27-02-14

Vleesvervangers, niet voor vegetariërs

Omdat een tekort aan eiwit voor ernstige problemen zorgt, maakt men zich vaak zorgen over vegetariërs die geen gebruik maken van voedsel afkomstig van gedode dieren. Veganisten gaan nog een stap verder en gebruiken niets van het dier, dus geen melk, melkproducten of honing. Deze bezorgdheid is niet gegrond omdat een evenwichtige vegetarische voeding een veel hoger rendement oplevert. Plantaardig eiwit verteert gemakkelijker, laat opvallend minder afvalstoffen achter terwijl er meer rauw voedsel wordt gegeten zoals rauwe groenten, vers fruit, noten, zaden en pitjes. In de voedingswetenschap is het vegetarisme algemeen aanvaard en kent men de vele voordelen. De Gezondheidsraad laat zich steeds meer door het vegetarisme inspireren zoals hun actie om vlees- en visconsumptie terug te dringen en oog te hebben voor het ecologisch aspect. Binnen een democratie en een vrije economie is het niet mogelijk om het vegetarisme op te dringen en te verplichten. Het is merkwaardig dat er steeds meer objectieve voedingsadviezen worden verstrekt en daar heeft de consument recht op. Ondanks deze positieve ontwikkelingen blijft de angst voor een tekort aan eiwit bestaan, vandaar de vele alternatieven die worden aangeboden.

 

Plantaardige hamburgers

Vanuit een ongegronde angst wordt er vanuit de eiwitbehoefte gewezen op het belang van vleesvervangers. Plantaardige hamburgers zijn industriële bereidingen van overwegend plantaardige grondstoffen zoals tarwe, soja en lupine. Meestal zit er ei en melk in verwerkt. Om een zekere kleefbaarheid te bereiken, wordt gluten toegevoegd. Gluten is een eiwitfractie dat in granen voorkomt en bij sommige mensen coeliakie veroorzaakt. Het aantal mensen dat glutengevoelig is, stijgt met de dag. Vandaar dat er steeds meer glutenvrije voeding op de markt wordt gebracht. Beginnende vegetariërs hebben meestal nog behoefte aan deze burgers. Ze smaken droog, geven geen aangenaam mondgevoel en verteren eerder zwaar. Ervaren vegetariërs hebben geen behoefte aan iets dat hun nog aan vlees doet herinneren.

 

Quorn

Is een geprepareerde vleesvervanger op basis van een schimmel. De schimmel wordt gevoed met van tarwe en aardappels gemaakte glucosesiroop en andere voedingsstoffen. De geproduceerde cellen worden ingekleurd en krijgen een substantie waaraan men een vorm kan geven die lijkt op vis, kip of vlees. Quorn wordt in vele vormen op de markt gebracht zoals hamburgers, worst en kant-en-klare maaltijden.

 

Tofu

Dit is het Japanse woord voor ‘sojakaas’ en wordt in Azië vrij veel gebruikt. Op zich is het een vrij traditioneel voedingsproduct dat thuis hoort in de Oosterse keuken. Het heeft geen zin dagelijks tofu of andere vleesvervangers te gebruiken uit angst voor eiwittekort.

 

Soja

De sojaboon domineert de landbouw en de voedingsindustrie. Vooral sojameel wordt als vulstof erg veel toegevoegd aan allerlei voedingsproducten om de prijs te drukken. De sojaboon heeft een vrij hoog eiwitgehalte van goede kwaliteit en wordt veel gebruikt in allerlei vleesvervangers. Men kan haast alles nabootsen zoals sojamelk, sojaroom, sojayoghurt, sojakaas, sojaspek, sojaleverpastei, sojaworstjes enz. Sojaproducten zijn omstreden en behoren tot de imitatievoeding. De consument laat zich vaak misleiden door de slogan ‘plantaardig’ wat correct is, maar niet als gezondheidsclaim mag gebruikt worden.

Beginnende vegetariërs grijpen te gemakkelijk naar het rijke aanbod van imitatievoeding uit vrees voor een mogelijk tekort aan eiwit wegens het niet gebruiken van vlees en vis. Doorgewinterde vegetariërs hebben geen behoefte aan deze sterk geïndustrialiseerde voedingsproducten omdat het aanbod aan verse voedingsmiddelen ruim voldoende is om de gewenste behoefte aan eiwit per dag te dekken. Wereldwijd hebben wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat vegetariërs die een gevarieerd en evenwicht voedingspatroon volgen, geen tekort aan eiwit tonen.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:00 Gepost door Jan Dries in Vegetarisme, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

20-02-14

Biologische voedingsmiddelen Een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw

Biologische voedingsmiddelen zijn in trek omdat de mens bewuster omgaat met zijn gezondheid en omdat het aanbod steeds groter wordt. Dat is echter een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw die steeds meer onder druk komt te staan. Het is niet vreemd dat er regelmatig onderzoeksrapporten verschijnen waarin beweerd wordt dat er geen enkel verschil is tussen biologische en chemische geteelde gewassen. De smaak mag dan wel wat aangenamer zijn, maar dat is bijkomstig volgens de onderzoekers. Onlangs heeft de commerciële tv-zender VTM in België gemeend nog eens te moeten aantonen dat er geen verschil is tussen beide omdat er evenveel nutriënten aanwezig zijn.

Dat is logisch omdat de kwantiteit van het eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen genetisch wordt bepaald en niet afhankelijk is van de teeltwijze. Dat weten de onderzoekers ook, maar die houden de lippen strak op elkaar. Als een landbouwgewas zijn voedsel onvoldoende in de bodem vindt, ontstaan er gele, bruine of zwarte vlekken, de plant wordt ziek en sterft af. Een onderzoek naar de kwantiteit van nutriënten van een gewas bepaalt niet de kwaliteit. Opvallend en overtuigend in deze reportage was het eigen organoleptisch onderzoek van de consument dat steunt op zintuiglijke waarneming en instinct. Zij bepaalden het onderscheid in kwaliteit door zien, ruiken, proeven en betasten. Een kok kreeg een mand aangeboden met zowel biologische als chemische geteelde gewassen, maar zag met zijn blote oog meteen het onderscheid. Hij maakte een soep van beide die bij wijze van proef aan willekeurige voorbijgangers werd aangeboden. Bijna alle proevers gaven de voorkeur aan de biologische soep.

Objectief onderzoek vertrekt vanuit ander normen. Biologische gewassen groeien trager, hebben een vast en gezond weefsel, een stevige structuur, bezitten meer ruwe vezels, zijn rijker aan aromatische stoffen, micronutriënten en bioactieve substanties. Dit zijn de geneeskrachtige stoffen die ook in kruiden aanwezig zijn. Het zijn deze subtiele stoffen die wel gevoelig zijn voor de teeltwijze. VTM moet zijn adverteerders sussen en doet dat op de kap van zijn eigen kijkers, dit is schandalig! De land- en tuinbouw, de bio-industrie en de voedingsindustrie zijn economisch gezien de machtigste sectoren omdat we drie keer per dag eten of duizend keer op een jaar. De mens wordt systematisch door reclame en onjuiste informatie steeds meer afhankelijk. Nochtans ligt de macht bij de consument, want hij bepaalt wat er in de rekken komt.

 

Jan Dries   


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-14

Goede en slechte vetten, maak zelf de keuze

Al vele jaren wordt er campagne gevoerd tegen het gebruik van vet en wordt vetarme voeding als gezond beschouwd. Vet roept nog steeds bij de doorsnee consument een zekere aversie op en wordt meteen vereenzelvigd met slecht en ongezond. Het grote probleem is dat men geen onderscheid maakt tussen goede en slechte vetten. De consument leeft in de overtuiging dat alle vetten slecht en ongezond zijn. Uiteraard leveren alle vetten veel calorieën en leidt een overconsumptie tot overgewicht. We moeten een onderscheid maken tussen goede en slechte vetten. De slechte vetten zal men zoveel mogelijk vermijden door minder dierlijk voedsel te gebruiken. De goede vetten horen thuis in een gezond voedingspatroon. Vandaar een herwaardering van voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardig vet en het gebruik van gezonde plantaardige olie. Om een ingewikkeld probleem eenvoudig voor te stellen, maken we een onderscheid tussen harde, zachte en vloeibare vetten. De consument heeft immers inzicht nodig in deze materie.

