29-07-15

Restorestje / Bacteriënnestje!

De consumentenorganisatie Test-Aankoop (B) heeft in januari ’15 het initiatief genomen om voedselverspilling tegen te gaan door het ontwikkelen van een ’overschotdoos’. Deze kartonnen dozen worden in 48 restaurants van de stad Gent verspreid zodat de klanten die hun bord niet leegeten, de restjes mee naar huis kunnen nemen zonder daar enige vorm van schroom over te hebben. Het initiatief werd met veel toeters en bellen gelanceerd en kreeg ruime aandacht in de media. Voortaan heet de ‘doggybag’ in België ‘Restorestje’ een mooi klinkende naam. Om een goede naam te vinden, werd er een oproep gedaan aan de bevolking voor ideeën en 6.000 mensen hebben daaraan deelgenomen. De beste ideeën waren: verspil-me-nietje, kliekjesdoos, nagenieter, overdoos, overschoteltje. Het is een feit dat er enorm veel voedsel wordt verkwist, maar de vraag is of het ‘restorestje’ hier echt een oplossing voor biedt.

Wie voedsel uit ecologische overtuiging wil besparen, doet er goed aan om zo weinig mogelijk of liefst geen vlees te eten omdat de veestapel een uitzonderlijke grote belasting is voor het milieu. Gebruik zo weinig mogelijk voedsel dat een grote afstand moet afleggen (transport), geef de voorkeur aan voedingsmiddelen en beperk je tot een gevarieerd maar niet overdreven aanbod. We hebben geen honderd verschillende kazen nodig om afwisseling in het voedingspatroon te brengen. Voedselverspilling bereikt men door anders met voedsel om te gaan en niet door restjes op een onhygiënische manier mee naar huis te nemen.

Zijn bord niet leegeten was vroeger onbeleefd, zeker in een restaurant. Nu denkt men daar gelukkig anders over. Het gebeurt regelmatig dat mensen het vlees dat overblijft voor de hond laten inpakken. De tijd van de bombastische gerechten met overvolle borden is wel voorbij. Men legt veel meer het accent op presentatie. In de Italiaanse restaurants is men royaal met de deegwaren en bij de Chinees is er meestal een overvloed aan rijst. Dat neemt niet weg dat mensen soms met een restje zitten. Is het zinvol om een restje in een kartonnen doosje te laten kieperen! Het ziet er niet aantrekkelijk uit en wanneer wordt het opgegeten of wordt het wel opgegeten? Blijft men te lang onderweg zonder afkoeling, is het niet uitgesloten dat er bederf optreedt. Gekookt en bereid voedsel is snel aan bederf onderhevig. Bovendien moet het gekookte en afgekoelde voedsel weer opnieuw worden opgewarmd. Voor de gezondheid en het culinair genot heeft men weinig aan opgewarmde kost. Een restje is te weinig om als maaltijd te hergebruiken zodat het aan andere restjes of voedsel wordt toegevoegd. Van de mooie herinneringen aan het aantrekkelijk bord in het restaurant blijft niets over. Soms blijft het dagen in de koelkast liggen of belandt het uiteindelijk toch in de vuilbak. In de meeste restaurants wordt er gewerkt met voor de horeca speciaal industrieel bereide producten om de gerechten snel op tafel te krijgen omdat klanten nu eenmaal ongeduldig zijn. Over de kwaliteit en de gebruikte E-nummers is weinig bekend.

De horecasector juicht het initiatief matig toe en hoopt dat er eerst een duidelijk wettelijk kader word gecreëerd. In feite is de consument zelf verantwoordelijk voor de versheid van het voedsel zodra het in het restorestjedoosje verdwijnt. Men wijst erop dat het voedsel in de doggybag slecht is als het te lang of niet koel bewaard wordt terwijl de restaurantuitbater daar niet verantwoordelijk voor kan worden gesteld. Voedselvergiftiging komt enorm veel voor door gebrek aan hygiëne. Een Restorestje is zeker geen voorbeeld van goede hygiëne en wijst op de oppervlakkigheid waarmee men met nieuwe initiatieven omgaat. Het is niet zo moeilijk om een hype te creëren en de massa warm te laten lopen, maar denk even na over de consequenties die daaraan verbonden zijn. Het restorestje wordt te gemakkelijk een bacteriënnestje. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘voedselvergiftiging’ en een ‘voedselinfectie’. Bacteriële voedselvergiftiging wordt niet door de bacterie, maar door een gifstof die de bacterie produceert, veroorzaakt. Deze kunnen nog in het voedsel aanwezig zijn, ook al zijn de bacteriën gedood door het koken. Indien de verschijnselen door de bacteriën zelf worden veroorzaakt, spreekt men van een voedselinfectie. Een voedingsmiddel dat bedorven is zal men snel opmerken via geur- en smaaksignalen. Bij voedingsproducten ligt dit anders omdat er zoveel voedingsadditieven zoals smaak- en bewaarstoffen zijn toegevoegd dat het voedsel er heel normaal uitziet en ruikt. De meest bekende vormen van bacteriële voedselvergiftiging zijn:

 ·     Botulisme

Wordt veroorzaakt door een eiwit, gevormd door de bacterie Clostridium botulium.

·      Diarree

Wordt veroorzaakt door toxines, gevormd door Bacillus cereus in opgewarmd voedsel zoals rijst, pasta enz.

·      Braken

Veroorzaakt door toxines, gevormd door Saphylococcus aureus. Vooral bacteriën als Salmonella en Escherichia coli veroorzaken voedselinfecties.

Er zijn nog andere boosdoeners zoals virussen, schimmels en algen. Erg kwetsbaar voor bederf zijn: vlees, vis, eieren, melk en bereid voedsel. Het is belangrijk dat men bij voedselvergiftiging snel reageert want soms is medische interventie nodig. Sommige mycotoxines zijn niet acuut giftig, maar werken pas op langere termijn. Symptomen zijn misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, buikkrampen en koorts. Het is niet altijd eenvoudig om het onderscheid te maken tussen een voedselvergiftiging, een voedselinfectie en buikgriep. Soms gaat een voedselvergiftiging spontaan over zodra de toxines het lichaam via braken of diarree hebben verlaten. Het is soms raadzaam de huisarts te raadplegen. Om voedselvergiftiging te voorkomen worden strenge hygiënische regels in acht genomen. Restanten van gekookt voedsel mag men maximaal 48 uren in de koelkast bewaren bij 4° C. Vooral de restanten van kant-en-klare maaltijden zijn erg vatbaar voor bederf. Het ontdooien van diepvriesproducten op kamertemperatuur is erg gevoelig voor bederf. Laat daarom alles in de koelkast ontdooien en verwerk het zo snel mogelijk.

Er wordt ontzettend veel geschreven en gesproken over gezonde voeding en toch valt het op hoe weinig inzicht de meeste mensen hebben in voeding, voedingsregels en voedingsgebruiken. Men is te veel met stoffen bezig, maar te weinig met de essentie van voedsel. Daarom is het raadzaam om je kennis op het vlak van voeding te vergroten. Dat kan door een ‘open cursus’ te volgen aan een van de vier scholen van de vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg of de 2-jarige opleiding tot V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent zodat je deze kennis op anderen kunt overbrengen.

11:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-07-15

Snoepen Is lang nog niet de wereld uit!

Ondanks de miljoenen die de overheid steekt in campagnes om het gebruik van industriesuiker en snoep terug te dringen, stelt men vast dat de Belgen, een klein landje in de EU, per jaar meer dan 2 miljard euro uitgeven aan snoep en dat dit bedrag van jaar tot jaar stijgt. Een gigantisch bedrag dat alleen dient om een zoete neiging op een verkeerde wijze te onderdrukken. Voor de supermarkt is snoep een belangrijke bron van inkomsten en is al goed voor 10% van de omzet. Niet alleen jongeren, ook volwassenen en ouderen zijn er aan verslaafd. Snoepen heeft een negatieve invloed op het beheersen van het lichaamsgewicht, tast de tanden aan en verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. De drang naar zoet behoort tot onze natuur en start al met de moedermelk die rijk is aan lactose (melksuiker). Het grootste deel van onze voeding bestaat uit koolhydraat, de wetenschappelijke naam voor suikers. We hebben slechts 1 deel eiwit, 2 delen vet, maar 5 à 7 delen koolhydraat nodig om gezond te blijven. Natuurlijke suikers zijn voor de mens onontbeerlijk, het is immers het voedsel voor de hersenen, de zenuwen en de spieren. Zonder suiker kunnen we niet leven. Er is geen bezwaar tegen zoete voeding, als het maar natuurlijke suikers zijn.

 

De abnormale drang naar zoet en dan meer bepaald naar snoep en snacks is een noodkreet dat het lichaam uitgeput is door aanhoudende stress, spanningen, negatieve emoties, maatschappelijke druk enz. Het is niet vreemd dat de behoefte aan snoep in tien jaar tijd gestegen is van 1,4 naar meer dan 2 miljard en dat is alarmerend. Onze samenleving is zodanig in de war geraakt dat een groot deel van de bevolking op de dool is omdat iedere vorm van stabiliteit verloren is gegaan. Doordat het zenuwstelsel is uitgeput, ontstaat er vanuit de hersenen een drang naar zoet. Omdat deze drang met waardeloze suikers zoals snoep en snacks wordt bevredigd, geraakt het zenuwstelsel steeds meer uitgeput. Vandaar dat de behoefte aan snoep steeds stijgt. De meeste mensen zitten in een vicieuze cirkel waar ze moeilijk uitgeraken. Het gebruik van natuurlijk zoet in de vorm van bananen, druiven, alle soorten fruit, honing, gedroogd fruit, siroop, ingedikt sap en andere natuurlijke concentraten van natuurlijke suikers voedt de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren. Verder komen natuurlijke suikers voor in melk en mekproducten (lactose) en als zetmeel in granen, sommige zaden, wortel en knolgewassen. Er is een overvloed aan natuurlijke suikers in onze voedingsmiddelen.

 

Het snoepprobleem heeft een diepere oorzaak en beschouwen we niet als een voeding- maar een als stressprobleem. Zolang de stress niet afneemt, blijft er een abnormale behoefte aan suiker bestaan, ook al gebruikt u gezonde suikers. We kunnen de maatschappelijk druk niet veranderen, maar er ons wel tegen wapenen. We moeten onze persoonlijkheid versterken door onze zwakke kwaliteiten op te sporen en die in positieve om te buigen. Het is haast niet te geloven, maar een groot deel van de bevolking beschikt over een zeer lage psychische en emotionele weerstand. Men kan het leven niet meer aan en probeert er zich door heen te spartelen. Iedere opdracht, zowel thuis als op de werkvloer, is een zware last. Het grote probleem is dat veel mensen zich daar niet bewust van zijn. Ze slikken medicijnen om rustiger te blijven of om beter te slapen, drinken veel koffie, cola of energiedrankjes om de dag door te komen. Ze kunnen hun drang naar zoet niet onder controle houden. Dat zijn symptomen die bevestigen dat het niet goed gaat. Men heeft ons te lang wijsgemaakt dat we steeds ouder, gezonder en gelukkiger worden, maar dat is niet zo. Cijfers tonen aan dat veel mensen van middelbare leeftijd (45 à 60 jaar) overlijden aan allerlei ziekten, terwijl de psychiatrie het aantal patiënten niet meer kan opvangen omdat het er zoveel zijn geworden. We leven in een wereld van illusie, vooral de illusie dat men met geld alles kan kopen. Een andere illusie is dat de wetenschap voor alles een oplossing heeft. Het is opvallend hoe radicaal de mensen zijn geworden. Ze reageren direct en vaak erg brutaal zonder eerst overleg te plegen of zich grondig te informeren. We leven in een wereld van wit en zwart, er zijn geen nuances meer.

 

Om weerstand te bieden tegen deze bedreigende wereld doen we er goed aan om onze voeding, gezondheid, levenswijze en ingesteldheid grondig te herzien en bij te sturen. We worden overspoeld door informatie, maar die is bewust of onbewust beïnvloed door belangengroepen die de samenleving nog steeds in hun machtsgreep houden. Er worden miljarden verdiend aan de slechte voedings- en levenswijze van de mens. We geven toe dat het voor veel mensen niet gemakkelijk is om reclameboodschappen te beoordelen. In de supermarkt kijken mensen wantrouwig op het etiket. Aan de hand van deze summiere gegevens kan zelfs een deskundige moeilijk een oordeel vormen. We moeten ons laten leiden door de wijsheid van de natuur. Dat is de enige echte houvast waarover we beschikken.

 

Waarom is suiker die men uit suikerbieten of suikerriet haalt slecht en verwoestend voor onze gezondheid? Het gaat om dezelfde koolhydraat die ook in rode biet of in fruit zit. Als u een appel eet, eet u niet alleen suiker, maar een organisch of levend geheel want uit een appel kan een appelboom groeien. In de appel zit ongeveer 10% suiker, een weinig eiwit en vet, maar veel water, vitaminen, mineralen en nog vele andere stoffen. Al deze stoffen zijn met elkaar verbonden en vormen een appel. Tijdens de vertering worden deze stoffen uit de appel gehaald en in menselijke stoffen omgezet tijdens de stofwisseling. De kracht van de appel wordt op u overgedragen. Om het met een metafoor uit te drukken: de appel en uzelf worden één. Ons voedsel is niets anders dan een stuk levende natuur waarmee we ons biologisch associëren. In de suikerfabriek wordt de suiker uit de biet of het riet geïsoleerd en is weliswaar nog een organische stof die door het lichaam opneembaar is en kan omgezet worden o.a. in vet. Deze geïsoleerde suiker heeft iedere verbinding met andere stoffen verloren en moet in het lichaam op zoek gaan naar complementaire stoffen. Dat gebeurt o.a. door deze uit het lichaam te roven. Het rendement van deze geïsoleerde suikers, ook toegevoegde suikers genoemd, is bijzonder laag en is niet meer in staat om onze hersenen, zenuwen en spieren op een behoorlijke wijze te voeden, vandaar de voortdurende uitputting van het zenuwstelsel. Door de enorme maatschappelijke druk, wordt het zenuwstelsel extra belast zodat natuurlijke suikers meer dan ooit nodig zijn. Door meer voedingsmiddelen te eten en het gebruik van voedingsproducten te beperken, schakelt u de toegevoegde suikers uit. Dat is de beste oplossing om het snoepen vaarwel te zeggen.

 

Voor wie meer over voeding en gezondheid wil weten, kan het beste een open cursus ‘Vitaal door voeding’ of ‘Stressbeheersing’ volgen. Voor wie actief wenst te zijn in de complementaire zorg kan kiezen voor een opleiding V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent, Gezondheidstherapeut of Persoonlijkheidscoach. Surf naar www.europeseacademie.be.

09:28 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-07-15

VOEDING Thema van de Wereldtentoonstelling

De EXPO 2015 in Milaan koos voeding als thema en verwacht 20 miljoen bezoekers. Het accent ligt zeker niet op gezonde voeding, maar veeleer op de productie en het verhandelen van voedsel. Het thema is in negen groepen onderverdeeld: rijst, cacao, koffie, fruit en groenten, kruiden, granen en zetmeelhoudende knol- en wortelgewassen, Bio-Mediterranese voeding, vis en zeevoedsel en woestijngebieden. Ieder land dat met een paviljoen vertegenwoordigd is, biedt zijn voedingsmiddelen aan en heeft daarnaast meestal een restaurant waarin aandacht gaat naar de nationale keuken. Los van de paviljoens zijn er nog extra eethuisjes waar, onder het motto ‘Eataly’ de Italiaanse regionale gastronomie, talrijke gerechten worden aangeboden. Tegen betaalbare prijzen kan men overal terecht. Door dit thema is de Expo veel meer een culinaire attractie dan een wereldgebeuren. De vorige expo was in 2010 in Shanghai (China). Voor de Chinezen was het een prestigezaak waarbij ze wilden aantonen hoe belangrijk hun land is als wereldmacht. De Expo was toen bijzonder groot opgezet en de paviljoens muntten uit in architecturale pracht en grootheid. De EXPO in Milaan is kleinschaliger en de inrichters hebben gekozen voor open structuren, doorzichtigheid en vooral voor creatieve speelsheid. Het klimaat leent zich daar uitstekend voor. Het is opvallend dat de Expo vooral ’s avonds massaal wordt bezocht, niet alleen omdat het dan koeler is, maar omdat er een heel druk avondprogramma wordt aangeboden. Een Expo is immers een wereldfeest en dat hebben de Italianen goed begrepen.

 

Het Belgisch paviljoen, met een prachtig ontwerp, had bijzonder veel succes. De bezoekers werden er vertroeteld met koekjes van Lotus en chocolade. Binnen het terrein van het paviljoen was er een ruim terras op diverse niveaus uitgewerkt rond Belgische bier, daarnaast een ruimte voor de Belgische chocolade, de Brusselse wafels en een erg druk bezochte frituur waar men voor 4 euro een flinke friet kon bestellen met twaalf soorten sausen naar keuze. Ongezond trekt aan gelet op de lange rij wachtende bezoekers. De Nederlanders hadden de boodschap van de inrichters goed begrepen. Zij kozen voor een open plein met kraampjes in oude busjes uit de jaren zestig van de vorige eeuw en creëerden er een festivalstijl. Er worden worstenbroodjes, kaas en andere Nederlandse specialiteiten verkocht. De stand straalt vrijheid, non-conformisme en ongebondenheid uit en schept een nonchalante sfeer die blijkbaar door veel bezoekers wordt gewaardeerd.

 

Tussen het ruime aanbod van landbouw- en voedingsproducten, is er ook een bescheiden plaats voorzien voor de biologische land- en tuinbouw in een cluster van paviljoens die de fruit- en groentenproducerende organisaties vertegenwoordigen. Op het einde van de Expo heeft Slow Food haar paviljoen met een tuin voor diversiteit (Biodiversity Square). Slow Food is een beweging die in Italië is ontstaan en streeft naar de herwaardering van de traditionele voedingswijze en artisanale bereidingstechnieken en belang hecht aan de biologische kwaliteit. In dit paviljoen kunt u organoleptisch onderzoek uitvoeren o.a. door reuktesten of het herkennen van zaden, pitten, granen enz. op de tastzin. Het paviljoen heeft vooral een educatief karakter. Af en toe wordt er aandacht besteed aan het wereldvoedselprobleem. De verhouding tussen het overgewicht in het Westen en de honger in ontwikkelingslanden wordt aangetoond. Met wat men hier te veel eet en verkwist, kan men de honger uit de wereld helpen. Er is meer dan voldoende voedsel op aarde aanwezig, maar is het verkeerd verdeeld.

 

In een aantal paviljoens maakt de bezoeker kennis met nieuwe experimenten zoals ver doorgevoerde hydrocultuur, genetische manipulatie of het eten van insecten als bron van eiwit. Sommige onderzoekers gaan er vanuit dat het aantal planten dat in aanmerking komt als voedingsmiddelen te beperkt is. Door genetische manipulatie zou men van niet geschikte planten nieuwe voedingsmiddelen kunnen maken. Nochtans is het aanbod aan voedingsmiddelen nu al bijzonder groot. Het gebruik van voedsel kan men drastisch verminderen door meer rauwkost en verse voedingsmiddelen in te schakelen en het gebruik van voedingsproducten te beperken. Het zijn de industrieel bereide voedingsproducten die een laag verteringsrendement leveren wat neer komt op verkwisting van voeding. De bijbehorende verpakking zorgt voor milieuvervuiling. Men kan op de Expo aankopen doen in de supermarkt van de toekomst, maar de producten die er worden aangeboden zijn dezelfde die we nu in alle supermarkten terugvinden. Dus helemaal niet toekomstig gericht.

 

Arts and foods

In een groot park aan de rand van de stad staat de triënnale in het teken van kunst en voeding. De tentoonstelling is opgebouwd rond vier grote thema’s in vier afzonderlijke afdelingen. De tentoonstelling begint met twee schilderijen van de bekende kunstschilder Ensor met stillevens rond voeding. Heel wat bekende kunstenaars hebben zich door voeding laten inspireren en waren er vertegenwoordigd. Het meest indrukwekkende van deze triënnale is het grote verschil tussen de voeding van vóór en ná 1960. Vóór 1960 bestond de voeding nog hoofdzakelijk uit eigen bereide gerechten van voedingsmiddelen uit de eigen tuin of van de markt of winkel. Het gebruik van conserven was toen nog beperkt, net als de voedingsproducten. Het is opvallend hoe beperkt in die tijd de keukeninrichtingen waren. Een kleine ruimte met enkele kastjes, een gootsteen met pomp of kraan, een eenvoudig fornuis met of zonder oven. Het keukengerief was in die periode heel beperkt en bestond uit enkele messen, een rasp, een vleesmolen, een klopper enz. Allemaal eenvoudig gereedschap. Ná 1960 wordt de voeding geïndustrialiseerd en gecommercialiseerd en worden er geleidelijk aan kunstmatige behoeftes gecreëerd. Mixers en allerlei elektrisch keukengerief, fornuis, koelkast, diepvriezer, microgolfovens veroveren de keuken. Voorverpakt en bereid voedsel doet zijn intrede en het gebruik van voedingsadditieven neemt sterk toe. In nauwelijks vijftig jaar tijd ontstaat er een voedingspatroon dat nog nauwelijks verwant is met de rest van de geschiedenis. Een levensstijl wordt opgedrongen met slechts één doel: meer verkopen, meer consumeren, meer verkwisten en vervuilen. De bevolking is er niet gezonder door geworden, want naast de voedingsindustrie ontwikkelde zich parallel de farmaceutische industrie.

 

Wie deze triënnale samen met de Expo bezoekt, krijgt een goed idee over de voeding in de wereld, maar is tegelijkertijd gewaarschuwd voor de gevolgen van deze zinloze commercialisering. Iedereen die begaan is met gezonde voeding heeft de plicht zich te verzetten tegen deze waanzin. Dat doet men door zelf het goede voorbeeld te geven.

 

Voor wie meer over voeding wil weten, kan het beste een open cursus volgen ‘Vitaal door voeding’ of een opleiding ‘V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent’. Surf naar www.europeseacademie.be.

19:00 Gepost door Jan Dries | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-07-15

Vincent Van Gogh Kunstenaar zonder verbeelding

Op 29 juli 2015 is het precies 125 jaar geleden dat de beroemde kunstschilder Vincent Van Gogh door zelfdoding overleed. Zijn talent, zijn bevlogenheid, rebellie en eigenzinnigheid maakten hem wereldberoemd. Hij overleed berooid, zonder enig succes als psychiatrisch patiënt. De meeste mensen kennen hem van zijn zelfportretten: een akelige, ruige man die er onverzorgd en onaantrekkelijk uitziet met een vreemde, soms woeste en beangstigende blik in zijn ogen. Hij heeft zich opvallend vaak geportretteerd en zegt daarover: ‘Ze zeggen, en dat geloof ik heel graag, dat het moeilijk is jezelf te kennen, maar het is evenmin eenvoudig jezelf te schilderen.’ Vincent Van Gogh was pas 37 jaar oud toen hij overleed en heeft pas op zijn 27ste levensjaar beslist om kunstenaar te worden. Zijn artistieke carrière heeft slechts tien jaar geduurd terwijl hij 862 schilderijen en bijna 1.100 tekeningen heeft nagelaten die nu over heel de wereld in de beste musea zijn verspreid. Daarnaast schreef hij honderden brieven, vooral aan zijn vier jaar jongere broer Theo die hem zijn hele leven moreel en financieel heeft gesteund.

 

Vincent Van Gogh werd op 30 maart in 1853 als oudste zoon in Groot Zundert geboren, een dorp in Noord Brabant (NL) waar zijn vader dominee was. Het gezin telde zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Op zestienjarige leeftijd ging hij bij zijn oom, een kunsthandelaar in Den Haag, aan de slag. Vincent was een rusteloze persoonlijkheid die altijd weer weg wilde naar een ander dorp, een andere stad of land. Hij woonde gedurende een korte tijd in Antwerpen en Londen. Alleen geldgebrek dwong hem weer om voor een korte tijd het ouderlijk huis op te zoeken. Vincent besloot net als zijn vader predikant te worden, maar mislukte in zijn studie theologie, werd lekenprediker en vestigde zich in de Borinage, een arme mijnstreek in het Zuiden van België. Vincent richtte zich op het zielenheil van de mijnwerkers en hun gezinnen door verhalen uit de bijbel te vertellen. Hij had toen alle contacten met zijn familie, ook met zijn lievelingsbroer Theo, verbroken. Hij beleefde hier een van de zwartste periodes uit zijn leven, maar ontdekte er wel zijn kunstenaarsroeping. Hij werd immers als lekenpredikant ontslagen en probeerde een nieuwe invulling aan zijn leven te geven. Na een winter van ontbering, eenzaamheid en zware melancholie, neemt hij met tegenzin weer contact op met zijn broer Theo en vraagt hem afdrukken van werken van Jean-François Millet (1814-1875) te sturen, een Franse kunstschilder die bekend staat voor het schilderen van het boerenleven. Het is zijn bedoeling ze als oefening te kopiëren. Hij begint met mijnwerkers op weg naar hun werk te tekenen. Als een bezetene begint hij te tekenen en verdiept zich in de menselijke anatomie en het perspectieftekenen. Vincent schreef naar zijn broer Theo: ‘Ik ben iemand van hartstochten.’ Hij verhuisde naar Brussel met de hoop om aan de kunstacademie te studeren, maar hij blijft autodidact en heeft via een schriftelijke cursus met 60 voorbeelden van tekeningen het vak onder de knie gekregen. Met zijn ongemeen doorzettingsvermogen wist hij in vrij korte tijd zich de nodige vaardigheden eigen te maken. Doordat hij naar perfectie streefde was hij nooit echt tevreden en wist zich voortdurend te verbeteren.

 

Na een korte oefenperiode waarin hij voornamelijk prenten kopieerde, waagde Vincent zich in 1881 aan zijn eerste zelfstandig werk naar levend model. Zijn omvangrijk werk kan onderverdeeld worden in een donkere en een lichte periode. De donkere periode is in zekere mate geïnspireerd door Rembrandt. Onder invloed van de Franse schilder Millet, wiens werk hij vaak gekopieerd heeft, begint hij eerst met boeren te tekenen en te schilderen in hun armoedige en sombere hutjes. Over Millet zegt Vincent: ‘Millet heeft onze ogen weer geopend voor de mens die in de natuur leeft. Vanuit zijn bittere ervaring uit de Borinage zijn de tekeningen en schilderijen een rebellie tegen de armoede en onderdrukking in zijn tijd. ‘De aardappeleters’ is het meest bekende werk uit deze periode. Het zijn niet alleen de boeren, maar ook de wevers die zijn aandacht trekken. Vincent toont in deze periode dat hij een uitstekende tekenaar is. In 1886 gaat hij bij zijn broer Theo in Montmartre (Parijs) wonen die daar in een kunsthandel werkzaam is. Daar komt hij in contact met talrijke kunstenaars, vooral impressionisten en pointillisten. Zijn schilderijen worden licht en vrolijk van kleur en hij schildert er veel stillevens met bloemen. Het lijkt wel of er meer licht in zijn leven en in zijn donkere ziel is binnengedrongen. De Parijse periode is ongetwijfeld de vrolijkste en leerrijkste periode uit zijn leven. Hoewel Vincent een hartstochtelijk en gedreven temperament heeft, weet hij iedere tekening en ieder schilderij heel nauwkeurig te analyseren en te bestuderen. Hij houdt rekening met het perspectief, achtergronden en compositie en experimenteert met kleur, licht en contrast, maar ook met diverse technieken. Hij is door vele kunstenaars beïnvloed, maar heeft altijd zijn eigen stijl weten te handhaven. Na twee jaar Parijs vertrekt Vincent in 1888 naar Arles, in het Zuiden van Frankrijk op zoek naar nog meer licht. In december van dat jaar krijgt hij een zware zenuwinzinking, snijdt een deel van zijn oor af na een ruzie met de kunstschilder Gauguin (1848-1903) en wordt opgenomen in het ziekenhuis van Arles. Het duurt niet lang of hij laat zich opnieuw vrijwillig in de psychiatrie opnemen in Saint Remy-de-Provence waar de aanvallen elkaar opvolgen. In mei 1890 verlaat hij de psychiatrie en trekt naar Parijs waar hij enkele dagen bij zijn broer Theo en zijn gezin intrekt en reist later door naar Auvers-sur-Oise waar hij op 29 juli 1890 overlijdt met Theo aan zijn zijde, twee dagen nadat hij zichzelf door de borst heeft geschoten. Hij wordt in datzelfde dorp begraven.

 

Zijn geestelijke gezondheid

Er is in de loop der jaren veel gespeculeerd over het ziektebeeld waaraan Vincent leed. Het is vreemd dat de vader en de drie broers niet oud zijn geworden. Zijn vader overleed op 63- jarige leeftijd, hij op 37, zijn broer Theo op 34 en zijn broer Cor op 33 jaar. Zijn moeder daarentegen werd 88 jaar en zijn zussen 75, 77 en 79 jaar. Het is wel opvallend dat zijn jongste zus Willemien de laatste 39 jaren van haar leven in de psychiatrie heeft doorgebracht. Vincent was een moeilijk kind, vooral zijn rusteloosheid domineerde zijn leven. Hij leefde op 15 verschillende plaatsen in Nederland, Engeland, België en Frankrijk. Volgens Psychiater Dr. Van Meekeren voldoet Vincent aan alle kenmerken van borderline, een complexe persoonlijkheidsstoornis die toen als zodanig nog niet was gedefinieerd. Een dergelijke persoonlijkheid is gekenmerkt door impulsief gedrag met woedeuitbarstingen, neiging tot zelfverminking, stemmingswisseling, extreme verlaatangst, het stellen van onrealistische eisen, identiteitstoornissen met laag zelfbeeld, instabiliteit in intermenselijke relatie, paranoïde ideeën en suïcidaal gedrag. Daarnaast leed hij nog aan andere klachten zoals zware melancholie, een vorm van depressie die voor komt bij mensen die naar perfectie streven, geen vrolijkheid in het hun leven kennen, alles te ernstig opnemen en geen ruimte hebben voor diepe gevoelens. Hij was immers gedreven, gepassioneerd, werd gemakkelijk boos en had het moeilijk zich te beheersen. Vincent had zich vastgeketend aan zijn jongere broer Theo in wiens handen hij zijn levenslot had gelegd, vandaar zijn verlaatangst. Hij was streng voor zichzelf, streefde naar perfectie en maakte van een schilderij meerdere exemplaren of variaties om steeds te verbeteren. Hij had een sterk gevoel voor details. Van de pointillisten leerde hij de kracht van de puntjes in het kleurenvlak en zag deze techniek als een ware ontdekking. Hij werd geen pointillist maar ieder schilderij is bezaaid met ontzettend veel streepjes, vlekjes, puntjes, kleine kleurschakeringen, kronkeltjes, licht en schaduw. Een effen kleurenvlak is bij hem uitgesloten. Zijn schilderij ‘De oogst’ uit 1888 werd door hemzelf, maar ook door veel kunstcritici als zijn beste schilderij omschreven. Men spreekt van een volgroeid meesterschap. Hetzelfde kan gezegd worden van het schilderij ‘De brug van Langlois’ waarin de perfectie benaderd wordt zowel wat de compositie, het perspectief, licht en kleur betreft. Vanaf 1889, een jaar voor zijn dood zien we dat de vaste hand weg is, het lijkt of alles beweegt en op hol is geslagen, er is geen stabiliteit meer. Hij tekent en schildert verschillende cypressen die meer op vlammen lijken. Zijn zelfportretten worden griezelig en benauwend. De heldere kleuren worden nu zwaar en donker en vooral onrustig. In zijn vermoedelijk laatste schilderij ‘Korenveld met kraaien’ met zijn sterk bewogen luchten geeft hij onbewust zijn naderend einde aan. Dit schilderij ademt somberheid, eenzaamheid, wanhoop en melancholie uit, kortom het weerspiegelt zijn ziekelijke gemoedstoestand. Vincent zit in een uitzichtloze situatie. Zjn afhankelijkheid van Theo weegt zwaar op hem, maar ook de onzekerheid die Theo te wachten staat, de angst voor een nieuwe aanval en misschien het besef dat hij nooit meer kan schilderen omdat op zekere dag het penseel uit zijn handen zal vallen en niet meer in staat zal zijn om een beeld op het doek te projecteren. In diezelfde periode schilderde hij ‘Treurende oude man’ een hoopje ellende dat zijn eigen situatie weergeeft. In de drie laatste maanden van zijn leven heeft Vincent 77 schilderijen gemaakt. In momenten van helderheid schilderde hij nog voortreffelijke werken met veel aandacht voor details.

 

Gebrek aan verbeelding

Verbeelding is het vermogen om iets voor te stellen, in het hoofd een beeld maken, iets visualiseren. Het komt vaker voor dat mensen er een gebrek aan hebben, maar ze zijn zich daar niet altijd bewust van. Bij de meeste creatieve mensen vertrekt een kunstwerk vanuit de verbeelding en manifesteert zich op het witte canvas. Vincent Van Gogh had wel degelijk een gebrek aan verbeelding. Hij tekende of schilderde alleen wat hij uiterlijk kon waarnemen. Hij had soms een onbeheerste drang om te tekenen en als er niets voor handen was, trok hij zijn schoenen uit. Vanuit zijn temperament zou men eerder verwachten dat hij impulsief te werk ging en meteen zijn gevoelens in alle heftigheid op het doek zou smijten. Integendeel, hij ging heel voorbereid, bedachtzaam, beredeneerd en mentaal te werk. Hij schetste of schilderde bijvoorbeeld een landschap dat hij op zijn atelier verder afwerkte, hertekende en er meerdere variaties van maakte. Als het object eenmaal op papier of doek was vastgelegd, kon hij het eindeloos kopiëren of variëren. Vanuit deze vaststelling is het niet vreemd dat Vincent van zijn landschappen, stillevens of portretten meerdere variaties maakte. Al zijn werken zijn van buiten uit ontstaan. Uit brieven aan Theo blijkt dat Vincent zich tot in details zijn geboortestreek herinnerde. Het gaat hier om herinneringen op basis van kennis en niet op verbeelding. Bij de meeste mensen valt herinnering samen met verbeelding. In zijn vele brieven vinden we ditzelfde terug. Hij heeft het over feiten, verzoeken, opmerkingen, ideeën over kunst en kunstenaars, zijn verzet tegen sociale onrechtvaardigheid enz. Zijn brieven steunen niet op verbeelding, met andere woorden, ze zijn niet van binnenuit geschreven. Zelfs toen hij in Den Haag woonde (1882) pakte hij het thema van de mijnwerkers weer op. Ook hier maakte hij gebruik van eerdere schetsen en tekeningen uit de Borinage. Zijn emotionele, psychische en psychiatrische problemen waren van familiale aard, gezien ook zijn jongste zus daaraan leed. Toch heeft het gebrek aan verbeelding zijn toestand ongetwijfeld verergerd en vooral versneld. Door gebrek aan verbeelding slaagde hij er niet in om zijn innerlijke spanningen af te voeren of oplossingen te zoeken. Gebrek aan verbeelding komt vrij veel voor bij mensen die aan autisme leiden, niet dat we dit etiket op hem willen kleven. De ontelbare kleine details, die overal in zijn werk aanwezig zijn, getuigen van een overdreven precisie. Zij, die aan een gebrek aan verbeelding lijden, ondervinden hinder bij het communiceren, hebben het soms moeilijk om opdrachten of bevelen uit te voeren, maar vooral een gebrek aan empathie. Het is nuttig om vanuit onze huidige kennis van de psychologie en de psychiatrie het werk van Vincent Van Gogh te bestuderen, want zijn leven en werk roepen veel vragen op en misschien helpen de antwoorden ons om beter inzicht te krijgen in zoveel actuele psychische problemen.

14:18 Gepost door Jan Dries in Psychosociale problemen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-07-15

Persoonlijkheidscoach

Begeleidt mensen met psychische en emotionele problemen, zowel privé als in het bedrijfsleven

 

Men stelt vast dat er in heel Europa meer mensen lijden aan psychische en emotionele problemen dan aan fysieke ziekten. Dat is te begrijpen als we zien dat onze huidige samenleving op hol is geslagen. Mensen zijn zo kwetsbaar geworden en kunnen nog nauwelijks weerstand bieden. Vroeger ging het om stress en depressie, maar nu groeit de lijst van klachten angstaanjagend aan. De maatschappelijke druk, zowel thuis als op het werk, is erg groot. Mensen verliezen het vertrouwen in deze verwarde samenleving die steeds harder wordt. Een groot deel van de bevolking is het vertrouwen kwijt en gedraagt zich agressief, respecteert geen regels en zoekt enkel het eigen voordeel. Het zijn tekenen van een overlevingsdrang. Burn-out, pesten, agressie, chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), eenzaamheid, faalangst, hyperventilatie, slaapproblemen, gevoel van onzekerheid, laag zelfbeeld, suïcidale neigingen (zelfdoding) enz. zijn noodkreten van mensen die om hulp vragen.

 

Al deze negatieve aspecten maken deel uit van het leven van kinderen, volwassenen, maar ook ouderen. De Persoonlijkheidscoach richt zich zowel op het privéleven, het gezin als op het bedrijfsleven. Als mensen hun persoonlijke problemen mee naar het werk nemen, functioneren ze niet en presteren minder, vallen gemakkelijker uit of geraken in conflict met collega’s en de leiding. Niet iedereen stapt graag met deze problemen naar een psycholoog of psychiater omdat ze minder uitgesproken zijn. Daarom kiest men gemakkelijker voor de complementaire zorg waar doorverwijzing naar de reguliere zorg gebeurt indien dit nodig mocht zijn. De voordelen van de complementaire zorg is dat deze laagdrempelig is, er enkel gewerkt wordt op basis van eenvoudige en natuurlijke adviezen en trainingen en dat het resultaat veelbelovend is. De aanpak is erg origineel doordat er een verband wordt gelegd tussen het probleem en de persoonlijkheid. Door de persoonlijkheid te bepalen brengen we de zwakke en sterke punten in kaart. Het bijsturen van de persoonlijkheid heeft invloed op het gedrag. De cliënt krijgt inzicht in zijn problemen en lost deze onder begeleiding van zijn Persoonlijkheidscoach zelf op. Het is een boeiende en gevarieerde opleiding, waar men persoonlijk veel aan heeft omdat men zijn eigen persoonlijkheid leert kennen en versterken.

De Persoonlijkheidscoach dringt eerst door in het temperament van de cliënt, want dat is de aangeboren persoonlijkheid. Hierdoor is het mogelijk om de cliënt individueel te begeleiden en te coachen. We maken gebruik van talrijke coachtechnieken, gespreksvoering, persoonlijk-heidsanalyse, motiverende gesprekken, emotionele vaardigheden, assertiviteitstrainingen, PDCA methode, SMART technieken, Kernkwadranten en vele andere technieken met hun vele mogelijkheden. Er gaat veel aandacht naar de psychosociale basiskennis zoals de psychologie van het dagelijkse leven. Deze opleiding steunt op competentiegericht leren, ook opdracht- en probleem gestuurd onderwijs genoemd. De opleiding is praktijkgericht zodat je je niet ergert aan de hoeveelheid theorie, integendeel, je maakt je vanaf de eerste dag de kennis eigen die je als Persoonlijkheidscoach nodig hebt in de dagelijkse praktijk.

 

Het studieprogramma toont de rijkdom en de grote variatie in deze opleiding. Je gaat uitvoerig in op de bruikbaarheid van de psychologie, psychopathologie en vooral op de psychotherapie. Je leert denken en redeneren in het vak Filosofie, je leert cliënten typeren om hun aangeboren temperament te achterhalen, stilaan word je gedreven in de communicatietechnieken en de gespreksvaardigheden, de coachtechnieken, de persoonlijkheidsvorming door gedragsver-andering door te voeren, stressbeheersing, maar ook bedrijfscoaching en vooral veel practica. Een boeiende opleiding met vele uitdagingen, maar vooral een opleiding waarin jezelf een sterke persoonlijke groei doormaakt. Dit nieuwe concept is erg flexibel en kan, indien je dat wenst, aangevuld worden met andere competenties. Na deze tweejarige opleiding, die voldoende is om aan de slag te gaan, openen er zich nieuwe beroepsmogelijkheden als je je op een of ander terrein verder wenst te specialiseren of te verdiepen. We vermelden enkele van deze mogelijkheden: Communicatiecoach, Preventiecoach, Managementcoach, Businesscoach, Loopbaancoach, Teamcoach, maar ook op het vlak van psychosociale problemen zoals Kindercoach, Relatiecoach, Gezinscoach en nog andere specialiteiten want het werkterrein van de Persoonlijkheidscoach is groot in deze snel veranderende wereld met zijn problemen.

 

Op korte tijd is de vzw Europese Academie erin geslaagd om deze nieuwe tweejarige opleiding verder te ontwikkelen tot een gewaarde opleiding die voldoet aan de behoefte van deze samenleving. Het grote voordeel is dat deze nieuwe opleiding kan steunen op de rijke ervaring die de Europese Academie gedurende bijna dertig jaar heeft opgebouwd. We hebben een zeer rijke ervaring op het vlak van persoonlijkheidskennis, persoonlijkheidsanalyse, de totaal benadering van de mens en vooral in het plaatsen van de mens in zijn omgeving. Deze unieke benadering steunt op de rijke ervaring in de natuurgeneeskunde en de complementaire zorg in het algemeen. Deze opleiding sluit aan op de drie andere opleidingen. Voor meer informatie verwijzen we naar: www.europeseacademie.be.