25-02-15

Dagen zonder vlees, een actie tijdens de vasten

Na de uitbundige karnaval komt nu de vasten als periode van bezinning. Het is goed om stil te staan bij zoveel actuele problemen die de samenleving onrustig maakt. Het verkleinen van de ecologische voetafdruk is een belangrijk thema om in overweging te nemen. In 2011 riep Alexia Leysen, zelf geen vegetariër, voor het eerst op om samen gedurende de vastenperiode  geen vlees en vis te eten. Ondertussen is de DZV (Dagen Zonder Vlees) uitgegroeid tot een burgerinitiatief dat steunt op het enthousiasme waaraan bijna  32.000 Nederlandstalige  Belgen deelnemen. Het is de verbondenheid wat mensen mobiliseert. Er zijn heel wat populaire persoonlijkheden uit de media en de sportwereld die dit initiatief steunen. Gelegenheidsvegetariërs zijn geen vegetariërs, wordt vaak gezegd, en toch is dit initiatief zo zinvol. Het  vegetarisme krijgt bij het grote publiek de volle aandacht en iedereen ervaart hierdoor de voordelen van een vleesloze voeding. Het vegetarisme is goed voor de gezondheid,  het respecteren van de dierenrechten en het verkleinen van de ecologisch voedafdruk. Dit zijn reële voordelen die men niet mag onderschatten.

Over heel de wereld en in alle culturen kent men het gebruik van een vastentijd. Oorspronkelijk had het een economisch doel. Op het einde van de winter  geraakte men door de voedingsvoorraad heen terwijl de lente nog niets te bieden had. Om deze periode van schaarste op te vangen, was het nodig  om minder te eten en dus te vasten. Door er een religieuze betekenis aan te verbinden, werd deze maatregel beter nageleefd.  Vasten is niet alleen het reinigen van het lichaam, maar ook het reinigen van de geest wat zorgt voor een gunstige invloed op de gemoedstoestand. Therapeutisch vasten betekent dat men gedurende twee à drie weken geen voedsel tot zich neemt. Men drinkt alleen water al dan niet aangevuld met kruidenthee. Een vastenkuur vindt plaats in een gespecialiseerd kuurhuis onder de leiding van een arts of therapeut. Op eigen initiatief  vasten is onverantwoord. Een sapkuur is geen vastenkuur omdat er dan gebruik wordt gemaakt van vloeibaar voedsel onder de vorm van sappen. Bij  een sapkuur gebruikt men maximum 1 liter sap en ongeveer evenveel water en/of kruidenthee. Een sapkuur duurt 5 à 7 dagen. Iedereen die gezond is, dit wil zeggen dat men geen ziekte heeft,  kan een sapkuur doen. Het is raadzaam zich te laten begeleiden door een Gezondheidstherapeut (zie www.natuurgeneeskundige.be)

Het is altijd goed om gedurende de vasten zich te bezinnen over gezonde voeding en ons levenswijze. Mensen die de actie GZV volgen en gedurende 40 dagen geen vlees of vis eten, zullen merken dat hun vertering beter verloopt en dat ze zich vitaal en helderder van geest voelen. Tijdens deze vleesloze dagen krijgt u alles binnen wat nodig is want de mens is geen carnivoor en heeft geen vlees nodig. Beginnende vegetariërs maken gemakkelijk de fout  het vlees te willen vervangen door vleesvervangers en sojaproducten of ze eten extra grote porties kaas en peulvruchten. Peulvruchten zijn niet zo ideaal. Ze hebben weinig smaak en zien er niet aantrekkelijk uit. Kies voor een gezonde voeding met veel fruit en groenten, matig aangevuld met noten, zaden, pitjes, zachte of harde kazen, yoghurt, kwark, granen en peulvruchten. Melk en melkproducten zijn niet noodzakelijk als u vleesloos leeft, maar kunnen als aanvulling.  Een gezonde voeding bestaat uit 80% caloriearm en slechts  uit 20% calorierijk  voedsel. Enkele jaren geleden heeft men aan de VUB op initiatief van Prof. Dr. Hebbelinck  kinderen getest die  een gezonde vegetarische voeding gebruikten op basis van fruit en groenten met de nodige aanvulling. Dit onderzoek wees uit dat in het bloed van deze kinderen geen tekorten waren. In vergelijking met vleesetende kinderen scoorden de vegetarische kinderen veel beter in de fysieke testen. De  conclusie van de onderzoekers was: minder eten, maar er meer uithalen.

Door overwegend caloriearme voeding te gebruiken, stijgt de efficiëntie van de vertering en verhoogt men de stofwisseling. Kies vooral voor verse, gezonde voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Ze zijn industrieel verwerkt, bevatten veel voedingsadditieven (E-nummers) en vulstoffen op basis van gemodificeerd zetmeel en zijn verpakt in blik, glas of  karton. Ze zijn minstens  5 jaar houdbaar, missen levenskracht en hebben een lage voedingswaarde. De voordelen van een vegetarische voeding zijn door internationale onderzoeken bevestigd. De vertering verloopt beter, de kans op darmverstopping is gering, het risico op hart- en vaatziekten, suikerziekte, kanker en overgewicht wordt wel degelijk verkleind. Het doel van de DZV is de ecologische voetafdruk te  verkleinen. Er is al vaak aangetoond dat de vleesindustrie een van de grootste milieuvervuilers is en dan hebben we het niet alleen over mestoverschot, het dierenleed, het gebruik van kunstmeststof, chemische sproeimiddelen,  antibiotica en vele andere schadelijke stoffen. Om 1 kg dierlijk eiwit te produceren heeft een dier gemiddeld 7 kg plantaardig eiwit nodig onder de vorm van veevoeder. Dit eiwit is voor menselijke consumptie geschikt of de landbouwgronden kunnen voor nuttige gewassen gebruikt worden.       

Waarom mensen na veertig dagen vleesloze voeding toch weer kiezen voor vlees en vis, is moeilijk te begrijpen. Er zijn vermoedelijk twee verklaringen: ofwel hechten ze weinig belang aan gezonde voeding ofwel leggen ze het verband niet tussen vlees en het vreselijk dierenleed. Slachtdieren zijn levende wezen met gevoelens, die net als de mens pijn en angst ondergaan. Ze worden in hokken opgesloten met als enig doel zo snel mogelijk te worden vetgemest om vroegtijdig te sterven. Kalfjes krijgen niet eens de kans om wolwassen te worden. Hun korte leven staat in functie van de consumptie. Wie beseft wat men deze dieren aandoet, krijgt geen vlees over zijn lippen. Men weet blijkbaar niet dat vlees weefsel is van dode dieren, dus letterlijk stukken van lijken waar lijkengif in aanwezig is. Vlees kan alleen geconsumeerd worden als het zodanig bereid is dat iedere herinnering  aan het levend dier verdwijnt, vandaar het gebruik van zout, peper en kruiden. Een vegetariër doorprikt deze illusie en neemt een consequente houding aan. Vegetariër is men altijd honderd procent omdat er nooit een reden is om dierenleed te tolereren en zijn gezondheid te belasten. Gelegenheidsvegetariërs bestaan eigenlijk niet, hoewel we toch sympathiseren met al diegenen die het willen proberen via de actie van DZV.  We hopen dat tussen deze 32.000 deelnemers er velen zijn die de definitieve weg naar het vegetarisme vinden. De vzw Europese Academie is al 27 jaar een vegetarisch geïnspireerde school.

11:06 Gepost door Jan Dries in Vegetarisme | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

18-02-15

Visolie is overbodig Omega-3 vetzuur in plantaardig voedsel

Voedingsdeskundigen lijden misschien niet aan orthorexie (eetstoornis), maar wel aan het ‘eenzijdigheidsyndroom’. Voeding is voor hen niets anders dan stoffen en delen van stoffen, waaraan allerlei positieve of negatieve eigenschappen worden toegeschreven. Het wordt voor de verbruiker steeds moeilijker om te weten wat er al dan niet mag gegeten worden.

Regelmatig besteden de media aandacht aan één bepaald aspect van de voeding en parallel daarmee verschijnen de reclamespots over allerlei middeltjes die rijk zijn aan een of andere bijzondere stof. Nog niet zolang geleden ging alle aandacht naar het gevaar van vrije radicalen en de noodzakelijke anti-oxidanten als tegengif. Er is een tijd geweest dat bijna iedereen dacht aan Candida albicans of aan een gemaskeerde allergie te lijden. Nog steeds wordt veel aandacht besteed aan omega-3 vetzuren. Deze zouden bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, een positieve invloed uitoefenen op de immuniteit, geschikt zijn bij chronische ontstekingsziekten en zelfs een grote rol spelen bij de hersenontwikkeling en het versterken van de ogen bij baby’s.

 

Eskimo’s

Omega-3 vetzuren komen voor in vette zeevis. De enorme publiciteit rond omega-3 vetzuren zet de mens aan om regelmatig vis te eten of naar visolie-capsules te grijpen. Ze zweren bij dit wondermiddel dat massaal verkocht wordt. Het verhaal van de omega-3 vetzuren begon vijftig jaar geleden. Onderzoekers stelden bij de Inuit Eskimo’s op Groenland vast dat zij nauwelijks last hadden van hart- en vaatziekten. Men was bijzonder verrast omdat hun voedingspatroon overwegend uit rauwe, vette vis bestond. In deze onherbergzame streken met hun uiterst korte zomers hadden de Eskimo’s geen andere keuze om te overleven. Hun vetrijk dieet bood blijkbaar bescherming tegen hart- en vaatziekten terwijl in de westerse wereld dierlijke vetten juist als de grote oorzaak worden gezien. Men kwam er achter dat de aanwezigheid van omega-3 vetzuren een hart- en vaatbeschermende functie heeft. Verschillende soorten zeevis vanuit koude waters zijn er rijk aan. Dit heeft te maken met hun voedsel dat voornamelijk uit algen en plankton bestaat. Om in deze koude waters te overleven hebben deze vissoorten in hun huid een vetmantel opgebouwd als thermische isolatie.

De onderzoekers hebben over het hoofd gezien dat de Eskimo’s in een vrij onnatuurlijke omgeving leven en verplicht waren om hun voedingspatroon, vertering en stofwisseling aan te passen om te kunnen overleven. Een vergelijking tussen de Eskimo’s en de westerse mens gaat niet op omdat de omstandigheden waarin ze leven totaal anders zijn. Een mens voedt zich normaliter overwegend met koolhydraten (suikers) en aanvullend met kleine hoeveelheden vet en eiwit. Als we vanuit de hoeveelheid eiwit vertrekken staat tegenover 1 deel eiwit, 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraten. De Eskimo’s echter eten hoofdzakelijk vet en eiwit en nauwelijks of geen koolhydraat. Het vet wordt bij hen voor een groot deel omgezet in suikers zoals dat ook bij katten en honden gebeurt. De Eskimo’s eten overwegend rauw en verwerken grote hoeveelheden vet in een relatieve korte tijd.

 

Goede eigenschappen

Onderzoekers gaan er vanuit dat omega-3 vetzuren het bloed vloeibaar houden en daardoor het hart en de vaten beschermen. Verder wordt er een ontstekingsremmende werking aan toegeschreven alsook een activering van het afweersysteem. Dat zijn uiteraard positieve eigenschappen die de gezondheid ten goede komen. Omdat vette zeevis rijk is aan dit specifieke vetzuur, is het niet moeilijk dit te commercialiseren door capsules te vullen met visolie en massaal op de markt te brengen.

Door te wijzen op een aantal succesvolle onderzoeken werd het vertrouwen van de consument snel gewekt. Zo heeft een Italiaanse studie aangetoond dat patiënten met een hartinfarct die twee jaar lang dagelijks één gram omega-3 vetzuur gebruikten, 30% minder kans hadden te hervallen en de overlevingskans met 40% doet stijgen. Onderzoeken zijn vaak eenzijdig en houden te weinig rekening met de positieve invloed van andere factoren. Er werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het gewijzigde voedingspatroon, meer beweging, betere stressbeheersing, positieve instelling, beter omgaan met emoties, het tijdelijk of definitief wegvallen van het belastende beroep. Mensen met een hoog risico op een hartinfarct of die er door getroffen zijn, gaan anders leven en houden zich strikt aan de goede adviezen van hun cardioloog.

Visolie krijgt massale aandacht van de media, de gezondheidsliteratuur en wordt door artsen en therapeuten met veel overtuigingskracht aanbevolen. Folders spreken van een wondermiddel dat veelbelovend is en onontbeerlijk is in de preventie tegen levensbedreigende ziekten. Toch zien we de statistieken over de mortaliteit door hart en vaatziekten niet dalen. Visolie zou zelfs een rol spelen bij de ontwikkeling van de hersenen en een gunstige invloed hebben op de ontwikkeling van de foetus en wordt aanbevolen bij zware reuma, allergie en auto-immuunziekten.

 

Nieuwe mogelijkheden

Gelukkig zijn er onderzoekers die kritisch durven denken en niet zo snel van stapel lopen.

Omega-3 vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, met drie of meer dubbele bindingen in de cisconfiguratie en met de eerste dubbele binding tussen het derde en vierde koolstofatoom, gerekend vanaf de methylgroep. Het stamvetzuur van de omega-3 vetzuren is alfa-linoleenzuur. Dit is een essentieel vetzuur, d.w.z. dat ons lichaam dat echt nodig heeft om gezond te functioneren. Het lichaam kan dit zelf niet aanmaken en moet daarom via de voeding worden geleverd. Omega-3 vetzuur bestaat uit EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur). Zij zijn semi-essentieel, d.w.z. ons lichaam kan ze zelf aanmaken uit alfa-linoleenzuur. Alfa-linoleenzuur wordt omgezet in omega-3 vetzuur.

 

Chemische formule van alfa-linoleenzuur

Deze nieuwe ontdekking maakt het gebruik van visolie overbodig. Men hoeft geen vis te eten of visolie te slikken om aan voldoende omega-3 vetzuren te komen. Plantaardige olie, die dagelijks in de keuken wordt gebruikt, is er rijk aan. Het is een feit dat het lichaam hiervan slechts een gedeelte kan omzetten. Men gaat er vanuit dat dit vermogen ligt rond 10 à 15%. Dit is geen probleem omdat alfa-Linoleenzuur zeer rijkelijk voorkomt, niet alleen in olie maar ook in noten, zaden, pitten, melk en in groene groenten zoals spinazie.

Tong, haring, bokking, makreel en sardine werden tot voor kort als de beste leveranciers van omega-3 vetzuren beschouwd. Nu worden ze door de plantaardige variant verdrongen. In een gevarieerde voeding hoeft niemand zich zorgen te maken, we krijgen alles binnen wat we nodig hebben. Het zwaartepunt in de discussie rond de vetten ligt in de eenzijdige benadering van het begrip vet. Vet wordt door veel artsen, voedingsdeskundigen en verbruikers als ongezond beschouwd en dat is een verkeerde houding. Men maakt geen onderscheid tussen plantaardig en dierlijk vet. Plantaardig vet is een van de drie voedingsstoffen (E, V, Kh) en maakt deel uit van onze dagelijkse voeding. Vet is opgebouwd uit vetzuren en nadelige effecten hangen af van verschillende factoren, o.a. van de samenstelling en hun werking. Het gebruik van dierlijk voedsel, voornamelijk vlees en vleesproducten, zorgt ervoor dat de vetvertering en vetstofwisseling verstoord geraakt. Vandaar de angst voor een tekort aan dit belangrijke vetzuur. Het vetprobleem, dat in de westerse wereld duidelijk aanwezig is en de gezondheid bedreigt, moet in zijn geheel worden aangepakt. Beperking van dierlijk vetten en meer aandacht voor plantaardige vetten. We maken een vergelijking tussen de hoeveelheid omega-3 vetzuur in vis en die in plantaardige olie.

 

Tong: 3,7 g/100 g                                              Lijnolie: 54,2 g/ 100 g

Haring: 2,8                                                        Walnootolie: 12,9 g

Bokking: 2,1 g                                                   Raapzaadolie: 9,2 g

Makreel 2,0 g                                                    Tarwekiemolie: 7,8

Sardine: 1,4 g                                                   Sojaolie: 7,7 g

Andere vissoorten zijn te verwaarlozen            Maïskiemolie: 0,9 g

                                                                          Olijfolie: 0,9 g

                                                                          Zonnebloemolie: 0,5 g

 

Door de voorkeur te geven aan plantaardige olie krijgt men niet alleen voldoende omega-3 vetzuren binnen, maar gelijktijdig een groot aantal andere substanties met gunstige eigenschappen voor hart en vaten. Olijfolie is minder rijk aan omega-3 vetzuur, maar heeft een erg geprezen cholesterolverlagende werking. Vooral de bijzondere samenstelling van de vetzuren met een hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren zorgen daarvoor. Ook melk en melkproducten zijn goede leveranciers van omega-3 vetzuren. Biologische melk bevat meer omega-3 vetzuren dan gewone melk. Tot die vaststelling kwamen onderzoekers van de universiteit van Gent. De wetenschappers onderzochten al tien jaar geleden de vetzuursamenstelling van verschillende melkmonsters uit de biologische en de gangbare landbouw. De angst om volle melk te gebruiken is ongegrond. Volle melk is rijker aan vet en bijgevolg ook aan omega-3 vetzuren. Door de aanwezigheid van vet blijven volle melk en melkproducten langer in de maag, waardoor het eiwit beter wordt afgebroken en calcium gemakkelijker wordt vrijgemaakt. We gaan nog afzonderlijk in op de juiste vetten in de voeding. Melkvetten zijn vloeibare vetten op kamertemperatuur en daarom niet vergelijkbaar met de harde dierlijke vetten die wel degelijk schadelijk zijn.

 

Maak u geen zorgen

Het heeft geen zin zich blind te staren op slechts één vetzuur. Vet kent een complexe samenstelling. Het zijn niet de bouwstenen op zich die belangrijk zijn, maar wel de structuur die er van gemaakt wordt en de werking die er vanuit gaat. Zo is er een wisselwerking tussen omega-3 vetzuren en omega-6 vetzuren, ze werken als antagonisten. Omega-3 vetzuur verdunt het bloed terwijl omega-6 vetzuur het bloed verdikt. De werking van beide zuren zorgt ervoor dat het bloed zijn normale viscositeit bereikt. Bij omega-6 vetzuren is de eerste dubbele binding tussen het zesde en zevende koolstofatoom. Het stamvetzuur van dit omega-6 vetzuur is linolzuur. Ook linolzuur is een essentieel vetzuur. Andere omega-6 vetzuren zijn gamma-linoleenzuur en arachidonzuur. Zij zijn in principe ook semi-essentieel, maar linolzuur komt rijkelijk in voedingsmiddelen voor zodat ze niet extra nodig zijn in de voeding. Omega-6 vetzuur komt overwegend voor in plantaardig voedsel, een variant komt ook voor in melk, boter en kaas.

 

Chemische formule van omega-6 vetzuur

Wie zich gezond voedt, een deel van zijn voedsel rauw eet of met olie bereidt, regelmatig een oliesausje of mayonaise gebruikt, eventuele walnoten, lijnzaad of zonnebloempitten eet, hoeft zich geen zorgen te maken over een tekort aan omega-3 vetzuren of omega-6 vetzuren en hoeft zeker geen vis te eten of visolie te slikken. Alle officiële voedingsinstituten raden het veelvuldige gebruik van vis af omwille van het grote risico op zware metalen en de microscopische plasticpartikels door de vervuiling van de zeeën. Een vis kan niet buiten het water leven, sterft en gaat sneller in ontbinding dan vlees. Het vet van zeevis mag dan van betere kwaliteit zijn, vis eten heeft geen gezondheidsbevorderende eigenschappen. Alle soorten vissen bevatten cholesterol en dat is te weinig bekend.

 

Visolie capsules zijn niet zonder gevaar

Men hoort steeds meer kritische geluiden over het onverantwoorde gebruik van visolie capsules. Prof. Dr. Ursel Wahrburg is als voedingswetenschapper verbonden aan de Fachhochschule in Munster (D) en zegt: ‘Het is nog te vroeg om visolie capsules als preventie aan te bevelen. Daarvoor ontbreken betrouwbare onderzoeksgegevens.’ Visolie is geen medicijn, maar moet er toch mee vergeleken worden omwille van mogelijke nevenwerkingen. Een té hoge dosis maakt het bloed té dun en dat is zeker niet zonder risico als er al een bloedverdunner wordt gebruikt. Bij overdosering kan er schade optreden aan de meervoudige onverzadigde vetzuren, waarbij LDL cholesterol gaat oxideren. Veranderingen in het cholesterol-eiwit kunnen de aders verstoppen en het risico op arteriosclerose verhogen, beweren kritische onderzoekers.

 

Het is niet uitgesloten dat een te hoog gehalte aan omega-3 vetzuren de afweerreacties in het lichaam blokkeert. Bij 6 à 7 gram dagelijks, zoals bij de Eskimo’s, heeft men verzwakking van het afweersysteem vastgesteld. Het is niet zonder gevaar op eigen houtje visolie capsules te gebruiken, beweren een aantal gezondheidsspecialisten. Er wordt verder gewaarschuwd voor zware metalen die via de vis in de olie kan terecht komen, de microscopische plastic partikels alsook het ontbreken van vitamine E als antioxidant. Steeds meer onderzoekers geven de voorkeur aan capsules die gevuld zijn met de plantaardige variant van alfa linoleenzuur als de consument toch capsules wenst te slikken. Zij bevelen 1,5 tot 3 g per dag, per persoon aan. In een gezonde voeding zijn dergelijke supplementen overbodig.

09:53 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

11-02-15

Orthorexie Een nieuwe eetstoornis

Lijdt u misschien ook aan orthorexie of dwangmatig gezond eten? Klinkt een beetje raar in een tijdperk van fastfood, E-nummers en waardeloze industrievoeding. Zich gezond voeden is geen ziekte, maar dwangmatig bezig zijn met gezonde voeding leidt tot orthorexie. Er zijn mensen die te letterlijk bezig zijn met voeding en vooral met voedingsstoffen. Ze stellen zich voortdurend de vraag of ze geen tekort of teveel aan bepaalde nutriënten hebben. Ingrid Kiefer is voedingswetenschapper aan het Instituut voor sociale geneeskunde van de universiteit van Wenen en heeft dit fenomeen bestudeerd.

Het moderne voedingspatroon is zover afgeweken van gezonde, natuurlijke voeding dat steeds meer mensen resoluut kiezen voor een betere voeding. Zij geven de voorkeur aan biologisch geteelde gewassen, eten meer fruit, rauwe groenten, noten, zaden en pitten, m.a.w. voeding krijgt zijn oorspronkelijke betekenis van ‘levensmiddel’ weer terug. Tientallen studies hebben de relatie tussen voeding en gezondheid aangetoond. Wie gezond eet, heeft minder kans ziek te worden en als dat toch gebeurt is de kans op genezing veel groter. Niet alleen kanker, maar ook hart- en vaatziekten, allergie en depressie blijven de bevolking teisteren. De gezondheidssituatie is in onze huidige samenleving angstwekkend. Het is te begrijpen dat veel mensen in paniek geraken en op een extreme wijze met gezonde voeding omgaan.

Wie zich door angst laat leiden, komt in het andere uiterste terecht. Angst is een slechte raadgever. Hoofdkenmerk van orthorexie is het dwangmatig omgaan met voeding. Zij die er aan lijden, hebben een groot wantrouwen tegenover de aangeboden voedingsmiddelen. Ze zijn teveel met voeding bezig, controleren alles heel nauwkeurig en zoeken naar antwoorden op vragen die niet hoeven gesteld te worden. Ze maken zich zorgen over tekorten aan eiwit, vitaminen of mineralen, vrezen voor een teveel aan vet, menen bepaalde voedingsmiddelen slecht te verdragen. Iedere fysieke waarneming zoals jeuk, oprisping, darmgassen, druk in de buik of het hoofd wordt in verband gebracht met wat men heeft gegeten. Ze stellen zich duizenden vragen, zonder een bevredigend antwoord te vinden. Voeding is voor deze mensen een obsessie. Het sociale en culturele aspect van de voeding is zoek.

Het wantrouwen tegenover bepaalde voedingsmiddelen is zodanig groot, dat deze mensen het risico lopen essentiële stoffen niet binnen te krijgen. Bovendien treedt er vrij snel een sociale isolatie op, men durft niet meer buitenhuis te eten. Men gaat niet meer in op uitnodigingen van familie of vrienden of men brengt zijn eigen voedselpakket mee. Orthorexie gaat gepaard met fanatisme. Deze mensen hebben een enorme bekeringsdrang en willen iedereen overtuigen over te schakelen op gezonde voeding. Uiteraard ligt de diepere oorzaak van deze klacht in het gedrag van een verstoorde persoonlijkheid. Zij, die van nature de neiging hebben fanatiek te zijn of alles letterlijk opnemen, lopen meer kans om aan orthorexie te lijden. Het niet kunnen omgaan met angsten, vooral de angst om ziek te worden of te sterven, ligt eveneens aan de basis. Daarnaast zijn er talrijke uitlokkende factoren die dit in de hand werken, zoals de reclamespots rond gezonde voeding, dieetaanbevelingen, afslankingsrages, negatieve gezondheidsberichten en de achteruitgang van de volksgezondheid.

Uit het onderzoek van Ingrid Kiefer blijkt dat vooral jongeren, meestal goed geschoolde vrouwen aan deze nieuwe eetstoornis lijden, maar ook diëtisten, gewichtsconsulenten, voedingsconsulenten en anderen die beroepshalve bezig zijn met gezonde voeding. Deze nieuwe voedingsstoornis mag geen schaduw werpen op de inzet van hen die op een goede manier bezig zijn met gezonde voeding. De fastfoodindustrie en gastronomie maken graag van dergelijke verschijnselen misbruik om het belang van gezonde voeding te relativeren. Het gaat hier om een psychische afwijking, die even erg is als anorexia nervosa, boulimia of andere eetstoornissen. Het is belangrijk om de personen die hiervoor vatbaar zijn tijdig op te sporen en hun de nodige hulp aan te bieden, anders wijken ze steeds verder van de realiteit af.

Voeding is enorm belangrijk voor de groei en ontwikkeling van het kind, maar ook om het volwassen leven in stand te houden en zich te beschermen tegen ziekten. Voedingsadviezen en voedingstherapie zijn nog altijd de twee belangrijkste steunpunten in de natuur-geneeskunde. In een gezonde voeding wordt steeds belang gehecht aan spontaniteit, natuurlijke smaken en aroma, het sociale en culturele aspect, terwijl genieten van voeding altijd centraal moet staan. Men moet kritisch zijn en vragen durven stellen, maar het mag niet ontaarden in dwang en fanatisme. Voedingsregels zijn belangrijk en worden spontaan toegepast omdat ze vanzelfsprekend zijn. Het streven naar gezonde voeding is meer dan ooit noodzakelijk. Voedingsfanatici zijn er altijd al geweest, maar hun kwaal heeft nu een naam gekregen. Fanatici vinden we helaas op alle terreinen van de samenleving.

11:31 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-15

Sint-Janskruid, het behandelen van een depressie

Sint-Janskruid is een zeer begeerd kruid en heeft zijn naam te danken aan het feit dat het op 24 juni, het feest van Sint Jan, bloeit. Sint-Jansolie wordt vooral voor veel uitwendige klachten gebruikt. Het is heel bekend omwille van zijn gunstige invloed bij het behandelen van een depressie. Het is een uitgesproken antidepressivum. Zeker in deze tijd waar men zich heel wat vragen stelt over het langdurig gebruik van chemische antidepressiva bij het behandelen van depressie, kiest men graag voor een alternatief.

Kinderen die antidepressiva gebruiken, kunnen later te kampen krijgen met angst, depressie en suïcidaal gedrag. Tot voor kort werd nog aangenomen dat langdurig gebruik van Prozac of gelijkaardige geneesmiddelen geen schadelijke gevolgen met zich meebracht. Amerikaanse onderzoekers kwamen er achter dat jonge muizen die met Prozac werden behandeld als volwassene abnormaal angstig en depressief gedrag vertoonden. De wetenschappers vermoeden dat het gebruik van antidepressiva tijdens de ontwikkeling van het brein de natuurlijke aanmaak en circulatie van serotonine in de hersenen verstoort. Serotonine, een chemische boodschapper tussen de zenuwcellen en het brein, regelt de gemoedstoestand. Bij een te kleine hoeveelheid leidt dit tot een minderwaardig zelfbeeld, depressie en soms tot zelfmoord. Antidepressiva vertragen de heropname van serotonine door de zenuwcellen, waardoor het serotoninegehalte langer in de hersenen blijft en men zich tijdelijk beter voelt. Prozac wordt niet bij het behandelen van kinderen gebruikt. Men kan zich wel de vraag stellen wat de gevolgen zijn van andere antidepressiva op kinderen en hun toekomst!

Depressie is een zwarte wolk die traag voorbij trekt, zo traag dat sommigen zich afvragen of het wel ooit zal verbeteren. Het is te begrijpen dat men in een dergelijke toestand medische hulp inroept en zware medicijnen gebruikt. Het is niet mogelijk, zelfs niet verantwoord om deze medicijnen meteen door Sint-Janskruid te vervangen. Antidepressiva dienen altijd op een verantwoorde wijze door de arts of psychiater te worden afgebouwd. Toch kan Sint-Janskruid goed worden gebruikt bij het behandelen van een depressie omdat in de natuurgeneeskunde depressiviteit in een veel ruimer perspectief wordt geplaatst. Men gaat eerst op zoek naar de oorzaak en naar mogelijke uitlokkende factoren. Door een goed uitgevoerde duiding krijgt de therapeut een totaalbeeld van zijn patiënt en dat geeft hem een beter zicht op het persoonlijkheidsbeeld en het klachtenpatroon. Er wordt meteen nagegaan in welke mate de patiënt zelf een eigen bijdrage kan leveren aan zijn uitzichtloze situatie. Er rijzen dan vragen als: wat moet er veranderen in zijn dagelijkse leven of zijn omgeving en hoe kan hij dat verwezenlijken? In welke mate kan de zorgverlener hem daarbij helpen?

Het klinkt misschien vreemd, maar een prachtig middel om iemand vrij snel door zijn depressie heen te helpen is het lichaam ontgiften. Dat kan door talrijke gastro-intestinale therapieën zoals colon hydrotherapie (hoge darmspoeling), een specifieke kruidenthee of aangepaste voeding. Vervuilde darmen vergiftigen het hele lichaam. Deze gifstoffen, homotoxinen genoemd, prikkelen in grote mate het zenuwstelsel en verstoren de gemoedstoestand en een aantal belangrijke biochemische processen. Naast het ontgiften wordt het zenuwstelsel opgebouwd met gezonde voeding die rijk is aan natuurlijke suikers, magnesium en vitaminen van het B-complex. Bananen zijn uistekende natuurlijke antidepressiva. De banaan stimuleert de aanmaak van serotonine. Natuurlijke voedingsmiddelen hebben een krachtige genezende werking en dat mag men niet onderschatten.

Bij het behandelen van een depressie bereikt men door toepassing van Dermasegmentale reflexologie (DSR) uitstekende resultaten. Dit is een manuele behandeling gericht op de huid, het spierweefsel en het bindweefsel en heeft een reflectorische werking. Hierdoor worden spanningen en blokkades die vaak aan de basis van een depressie liggen,  opgeheven. De reflectorisch werking bij DSR gebeurt via het stimuleren van de huid, de onderhuid, de huidzenuw, het bindweefsel en het bot. Het is vooral de verhoging van de huidtemperatuur die erg gunstig is. Daardoor komt het hormoon oxytocine vrij dat als een antistresshormoon bekend staat. DSR geeft achteraf een rustgevend gevoel en maakt de patiënt stressbestendig. Daarnaast wordt de productie van endorfine gestimuleerd, een stof die bekend staat als het gelukshormoon. De behandeling heeft een antidepressieve werking. De verhoogde temperatuur is te wijten aan een betere doorbloeding. Bloed voert voedsel, warmte en zuurstof aan tot in de uiteinden van het lichaam en voert gifstoffen af. Door een intense doorbloeding functioneren de organen beter en verlopen een aantal biochemische processen optimaal. In combinatie met relaxatie (Biorelaxatie) is DSR een uitstekende therapie voor het behandelen van een depressie.

Binnen een dergelijke totale aanpak kan Sint-Janskruid een prachtige en zelfs doorslaggevende bijdrage leveren. Veel mensen maken de fout om een medicijn door een kruid te vervangen, maar dat kan niet. De werking van kruiden, kruidenextracten en kruidenpreparaten zijn niet vergelijkbaar met deze van hoog gedoseerde chemische medicamenten. Binnen een natuurgeneeskundige aanpak werken kruiden bijzonder goed. De kracht van de natuurgeneeskunde ligt in zijn totale aanpak: constitutie, temperament, dispositie en expositie vormen de vertrekbasis. Van daaruit wordt het ziektebeeld geïndividualiseerd en het therapieplan uitgewerkt. In de natuurgeneeskunde wordt altijd multi-therapeutisch gewerkt d.w.z. dat er meerdere therapieën worden gebruikt die elkaar prachtig aanvullen en zo voor een synergetische werking zorgen. Voor meer informatie over het behandelen van depressie, surf naar www.natuurgeneeskundigen.be