 

Dierlijke vetten (harde vetten)

Eet minder vlees en vis waardoor u minder dierlijke vetten binnenkrijgt. De dierlijke vetconsumptie is afhankelijk van het dierlijk voedsel dat men gebruikt. De Hoge Gezondheidsraad in België beveelt maximaal 500 gram vlees per week aan, maar is voorstander om deze hoeveelheid te reduceren tot maximaal 300 gram per week of gemiddeld 40 gram per dag met als doel het aantal dikkedarmkankers terug te dringen.

 

Melkvetten (zachte vetten)

Melkvetten zijn minder gevaarlijk omdat het zachte vetten zijn die op kamertemperatuur smelten. Het is aan te raden om matig te zijn, vooral kaas bevat sterk geconcentreerd eiwit en vet. Om 1 kg kaas te bereiden heeft men 10 liter melk nodig. Houd er rekening mee dat melkvetten cholesterol bevat.

 

Plantaardige vetten (vloeibaar vet)

Ieder mens heeft plantaardig of vloeibaar vet nodig omwille van de talrijke goede eigenschappen voor het hart, de vaten, de lever en de nieren en de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Plantaardig vet zorgt voor een betere darmwerking en een regelmatige ontlasting. Kies daarom voor gezonde vetten die we in overvloed vinden in noten, zaden, pitten, avocadovrucht en vooral in plantaardige olie. Gebruik regelmatig een oliesausje, vinaigrette of mayonaise bij uw voeding. Daardoor blijft uw voedsel langer in de maag en verteert het beter. Plantaardig vet is een goede compensatie voor de caloriearme voeding.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:44 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-14

Calorieën tellen… Wie doet dat nog!

Als een voedingspatroon te veel calorieën bevat, neemt men in gewicht toe. Door op de calorieën te letten houdt men het lichaamsgewicht onder controle. Vandaar dat veel mensen voortdurend bezig zijn met het tellen van calorieën. Op zich is daar niets op tegen, maar de hoeveelheid calorieën zegt niets over de kwaliteit van het voedsel. U kunt 2.000 Kcal zowel met goede als met slechte voeding invullen. We hebben een minimum aan calorieën per dag nodig want elke fysieke activiteit van het menselijk organisme, zowel inwendig als uitwendig, vereist een hoeveelheid energie. Deze energie noemen we verbrandingsenergie en wordt uitsluitend geleverd door vet, koolhydraat en eiwit. Ze zorgen er voor dat de lichaamstem-peratuur in stand wordt gehouden en alle fysieke en biochemische processen plaatsvinden.

 

Caloriewaarde

Pas in 1843 bevestigde de Engelse natuurkundige James Prescott Joule dat warmte en energie equivalent zijn en dat de eenheid van energie de energie van warmte is. Sindsdien wordt de hoeveelheid warmte die een voedingsmiddel levert uitgedrukt in Joule of kilocalorieën. Sinds 1969 streeft men naar gelijkvormigheid van de internationale eenheden en werd Joule (kJ) als internationale eenheid aangenomen. In Europa houdt men echter vast aan de Kcal, vandaar dat op etiketten en in de voedingsmiddelentabel steeds beide waarden worden vermeld. 1 Kcal = 4,286 kJ (afgerond 4,2 kJ) en 1 kJ = 0,239 Kcal.

 

1 Kcal is de hoeveelheid warmte die nodig is om de temperatuur van 1 kg water met 1° C te doen stijgen bij 1 atmosfeer. De caloriewaarde van een voedingsmiddel wordt bepaald per 100 g eetbaar gedeelte. 100 g appels heeft een calorische waarde van 52 Kcal/100 g, terwijl 100 g hazelnoot een calorische waarde heeft van 643 Kcal. De calorische waarde wordt berekend aan de hand van het eiwit, vet en koolhydraat dat in een voedingsmiddel aanwezig is. Calorierijke voedingsmiddelen zijn daarom duurder en verteren moeilijker dan de caloriearme voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, watervruchten en groenten die minder nutriënten bevatten en meer water.

 

Caloriebehoefte

De caloriebehoefte is van vele factoren afhankelijk waarvan de fysieke inspanningen de meest bekende is. Er zijn tabellen waarop iedere fysieke activiteit de hoeveelheid verbruikte Kcal. weergeven zoals liggend, zittend, rechtstaand, wandelen, fietsen, trappen, stijgen, pianospelen, zwemmen, dansen enz. Het is niet eenvoudig om de juiste behoefte aan calorieën voor een persoon exact te berekenen omdat er factoren zijn die verband houden met de verteringsefficiëntie, de absorptie en de stofwisseling. Daarnaast houdt men rekening met nog andere factoren zoals:

 

·      Leeftijd

·      Geslacht

·      Lichaamslengte

·      Gewicht

·      Fysieke inspanning

·      Klimaat

 

Calorische waarde van de macronutriënten

Ieder voedingsmiddel bezit eiwit, vet en koolhydraat. Deze nutriënten hebben hun eigen calorische waarde.

 

·      1 g eiwit:                  4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g koolhydraat:      4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g vet:                    9,3 Kcal of 38 kJ

·      1 g alcohol:              7,0 Kcal of 29 kJ.

 

Alcohol wordt gezien als een genotsmiddel en hoort niet thuis in de voeding. Dat neemt niet weg dat bij het berekenen van de calorische waarde er rekening mee moet worden gehouden voor mensen die regelmatig alcohol gebruiken. Het voedingspatroon mag binnen de normen vallen, maar door het veelvuldig gebruik van alcoholische dranken kan de totale hoeveelheid calorieën te hoog liggen. Vruchtzuren leveren eveneens calorieën, maar in uiterst geringe hoeveelheid zodat deze verwaarloosd worden.

 

Lege calorieën

De laatste jaren spreekt men van lege calorieën. Dit is een verwarrend begrip en wordt gebruikt om calorieën aan te duiden van voedingsproducten van slechte kwaliteit, vooral door het toevoegen van vet en suikers. In feite gaat het om calorierijke voedingsproducten die de gezondheid niet bevorderen en het lichaamsgewicht doen toenemen. De caloriewaarde is slechts één aspect van de voeding, maar in de populaire afslankdiëten neemt ze een dominerende plaats in. Er zijn mensen die alleen maar in calorieën denken. Dat geeft een vertekend beeld over gezonde voeding. Als een voedingspatroon goed is samengesteld door eiwit, vet en koolhydraat in de juiste verhouding te plaatsen, levert dit de nodige calorieën.

 

Voedingsmiddelen met een lage of een hoge calorische waarde

Al deze voedingsmiddelen zijn arm aan macronutriënten, bevatten veel water, zijn rijk aan micronutriënten, ballaststoffen en zijn licht verteerbaar. Zij hebben een laag verzadigingsgevoel en worden in grote hoeveelheden gegeten. Daarnaast zijn er de voedingsmiddelen die rijk zijn aan macronutriënten (E, V, KH), ze bevatten weinig water en kennen een lange verteringstijd. Zij hebben een hoog verzadigingsgevoel en worden in beperkte hoeveelheden gegeten. Het komt er op aan om een evenwicht te zoeken tussen caloriearme en calorierijke voedingsmiddelen. Beide zijn gezond en noodzakelijk, maar er moet een evenwicht zijn. We hebben overwegend caloriearme voedingsmiddelen nodig die aangevuld worden met calorierijke voedingsmiddelen. Wie dit evenwicht voor zichzelf heeft gevonden hoeft geen calorieën te tellen en houdt zijn lichaamsgewicht onder controle.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |