26-08-15

De complementaire zorg, meer dan ooit noodzakelijk.

Naast de reguliere geneeskunde heeft zich sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw een complementaire zorg ontwikkeld, wat vroeger alternatieve geneeskunde werd genoemd. Heel wat patiënten hebben de weg gevonden naar de complementaire zorgverlener, hebben hun klachten overwonnen en zijn een andere mens geworden. Iedereen ziet het belang van de reguliere geneeskunde in, zeker bij ernstige en levensbedreigende ziekten. De moderne geneeskunde is enorme wereld op zich geworden, ziekenhuizen zijn gigantische complexen, de mogelijkheden zijn onbeperkt en de gebruikte medische toestellen overtreffen iedere verbeelding. Over het kunnen en de mogelijkheden van de medische specialisten staat iedereen perplex. De hoog opgeleide artsen doen dat niet voor hun plezier, maar uit diepere noodzaak. De volksgezondheid gaat erg achteruit, steeds meer mensen worden ziek of hebben permanente medische hulp nodig. Er sterven vooral veel mensen op jonge en middelbare leeftijd. Men beweert wel dat we steeds ouder worden en het aantal honderdjarigen is inderdaad toegenomen, maar het blijft een handvol uitzonderingen. Er worden medische problemen opgelost die men enkele jaren geleden nog voor onmogelijk werden gehouden. Als een vrouw zonder baarmoeder werd geboren, had zijn geen andere keuze dan kinderloos door het leven te gaan. Nu kan een baarmoeder die bij een gezonde vrouw niet meer nodig is, getransplanteerd worden. Dit is maar een van de vele mogelijkheden. Het is een technische geneeskunde geworden die alle lof en bewondering verdient en die meer dan ooit noodzakelijk is. Misschien schiet men het echte doel voorbij, namelijk de mensen weer gezond maken in plaats van ze op te lappen en met medicijnen de symptomen te onderdrukken.

 

De weg van de eenvoud

De complementaire zorgverlener werkt niet met ingewikkelde machines, niet met complexe technieken of met medicijnen die nevenwerkingen vertonen. De complementaire zorgverlener behandelt naar het voorbeeld van Hippocrates ‘de zieke’ in plaats van ‘de ziekte’. Uiteraard is de complementaire zorg beperkt tot het herstellen van de gezondheid en laat al het andere over aan de reguliere geneeskunde, vandaar doorverwijzing van patiënten met ernstige aandoeningen. De kracht van de complementaire zorg ligt juist in deze eenvoudige en fundamentele benadering van de patiënt. De gebruikelijke behandelingen munten uit in eenvoud en toch werken ze, zelf heel efficiënt. Hoe is dit te verklaren? Heel eenvoudig, de patiënt wordt als mens benadert en niet als een mechanisme waar een defect aan is en dat door een technische ingreep kan hersteld worden. De patiënt moet zichzelf genezen want hij bezit van natuur uit een zelf genezend mechanisme dat op een natuurlijke wijze en/of met natuurlijke middelen wordt gestimuleerd. Bij de meeste ziekten, die complementair behandeld worden, ligt de oorzaak direct of indirect bij de patiënt zelf. Meestal wordt men ziek omdat de patiënt zijn voeding en levenswijze niet heeft gerespecteerd of dat een negatieve ingesteldheid zijn leven domineert. Er zijn ziekten die geheel los van de patiënt ontstaan, maar die op een zelfde wijze met succes worden aangepakt omdat er altijd een link wordt gelegd tussen zieke en ziekte.

 

Deelnemen aan eigen genezingsproces

De patiënt is niet het lijdend voorwerp, maar speelt een actieve rol in zijn eigen genezingsproces. Door zijn inzichten in het leven, in zichzelf en zijn omgeving te verruimen, ziet de patiënt de noodzakelijke verbanden en weet hij meteen waar het mis is gelopen. Door al deze breuklijnen te herstellen ontstaat er een biologisch evenwicht zodat het zieke lichaam zich herstelt. Herstellen betekent dat lichaam en geest weer in evenwicht of harmonie is. Door de nauwe samenwerking tussen patiënt en zorgverlener, vindt men zichzelf weer terug en begrijpt men waar het fout is gelopen. In de complementaire zorg hecht men veel belang aan de persoonlijkheid, de gemoedstoestand, gezonde voeding, natuurlijke levenswijze en een harmonieuze omgeving waarbij men zich beschermd tegen de negatieve invloeden van het vervuilde milieu. Duizenden mensen vinden zichzelf en zijn gezondheid terug na een reeks behandelingen. Zijn komen er verstekt uit en zullen niet meer of minder hervallen in hun oude, ziekmakende levenswijze. Genezen betekent veranderen, verbeteren, een andere mens worden die gewapend is tegen de harde wereld waarin we leven. Het is opvallend dat patiënten die complementair behandeld zijn, nauwelijks een terugval kennen. Ze weten hun gezondheid te handhaven want complementaire zorg is een educatieve geneeskunde. Het gebeurt dat sommige patiënten een langere begeleiding nodig hebben, zeker als ze erg kwetsbaar zijn of chronisch ziek zijn of in een ongunstige omgeving wonen.

 

Vrije handelingen

Niemand verlangt dat de complementaire zorg de reguliere geneeskunde vervangt. Zowel de reguliere als de complementaire zorg zijn noodzakelijk en ieder heeft zijn afgebakend terrein. Complementair betekent trouwens aanvullend, dus aanvullend op de reguliere geneeskunde. De complementaire zorg legt het accent op het herstellen van de gezondheid. Duidelijke taal is belangrijk want we leven in een harde wereld waarin de intellectuele radicalisering steeds groter wordt. Er zijn mensen en groepen die niet meer naar elkaar luisteren en te snel beoordelingen pro of contra uitspreken terwijl er geen enkel onderzoek vooraf is gegaan of argumenten worden aangevoerd. Het belang en de noodzaak van de complementaire zorg werd gedurende de laatste vier decennia aangetoond aan de hand van de schitterende resultaten die er bereikt werden. Bovenden groeit het draagvlak nog steeds. Binnen de EU zijn er regelingen getroffen of wetten aangenomen die de complementaire zorg beschermd. Het principe is heel eenvoudig. De reguliere geneeskunde en hun beoefenaars zijn door de wet beschermd. In België is dit het KB 78 en in Nederland de wet BIG. Daarin zijn de ‘voorbehouden handelingen’ vast gelegd die enkel door artsen en paramedici worden toegepast. De structuur van de reguliere geneeskunde zit op vele vlakken verweven met officiële stellingen, sociale wetgeving, zorgverzekeraars enz. zodat voorbehouden handelingen niet door anderen kunnen gesteld worden. Misbruik op dat vlak is totaal onbekend. Naast de voorbehouden handelingen zijn er de ‘niet voorbehouden’ of ‘vrije handelingen’ die door iedereen kunnen gesteld worden op voorwaarde dat men geen schade toebrengt. De complementaire zorgverlener maakt enkel gebruik van deze vrije handelingen, natuurlijke middelen en eenvoudige behandelingen.

 

Plato-eindtermen

Binnen een democratie geldt ‘therapievrijheid’ dat gezien wordt als een fundamenteel mensenrecht. De patiënt kiest zelf voor een reguliere of een complementaire behandeling. De complementaire zorgverlener is zodanig opgeleid dat als de patiënt nood heeft aan een reguliere behandeling deze meteen wordt doorverwezen. Er wordt in het belang van de patiënt nooit getreuzeld omdat daardoor kostbare tijd kan verloren gaan. Om de kwaliteit van de complementaire zorg te garanderen heeft de Universiteit van Leiden (NL) in opdracht van de zorgverzekeraars de Plato-eindtermen uitgewerkt. Alle opleidingen zijn verplicht zich daar aan te houden. Deze eindtermen bepalen de medische basiskennis op cognitief niveau en de psychosociale basiskennis zodat een patiënt de garantie heeft op professionele wijze behandeld te worden. De overheid of zorgverzekeraars wensen zich niet in te laten met de specifieke geneeswijzen die tot de complementaire zorg worden gerekend omdat dit deel uitmaakt van de eigenheid en de doelstellingen van de complementaire zorg. De vzw Europese Academie leidt complementaire zorgverleners op zoals de vierjarige opleiding tot Gezondheidstherapeut. Dit is een beoefenaars van de natuurgeneeskunde in zijn oorspronkelijke vorm, maar aangepast aan onze huidige medische kennis en gezondheidzorg. Deze opleiding steunt volledig op de Plato-eindtermen en is als zodanig geaccrediteerd door CPION. Het gaat om een opleiding van goede kwaliteit met betaalbare studiekosten. Voor meer informatie, surf naar www.europeseacademie.be

15:01 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-08-15

Lavendel Breng de mediterrane sfeer in uw lichaam!

Lavendel is een uitgesproken kruid van het zuiden en roept meteen de aantrekkingskracht van de lavendelvelden op. De helder blauwe hemel die aansluit op de diepe paarsblauwe bloeiende velden met hun ongelooflijk aroma. Lavendel is een belangrijk geneeskrachtig kruid, maar maakt ook deel uit van het kruidenmengsel ‘Herbes de Provence’ en iseen uitstekend keukenkruid. Laten we even ingaan op zijn geneeskrachtige eigenschappen. Lavendel (Lavendula angustifolia L. officinalis) is rijk aan etherische oliën met vooral linalol en linalylacetaat en verschillende monoterpenen. Verder bevat dit kruid looistof, bitterstoffen, triterpenen, fenolzuren en flavonoïden. Dit kruid is bijzonder rijk aan de meest diverse inhoudsstoffen met hun voortreffelijke geneeskrachtige werkingen.

Lavendel staat vooral bekend voor zijn kalmerende, ontspannende en harmoniserende werking, is mild hypnotisch en narcotisch vandaar zijn slaapwekkende eigenschappen. Dit kruid wordt aanbevolen bij stress, nervositeit, rusteloosheid, prikkelbaarheid, angst, onzekerheid en bij inslaap- en doorslaapproblemen. Helpt bij nerveuze hartkloppingen, benauwdheid, spanningshoofdpijn, hoge bloeddruk, burn-out, depressie, spierspanningen en alle klachten van nerveuze oorsprong. Lavendel wordt gebruikt bij verteringsproblemen zoals een slecht werkende maag, gebrek aan eetlust, indigestie, geelzucht of diarree. Het is een uitstekend kruid bij menstruatiepijnen of bij het uitblijven van de menstruatie. Het heeft een licht vochtafdrijvende werking en wordt omwille van zijn ontsmettende en slijmoplossende werking gebruik bij bronchitis en andere aandoeningen van de luchtwegen. Dit kruid kent een zeer breed werkingsspectrum. Dat betekent dat Lavendel voor vele klachten gebruikt wordt of dat vele organen en systemen er door gestimuleerd worden. Er zijn geen nevenwerkingen bekend. Lavendel wordt gebruikt als kruidenthee. Neem een koffielepeltje gedroogde bloemetjes per kopje, overgiet ze met kokend water, laat tien minuten trekken, zeven en opdrinken. Eventueel zoeten met honing. Lavendel is erg geschikt om in een kruidenmengsel te gebruiken. Het voordeel van een samengestelde kruidenthee is dat het werkingsspectrum nog ruimer wordt. We geven hier een recept dat een werking heeft op het zenuwstelsel en het hormoonstelsel, nieren, doorbloeding, spieren, suikerstofwisseling, ademhalingsstelsel en het slaapcentrum. Deze vier kruiden ondersteunen elkaar zodat er een synergetisch werking ontstaat.

 

Emotionele aandoeningen

30 g Lavendel-bloem

30 g Citroenmelisse-blad

25 g Linde-bloesem

15 g Meidoorn-bloesem

______

100 g.

 

Kan in de kruidenwinkel samengesteld worden of je stelt het mengsel zelf samen. Neem van dit mengsel een koffielepeltje per kopje, overgieten met kokend water, tien minuten laten trekken, zeven en opdrinken. Eventueel zoeten met lavendelhoning of acaciahoning. 3 à 4 kopjes per dag en gedurende enkele weken blijven drinken.

Iedereen kent het Lavendelzakje in de kleerkast om motten te verdrijven en voor een aangename geur. Het bekende kruidenmengsel ‘Herbes de Provence’ is samengesteld uit lavendel, basilicum, rozemarijn, majoraan, tijm en venkel. Soms voegt men er nog dragon en kervel toe. Het kruid is in de mediterrane keuken erg geliefd omwille van zijn houtachtige en bloemengeur. Bij een goed kruidenmengsel gaat het vooral om de verhouding zodat de lavendel in geen geval domineert. Deze bijzondere geur komt tot stand door de combinatie van het naar bloemen ruikende linalylacetaat en linaloöl en het eucalyptusachtige cineol. Linalylacetaat zorgt vooral voor een fris en zoet aroma en een berganotachtige geur. Linoöl zorgt voor de echte diepe bloemengeur. Lavendel bevat niet minder dan 11 natuurlijke geur- en smaakstoffen. In de mediterrane keuken wordt niet alleen de bloem, maar ook de bladeren en soms zelfs de houterige stengels gebruikt. De bladeren zijn sterk aromatisch, maar hebben een iets bittere smaak. Ze worden net als rozemarijn fijn gehakt. Lavendelbladeren laat men nooit lang meekoken en zeker niet met te hoge temperatuur.

De bloemen leveren een parfumachtig aroma dat zich tijdens het koken versterkt. Men kan zowel verse als gedroogde bloemetjes gebruiken. De stengels worden enkel op de barbecue gebruikt. Lavendel laat zich uitstekend combineren met knoflook en basilicum. De zwavelachtige knoflook vormt een mooi contrast met de zachte lavendel. Basilicum bevat een aantal dezelfde aromatische stoffen die in elkaar overgaan en de smaak versterken. Lavendel harmoniseert uitstekend met schimmelkazen zoals Roquefort of Gorgonzola. Het is minder bekend, maar lavendel past uitstekend bij de aardappel en zorgt voor een mooie smaaknuance en wordt gebruikt als afwisseling of als variant op rozemarijnaardappelen.

Lavendelhoning is een uitstekend middel om in zoete gerechten te verwerken waar men kiest voor het aroma van lavendel. Soms laat men lavendelbloemen in warme melk trekken om desserts te aromatiseren. De bloemetjes worden achteraf uit de melk gezeeft. Dat kan ook door lavendelbloemen, eventueel met de blaadjes, in room of in siroop te laten trekken zodat de aromatische stoffen worden overgedragen. Omdat lavendel etherische olie bevat, laat ze zich goed verwerken met oliehoudende ingrediënten. De lavendelbloem leent zich om gerechten te versieren. De laatste jaren hebben bloemen hun intrede gedaan in de culinaire wereld. Ze zijn niet alleen aantrekkelijk, bieden een rijke aroma maar zijn ook erg gezond.

Lavendel kent nog vele andere toepassingen zoals verwerking in kaarsen, zeep, parfum, maar ook als etherische olie, tinctuur, zalf, crèmes of cosmetica. Dit korte artikel over lavendel toont aan hoe fascinerend kruiden zijn door hun rijkdom aan geneeskrachtige stoffen en geur- en smaakstoffen en hun vele toepassingen op het vlak van gezonde gastronomie. De vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg staat bekend voor haar rijke professionele kennis op het vlak van kruiden. In de opleiding Gezondheidstherapeut leert men alle aspecten van de kruidengeneeskunde met zijn vele fytotherapeutische middelen. In de opleiding Herborist leer je de kruiden kennen, plukken, drogen en verwerken tot kruidenproducten. In de opleiding V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent leer je kruiden verwerken in gezonde gerechten zowel voor dagelijks gebruik als op het vlak van de gastronomie.

Voor meer informatie surf je naar www.europeseacademie.be

16:18 Gepost door Jan Dries in Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-08-15

Afslanken kan als het goed wordt aangepakt!

Onlangs werd tijdens het tv-journaal vermeld dat Britse onderzoekers tot de vaststelling waren gekomen dat afslanken geen enkele zin heeft. Hun redenering was wel erg kort door de bocht. Ze gaan er vanuit dat de mens van nature uit reservevet aanmaakt dat nodig is voor tijden van voedselschaarste en als men ziek is en niet in staat is om te eten. Dat is een vast gegeven dat iedereen kent en waaraan niemand twijfelt. Deze wetenschappers beweren dat om die reden de mens altijd vet zal aanmaken met overgewicht als gevolg. Ze hebben meer dan 200.000 proefpersonen gedurende een vrij lange periode gevolgd en vastgesteld dat er een zeer klein percentage is dat er echt in slaagt om af te slanken. De conclusie is snel getrokken: afslanken helpt niet. Het is onbegrijpelijk dat men in naam van de wetenschap en op kosten van de gemeenschap dergelijke onzin mag uitkramen. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om vast te stellen dat overgewicht nauw samenhangt met het veranderend voedingspatroon van de moderne mens. Eerst hebben we gezien hoe in Amerika sinds het gebruik van fastfood en het massaal gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers en veel dierlijke vetten overgewicht massaal is toegenomen. Nu zien we in Europa hetzelfde gebeuren omdat de bevolking massaal overschakelt op industrieel bereid voedsel en kant-en-klare maaltijden. Het verband tussen industrievoeding en overgewicht is duidelijk en onweerlegbaar.

 

Wat bezielt wetenschappers om zo kortzichtig te zijn. Ze zeggen letterlijk tegen de consument: ga maar verder, er is toch niets aan te doen. De voedingsindustrie bepaalt of de bevolking al dan niet aan overgewicht lijdt. In de dierenwereld zien we dat dieren tijdens de zomermaanden reserves opbouwen om deze in de winter te verwerken. We stellen vast dat dieren aankomen, maar nooit aan overgewicht lijden en zeker niet aan blijvend overgewicht zoals bij de mens. Dat heel veel mensen moeizaam afslanken is een feit, maar dat heeft vooral te maken met een verkeerde aanpak. Dat mensen wel degelijk afslanken door minder te eten of door meer te bewegen, stellen we vast bij hen die plots ziek worden en gedurende een bepaalde periode onvoldoende kunnen eten of door een uiterst streng dieet verplicht zijn hun voedingspatroon drastisch aan te passen. Zij verliezen soms 20 à 30 kilogram, soms nog meer, terwijl ze voordien altijd ervan overtuigd waren dat ze niet konden afslanken. Er is een kleine groep mensen die aan een endogene zwaarlijvigheid lijdt en daardoor grote hoeveelheden vocht vasthoudt. Hun lichaamsgewicht staat buiten alle verhoudingen. Zelfs tijdens een vastenkuur met 0 calorieën gaat er nauwelijks iets van af. Deze erg moeilijk te behandelen groep laten we hier buiten beschouwing. De meeste mensen die aan overgewicht lijden kunnen afslanken, wat deze Britse wetenschappers ook mogen beweren. Overgewicht heeft te maken met constitutie, opgezette buik, voedingspatroon en beweging. Dit zijn vier factoren die nauw op elkaar aansluiten.

 

Constitutie

In verband met afslanken delen we de constituties in twee groepen in, namelijk mensen met smalle en met brede heupen. Mensen met smalle heupen lijden zelden of nooit aan overgewicht. Hun smalle lichaamsbouw stemt overeen met hun verteringsstelsel en stofwisseling. Ze eten meestal grote hoeveelheden voedsel, verteren snel en kennen een verhoogde stofwisseling. Bovendien hebben deze mensen de spontane neiging om te bewegen. Ze zijn nerveus, actief, sportief en heel beweeglijk. Bij het ouder worden kan het gewicht wat toenemen en zet het bekken lichtjes uit, maar ze blijven tot de groep met de smalle heupen behoren.

 

Mensen met brede heupen eten trager, vaak minder grote hoeveelheden en hebben een trage vertering en stofwisseling. Vertering en stofwisseling zijn constitutioneel bepaald en dat kunnen we beïnvloeden, maar niet veranderen, dat ligt genetisch vast. Als mensen met brede heupen aankomen, valt dat vrijsnel op, vooral in combinatie met een opgezette buik. Het overtollige vet zet zich vast op de buik (appelmodel) en/of op de heupen (perenmodel). Onder de groep van de brede heupen vinden we personen die extreem breed gebouwd zijn. Brede heupen gaan vaak samen met een sterk naar achtergericht zitvlak. Toch vinden we mensen die ondanks hun brede heupen hun lichaamsgewicht goed onder controle houden. Uiteraard gaan ze er nooit slank uitzien zoals zij die smalle heupen hebben. Bij kinderen kan men al heel goed waarnemen wie kans heeft om aan overgewicht te lijden. Door deze kinderen op tijd op te vangen en hun voedings- en levenswijze aan te passen, is de kans groot dat zij in de toekomst niet aan extreem overgewicht zullen lijden. Vaak wordt gezegd dat het toch niet helpt omdat men brede heupen heeft, maar dat is een foute redenering. Juist omdat men brede heupen heeft, zal men extra aandacht besteden aan voeding en beweging. Mensen die zich laten gaan, hebben met zwaar overgewicht te kampen.

 

Opgezette buik

Ontzettend veel mensen hebben af te rekenen met een opgezette buik waardoor het overgewicht nog meer geaccentueerd wordt. Het is vreemd dat mensen met smalle heupen daar geen last van hebben. De belangrijkste redenen zijn gisting en rotting in de darmen. Vooral het gebruik van toegevoegde suikers in combinatie met zetmeelrijke voeding zorgt voor gisting zoals boterhammen met zoet beleg, gebak, zoete nagerechten, frisdrank, bier maar ook fruit op een volle maag. Rotting ontstaat door onvolledige vertering van eiwit zoals eiwitrijk voedsel in combinatie met zetmeelrijke voeding. Vlees of vis met aardappelen, brood of deegwaren of kaas met brood, kaassaus op deegwaren enz. Door goede voedselcombinaties toe te passen, eventueel in combinatie met buikspieroefeningen, krijgt men een vlakke buik.

 

Voedingspatroon

Afslanken is veel meer dan calorieën tellen. Er zijn mensen die hun slanke lijn behouden omdat ze nauwelijks iets durven eten. Dat is geen goed uitgangspunt, het gevaar is groot dat men ondervoedt geraakt of belangrijke stoffen niet binnenkrijgt. Vooral de weerstand tegen ziekten wordt daardoor verzwakt. 80% van het voedsel mag caloriearm zijn tegenover 20% calorierijke voeding, dan zit men altijd goed en kan men onbeperkte hoeveelheden eten. Door deze verhouding aan te nemen, verloopt de vertering beter. Bij afslanken staat de darmwerking centraal. Alleen bij een goede vertering kan men rekenen op een efficiënte stofwisseling. Een goedwerkende dikke darm is enkel mogelijk bij een gezonde darmflora. Natuuryoghurt en voldoende ballaststoffen zoals ruwe vezels zorgen voor een gezonde darmflora.

 

Beweging

De mens is een beweeglijk wezen en beschikt over een goed functionerend spierstelsel. Door meer te bewegen krijgt men een betere verbranding van het reservevet en neemt men in gewicht af. De beste vormen van beweging zijn wandelen, fietsen en zwemmen. Men hoeft niet te gaan joggen of extreem sport te beoefenen om zijn gewicht onder controle te houden. Het grote voordeel van bewegen is dat er meer zuurstof in het lichaam terecht komt waardoor de doorbloeding op een merkwaardige wijze wordt verhoogd. Een goede doorbloeding betekent aanvoer van zuurstof, warmte en voedingsstoffen en afvoer van gifstoffen. Bovendien heeft beweging een gunstige invloed op de darmwerking. Geen gezonde darmwerking zonder beweging.

 

Overgewicht wordt een steeds grote probleem doordat de mensen zich bijna uitsluitend voeden met voedingsproducten in plaats van meer voedingsmiddelen te gebruiken die men thuis zelf bereidt. De vzw Europese Academie biedt een tweejarige avondopleiding aan voor Gewichtsconsulent. Het gaat hier om een geaccrediteerde opleiding waardoor de cliënten op terugbetaling door de zorgverzekering in Nederland kunnen rekenen. Afslanken wordt zoals we hier aangeven op een heel andere manier aangepakt. Voor meer informatie surf naar www.europeseacademie.be.

21:33 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-08-15

Koriander Voor- en tegenstanders

Koriander (Coriandrum sativum L.) is een veel gebruikt keukenkruid dat tot de familie van de schemerbloemenfamilie wordt gerekend en over haast heel de wereld geprezen wordt. Het korianderblad met zijn frisse, citroenachtige smaak is zeer begeerd en wordt nooit meegekookt om de aroma niet aan te tasten. De Korianderzaadjes kennen talrijke toepassingen in gebak en kruidenmengsels. Als geneeskrachtig kruid behoort het niet tot de uitschieters en wordt voor dit doel matig of niet gebruikt omdat andere kruiden met eenzelfde toepassing veel krachtiger werken. Waarom sommigen voorstander zijn van dit heerlijk keukenkruid en het haast dagelijks gebruiken terwijl er anderen absolute tegenstanders zijn is lang een raadsel geweest. Het is algemeen bekend dat tegenstanders de smaak van koriander als zeepachtig omschrijven terwijl de voorstanders er helemaal geen zeepsmaak in terugvinden. De Amerikaanse neurowetenschapper Charles Wysocki uit Philadelphia is de eerste geweest die erop gewezen heeft dat het hier om een genetische component gaat. Recent wetenschappelijk onderzoek op voor- en tegenstanders bracht aan het licht dat het hier gaat om genetische variaties in olfactorische receptoren die in staan voor een specifieke reuk veroorzaakt door aldehydechemicaliën. Deze chemicaliën zijn zowel in koriander als in zeep aanwezig. 15% proeft de zeepsmaak en de rest die van het kruid genieten dragen deze genen niet. Ondertussen werden nog andere genetische verschillen ontdekt tussen de voor- en tegenstanders en lijken meerdere genen bij de koriandersmaak betrokken zijn. Wat hier van koriander wordt gezegd, geldt waarschijnlijk voor meerdere kruiden. Het genetisch onderzoek opent nieuwe mogelijkheden bij het kruidenonderzoek.

Het korianderblad heeft een andere smaak dan de zaadjes. Het blad is zeer geliefd in de Vietnamese en Thaise keuken, maar ook in Zuid-Amerika. De laatste jaren werd het korianderblad ook in Europa erg populair. In het korianderblad bevinden zich talrijke aromatische stoffen. In de olie komen vetzuren voor zoals oliezuur en Petroselinezuur die eveneens een invloed hebben op de aroma van het blad. We geven de geur- en smaakstoffen weer die in het blad aanwezig zijn. Sommige van deze smaakstoffen komen eveneens voor in basilicum, magiekruid en citrusvruchten. Buiten de vier hoofdsmaken zoet, zuur, zout en bitter wordt er gebruik gemaakt van omschrijvingen en vergelijkingen zoals een vetachtige, olieachtige of wasachtige smaak of geur. Er wordt verwezen naar de geur van hooi, vers gras, vruchten zoals citrusvruchten of noten, dennennaalden, hout enz.

 

·      (E)-2-Tridec-1-ENAL: Citrusachtige smaak.

·      Decanal: Licht citrusachtige en wasachtige smaak.

·      (E)-2-2-Dodecenal: Citrusachtige en vetachtige smaak.

·      (Z)-HEX-3-ENAL: smaak die aan groengras doet denken.

·      Umbelliferone: zoete, hooiachtige smaak.

·      Coriandrine: grasachtige en hooismaak

De gedroogde korianderzaad wordt in het Westen vaak in gebak gebruikt en in het Oosten in talrijke kruidenmengsels. Het korianderzaad wordt soms gebruikt als kruidenthee (infuus) en bevat etherische olie o.a. linadool, camphor, geranylacetaat, gammaterpineen en andere monoterpenen. De geneeskrachtige werking is vergelijkbaar met deze van anijs, venkel en karwij, maar veel zwakker, vandaar dat koriander nog zelden als geneeskrachtig kruid wordt gebruikt. Dat neemt niet weg dat de werking van dit kruid zich verder zet als keukenkruid o.a. als maagversterkend middel, het helpt bij het afscheiden van maagzuur en dat is belangrijk voor mensen met een trage vertering. Verder verdrijft het winden bij darmgassen of een opgezette buik. Gerechten waarin korianderzaad zit verwerkt, verteren gemakkelijker. Keukenkruiden worden hoofdzakelijk gebruik omwille van hun heerlijk aroma, maar behouden hun geneeskrachtige werking.

Korianderzaadjes worden soms geroosterd om er een nootachtige smaak aan te geven. Wat zijn smaak betreft laten zij zich gemakkelijk combineren met basilicum, bonenkruid, majoraan, muskaatnoot, saffraan en tijm. In de zaden vinden we nog meer dan in het blad aromatische stoffen, maar vooral van heel andere samenstelling.

 

·      Linalool: Frisse smaak die aan bloemen doet denken.

·      Geranylacetaat: Reuk van rozen.

·      Alfa-pine: warm, harsachtig, dennennaalden.

·      Limonen: Sinaasappel

·      P-Cymol: Terpentijn en houtachtige smaak.

·      Carvacrole: Oreganosmaak

 

Men blijft er niet bij stilstaan dat deze kleine zaadjes een rijkdom aan aroma’s in zich dragen en voor een waar smaakfestijn zorgen in de keuken. De zaadjes laten zich goed combineren bij aardappelen, wortelen, linzen, bloemkool, selderij en zelfs bij fruit en ijs. De Indische korianderzaadjes zijn ovaal van vorm terwijl de Marokkaanse korianderzaadjes ronder zijn (kogelvormig). Breng de heerlijke natuur terug in uw keuken door meer gebruik te maken van keukenkruiden.

11:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |