27-11-13

De zoete vertwijfeling, deel I

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries

 

Vele decennialang werd suiker geprezen als bron van energie. Door de vele acties rond de gevaren van industriesuiker is daar verandering in gekomen. Suiker wordt in de reguliere voedingsleer als holle calorieën en dus als dikmaker beschouwd. Tandartsen wijzen op het gevaar van suiker en suikerrijke voedingsproducten voor de aantasting van het tandglazuur en tandbederf. Het verband tussen de stijgende suikerconsumptie en de toename van suikerziekte is frappant. Het is hoog tijd om op zoek te gaan om ons te bevrijden uit de zoete vertwijfeling.

In de natuurlijke gezondheidszorg wordt suiker beschouwd als het zoete vergif, als een populair drogeermiddel dat niet alleen oorzaak is van suikerverslaving, maar van veel ziekten en ongemakken. Suiker wordt door de voedingsindustrie vaak vervangen door fructose of door synthetische zoetstoffen. Dat is niet de oplossing. Er is heel wat verwarring ontstaan rond suiker en zoete voedingsmiddelen. Sommige mensen durven geen honing of fruit te eten omwille van de suikers, maar vergeet niet dat er een groot verschil is tussen natuurlijke suikers uit verse voedingsmiddelen en toegevoegde industriesuiker in voedingsproducten.

Het is verontrustend dat de suikerziekte, die zo nauw verband houdt met de suikerstofwisseling, in opmars is. Wij kunnen het onderwerp suikerziekte niet bespreken zonder in te gaan op de vele aspecten van het suikerprobleem. Wij besteden extra aandacht aan de glycemische index (GI) omdat die zo verwarrend werkt en de consument vaak aanzet om ongezonde voedingsproducten met een aanneembare GI te consumeren. Het concept van de glycemische index is niet waardeloos, maar is te vaak een vrijgeleide om slechte voeding te gebruiken.

Suikerziekte

Wij hebben de neiging om suikerziekte als een moderne ziekte te beschouwen, maar dat is niet zo. De moderne voedingswijze in combinatie met milieuvervuiling en het jachtige moderne leven heeft suikerziekte sterk doen toenemen. Suikerziekte is een heel oude ziekte. Op teruggevonden kleitafeltjes in de woestijn in het Midden-Oosten blijkt dat in het oude Babylon suikerziekte al voorkwam. Dat wordt afgeleid uit de beschrijving in spijkerschrift op deze kleitafeltjes. Hippocrates, de grondlegger van de natuurgeneeskunde, beschreef al 2.500 jaar geleden suikerziekte en gebruikte bij de behandeling verzuurde wijn, wat nu wijnazijn wordt genoemd.

Om een goed inzicht te krijgen in de complexiteit van suikerziekte en zijn ontstaan, is het belangrijk er even op te wijzen dat in het bloed constant een zekere hoeveelheid suiker aanwezig dient te zijn. Ons organisme moet voor zijn werking voortdurend voorzien worden van suiker. Zonder suiker is geen leven mogelijk. De bloedsomloop brengt de suiker tot de meest afgelegen plaatsen in ons lichaam. De bloedsuikerspiegel is aan schommelingen onderhevig. Als we eten komt er suiker vrij en stijgt de bloedsuikerspiegel. Om deze stijging in bedwang te houden, scheidt de pancreas insuline uit die de bloedsuikerspiegel normaliseert. Als de bloedsuikerspiegel daalt door gebrek aan voedsel of door fysieke inspanningen, zet de lever glycogeen om in glucose waardoor deze zich normaliseert. Glycogeen is menselijk zetmeel dat als reservesuiker in de lever en in mindere mate in de spieren ligt opgeslagen. Glucose is bruikbare suiker.

Ontstaan

Suikerziekte ontstaat doordat de pancreas, de eilandjes van Langerhans, niet meer in staat is om voldoende insuline uit te scheiden zodat de bloedsuikerspiegel extra stijgt. Men spreekt dan van hyperglycemie of een verhoogde bloedsuikerspiegel. Het in paniek geslagen lichaam probeert dit te veel aan suiker kwijt te raken door abnormaal veel te plassen. Daardoor ontstaat gebrek aan vocht en krijgt de patiënt een abnormaal dorstgevoel. Toegenomen dorst en urineproductie, misselijkheid, diepere en snellere ademhaling, buikpijn en een enig sinds zoet ruikende adem wijst op een ketone-acidose.

Medische wetenschappers, artsen en voedingsdeskundigen zijn ervan overtuigd dat de toename van suikerziekte voor een groot deel toegeschreven moet worden aan geïsoleerde en snel opnemende suikers die in de moderne voedingsproducten massaal voorkomen. Zij doen de bloedsuikerspiegel abnormaal stijgen waardoor voortdurend insuline vrijgemaakt moet worden om deze te normaliseren. Uitputting van de pancreas is de belangrijkste oorzaak, hoewel andere factoren zoals erfelijkheid, stress, negatieve emoties eveneens een rol spelen.

Soorten suikers

Er is een taalverwarring rond het begrip suiker. In de volksmond wordt het woord suiker gebruikt om industriesuiker mee aan te duiden zoals de suiker in de koffie of in gebak. Het gaat hier om suiker die uit de suikerbiet of het suikerriet geïsoleerd wordt via een ingewikkeld industrieel productieproces. Suiker heeft niet alleen in de huishoudelijke keuken een plaats ingenomen, maar wordt vooral in de voedingsindustrie in onvoorstelbare grote hoeveelheden verwerkt in allerlei voedingsproducten en genotsmiddelen.

Suiker is gelijkertijd een synoniem van koolhydraat of saccharide, dit is de suiker die in natuurlijke voedingsmiddelen, voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen voorkomt met uitzondering van melk en honing. In de voedingswetenschappen spreekt men van koolhydraat terwijl het woord suiker evenzeer wordt gebruikt. Zoals we nog zullen aantonen is er chemisch gezien geen verschil tussen de suiker in voedingsmiddelen en de industriesuiker in voedingsproducten, maar de resultaten zijn totaal anders.

Naast eiwit en vet is koolhydraat een van de drie voedingsstoffen. Alleen deze drie voedingsstoffen leveren calorieën en staan in voor de energievoorziening. Alcohol levert ook calorieën, maar die laten we hier buiten beschouwing.

De koolhydraten worden in vier groepen onderverdeeld:

Enkelvoudige suikers: monosacchariden genoemd omwille van een koolhydraateenheid. Ze worden omschreven als suikers met een korte ketenlengte, vandaar de benaming ‘korte suikers’. Ze zijn erg zoet van smaak en onmiddellijk opneembaar. Er komt geen verteringsenergie aan te pas. Ze komen voor in fruit en honing.

Dubbele suikers: disacchariden of middellange suikers genoemd. Ze bestaan uit twee koolhydraateenheden saccharose en fructose. Ze zijn minder zoet en moeten omgezet worden tot enkelvoudige suikers. Er is iets meer verteringsenergie nodig. Ze komen voor in riet en bietsuiker en in melk in de vorm van lactose. Bij gemout graan, zoals bij de bierproductie, ontstaat er maltose.

