27-08-14

Speltbrood, een ongeziene hype

Speltbrood is zo populair dat er een tekort aan spelt dreigt. Sinds dit brood in de media gepromoot wordt als gezonder dan tarwe- of roggebrood, vinden alleen de vroege vogels er nog een bij de bakker. De duurdere prijs schrikt niet af, want speltbrood is in en wie er bij wil horen, eet alleen speltbrood. Bakkers spreken van een speltrage. Er worden allerlei gezondheidsclaims toegeschreven terwijl er nergens een wetenschappelijke basis voorhanden is. Dat toont weer eens aan hoe vatbaar en beïnvloedbaar de consument is voor commerciële sprookjesachtige verhalen. De kracht van de reclame is bijzonder groot. Laten we eens in alle objectiviteit op deze zaak ingaan, want de consument heeft recht op eerlijke informatie.

In de gevulgariseerde literatuur, op internet of in reclamefolders wordt beweerd dat spelt (Triticum aestivum spelta) een ‘oergraan’ is zoals bijvoorbeeld het ‘wilde eenkoorn’ of ‘Emmerkoren’. Dat klopt niet omdat het oergraan meer dan tienduizend jaar geleden op de open vlakte groeide. Net als alle anderen granen is spelt gecultiveerd of veredeld. Door het oergraan te veredelen kon men het verbouwen en oogsten, werden de aren groter en de korrels dikker en ligt de opbrengst aanzienlijk hoger dan bij het wilde oergraan. Spelt is genetisch gezien nauw verwant met de andere granen. Wetenschappelijk onderzoek o.a. door de universiteit van Leuven en het Europese ‘Healthgrain diversity’ hebben geen doorslaggevend verschil kunnen aantonen. Spelt werd in de middeleeuwen vrij veel geteeld omdat het gemakkelijk groeit op arme grond, maar werd door de moderne landbouw verdrongen omwille van zijn lagere opbrengst. Alleen in Duitsland is ‘Dinkelbrood’ zoals het daar wordt genoemd, al heel lang in trek en door de wet beschermd. In België en Nederland is dat niet het geval, vandaar dat er vaak een ander meel wordt toegevoegd om speltbrood te bakken. Spelt is een vergeten graansoort en kan als oudere variant misschien iets minder veredeld zijn. Verder beweert men dat spelt meer eiwit zou bevatten, maar dat moeten we met klem tegenspreken. Spelt bevat 11,6% eiwit en dat is haast evenveel als bij tarwe (11,4%), haver (12,6%), gierst (10,6% of maïs (9,2%). Sommigen beweren dat spelt meer koolhydraat (zetmeel) zou bevatten, maar met 62,4% ligt dit zeer dicht bij de andere granen. Voor wat de vitaminen en mineralen betreft, hebben we vastgesteld dat de andere graansoorten hoger scoren en vaak aanzienlijk hoger. Dat kan men met een goede voedingsmiddelentabel zelf vaststellen. We raadpleegden ‘De meest complete voedingsmiddelentabel’ van het Instituut voor voedingswetenschap van de universiteit van Wenen (A) en Giessen (D), verkrijgbaar bij Acenia.

Het is onbegrijpelijk wat men allemaal durft beweren. Zo zou spelt minder calorieën bevatten en dus goed zijn om af te slanken. De speltkorrel levert 360 Kcal/100 g terwijl tarwekorrel 304 Kcal/100 g en roggekorrel slechts 264 Kcal/100 levert. Cijfers liegen niet, maar de consument gelooft wel in verzonnen verhaaltjes. Spelt, zo beweert men, bevat traag opnemende suikers (zetmeel) waardoor dit een gunstige invloed heeft op de bloedsuikerspiegel. Dit betekent dat spelt een lage glycemische index zou hebben. Om te beginnen is zetmeel een complexe suiker die altijd traag wordt afgebroken, eerst tot dubbele en nadien tot enkelvoudige suikers. Dat geldt niet alleen voor spelt, maar voor alle graansoorten. De glycemische index wordt bepaald door de hoeveelheid ballaststoffen waaronder de ruwe vezels. Spelt bevat 8 g ballaststoffen/100 g, tarwe bevat 10,4 g en rogge zelfs 13,2 g. Het is ongelooflijk, maar tevens grof dat verdedigers van spelt schaamteloos met onjuiste cijfers afkomen. Ondanks de trage opname van de suikers wordt er in medische kringen een verband gelegd tussen het hoge percentage aan zetmeel (meer dan 60%) en het risico op suikerziekte. Er is geen enkel argument te bedenken dat spelt moet bevoordelen tegenover tarwe of andere graansoorten. Bovendien bevat spelt gluten, net als de andere granen, met uitzondering van rijst. De laatste jaren is het aantal mensen met glutenintolerantie sterk gestegen. Gluten is een eiwitfractie dat bij sommige mensen het slijmvlies van de dunne darm aantast en coeliakie veroorzaakt. Bij coeliakie brengt het gluten een immuunrespons teweeg die zorgt voor ontsteking van de dunne darm. Daardoor ontstaan darmkrampen en diarree. Deze mensen moeten alles vermijden waar gluten in aanwezig is, zelfs de geringste hoeveelheid gluten zoals een koekje is voldoende om een ontsteking uit te lokken. Er zijn naast coeliakie echter ook allergische en anafylactische reacties mogelijk. Mensen die aan glutenintolerantie lijden of er gevoelig voor zijn hebben een verhoogd risico op astma, eczeem en urticaria (netelroos).

Naast gluten bevatten alle granen fytinezuur, met uitzondering van rijst. Deze stof gaat een binding aan met calcium, magnesium, ijzer en zink. Dat betekent dat bij volle granen deze vier mineralen niet uit het graan worden opgenomen. Spelt en alle andere volle granen zijn daardoor mineraalrovers. Graanzetmeel en dat geldt dus ook voor spelt heeft de eigenschap vocht vast te houden waardoor sommige mensen gemakkelijk aan overgewicht lijden. Spelt noch andere granen zijn geschikt om in een afslankdieet te gebruiken. Het zetmeel van de aardappel, dat anders van samenstelling is, zorgt wel degelijk voor een goede waterhuishouding en de uitscheiding van het overtollige vocht. Granen hebben een verzurende werking o.a. door de aanwezigheid van het fytinezuur waardoor er te weinig metalen (mineralen) overblijven en zijn relatief hoog eiwitgehalte met het gevolg dat er te veel niet-metalen aanwezig zijn. Laten we er ten slotte nog aan toevoegen dat brood, ook speltbrood gebakken wordt bij 250 °C waardoor de meeste vitale stoffen door de warmte vernietigd worden. De broodconsumptie is de laatste twee decennia sterk gedaald omdat steeds meer de voorkeur wordt gegeven aan verse voedingsmiddelen die bruisen van levenskracht. Brood is eerder een delicatesse geworden dat bij een maaltijd wordt gegeten, maar niet meer als hoofdvoedsel gebruikt wordt. Het aanbod van allerlei soorten broden en broodjes is sterk toegenomen waarbij vooral de aantrekkelijke vormen, kleuren, versieringen met zaden en kruiden opvallen. Onze conclusie is duidelijk: speltbrood is niet beter, maar ook niet slechter, met andere woorden er is geen verschil. Als u graag speltbrood wil blijven eten dan mag dat gerust, maar koester niet de illusie dat u daardoor gezonder eet want dat is een grove leugen.

18:07 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-08-14

Pesticiden, een bedreiging voor de voedselvoorziening

Er heerst een algemene en optimistische indruk dat er tegenwoordig in de land- en tuinbouw minder pesticiden worden gebruikt. De belangstelling voor biologische kwaliteit neemt in heel Europa toe. Het massaal gebruik van pesticiden zoals in de vorige eeuw lijkt definitief voorbij, dat dachten we toch.

Er is helaas een nieuwe generatie pesticiden die misschien minder massaal wordt gebruikt, maar die een veel ernstiger bedreiging voor het milieu betekent en de voedselvoorziening wereldwijd in het gedrang brengt. Er is behoefte aan dringende en doorslaggevende maatregelen. Er zijn al 800 wetenschappelijke studies verschenen die het gebruik van de jongste generatie pesticiden, op basis van neonicotinoïdes, aan banden willen leggen. Neonicotinoïdes zijn chemische bestanddelen die afgeleid zijn van nicotine en behoren tot de groep van de neurotoxines. Ze tasten het zenuwstelsel van insecten, wormen en vogels aan die er uiteindelijk aan sterven. Deze pesticiden werken systemisch, dat wil zeggen dat ze op de hele plant inwerken en insecten doden die ervan eten. Bij bijen zorgen neonicotinoïdes ervoor dat ze minder goed navigeren en veel vatbaarder worden voor ziektes. Aardwormen verliezen hun vermogen om tunneltjes in de aarde te graven. Juist via deze tunneltjes wordt de bodem luchtig en van zuurstof voorzien.

Deze pesticiden worden gebruikt om zaden te behandelen en breken erg langzaam af, waardoor het gif zich door de jaren heen opstapelt. Onderzoekers gaan ervan uit dat 90% van het product in de bodem terecht komt. Doordat de boer jaar na jaar deze pesticiden gebruikt, verzadigt de bodem zich met ernstige giftige stoffen die erg langzaam afbreken. Ze worden vaak preventief gebruikt, zonder enige aanwijzing dat er een bedreiging voor de oogst aanwezig is. Producenten van pesticiden hebben er alle belang bij dat hun producten zoveel mogelijk worden gebruikt. De jaarlijkse omzet van systemische pesticiden bedraagt ongeveer 2 miljard euro’s. In het verleden werd het gebruik van sproeimiddelen systematisch opgedreven door op de angst van de boeren in te spelen terwijl het niet altijd nodig was. Deze vertrouwde tactiek, die enkel uit economisch belang is ingegeven, wordt gewetenloos voortgezet. De gevolgen zijn catastrofaal, niet alleen voor bijen en aardwormen, maar ook voor vlinders, amfibieën en insectenetende vogels. De populatie van de spreeuw en de boerenzwaluw lijdt er aanzienlijk onder.

Natuurpunt, de grootste natuurbeschermingsorganisatie in België vreest voor een aantasting van de biodiversiteit.

Het grote probleem is dat door de aantasting van de bijen, hommels en andere bestuivers de voedselvoorziening in het gedrang komt. Op korte termijn kan de boer en de tuinder zijn oogst redden, maar op langere termijn wordt de hele voedingsvoorziening ernstig in het gedrang gebracht. Zonder bestuiving worden planten niet bevrucht en blijft de oogst uit. Het is verontrustend dat de pesticiden niet alleen op de behandelde oppervlaktes komen, maar ook daar buiten. De neonicitinoïdes spoelen uit en komen terecht in het oppervlaktewater en de kustwateren. Het verdwijnen van de insectensoorten leidt tot een afname van het aantal vogels omdat die er zich mee voeden. Vogels kunnen sterven doordat ze behandelde zaden op het veld oppikken. Het hele ecosysteem komt in het gedrang en dat heeft een negatieve invloed op de voedselvoorziening. Wetenschappers gaan er vanuit dat deze nieuwe generatie pesticiden 5.000 tot 10.000 keer schadelijker zijn dan de pesticiden die in het verleden uit de handel zijn genomen omdat ze te gevaarlijk waren. Men komt tot de vaststelling dat niet alleen de pesticiden gevaarlijk zijn, maar ook hun afbraakstoffen. Er is enkel de acute giftigheid van deze pesticiden voor bepaalde soorten planten vastgesteld en is nog niets geweten over het cocktail-effect, het gebruik van verschillende soorten pesticiden op een bepaald veld. We staan hier voor een hemelsgroot probleem.

Al meer dan tien jaar is dit gevaar bekend. De Europese Unie heeft drie pesticiden voor bepaalde gewassen verboden. Wetenschappers beweren dat de concrete kennis waarover ze nu beschikken, slechts het topje van de ijsberg is. De gevolgen op langere termijn zijn nog veel dramatischer. Het ontbreekt bij politici en de Europese instellingen aan moed om drastische maatregelen te treffen en daar profiteren de producenten van pesticiden van. Of er al dan niet een verband is tussen het massaal gebruik van deze nieuwe generatie pesticiden en het toenemen van kanker, dementie, ADHD, autisme en andere moderne kwalen is nog weinig geweten. Het is vreselijk dat men omwille van economische belangen de hele planeet vervuilt en om zeep helpt voor vele generaties. Milieubescherming begint op uw bord.

Wilt u meer weten over gezonde voeding, een open cursus of een opleiding volgen, surf dan naar www.europeseacademie.be. Bent u op zoek naar therapeutische hulp, surf dan naar www.natuurgeneeskundigen.be

18:47 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

13-08-14

Het koolblad doet wonderen

Het koolblad doet wonderen is binnen de volksgeneeskunde een bekende uitdrukking. Wie een hardnekkige zweer heeft die niet wil rijpen en er ‘s avonds een stukje geplet koolblad in de vorm van een pleister oplegt, mag er zeker van zijn dat deze ‘s  ochtends mooi is opengegaan en bijna helemaal is verdwenen. Weinig medicijnen hebben zo’n krachtige werking als het eenvoudig koolblad (Brassica oleracea L.). Het is een Europees cultuurgewas dat nog veel van zijn natuurlijkheid heeft behouden en eeuwenlang een belangrijk ingrediënt is geweest voor de wintervoeding. In principe kunnen we alle koolsoorten voor dit doel gebruiken met uitzondering van de rode kool. De bladeren blijven zacht doordat ze compact bij elkaar blijven. Verwijder de buitenste bladeren die meestal beschadigd zijn en gebruik een van de eerste ongeschonden buitenbladeren. Het koolblad heeft een pijnstillende, reinigende en ontstekingsremmende werking. In het oude Griekenland, de bakermat van de natuurgeneeskunde, werd met veel lof over het koolblad geschreven. Er zijn gedurende de geschiedenis veel voorbeelden bekend van de wonderlijke werking van het koolblad.

Modern onderzoek heeft deze wonderlijke werking enigszins kunnen verklaren door de rijkdom aan werkzame inhoudsstoffen aan te tonen. We vermelden er enkele van: glucosinolaten, ook mosterdglycoside genoemd, cabagine, S-methyl-L-methionine, indolen, allantoïne, vitaminen en mineralen o.a. koper, zink, mangaan en chroom. Misschien zeggen deze stoffen op zich niet zoveel, maar ze tonen aan dat het koolblad een belangrijke plant is. Het koolblad kan als pleister gebruikt worden, als sap, maar ook als voedingsmiddel.

 

Pleister

Als pleister nemen we een stukje koolblad van de ongeschonden buitenste bladeren van een verse kool. De savooikool heeft de beste werking voor dit doel. De bladeren dienen groen te zijn, vandaar dat de binnenste bladeren niet zijn aan te bevelen. Grote nerven worden weggesneden. Afhankelijk van de grootte van de te behandelen huidoppervlakte gebruikt men een of meerdere bladeren. Het blad dat gebruikt wordt, spoelt men even onder de kraan af met lauwwarm water zodat het schoon is. Het blad wordt even gewalst met een fles zodat het gekneusd en vlak is. Een houten deegrol is niet aan te bevelen omdat die te veel sap zou opnemen. Gaat het om een kleine oppervlakte zoals bij het behandelen van een zweer, een wond of een insectenbeet dat volstaat een klein stukje blad. Is de oppervlakte groter zoals bij het behandelen van huidproblemen of een iets grotere oppervlakte dan snijdt men stroken die over elkaar worden gelegd zoals leien op een dak. Op ronde vormen is het soms aan te bevelen om de stroken even licht op de warmen door ze even in stoom te houden zodat ze voldoende soepel zijn om te plooien. Soms kan een pleister vrij groot zijn zoals bij het behandelen van de schouder, de boven- of onderarm, de maagstreek, het longgebied enz. Een kleine pleister kan men met een doekje afdekken en vastkleven. Bij een grote pleister gebruikt men een verband. Een verband mag nooit de bloedtoevoer afsluiten.

 

Toepassingen

Er zijn talrijke toepassingen waarbij het koolblad kan gebruikt worden zoals bij zweren en wonden, bij acne, eczeem, kloven, ook tepelkloven bij zogende moeders, bij gordelroos (zona), bij neuralgieën omwille van de pijnstillende werking. Verder zijn er mogelijkheden bij het behandelen van allerlei huidaandoeningen, verzweringen aan de nagels of het nagelbed, reumatische aandoeningen, bij hoofdpijn, migraine, bronchitis, longaandoeningen, gezwollen klieren, kneuzingen, blauwe plekken, bloeduitstorting, aderontsteking enz. Bij een pleister staat de werking direct in verband met de huid, maar kent ook een reflectorische werking. Neurologisch gezien bestaat de huid uit huidsegmenten met een reflectorische werking naar de organen toe. Vandaar dat bepaalde ziektes van buiten uit naar binnen kunnen behandeld worden. Bij een wond zal men altijd eerst ontsmetten en zorgen dat de wond schoon is, anders gaat ze niet dicht. Wonden die met koolblad worden behandeld, laten geen litteken achter.

 

Koolsap

Een veel gebruikte toepassing is het drinken van een glas verdund vers geperst koolsap, spot goedkoop en zeer werkzaam. In tegenstelling tot het koolblad gebeurt de werking inwendig en neemt men de genezende inhoudsstoffen in zich op. Koolsap heeft een weefselversterkende werking op het maagslijmvlies. Sulfarofaan remt de werking van de Helicobacter pylori af, dit is de bacterie die verantwoordelijk is voor het ontstaan van een maagzweer. Bovendien zorgt het koolsap, dat o.a. allantoïne bevat, voor een beschermende werking van de maagwand. Vandaar dat koolsap vaak wordt aanbevolen bij maagwandontsteking, maagpijn en ontsteking aan de twaalfvingerige darm. Bij maagaandoeningen gebruikt men drie glazen per dag, telkens voor de maaltijd. Het sap wordt 30 tot 50% met bronwater verdund. Men kan dat afwisselen of eventueel vervangen door aardappelsap met een gelijkaardige werking.

Koolsap wordt gebruikt om de lever te ontgiften door de aanwezigheid van zwavelhoudende stoffen. Koolsap is aan te bevelen ter voorkoming of genezing van leveraandoeningen en pancreasontsteking. Koolsap heeft zijn diensten bewezen bij het behandelen van een te snelwerkende schildklier (hyperthereoïdie) omdat de mosterdglycosiden het mineraal jodium capteren zodat dit minder door de schildklier wordt opgenomen en waardoor het schildklierhormoon thyroxine minder wordt aangemaakt. Koolsap of kool in rauwe vorm als voedingsmiddel wordt eveneens aanbevolen in de biologische kankerbehandeling. De spectaculaire invloed van koolsoorten op het afnemen van de kans op een aantal vormen van kanker wijst erop dat deze groente een belangrijke bron is van actieve substanties. Kool bevat verschillende polyfenolen en glucosinolaten. Glucosinolaten bezit de eigenschap om twee stoffen vrij te maken, namelijk isothiocyanaten en indolen. Dit zijn stoffen met een groot kankerwerend vermogen. Ter voorkoming van kanker is het goed om regelmatig kool te eten, liefst in de vorm van rauwkost. In dit kort overzicht tonen we aan hoe belangrijk een eenvoudig voedingsmiddel kan zijn voor zowel uitwendig als inwendig gebruik.

 

Bent u op zoek naar een opleiding in de complementaire zorg, wilt u meer weten over voeding, kruiden, gezondheid of persoonlijkheid, surf dan even naar www.europeseacademie.be

17:10 Gepost door Jan Dries in Volksgeneeskunde | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

06-08-14

Een nieuwe aanpak in de ouderenzorg maakt antidepressiva overbodig!

De helft van de rusthuisbewoners slikken antidepressiva terwijl er steeds meer antipsychotica wordt gebruikt om de symptomen van een psychose tegen te gaan. Tot deze conclusie komt een recent onderzoek dat in bijna 1.500 rusthuizen in België werd uitgevoerd. Een hoofdverpleegkundige reageert op deze onthutsende cijfers: ‘Een goed gesprek kan een depressie vermijden, maar ons personeel heeft niet genoeg tijd om met iedereen te praten.’ In een twintigtal rusthuizen slikken zelfs acht op de tien ouderen antidepressiva. Het valt op dat 72% van deze ouderen na vijf jaar nog steeds antidepressiva gebruiken omdat de behandelende arts bang is voor een terugval. Volgens een geriater valt het op dat ouderen die in een rusthuis verblijven veel meer medicijnen gebruiken dat hun leeftijdgenoten die thuis blijven wonen. Er schort wel degelijk iets aan de ouderenzorg in de rusthuizen. De Directie en artsen zijn zich daarvan bewust. Zo is er recent in Leuven een programma ontwikkeld om bij ouderen die veel geneesmiddelen gebruiken na te gaan of ze er niet té veel krijgen. De oorzaak van het probleem ligt niet op het medisch vlak, maar veeleer op psychosociaal en emotioneel vlak.

In Duitsland hing tegen een gevel een heel groot bord van een caritasorganisatie met daarop een foto van een oude man in een zetel met daarboven de volgende tekst: ‘Ik zit voor een groot deel van de dag in de zetel en denk veel terug aan vroeger. Af en toe komt er een verpleegkundige voorbij…maar die ziet me niet zitten!’ Dit reclamebord typeert het probleem klaar en duidelijk. Een rusthuis mag geen wachtkamer van de dood zijn waar oudjes in afwachting volgens een vast schema de nodige fysieke zorg krijgen. In veel rusthuizen is er geen ruimte voor intermenselijke relaties, voor het uitwisselen van gevoelens zodat communicatie nog nauwelijks plaats vindt. De cijfers zijn verontrustend, maar mogen niet veralgemeend worden. Er zijn ongetwijfeld rusthuizen waar alles naar wens verloopt, zeker als men beroep kan doen op een groep vrijwilligers die de ouderen een warm hart toedragen en een huiselijke sfeer weten te scheppen. In rusthuizen verblijven overwegend mensen die nog relatief gezond zijn, anders worden ze overgeplaatst naar een verzorgingstehuis, het ziekenhuis of een psychiatrische afdeling waar medische verzorging centraal staat. Deze ouderen zijn zich bewust van hun levensavond en wensen die op een aangename manier door te brengen in plaats van weg te kwijnen in eenzaamheid en apathie. Juist deze grote groep kan men met een goede begeleiding op weg helpen naar een zinvolle actieve oude dag.

Het grote probleem is echter dat men de ouderenzorg beperkt tot het verlenen van de fysieke basisbehoeften. Aan het belang daarvan wordt niet getwijfeld, maar ouderen hebben veel meer behoeften aan psychosociale en emotionele begeleiding. Door deze te verwaarlozen, vernedert men deze mensen, ontneemt men hen hun fierheid en levenswaarde. Ouderenzorg begint met een permanente observatie om op ieder ogenblik de reële behoefte te kennen. Observatie maakt deel uit van de non verbale informatie. Lichaamshouding, gelaatsexpressie, oogcontact en gebaren zeggen ontzettend veel over de reële behoefte van iemand, wat er zich innerlijk afspeelt, wat goed en wat minder goed verloopt binnen de persoonlijkheid. Als men daar geen tijd voor heeft, is men verkeerd bezig. Als ouderen niet opgevolgd worden, zijn ze slechts een nummer binnen een af te werken tijdschema. Een dienstverlening begint bij het waarnemen van het doen en laten om van daaruit af te stemmen op de echte behoefte. Ouderen hebben niet alleen recht op fysieke verzorging, maar tegelijkertijd op psychosociale en emotionele begeleiding. Bij deze groep mensen gaat het vooral om informele en humane begeleiding die heel dicht bij het dagelijkse leven staat. Deze ouderen hebben geen behoefte aan dure professionele begeleiders, maar aan mensen die hun taal spreken, mensen met inzicht en een warm kloppend hart.

De grote waarde van observatie ligt juist in de non verbale communicatie. De lichaamshouding, de gelaatsexpressie en de gebaren veranderen van het ene op het andere moment omdat de behoefte verandert. Volgens deskundigen vindt nog altijd 75% van communicatie langs non verbale weg plaats. Ouderen hebben meestal niet meer de behoefte om alles verbaal of schriftelijk over te brengen, juist daarom uiten ze zich non verbaal. Vaak leent zich de sfeer er niet toe, is er een gebrek aan vertrouwen of moed om zich verbaal te uiten. Ouderen voelen de onverschilligheid aan, dat ongenoegen is af te lezen uit hun blik van verontwaardiging, de nerveuze handbewegingen of de opgetrokken schouders. De existentiële angst kan heel intens aanwezig zijn en de roep om hulp uit zich instinctief. Het is tragisch als niemand uit de omgeving deze signalen opmerkt. Vaak komt men na het overlijden van de partner in een rusthuis terecht. Het is dramatisch als deze mensen op leeftijd nergens met hun verdriet terecht kunnen en niet de mogelijkheid krijgen om hun rouwproces te verwerken. Het is pijnlijk als men geen aandacht krijgt op het moment dat de nood ontzettend groot is. Ouderen geraken in een afschuwelijke situatie. Aan de ene kant hebben ze afscheid moeten nemen van een levenspartner waar ze meer dan een halve eeuw mee verbonden zijn geweest en aan de andere kant moet men zich in een totaal nieuwe levenssituatie aanpassen! Dat is geen eenvoudige opgave. Het spreekwoord: ‘Oude bomen verplant men niet!’ heeft blijkbaar zijn betekenis in deze moderne tijd verloren. 

Nu de vergrijzing voor de deur staat, moet de ouderenzorg herbekeken worden. Het is gemakkelijker voor het personeel om een antidepressivum te geven dan een schouderklopje of een vriendelijk en begrijpelijk gesprek te voeren. We zeggen wel duidelijk ‘gesprek’ want ouderen hebben geen behoefte aan een vakkundige of therapeutische interventie. Ze verlangen alleen naar eenvoudige woorden die tot het leven van iedere dag behoren. Oud worden is geen ziekte, het is een biologisch proces dat deel uit maakt van het leven en wordt soms vergeleken met een rafelrand. Bij het ouder worden vertragen de fysieke en mentale processen, treden er gebreken op die ouderdomsverschijnselen worden genoemd en geraakt men vatbaar voor allerlei ziekten. Gezond oud worden is niet voor iedereen weggelegd, daarom is het een zegen, een uitzonderlijk voorrecht. Als door omstandigheden het leven niet meer in de vertrouwde huiselijk omgeving kan plaats vinden, is het rusthuis een ideale oplossing. Men leeft er in een beschermde omgeving, men neemt zelf geen enkel risico want hier stopt de materiële zorg en bekommernis. Deze uitdovende levensfase is waardevol en kan in optimale omstandigheden verlopen als er een goed beleid wordt gevoerd. Het vertrouwde beeld van eenzaamheid kan verdreven worden door het gemeenschapsgevoel dat permanent aanwezig is. Men kan immers ontzettend veel voor elkaar betekenen, maar als er geen coördinator is die de zielen samenbrengt, wordt een belangrijke kans gemist. Er is een goede leiding nodig en vooral het besef dat ouderenzorg veel verder gaat dan het planmatig uitvoeren van fysieke basisfuncties zoals eten, rusten, slapen en hygiënische verzorging. Deze noodzakelijke fysieke verzorging is slechts een onderdeel van de echte ouderenzorg.

Men moet beseffen dat deze mensen ondanks hun hoge leeftijd levende wezens zijn met diepe gevoelens, een rijke levenservaring met zich meedragen en een blijvende behoefte hebben aan menselijke contact, de ene meer dan de ander. Oudere mensen worden nog te zeer gezien als nutteloze lege wezens, die passief, apathisch of depressief zijn, geen interesse meer tonen, weinig reageren en uit pure verveling proberen de dag al dromend en slapend door te brengen. Dit zijn echter symptomen die er op wijzen dat ze niet of niet goed worden opgevangen, dat ze aan hun lot worden overgelaten, te weinig aandacht krijgen en dat hun fundamentele rechten zijn geschonden. Wetenschappers en beleidsmakers pakken voortdurend uit dat we steeds ouder worden en tot op hoge leeftijd vitaal blijven, maar waarom toont men dan zo weinig belangstelling voor de ouderenzorg, waarom stopt men de ouderen vol met medicamenten en geeft men ze zo weinig kans om zichzelf te blijven. Hun manier van denken komt niet overeen met de visie van de ouderen zelf. Ouderen verzetten zich niet tegen het voorgestelde beleid, maar geven er een andere invulling aan en dat wijst erop dat beide groepen niet op dezelfde golflengte zitten.

Voor de meeste ouderen zijn het de sociale contacten, de uitwisseling van gedachten en het gevoel van welbevinden die aan de basis liggen van de levenskwaliteit en dat onafhankelijk van fysieke of mentale beperkingen die gepaard gaan met het verouderingsproces. Ouderen vragen respect voor de lange levensweg die ze al hebben afgelegd omdat dit voor een meerwaarde zorgt. Veel is afhankelijk van de psychische weerstand die bij sommige sterk en bij anderen zwak is, maar waar de leidinggevenden en zorgverleners te weinig rekening mee houden. Bij heel wat ouderen wordt de psychische weerstand meteen gebroken doordat ze op een muur van onbegrip stoten. Het hier aangehaald onderzoek bevestigt dat het ouderenbeleid faalt en dringend moet herzien worden.

Om een nieuw beleid uit te stippelen is het belangrijk dat men rekening houdt met de verschillende levensfasen. Jongeren, volwassenen, ouderen en hoogbejaarden hebben allemaal hun eigen opvatting over levenswaarden en levenskwaliteiten. Ieder seizoen van het leven heeft zijn voordelen en zijn kwaliteiten. Doorslaggevend voor beleidsmakers is dat zij in de schoenen van de ouderen gaan staan, dat zij over voldoende inlevingsvermogen beschikken. Ze moeten verder durven kijken dan alleen naar de financiële en beleidsaspecten. Iedere vorm van zorg kost geld en personeel is erg duur. Ouderen die hun laatste levensfase in een rusthuis doorbrengen, hebben vooral behoefte aan dat wat niets kost: respect, genegenheid, aandacht, vriendelijkheid, een schouderklopje, een spontaan gebaar en vooral het gevoel dat hun aanwezigheid zinvol is. In een nieuw beleid moeten de kinderen van de ouderen betrokken worden omdat zij een liefdevolle en emotionele bijdrage kunnen en moeten leveren aan het verouderingsproces. De directie, het verzorgend personeel en de vrijwilligers kunnen dit belangrijk aspect niet van de kinderen overnemen. Het verblijf van een ouder in een rusthuis moet de band met het gezin versterken. Een rusthuis is slechts een verlengstuk van het gezin. Ouderen beseffen de noodzaak van hun fysieke scheiding, maar moreel en emotioneel blijven ze verbonden met hun kinderen en kleinkinderen. De eenheid mag niet verbroken worden, want dat geeft aanleiding tot eenzaamheid, verdriet en depressie. Om het even samen te vatten, een goed ouderenbeleid steunt op drie pijlers: fysieke verzorging, psychosociale en emotionele ondersteuning en een onmisbare participatie van de kinderen en de kleinkinderen.

16:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |