiële enzymatische, chemische modificatie, waarbij een gedeelte -namelijk 42%- van de glucose wordt omgezet tot fructose. Fructose of vruchtensuiker klinkt in gezondheidsmiddens nog al positief, maar houdt een nog veel groter gevaar in voor de gezondheid. Voor de voedingsindustrie levert deze ingreep talrijke voordelen op. Ze bevordert de fruitsmaak in frisdrank en in talrijke bereidingen. Door zijn zachte structuur lijkt deze siroop geschikt te zijn voor de bereidingen van chocolade, pralines, hard snoep, in taartvullingen en uiteraard in confituur. Voor allerlei industrieel gebak zorgt ze voor het vasthouden van het vocht zodat uitdroging veel trager verloopt. Deze gemodificeerde maïssiroop zit zelfs verwerkt in brood, vleeswaren, sauzen, bier, frisdrank en in ontzettend veel voedingsproducten.

Dezelfde techniek wordt gebruikt bij invertsuiker waar men vertrekt vanuit geïsoleerde bietsuikersiroop. Het tweewaardige suiker sucrose, wordt opgesplitst in aparte glucose en fructose moleculen. Er wordt zelfs fructose bereid uit het sap van de cichoreiwortel. In talrijke gezondheidsboeken wordt fructose geprezen om een aantal goede eigenschappen. Fructose is de zoetste suiker en heeft een zeer lage glycemische index namelijk tussen 19 en 25. Dit betekent dat fructose traag wordt opgenomen en de bloedsuikerspiegel daardoor nauwelijks beïnvloedt. Meteen voelt men de motivatie om dergelijke producten op de markt te brengen. Een product waar fructose aan wordt toegevoegd, wordt algemeen gezien als gezondheidsbevorderend en anti-suikerziekte.

De grote fout is echter dat er een essentieel verschil is tussen geïsoleerde fructose die in de fabriek uit gemodificeerde maïssiroop werd bereid en de fructose zoals we die vinden in fruit en honing. De reguliere voedingswetenschappers laten zich te veel leiden door stoffen in plaats van door structuren. Op het ogenblik dat iets uit zijn verband wordt gehaald, wordt de beste stof een gifstof. In Duitsland heeft men gesteld dat steeds meer mensen lijden aan fructose-intolerantie. Intolerantie is een onverdraagzaamheid voor bepaalde nutriënten, maar mag niet verward worden met voedselallergie. Intolerantie kan verschijnselen veroorzaken die op allergie lijken, maar in chemisch opzicht geheel verschillend zijn. De oorzaak is meestal het ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn van een bepaald enzym om deze stof te verteren. Men kwam er achter dat het massaal verwerken van fructose in talrijke voedingsmiddelen heeft geleid tot een soort oververzadiging die de intolerantie uitlokt. Het zorgt voor het prikkelbaar darmsyndroom met winderigheid, darmkrampen, constipatie en/of diarree.

Fructose wordt in de dunne darm wat trager opgenomen dan glucose en wordt om die reden als zoetstof gebruikt in voedingsproducten voor mensen met diabetes. Er komt nauwelijks insuline bij te pas. Toch is het gebruik van geïsoleerde fructose niet zonder gevaar en voor suikerpatiënten niet aan te raden. Zoals alle geïsoleerde suikers zorgt ook deze vorm van fructose voor nutriëntenroof. Voedselreserves worden aangesproken, er is een duidelijke belasting van de lever omdat de omzetting van glucose voor de lever beperkt is. Niet- omgezette suikers worden gemakkelijk in alcohol en bloedvetten omgezet. Vooral de productie in de lever van HDL Cholesterol en triglyceriden wordt aangewakkerd. De kans op bloeddrukverhoging is niet uit te sluiten, cataract (grijze staar) kan optreden, er wordt meer vetweefsel gevormd door omzetting van suiker in vet, wat leidt tot zwaarlijvigheid. Het risico op jicht wordt er door verhoogd.

Voor suikerpatiënten mag geïsoleerde fructose als zoetstof enkele voordelen brengen, de nadelen zijn echter zo omvangrijk dat men uiterst voorzichtig moet zijn met voedingsproducten die verrijkt zijn met geïsoleerde fructose. Maar ook zij die geen suikerziekte hebben moeten voorzichtig zijn. Een van de grote nadelen is het feit dat hoge concentraties geïsoleerde fructose de lever belet om glycogeen op te slaan uit glucose. De hoge glucosespiegel dwingt de pancreas extra insuline te produceren wat tot uitputting kan leiden en ouderdomsdiabetes, type II bevordert.

Invloed van geïsoleerde suikers op het ontstaan van suikerziekte

In de voedingsindustrie worden nog meerdere geïsoleerde suikers gebruikt met dezelfde nadelige werking. Het is niet vreemd dat in twintig jaar tijd deze ziekte zich massaal heeft verspreid in de westerse landen. Er zijn mensen die iedere dag 1 à 2 liter cola of een andere frisdrank drinken. In haast alle voedingsproducten zit suiker, fructose of andere vormen van geïsoleerde suikers verwerkt. Volgens statistische gegevens ligt het verbruik van suiker in de meeste Europese landen tussen 45 à 50 kg per persoon per jaar. Door het feit dat de nadelen van industriesuiker steeds meer onder de aandacht is gebracht o.a. door suiker te beschrijven als leverancier van lege calorieën, het verband te leggen tussen suiker en zwaarlijvigheid, aantasting van het gebit en vooral door suiker als het zoete vergif te schouwen, heeft zich het gebruik gestabiliseerd. Toch zien we een sterke toename van geïsoleerde fructose en het gebruik van synthetische zoetstoffen. Er zijn redenen in overvloed om de verkeerde voeding als medeoorzaak van de stijging van suikerziekte te beschouwen.

Volgende week besteden we aandacht aan de glycemische index.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

14:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.