Complexe suikers: polysacchariden of zetmeel genoemd. Zetmeel is het reservekoolhydraat van de planten. Zetmeel kan alleen gebruikt worden na een ingewikkeld omzettingsproces van dubbele naar enkelvoudige suikers. Deze omzetting vergt veel energie, maar ook enkelvoudige suikers en een hele reeks vitaminen van het B-complex. Glycogeen is het menselijk zetmeel dat als reserve wordt opgeslagen in de lever en de spieren. Zetmeel komt voor in aardappelen, wortel- en knolgewassen, sommige zaden zoals de kastanje, maar vooral in granen.

Cellulose: onoplosbare suikers genoemd omdat de mens, in tegenstelling tot herbivoren, niet over de nodige enzymen beschikt om deze af te breken. De ballaststoffen zijn rijk aan cellulose, hemicellulose, pectine, lignine en spelen een belangrijke rol bij de vorming van de feces, de darmflora en de ontlasting van de darm.

We maken een grondig onderscheid tussen deze natuurlijke vormen van suikers zoals ze in voedingsmiddelen voorkomen en de geïsoleerde suikers die de voedingsindustrie gebruikt in haar talrijke voedingsproducten. Het onderscheid tussen een voedingsmiddel zoals de natuur ons dit aanbiedt of zoals de land- en tuinbouw het voor consumptie produceert en de fabrikant dit voedingsproduct aanbiedt, is erg groot.

De mens is een vruchteneter

De biologen rekenen de mens tot de groep van de primaten. Hij bezit, ondanks zijn enorme fysieke en culturele evolutie, nog alle kenmerken van een primaat en meer bepaald van een fructivoor of vruchteneter. Er is geen verwantschap met carnivoren (vleeseters) en granivoren (graaneters) maar er zijn wel enkele overeenkomsten met herbivoren (planteneters). Volgens de moderne voedingswetenschappen is de calorische waarde van de menselijke voeding voor 68% afkomstig uit koolhydraten of natuurlijke suikers. Eiwit en vet hebben we in mindere mate nodig. Dat bevestigt inderdaad dat de mens een vruchteneter is en voor zijn voeding op suikers is afgestemd. Een mens kan uitstekend leven op een vruchtendieet op basis van fruit, bessen en andere vruchten die probleemloos voor de nodige koolhydraten zorgen. Vet en eiwit worden geleverd door noten, zaden en pitten die eveneens tot de vruchten worden gerekend. In de voedingstherapie zijn succesvolle genezingen bereikt met dergelijke diëten. Voeding heeft niet alleen een fysieke betekenis maar ook een sociale dimensie. Vandaar dat niemand geneigd is om zijn voeding zo strikt toe te passen. Theoretisch gezien is het vruchtendieet, zijn oerdieet, voor de moderne mens nog steeds erg voortreffelijk. Het spijsverteringsstelsel is tijdens de lange evolutie opvallend weinig veranderd.

Suiker (koolhydraat) is voor de mens het voedsel van de hersenen en de zenuwen. De hersenen hebben veel energie nodig, veel meer dan de spieren. De hersenen zijn voor hun energie uitsluitend op suiker afgestemd, terwijl de andere organen in noodgeval vetzuren kunnen omzetten in suiker. Zenuwcellen kunnen, in tegenstelling tot de meeste andere lichaamscellen, hun behoefte aan suiker dekken zonder medewerking van insuline. Zij kunnen de suiker onmiddellijk opnemen en verwerken. Hun suikergehalte staat los van de schommelingen van de bloedsuikerspiegel. De hoogontwikkelde zenuwcellen hebben een bijzonder hoge behoefte aan suiker. Suiker heeft niet alleen een positieve invloed op de hersenen, maar ook op talrijke hormonen. Het is niet vreemd dat de behoefte aan suikers zo groot is.

In de gezondheidsliteratuur wordt vaak de indruk gewekt dat suiker altijd ongezond is en dat we er zo weinig mogelijk van moeten gebruiken. Dat is een verkeerde stelling. Wij hebben goede suikers nodig die hun natuurlijke structuur hebben behouden. Het probleem is niet de suiker, maar de kwaliteit van die suikers. Door suikers in geïsoleerde vorm te gebruiken is de belangrijkste voedingsstof de oorzaak van zeer veel ziekten en veel ellende geworden. Wij moeten voorzichtig zijn met suiker meteen in een slecht daglicht te plaatsen. Het hele misverstand rond suiker is ontstaan omdat wetenschappers te veel in stoffen denken en te weinig in structuren. Zij hebben heel lang geen onderscheid gemaakt tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde suikers omdat de chemische formule dezelfde is.

De diepere oorzaak van suikerziekte

De oorzaak van suikerziekte ligt niet in het gebruik van suiker, maar wel in massaal gebruik van geïsoleerde suikers in de voeding. Eten we verse gezonde voedingsmiddelen in hun natuurlijke vorm, afgestemd op ons spijsverteringsstelsel, dan verloopt de vertering en de stofwisseling zoals het behoort. De opname van suiker veroorzaakt geen abnormale schommelingen en de pancreas wordt daardoor niet extra belast. De suiker wordt sneller opgenomen als we voedingsmiddelen bewerken zoals bij het bereiden van een maaltijd. Bij iedere bewerking wordt de natuurlijke structuur beschadigd en komen bepaalde voedingsstoffen, zoals suiker, vrij en worden daardoor gemakkelijker en dus ook sneller opgenomen. Bij het bereiden van verse voedingsmiddelen is deze verhoging te overbruggen en heeft nauwelijks invloed op de bloedsuikerspiegel.

Worden suikers uit voedingsgewassen geïsoleerd zoals industriesuiker uit de suikerbiet of het suikerriet, dan worden ze in hoog geconcentreerde vorm door het lichaam opgenomen. De bloedsuikerspiegel stijgt snel en abnormaal hoog waardoor er enorm veel insuline nodig is om deze te normaliseren. Bij een aantal mensen begeeft de pancreas het snel terwijl bij anderen, ondanks het veelvuldig gebruik van geïsoleerde suikers, geen ongemakken optreden en ook geen suikerziekte. Er zijn talrijke factoren, die helaas niet allemaal bekend zijn, waarom bepaalde mensen suikerziekte krijgen en anderen niet. Genetische aanleg, stress, emotionele aandoeningen, het jachtige leven en vele andere factoren zijn in staat suikerziekte uit te lokken.

Bij de inleiding hebben we er op gewezen dat suikerziekte een heel oude ziekte is, wat afgeleid kan worden uit beschrijvingen in spijkerschrift op teruggevonden kleitafeltjes in het oude Babylon. Onderzoekers gaan er vanuit dat er een verband is tussen het ontstaan van suikerziekte en de ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van de landbouw maakte het mogelijk dat de mens van een oorspronkelijk vruchtendieet, dat rijk was aan enkelvoudige suikers, overschakelde op graanvoeding. Graanvoeding is bijzonder rijk aan moeilijk afbreekbaar zetmeel of complexe suikers. Fysiologisch gezien moet men er rekening mee houden dat de mens geen spijsverteringsstelsel heeft van een granivoor zoals een kip bijvoorbeeld. Wij hebben, ondanks tienduizend jaar landbouw, nog steeds geen snavel, geen krop, geen kliermaag, geen spiermaag, geen dubbele aansluiting van de pancreas op de dunne darm, geen dubbele aansluiting op de lever, geen blindzakjes enz. Alles wijst er op dat we van nature uit geen granen kunnen eten, zeker niet in zijn rauwe en onbewerkte vorm. Granen dienen altijd bereid te worden met toevoeging van zuur, water, zout en suiker.

De complexe suikers van granen worden tijdens de vertering afgebroken tot enkelvoudige suikers. Theoretisch gezien wordt van graan weer fruit gemaakt, het is met andere woorden een vervangmiddel van fruit dat veel praktische en economische voordelen biedt. Dat neemt niet weg dat graanvoeding voor de mens niet zo ideaal is als vaak wordt beweerd. Brood wordt al duizenden jaren als basisvoedsel beschouwd. In het belangrijkste Christelijk gebed wordt om brood gevraagd en neemt in de eucharistieviering een centrale plaats in. Het zit totaal verweven in de westerse cultuur. Toch stellen we vast dat het broodgebruik de laatste twintig jaar sterk is achteruitgegaan. Brood is een delicatesse geworden in tegenstelling tot in Oost-Europa waar brood nog in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Het brood is echter vervangen door voedingsproducten van bedenkelijke kwaliteit.

Voor sommige onderzoekers kan het zoeken naar de diepere oorzaak van suikerziekte in het verre verleden overdreven lijken, maar vergeet de bekende uitdrukking niet: de geschiedenis van de ziekte is de geschiedenis van de landbouw. Op het ogenblik dat de mens afwijkt van zijn natuur verhoogt hij het risico op ziekten. Het maakt niet zoveel uit waar de diepere oorzaak van suikerziekte te vinden is, belangrijker is dat we inzien dat het bewerken van voedingsmiddelen de gezondheid niet dient.

Geraffineerde en ongeraffineerde suiker

Al jaren spreekt men van geraffineerde en niet geraffineerde suikers. Geraffineerde suiker wordt als slecht gezien en ongeraffineerde als goed, maar dat is niet zo. In beide gevallen gaat het hier om geïsoleerde suikers, ze zijn immers langs industriële weg uit biet of riet verwijderd en bevatten haast uitsluitend suiker. Raffineren is een eindbewerking waardoor de geïsoleerde suiker van al zijn onzuiverheden wordt ontdaan. Bij ongeraffineerde suiker blijft nog 4% mineralen, vitamine, melasse en andere bestanddelen over, vandaar de bruine of gele kleur. Deze kleine reststoffen kunnen verwaarloosd worden en hebben geen gezondheidsbevorderende kwaliteiten. Men gebruikt geen ongeraffineerde suiker omwille van de kleine hoeveelheid nutriënten die er nog zijn overgebleven. Het gaat hier om een onverantwoord verkoopargument. Confituur of jam met ongeraffineerde rietsuiker wordt immers duurder verkocht en zijn bijna uitsluitend te vinden in de rekken van de betere voeding- of natuurvoedingswinkels. Naar verluid wordt tegenwoordig geraffineerde witte suiker met melasse of andere kleurstoffen op ieder gewenste kleur gebracht. In feite maakt het niet veel uit, want geraffineerd of ongeraffineerd, het gaat hier om geïsoleerde suikers en die zijn schadelijk.

Het is een vreselijk misverstand. Een suikerbiet bevat ongeveer 18% suiker. Deze suiker maakt deel uit van een levend organisme, een levend geheel dat nog al zijn componenten in de juiste verhoudingen bezit. Eten we bijvoorbeeld rode biet, die 8% suiker bevat naast eiwit, vet, vitaminen, mineralen, bioactieve substanties enz. dan eten we een levend voedsel met een biologische en biochemische structuur. De suiker is er een onderdeel van. Tijdens de suikerbereiding wordt de suiker geïsoleerd, ontdaan van zijn structuur en totaal uit zijn verband gehaald. Men voegt aan het lichaam pure suiker toe waarop het organisme abnormaal reageert door o.a. de bloedsuikerspiegel naar boven te duwen en door op zoek te gaan naar de verloren componenten. Daarom wordt geraffineerde en ongeraffineerde suiker beschouwd als nutriëntenrovers, naast andere vernietigende werking.

Bij het bespreken van natuurlijke zoetstoffen, die aanvaard zijn en de gezondheid niet in het gedrang brengen, zullen we aantonen dat het hier gaat om niet-geïsoleerde suikers die nog over voldoende begeleidende stoffen beschikken zoals oersuiker, melasse en andere.

Maïssiroop

De moderne voedingsindustrie gaat nog een stap verder door uit maïs een siroop te bereiden als grondstof voor geïsoleerde glucose (suiker). Maïs bevat 65% zetmeel of complexe suikers. Het zetmeel wordt geïsoleerd door alle nutriënten uit de maïs te verwijderen en het zetmeel te splitsen of hydrolyseren tot aparte glucosemoleculen. Dergelijke siroop of ingedroogde concentraten hebben voor de voedingsindustrie interessante eigenschappen, ze hebben een zoete smaak, zijn vochtabsorberend, hebben conserverende eigenschappen, worden als smaakverbeteraars gebruikt alsook om het uiterlijk van voedingsproducten te verbeteren, dus als glansmiddel, om krokante structuur te geven of om de korst te vormen. Ze zorgen voor een homogene, zachte en voor de consument aangename textuur en vinden toepassingen bij de productie van kauwgum, soepbereidingen, chocolade, roomvullingen, taartvullingen enz. Deze geïsoleerde glucose wordt in talrijke voedingsproducten zoals snoep, jam, confituur, siroop, ontbijtgranen, allerlei vullingen in gebak, alcoholische drank enz. rijkelijk toegepast. Het probleem voor de consument is echter dat deze niets vermoedt van deze snel opnemende suikers die de pancreas belasten, de bloedsuikerspiegel aan het wankelen brengt, de pancreas en de bijnieren zwaar belasten.

Particieel gemodificeerde maïssiroop

Dergelijke geïsoleerde maïssiroop ondergaat een partiële enzymatische, chemische modificatie, waarbij een gedeelte -namelijk 42%- van de glucose wordt omgezet tot fructose. Fructose of vruchtensuiker klinkt in gezondheidsmiddens nog al positief, maar houdt een nog veel groter gevaar in voor de gezondheid. Voor de voedingsindustrie levert deze ingreep talrijke voordelen op. Ze bevordert de fruitsmaak in frisdrank en in talrijke bereidingen. Door zijn zachte structuur lijkt deze siroop geschikt te zijn voor de bereidingen van chocolade, pralines, hard snoep, in taartvullingen en uiteraard in confituur. Voor allerlei industrieel gebak zorgt ze voor het vasthouden van het vocht zodat uitdroging veel trager verloopt. Deze gemodificeerde maïssiroop zit zelfs verwerkt in brood, vleeswaren, sauzen, bier, frisdrank en in ontzettend veel voedingsproducten.

Dezelfde techniek wordt gebruikt bij invertsuiker waar men vertrekt vanuit geïsoleerde bietsuikersiroop. Het tweewaardige suiker sucrose, wordt opgesplitst in aparte glucose en fructose moleculen. Er wordt zelfs fructose bereid uit het sap van de cichoreiwortel. In talrijke gezondheidsboeken wordt fructose geprezen om een aantal goede eigenschappen. Fructose is de zoetste suiker en heeft een zeer lage glycemische index namelijk tussen 19 en 25. Dit betekent dat fructose traag wordt opgenomen en de bloedsuikerspiegel daardoor nauwelijks beïnvloedt. Meteen voelt men de motivatie om dergelijke producten op de markt te brengen. Een product waar fructose aan wordt toegevoegd, wordt algemeen gezien als gezondheidsbevorderend en anti-suikerziekte.

De grote fout is echter dat er een essentieel verschil is tussen geïsoleerde fructose die in de fabriek uit gemodificeerde maïssiroop werd bereid en de fructose zoals we die vinden in fruit en honing. De reguliere voedingswetenschappers laten zich te veel leiden door stoffen in plaats van door structuren. Op het ogenblik dat iets uit zijn verband wordt gehaald, wordt de beste stof een gifstof. In Duitsland heeft men gesteld dat steeds meer mensen lijden aan fructose-intolerantie. Intolerantie is een onverdraagzaamheid voor bepaalde nutriënten, maar mag niet verward worden met voedselallergie. Intolerantie kan verschijnselen veroorzaken die op allergie lijken, maar in chemisch opzicht geheel verschillend zijn. De oorzaak is meestal het ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn van een bepaald enzym om deze stof te verteren. Men kwam er achter dat het massaal verwerken van fructose in talrijke voedingsmiddelen heeft geleid tot een soort oververzadiging die de intolerantie uitlokt. Het zorgt voor het prikkelbaar darmsyndroom met winderigheid, darmkrampen, constipatie en/of diarree.

Fructose wordt in de dunne darm wat trager opgenomen dan glucose en wordt om die reden als zoetstof gebruikt in voedingsproducten voor mensen met diabetes. Er komt nauwelijks insuline bij te pas. Toch is het gebruik van geïsoleerde fructose niet zonder gevaar en voor suikerpatiënten niet aan te raden. Zoals alle geïsoleerde suikers zorgt ook deze vorm van fructose voor nutriëntenroof. Voedselreserves worden aangesproken, er is een duidelijke belasting van de lever omdat de omzetting van glucose voor de lever beperkt is. Niet- omgezette suikers worden gemakkelijk in alcohol en bloedvetten omgezet. Vooral de productie in de lever van HDL Cholesterol en triglyceriden wordt aangewakkerd. De kans op bloeddrukverhoging is niet uit te sluiten, cataract (grijze staar) kan optreden, er wordt meer vetweefsel gevormd door omzetting van suiker in vet, wat leidt tot zwaarlijvigheid. Het risico op jicht wordt er door verhoogd.

Voor suikerpatiënten mag geïsoleerde fructose als zoetstof enkele voordelen brengen, de nadelen zijn echter zo omvangrijk dat men uiterst voorzichtig moet zijn met voedingsproducten die verrijkt zijn met geïsoleerde fructose. Maar ook zij die geen suikerziekte hebben moeten voorzichtig zijn. Een van de grote nadelen is het feit dat hoge concentraties geïsoleerde fructose de lever belet om glycogeen op te slaan uit glucose. De hoge glucosespiegel dwingt de pancreas extra insuline te produceren wat tot uitputting kan leiden en ouderdomsdiabetes, type II bevordert.

Invloed van geïsoleerde suikers op het ontstaan van suikerziekte

In de voedingsindustrie worden nog meerdere geïsoleerde suikers gebruikt met dezelfde nadelige werking. Het is niet vreemd dat in twintig jaar tijd deze ziekte zich massaal heeft verspreid in de westerse landen. Er zijn mensen die iedere dag 1 à 2 liter cola of een andere frisdrank drinken. In haast alle voedingsproducten zit suiker, fructose of andere vormen van geïsoleerde suikers verwerkt. Volgens statistische gegevens ligt het verbruik van suiker in de meeste Europese landen tussen 45 à 50 kg per persoon per jaar. Door het feit dat de nadelen van industriesuiker steeds meer onder de aandacht is gebracht o.a. door suiker te beschrijven als leverancier van lege calorieën, het verband te leggen tussen suiker en zwaarlijvigheid, aantasting van het gebit en vooral door suiker als het zoete vergif te schouwen, heeft zich het gebruik gestabiliseerd. Toch zien we een sterke toename van geïsoleerde fructose en het gebruik van synthetische zoetstoffen. Er zijn redenen in overvloed om de verkeerde voeding als medeoorzaak van de stijging van suikerziekte te beschouwen.

Volgende week besteden we aandacht aan de glycemische index.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

14:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-13

Lichtvoeding voor de winter

In een Duits tijdschrift werd het belang van licht of biofotonen aangetoond. In het artikel werd Prof. Dr.Popp, pionier op het vlak van biofotonenonderzoek geïnterviewd. Zijn theorie kennen we vanuit de voedingsleer en de bio-energetische kruidengeneeskunde. De kwaliteit van een voedingsmiddel dient volgens Prof. Popp bepaald te worden volgens zijn hoeveelheid licht. Het is immers de lichtenergie die de inhoudsstoffen activeert en de vertering en stofwisseling optimaal laat verlopen. Men mag aannemen dat biologisch geteelde groenten en fruit rijker zijn aan biofotonen dan deze uit de reguliere handel. Uit het onderzoek blijkt dat de versheid doorslaggevend is. Indien biologische voedingsmiddelen te lang of niet goed bewaard worden verliezen ze veel fotonen en daalt de kwaliteit. Biologische voedingsmiddelen werden vergeleken met deze uit de biosupermarkt, de wekelijkse markt en de gewone supermarkt. De hoeveelheid lichtenergie werd gemeten op 10 verschillende voedingsmiddelen. Het gaat hier om veel gebruikte voedingsmiddelen zoals rode paprika, tomaten, appel, ananas, aubergine, kiwi, sinaasappel, witte druiven, mango en courgette.

Uit het onderzoek blijkt dat de voedingsmiddelen uit de biosupermarkt de beste resultaten haalden in tegenstelling tot deze uit de gewone supermarkt en de wekelijkse markt. Verse voedingsmiddelen van biologische teelt scoren het best. Door intensieve landbouw geraakt de bodem uitgeput en krijgen de gewassen het steeds moeilijker om volwaardige kwaliteit te leveren. Volgens recente onderzoeken, zoals de voedingsmiddelentabellen aantonen, bevatten de gewassen nog voldoende voedingsstoffen en hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, spoorelementen en bioactieve substanties. Dat is logisch omdat een plant een genetisch programma bezit dat enerzijds alle noodzakelijke stoffen uit de bodem opneemt, voornamelijk mineralen, spoorelementen, stikstof en water en anderzijds onder invloed van licht (fotosynthese) eiwit, vet, koolhydraat en vele andere substanties vormt. Indien de bodem onvoldoende stoffen bevat kan een plant zich niet ontwikkelen en sterft vroegtijdig af. Dat neemt niet weg dat de bodem flink moet verbeterd worden door het aanbrengen van humus. 

Het grootste probleem is echter het gebrek aan biofotonen waardoor de kwaliteit van de voedingsstoffen sterk achteruit gaat. Dat is de reden waarom men steeds meer voedsel moet consumeren om een voldaan gevoel te krijgen met zwaarlijvigheid tot gevolg. De hoeveelheid verse voedingsmiddelen moet in het voedingspatroon verhoogd worden. Dat geldt niet alleen voor wat we rauw eten, ook gekookt voedsel moet uit verse ingrediënten bereid worden. Het heeft geen zin vitaminen en mineralen aan voedingsproducten toe te voegen, zoals dat nu gebeurt met de functionele voedingsproducten. Deze stoffen, die in een labo worden bereid, verhogen niet de levenskracht. Biofotonen zijn kleine batterijtjes die energie uitstralen naar alle stoffen die in de voedingsmiddelen aanwezig zijn. Het is jammer dat deze nieuwe inzichten nog zo weinig weerklank vinden. Het grote probleem is dat wetenschappers, voedingsdeskundigen en de consument te veel denken in stoffen en te weinig in energie. 


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

19:07 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-11-13

Omgaan met kritiek en agressie, deel 2

Wat voor het uiten van kritiek betreft, geldt ook voor agressie. Het Vuur- en het Aardetype zijn het meest vatbaar voor kritiek en dus ook voor agressie. Het Watertype is gemakkelijk slachtoffer van kritiek en agressie. Het Luchttype verdedigt zich gemakkelijk of weet kritiek van zich af te houden of het te relativeren.

 

  • Vuurtype: is het meest vatbaar voor een agressief gedrag en weet helemaal niet om te gaan met agressie. Vanuit zijn impulsief gedrag is de stap naar agressie zeer klein. Als een Vuurtype in een agressieve situatie terecht komt, gaat zo iemand heftig reageren en de agressie aanmoedigen. Dat is niet zonder gevaar. Het Vuurtype moet het meest begeleid worden in omgaan met agressie.
  • Watertype: kan niet agressief zijn en voelt dit aan als een onvermogen. Van binnen ontstaat er opstand, verzet en een drang naar weerbaarheid, maar dit type kan dit onmogelijk tot uiting brengen. Het Watertype is het meest kwetsbare type en moet zich leren verdedigen. Omgaan met kritiek en agressie is voor dit type van het allergrootste belang.
  • Luchttype: moet leren kritiek en agressie ernstig te nemen. Het is voor dit type belangrijk overtuigd te geraken dat men met kritiek en agressie nuchter moet leren omgaan. Het Luchttype heeft er weinig moeite mee om agressie te relativeren of te neutraliseren, maar dit is niet altijd de goede oplossing. Bij het omgaan met kritiek en agressie is ernst en diepgang doorslaggevend, wat niet altijd gemakkelijk is voor het oppervlakkige Luchttype.
  • Aardetype: dit type moet leren inzien dat niet iedereen perfectionistisch is en zich niet aan concrete afspraken houdt of de vooropgestelde planning letterlijk uitvoert. Het Aardetype ergert zich te veel aan anderen omdat ze anders zijn. Dat kan aanleiding geven tot boosheid en op lange termijn tot agressief gedrag. Anderzijds zal het Aardetype er alles aan doen om zijn agressie binnen de perken te houden omdat de regels van wellevendheid niet worden overtreden. Het Aardetype heeft een eindeloos geduld, maar kan op zeker ogenblik toch imploderen.

 

Assertiviteit

Assertiviteit is een verzameling van technieken, hulpmiddelen en richtlijnen om zich weerbaarder op te stellen tegenover de bedreigingen van buitenaf, dus ook tegenover kritiek en agressie. We leven nu eenmaal in een bedreigde, gestresste en agressieve samenleving, maar weten daar niet altijd goed mee om te gaan. Bovendien zijn het vaak de eigen zwakheden, die in het persoonlijkheidsbeeld verscholen liggen, die verantwoordelijk zijn voor het gebrek aan weerbaarheid. Assertiviteit betekent op de eerste plaats een grondige zelfkennis, maar ook zelfacceptatie en de bereidheid om aan zichzelf te werken. Een assertief persoon is beter bestand tegen stress, kritiek en agressie. Assertiviteit mag niet vereenzelvigd worden met: 

  • opdringerigheid
  • hard zijn
  • vrijpostig
  • egoïstisch
  • extreem extravert
  • onbenaderbaar
  • onhandelbaar

Assertiviteit is vanuit de persoonlijkheid (temperament) zelfbewust opkomen, zich psychisch weerbaar opstellen om de gestelde doelen te bereiken. Assertief zijn betekent:

  • Voldoende zelfvertrouwen: om te zeggen wat men voelt of denkt zonder daarmee anderen te kwetsen of uit te dagen.
  • Duidelijke vragen: het leren formuleren van duidelijke vragen om de verlangde informatie in te winnen, m.a.w. vragen niet onbeantwoord laten.
  • Grenzen kennen: het aangeven van zijn eigen persoonlijke grenzen en dat ook duidelijk maken aan anderen.
  • Ik-vorm: durven spreken in ik-vorm en zich daarbij op zijn gemak voelen. Niet langer schuil gaan onder de woorden: we, je of men.
  • Eigen behoefte: bewust worden dat ik eigen behoeften en wensen heb, die ik wil bereiken en die kenbaar wil maken aan anderen.
  • Hulp vragen: geen moeite hebben om aan anderen hulp te vragen.
  • Niet verantwoordelijk voelen: zich niet langer verantwoordelijk voelen voor de gedachten, gevoelens en daden van anderen.
  • Eigen wil: zeg liever ‘ik wil’ in plaats van ‘ik wens’ zonder opdringerig of veeleisend te zijn.
  • Eigen fouten toegeven: accepteren dat men fouten maakt, want niemand is volmaakt.
  • Omgaan met kritiek: leren omgaan met gerechtvaardige en objectieve kritiek en daar de nodige conclusies uit trekken.
  • Omgaan met agressiviteit: weten om te gaan met agressieve mensen door zich niet te laten overdonderen, door rustig te blijven en zichzelf te zijn.
  • Negatieve invloeden: zich versterken tegen de negatieve invloeden van anderen.
  • Neen kunnen zeggen: indien het verantwoord is, moet men neen kunnen zeggen, zonder daardoor schuldgevoelens te krijgen.
  • Leren zwijgen: de mond kunnen houden wanneer dat nodig is.
  • Respect voor anderen: vol zelfvertrouwen optreden en voldoende rekening houden met de ander.

Assertiviteit is verbonden met een gevoel van objectieve eigenwaarde, zonder te overdrijven en zich egocentrisch op te stellen. Eigenwaarde berust op persoonlijkheidsvorming en sluit manipulatief gedrag uit. Streven naar macht heeft vaak te maken met onzekerheid en angst om zijn positie te verliezen. Assertiviteit is leren op een eerlijke en open wijze met elkaar om te gaan. Het is zijn doelen bereiken zonder deze af te dwingen. Door een gezonde assertieve houding te ontwikkelen veranderen we alle aspecten binnen het sociale leven. Niet alleen in een relatie, gezin of beroep staan we tegenover andere mensen, dagelijks worden we geconfronteerd met zoveel mensen om ons heen. Het maakt niets uit of dat aan de kassa van een warenhuis is, een loket op het gemeentehuis of een sociale dienst, een kantoor of in het openbaar vervoer. We ergeren ons ontzettend aan het gedrag van anderen, maar vergeten dat we vaak zelf de schuld zijn omdat we ons niet voldoende assertief gedragen. Mensen zijn vaak stressoren en er zich aan ergeren is een vorm van stress.

 

Typologie en assertiviteit

Het ligt voor de hand dat de introverte types, het Water- en het Aardetype, weinig assertief zijn. Het Watertype omdat het niet durft en het Aardetype omdat assertief gedrag aanleiding zou kunnen geven tot het overtreden van leefregels. Op enkele uitzonderingen na hebben alle aangehaalde aspecten van assertiviteit te maken met beide temperamenten. De extroverte types, het Lucht- en het Vuurtype, zijn van nature assertief. Bij hen is het probleem eerder dat zij zich te sterk verdedigen, zich opdringen, te hoge eisen stellen of alles proberen af te dwingen. Assertief zijn betekent dat men voldoende lucht en vuur heeft in het temperament. Het Watertype heeft behoefte aan meer vuur en het Aardetype aan meer lucht.

  • Vuurtype: moet leren omgaan met zijn impulsiviteit, agressie, zijn drang naar dominantie en macht. Hier krijgt assertiviteit bijna een omgekeerde inhoud.
  • Watertype: stelt zich door zijn ingetogenheid en gebrek aan realiteitsgevoel erg kwetsbaar op bij het leggen van sociale contacten. Bovendien kan dit type moeilijk neen zeggen, is altijd op zoek naar erkenning, waardering en emotionele voldoening. Dit kwetsbare type lijdt daarom veel gemakkelijker aan stress, negatieve emoties en psychische spanningen en kan daardoor moeilijker omgaan met kritiek en agressie. Vooral het gebrek aan zelfvertrouwen is doorslaggevend.
  • Luchttype: legt gemakkelijk contact, is vrolijk in de omgang, kan gemakkelijk relativeren en heeft weinig behoefte aan assertiviteit. Toch wordt dit type gekenmerkt door nervositeit, stressgevoeligheid en oppervlakkigheid.
  • Aardetype: is door zijn terughoudendheid even kwetsbaar. Het Aardetype is altijd op zoek naar zekerheid en veiligheid en als hieraan wordt getwijfeld geraakt het snel in paniek. Vooral zijn achterdocht maakt dit type erg kwetsbaar. Zijn afstandelijke houding tegenover andere personen leidt gemakkelijk tot conflicten omdat hartelijkheid en vertrouwen ontbreken. Streven naar perfectionisme zorgt voor faalangst en ontevredenheid, wat aanleiding geeft tot stress en spanningen.

 

Tips voor een assertief gedrag

Het Watertype en het Aardetype hebben de meeste hulp nodig om assertief te zijn en daardoor beter om te kunnen met kritiek en agressie. We geven hier enkele vastgeroeste opvattingen die bij het Water- en Aardetype dringend dienen te veranderen, wil men minder kwetsbaar zijn en beter kunnen omgaan met kritiek en agressie.

 

 Watertype

  • Ik moet proberen aardig te zijn: maar dat is niet zo, u bent aardig.
  • Ik wil dat mensen me aardig vinden: waarom? u bent het toch.
  • Ik presteer niets: me dunkt, kijk eens naar uw prestaties!
  • Ik zal nooit de leiding op mij kunnen nemen: akkoord, u bent geen leiderstype maar u kunt mensen goed begeleiden en hun voldoende aandacht geven.
  • Ik mag nooit iemand kwetsen: zo snel kwetst u niemand, mensen kunnen tegen een stoot.
  • Ik mag nooit mijn gevoelens laten blijken: waarom niet? Gevoelens zijn er om te uiten. Bovendien zijn gevoelens universeel en voor iedereen begrijpbaar.
  • Ik mag niet boos worden: soms is het nodig om eens boos te worden anders moet u voortdurend het onderspit delven.
  • Ik kan er niet tegen als iemand gekwetst wordt: dat is niet prettig, maar u moet u daartegen verzetten.
  • Ik mag niemand iets weigeren: waarom niet? U kunt de hele wereld niet helpen. Als u beleefd iets weigert en de reden opgeeft, zal niemand u dat kwalijk nemen.
  • Ik mag de waarheid niet vertellen: soms kan het nuttig zijn iets te verzwijgen, maar dat mag niet een vaste regel worden. Zonder de waarheid komt u nergens.
  • Mijn behoeften zijn niet belangrijk: ze zijn even belangrijk als die van anderen. U hebt het recht te ijveren voor uw eigen behoeften.


Aardetype

Ik kan niet tegen veranderingen: u moet beseffen dat er veranderingen kunnen optreden en u moet u daartegen verzetten.  

  • Ik moet weten waar ik aan toe ben: dat is uw volle recht, maar het mag geen obsessie worden.
  • Ik zou te emotioneel kunnen lijken: emoties uiten is geen zwakheid, maar een grote menselijke waarde die iedereen waardeert.
  • Ze zouden van me kunnen profiteren: als u op uw hoede bent, is de kans erg klein.
  • Ze zouden een hekel aan me kunnen hebben: dat is een veronderstelling en die is niet reëel.
  • Ik mag niet laten merken dat ik gekwetst ben: Waarom niet? Laat het juist zien dan kan het bijgepraat worden.
  • Ik mag mijn gevoelens niet laten blijken: niemand kan zijn gevoelens echt verbergen, ze hebben u toch snel door.
  • Ik mag geen risico’s nemen: risico’s nemen is nog niet roekeloos zijn. Zonder risico’s te nemen gaat u niet veel bereiken.
  • Ik mag niet vragen om wat ik wil: dat mag u zeker, dat recht hebt u en dat moet u ook doen.

 

Besluit

Omgaan met kritiek en agressie kunt u leren door te beginnen met een goede temperamententest. Het temperament is immers de persoonlijkheid. Zo leert u zichzelf kennen en u spoort uw eigen zwakheden op. Leer uzelf accepteren. Van daaruit kunt u werken aan uzelf. Assertiviteit is een goed hulpmiddel om beter om te gaan met kritiek en agressie. Als u tot het Watertype behoort, moet u het element vuur, dat bij u zwak is vertegenwoordigd, versterken. Het Aardetype moet het element lucht in zijn temperament versterken.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

 

15:11 Gepost door Jan Dries in Stressbeheersing, Typologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-11-13

Omgaan met kritiek en agressie vanuit de typologie en assertiviteit

De huidige samenleving is gekenmerkt door het snel en veelvuldig uiten van kritiek en agressie. Dat wijst op een open samenleving waar mensen hun gevoelens niet verdringen en voor hun mening durven uitkomen. Het wordt echter vervelend als de kritiek ongegrond is en de agressie de vorm van een bedreiging aanneemt. Omgaan met kritiek en agressie is enerzijds zich aanpassen aan maatschappelijke veranderingen en anderzijds zich leren verdedigen tegen kritiek en agressie. Omgaan met kritiek en agressie houdt in dat wij eerst deze begrippen nader gaan bekijken.

 

Kritiek

Kritiek betekent ‘beoordeling’. Het beoordelen van de waarde, de kwaliteit, de positieve of de negatieve hoedanigheden van iets of iemand. Er is zowel positieve als negatieve kritiek.

 

Positieve kritiek

Positieve kritiek is objectief en opbouwend en houdt in dat de beoordeling tot doel heeft een juiste waarde te bepalen en daardoor erg behulpzaam kan zijn. Kritiek geven op iemand zijn slordig gedrag is positief omdat daardoor bijsturing mogelijk is.

 

Negatieve of afbrekende kritiek

Is subjectief en heeft niet als doel iemand behulpzaam te zijn, maar eerder om een persoon te benadelen. Negatieve kritiek is vaak ongegrond en wordt gemakkelijk met opzet gegeven om iemand te kleineren, te pesten of te benadelen.

 

Uiting van afkeuring

Kritiek betekent, in engere zin, het aanwijzen van gebreken in iets, een uiting van afkeuring of ongenoegen. Indien dit goed bedoeld is, kan men daar geen bezwaar tegen hebben. In een open samenleving heeft de mens het recht om zijn afkeuring of ongenoegen te uiten.

 

Crisis

Kritiek kan ook in verband gebracht wordt met een crisis zoals bij een ziekte, ‘zijn toestand is kritiek’. Iemand verkeert in een kritische situatie, in een ernstige of gevaarlijke toestand.

 

Kritiekloos

Sommige mensen uiten geen kritiek, ze laten alles over zich heen gaan. Iets kritiekloos aanvaarden of overnemen. Ze denken weinig na of zijn snel tevreden met iets of iemand. Dat is uiteraard niet goed.

 

Kritisch zijn

In een samenleving die nogal opdringerig is en waar men overspoeld wordt met informatie is het goed dat men kritisch is ingesteld. Bovendien schuilt in de samenleving veel gevaar. Kritisch zijn kent zowel een positieve als een negatieve kant. Mensen die positief kritisch zijn ingesteld lopen minder kans bedrogen te worden, zijn minder ontgoocheld en gaan gemakkelijker door het leven. Er zijn een aantal uitdrukkingen bekend zoals:

 

  • Kritische geest
  • Kritische blik
  • Iemand kritisch gadeslaan
  • Kritisch inzicht
  • Kritische opmerkingen
  • Geoorloofde kritiek

 

In negatieve zin betekent kritisch zijn: overmatig en voortdurend kritiek uiten. Geen oog hebben voor de positieve aspecten, alleen het slechte naar voren brengen. Mensen die kritisch zijn vanuit een negatieve instelling brengen enorm veel schade toe. Zij zijn zich vaak niet bewust van de vernietigende gevolgen van hun onverantwoorde daden.

 

Agressie

Agressie wordt in de psychologie beschreven als een plotse, onbeheerste gedragsverandering, meestal naar aanleiding van een kritische situatie. Agressie kan ernstige vormen aannemen zoals verkeersagressie of agressie in het openbaar vervoer. Onze samenleving kent veel vormen van agressie en onderzoekers stellen vast dat de intensiteit van jaar tot jaar toeneemt. Agressie speelt zich ook af in het beroeps- of privéleven, vandaar dat iedereen er in zekere mate mee wordt geconfronteerd.

 

Positieve agressie

Heftigheid, bewogenheid en gemakkelijk op te roepen agressief gedrag, maken deel uit van het dagelijkse leven. Agressie dient als zelfbescherming of bescherming van een collectieve verantwoordelijkheid zoals een groep. Als een agressor een land aanvalt zal het leger met hartstochtelijke heldhaftigheid zijn grondgebied verdedigen. Agressie is een natuurlijk vermogen om een vijandelijke aanval af te slaan, dat gebeurt op het ogenblik dat men benadeeld wordt of als er iets wordt afgenomen. Een baby die heftig om voedsel vraagt en daarbij steeds meer opgewonden geraakt, uit een noodzakelijk agressief gedrag. Een kind wordt agressief als zijn speelgoed wordt afgenomen. Agressie is een natuurlijk verdedigingsmechanisme in een vijandelijke omgeving. Verkeersagressie ontstaat als de weggebruiker de indruk krijgt dat zijn pas wordt afgesneden, onvoldoende ruimte krijgt om zijn wagen te besturen. Agressie wordt gemakkelijk uitgelokt tijdens een discussie, als iemand zich zwaar benadeeld voelt of in zijn eer is gekrenkt. Krenken staat in verband met beledigen, kwetsen, vernederen, grieven, verdriet aandoen en wordt gemakkelijk met agressie beantwoord.

 

Negatieve agressie

Agressie wordt als gedragsstoornis omschreven als de aanval impulsief en ongemeen heftig is, onbeheerst, woede wordt geuit die regelmatig terugkeert. Bij positieve agressie reageren we op reële feiten. Als ons iets wordt aangedaan reageren we daar bewust heftig op, maar de situatie blijft beheersbaar. Bij negatieve stress schat men de situatie verkeerd in en ligt de reactie buiten iedere verhouding. Agressief gedrag is bijna altijd gekoppeld aan angst. Angst om zijn doel niet te kunnen bereiken, angst om zijn positie te verliezen, angst beledigd te worden enz.

 

We bespreken schematisch het agressieve gedrag.

  • Impulsief: de reactie treedt plots op zonder enige voorbereiding of overleg.
  • Ongemeen heftig: de reactie overtreft alle verwachtingen.
  • Onbeheersbaar: de agressor kan zich niet beheersen, de drang om te reageren is sterker dan hemzelf.
  • Woede: agressie gaat over in razernij, in blinde woede, buiten zichzelf zijn.
  • Driften: agressie wordt door driften gestimuleerd omwille van een instinctieve drang naar levensbehoud. Op dezelfde manier reageert de agressor ook op andere terreinen.

 

Agressieve samenleving

Omdat de moderne samenleving een verhoogde concentratie van bevolking kent, is de kans op agressief gedrag sterk vergroot. We leven met te veel mensen op een te kleine plek, vooral in de grote steden of op drukke plaatsen zoals een luchthaven, een station, een supermarkt, een sportstadion, enz. Teveel verkeer op te smalle en onaangepaste wegen leidt eveneens tot verkeersagressie.

Het financiële aspect speelt ook een grote rol bij het uitlokken van agressie. Wie over te weinig geld beschikt en zijn koopgedrag daar niet op aanpast, heeft de neiging agressief te worden. Hij voelt zich in zijn bedreigde situatie tekort gedaan. Het uitblijven van een oplossing, de traagheid van de hulpverlening, moeilijk oplosbare problemen geven vaak aanleiding tot agressie. Iedere conflictsituatie kan uitmonden in agressie. Onze samenleving is erg explosief, vandaar de toename van agressie. Agressie is een van de grootste maatschappelijke problemen en een ware bedreiging voor de toekomst.

 

Leren omgaan met kritiek 

Aan de ene kant moeten wij kritisch zijn om ons te verdedigen en aan de andere kant moeten we weten hoe we met kritische en agressieve mensen of situaties moeten omgaan. Het is opvallend dat we vrij individueel omgaan met kritiek en agressie. Dat heeft te maken met de aangeboren persoonlijkheid of het temperament. De uitdrukking ‘ieder vogel zingt zoals hij gebekt is’ kan hier letterlijk worden toegepast.

 

Typologie

Typologie is de wetenschap die zich bezig houdt met het bepalen van het temperament. De typologie van Galenus, die bijna tweeduizend jaar oud is, is de meest bekende en betrouwbare methode. Ze werd geactualiseerd en aangepast aan de behoefte van de moderne mens. Deze methode steunt op de leer van Empedokles en legt een verband tussen de vier temperamenten en de vier elementen. Tegenover het element Vuur staat het element Water, zoals het element Lucht staat tegenover het element Aarde. De fysieke eigenschappen van een element stemmen overeen met de persoonskenmerken van datzelfde element.

 

  • Vuur: is warm, heftig en onweerstaanbaar, terwijl het Vuurtype een warme en gedreven persoonlijkheid is met een sterk doorzettingsvermogen. Is door en door eerlijk, houdt vast aan principes, gaat recht door zee, is idealistisch ingesteld en neemt graag de leiding.
  • Water: bezit tegenovergestelde eigenschappen en is koud, sijpelt onopgemerkt door dikke muren of slingert al kronkelend door de rivierbedding terwijl het Watertype een koel, rustig en in zichzelf gekeerd type is. Hecht veel belang aan gevoelens, is erg behulpzaam en zegt niet gemakkelijk ‘neen’.
  • Lucht: is ruimte, is vochtig, doorzichtig, beweeglijk terwijl het Luchttype erg sportief is ingesteld, zich heel gemakkelijk beweegt, snel is in denken en handelen, van vrijheid houdt en risico’s durft te nemen. Het Luchttype is een vlotte prater, legt gemakkelijk contact en heeft veel vrienden.
  • Aarde: is vast, stabiel, droog en onveranderlijk terwijl het Aardetype houdt van zekerheid, vaste gewoonten, houdt zich aan de planning, is een perfectionist, een harde werker, houdt van concrete zaken, gezond verstand en is erg betrouwbaar. Het Aardetype is beleefd, afstandelijk, zal niemand kwetsen maar kan hard zijn voor zichzelf en de anderen.

Het is niet moeilijk om hier uit af te leiden dat bepaalde personen heel anders met kritiek en agressie omgaan. Het Vuurtype zal eerder de neiging hebben om zich agressief te gedragen, terwijl het Watertype gemakkelijk slachtoffer van kritiek en agressie wordt.

 

Kritische instelling

Het ene type is kritischer ingesteld dan een ander type. Aan de hand van de typologie is het gemakkelijk om het gedrag van een persoon in te schatten en na te gaan hoe iemand reageert op bepaalde situaties.

 

  • Vuurtype: is erg kritisch ingesteld en heeft gemakkelijk de neiging tot negatieve en afbrekende kritiek. Dit type reageert onmiddellijk en krachtig op iedere situatie die al dan niet vatbaar is voor kritiek. De kritiek kan ongemeen hevig en verpletterend zijn. Het Vuurtype aanvaart geen kritiek van anderen.
  • Watertype: is weinig of niet kritisch. Dit type gaat daarom niet met alles akkoord, maar heeft wel moeite met het uiten van kritiek. Het Watertype zegt niet gemakkelijk zijn gedachte of komt niet uit voor zijn mening. Het Watertype wordt gemakkelijk slachtoffer van kritiek. Door zijn terughoudendheid, zijn gesloten karakter, zijn traagheid wordt het gemakkelijk het voorwerp van kritiek. Hij uit zijn kritiek op anderen op een eerder heimelijke wijze, geeft steken onder water. Het Watertype is gevoelig voor kritiek, maar slaat niet onmiddellijk terug, hij overweegt zijn strategie.
  • Luchttype: is kritisch ingesteld en doet dat op een speelse wijze, met veel woorden. Dit type zal kritiek gemakkelijk combineren met spot, eventueel zelfspot. Negatieve kritiek komt gemakkelijk over als pesterij of kleinering, de tegenstrever voelt zich vernederd. Het Luchttype probeert altijd op een subtiele wijze kritiek te brengen en heeft niet de bedoeling te kwetsen. Als dit type bekritiseerd wordt lacht het de kritiek weg en zal zich op een geraffineerde wijze verdedigen.
  • Aardetype: is kritisch ingesteld vanuit een soort wantrouwen. Bij het Aardetype geldt de absolute zekerheid en alles wat zekerheid en veiligheid in gedrang kan brengen, wordt gewantrouwd. Het Aardetype accepteert alleen wat bewezen wordt, wat heel concreet is en staat van daaruit heel kritisch tegenover alles. Het Aardetype accepteert niet gemakkelijk kritiek, voelt zich daardoor vanuit zijn perfectionistische instelling, gekwetst. Hoe kan men kritiek hebben op iemand die tot de uiterste perfectie gaat? Het Aardetype uit gemakkelijk kritiek op de onvolmaaktheden, de slordigheid of de onverschilligheid van anderen binnen zijn omgeving.

Omgaan met kritiek kan alleen vanuit de bijsturing van het eigen temperament. Er bestaan talrijke tips om daar mee om te gaan.

 

Volgende week zullen we nader ingaan op het onderwerp: ‘Leren omgaan met agressie’.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

 

 

21:00 Gepost door Jan Dries in Stressbeheersing, Typologie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |