12-08-15

Afslanken kan als het goed wordt aangepakt!

Onlangs werd tijdens het tv-journaal vermeld dat Britse onderzoekers tot de vaststelling waren gekomen dat afslanken geen enkele zin heeft. Hun redenering was wel erg kort door de bocht. Ze gaan er vanuit dat de mens van nature uit reservevet aanmaakt dat nodig is voor tijden van voedselschaarste en als men ziek is en niet in staat is om te eten. Dat is een vast gegeven dat iedereen kent en waaraan niemand twijfelt. Deze wetenschappers beweren dat om die reden de mens altijd vet zal aanmaken met overgewicht als gevolg. Ze hebben meer dan 200.000 proefpersonen gedurende een vrij lange periode gevolgd en vastgesteld dat er een zeer klein percentage is dat er echt in slaagt om af te slanken. De conclusie is snel getrokken: afslanken helpt niet. Het is onbegrijpelijk dat men in naam van de wetenschap en op kosten van de gemeenschap dergelijke onzin mag uitkramen. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om vast te stellen dat overgewicht nauw samenhangt met het veranderend voedingspatroon van de moderne mens. Eerst hebben we gezien hoe in Amerika sinds het gebruik van fastfood en het massaal gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers en veel dierlijke vetten overgewicht massaal is toegenomen. Nu zien we in Europa hetzelfde gebeuren omdat de bevolking massaal overschakelt op industrieel bereid voedsel en kant-en-klare maaltijden. Het verband tussen industrievoeding en overgewicht is duidelijk en onweerlegbaar.

 

Wat bezielt wetenschappers om zo kortzichtig te zijn. Ze zeggen letterlijk tegen de consument: ga maar verder, er is toch niets aan te doen. De voedingsindustrie bepaalt of de bevolking al dan niet aan overgewicht lijdt. In de dierenwereld zien we dat dieren tijdens de zomermaanden reserves opbouwen om deze in de winter te verwerken. We stellen vast dat dieren aankomen, maar nooit aan overgewicht lijden en zeker niet aan blijvend overgewicht zoals bij de mens. Dat heel veel mensen moeizaam afslanken is een feit, maar dat heeft vooral te maken met een verkeerde aanpak. Dat mensen wel degelijk afslanken door minder te eten of door meer te bewegen, stellen we vast bij hen die plots ziek worden en gedurende een bepaalde periode onvoldoende kunnen eten of door een uiterst streng dieet verplicht zijn hun voedingspatroon drastisch aan te passen. Zij verliezen soms 20 à 30 kilogram, soms nog meer, terwijl ze voordien altijd ervan overtuigd waren dat ze niet konden afslanken. Er is een kleine groep mensen die aan een endogene zwaarlijvigheid lijdt en daardoor grote hoeveelheden vocht vasthoudt. Hun lichaamsgewicht staat buiten alle verhoudingen. Zelfs tijdens een vastenkuur met 0 calorieën gaat er nauwelijks iets van af. Deze erg moeilijk te behandelen groep laten we hier buiten beschouwing. De meeste mensen die aan overgewicht lijden kunnen afslanken, wat deze Britse wetenschappers ook mogen beweren. Overgewicht heeft te maken met constitutie, opgezette buik, voedingspatroon en beweging. Dit zijn vier factoren die nauw op elkaar aansluiten.

 

Constitutie

In verband met afslanken delen we de constituties in twee groepen in, namelijk mensen met smalle en met brede heupen. Mensen met smalle heupen lijden zelden of nooit aan overgewicht. Hun smalle lichaamsbouw stemt overeen met hun verteringsstelsel en stofwisseling. Ze eten meestal grote hoeveelheden voedsel, verteren snel en kennen een verhoogde stofwisseling. Bovendien hebben deze mensen de spontane neiging om te bewegen. Ze zijn nerveus, actief, sportief en heel beweeglijk. Bij het ouder worden kan het gewicht wat toenemen en zet het bekken lichtjes uit, maar ze blijven tot de groep met de smalle heupen behoren.

 

Mensen met brede heupen eten trager, vaak minder grote hoeveelheden en hebben een trage vertering en stofwisseling. Vertering en stofwisseling zijn constitutioneel bepaald en dat kunnen we beïnvloeden, maar niet veranderen, dat ligt genetisch vast. Als mensen met brede heupen aankomen, valt dat vrijsnel op, vooral in combinatie met een opgezette buik. Het overtollige vet zet zich vast op de buik (appelmodel) en/of op de heupen (perenmodel). Onder de groep van de brede heupen vinden we personen die extreem breed gebouwd zijn. Brede heupen gaan vaak samen met een sterk naar achtergericht zitvlak. Toch vinden we mensen die ondanks hun brede heupen hun lichaamsgewicht goed onder controle houden. Uiteraard gaan ze er nooit slank uitzien zoals zij die smalle heupen hebben. Bij kinderen kan men al heel goed waarnemen wie kans heeft om aan overgewicht te lijden. Door deze kinderen op tijd op te vangen en hun voedings- en levenswijze aan te passen, is de kans groot dat zij in de toekomst niet aan extreem overgewicht zullen lijden. Vaak wordt gezegd dat het toch niet helpt omdat men brede heupen heeft, maar dat is een foute redenering. Juist omdat men brede heupen heeft, zal men extra aandacht besteden aan voeding en beweging. Mensen die zich laten gaan, hebben met zwaar overgewicht te kampen.

 

Opgezette buik

Ontzettend veel mensen hebben af te rekenen met een opgezette buik waardoor het overgewicht nog meer geaccentueerd wordt. Het is vreemd dat mensen met smalle heupen daar geen last van hebben. De belangrijkste redenen zijn gisting en rotting in de darmen. Vooral het gebruik van toegevoegde suikers in combinatie met zetmeelrijke voeding zorgt voor gisting zoals boterhammen met zoet beleg, gebak, zoete nagerechten, frisdrank, bier maar ook fruit op een volle maag. Rotting ontstaat door onvolledige vertering van eiwit zoals eiwitrijk voedsel in combinatie met zetmeelrijke voeding. Vlees of vis met aardappelen, brood of deegwaren of kaas met brood, kaassaus op deegwaren enz. Door goede voedselcombinaties toe te passen, eventueel in combinatie met buikspieroefeningen, krijgt men een vlakke buik.

 

Voedingspatroon

Afslanken is veel meer dan calorieën tellen. Er zijn mensen die hun slanke lijn behouden omdat ze nauwelijks iets durven eten. Dat is geen goed uitgangspunt, het gevaar is groot dat men ondervoedt geraakt of belangrijke stoffen niet binnenkrijgt. Vooral de weerstand tegen ziekten wordt daardoor verzwakt. 80% van het voedsel mag caloriearm zijn tegenover 20% calorierijke voeding, dan zit men altijd goed en kan men onbeperkte hoeveelheden eten. Door deze verhouding aan te nemen, verloopt de vertering beter. Bij afslanken staat de darmwerking centraal. Alleen bij een goede vertering kan men rekenen op een efficiënte stofwisseling. Een goedwerkende dikke darm is enkel mogelijk bij een gezonde darmflora. Natuuryoghurt en voldoende ballaststoffen zoals ruwe vezels zorgen voor een gezonde darmflora.

 

Beweging

De mens is een beweeglijk wezen en beschikt over een goed functionerend spierstelsel. Door meer te bewegen krijgt men een betere verbranding van het reservevet en neemt men in gewicht af. De beste vormen van beweging zijn wandelen, fietsen en zwemmen. Men hoeft niet te gaan joggen of extreem sport te beoefenen om zijn gewicht onder controle te houden. Het grote voordeel van bewegen is dat er meer zuurstof in het lichaam terecht komt waardoor de doorbloeding op een merkwaardige wijze wordt verhoogd. Een goede doorbloeding betekent aanvoer van zuurstof, warmte en voedingsstoffen en afvoer van gifstoffen. Bovendien heeft beweging een gunstige invloed op de darmwerking. Geen gezonde darmwerking zonder beweging.

 

Overgewicht wordt een steeds grote probleem doordat de mensen zich bijna uitsluitend voeden met voedingsproducten in plaats van meer voedingsmiddelen te gebruiken die men thuis zelf bereidt. De vzw Europese Academie biedt een tweejarige avondopleiding aan voor Gewichtsconsulent. Het gaat hier om een geaccrediteerde opleiding waardoor de cliënten op terugbetaling door de zorgverzekering in Nederland kunnen rekenen. Afslanken wordt zoals we hier aangeven op een heel andere manier aangepakt. Voor meer informatie surf naar www.europeseacademie.be.

21:33 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.