11-11-15

Labels op voedingsproducten deugen niet.

De commerciële wereld is op leugens en misleiding gebouwd. In de auto-industrie heeft VW aangetoond hoever men met bedrieglijke praktijken kan en durft te gaan. De kwaliteitslabels van huishoudelijke toestellen lijken niet te kloppen en die op voedingsproducten zijn meer dan misleidend. In wat een wereld leven we? Iedereen vindt het normaal dat er bij officiële instellingen gelobbyd wordt en dat daardoor de grenzen van het fatsoen niet worden overtreden, maar is dat wel zo? Zelfs de consumentenverenigingen staan vaak machteloos tegenover de machtige bedrijven die alles naar hun hand zetten. De laatste jaren worden we overrompeld met labels en keurmerken op voedingsproducten om de steeds luider wordende kritiek te neutraliseren. Het grote probleem is dat al deze labels niet gecontroleerd worden, maar steunen op het principe van vrije meningsuiting want het gaat hier om de mening van de fabrikant. De voedingsindustrie huurt dure reclamespecialisten in die deze slogans bedenken terwijl grafici er een kleurrijk en opvallend ontwerp bij bedenken. Laten we enkele van deze labels bekijken.

 

Belgisch vlagje

Het is niet verboden om de Belgische vlag op een verpakking af te drukken, maar iedereen denkt meteen dat het om een Belgisch product gaat. Daar zit nu precies de bewuste misleiding in. Het zet aan om dergelijke producten te kopen omdat de consument veronderstelt dat het een product van eigen bodem is met een beperkt transport, wat milieuvriendelijke consequenties heeft. Bij nader toezicht blijkt dat het niet om Belgische maar om Duitse melk gaat.

 

Bewuste keuze

Dit blauwe vinkje met blauwe cirkel moet aanduiden dat het product een betere keuze is binnen een groep van ongezonde voedingsproducten zoals frisdrank, roomijs of snacks. De fabrikant schuift de verantwoordelijkheid in de schoenen van de consument, want het is zijn bewuste keuze. De producten met een dergelijk label zijn meestal iets duurder, want er meer geld aan uitgeven is eveneens een bewuste keuze.

 

Gezondere keuze

Het blauwe vinkje met groene cirkel moet aangeven dat het om een gezond product gaat, met voedingsstoffen uit de zogenaamde ‘schijf van vijf’. Groen staat immers voor veilig en veilig roept gezondheid op. Het zoutgehalte wordt meestal iets verlaagd, suiker wordt door zoetstof vervangen of men voegt er wat extra vezels aan toe. Net als bewuste keuze is ook deze label waardeloos en misleidend.

 

Dolfijn vriendelijk gevangen

Dit keurmerk staat op vis in blik en moet garanderen dat er tijdens de visvangst geen dolfijnen zijn gesneuveld. Dit label biedt absoluut geen garantie op duurzaamheid en zegt niets over overbevissing of andere bedreigde vissoorten. Tonijn leeft meestal niet in een gebied waar dolfijnen zwemmen. Het is gewoon krankzinnig om op een dergelijke wijze de consument te misleiden.

 

Betrouwbare labels

Er zijn slechts een handvol betrouwbare labels zoals ‘Fairtrade’ dat belooft eerlijke handel met het zuiden, goede arbeidsomstandigheden en eerlijke prijzen. Verder omvat het een aantal milieucriteria. Het label wordt gecontroleerd door onafhankelijke instanties, zoals het ook hoort. Dit label heeft niet als doel gezondheid te garanderen. Wijn, koffie en chocolade worden op een eerlijke wijze geproduceerd en verhandeld, maar het blijven ongezonde producten. ‘Flandria’ is een keurmerk van duurzaam geteelde groenten en fruit, maar is geen garantie voor biologische kwaliteit. ‘Streekproduct’ staat op ambachtelijke voedingsproducten. ‘V-label‘ wijst op vegetarische voedingsproducten en biedt de garantie dat het geen ingrediënten bevat afkomstig van gedode dieren.

 

Naast al deze labels zijn er de bedenkelijke vermeldingen van ingrediënten, voedingsstoffen en voedingsadditieven op het etiket. De gegevens zijn erg summier en even misleidend. De consument moet uiterst kritisch zijn en heel bewust zijn aankopen doen. Het is raadzaam de voorkeur te geven aan verse voedingsmid-delen die men zelf in de eigen keuken bereidt. Dan ligt men niet wakker van al deze misleidende labels. Voedingsproducten, met of zonder labels, zal men zo weinig mogelijk gebruiken. We krijgen regelmatig reacties binnen van gezinnen die deze raad opvolgen en steeds minder voedingsproducten kopen. Het is een beetje wennen en organiseren, maar wie de natuurlijke smaken van verse voedingsmiddelen herontdekt heeft, staat weigerachtig tegenover al deze voorverpakte voedingsproducten.

10:21 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-11-15

Rood vlees Even gevaarlijk als sigaretten en astbest

Een nieuw rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigt dat de vegetariers gelijk hebben: vlees is ongezond en kankerverwekkend. Daarin staat onomstotelijk dat bewerkt vlees darmkanker kan veroorzaken en rood vlees waarschijnlijk ook. Het is vooral het bewerkte vlees zoals worst, gehakt, hamburgers en vleeswaren (charcuterie) die het risico verhogen, zelfs zo ernstig dat het gelijk wordt gesteld aan nicotine en asbest. Dit is logisch omdat bewerkt voedsel (voedingsproducten) niet vers is en bijna altijd veel voedingsadditieven bevat. Het rapport steunt op 800 internationale studies. In feite bevestigt de WHO wat onderzoekers al decennia weten. Waarom komt men er nu pas zo uitdrukkelijk mee in de media? Het aantal gevallen van darmkanker is de laatste jaren onrustwekkend gestegen. In Nederlandstalig België (6 miljoen inwoners) komen er per dag 13 nieuwe gevallen bij en is daarmee een van de meest voorkomende tumoren. Wie iedere dag 50 gram bewerkt vlees eet, verhoogt volgens de onderzoekers het risico op kanker met 18%. Dr. Eric Van Cutsem, gastro-enteroloog (UZ. Leuven) is ervan overtuigd dat door te stoppen met roken en minder vlees te eten kanker kan worden teruggedrongen.

In welke mate de consument door deze waarschuwing zijn eetgedrag gaat veranderen, weet men niet. De laatste twee decennia is er rond vlees een soort bewustzijn ontstaan zowel wat de gezondheid betreft als de ecologie. Het is al lang niet meer het noodzakelijk voedingsmiddel. Er wordt minder vlees geconsumeerd dan dertig jaar geleden. Het aantal vegetariërs is sterk toegenomen, niet-vegetariërs hebben het vleesgebruik sterk gereduceerd. Tijdens de voorbije vastentijd hebben meer dan 50.000 mensen deelgenomen aan een actie om 42 dagen geen vlees te eten. Nu vlees op de lijst staat van de kankerverwekkende producten en even gevaarlijk is als het roken van sigaretten, is het logisch dat er bij de slager, in de supermarkt of op de verpakking van vleeswaren dezelfde waarschuwing moet komen als op een pakje sigaretten. In de varkenskwekerij en veehouderij is er veel aan het veranderen. Vele bedrijven sluiten hun deuren. Er is een tijd geweest dat er in de meeste landen van de EU meer varkens dan inwoners waren. Dieren met antibiotica en industrieel voeder vetmesten in een minimum van tijd in een dieronvriendelijke omgeving, is onverantwoord. Het zijn zieke dieren die vlees leveren van slechte kwaliteit.

 

Rood of wit vlees!

Rood vlees is afkomstig van runderen, varkens, schapen, geit, ree, hert, paarden enz. Wit vlees is afkomstig van gevogelte en pluimvee zoals kip, kalkoen, kwartels, fazant maar ook kalfsvlees en konijn. Het verschil tussen rood en wit vlees ligt aan de hoeveelheid heemijzer en myoglobine (zuurstofbindend eiwit). Bij overmatig gebruik van rood vlees krijgt men te veel heemijzer binnen en deze stof ligt aan de basis van de vorming van kankercellen. De aanwezigheid van het eiwit myoglobine zou eveneens het risico op kanker verhogen. Terwijl de WHO het verband legt tussen rood vlees en darmkanker zijn er onderzoekers die van mening zijn dat vlees het risico verhoogt op borstkanker, leverkanker, longkanker en slokdarmkanker. Overschakelen op wit vlees is geen oplossing omdat vlees nog heel wat meer nadelen kent. Vlees bevat cholesterol, verzadigde vetten, bevat geen ruwe vezels en veroorzaakt gemakkelijk darmverstopping. Door de aanwezigheid van rottingsbacteriën wordt de darmflora aangetast en dat zorgt voor een te trage darmwerking. Alle voedingsstoffen die in wit of rood vlees aanwezig zijn, vinden we evenzeer in plantaardig voedsel met uitzondering van de vitamine B12, die enkel in dierlijk voedsel voorkomt. B12 wordt in een gezonde darm zelf aangemaakt en komt evenzeer voor in melk, melkproducten en eieren. Er is geen enkele reden om vlees te eten om gezond te zijn.

 

Vleesvervangers

Dit WHO-rapport zal ongetwijfeld invloed hebben op het economisch leven en op het verstrekken van voedingsadviezen. Er gaat zeker een verschuiving komen van rood naar wit vlees, maar dat lost het probleem niet op. Iedere vorm van vlees belast het darmstelsel en verhoogt het risico op kanker en andere ziekten. We moeten er vanuit gaan dat we als mens een verteringsstelsel hebben dat niet gemaakt is om vlees te eten. Als we een vergelijking maken met het verteringsstelsel van een carnivoor (vleeseter), merken we meteen het onderscheid. Een carnivoor (kat of hond) kan zijn gebit maar in één richting bewegen terwijl wij het zowel horizontaal als vertikaal bewegen. In tegenstelling tot de carnivoor beschikken we over een redelijk lang en ingewikkeld darmstelsel terwijl een carnivoor over een kort en glad darmstelsel beschikt en een snel werkende lever. De darminhoud (feces) die door de niet opgenomen vleesresten wordt gevormd, is rijk aan rottingsbacteriën en moet daarom het lichaam snel verlaten. Bij de mens kan dat niet en blijft alles te lang in het darmstelsel achter. De gevormde gifstoffen worden via het bloed door heel het lichaam verspreid. 

We zijn geen vleeseters, hebben geen vlees nodig en hebben geen behoefte aan vleesvervangers zoals kunstvlees, namaakvlees, namaak hamburgers, worst enz. We moeten af van het foutieve idee dat we vlees nodig hebben en dat op het bord of op de boterham iets moet zijn dat ons aan vlees doet denken. Dat is een totaal verkeerde voorstelling die helaas bij veel vegetariërs nog altijd aanwezig is. De meeste vleesvervangers zijn gemaakt op basis van soja, het meest geïndustrialiseerd voedingsproduct. Leer eten zonder vlees en zonder vleesvervangers. Geef de voorkeur aan verse voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Door geen vlees of vis te eten, komen veel meer ingrediënten aan bod en krijgt voeding een heel andere inhoud.

 

Overgangsfase

Hoe krachtig de waarschuwing van het WHO ook mag zijn, er gaan nu al allerlei speculaties en adviezen rond hoe men toch gezond en met minder risico vlees kan eten. De voedingsindustrie zal met agressieve reclameboodschappen de kracht van het rapport proberen te ondermijnen. Iedereen kent wel in zijn omgeving grote vleeseters die stokoud zijn geworden en nooit kanker hebben gekregen. Kanker is een ingewikkelde ziekte waarbij zoveel factoren betrokken zijn. Vooral individuele factoren spelen een grote rol. Wie zich gezond voedt en dat betekent geen of weinig vlees eet, heeft geen garantie nooit kanker te krijgen. Als de ziekte echter toeslaat, hebben deze mensen een grotere kans de ziekte te overwinnen. Een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze is een goede preventie tegen kanker, daar is iedere kankerspecialist het mee eens. Dit rapport gaat zijn invloed hebben, mensen gaan minder vlees eten, worden kieskeurig en evolueren langzaam naar een betere voeding. Wie minder vlees eet verkleint zijn ecologische voetafdruk en vermindert het dierenleed.

10:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-10-15

Bruiswater heeft veel voordelen.

Heel lang heeft men gemeend dat plat water (bronwater) gezonder zou zijn dan bruiswater, maar dat is niet zo. Er werd zelfs beweerd dat bruiswater ongezond zou zijn omdat het koolzuur bevat. Velen dachten dat koolzuur verzurend zou werken. Dit is onzin want dit heeft niets met het zuur-base evenwicht te maken. Fruit en bessen bevatten vruchtzuren die geen invloed hebben op het verzuringsproces, integendeel, ze werken sterk ontzurend. Er is immers een verschil tussen gebonden en vrije zuren. Laten we duidelijk zijn, plat water is gezond, het is niet beter, maar ook niet slechter dan bruiswater. Het enige verschil is dat bruiswater een aantal bijkomende goede eigenschappen bezit. Het is onze bedoeling om bruiswater uit zijn onterecht negatief imago te halen en alle liefhebbers van dit sprankelend water gerust te stellen. Drink met een zuiver geweten verder, want je bent goed bezig.

Koolzuur of koolzuurgas (CO2) is een kleurloos, niet giftig gas met een prikkelende reuk en smaak. Het komt van nature voor in de lucht die we inademen. Het is o.a. een eindproduct van koolstof zoals koolhydraat (natuurlijke suikers), eiwit en vet. Het is een stof die eigen is aan het menselijk lichaam. Koolzuur komt van nature voor in sommige bronwaters (flessenwaters) of wordt er aan toegevoegd. Koolzuurhoudende waters hebben geen enkel nadeel voor de gezondheid, maar er zijn wel heel wat misverstanden die bij veel mensen zijn ingeburgerd. We bespreken de extra goede eigenschappen die bruiswater bezit tegenover plat water.

Langer houdbaar
Koolzuur heeft een conserverende werking doordat bacteriën gedood worden en houdt de zuurgraad lager wat besmetting voorkomt. Bruiswater blijft daardoor langer vers dan plat water.

Aangenaam mondgevoel
Omdat koolzuur aan het water een sprankelend karakter geeft, is het mondgevoel aangenaam, prikkelend en verfrissend. Men krijgt meer volume in de mond.

Tast de tanden niet aan
Koolzuurhoudend water heeft een zuurgraad van ongeveer 4 pH en is daardoor een zwak zuur dat geen invloed heeft op het glazuur van de tanden. Koolzuurhoudend water bevat geen toegevoegde suikers en houdt het bacterieel evenwicht in stand. Koolzuurhoudend water smaakt licht zuur en heeft een zeer lage buffercapaciteit waardoor het zwakke zuur meteen in de mond geneutraliseerd wordt door het speeksel.

Betere maagwerking
Koolzuurgas stimuleert de maagsecretie wat de maagwerking verhoogt en bevordert de absorptie van het voedsel via de darmmucosa (slijmvliezen). Vooral mensen met een trage maagwerking hebben er veel voordeel aan. De maag werpt op en geraakt zo weer in beweging.

Verbetert de opname van medicijnen
Artsen en deskundigen bevelen bruiswater aan bij bepaalde medicijnen die eerst in water moeten opgelost worden. Bruiswater zorgt voor een betere oplossing dan plat water.

Remt het hongergevoel af
Mensen die aan overgewicht lijden, hebben er voordeel bij om bruiswater te drinken omdat er sneller een vol gevoel optreedt. De hoeveelheid koolzuur heeft wel degelijk invloed op het verzadigingsgevoel.

Geen invloed op de calciumhuishouding
Uit onwetendheid werd door sommige mensen verondersteld dat koolzuur zou zorgen voor botontkalking (osteoporose) en artrose. Deze bewering is op niets gebaseerd. Koolzuur heeft geen invloed op de vorming van het bot, noch op de calciumopname uit voedingsmiddelen.

Bruiswater drinkt gemakkelijker
Er zijn mensen die het moeilijk hebben om water te drinken. De ervaring heeft aangetoond dat bruiswater gemakkelijker drinkt.

Bruiswater is gezond
Er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er nadelen zijn voor de gezondheid, integendeel, de hier vermelde eigenschappen leveren alleen voordelen op. Het koolzuur wordt opgenomen door de maagwand of door de dunne darm en wordt omgezet in bicarbonaat. Bicarbonaat is de belangrijkste buffer in het bloed om verzuring te voorkomen.

De laatste jaren werd veel aandacht besteed aan het belang om dagelijks water te drinken. We herhalen wat we in voorgaande artikelen al eens gezegd hebben: overdrijf niet. Schakel iedere vorm van frisdrank uit waaraan suikers of zoetstoffen zijn toegevoegd. Drink water, vruchtensap met natuurlijke suikers, groentesap, kruidenthee en andere natuurlijke dranken. De hoeveelheid water (drank) die je per dag nodig hebt, wordt door vele factoren bepaald. Wie gezond eet, krijgt door waterrijke voedingsmiddelen al een grote hoeveelheid water binnen. Wie geen koffie of alcoholische dranken drinkt, geen medicijnen slikt, niet al te veel voedingsproducten eet, heeft weinig door te spoelen. Dit in tegenstelling tot mensen die niet met gezondheid bezig zijn. Fixeer je niet op de hoeveelheid, maar op de behoefte die je lichaam kent. Bij sporten en veel bewegen zweet men meer en moet het uitgescheiden vocht vervangen worden. De hoeveelheid drank staat in verhouding met het functioneren van het lichaam.

10:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-10-15

Suikertaks is goed voor de overheid

De Belgische Federale regering zit met een gat in de begroting. Om dit te dichten zoeken politici naar bijkomende bronnen van inkomsten. De taks verhogen op rookwaren is een voor de hand liggende strategie die steeds met veel succes wordt toegepast. Het is maatschappelijk verantwoord en de rokers laten het roken niet omdat een pakje sigaretten weer eens duurder wordt. Een ander aantrekkelijk slachtoffer is de autogebruiker. Verhoging van de accijns op brandstof levert veel geld op en de auto kan men niet in de garage laten staan omdat het openbaar vervoer meestal geen alternatief is. Men heeft nu een derde slachtoffer geviseerd, namelijk de aan suiker verslaafde burger. Men weet dat suikerverslaving sterk verbreid is onder de bevolking en dat niemand, ondanks de suikertaks, bereid is om al die zoete dingen in de rekken te laten liggen. Een verslaving lost men niet op met een prijsverhoging. Dit is een hypocriete houding.

Omdat de suikertaks in de media flink belachelijk wordt gemaakt, spreekt de overheid liever van een gezondheidstaks. Iedereen weet dat politici niet bezorgd zijn om de gezondheid van de bevolking, maar alleen wakker liggen van het gat in de begroting. Want als de bevolking morgen gezond en milieubewust leeft, krijgt de overheid het extra moeilijk om een begroting in evenwicht te brengen. Men rekent erop dat de suikertaks op frisdrank 50 miljoen euro naar de staatskas laat vloeien. Volgens de Belgische Vereniging van water en frisdrankproducten (VIWF) verdient de overheid nu al 450 miljoen aan de sector, maar het is nooit genoeg. Zou men ieder jaar dit bedrag gebruiken om de consument behulpzaam te zijn om het gebruik van frisdrank te reduceren, dan zou er in België geen 124 liter per persoon, per jaar gedronken worden (Nederland 107 liter per persoon, per jaar). Een overheid haalt haar inkomsten voor een groot deel uit het ongezonde levenspatroon van haar burgers. Dit is de vicieuze cirkel waar men moeilijk uitgeraakt.

Indien de overheid morgen alles verbiedt wat ongezond en milieuonvriendelijk is, stijgt de werkloosheid, stijgen de uitgaven en dalen de inkomsten. Op langere termijn zal het effect op de uitgaven voor volksgezondheid merkbaar zijn. Het probleem is de overbrugging. Het is tragisch dat heel onze samenleving, inclusief de overheid, steunt op economische principes. Het is bijzonder moeilijk om daar verandering in te brengen, men heeft zich vastgezet in het eigen systeem. Uiteraard zijn wij voorstander van een suikervrije samenleving, maar die krijgt men niet door een suikertaks in te voeren, door een blikje frisdrank met 1 eurocent te verhogen. Daar is een hele strategie voor nodig en vooral een langetermijnvisie. Zolang de consument, politici en zelfs wetenschappers het verschil niet kennen of maken tussen natuurlijke suikers (goede suikers) en toegevoegde suikers (slechte suikers), geraakt men geen stap verder. De consument, die in de greep zit van de reclame en de machtige voedingsindustrie, verandert zijn voedingspatroon niet, ook al moet men daar meer voor betalen.

Het is naïef te geloven dat de overheid met enkele campagnes in de media de consument aanzet tot een gezonde levenswijze en voedingspatroon. In een dictatuur kan men regels afdwingen, in een democratie ligt dit anders. Boeren die nu suikerbieten verbouwen, kunnen op andere gewassen overschakelen. Suikerfabrieken kan men sluiten, maar de sociaal economische gevolgen moeten tijdig en goed worden opgevangen. Tijdens een nachtelijke vergadering beslissen politici om een suikertaks in te voeren, terwijl er geen plan is om de consument van zijn suikerverslaving te bevrijden. Het is niet correct dat de overheid bijkomend geld haalt bij de zwakkeren van onze samenleving. Ze hebben recht op hulp en ondersteuning.

De complementaire zorg, wat men vroeger de alternatieve geneeskunde noemde, is het best geplaatst om een boodschap van gezondheid uit te dragen. Trouwens, het idee dat toegevoegde suikers ongezond zijn, komt uit de complementaire zorg. Maar het heeft meer dan dertig jaar geduurd eer deze boodschap begrepen werd. De complementaire zorg werkt aan de basis, staat heel dicht bij de mens en weet op een concrete en haalbare wijze een eerlijke boodschap over te dragen. De overheid staat aan de top, beheert de staatskas, maar heeft geen binding met de basis. Politici geven zelden het goede voorbeeld en komen daardoor niet geloofwaardig over. Als we streven naar een suikervrije samenleving dan moeten we het belang van de natuurlijke suikers promoten en niet die van de zoetstoffen. Mensen moeten zich bewust worden dat gezonde voeding uit voedingsmiddelen en niet uit voedingsproducten bestaat. Voeding moet weer een plaats in het gezin krijgen. De emotionele en creatieve aspecten zal men opnieuw ontdekken zodat men er met plezier tijd voor uittrekt. Wil men naar een suikervrije en gezonde samenleving evolueren dan zal de overheid meer aandacht moeten besteden aan kortere arbeidstijd, geen acht maar zes uren per dag werken zodat er tijd en ruimte is om zijn gezondheid bij te sturen. Dit klinkt utopisch, maar dat is het niet. Er moet alleen een goede strategie worden uitgewerkt om deze doelstellingen op een niet al te lange tijd te realiseren.

11:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-10-15

Voeding, pure emoties

‘Wat eten we vandaag?’ vroeg het zoontje van Linda. ‘Haal maar wat bij de Chinees, want ik heb geen tijd om iets klaar te maken!’ antwoordt de moeder terwijl ze druk bezig is met een huishoudelijke taak af te werken. Het gebeurt steeds vaker dat men iets uit het vuistje eet terwijl men tv kijkt of met de computer bezig is. De afhaalchinees, het frietkot om de hoek, de Kebab, de pizzeria en de kant-en-klaar maaltijden uit de supermarkt doen het goed. Zij spelen in op het fenomeen tijdgebrek in onze moderne samenleving. Eten is meer dan het aanvoeren van voedingsstoffen of het stillen van een hongergevoel, het is een diep ingrijpende gebeurtenis, het is een beleving, het is pure emotie. Voor veel gezinnen lijkt dit allemaal geromantiseerd en geïdealiseerd omdat dit voor hen utopisch is. Is dat wel zo? Iedereen draagt de warme herinnering met zich mee van die gelukzalige momenten toen men nog samen gezellig aan tafel zat en genoot van spijs en drank, maar vooral van die onvervalste gezelligheid met uitwisseling van gedachten en gevoelens. Dat kan nu nog altijd, driemaal per dag, maar we moeten ons bewust zijn van het belang om samen aan tafel te eten. Daarom moeten we anders met tijd leren omgaan en de gezinsactiviteiten herorganiseren. Dat schrikt een beetje af want het kost moeite en aanpassing, maar probeer het en streef er naar om minstens eenmaal per dag samen aan tafel te zitten en tijdens het weekeinde iets vaker.

Het lijkt wel of in deze verwarde wereld alles gericht is op het uitbuiten van onze zwakheden. Er wordt ontzettend veel aangeboden voor mensen die denken dat ze geen tijd hebben. De groenten in de supermarkt zijn al gewassen en gesneden, de sauzen zijn handig verpakt en veel gerechten hoeven alleen maar opgewarmd te worden. Gemakkelijker kan het niet. Heel wat mensen nemen hun ontbijt buitenhuis want ze hebben geen tijd om zelf iets klaar te maken. ’s Middags staan mensen in lange rijen aan de eethuisjes aan te schuiven en ’s avonds wordt er gezellig uitgebreid in het restaurant gegeten. Buitenhuis eten is gezellig en is meestal een fijne beleving, behalve als het een dagelijkse routine wordt. Het kost veel geld voor een lage kwaliteit. Er is een tendens waar te nemen dat jonge gezinnen steeds meer de voorkeur geven om thuis samen aan een gezellige tafel een zelfbereide maaltijd te nemen. Het is goedkoper, gezond, men weet wat men eet en het is super gezellig. De verbondenheid tussen ouders en kinderen wordt er door versterkt.

Samen gezellig aan tafel eten mag geen opgave zijn, maar een vanzelfsprekendheid. Creatief omgaan met voedsel is doorslaggevend. Gezonde en bewuste voeding is de sleutel van een harmonieuze levensstijl, ontspanning en welzijn. Dat is de reden waarom steeds meer mensen bewust en actief omgaan met voeding en gezondheid. Het bereiden van voedsel is een creatieve bezigheid waarbij de kinderen betrokken zijn. Kinderen zijn vaak erg handig in de keuken en hebben goede en gezonde ideeën. Door deze betrokkenheid gaan ze bewust met gezondheidsaspecten om. Voeding en vrije tijd zijn gemakkelijk te combineren. Er zijn mooie voorbeelden van ouders die samen met hun kinderen boerenmarkten bezoeken, biologische appelen plukken in verlaten boomgaarden, deelnemen aan kruidenwandelingen, een bezoek brengen aan artisanale kaasbedrijfjes of aan een imker om het geheim van de honingbij te leren kennen. Hierdoor krijgt voeding een andere inhoud en maakt deel uit van een gezonde levenswijze. Begin met kleine verbeteringen die geleidelijk aan uitgroeien tot een sterke verbondenheid tussen ouders en kinderen.

15:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-10-15

Wintervoeding Het kan ook anders!

Bijna iedereen stelt vast dat men tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomt. Bovendien vallen de eindejaarsfeesten in hartje winter. Dit is logisch omdat we de neiging hebben om meer te eten dan in de zomer terwijl we ons minder bewegen en veel tijd binnenshuis doorbrengen. Dieren in de vrije natuur zoals reeën en elanden in het Noorden bouwen in de zomer voldoende vetreserve op om deze in de winter als er weinig voedsel voorradig is, te gebruiken. Dit is voor hen de enige manier om met weinig voedsel te overwinteren. Vet bevat meer dan het dubbele aan calorieën waardoor deze dieren minder gewicht meesleuren. Net als deze dieren bouwt de mens een vetreserve op, maar blijft heel de winter door verder eten. Daardoor maakt de mens nog meer vetweefsel aan en stijgt zijn lichaamsgewicht. We zouden in de winter minder moeten eten omdat we minder bewegen, minder actief zijn en minder vet verbranden. Er bestaan heel wat misvattingen, want men denkt omdat het koud is dat we meer voedsel nodig hebben.

 

Deze redenering klopt voor de moderne mens niet omdat er door de centrale verwarming in ieder huis een constante temperatuur heerst terwijl we warme winterkleding dragen. De invloed van het koude weer heeft, in tegenstelling tot de rendieren, een veel geringere invloed op ons. Als we ons buiten verplaatsen dragen we een dikke winterjas, warme sjaal, muts en handschoenen terwijl we ons met een verwarmde auto of openbaar vervoer verplaatsen. Er is nauwelijks afkoeling. Als we tijdens de winter een flinke wandeling maken, hebben we het vrij snel te warm omdat we te dik gekleed zijn. Er is geen enkele reden om tijdens de winter meer calorieën tot ons te nemen, want we gebruiken er niet meer, misschien juist minder. We kunnen de klimatologische invloeden van de winter niet uitschakelen zoals minder licht, langere nachten, meer behoefte om te slapen en minder actief zijn, maar die hebben weinig invloed op ons eetgedrag.

 

Een ander veel voorkomend misverstand is dat men denkt tijdens de winter veel warm voedsel en drank nodig te hebben. Veel mensen verheugen zich op een kop warme koffie of soep, maar in feite verwarmen ze daar alleen hun handen mee op. Het lichaam heeft een constante kerntemperatuur van 36 °C. Alles wat warmer is, koelt in ons lichaam af en wat kouder is, wordt opgewarmd. Aan alles wat boven de 40 °C is verbranden we ons en laten we spontaan afkoelen. Het ijsje dat we in de zomer eten, wordt in onze maag opgewarmd. We kunnen in de winter even goed koude voedingsmiddelen eten, want alles wordt op lichaamstemperatuur gebracht. Het is echter nooit aan te raden om te koud voedsel te gebruiken. Als we voedsel eten dat direct uit de koelkast (+ 4 °C) komt, heeft het lichaam veel warmte nodig omdat op lichaamstemperatuur te brengen. Het elders weghalen van warmte kan voor koude rillingen zorgen of de warmtehuishouding verstoren. Kinderen die in de zomer een deel van hun ijsje afslikken, krijgen vaak plotse hoofdpijn door deze koude shock in de maag. In de winter eten we net als in de zomer rauwkost en drinken we koud water. Wie dat niet gewoon is, kan bij de overschakeling tijdelijke reacties ondervinden. Dit zijn aanpassingen van het organisme aan niet vertrouwde situaties. Het is logisch dat men in de zomer extra afkoelende voeding gebruikt omdat het buiten te warm is, maar het is niet logisch dat we in de winter grote hoeveelheden extra warme voeding gebruiken want ons lichaam kent geen warm voedsel.

 

Los van de temperatuur spelen vooral de calorieën een grote rol. Veel mensen hebben in de winter de neiging om grote hoeveelheden calorierijk voedsel te gebruiken. Uiteraard behoren de noten, zaden en pitten tot de typische wintervoeding en dat zijn calorierijke voedingsmiddelen, maar we hebben daar niet zoveel van nodig. In de oertijd toen de mens nog te kampen had met voedselschaarste waren de noten, zachte zaden en pitten door hun hoge voedingswaarde belangrijk voedsel om te overwinteren. We leven nu in een niet vergelijkbare situatie. De verhouding tussen calorierijke en caloriearme voeding bedraagt 20/80 en dat geldt zowel voor de zomer als voor de winter. Het is niet vreemd dat veel mensen tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomen. Een deel van hen weet dat in het voorjaar te reduceren door meer te sporten en minder te eten, maar voor veel anderen is dat een stijging van het lichaamsgewicht.

 

In principe is er weinig verschil tussen een zomer- en een wintervoeding, omdat de invloed van de winter door de centrale verwarming en warme kleding is uitgeschakeld. In de winter is er een extra aanbod van wintergroente zoals verschillende soorten kolen, witloof, veldsla, wortelen, knolgewassen enz. Het zijn allemaal voedingsmiddelen die van nature uit overwinteren en heel de winter door vers blijven. Er is heel wat bewaarfruit en ingevoerd fruit zoals tropische vruchten. Gedroogd fruit is eveneens een natuurlijke bewaar techniek. Gedroogd fruit laten we altijd eerst in bronwater gedurende een nacht weken, dan zwellen de vruchten weer op en zijn ze licht verteerbaar. Het verschil tussen winter- en zomervoeding berust veel meer op voedingsgewoonte, tradities en gebruiken. Naarmate we ons meer op de seizoenen richten en gebruik maken van seizoensgebonden voeding, beleven we de seizoenen veel intenser. Dat betekent niet dat we in de winter meer moeten eten, terwijl we dan juist minder verbruiken.

12:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-09-15

Gif is gezond. Hoe durft men dit beweren!

Onlangs viel mijn oog op een speciale editie van Elsevier met als veel zeggende titel ‘GEZONDHEIDS ABC’ en als ondertitel ‘Alles over de revoluties in de medische wetenschap. Wat u moet weten om gezond en fit te worden en te blijven.’ Deze kleurrijke brochure lag tussen de andere tijdschriften in een krantenwinkeltje en is blijkbaar bedoeld voor het grote publiek. Ik was erg verrast toen ik de titel van een artikel zag: ‘Gevaarlijk? Gif is gezond’. Geen enkel artikel draagt de naam van een auteur, enkel achteraan bij het colofon staan 5 namen vermeld van personen die aan dit nummer hebben mee gewerkt. Er wordt verondersteld dat gifstoffen in zeer kleine hoeveelheden in voedsel weleens gezond kunnen zijn. Een veronderstelling die snel tot waarheid wordt verheven. In het artikel maakt men geen onderscheid tussen toegevoegde stoffen of die eigen zijn aan een voedingsmiddel. In voedingsstoffen komen inderdaad stoffen in kleine hoeveelheden voor die in geïsoleerde vorm en in hoge doses giftig zijn. Doordat ze deel uitmaken van een organisch geheel is hun giftige werking geneutraliseerd. Bovendien beschikt het lichaam over een ontgiftende en uitscheidende werking o.a. door de lever, de nieren, de huid enz. In de aardappel, tomaat of aubergine komt solanine voor dat in hoge concentratie giftig is.

 

In dit artikel heeft men het alleen over lage en hoge concentraties. Voedingsmiddelen uit de chemische landbouw en voedingsproducten uit de voedingindustrie bevatten gifstoffen in lage doses die meestal de toelaatbare hoeveelheid niet overschrijden. Deze toegevoegde giftige stoffen, hoe gering ze ook zijn, horen niet thuis is onze voeding. De biologisch landbouw toont aan dat gifvrij voedsel mogelijk is. Het idee lanceren dat gifstoffen in lage concentratie weleens gezondheidsbevorderend kunnen werken, is onverantwoord en opent de deur naar misverstand, misbruik en verwarde informatie. Het lijkt wel of men de consument wil sussen dat het allemaal niet zo gevaarlijk is. Het is vreemd dat niemand op dit onzinnig en misleidend artikel gereageerd heeft.

 

We leven in een wereld vol gifstoffen, denk maar even aan de uitlaatgassen van de auto’s, de schoorstenen van de centrale verwarming, de zware industrie, de vliegtuigen in de ruimte enz. Het artikel heeft het over gifstoffen in het voedsel. Regelmatig voert men controles uit op residu’s van pesticiden, met telkens het geruststellend antwoord: de toelaatbare hoeveelheid is niet overschreden. Uiteraard worden we niet ziek van deze kleine hoeveelheden giftige stoffen, maar ze horen niet thuis in voedsel. Als er een vlekje op een appel of peer voorkomt, een komkommer iets langer is dan de norm of een wortel een lichte afwijking heeft, worden ze niet meer te koop aangeboden en meteen vernietigd. Maar dat men residu’s van pesticiden op voedingsmiddelen aantreft, daar ligt niemand van wakker. Voedingsmiddelen bevatten voedingsadditieven (E-nummers) waarvan men weet dat een groot aantal schadelijk zijn, maar ook hier redeneert men dat de toelaatbare hoeveelheden niet zijn overschreden. Er liggen producten in de rekken van de supermarkt die soms meer dan tien verschillende E-nummers bevatten. Wetenschappers beweren dat deze kleine hoeveelheden niet gevaarlijk zijn, maar ze waarschuwen wel dat deze stoffen zich in het weefsel van het lichaam opstapelen en vroeg of laat negatief effect kunnen hebben, zeker bij mensen die daar vatbaar voor zijn. Zo weet men dat veel van deze stoffen in het vetweefsel worden opgeslagen en o.a. voor overgewicht zorgen. Een opstapeling van gifstoffen kan kanker veroorzaken of het risico verhogen.

 

Terwijl de bewuste consument zich zorgen maakt over al dat geknoei met ons voedsel hebben sommige onderzoekers, vermoedelijk in opdracht van de voedingsindustrie, een nieuwe theorie ontwikkeld. Men grijpt terug naar een theorie uit 1943 die de ‘hormesistheorie’ wordt en afgeleid is van het Griekse woord ‘opwinding’. En opwindend is het zeker als men er vanuit gaat dat stoffen die we gevaarlijk of giftig noemen in lage doses gezond zijn. Voor stoffen die eigen zijn aan voedingsmiddelen is dit logisch, maar niet voor toegevoegde stoffen. Men is te rade gegaan bij Paracelsus (1493-1541) een alchemist uit Zwitserland die ooit heeft gezegd: ‘het is de doses die bepaalt of een stof giftig is.’ Dus redeneert men dat de toelaatbare hoeveelheden gifstoffen in voedingsmiddelen met een dergelijke lage doses helemaal niet gevaarlijk zijn. De Overheid en de voedingsindustrie zullen het graag horen. Men gaat nog een stap verder door te veronderstellen dat deze lage doses weleens een positief effect zou kunnen hebben op de gezondheid. Een klein beetje glutamaat zo zegt men, stimuleert zenuwcellen om nieuwe uitlopers te vormen, terwijl veel glutamaat neurotoxisch is. Verder baseert men zich op het principe dat planten zelf stoffen aanmaken om zich in hun milieu te verdedigen, m.a.w. zij produceren hun eigen beschermende stoffen. Sommige van deze stoffen bieden wel degelijk voordelen voor de mens en worden bioactieve substanties genoemd. Maar niet al deze stoffen zijn voor de mens bruikbaar. De tabaksplant vormt nicotine om muggen op afstand te houden, zo lezen we in het artikel. Nicotine is een vrij gevaarlijke stof die ieder jaar bij duizenden rokers voor longkanker zorgt. Actief roken (hoge concentratie) is volgens de auteur van het artikel gevaarlijk. Passief roken (lage concentratie) heeft heilzame effecten, zo beweert men. Nochtans is aangetoond dat niet-rokers longkanker kregen bij passief roken.

 

Men haalt er van alles bij om aan te tonen dat een lage doses gezond is. Zo verwijst men naar stress, want een beetje stress verhoogt de prestatie. Stress is een beschermingsmechanisme en zonder stress kan niemand leven. Maar deze vergelijking klopt niet omdat stress niets heeft te maken met een lage doses gifstoffen in voedingsmiddelen en voedingsproducten. Men gaat heel ver want zelfs arsenicum, dat als een supergif wordt beschouwd, zou in een lage doses bij sommige dieren een positief effect hebben. Men zegt wel niet bij welke dieren. Verder lezen we in dit artikel dat het is aangetoond dat planten, krekels en muizen welig tieren bij een ‘tikje’ radioactiviteit. Er is een groot verschil tussen natuurlijke radioactiviteit in het milieu en stralingen die vrijkomen uit een kerncentrale. Het artikel eindigt met de woorden: ‘ Het is niet ondenkbaar dat tal van chemische stoffen net onder de drempel waarvan we nu aannemen dat ze net onschadelijk zijn, juist zeer gezond zijn. En dat de overheid met die drempel de bevolking een gezondheidsbevorderend effect onthoudt.’ Wat een hypocrisie! Als we deze beweringen mogen geloven, is de chemische landbouw en de voedingsindustrie goed bezig. We stellen echter vast dat sinds de ontwikkeling van de moderne landbouw en voedingsindustrie de ziekenhuizen steeds groter worden, terwijl het aantal artsen en medisch personeel toeneemt, het aanbod van medicijnen is ontzettend vergroot en de gezondheid is sterk achteruit gegaan. Dergelijke onzinnige artikels gaan een eigen leven leiden in het belang van de voedingsindustrie. Dit is vreselijk en de overheid laat het maar gebeuren.

09:28 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-09-15

Kanker Steeds meer kans om te genezen

Kanker is een gevreesde ziekte, maar toch zijn er positieve vooruitzichten. Het is lang niet meer een doodvonnis. De helft van de mensen die te horen krijgen dat ze kanker hebben, zal deze vreselijke ziekte overleven. Bij sommige soorten kankers ligt de overlevingskansen op 80 à 90%. Dat neemt niet weg dat er iedere dag en vaak jonge mensen tot de andere helft behoren en het niet overleven. Oncologen denken dat kanker evolueert van dodelijke naar chronische ziekte die met medicijnen, voeding en levenswijze onder controle kan gehouden worden. Ondanks het gegronde optimisme sterven er wereldwijd ieder jaar bijna acht miljoen mensen aan deze ziekte. Kanker is een oude ziekte die al bij de Egyptenaren werd beschreven. Vroeger zat deze ziekte vaak verborgen onder andere ziekten waardoor het niet altijd even duidelijk was. Bij de ontwikkeling van de industriële samenleving is kanker explosief toegenomen. Vooral de twintigste eeuw is gekenmerkt door een enorme stijging van kanker en vooral in de meest uiteenlopende vormen. Vandaar dat kanker als een moderne ziekte wordt omschreven. Uit de statistieken leiden we af dat de kans op kanker in de meest geïndustrialiseerde landen hoger ligt dan elders zoals in ontwikkelingslanden.

 

Kanker ontstaat doordat een cel verstoord geraakt en zich blijft vermenigvuldigen zodat er een gezwel ontstaat dat, als het eenmaal volgroeit is, zich uitzaait (metastase) zodat er nieuwe gezwellen ontstaan. Het lichaam wordt overwoekerd en totaal aangetast als men niet tijdig ingrijpt. Wetenschappers hebben vastgesteld dat 30% van alle kankers door verkeerde voeding wordt veroorzaakt, 30% door roken, 15% door erfelijke factoren en 25% door diverse oorzaken. Dat roken de kans op kanker verhoogd is algemeen bekend, maar dat voeding een zo belangrijke rol speelt wordt nog te gemakkelijk onderschat. Wie niet rookt en gezond eet, heeft 60% kans om deze ziekte niet te krijgen. Uitsluiten kan men dit nooit omdat er altijd een doorslaggevende factor aanwezig kan zijn. Wie niet rookt en zich gezond voedt heeft meer kans te genezen indien men kanker zou krijgen.

 

Doorslaggevend bij voeding is het gebrek aan verse, vitale voedingsmiddelen. Een groot deel van de bevolking voedt zich uitsluitend of overwegend met industrieel bereide en verpakte voedingsproducten. Men hoeft maar door een supermarkt te lopen om te weten wat mensen eten. De afdeling verse voedingsmiddelen is in verhouding met de rest erg klein van oppervlakte terwijl slechts een beperkt aantal klanten op deze afdeling hun inkopen doen. Waarom zijn verse voedingsmiddelen zo belangrijk? De mens heeft een verteringsstelsel dat al miljoenen jaren ongewijzigd is gebleven en werkt op basis van een enzymatisch verteringsmechanisme. Dit betekent dat ons verteringsstelsel alleen bij rauwe voeding optimaal functioneert. Vandaar dat rauwe voeding nog steeds onmisbaar is voor onze gezondheid en als preventie tegen kanker. Als we verse voedingsmiddelen in de eigen keuken bereiden dan slaagt ons verteringsstelsel erin dit min of meer te verteren. Eten we echter voedingsproducten die in de fabriek mechanisch en thermisch bereid zijn en in de keuken net voor het gebruik worden opgewarmd, dan mist men de levenskracht van verse voedingsmiddelen. Bovendien zijn deze voedingsproducten al vrij oud, vandaar de noodzaak van een vervaldatum. Bij conserven gaat dit tot vijf jaar. Aan voedingsproducten worden allerlei voedingsadditieven toegevoegd zoals smaak- , kleur- en geurstoffen, bewaringsmiddelen, zoetstoffen, vulstoffen en vele andere hulpstoffen die alleen bedoeld zijn om het product verkoopbaar te houden. Ons lichaam probeert daar nog uit te halen wat mogelijk is. Het etiket vermeldt de hoeveelheid eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen, maar dat is misleidend. De kwantiteit mag dan nog aanwezig zijn, de kwaliteit is niet vergelijkbaar met verse voedingsmiddelen.

 

De mens is daardoor verplicht om steeds grotere hoeveelheden van dit waardeloos voedsel te gebruiken om de noodzakelijke voedingsstoffen eruit te halen. Men eet veel, maar haalt er weinig uit en dat geeft aanleiding tot overgewicht, obesitas, suikerziekte en zelfs kanker. Niet iedereen die overwegend voedingsproducten eet krijgt kanker, alleen verhoogt men zijn risico. Waarom bepaalde mensen die alles doen wat niet goed is geen kanker krijgen en andere mensen die zich behoorlijk verzorgen toch slachtoffer worden, is moeilijk te verklaren. Erfelijke eigenschappen spelen zeker een rol. Als 30% van de oorzaak bij een verkeerde voeding ligt, hebben we er alle belang bij om ons gezond te voeden. Het is de beste preventie tegen kanker.

 

Onderzoekers wijzen erop dat vooral het gebrek aan vitaal stoffen zoals natuurlijke suikers, plantaardig vet, plantaardig eiwit, vitaminen, mineralen en ballaststoffen ontbreken bij het massaal gebruik van voedingsproducten. Vooral dierlijk eiwit en dierlijke vetten en het ontbreken van ballaststoffen verhogen het risico op kanker. Om de kans op kanker te verkleinen doet men er goed aan om dagelijks fruit en groente te eten, maar ook noten, zaden en pitten, gefermenteerde voedingsmiddelen en de voedingsproducten zoveel mogelijk te beperken. Het is aan te raden om dierlijke voedsel zoals vlees en vis eveneens te beperken of helemaal uit te sluiten. Naast een gezonde voeding zal men zich voldoende bewegen, stress beheersen, voldoende nachtrust hebben en een positieve instelling aannemen. Niemand kan u de garantie geven dat u nooit slachtoffer van deze ziekte wordt, maar het risico is in ieder geval beperkt. Mocht kanker toch toeslaan, is de kans groot dat u tot de groep behoort die de ziekte overleeft

15:38 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-09-15

Verwijten zijn verlangens Draai het even om!

Je kent ongetwijfeld mensen in je directe omgeving of op het werk die voortdurend verwijten uiten. Dat is erg vervelend en schept gemakkelijk een sfeer van ontevredenheid. Men spreekt op een verwijtende toon met een verwijtende inhoud. Als je dergelijke mensen observeert, valt het op dat alles wat niet naar hun zin is, de schuld is van anderen. Als zij iets niet begrijpen, dan is het niet goed uitgelegd of heeft het te maken met de onwil of de onkunde van de anderen. Het zijn altijd de anderen die falen. Van dergelijke personen krijg je niet gemakkelijk gelijk. Het uiten van verwijten is een mentaliteit geworden, een automatisme. Achter al deze verwijten schuilen verlangens. De oplossing is vrij eenvoudig: vervang de verwijten door verlangens, men hoeft het maar even om te draaien. Het is een eenvoudige stap zetten, maar zolang men dit niet beseft, gaat men niet veranderen.

Een dergelijk persoon maakt de fout dat hij zijn verlangens verkeerd formuleert. Een moeder die het huis heeft gepoetst verwijt haar zoontje: ‘Je veeg nooit je voeten af!’, m.a.w. ze verwijt haar zoontje met vuile voeten door het pas gepoetst huis te lopen. Haar verlangen is dat haar zoontje zijn voeten schoon veegt. Als deze moeder haar verlangen op een positieve wijze formuleert, hoeft ze geen verwijten te gebruiken, maar gewoon te zeggen: ‘Ik heb het huis gepoetst, veeg je voeten af.’ Dat is geen verwijt, maar een verlangen of een verzoek dat acceptabel is. Als we dit eenvoudig voorbeeld projecteren op de vele verwijten die mensen elkaar naar het hoofd slingeren, is het jammer dat zij het niet anders aanpakken. Verwijten kan men heel gemakkelijk voorkomen. Meestal volstaat het hierop te wijzen en het kost niet zoveel moeite om de negatieve spiraal van richting te veranderen. We geven nog twee andere voorbeelden om aan te tonen dat een negatieve instelling leidt tot allerlei verwijten.

Pieter is een ondernemer en is de hele dag druk bezig met zijn werk en zijn klanten. Zijn vrouw verwijt hem al jaren: ‘Je bent altijd met je werk bezig!’ Achter dit verwijt zit het verlangen: ‘De kinderen en ik willen meer aandacht van je.’ Het verwijt heeft geen enkele invloed op Pieter want hij hoort dat al zolang. Het is vervelend, maar het werk gaat voor. Op het ogenblik dat zijn vrouw het verwijt omdraait en als verlangen formuleert, maakt dit een indruk op hem. Hij beseft dat hij meer tijd moet vrijmaken voor zijn vrouw en kinderen. Dat kan door zijn werk anders te organiseren en door meer tijd te steken in zijn relatie en zijn gezin. Een verwijt wordt gemakkelijk van tafel geveegd en als gezeur omschreven. Een verlangen is echter concreet, het is een opgave die men niet kan ontkennen.

We geven een ander voorbeeld. Roosje houdt van orde en netheid en kan niet verdragen dat haar dochtertje zoveel rommel in huis laat rondslingeren. Ze ruimt nooit op en bezoekers struikelen soms over al dat speelgoed. Zij verwijt haar dochtertje voortdurend: ‘Je laat altijd rommel rondslingeren, straks breken we onze benen over al dat speelgoed.’ Het voortdurend verwijt van de moeder dringt bij haar kind niet door. Ze heeft dat al zo vaak gehoord dat ze er niet bij stil blijft staan. Door het verwijt in een verlangen om te zetten, ontstaat er een ander effect. Voortaan zegt de moeder: ‘Ik zie je graag in de woonkamer spelen, maar ruim wel iedere dag je spullen op, dan is iedereen tevreden en blijft het huis in orde. ‘ Het kind kan moeilijk het verlangen van haar moeder negeren, want het is een logische opdracht en een duidelijke afspraak. Opruimen behoort nu tot de leefregels waar het kind na wat aarzeling aan gewoon geraakt. Op het ogenblik dat men disciplines in gewoontes omzet, heeft men daar weinig last van.

Het is gemakkelijk om zijn ongenoegen als verwijt over te brengen, maar het is even gemakkelijk om een verlangen te formuleren. Men denkt er gewoon niet aan. Verlangens moeten uiteraard realistisch en haalbaar zijn. Bij verwijten heeft men spontaan de neiging om een harde taal te gebruiken. Door verwijten om te zetten in verlangens gebruikt men een zachtere taal. De overschakeling van verwijten naar verlangens kost aanvankelijk wel wat moeite omdat het uiten van verwijten verweven zit in een automatisme. Men slingert elkaar verwijten naar de oren, al is het niet altijd zo brutaal bedoeld. Door ieder verwijt om te polen naar een gegrond verlangen kan er veel verbeterd worden zowel binnen een relatie, gezin of op het werk. Het uiten van verlangens is het scheppen van klare taal en komt positief over. Laat al die verwijten achterwegen en schakel over op een positieve ingesteldheid, dat is belangrijk voor jezelf en je omgeving.

Mensen kampen met ontzettend veel problemen, gaan daar vaak gebukt onder of slikken er medicijnen voor. Veel problemen kunnen op een eenvoudige manier worden opgelost. Omdat in deze snel veranderende samenleving steeds meer mensen kampen met psychische, emotionele en mentale problemen heeft de vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg een nieuwe tweejarige avondopleiding ontwikkeld tot ‘Persoonlijkheidscoach’. Deze opleiding sloeg meteen aan omdat het doel herkenbaar is en iedereen aanspreekt. Bijna alle problemen staan direct of indirect in verband met de persoonlijkheid. Waarom kunnen mensen een tegenslag of een ontgoocheling zo moeilijk verwerken? Het antwoord is duidelijk: hun persoonlijkheid is te zwak waardoor hun psychische weerstand verlaagd is. Door hieraan te werken, bereikt men goede resultaten. Het is een opleiding waar veel aandacht gaat naar de psychosociale basiskennis op hoger cognitief niveau die trouwens beantwoordt aan de Plato-eindtermen en als zodanig door CPION is geaccrediteerd. Het is een praktijkgerichte opleiding waar coachen centraal staat. Voor meer informatie surf naar: www.europeseacademie.be

12:07 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-09-15

Gezond leven ter voorkoming van dementie.

Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie, zet zich in de westerse wereld ongehinderd voort. Haast iedereen kent wel iemand in zijn familie, vriendenkring of omgeving die er aan lijdt. Dementie heeft altijd bestaan, maar behoorde eerder tot de uitzonderingen. Zonder er cijfermateriaal bij te halen, het lijkt erop dat dementie zich explosief gedraagt en dat is angstaanjagend. Heel wat mensen maken zich daar zorgen over hoewel en dat is zeker niet de goede oplossing. Ondanks intensief wetenschappelijk onderzoek is men nog niet ver gevorderd. De overheid probeert ons te sussen door erop te wijzen dat we steeds ouder worden en daardoor meer kans hebben om aan ouderdomsziekten te lijden. Dat is een bewering die op niets berust. Er zijn hoogbejaarden, zelf honderdjarigen die geen enkel teken van dementie vertonen. Dementie is een aantasting van de hersenen, meer bepaald van het geheugen en het herkenningsvermogen van personen. Daardoor worden mentale activiteiten afgeremd en op zeker moment uitgesloten. In vergevorderde toestand weten deze patiënten niet meer wie ze zijn, waar ze zich bevinden en zijn totaal vervreemd van hun omgeving. Ze leven in een soort vacuüm zonder dimensies, zonder perspectieven, zonder verleden en zonder toekomst. Dementie kan men in vier groepen indelen.

 

Dementie op jongere leeftijd

In Nederland zijn naar schatting 12.000 mensen met dementie jonger dan 65 jaar. Dat is een vreselijk hoog cijfer. Deze mensen, die nog actief in het leven staan, beseffen zeer goed dat ze ziek zijn en voelen zich machteloos en gefrustreerd. Zij ervaren hun ziekte intens en erg dramatisch omdat ze dat niet accepteren. Ze zijn lichamelijk fit en vitaal, maar hun geest laat het afweten. In de periode die de ziekte vooraf gaat, stelt men zowel thuis als op het werk vast dat er zich problemen voordoen die niet direct aan dementie worden gelinkt. Men is trager, vergeetachtig, men ziet tegen bepaalde handelingen op, men parkeert de auto niet meer graag in een ondergrondse parkeergarage, het kost allemaal veel meer moeite. Zelfs eenvoudige handelingen die men jaren uit routine heeft gesteld, zoals huishoudelijke taken, worden moeilijker omdat men het inzicht en de structuur niet meer ziet. Vaak zorgt dat voor problemen in het gezin en in de relatie. Daarom is een vroegtijdige diagnose belangrijk zodat een gezin of echtpaar zich aan de nieuwe situatie kan aanpassen. Veel dementerende jongeren kunnen thuis niet meer verzorgd worden en zijn aangewezen op een, verzorgingstehuis. Ze zien met eigen ogen hoe erg het met een aantal patiënten gesteld is en dat ze dezelfde weg opgaan.

 

Erfelijke dementie

Slechts bij een beperkt aantal patiënten is er sprake van erfelijke dementie. De ziekte wordt veroorzaakt door een defect aan bepaalde genen terwijl dit defect op sommige kinderen wordt overgedragen. Als dementie in een bepaalde familie voorkomt, betekent dit nog niet dat de ziekte erfelijk is. Er is een familie bekend van zeven broers en zussen die allemaal aan een erfelijke vorm van dementie lijden. Vanaf 45 jaar kan men zich laten onderzoeken of men al dan niet drager is van het defecte gen. In het huidig onderzoek richt men zich op drie generaties omdat voordien dementie veel minder voorkwam. Een erfelijke vorm van dementie is moeilijk te voorkomen en te behandelen. Een gezonde voeding of levenswijze kan het defect niet herstellen.

 

Algemene dementie

Dementie wordt bijna altijd verworven. Over de oorzaak tast men nog in het duister. Er zijn zeker een groot aantal factoren op te sommen die de kans op dementie vergroten, maar het zijn uitlokkende factoren zoals milieuvervuiling, roken, een te hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, onvoldoende nachtrust, het gebruik van voedingsadditieven, toegevoegde suikers enz. Iedereen kent wel iemand die alles doet wat ongezond is en toch geen dementie heeft. Hoogbejaarden met hoge bloeddruk en een te hoog cholesterol zijn tot op het laatste ogenblik helder van geest gebleven. Het is bijzonder moeilijk om de specifieke oorzaak te achterhalen. Vasculaire dementie heeft uiteraard te maken met vernauwde aders in de hersenen, te weinig doorbloeding betekent te weinig zuurstof. Bij deze vorm speelt cholesterol en hoge bloeddruk wel degelijk een rol, maar is er altijd een doorslaggevende factor, maar die kent men niet.

 

Ouderdomsdementie

Het gebeurt dat hoogbejaarden op het einde van hun leven symptomen vertonen die verwant zijn met dementie zoals moeilijk kunnen onthouden, oriëntatieproblemen, moeilijk gezichten herkennen, afwezigheid, gebrek aan belangstelling enz. Deze verschijnselen behoren tot het aftakelingsproces van hoogbejaarden en kan moeilijk gedefinieerd worden als een vorm van dementie. Dat neemt niet weg dat dementie bij ouderen regelmatig voorkomt in ernstige of minder ernstige vorm.

 

Dementie komt in alle groepen van de bevolking voor. Men beweert dat mensen met een lage opleiding een verhoogd risico hebben, maar dat is niet zo. Mensen met een lage opleiding gebruiken immers hun hersenen minder waardoor ze nooit overbelast zijn geraakt. Dementie komt juist veel voor bij intellectuelen en wetenschappers. We vragen ons af of de digitale wereld met zijn overvloed aan informatie en intellectuele prikkels invloed heeft op het ontstaan van dementie! Het is een feit dat de sterke toename van dementie in de westerse wereld plaatsvindt zodat er een duidelijke link is met milieuvervuiling, het massaal gebruik van chemische medicijnen, industrieel bereid voedsel, voedingsadditieven en andere chemicaliën. Er is weinig onderzoek gedaan naar de invloed van de persoonlijkheid, de gemoedstoestand, negatieve emoties en andere psychisch en sociale aspecten op het ontstaan van dementie. Er zijn in het onderzoek naar dementie nog steeds meer vragen dan antwoorden.

 

Onderzoekers van het Nederlandse ziekenhuis Erasmus MC in Rotterdam zijn er van overtuigd dat 30% van de patiënten de ziekte hadden kunnen voorkomen door er een gezonde levensstijl op na te houden. Volgens deze onderzoekers zijn er twee grote oorzaken. De eerste is een ophoping van een bepaald giftig eiwit dat de hersenen aantast en de tweede oorzaak is schade aan de kleinste bloedvaten die de hersenen o.a. van zuurstof voorzien. Dat geldt zeker voor vasculaire dementie. Gezonde voeding en levenswijze is geen garantie dat men nooit dementeert, maar het verlaagt het risico en als de ziekte toch toeslaat zal de aftakeling veel trager verlopen. Een goede gezondheid biedt altijd weerstand, ook tegen ziekten die men nog niet kan behandelen. Voor meer informatie, surf naar www.europeseacademie.be

16:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-08-15

Afslanken kan als het goed wordt aangepakt!

Onlangs werd tijdens het tv-journaal vermeld dat Britse onderzoekers tot de vaststelling waren gekomen dat afslanken geen enkele zin heeft. Hun redenering was wel erg kort door de bocht. Ze gaan er vanuit dat de mens van nature uit reservevet aanmaakt dat nodig is voor tijden van voedselschaarste en als men ziek is en niet in staat is om te eten. Dat is een vast gegeven dat iedereen kent en waaraan niemand twijfelt. Deze wetenschappers beweren dat om die reden de mens altijd vet zal aanmaken met overgewicht als gevolg. Ze hebben meer dan 200.000 proefpersonen gedurende een vrij lange periode gevolgd en vastgesteld dat er een zeer klein percentage is dat er echt in slaagt om af te slanken. De conclusie is snel getrokken: afslanken helpt niet. Het is onbegrijpelijk dat men in naam van de wetenschap en op kosten van de gemeenschap dergelijke onzin mag uitkramen. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om vast te stellen dat overgewicht nauw samenhangt met het veranderend voedingspatroon van de moderne mens. Eerst hebben we gezien hoe in Amerika sinds het gebruik van fastfood en het massaal gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers en veel dierlijke vetten overgewicht massaal is toegenomen. Nu zien we in Europa hetzelfde gebeuren omdat de bevolking massaal overschakelt op industrieel bereid voedsel en kant-en-klare maaltijden. Het verband tussen industrievoeding en overgewicht is duidelijk en onweerlegbaar.

 

Wat bezielt wetenschappers om zo kortzichtig te zijn. Ze zeggen letterlijk tegen de consument: ga maar verder, er is toch niets aan te doen. De voedingsindustrie bepaalt of de bevolking al dan niet aan overgewicht lijdt. In de dierenwereld zien we dat dieren tijdens de zomermaanden reserves opbouwen om deze in de winter te verwerken. We stellen vast dat dieren aankomen, maar nooit aan overgewicht lijden en zeker niet aan blijvend overgewicht zoals bij de mens. Dat heel veel mensen moeizaam afslanken is een feit, maar dat heeft vooral te maken met een verkeerde aanpak. Dat mensen wel degelijk afslanken door minder te eten of door meer te bewegen, stellen we vast bij hen die plots ziek worden en gedurende een bepaalde periode onvoldoende kunnen eten of door een uiterst streng dieet verplicht zijn hun voedingspatroon drastisch aan te passen. Zij verliezen soms 20 à 30 kilogram, soms nog meer, terwijl ze voordien altijd ervan overtuigd waren dat ze niet konden afslanken. Er is een kleine groep mensen die aan een endogene zwaarlijvigheid lijdt en daardoor grote hoeveelheden vocht vasthoudt. Hun lichaamsgewicht staat buiten alle verhoudingen. Zelfs tijdens een vastenkuur met 0 calorieën gaat er nauwelijks iets van af. Deze erg moeilijk te behandelen groep laten we hier buiten beschouwing. De meeste mensen die aan overgewicht lijden kunnen afslanken, wat deze Britse wetenschappers ook mogen beweren. Overgewicht heeft te maken met constitutie, opgezette buik, voedingspatroon en beweging. Dit zijn vier factoren die nauw op elkaar aansluiten.

 

Constitutie

In verband met afslanken delen we de constituties in twee groepen in, namelijk mensen met smalle en met brede heupen. Mensen met smalle heupen lijden zelden of nooit aan overgewicht. Hun smalle lichaamsbouw stemt overeen met hun verteringsstelsel en stofwisseling. Ze eten meestal grote hoeveelheden voedsel, verteren snel en kennen een verhoogde stofwisseling. Bovendien hebben deze mensen de spontane neiging om te bewegen. Ze zijn nerveus, actief, sportief en heel beweeglijk. Bij het ouder worden kan het gewicht wat toenemen en zet het bekken lichtjes uit, maar ze blijven tot de groep met de smalle heupen behoren.

 

Mensen met brede heupen eten trager, vaak minder grote hoeveelheden en hebben een trage vertering en stofwisseling. Vertering en stofwisseling zijn constitutioneel bepaald en dat kunnen we beïnvloeden, maar niet veranderen, dat ligt genetisch vast. Als mensen met brede heupen aankomen, valt dat vrijsnel op, vooral in combinatie met een opgezette buik. Het overtollige vet zet zich vast op de buik (appelmodel) en/of op de heupen (perenmodel). Onder de groep van de brede heupen vinden we personen die extreem breed gebouwd zijn. Brede heupen gaan vaak samen met een sterk naar achtergericht zitvlak. Toch vinden we mensen die ondanks hun brede heupen hun lichaamsgewicht goed onder controle houden. Uiteraard gaan ze er nooit slank uitzien zoals zij die smalle heupen hebben. Bij kinderen kan men al heel goed waarnemen wie kans heeft om aan overgewicht te lijden. Door deze kinderen op tijd op te vangen en hun voedings- en levenswijze aan te passen, is de kans groot dat zij in de toekomst niet aan extreem overgewicht zullen lijden. Vaak wordt gezegd dat het toch niet helpt omdat men brede heupen heeft, maar dat is een foute redenering. Juist omdat men brede heupen heeft, zal men extra aandacht besteden aan voeding en beweging. Mensen die zich laten gaan, hebben met zwaar overgewicht te kampen.

 

Opgezette buik

Ontzettend veel mensen hebben af te rekenen met een opgezette buik waardoor het overgewicht nog meer geaccentueerd wordt. Het is vreemd dat mensen met smalle heupen daar geen last van hebben. De belangrijkste redenen zijn gisting en rotting in de darmen. Vooral het gebruik van toegevoegde suikers in combinatie met zetmeelrijke voeding zorgt voor gisting zoals boterhammen met zoet beleg, gebak, zoete nagerechten, frisdrank, bier maar ook fruit op een volle maag. Rotting ontstaat door onvolledige vertering van eiwit zoals eiwitrijk voedsel in combinatie met zetmeelrijke voeding. Vlees of vis met aardappelen, brood of deegwaren of kaas met brood, kaassaus op deegwaren enz. Door goede voedselcombinaties toe te passen, eventueel in combinatie met buikspieroefeningen, krijgt men een vlakke buik.

 

Voedingspatroon

Afslanken is veel meer dan calorieën tellen. Er zijn mensen die hun slanke lijn behouden omdat ze nauwelijks iets durven eten. Dat is geen goed uitgangspunt, het gevaar is groot dat men ondervoedt geraakt of belangrijke stoffen niet binnenkrijgt. Vooral de weerstand tegen ziekten wordt daardoor verzwakt. 80% van het voedsel mag caloriearm zijn tegenover 20% calorierijke voeding, dan zit men altijd goed en kan men onbeperkte hoeveelheden eten. Door deze verhouding aan te nemen, verloopt de vertering beter. Bij afslanken staat de darmwerking centraal. Alleen bij een goede vertering kan men rekenen op een efficiënte stofwisseling. Een goedwerkende dikke darm is enkel mogelijk bij een gezonde darmflora. Natuuryoghurt en voldoende ballaststoffen zoals ruwe vezels zorgen voor een gezonde darmflora.

 

Beweging

De mens is een beweeglijk wezen en beschikt over een goed functionerend spierstelsel. Door meer te bewegen krijgt men een betere verbranding van het reservevet en neemt men in gewicht af. De beste vormen van beweging zijn wandelen, fietsen en zwemmen. Men hoeft niet te gaan joggen of extreem sport te beoefenen om zijn gewicht onder controle te houden. Het grote voordeel van bewegen is dat er meer zuurstof in het lichaam terecht komt waardoor de doorbloeding op een merkwaardige wijze wordt verhoogd. Een goede doorbloeding betekent aanvoer van zuurstof, warmte en voedingsstoffen en afvoer van gifstoffen. Bovendien heeft beweging een gunstige invloed op de darmwerking. Geen gezonde darmwerking zonder beweging.

 

Overgewicht wordt een steeds grote probleem doordat de mensen zich bijna uitsluitend voeden met voedingsproducten in plaats van meer voedingsmiddelen te gebruiken die men thuis zelf bereidt. De vzw Europese Academie biedt een tweejarige avondopleiding aan voor Gewichtsconsulent. Het gaat hier om een geaccrediteerde opleiding waardoor de cliënten op terugbetaling door de zorgverzekering in Nederland kunnen rekenen. Afslanken wordt zoals we hier aangeven op een heel andere manier aangepakt. Voor meer informatie surf naar www.europeseacademie.be.

21:33 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-08-15

Koriander Voor- en tegenstanders

Koriander (Coriandrum sativum L.) is een veel gebruikt keukenkruid dat tot de familie van de schemerbloemenfamilie wordt gerekend en over haast heel de wereld geprezen wordt. Het korianderblad met zijn frisse, citroenachtige smaak is zeer begeerd en wordt nooit meegekookt om de aroma niet aan te tasten. De Korianderzaadjes kennen talrijke toepassingen in gebak en kruidenmengsels. Als geneeskrachtig kruid behoort het niet tot de uitschieters en wordt voor dit doel matig of niet gebruikt omdat andere kruiden met eenzelfde toepassing veel krachtiger werken. Waarom sommigen voorstander zijn van dit heerlijk keukenkruid en het haast dagelijks gebruiken terwijl er anderen absolute tegenstanders zijn is lang een raadsel geweest. Het is algemeen bekend dat tegenstanders de smaak van koriander als zeepachtig omschrijven terwijl de voorstanders er helemaal geen zeepsmaak in terugvinden. De Amerikaanse neurowetenschapper Charles Wysocki uit Philadelphia is de eerste geweest die erop gewezen heeft dat het hier om een genetische component gaat. Recent wetenschappelijk onderzoek op voor- en tegenstanders bracht aan het licht dat het hier gaat om genetische variaties in olfactorische receptoren die in staan voor een specifieke reuk veroorzaakt door aldehydechemicaliën. Deze chemicaliën zijn zowel in koriander als in zeep aanwezig. 15% proeft de zeepsmaak en de rest die van het kruid genieten dragen deze genen niet. Ondertussen werden nog andere genetische verschillen ontdekt tussen de voor- en tegenstanders en lijken meerdere genen bij de koriandersmaak betrokken zijn. Wat hier van koriander wordt gezegd, geldt waarschijnlijk voor meerdere kruiden. Het genetisch onderzoek opent nieuwe mogelijkheden bij het kruidenonderzoek.

Het korianderblad heeft een andere smaak dan de zaadjes. Het blad is zeer geliefd in de Vietnamese en Thaise keuken, maar ook in Zuid-Amerika. De laatste jaren werd het korianderblad ook in Europa erg populair. In het korianderblad bevinden zich talrijke aromatische stoffen. In de olie komen vetzuren voor zoals oliezuur en Petroselinezuur die eveneens een invloed hebben op de aroma van het blad. We geven de geur- en smaakstoffen weer die in het blad aanwezig zijn. Sommige van deze smaakstoffen komen eveneens voor in basilicum, magiekruid en citrusvruchten. Buiten de vier hoofdsmaken zoet, zuur, zout en bitter wordt er gebruik gemaakt van omschrijvingen en vergelijkingen zoals een vetachtige, olieachtige of wasachtige smaak of geur. Er wordt verwezen naar de geur van hooi, vers gras, vruchten zoals citrusvruchten of noten, dennennaalden, hout enz.

 

·      (E)-2-Tridec-1-ENAL: Citrusachtige smaak.

·      Decanal: Licht citrusachtige en wasachtige smaak.

·      (E)-2-2-Dodecenal: Citrusachtige en vetachtige smaak.

·      (Z)-HEX-3-ENAL: smaak die aan groengras doet denken.

·      Umbelliferone: zoete, hooiachtige smaak.

·      Coriandrine: grasachtige en hooismaak

De gedroogde korianderzaad wordt in het Westen vaak in gebak gebruikt en in het Oosten in talrijke kruidenmengsels. Het korianderzaad wordt soms gebruikt als kruidenthee (infuus) en bevat etherische olie o.a. linadool, camphor, geranylacetaat, gammaterpineen en andere monoterpenen. De geneeskrachtige werking is vergelijkbaar met deze van anijs, venkel en karwij, maar veel zwakker, vandaar dat koriander nog zelden als geneeskrachtig kruid wordt gebruikt. Dat neemt niet weg dat de werking van dit kruid zich verder zet als keukenkruid o.a. als maagversterkend middel, het helpt bij het afscheiden van maagzuur en dat is belangrijk voor mensen met een trage vertering. Verder verdrijft het winden bij darmgassen of een opgezette buik. Gerechten waarin korianderzaad zit verwerkt, verteren gemakkelijker. Keukenkruiden worden hoofdzakelijk gebruik omwille van hun heerlijk aroma, maar behouden hun geneeskrachtige werking.

Korianderzaadjes worden soms geroosterd om er een nootachtige smaak aan te geven. Wat zijn smaak betreft laten zij zich gemakkelijk combineren met basilicum, bonenkruid, majoraan, muskaatnoot, saffraan en tijm. In de zaden vinden we nog meer dan in het blad aromatische stoffen, maar vooral van heel andere samenstelling.

 

·      Linalool: Frisse smaak die aan bloemen doet denken.

·      Geranylacetaat: Reuk van rozen.

·      Alfa-pine: warm, harsachtig, dennennaalden.

·      Limonen: Sinaasappel

·      P-Cymol: Terpentijn en houtachtige smaak.

·      Carvacrole: Oreganosmaak

 

Men blijft er niet bij stilstaan dat deze kleine zaadjes een rijkdom aan aroma’s in zich dragen en voor een waar smaakfestijn zorgen in de keuken. De zaadjes laten zich goed combineren bij aardappelen, wortelen, linzen, bloemkool, selderij en zelfs bij fruit en ijs. De Indische korianderzaadjes zijn ovaal van vorm terwijl de Marokkaanse korianderzaadjes ronder zijn (kogelvormig). Breng de heerlijke natuur terug in uw keuken door meer gebruik te maken van keukenkruiden.

11:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-07-15

Restorestje / Bacteriënnestje!

De consumentenorganisatie Test-Aankoop (B) heeft in januari ’15 het initiatief genomen om voedselverspilling tegen te gaan door het ontwikkelen van een ’overschotdoos’. Deze kartonnen dozen worden in 48 restaurants van de stad Gent verspreid zodat de klanten die hun bord niet leegeten, de restjes mee naar huis kunnen nemen zonder daar enige vorm van schroom over te hebben. Het initiatief werd met veel toeters en bellen gelanceerd en kreeg ruime aandacht in de media. Voortaan heet de ‘doggybag’ in België ‘Restorestje’ een mooi klinkende naam. Om een goede naam te vinden, werd er een oproep gedaan aan de bevolking voor ideeën en 6.000 mensen hebben daaraan deelgenomen. De beste ideeën waren: verspil-me-nietje, kliekjesdoos, nagenieter, overdoos, overschoteltje. Het is een feit dat er enorm veel voedsel wordt verkwist, maar de vraag is of het ‘restorestje’ hier echt een oplossing voor biedt.

Wie voedsel uit ecologische overtuiging wil besparen, doet er goed aan om zo weinig mogelijk of liefst geen vlees te eten omdat de veestapel een uitzonderlijke grote belasting is voor het milieu. Gebruik zo weinig mogelijk voedsel dat een grote afstand moet afleggen (transport), geef de voorkeur aan voedingsmiddelen en beperk je tot een gevarieerd maar niet overdreven aanbod. We hebben geen honderd verschillende kazen nodig om afwisseling in het voedingspatroon te brengen. Voedselverspilling bereikt men door anders met voedsel om te gaan en niet door restjes op een onhygiënische manier mee naar huis te nemen.

Zijn bord niet leegeten was vroeger onbeleefd, zeker in een restaurant. Nu denkt men daar gelukkig anders over. Het gebeurt regelmatig dat mensen het vlees dat overblijft voor de hond laten inpakken. De tijd van de bombastische gerechten met overvolle borden is wel voorbij. Men legt veel meer het accent op presentatie. In de Italiaanse restaurants is men royaal met de deegwaren en bij de Chinees is er meestal een overvloed aan rijst. Dat neemt niet weg dat mensen soms met een restje zitten. Is het zinvol om een restje in een kartonnen doosje te laten kieperen! Het ziet er niet aantrekkelijk uit en wanneer wordt het opgegeten of wordt het wel opgegeten? Blijft men te lang onderweg zonder afkoeling, is het niet uitgesloten dat er bederf optreedt. Gekookt en bereid voedsel is snel aan bederf onderhevig. Bovendien moet het gekookte en afgekoelde voedsel weer opnieuw worden opgewarmd. Voor de gezondheid en het culinair genot heeft men weinig aan opgewarmde kost. Een restje is te weinig om als maaltijd te hergebruiken zodat het aan andere restjes of voedsel wordt toegevoegd. Van de mooie herinneringen aan het aantrekkelijk bord in het restaurant blijft niets over. Soms blijft het dagen in de koelkast liggen of belandt het uiteindelijk toch in de vuilbak. In de meeste restaurants wordt er gewerkt met voor de horeca speciaal industrieel bereide producten om de gerechten snel op tafel te krijgen omdat klanten nu eenmaal ongeduldig zijn. Over de kwaliteit en de gebruikte E-nummers is weinig bekend.

De horecasector juicht het initiatief matig toe en hoopt dat er eerst een duidelijk wettelijk kader word gecreëerd. In feite is de consument zelf verantwoordelijk voor de versheid van het voedsel zodra het in het restorestjedoosje verdwijnt. Men wijst erop dat het voedsel in de doggybag slecht is als het te lang of niet koel bewaard wordt terwijl de restaurantuitbater daar niet verantwoordelijk voor kan worden gesteld. Voedselvergiftiging komt enorm veel voor door gebrek aan hygiëne. Een Restorestje is zeker geen voorbeeld van goede hygiëne en wijst op de oppervlakkigheid waarmee men met nieuwe initiatieven omgaat. Het is niet zo moeilijk om een hype te creëren en de massa warm te laten lopen, maar denk even na over de consequenties die daaraan verbonden zijn. Het restorestje wordt te gemakkelijk een bacteriënnestje. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘voedselvergiftiging’ en een ‘voedselinfectie’. Bacteriële voedselvergiftiging wordt niet door de bacterie, maar door een gifstof die de bacterie produceert, veroorzaakt. Deze kunnen nog in het voedsel aanwezig zijn, ook al zijn de bacteriën gedood door het koken. Indien de verschijnselen door de bacteriën zelf worden veroorzaakt, spreekt men van een voedselinfectie. Een voedingsmiddel dat bedorven is zal men snel opmerken via geur- en smaaksignalen. Bij voedingsproducten ligt dit anders omdat er zoveel voedingsadditieven zoals smaak- en bewaarstoffen zijn toegevoegd dat het voedsel er heel normaal uitziet en ruikt. De meest bekende vormen van bacteriële voedselvergiftiging zijn:

 ·     Botulisme

Wordt veroorzaakt door een eiwit, gevormd door de bacterie Clostridium botulium.

·      Diarree

Wordt veroorzaakt door toxines, gevormd door Bacillus cereus in opgewarmd voedsel zoals rijst, pasta enz.

·      Braken

Veroorzaakt door toxines, gevormd door Saphylococcus aureus. Vooral bacteriën als Salmonella en Escherichia coli veroorzaken voedselinfecties.

Er zijn nog andere boosdoeners zoals virussen, schimmels en algen. Erg kwetsbaar voor bederf zijn: vlees, vis, eieren, melk en bereid voedsel. Het is belangrijk dat men bij voedselvergiftiging snel reageert want soms is medische interventie nodig. Sommige mycotoxines zijn niet acuut giftig, maar werken pas op langere termijn. Symptomen zijn misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, buikkrampen en koorts. Het is niet altijd eenvoudig om het onderscheid te maken tussen een voedselvergiftiging, een voedselinfectie en buikgriep. Soms gaat een voedselvergiftiging spontaan over zodra de toxines het lichaam via braken of diarree hebben verlaten. Het is soms raadzaam de huisarts te raadplegen. Om voedselvergiftiging te voorkomen worden strenge hygiënische regels in acht genomen. Restanten van gekookt voedsel mag men maximaal 48 uren in de koelkast bewaren bij 4° C. Vooral de restanten van kant-en-klare maaltijden zijn erg vatbaar voor bederf. Het ontdooien van diepvriesproducten op kamertemperatuur is erg gevoelig voor bederf. Laat daarom alles in de koelkast ontdooien en verwerk het zo snel mogelijk.

Er wordt ontzettend veel geschreven en gesproken over gezonde voeding en toch valt het op hoe weinig inzicht de meeste mensen hebben in voeding, voedingsregels en voedingsgebruiken. Men is te veel met stoffen bezig, maar te weinig met de essentie van voedsel. Daarom is het raadzaam om je kennis op het vlak van voeding te vergroten. Dat kan door een ‘open cursus’ te volgen aan een van de vier scholen van de vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg of de 2-jarige opleiding tot V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent zodat je deze kennis op anderen kunt overbrengen.

11:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-07-15

Snoepen Is lang nog niet de wereld uit!

Ondanks de miljoenen die de overheid steekt in campagnes om het gebruik van industriesuiker en snoep terug te dringen, stelt men vast dat de Belgen, een klein landje in de EU, per jaar meer dan 2 miljard euro uitgeven aan snoep en dat dit bedrag van jaar tot jaar stijgt. Een gigantisch bedrag dat alleen dient om een zoete neiging op een verkeerde wijze te onderdrukken. Voor de supermarkt is snoep een belangrijke bron van inkomsten en is al goed voor 10% van de omzet. Niet alleen jongeren, ook volwassenen en ouderen zijn er aan verslaafd. Snoepen heeft een negatieve invloed op het beheersen van het lichaamsgewicht, tast de tanden aan en verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. De drang naar zoet behoort tot onze natuur en start al met de moedermelk die rijk is aan lactose (melksuiker). Het grootste deel van onze voeding bestaat uit koolhydraat, de wetenschappelijke naam voor suikers. We hebben slechts 1 deel eiwit, 2 delen vet, maar 5 à 7 delen koolhydraat nodig om gezond te blijven. Natuurlijke suikers zijn voor de mens onontbeerlijk, het is immers het voedsel voor de hersenen, de zenuwen en de spieren. Zonder suiker kunnen we niet leven. Er is geen bezwaar tegen zoete voeding, als het maar natuurlijke suikers zijn.

 

De abnormale drang naar zoet en dan meer bepaald naar snoep en snacks is een noodkreet dat het lichaam uitgeput is door aanhoudende stress, spanningen, negatieve emoties, maatschappelijke druk enz. Het is niet vreemd dat de behoefte aan snoep in tien jaar tijd gestegen is van 1,4 naar meer dan 2 miljard en dat is alarmerend. Onze samenleving is zodanig in de war geraakt dat een groot deel van de bevolking op de dool is omdat iedere vorm van stabiliteit verloren is gegaan. Doordat het zenuwstelsel is uitgeput, ontstaat er vanuit de hersenen een drang naar zoet. Omdat deze drang met waardeloze suikers zoals snoep en snacks wordt bevredigd, geraakt het zenuwstelsel steeds meer uitgeput. Vandaar dat de behoefte aan snoep steeds stijgt. De meeste mensen zitten in een vicieuze cirkel waar ze moeilijk uitgeraken. Het gebruik van natuurlijk zoet in de vorm van bananen, druiven, alle soorten fruit, honing, gedroogd fruit, siroop, ingedikt sap en andere natuurlijke concentraten van natuurlijke suikers voedt de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren. Verder komen natuurlijke suikers voor in melk en mekproducten (lactose) en als zetmeel in granen, sommige zaden, wortel en knolgewassen. Er is een overvloed aan natuurlijke suikers in onze voedingsmiddelen.

 

Het snoepprobleem heeft een diepere oorzaak en beschouwen we niet als een voeding- maar een als stressprobleem. Zolang de stress niet afneemt, blijft er een abnormale behoefte aan suiker bestaan, ook al gebruikt u gezonde suikers. We kunnen de maatschappelijk druk niet veranderen, maar er ons wel tegen wapenen. We moeten onze persoonlijkheid versterken door onze zwakke kwaliteiten op te sporen en die in positieve om te buigen. Het is haast niet te geloven, maar een groot deel van de bevolking beschikt over een zeer lage psychische en emotionele weerstand. Men kan het leven niet meer aan en probeert er zich door heen te spartelen. Iedere opdracht, zowel thuis als op de werkvloer, is een zware last. Het grote probleem is dat veel mensen zich daar niet bewust van zijn. Ze slikken medicijnen om rustiger te blijven of om beter te slapen, drinken veel koffie, cola of energiedrankjes om de dag door te komen. Ze kunnen hun drang naar zoet niet onder controle houden. Dat zijn symptomen die bevestigen dat het niet goed gaat. Men heeft ons te lang wijsgemaakt dat we steeds ouder, gezonder en gelukkiger worden, maar dat is niet zo. Cijfers tonen aan dat veel mensen van middelbare leeftijd (45 à 60 jaar) overlijden aan allerlei ziekten, terwijl de psychiatrie het aantal patiënten niet meer kan opvangen omdat het er zoveel zijn geworden. We leven in een wereld van illusie, vooral de illusie dat men met geld alles kan kopen. Een andere illusie is dat de wetenschap voor alles een oplossing heeft. Het is opvallend hoe radicaal de mensen zijn geworden. Ze reageren direct en vaak erg brutaal zonder eerst overleg te plegen of zich grondig te informeren. We leven in een wereld van wit en zwart, er zijn geen nuances meer.

 

Om weerstand te bieden tegen deze bedreigende wereld doen we er goed aan om onze voeding, gezondheid, levenswijze en ingesteldheid grondig te herzien en bij te sturen. We worden overspoeld door informatie, maar die is bewust of onbewust beïnvloed door belangengroepen die de samenleving nog steeds in hun machtsgreep houden. Er worden miljarden verdiend aan de slechte voedings- en levenswijze van de mens. We geven toe dat het voor veel mensen niet gemakkelijk is om reclameboodschappen te beoordelen. In de supermarkt kijken mensen wantrouwig op het etiket. Aan de hand van deze summiere gegevens kan zelfs een deskundige moeilijk een oordeel vormen. We moeten ons laten leiden door de wijsheid van de natuur. Dat is de enige echte houvast waarover we beschikken.

 

Waarom is suiker die men uit suikerbieten of suikerriet haalt slecht en verwoestend voor onze gezondheid? Het gaat om dezelfde koolhydraat die ook in rode biet of in fruit zit. Als u een appel eet, eet u niet alleen suiker, maar een organisch of levend geheel want uit een appel kan een appelboom groeien. In de appel zit ongeveer 10% suiker, een weinig eiwit en vet, maar veel water, vitaminen, mineralen en nog vele andere stoffen. Al deze stoffen zijn met elkaar verbonden en vormen een appel. Tijdens de vertering worden deze stoffen uit de appel gehaald en in menselijke stoffen omgezet tijdens de stofwisseling. De kracht van de appel wordt op u overgedragen. Om het met een metafoor uit te drukken: de appel en uzelf worden één. Ons voedsel is niets anders dan een stuk levende natuur waarmee we ons biologisch associëren. In de suikerfabriek wordt de suiker uit de biet of het riet geïsoleerd en is weliswaar nog een organische stof die door het lichaam opneembaar is en kan omgezet worden o.a. in vet. Deze geïsoleerde suiker heeft iedere verbinding met andere stoffen verloren en moet in het lichaam op zoek gaan naar complementaire stoffen. Dat gebeurt o.a. door deze uit het lichaam te roven. Het rendement van deze geïsoleerde suikers, ook toegevoegde suikers genoemd, is bijzonder laag en is niet meer in staat om onze hersenen, zenuwen en spieren op een behoorlijke wijze te voeden, vandaar de voortdurende uitputting van het zenuwstelsel. Door de enorme maatschappelijke druk, wordt het zenuwstelsel extra belast zodat natuurlijke suikers meer dan ooit nodig zijn. Door meer voedingsmiddelen te eten en het gebruik van voedingsproducten te beperken, schakelt u de toegevoegde suikers uit. Dat is de beste oplossing om het snoepen vaarwel te zeggen.

 

Voor wie meer over voeding en gezondheid wil weten, kan het beste een open cursus ‘Vitaal door voeding’ of ‘Stressbeheersing’ volgen. Voor wie actief wenst te zijn in de complementaire zorg kan kiezen voor een opleiding V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent, Gezondheidstherapeut of Persoonlijkheidscoach. Surf naar www.europeseacademie.be.

09:28 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-07-15

Persoonlijkheidscoach

Begeleidt mensen met psychische en emotionele problemen, zowel privé als in het bedrijfsleven

 

Men stelt vast dat er in heel Europa meer mensen lijden aan psychische en emotionele problemen dan aan fysieke ziekten. Dat is te begrijpen als we zien dat onze huidige samenleving op hol is geslagen. Mensen zijn zo kwetsbaar geworden en kunnen nog nauwelijks weerstand bieden. Vroeger ging het om stress en depressie, maar nu groeit de lijst van klachten angstaanjagend aan. De maatschappelijke druk, zowel thuis als op het werk, is erg groot. Mensen verliezen het vertrouwen in deze verwarde samenleving die steeds harder wordt. Een groot deel van de bevolking is het vertrouwen kwijt en gedraagt zich agressief, respecteert geen regels en zoekt enkel het eigen voordeel. Het zijn tekenen van een overlevingsdrang. Burn-out, pesten, agressie, chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), eenzaamheid, faalangst, hyperventilatie, slaapproblemen, gevoel van onzekerheid, laag zelfbeeld, suïcidale neigingen (zelfdoding) enz. zijn noodkreten van mensen die om hulp vragen.

 

Al deze negatieve aspecten maken deel uit van het leven van kinderen, volwassenen, maar ook ouderen. De Persoonlijkheidscoach richt zich zowel op het privéleven, het gezin als op het bedrijfsleven. Als mensen hun persoonlijke problemen mee naar het werk nemen, functioneren ze niet en presteren minder, vallen gemakkelijker uit of geraken in conflict met collega’s en de leiding. Niet iedereen stapt graag met deze problemen naar een psycholoog of psychiater omdat ze minder uitgesproken zijn. Daarom kiest men gemakkelijker voor de complementaire zorg waar doorverwijzing naar de reguliere zorg gebeurt indien dit nodig mocht zijn. De voordelen van de complementaire zorg is dat deze laagdrempelig is, er enkel gewerkt wordt op basis van eenvoudige en natuurlijke adviezen en trainingen en dat het resultaat veelbelovend is. De aanpak is erg origineel doordat er een verband wordt gelegd tussen het probleem en de persoonlijkheid. Door de persoonlijkheid te bepalen brengen we de zwakke en sterke punten in kaart. Het bijsturen van de persoonlijkheid heeft invloed op het gedrag. De cliënt krijgt inzicht in zijn problemen en lost deze onder begeleiding van zijn Persoonlijkheidscoach zelf op. Het is een boeiende en gevarieerde opleiding, waar men persoonlijk veel aan heeft omdat men zijn eigen persoonlijkheid leert kennen en versterken.

De Persoonlijkheidscoach dringt eerst door in het temperament van de cliënt, want dat is de aangeboren persoonlijkheid. Hierdoor is het mogelijk om de cliënt individueel te begeleiden en te coachen. We maken gebruik van talrijke coachtechnieken, gespreksvoering, persoonlijk-heidsanalyse, motiverende gesprekken, emotionele vaardigheden, assertiviteitstrainingen, PDCA methode, SMART technieken, Kernkwadranten en vele andere technieken met hun vele mogelijkheden. Er gaat veel aandacht naar de psychosociale basiskennis zoals de psychologie van het dagelijkse leven. Deze opleiding steunt op competentiegericht leren, ook opdracht- en probleem gestuurd onderwijs genoemd. De opleiding is praktijkgericht zodat je je niet ergert aan de hoeveelheid theorie, integendeel, je maakt je vanaf de eerste dag de kennis eigen die je als Persoonlijkheidscoach nodig hebt in de dagelijkse praktijk.

 

Het studieprogramma toont de rijkdom en de grote variatie in deze opleiding. Je gaat uitvoerig in op de bruikbaarheid van de psychologie, psychopathologie en vooral op de psychotherapie. Je leert denken en redeneren in het vak Filosofie, je leert cliënten typeren om hun aangeboren temperament te achterhalen, stilaan word je gedreven in de communicatietechnieken en de gespreksvaardigheden, de coachtechnieken, de persoonlijkheidsvorming door gedragsver-andering door te voeren, stressbeheersing, maar ook bedrijfscoaching en vooral veel practica. Een boeiende opleiding met vele uitdagingen, maar vooral een opleiding waarin jezelf een sterke persoonlijke groei doormaakt. Dit nieuwe concept is erg flexibel en kan, indien je dat wenst, aangevuld worden met andere competenties. Na deze tweejarige opleiding, die voldoende is om aan de slag te gaan, openen er zich nieuwe beroepsmogelijkheden als je je op een of ander terrein verder wenst te specialiseren of te verdiepen. We vermelden enkele van deze mogelijkheden: Communicatiecoach, Preventiecoach, Managementcoach, Businesscoach, Loopbaancoach, Teamcoach, maar ook op het vlak van psychosociale problemen zoals Kindercoach, Relatiecoach, Gezinscoach en nog andere specialiteiten want het werkterrein van de Persoonlijkheidscoach is groot in deze snel veranderende wereld met zijn problemen.

 

Op korte tijd is de vzw Europese Academie erin geslaagd om deze nieuwe tweejarige opleiding verder te ontwikkelen tot een gewaarde opleiding die voldoet aan de behoefte van deze samenleving. Het grote voordeel is dat deze nieuwe opleiding kan steunen op de rijke ervaring die de Europese Academie gedurende bijna dertig jaar heeft opgebouwd. We hebben een zeer rijke ervaring op het vlak van persoonlijkheidskennis, persoonlijkheidsanalyse, de totaal benadering van de mens en vooral in het plaatsen van de mens in zijn omgeving. Deze unieke benadering steunt op de rijke ervaring in de natuurgeneeskunde en de complementaire zorg in het algemeen. Deze opleiding sluit aan op de drie andere opleidingen. Voor meer informatie verwijzen we naar: www.europeseacademie.be.

24-06-15

De complementaire zorg zit in de lift

Kranten en weekbladen spenderen hele pagina’s aan gezondheid want gezondheidsthema’s zijn in. De reden ligt voor de hand: de gezondheid van de moderne mens is erg bedreigd in deze jachtige en vervuilde wereld. De Belgische overheid heeft onlangs nog bevestigd dat de 5 doelstellingen die men in 2008 voorop had gesteld, niet worden gehaald. De mensen eten nu nog ongezonder dan zeven jaar geleden, men beweegt nog minder, borstvoeding is met 10% achteruit gegaan en overgewicht is flink toegenomen. Met allerlei onderzoeksrapporten en opiniepeilingen probeert men aan te tonen hoe gelukkig en gezond we hier in het rijke westen zijn met al onze weelde en comfort. Ziekenhuizen worden steeds groter, het aanbod aan medicijnen neemt toe en het percentage dat er gebruik van maakt stijgt. Het aantal honderdjarigen mag dan wel stijgen, maar steeds meer mensen op jongere en middelbare leeftijd overlijden aan allerlei ziekten. We zijn geen pessimisten of onheilsprofeten, maar realisten die mensen bewust maken dat er dringend moet worden ingegrepen.

De overheid, en dat geldt voor heel Europa, haalt enorm veel geld uit al wat ongezond is. Het zijn de rokers die het gat in de begroting helpen dichten. De overheid verdient fortuinen aan alcoholgebruik, chocolade, koffie, toegevoegde suikers, de frisdrankindustrie, de vervuilende auto’s en noem maar op. De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie ) beveelt 350 gram vlees per week en per persoon aan, de Hoge Raad voor de Gezondheid (B) houdt het op 500 gram per week, terwijl het gemiddeld verbruik in België en Nederland op 1,650 kilogram/per persoon/per week ligt. Dat komt neer op 86 kg per persoon per jaar. Dat is veel als we rekening houden met het groot aantal vegetariërs en met een vrij grote groep van matige vleeseters. Het is niet te verwonderen dat het aantal darmkankers sterk toeneemt. Er is een duidelijk verband tussen de toename van fijnstof en de stijging van ademhalingsproblemen. Het vervuilde milieu, de ongezonde levenswijze, het massaal gebruik van voedingsproducten, de toenemende stress en de zware emotionele belasting liggen aan de basis van een steeds slechter wordende gezondheid. Bovendien is de gezondheidszorg onbetaalbaar geworden en komen er steeds meer mensen in de kou te staan. De afbraak van de sociale zekerheid is volop bezig. 

Stilaan begint men in te zien dat binnen deze chaotische samenleving een groep is die voldoende weerstand biedt tegenover al deze zware bedreigingen. Het zijn de mensen die gebruik maken van de complementaire zorg, wat vroeger alternatieve geneeskunde werd genoemd. Meestal komen ze via ziekten of ongemakken, waar ze geen oplossing voor vinden, terecht bij een complementaire zorgverlener. Deze zoekende mensen zien in dat hun ziekte, klacht of ongemak in verband staat met hun slechte voedingswijze, hun onnatuurlijke levenswijze of negatieve ingesteldheid. Zolang men daar niets aan doet, kan er geen verbetering optreden. In de complementaire zorg besteedt men ruime aandacht aan gezondheidseducatie terwijl de cliënten degelijk begeleid worden. Voldoende aandacht, de nodige tijd en vooral de individuele benadering van de cliënt is doorslaggevend. 

De complementaire zorg vervangt niet de reguliere gezondheidszorg, maar biedt een nuttige en waardevolle aanvulling aan. Preventie en zelfzorg staan in de complementaire zorg centraal. Steeds meer mensen kiezen voor deze mogelijkheden. Binnen de complementaire zorg wordt uitsluitend gebruik gemaakt van gerichte adviezen, natuurlijke middelen en eenvoudige behandelingen die risicovrij zijn. De wetgeving in Europa maakt een onderscheid tussen de ‘voorbehouden handelingen’ die alleen door artsen en paramedici worden uitgevoerd en de ‘niet voorbehouden of vrij handelingen’ die door iedereen kunnen worden toegepast op voorwaarde dat men de gezondheid niet in gevaar brengt

De overheid heeft er belang bij om de complementaire zorg te ondersteunen omdat diegenen die er gebruik van maken geen of minder beroep doen op dure reguliere behandelingen. Als ze toch ziek worden, wat niet is uit te sluiten, zullen ze sneller genezen en gezond blijven. De complementaire zorg levert een directe bijdrage aan de besparing van de overheid. Bovendien kan de overheid ook geld verdienen aan gezonde initiatieven. In deze wereld met een groeiende ontevredenheid worden voortdurend grenzen overschreden en wordt ons ieder brokje zekerheid ontnomen. De complementaire zorg geeft weer hoop. Deze groeiende sector heeft behoefte aan zorgverleners, die professioneel worden opgeleid om een concrete bijdrage te leveren. De vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg werd in 1988 opgericht met als doel zorgverleners op te leiden door deeltijdse opleidingen zonder werkonderbreking aan een van haar vier scholen te Antwerpen, Gent, Leuven en Maastricht. Er zijn vier verschillende opleidingen die tot de complementaire zorg behoren.

 

Herborist

Een herborist is een artisanaal beroep, maar door zijn kruidenkennis en vooral door de bereidingen van talrijke gezondheidsproducten op basis van kruiden, levert de herborist indirect een bijdrage tot de complementaire zorg.

 

V.G.L. Gezondheidsconsulent – Gewichtsconsulent

Is een belangrijke complementaire zorgverlener die cliënten begeleidt op het vlak van Voeding, Gezondheid en Levenswijze en daarnaast een concrete bijdrage levert door cliënten met overgewicht te begeleiden. Deze opleiding is in Nederland geaccrediteerd zodat de cliënten kunnen rekenen op terugbetaling door de zorgverzekeraars.

 

Persoonlijkheidscoach

Is een complementaire zorgverlener die de cliënten coacht met psychische en emotionele problemen zowel privé als in het bedrijfsleven. Veel problemen zijn terug te voeren op verzwakking van de persoonlijkheid die opgespoord en versterkt worden.

 

Gezondheidstherapeut

Dit is de meest uitgesproken complementaire zorgverlener die de natuurgeneeskunde beoefent. De opleiding is voor Nederland door CPION geaccrediteerd en beantwoordt aan de PLATO-eindtermen. Een complete opleiding met veel professionele mogelijkheden.

18:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-06-15

De huid en uw levensverwachting.

Is de kwaliteit van uw huid bepalend voor de levensverwachting? Volgens een tv- documentaire hebben mensen die er jonger uitzien dan ze zijn, meer kans om heel oud te worden in tegenstelling tot mensen die er ouder uitzien dan ze in werkelijkheid zijn. Deze bewering houdt echter geen stand, ook al menen wetenschappers dit te kunnen bevestigen. Wees altijd kritisch tegenover wetenschappelijke beweringen. Er bestaan verschillende huidtypen, maar binnen deze discussie gaat het om de goed doorbloede huid die zorgt voor een frisse en jonge indruk en de droge huid met rimpels en groeven die gemakkelijk een verweerde indruk nalaat. Mensen met een goed doorbloede huid krijgen geen rimpels, zelfs niet op zeer hoge leeftijd. Dat is logisch omdat een dunne huid meer bloed doorlaat en zich daardoor gemakkelijk herstelt. Hun huid is glad, licht glanzend, voelt warm aan en ziet er eerder rood uit. De blozende wangen zijn een uiting van levenskracht. In de typologie komt dit soort huid bij het Vuurtype voor. Dit zijn temperamentvolle mensen die doelbewust recht door zee gaan, graag het grote woord voeren, zich flink opwinden en voor geen enkele discussie uit de weggaan. Er is echter geen enkele garantie dat deze mensen, die er meestal jonger uitzien dan ze zijn, wel degelijk ouder worden dan anderen. Zij lijden vaak aan hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte, soms een belaste lever of nieren en lopen het risico aan hart- en vaatziekten te lijden en vroegtijdig te sterven. Er zijn honderdjarigen die tot dit type behoren, maar er is geen enkel bewijs aan te voeren dat zij hun hoge leeftijd aan hun goed doorbloede huid hebben te danken.

 

Mensen met een droge huid krijgen snel rimpels en groeven en heel kenmerkend zijn de doorgezakte wangen op zekere leeftijd. Een huidtype is altijd genetische bepaald. Een droge huid is vrij dik is en geraakt daardoor moeilijk doorbloed. De kleur is eerder grauw. Door al deze eigenschappen zien deze mensen er meestal ouder uit dan ze zijn. In de documentaire werd beweerd dat deze huid het gevolg is van een verkeerde voeding en levenswijze of andere fysieke storingen zoals te veel homotoxines in het lichaam, m.a.w. men ging van de veronderstelling uit dat deze droge huid het gevolg is van een te vroeg verouderingsproces. Dat wijst op een gemis aan inzicht in de constitutieleer en de genetica. Deze huid komt vooral voor bij het Aardetype. Mensen die tot het Aardetype behoren staan stevig met beide voeten op de aarde, het zijn realisten, perfectionisten en vooral harde werkers. Zij kennen een ordelijk leven en hechten veel belang aan zekerheid, plannen alles op voorhand en nemen nauwelijks risico’s. Dit zijn kwaliteiten die uitnodigend zijn om lang en gezond te leven. Heel veel honderdjarigen behoren tot dit type. Deze mensen ondergaan een natuurlijk mummificatieproces, m.a.w. ze conserveren zichzelf en zorgen door hun specifieke huid voor een extra bescherming tegen de invloeden uit de buitenwereld.

 

Een hoge levensverwachting wordt door vele factoren bepaald en zeker niet alleen door de kwaliteit van de huid. Er zijn mensen met bijzondere goede genen die zonder extra inspanningen heel oud worden. Ze worden vaak vergeleken met eikenbomen en komen in bepaalde families voor. Dat niet iedereen in een dergelijke familie oud wordt, heeft te maken met van wie men de genen heeft geërfd, want genen worden altijd door beide ouders doorgegeven. Gezonde voeding heeft ongetwijfeld invloed op het bereiken van een hoge leeftijd. Het is algemeen bekend dat grote vleeseters niet oud worden, hoewel er uitzonderingen zijn. Een positieve ingesteldheid verlengt het leven. Mensen die hun problemen weten op te lossen of ze tijdelijk kunnen uitstellen om zich te versterken of om naar een oplossing te zoeken, hebben meer kans een hoge leeftijd te bereiken. Aanhoudende stress werkt vernietigend en is vaak oorzaak van talrijke ziekten of een vroege dood. De negatieve invloeden van het vervuild milieu mogen niet onderschat worden. De laatste jaren wordt er meer aandacht besteed aan geluidsoverlast en zijn invloed op de gezondheid. Wie het geluk heeft geen kanker te krijgen of niet aan hart- of vaatziekten te lijden, heeft een grotere kans om oud te worden. We hebben ons levenslot helaas niet in eigen handen, maar we kunnen een belangrijke bijdrage leveren om het leven te verlengen, de levenskwaliteit te verhogen en ons tegen ziekten te beschermen.

 

De overheid wil ons doen geloven dat we steeds ouder worden, maar dat is een fabeltje. Laat u niet misleiden door het feit dat er de laatste decennia opvallend meer honderdjarigen zijn. Vergeet niet dat al deze mensen voor of tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn geboren en een natuurlijke selectie hebben ondergaan. Ze zijn meestal gespaard gebleven van kanker en hart- en vaatziekten en hebben gedurende hun lange leven weinig of geen medicijnen geslikt. Vergeet ook niet dat het om een zeer klein aantal gaat, namelijk ongeveer 1.600 op 11 miljoen inwoners (België). Dat is een uiterst klein percentage dat wel invloed heeft op de gemiddelde leeftijd. Als we ons baseren op de realiteit en vanuit nuchtere cijfers vertrekken, moeten we helaas vaststellen dat de levensverwachting in de nabije toekomst terugloopt. Als we nu al zien dat kinderen met cola, chips en fastfood opgroeien en aan digitale spelletjes verslaafd zijn, dan hoeft men geen wetenschapper te zijn om een toekomstvisie uit te stippelen. De politici dragen een loodzware verantwoordelijkheid en kunnen niet blijven treuzelen en hun gezicht verstoppen achter gemanipuleerde statistieken. De tijd van pseudowetenschappelijke verklaringen en populistische uitspraken zijn voorbij. Er is daadkracht en verantwoordelijkheidsgevoel nodig, naast objectieve informatie. 

16:40 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-06-15

Rotte melktanden, een verontrustende vaststelling

Tandartsen stellen vast dat de melktanden bij kinderen al erg vroeg zijn aangetast en bij sommigen op zeer jonge leeftijd zwaar zijn beschadigd. Kinderen schamen zich om hun mond te openen, durven niet te lachen of ondervinden moeilijkheden bij het kauwen. De gebitsschade kan aanzienlijk zijn. In het UZ in Gent worden jaarlijks 500 kinderen met een extreem rot melkgebit behandeld die door de tandarts zijn doorverwezen. Sommige kinderen moeten onder narcose behandeld worden. Dit is een verontrustende vaststelling en een weerspiegeling van de slechte eetgewoontes bij kinderen. De tanden, ook de melktandjes, zijn omgeven door een sterke laag glazuur om bestand te zijn tegen zowel mechanische als chemische invloeden. De mens is het enige wezen dat een tandenborstel en tandpasta gebruikt en regelmatig een tandarts bezoekt. Dieren, die in de vrije natuur leven, hebben op hoge leeftijd nog steeds een ongerept gebit.

 

De verklaring is heel simpel. Dieren in de vrije natuur eten hun voedsel rauw en maken gebruik van het zelfbeschermend mechanisme. De mens en vooral de kinderen eten tegenwoordig uitsluitend gekookt voedsel en verstoren daarmee het bacterieel evenwicht in de mond. Kinderen eten eenzijdig en overvloedig gekookte of opgewarmde voedingsproducten met toegevoegde suikers, drinken frisdrank en maken gebruik van snacks en snoep. Deze toegevoegde suikers zetten zich in de mond om tot agressieve zuren die het tandglazuur aantasten. Als deze beschermende laag wegvalt, rotten de tanden vrij snel en wordt een kindermond een puinhoop. Een gaaf en gezond melkgebit is belangrijk omdat dit de basis vormt van het definitieve gebit. Een slecht verzorgt gebit verlaagt bij een kind het zelfbeeld en zorgt voor emotionele problemen.

 

Kinderen leren thuis en op school dat ze tweemaal per dag hun tandjes moeten poetsen. Dat is zeker aan te bevelen en wordt in het algemeen goed opgevolgd. Belangrijker is echter dat kinderen regelmatig verse voedingsmiddelen leren eten waarbij fruit onmisbaar is. Er wordt vaak gezegd dat fruit suiker bevat, dat is inderdaad zo, maar fruit tast het tandglazuur niet aan. Fruit bezit de natuurlijke combinatie van vruchtzuur en suiker die zorgt voor het bacterieel evenwicht in de mond. Zelfs honing dat zeer rijk is aan natuurlijke suikers bevat bijzonder veel zuren. Een banaan bevat evenveel vruchtzuur als een tomaat. Het is een totaal verkeerde opvatting dat natuurlijke suikers de tanden zouden aantasten, integendeel, het zijn de beschermers van onze tanden. Zelfs het zuur van citroenen tast de tanden niet aan, tenzij men iedere dag meerdere citroenen zou eten. Rauwe groenten hebben hetzelfde effect op het bacterieel evenwicht.

 

Het is voor kinderen en volwassenen aan te raden om iedere dag een klein deel van het voedsel rauw te eten. Daarnaast zal men de voorkeur geven aan verse voedingsmiddelen die in de eigen keuken bereid worden in plaats van voedingsproducten die in de fabriek zijn gekookt en thuis nog een keer worden opgewarmd. Kinderen eten overwegend opgewarmde kost en hun rotte tanden zijn daar het gevolg van. In voedingsproducten worden grote hoeveelheden industriesuiker verwerkt, net als in frisdrank, snacks en snoep. Veel ouders doen opmerken dat het niet gemakkelijk is om kinderen te laten overschakelen op gezonde voeding, daar hebben we alle begrip voor. Geef op de eerste plaats het goede voorbeeld en probeer geleidelijk aan slechte dingen zoals frisdrank, snacks en snoep niet meer in huis te halen. Leer kinderen bewust omgaan met snoep. Ruil snoep zoveel mogelijk door gezonde spullen zoals een stuk fruit, noten, zaden of pitten. Als kinderen voldoende natuurlijke suiker binnenkrijgen, hebben ze minder behoefte aan toegevoegde suikers. Als ze eenmaal opnieuw genieten van de natuurlijke zoete smaak van fruit en vruchten zullen ze snel alles te zoet vinden. Overschakelen op gezonde voeding is zowel voor volwassenen als voor kinderen een groeiproces. Iedere dag een stukje gezonder is de slogan die aanzet tot een betere voedings- en levenswijze.

 

Maak een grondig verschil tussen natuurlijke suikers, het voedsel voor onze hersenen, zenuwstelsel en spieren en toegevoegde of geïsoleerde suikers die niet alleen de tanden aantasten, maar heel onze gezondheid ondermijnen. Natuurlijke suikers kan men niet vervangen door zoetstoffen. Nog te zeer worden zoetstoffen ‘suikervervangers’ genoemd. Dit is onjuist, zoetstoffen vervangen alleen de zoete smaak. Ze zijn niet zo onschuldig als men aanvankelijk dacht. Er wordt gevreesd dat het gebruik van zoetstof het risico op suikerziekte verhoogt en dat het misschien wel invloed kan hebben op het lichaamsgewicht, ook al worden er geen calorieën geleverd. Laat kinderen trots zijn op hun gaaf gebit.

 

Vrijheid

Vrijheid in gebondenheid is de enige vorm van echte vrijheid. Vrijheid zonder gebondenheid leidt tot losbandigheid. Persvrijheid en vrije meningsuiting vormen de hoekstenen van de democratie op voorwaarden dat regels en normen geaccepteerd worden. Al te vaak wordt er onder het mom van vrijheid leugens verteld, mensen misleid, beledigd of gekraakt. Laten we streven naar echte vrijheid waar iedereen recht op heeft.

15:26 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-05-15

Water drinken! Hoe, wanneer en hoeveel!

Er bestaan nogal wat misverstanden rond het drinken van water. De hype om dagelijks twee à drie liter water te drinken waait stilaan over, want we zien steeds minder mensen op straat met een flesje krampachtig in de hand. Het misverstand is echter gebleven. We gaan even in op de veel gestelde vraag: moet men voor, tijdens of na het eten drinken? Als we beseffen wat water is en weten hoe onze maag is gebouwd en functioneert, lijkt het echt niet moeilijk om te beseffen dat het niet zoveel uitmaakt wanneer men drinkt. Water is geen voedingsmiddel omdat het geen nutriënten bevat, geen calorieën levert en niet wordt verteerd. Water is een oplosmiddel, een spoel- en verdunningsmiddel, heeft een neutrale zuurgraad en daardoor weinig invloed op andere substanties. Water is niet vergelijkbaar met frisdrank omdat daar andere stoffen zoals industriële suikers, zoetstoffen, voedingsadditieven (kleur- en smaakstoffen, bewaringsmiddelen enz.) aan zijn toegevoegd. Frisdrank is betrokken bij het verteringsproces en kan door zijn specifieke samenstelling de vertering in de war brengen.

 

Water bevat, afhankelijk van de bron, weinig of veel inactieve mineralen, d.w.z. mineralen die niet deelnemen aan de vertering of de stofwisseling, maar via de nieren worden uitgescheiden. Alleen actieve mineralen binnen een organische structuur zijn opneembaar zoals de mineralen in een voedingsmiddel. Inactieve mineralen kunnen in zekere mate de nieren belasten, vandaar dat de hoeveelheid op het etiket vermeld staat als ‘droogrest bij 180°C.’ Een goed bronwater heeft een lage droogrest. Op het etiket van goedkoop bronwater staat meestal niets vermeld omdat de klant het anders in de rekken laat staat.

 We geven enkele cijfers weer:

Spa, blauw

33 mg/liter

Spa, groen

80 mg

Spa, rood

 

Kraanwater wordt vaak aanbevolen als een gezond en goedkoop alternatief, maar we beschikken over geen enkel gegeven in verband met droogrest, toegevoegde additieven of over de kwaliteit van de leidingen. In Belgisch-Limburg vloeit kraanwater nog steeds door 2.731 km asbestcementleidingen. Er is altijd wel een professor te vinden die een geruststellend antwoord weet te formuleren zoals Prof. Lode Godderis van het departement Maatschappelijke Gezondheidszorg (KUL) die zegt: ‘De meeste studies vinden geen link tussen de orale inname van asbestdeeltjes en kanker.’ Een vreemd antwoord als we weten dat bouwvakkers verplicht zijn witte pakken en maskers te dragen om asbest in gebouwen te verwijderen.

 

Drinken op een lege maag

Als we op een lege maag drinken, vloeit het water via de maagstraat weg naar de dunne darm. Er is immers geen fysiologisch verband tussen het drinken van water en de maagwerking. De binnenkant van de maag heeft een gestructureerd oppervlak dat bedekt is met maagslijmvlies om de maaginhoud goed tegen de wand te drukken en tijdelijk vast te houden. Aan de kleine maagbocht (curvatura minor) zijn er overlangse plooien die deel uitmaken van de maagstraat, dit is een gleufachtige groef waar langs het water wegvloeit. Als we drinken voor het eten, is de maag meestal leeg en loopt het water via de maagstraat weg. Het water komt in de dunne darm terecht en zal zich vermengen met de vloeibare darminhoud zodat de verteerde bestanddelen gemakkelijker door de darmvlokken geabsorbeerd worden. Er is geen enkel bezwaar om water te drinken op de nuchtere maag of voor het eten. De bewering dat daardoor de maagsappen verdund geraken, is onjuist. Het stimuleren van de maagsappen berust op heel andere fysiologische en neurologische processen.

 

Drinken tijdens het eten

Als je drinkt tijdens het eten kan het water niet of moeilijk langs de maagstraat wegvloeien en vermengt zich met de maaginhoud. Uit de voedingsfysiologie weten we dat waterrijk voedsel goed verteert omdat de nutriënten dan niet geconcentreerd zijn. Het eten van een sappige vrucht verteert veel gemakkelijker dan noten of peulvruchten met hun hoge concentratie aan eiwit en weinig water. Hetzelfde kan gezegd worden van boterhammen of pasta. Het drinken tijdens het eten heeft het grote voordeel dat de maaginhoud aanvankelijk vloeibaarder wordt en daardoor gemakkelijk gekneed wordt. Hou er rekening mee dat drinken bij het eten de vertering niet kan verstoren om de eenvoudige reden dat in een verder kneedproces de vloeistof zich van de vaste stoffen scheidt zodat het water wordt afgevoerd. Als wij soep eten loopt het water van de soep langs de kleine maagbocht door de maagstraat naar de maaguitgang. Een vloeistof zoekt altijd de kortste weg. Het wegvloeien van het vocht (water of vocht van het voedsel) brengt de maaginhoud tot een vastere consistentie waardoor de kneedbaarheid in het antrum, dit is de plaats in de maag waar de eindvertering plaats vindt, zeer grondig gekneed wordt.

Het is algemeen bekend dat het soppen van een boterham ongezond is, maar dat heeft een andere reden. Het zetmeel van graan moet men in de mond goed kauwen en met speeksel vermengen zodat het speekselenzym ptyaline (amylase) voor een voorvertering zorgt. Het is niet aan te raden om bij het kauwen van een graan- of broodmaaltijd te drinken omdat dan de kans groot is dat het voedsel uit de mond wordt gespoeld of het speeksel te sterk wordt verdund. Sopt men de boterham dan kan men niet meer kauwen en vindt er geen voorvertering plaats zodat het zetmeel achteraf minder goed verteerd. Water drinken tijdens het eten heeft een positieve invloed op het verteringsproces. Uit onwetendheid en een gebrek aan inzicht in de verteringsfysiologie durven sommige mensen tijdens het eten niet te drinken en dat is jammer.

 

Drinken op volle maag

Wat gebeurt er als je drinkt op een volle maag? Als de maag flink gevuld is, vooral bij een zware maaltijd, kan het water nergens naar toe en blijft het in de fundus achter en zorgt daar voor een klotsend gevoel. Bij een minder zware maaltijd of na een uur komt er meer ruimte vrij en vermengt het water zich met de maaginhoud. Daardoor verbetert zich de vertering net zoals je water drinkt tijdens het eten. Drinken op een lege maag, tijdens of na het eten heeft een gunstige invloed op de kwaliteit van de vertering. Wees voorzichtig met extreme standpunten in te nemen die op niets zijn gebaseerd en de gezondheid niet bevorderen. Kies zelf het moment waarop je graag drinkt, maar beperk je tot het drinken van water. Het maakt niet uit of je platwater of water met natuurlijk of toegevoegd koolzuur drinkt. Koolzuur heeft niets met verzuring te maken en heeft geen invloed op het zuur-base evenwicht. Het koolzuur zet zich om in zuurstof. Koolzuurhoudend bronwater geeft een sprankelend mondgevoel, dat sommige weten te waarderen. Verder zijn er geen voor- of nadelen aan verbonden. Andere dranken gebruikt u best buiten de maaltijd, maar geef de voorkeur aan gezonde drank.

 

De hoeveelheid water op een dag

Er is maar één vaste regel: drink als je dorst hebt. Het is moeilijk om een algemene regel in te voeren. Sommige mensen gebruiken medicijnen, eten geconcentreerd voedsel vaak met pikante specerijen, bezitten een hoge concentratie aan homotoxines, drinken alcoholische dranken en hebben dus veel door te spoelen. Veel drinken is voor hen de boodschap. Zij, die zware fysieke inspanningen doen of extreem sporten, zweten veel en moeten meer drinken om hun waterhuishouding in balans te houden. Mensen die zich gezond voeden met waterrijk voedsel en over een goed biologisch evenwicht beschikken, hebben minder behoefte om te drinken.

13:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-05-15

Propolis, de genezende kracht van bijen

Propolis behoort tot de apitherapie en heeft zijn gunstige werking al lang bewezen. Het is de Deense imker K. Lund Aagaard die in de vorige eeuw de propolis heeft herontdekt. De bijen produceren een lijmachtige substantie uit de knoppen en het sap van planten en bomen. Het zijn vooral harsachtige stoffen. De bijen gebruiken propolis om ongewenste openingen, kieren en spleten van hun korven of kasten te dichten. Propolis heeft binnen de bijenkolonie talrijke functies, maar de belangrijkste is ziektekiemen buiten te houden zoals bacteriën, virussen en schimmels. De minste infectie in een bijenkolonie zou fataal zijn. De samenstelling van propolis verschilt van streek tot streek, maar ook volgens de seizoenen en is afhankelijk van de soort planten. De meest voorkomende kleur is bruin, maar kan ook groen, rood, zwart, geel of wit zijn. Propolis bestaat voor meer dan 50% uit balsem, 30% uit was, 10% etherische olie en 5% pollen.

 

De balsem is samengesteld uit flavonoïden, eiwitten, suikers, vitamine en mineralen. De flavonoïden vormen een grote groep van gele geneeskrachtige kleurstoffen die de bijen in de harsen op de knoppen van de bomen vinden. De samenstelling verschilt van boom of struik. Vooral de knoppen van de populier en de berk zijn belangrijke leveranciers van flavonoïden. Er zijn meer dan 26 verschillende soorten flavonoïden in propolis ontdekt. De belangrijkste zijn acacetin, kaempferide, pinostrobine, rhamnocitrine, apigenine en nog vele andere. De aanwezigen eiwitten, suikers, vitaminen en mineralen zijn te gering voor hun voedingswaarden, maar hebben een farmacologische werking die bijdraagt aan het genezingsproces.

 

De was bestaat uit lipoïden, een verzamelnaam voor een zeer heterogene groep van vetachtige verbindingen. De etherische oliën zorgen voor de geur en de smaak van propolis en een goede werking tegen bacteriën en schimmels. Het gaat om een achttal aromatische verbindingen zoals benzoëzuur, cafeïnezuur, eugenol, ferulazuur, pterostilbeen en sorbinezuur. Sorbinezuur staat bekend voor zijn goede conserverende werking. Omdat propolis in zijn natuurlijke vorm niet zo handig in gebruik is, wordt het verwerkt in siroop, tinctuur, crème, zalf, tablet, dragee of capsule en in deze vormen te koop aan geboden. Bij siroop worden vaak ondersteunende kruiden toegevoegd zoals tijm, salie, eucalyptus, anijs, heemst, zoethout, vlier enz.

 

Eigenschappen van propolis

Door zijn grote diversiteit aan inhoudsstoffen bezit propolis een breed spectrum aan genezende eigenschappen. Propolis staat vooral bekend als natuurlijke antibioticum en werkt op bacteriën, virussen en schimmels. Het heeft een ondersteunende werking bij het toepassen van een noodzakelijke antibioticakuur. Propolis wordt gebruikt bij allerlei ontstekingen van de luchtwegen, keelpijn en virale infecties, maar zijn werking en toepassingen gaan veel verder. Propolis wordt toegepast bij reumatische aandoening vooral bij artritis en remt ontstekingsreacties af. Het wordt aanbevolen bij hart- en vaatziekten zoals slagaderverkalking, trombose of bij slechte doorbloeding. Wordt verder ingezet bij het behandelen van allergie, krampstillende werking op de darmspieren (spastisch colon), bij galproblemen, zwakke immuniteit, maagzweer, als verzorgingsmiddel voor mondhygiëne  en tegen pijn en jeuk. Propolis zou het risico op cataract verminderen en wordt gebruikt door zangers of sprekers met pijnlijke stembanden. Propolis is een vrij universeel middel dat direct of indirect wordt ingezet bij de meest uiteenlopende klachten. Het gebruik van propolis is zeer algemeen en is vooral geschikt voor zelfzorg. De meeste medische eigenschappen zijn door wetenschappelijk onderzoek bevestigd.

 

Complementaire zorg

Propolis is zeer geschikt bij het behandelen van brandwonden. Er loopt een onderzoek om propolis in te zetten in de tandheelkunde. Er zijn aanwijzingen dat propolis kan helpen tegen cariës. Het is een goed middel tegen aften. Propolis is een uitstekend middel dat alleen in de zelfzorg wordt toegepast en in de complementaire zorg wordt aanbevolen. Dat lijkt vreemd, maar is wel logisch. Natuurlijke middelen kunnen geen medicijnen vervangen omdat de dosering van de inhoudsstoffen niet bekend is. Iedere propolis kan afhankelijk van de plant, de streek en het seizoen anders van samenstelling zijn. Daarom wordt in de complementaire zorg altijd een omkadering aanbevolen. Indien iemand een keelontsteking met propolis wil behandelen, is het aan te bevelen dat men zijn voeding en levenswijze verzorgt of eventueel propolis ondersteunt met knoflook en/of een kruidenthee met honing. Het natuurlijk middel is een onderdeel van meerdere factoren die worden ingezet bij het genezingsproces. Het is de synergetische werking die het goede resultaat verzekert. Binnen een ruimere natuurgeneeskundige aanpak kan men met propolis veel bereiken. In de complementaire zorg hechten we veel belang aan het educatieve aspect. Propolis staat bekend als een goed natuurlijk antibioticum, maar ook als antimycoticum of schimmelwerend middel. Omdat de factor tijd een doorslaggevende rol speelt bij ernstige infecties, is het niet altijd verantwoord om alleen propolis in te zetten en is men aangewezen op medische hulp. We moeten een onderscheid maken tussen gezondheidsproblemen die men zelf kan behandelen of met de steun van een complementaire zorgverlener en medische problemen waarbij een medische interventie nodig is.

 

Geen resistentie

Het grote nadeel van antibioticum is de resistentie tegen bepaalde bacteriën. De bacteriën die de ziekte veroorzaken worden er door gedood waardoor de ontsteking ophoudt. Dat is geen genezing maar een uitschakeling van een symptoom. Vooral de vernietigende werking op de darmflora is verontrustend. Zowel in medische kringen als door de overheid wordt gewaarschuwd om niet te snel op antibiotica over te schakelen. Uit talrijke wetenschappelijke onderzoeken kan men afleiden dat bij propolis geen dergelijke resistentie optreedt. Onderzoek heeft aangetoond dat bacteriën die resistent waren voor antibiotica met propolis wel konden behandeld worden. Propolis lijkt ons een ideaal middel om bij talrijke kwalen met een laag risico te gebruiken ter vervanging van antibioticum. De bevolking moet zich bewust worden dat men zelf heel veel aan zijn gezondheid kan doen, zeker door meer aandacht te vestigen op zelfzorg en complementaire zorg.

10:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-05-15

Bacteriën maken ons gezond!

Het woord bacterie roept vaak akelige verhalen op van infectieziekten.  De laatste jaren werden mensen getroffen door gevaarlijke en zelfs dodelijke bacteriën, denk maar even  aan de vleesetende bacterie. Te lang heeft men in medische kringen bacteriën wit/zwart  benaderd terwijl ons lichaam  een ecosysteem is met duizenden soorten. Bacteriën spelen een belangrijke rol bij het in standhouden van onze gezondheid.  Decennialang werden bacteriën door antibiotica vernietigd met het gevolg dat het bacterieel evenwicht flink werd verstoord en dat heel wat bacteriën resistent zijn geworden.  Tegenwoordig denkt men daar anders over en volgt men het principe van de natuurgeneeskunde, namelijk dat het lichaam zichzelf in evenwicht brengt. De arts dient zich niet langer te gedragen als een boer die met pesticiden alles dood spuit, maar wel als een bioboer die op zoek is naar een ecologisch evenwicht.  We worden ziek als het bacterieel evenwicht verstoord is en geraken weer gezond als dit hersteld wordt. Een indelen in goede en slecht bacteriën heeft geen zin, ze worden gevaarlijk als het evenwicht verstoord is.

Van kop tot teen zitten we vol bacteriën, hun aantal gaat in de vele miljarden en hun gewicht varieert bij een volwassene tussen 1 à 2,5  kg. Over heel de wereld zijn bacteriologen intensief bezig met het bestuderen ervan. Ze proberen te achterhalen  hoe bacteriën zich inzetten in de strijd tegen ziekten. In de natuurgeneeskunde gaan we er vanuit dat het lichaam zichzelf tracht te genezen door zijn eigen evenwicht te zoeken.  De zelfgenezende kracht is immers instinctief aanwezig en is gekoppeld aan de levensdrang. Een natuurgeneeskundige behandeling is erop gericht om dit zelfregulerend proces met natuurlijke middelen te stimuleren. Er zijn vier grote groepen bacteriën die ons hele lichaam overheersen. Ze worden aangeduid als Actinobacter, Bacteroidetes, Firmicutes en Proteobacteria. Binnen elke groep zijn er tal van soorten. De bacteriën zitten op uiteenlopende plekken, zowel binnen als buiten het lichaam, afhankelijk van de taken die ze daar verrichten. Ieder mens wordt zonder bacteriën geboren. Via het geboortekanaal van de moeder komt de baby in aanraking met bacteriën en trekt deze aan, ook vanuit zijn directe omgeving. We beperken ons tot vier belangrijke terreinen: de mond, vagina, huid en dikke darm.

 

Mond

In de mondholte domineert de Firmicutesbacteriën (42%). Op de tanden en kiezen leeft de Streptococcus sanguinis die er voor zorgt dat de tanden niet worden aangetast.  Door het veelvuldig gebruik van gekookt voedsel is het bacterieel evenwicht in de mond sterk verstoord en zorgt voor de aantasting van het gebit. Tanden poetsen helpt, maar neemt de oorzaak niet weg. Het beperken van voedingsproducten en drank met toegevoegde suikers helpt echt. Door meer fruit en rauwe groenten te eten herstelt zich het bacterieel evenwicht.

 

Vagina

De Firmicutesbacteriën (91%) zoals de  Lactobacillus acidophius zorgen voor een gunstig zuur milieu waarin schadelijke bacteriën niet kunnen gedijen. Bovendien beschermt de Lactobacillus  tegen infecties. Een goede bacteriële vaginale bescherming voorkomt ziekten zoals blaasontsteking en verlaagt  het risico op baarmoeder- en baarmoederhalskanker. Zeep en andere alkalische verzorgingsproducten zijn schadelijk voor het zuur milieu. Bij intieme hygiëne zal men uitsluitend gebruikmaken van zure middelen.  

 

Huid

De huid is ons grootste orgaan en biedt bescherming tegen de gevaren uit de buitenwereld. Het zijn de Actinobacteriën (52%) en de Firmicutesbacteriën (25%) die zorgen voor een gezonde huidflora. Het gaat hier om miljarden bacteriën die permanent aanwezig zijn op het huidoppervlak van een gezond persoon. De huidbacteriën  beschermen het lichaam onder meer door bij te dragen aan de productie van talg en bacteriocines. Alkalische zeep en crèmes tasten de  huidflora aan en zijn niet goed voor het behoud van een gezonde huid. Volgens een onderzoek uit 2007 telt de huid 182 verschillende soorten bacteriën. Door een verkeerde hygiëne wordt de kostbare huidflora vernietigd en wordt het risico op huidaandoeningen vergroot. Huidolie daarentegen voedt de huid en voorkomt uitdroging.

 

Dikke darm

De dikke darm is een belangrijke plaats voor bacteriën, daar bevindt zich immers de darmflora.  Ook hier domineert de Firmicutesbacteriën (55%) samen met de  Bacteroidetes (36%).  De darmflora werd voor het eerst door de Engelse bacterioloog Dr. Edward Bach bestudeerd in de  jaren dertig van de vorige eeuw. Dr. Bach is vooral bekend als grondlegger van de Bach Bloemenremedies. De darmflora heeft als taak de voedselresten die zich in de dikke darm bevinden verder te verteren en er de nodige bruikbare substanties uit te halen. Daardoor verhoogt men het verteringsrendement. Het  niet bruikbare wordt onder de vorm van feces afgeverd.  De Bacteroidetes thetaiotaomicron heeft als taak complexe koolhydraten (zetmeel) af te breken tot opneembare suikers. Bacteriën werken als afbrekers van plantaardig voedsel en helpen bij het vormen van vitaminen zoals vitaminen van het B-complex en vitamine K.  De darmflora heeft nog talrijke andere functies o.a. de opname van mineralen en spoorelementen,  het voorkomen van darmverstopping of diarree, de versterking van de immuniteit omdat zich daar de meeste afweercellen bevinden enz.  Een goede darmflora voert overtollige cholesterol af en ontlast de lever. De grote vijand van de darmflora is vlees, vis en in mindere mate kaas. Darmkanker komt steeds meer voor en  staat ongetwijfeld in verband met een onjuist eetpatroon.  Rauwkost en vooral voedsel met veel ballaststoffen zoals ruwe vezels zijn aan te bevelen. Gefermenteerd voedsel zoals natuuryoghurt ondersteunt de darmflora. De yoghurtbacteriën vestigen zich niet in de darm, maar werken als gastarbeiders zodat de darmflora zich sneller kan herstellen.

We moeten niet meer denken in goede en slechte bacteriën, maar ons lichaam zien als een ecosysteem en streven naar evenwichtig. Genezen is niets anders dan de verbroken harmonie herstellen. Dat bereiken we door onze voeding en levenswijze aan te passen en door voorzichtig te zijn met bacterievernietigende producten zoals dierlijk voedsel of industriële huidverzorgingsmiddelen.

17:05 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-15

Insecticiden doden insecten, vogels, vissen en mensen

Al geruime tijd kampen imkers met bijensterfte, maar het is nog erger dan men tot nog toe had gevreesd. Een rapport van EASAC, een groep van Europese wetenschappers, toont aan dat de grote boosdoener de ‘neonicotinoïden’ zijn. Deze insecticiden bedreigen niet alleen bijen, maar ook andere insecten zoals hommels en vlinders en zoals gevreesd werd ook vogels, vissen en uiteindelijk de mens. Als er te weinig insecten zijn, geraakt de bestuiving van fruitbomen in de war en dat betekent minder fruit. De natuur is één groot geheel waarin alles met alles is verbonden en als er één schakel ontbreekt, heeft dat grote gevolgen voor mens, dier en plant. Neonicotinoïden werden in de jaren negentig van de voorbije eeuw door de landbouw ingehaald als het ei van Columbus. Uit de naamgeving kunt u afleiden dat deze insecticide een soort nicotine bevat, die voor insecten zeer giftig is. Er is een ingenieus systeem ontwikkeld bij het behandelen van de zaadjes van gewassen waardoor deze ingekapseld worden in een coating van neonicotinoïden. Tijdens het groeiproces van de plant wordt deze nicotineachtige stof in de hele plant opgenomen zodat er een levenslange bescherming tegen insecten ontstaat.

Men beweert dat deze stof die in het gewas aanwezig is, niet schadelijk zou zijn voor de mens, maar dat is een lachertje. Deze insecticide heeft wel degelijk zijn schaduwzijde. Alle planten worden met insecticiden behandeld en niet alleen die door bladluizen zijn aangetast. Een ander nadeel is dat de neonicotinoïden veel langer in het milieu blijven dan eerst werd gedacht. Het zijn de insecten die het gif van de planten verspreiden. De stof wordt al langer in verband gebracht met de grote bijensterfte. De bijen worden er zodanig door aangetast dat zij hun oriëntatievermogen kwijt geraken. Zij geraken tijdens hun vele zoektochten naar nectar niet meer terug in de korf of kast. Neonicotinoïden werken in op het centrale zenuwstelsel van de insecten en ze blokkeren de overdracht van zenuwimpulsen waardoor de insecten stoppen met eten, geraken verlamd en sterven uiteindelijk door uithongering en uitdroging. Deze giftige stof zit in mindere mate ook in de nectar en het stuifmeel van de behandelde plant. Er zijn onderzoeken uitgevoerd op het vogelbestand waarbij aangetoond werd dat de achteruitgang zeker in verband kan gebracht worden door het veelvuldig gebruik van insecticiden op basis van neonicotinoïden. Uiteraard zijn er ook andere insecticiden verantwoordelijk voor de achteruitgang van het vogelbestand alsook door de intensieve landbouw. De verschraling van de insecten betekent minder voedsel voor de vogels.

De Europese Unie heeft in 2013 een verbod ingesteld op het gebruik van neonicotinoïden, maar dat verbod beperkt zich tot gewassen als koolzaad. Het is onbegrijpelijk dat de EU dit wel toelaat op andere gewassen zoals bijvoorbeeld aardappelen en bieten omdat deze gewassen niet door bijen worden bezocht. Dat is een kortzichtige redenering. Insecticiden worden echter door andere insecten en door de wind verspreid. Dit betekent dat het hele ecosysteem er door wordt aangetast. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de oppervlaktewateren zeer grote hoeveelheden neonicotinoïden bevatten. Ook in België is er onderzoek geweest, maar de resultaten van dit onderzoek zijn tot op heden nog niet bekend gemaakt. Men vreest dat de negatieve gevolgen voor het onderwaterleven zeer groot zijn, zeker op iets langere termijn. Onderzoekers zijn er nu al zeker dat de impact altijd onderschat is geweest. Uit studies blijkt dat twee met neonicotinoïde bewerkte zaadjes voldoende zijn om een huismus te doden.

Eind 2015 beslist de EU of het verbod op deze insecticide wordt gehandhaafd en uitgebreid. De Europese wetenschappers van EASAC en de milieuorganisaties zijn van mening dat een totaal verbod noodzakelijk is. De ECPA of de Vereniging van de Europese fabrikanten van bestrijdingsmiddelen (pesticiden) zijn boos, maar hopelijk zal de EU niet zwichten voor het belang van het groot kapitaal. De ECPA gaat er vanuit dat de bijensterfte wellicht wordt veroorzaakt door het varroamijt en noemen het onderzoek van de Europese wetenschappers bevooroordeeld, misleidend en selectief. Het gaat hier niet alleen om bijen, maar om talrijke andere insecten, vogels, vissen en zelfs om de mens. De overheden hebben de neiging om een toelaatbare hoeveelheden residu’s op voedingsmiddelen toe te staan, maar dat kan niet. Voor alles wat voor menselijke consumptie bestemd is, geldt maar een norm: nul tolerantie. Uit een recent onderzoek is gebleken dat 45% van de voedingsmiddelen residu’s van pesticiden bevat. Uit recent onderzoek is gebleken dat residu’s van pesticiden op voedingsmiddelen bij mannen de hoeveelheid zaadcellen met 49% doet dalen, terwijl er 32% minder gezonde spermacellen overblijven.

De overheid hanteert onder invloed van de land- en tuinbouworganisaties een verkeerd uitgangspunt. Zolang niet is bewezen dat een pesticide schadelijk is, mag ze gebruikt worden. Omdat onderzoekers zich vaak tegenspreken of onderzoeken in twijfel worden gebracht, kan het jaren duren eer de overheid een verbod uitvaardigt. Dat moet dringend anders. Zolang niet is bewezen dat een pesticide onschadelijk is, mag ze niet worden gebruikt. Het hele ecosysteem is de laatste zeventig jaar totaal vervuild, niet alleen door pesticiden, maar door talrijke andere schadelijke stoffen. Politici proberen ons te doen geloven dat het best meevalt met het milieu, maar dat is helaas niet zo. Er is vooruitgang geboekt, er zijn milieuregels, er is een minister van milieu, maar we leven constant in een vervuild milieu. De kwaliteit van de gezondheid van de mens is afhankelijk van de kwaliteit van het milieu.

 

Rozenbottel

Japanse wetenschappers hebben ontdekt dat een rozenbottelextract het lichaamsgewicht bij overgewicht doet dalen. Vooral het onderhuids buikvet en orgaanvet zou er door verminderen. Het gaat om het gevaarlijke visceraal vet dat bij het appelmodel voorkomt en gevaarlijk is voor hart- en vaatziekten.

10:58 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-04-15

E-sigaret is kankerverwekkend

Op het ogenblik dat het rookverbod zijn intrede deed, zijn handige jongens op het idee gekomen om de elektronische sigaret te ontwikkelen als alternatief. De e-sigaret werd aanvankelijk in de media en op internet geprezen als een ideaal rookstopmiddel. Nu denkt men daar anders over. Volgens een nieuw rapport van de Nederlandse overheid bevat de damp van een e-sigaret kankerverwekkende stoffen. Hetzelfde geldt voor de shisha-pen, een variant met verschillende smaken die almaar populairder wordt bij tieners. Experts zijn verontwaardigd dat jongeren onder de zestien zo’n shisha-pen kunnen kopen. Er zijn e-sigaretten met en zonder nicotine, maar nicotinevrije e-sigaretten blijven even gevaarlijk en ongezond. In het nieuwe rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) lezen we letterlijk: ‘De e-sigaret bevat geen nicotine of teer, maar de concentraties van het schadelijk nikkel, lood, cadmium en arseen ligt haast even hoog als bij gewone sigaretten.’ Verder zegt het rapport: ‘De dampen van de e-sigaretten inhaleren, kan leiden tot irritatie en schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker. Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) neemt eerder een afwachtende houding aan. ’Er zitten zelfs stoffen in e-sigaretten die nog niet helemaal uitgeklaard zijn. Het is nog even afwachten of ze al dan niet schadelijk zijn en wat het effect is op langere termijn.’ Waarom deze treuzelende houding? Zelfs als de e-sigaret onschadelijk zou zijn, wat met de huidige kennis niet het geval is, moet ze ontraden worden. De e-sigaret zet aan tot roken, want ze houdt een slechte gewoonte in stand en vroeg of laat grijpt men terug naar de gewone sigaret. Men schakelt gewoon van de ene vorm van verslaving over op de andere.

 

De shisha-pen vormt een groot probleem voor jongeren. Omdat men onder de 16 geen gewone sigaretten mag roken en zelfs niet kopen, is de verleiding groot om zijn toevlucht te zoeken bij de shisha-pen. Jongeren kunnen in iedere krantenwinkel een shisha-pen legaal aanschaffen. Roken is voor veel jongeren een uitdaging, het is stoer, getuigt van durf, men zet sneller een stap in de wereld van de volwassenen, denkt men. Veel ouders weten niet dat de shisha-pen ongezond is en verbieden ze niet. De shisha-pennen bestaan in hippe kleuren en smaken en sluiten naadloos aan op de fantasierijke leefwereld van de jongeren. Daar hebben de fabrikanten doelbewust voor gekozen. Het is een ideale voorbereiding om een nieuwe generatie aan te zetten tot roken. Want roken is een ritueel en heeft altijd al behoord tot de jongerencultuur. Bovendien hanteert de overheid voor shisha-pennen andere regels. Roken begint altijd op een speelse en onschuldige manier en men merkt niet dat deze gewoonte een verslaving wordt waar men moeilijk van afgeraakt. Roken is niet alleen erg duur, maar het ondermijnt de hele gezondheid. Ondanks de dure ontradingscampagne blijft een groot deel van de bevolking roken of schakelen over op de e-sigaret. Het verslavend effect wordt versterkt door allerlei psychische en emotionele problemen. Wie onder permanente stress staat, zich niet lekker in zijn vel voelt, met emotionele problemen worstelt, slaagt er niet in om de sigaret te doven.

 

De overheden in heel Europa houden er een dubbele moraal op na. Er worden talrijke initiatieven genomen om het roken te ontmoedigen. We zien rokers in regen en wind buiten staan om snel een sigaretje te roken. In openbare gebouwen is er een absoluut rookverbod en overtredingen worden verbaliseerd. Openbare terrassen vallen daar niet onder zodat rokers en niet rokers door elkaar zitten en flink meeroken. In België, een klein landje, hoesten de rokers ieder jaar meer dan 2 miljard euro op! Geld dat al te gemakkelijk in de lege staatskas vloeit. Het is niet vreemd dat de Federale regering tegen de invoering van witte pakjes sigaretten heeft gestemd. Men vreest dat als niemand meer zou roken er een begrotingsprobleem zou ontstaan. Dat is een kortzichtige redenering want in dat geval zou de overheid minder uitgaven hebben om de gevolgen van het roken op te vangen. Het probleem dat zich nu stelt, is de opmars van de e-sigaret tegen te houden en dat kan niet zo moeilijk zijn. Objectieve informatie is het beste middel om dit doel te bereiken.

 

Het Nederlandse rapport benadrukt dat sommige shisha-pennen schadelijker zijn dan andere. Dit heeft vooral te maken met de sterkte van de batterij. Bijvoorbeeld, een met een batterij van vijf volt is liefst 15 keer schadelijker dan eentje met 3 volt. In Nederland maakt men er werk van en streeft men er naar om een minimumleeftijd van 18 jaar in te voeren voor alle e-sigaretten, net zoals voor gewone sigaretten in Nederland. In België talmt men, want eerst moeten er nieuwe bijkomende onderzoeken worden uitgevoerd en wacht men het advies af van de Hoge Gezondheidsraad. Inmiddels blijft de deur open zodat jongeren op een schijnbare onschuldige wijze de weg naar de sigaret ontdekken. Op Internet wordt de shisha-pen voorgesteld als een exclusief revolutionair product en wordt omschreven als een elektrische draagbare waterpijp. Door een speciaal systeem wordt een aroma verhit zodat de smaakstof dieper doordringt. Het is opvallend dat de fabrikanten smaken kiezen van gezonde vruchten en kruiden zoals ananas, aardbei, appel, bosbes, druif, tijm, lavendel enz. Het gaat hier om synthetische smaakstoffen die vaak niet zonder gevaar zijn. Laten we niet blijven treuzelen, maar zo snel mogelijk de jongeren op een objectieve en gegronde manier voorlichten. De afstand tussen de e-sigaret en de gewone sigaret is flinterdun, maar tussen roken, alcoholgebruik en drugs is de afstand eveneens klein. Jongeren leven in een sterk veranderende wereld, kampen met veel maatschappelijke problemen, missen stabiliteit want de toekomst is onzeker. Bovendien worden we haast iedere minuut via de media geconfronteerd met een bedreigende wereld. Het is logisch dat jongeren niet graag hiermee geconfronteerd worden en gemakkelijk vluchten in de aantrekkelijke geuren van een shisha-pen.

09:54 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-04-15

Jongeren sporten te veel

 

 

 

 

Regelmatig vernemen we via de media dat jongeren te weinig bewegen omdat ze vastgekleefd zitten aan hun digitale spelletjes, I-pad, laptop of computer. Zelfs kleutertjes bewegen zich onvoldoende en lijden aan overgewicht. Het omgekeerde is eveneens waar. Veel jongeren sporten te veel en dat is niet zonder gevaar, zegt Dr. Tom Teulingkx, sportarts en voorzitter van de Vereniging Sport- en Keuringsartsen (SKA). Hij is absoluut voorstander dat jongeren bewegen en sporten, maar dat mag niet op basis van prestatiedrang. Steeds meer sportertjes belanden al op jonge leeftijd in de lappenmand omdat ze bij hun sportclub te vaak en te hard moeten trainen. Dr. Teulingkx zegt: ‘Ik zie bij kinderen, soms jonger dan tien jaar, steeds vaker overbelastingletsels opduiken die ik vroeger alleen bij volwassenen zag.’ Overbelasting op jongere leeftijd kan dramatische gevolgen hebben zoals chronische peesklachten of een misvormd bot. Het is absoluut fout om kinderen op zo’n jonge leeftijd zoveel te laten trainen en zeker in één sporttak. Ik krijg in mijn praktijk voetballertjes van amper 9 jaar over de vloer die kampen met een overbelasting, zoals bijvoorbeeld een geïrriteerde achillespees of een ontstoken beenvlies. En zij zijn jammer genoeg geen uitzondering. Steeds meer jonge sportertjes moeten tegenwoordig behandeld worden. Naast voetbal zijn dat voornamelijk basketbal, handbal en gymnastiek. In deze sporten zijn het meestal de onderste ledematen die overbelast geraken en vaak gaat het dan om groeigerelateerde blessures. Als het bot te snel groeit en pezen en de spieren kunnen niet volgen, dan krijg je bijvoorbeeld knie- en hielletsels.

 

Het is de aanpak die totaal uit de hand is gelopen. Jonge sporters beschouwt men te gemakkelijk als volwassen topsporters. Vroeger trainden jonge voetballertjes van 10 jaar één keer per week, nu trainen ze drie keer per week en spelen ze nog een wedstrijd. Dit is niet vreemd voor een samenleving waar zowel ouders als trainers zich door prestatiedrang laten leiden. Men houdt er geen rekening mee dat jonge sportertjes in hun groeifase zijn, dat gewrichten, botten, spieren en pezen nog onvolgroeid zijn. In deze leeftijdsfase zijn er grenzen die voortdurend worden overschreden. Bovendien krijgen zij geen kans om te rusten. Trainingen gaan heel het jaar door. Tijdens de winter wordt in de sporthal op een harde ondergrond intensief geoefend en tijdens de vakanties worden er kampen en toernooien georganiseerd. Op geen enkel ogenblik krijgen sportertjes de kans om hun lichaam tot rust te laten komen. Het bijhouden van een groeicurve is noodzakelijk om na te gaan in welke mate kinderen en jongeren kunnen belast worden. Sport moet voor kinderen een spel blijven, een gezonde vorm van vrijetijdsbesteding. Er moet competitie zijn, dat is eigen aan sport, maar wel een gezonde en beheersbare competitie die aan de leeftijd is aangepast. De meest voorkomende botletsels die bij jonge sporters door overbelasting voor komen zijn:

 

·    Springersknie

Dit is een irritatie van de onderste knieschijfpees en wordt veroorzaakt door te   weinig basistraining, gevolgd door te veel springen, schoppen en lopen.

·    Scheenbeenpijn (shin splints)

Dit is een ontsteking van het beenvlies en wordt gezien als beginnende stressfractuur. Wordt meestal veroorzaakt door te weinig basistraining, gevolgd door teveel lopen op een harde ondergrond.

·    Ziekte van Sever

Dit is een pijn aan het hechtpunt van de achillespees aan het hielbeen, veroorzaakt door te weinig basistraining, gevolgd door te veel lopen en springen.

·    Wervelverschuiving (spondylolisthesis)

Dit is een verschuiving tussen twee wervels voor- en achterwaarts, veroorzaakt door overmatig buigen en strekken van de lage rug.

·    Wervelboogbreuk (spondylolyn)

Het gaat hier om een stressfractuur met eventueel een geheel of gedeeltelijk afbreken van de wervelboog. Wordt veroorzaakt door overmatig buigen en strekken van de lage rug.

 

Dr. Teulingkx geeft een aantal goede tips voor sportclubs om hun jonge spelertjes te sparen en niet verder te overbelasten. Hij zegt: ‘Het zou veel beter zijn om kinderen verschillende sporten tegelijk te laten beoefenen omdat ze zo een evenwichtiger lichaam kunnen opbouwen. Wie één sport beoefent, gebruikt systematisch dezelfde gewrichten en spiergroepen met kwetsuren als gevolg. Dr. Teulingkx wijst er op dat dit alleen kan als er op lokaal niveau door verschillende sportclubs wordt samengewerkt. Sportclubs proberen hun leden zoveel mogelijk aan zich te binden omdat ze dan meer lidgeld en subsidies opstrijken. Vaak opteren sportclubs bewust voor een strak trainingsschema zodat hun leden geen kans krijgen om een andere sport te beoefenen. Het ligt voor de hand dat de overheid dringend met sportartsen en sportclubs aan tafel moet gaan zitten om een halt toe te roepen aan de vernietigende werking van onverantwoord sporten bij kinderen en jongeren. Er is behoefte aan een compleet nieuw concept dat steunt op creativiteit, vrije tijdsbesteding, ontspanning en fysieke ontwikkeling zonder enige vorm van prestatiedrang en met behoud van gezonde competitie. Dit nieuwe concept moet gericht zijn op variatie en moet afwisseling bieden tussen actie en rust en in ieder geval gericht zijn op het bevorderen van de gezondheid, de fysieke, mentale en emotionele ontwikkeling van het kind. Een totale aanpak, zoals gebruikelijk in de complementaire gezondheidzorg, moet voorop staan. Een herziening van het subsidiebeleid is een onmisbaar instrument om deze wantoestanden bij te sturen. Blessures bij jongeren kunnen vermeden worden als men rekening houdt met de tips van Dr. Teulingkx. 

 

1.  Overdrijf niet met trainingsschema’s.

Drie trainingen per week is voor sportertjes rond 10 jaar te veel. Twee trainingen is zeker voldoende.

2.  Breng variatie in de trainingen.

In plaats van een veldtraining kan je met voetballertjes (of spelers uit een andere sporttak) ook leuke oefeningen doen in een zwembad of op de fiets.

 

3.  Belast jonge sportertjes zo weinig mogelijk met verre verplaatsingen.

Naar de andere kant van het land rijden voor één wedstrijd heeft geen zin.

4.  Wees alert voor symptomen die op blessures bij sportertjes kunnen wijzen.

Een kind toont dat immers niet altijd. Als een kind slecht slaapt, vermoeid of prikkelbaar is, kan dat wijzen op een mentale of fysieke overbelasting.

5.  Laat een kind dat overbelast is, lang genoeg rusten.

Voor kinderen is het heel moeilijk om te begrijpen dat ze wekenlang niet mogen sporten tot hun letsel genezen is, maar probeer hun dat toch duidelijk te maken.

 

09:58 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-04-15

Gezondheid Hoeft niet duur te zijn

Gezondheid is kostbaar, maar niet noodzakelijk kostbaar of duur. Het streven naar een goede gezondheid hoeft niet gepaard te gaan met peperdure fitnessabonnementen, dure lichaamsverzorgingsproducten, nutteloze supplementen of medicijnen. Gezondheid is inherent aan het leven. We weten allemaal dat de moderne levenswijze en het vervuilde milieu een bedreiging inhouden voor onze gezondheid. Daarom kent gezondheid zoveel aandacht. Gezondheid is niet te koop, maar ligt voor een groot deel in onze eigen handen. Hippocrates, grondlegger van de natuurgeneeskunde, heeft 2.500 jaar geleden daar al op gewezen. Ondanks familiale en genetische belasting, blijven we voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor onze gezondheid, was zijn standpunt. Hier volgen een aantal tips om goedkoop gezond te worden en het te blijven.

 

1. Ontbijt

Begin de dag met een fruitontbijt. Niets is zo eenvoudig en zo heerlijk. Aanvankelijk krijgt u het gevoel niet verzadigd te geraken, maar dat valt best mee. Als u traag eet en goed kauwt komen de suikers van het fruit in uw bloed terecht en stijgt de bloedsuikerspiegel. Dat zorgt voor een verzadigingsgevoel. Omdat fruit veel ballaststoffen bevat is er een lage glycemische index (GI), d.w.z. dat de suikers traag worden vrijgegeven wat gunstig is. Het kan wel gebeuren dat u in de ochtend geeuwt van de honger, maar dat is een aanpassing die spontaan verdwijnt. Een fruitontbijt bestaat uit één tot maximaal drie soorten fruit, al dan niet in combinatie met yoghurt of slagroom. Voeg er geen noten of graanvlokken aan toe (muesli) want dat bemoeilijkt de vertering (zie goede voedselcombinaties).

 

2. Tanden poetsen

Poetsen houdt niet alleen de tanden gezond, maar voorkomt tandvleesontsteking (parodontitis). Onze tanden zijn zo sterk dat men er grote gewichten mee kan opheffen. Eenmaal aangevreten gaan ze snel kapot. Een slecht gebit is schadelijk voor heel het organisme. Cardiologen hechten enorm veel belang aan een goed verzorgd gebit. Veel voorkomende klachten als hartinfarct, longontsteking, suikerziekte, vroeggeboorte, hersenbloeding, ontsteking aan kunsthartkleppen of een kunstheup kunnen er door veroorzaakt worden.

 

3. Wees matig met het slikken van middelen

Gebruik alleen medicijnen die de arts u aanbeveelt bij een uitgesproken ziekte. Neem geen nutteloze voedingssupplementen waarvan het effect niet bewezen is. Vitaminen en mineralen vinden we in overvloed in vers fruit, rauwe groenten, noten, zaden en pitten. Onze voedingsmiddelen leveren alles wat we nodig hebben en kunnen niet door tabletjes of capsules vervangen worden.

 

4. Goede fysieke houding

Neem een goede fysieke houding aan zowel thuis, op het werk als in de auto. Blijf niet te lang in dezelfde houding zitten, strek regelmatig uw benen, armen, beweeg schouders en hoofd. Doe dit spontaan en onopvallend.

 

5. Lachen is gezond

Lachen is een uiting van positieve gevoelens en is een goede stressontlader. Wie hartelijk kan lachen is gezond. Lachen doet alles vergeten en versterkt de immuniteit. Lachen doet men nooit alleen, het zorgt voor sociaal contact.

 

6. Hersengymnastiek

Hersenen takelen steeds sneller af en dat zorgt voor dementie, vooral Alzheimer is een gevreesde ziekte. Om dit te voorkomen is het goed om mentaal actief te blijven. Het volgen van cursussen, kijken naar documentaires, deelnemen aan lezingen en workshops, de actualiteit volgen, ingaan op maatschappelijke discussies. Dit zijn allemaal goede vormen van hersengymnastiek. Alzheimer ontstaat gemakkelijk door langdurige mentale belasting. Mensen denken zich ziek omdat ze verkeerd omgaan met hun mentale mogelijkheden zoals té veel piekeren, studeren onder druk, beroepshalve teveel bezig zijn zonder onderbreking. Oefen u in gezond denken, maar probeer het denken op tijd en stond uit te schakelen om de hersenen tot rust te brengen. Gedachteloosheid is de kracht van de ontspanning.

 

7. Positieve instelling

Positieve instelling heeft een geweldige invloed op de gezondheid, de immuniteit en de levensverwachtingen. Positief denken berust op de mogelijkheid om te relativeren. Het mag geen vlucht zijn, geen ontwijking van problemen, geen zelfbedrog, maar wel problemen juist aanpakken en ze oplossen. Positief denken is een mentaliteit die men zich moet aankweken. Controleer iedere dag op uw negatieve instelling en uw pessimisme.

 

8. Gezonde slaap

De levenskwaliteit wordt door de slaap bepaald. Voldoende slaap is onontbeerlijk voor een goede gezondheid. Een regelmatig slaappatroon met 7 à 8 uren diepe slaap verlengt het leven. Tijdens de slaap worden afvalstoffen uit het hele organisme opgeruimd en uitgescheiden via het nachtelijk zweet, stoelgang, urine en ademhaling. Bij een gezonde slaap behoren dromen om de spanningen van de voorbije dag te verwerken.

 

9. Beweging

Leven is beweging, stilstand is dood. Beweging, zonder te overdrijven, is absoluut nodig om gezond te zijn. Beweging stimuleert de bloeddoorstroming, versnelt de leverwerking, verhoogt de ademhaling, doet spieren en pezen samentrekken en ontspannen, prikkelt de darmbeweging en verbetert de ontlasting, legt het denken stil en brengt diepe en gezonde rust. Iedereen moet kiezen voor een geschikte vorm van beweging die bij hem past. Het moet aangenaam blijven en mag niet prestatiegericht zijn. Overdrijven kan levensgevaarlijk zijn.

 

10. Gezonde hygiëne

Regelmatig de handen wassen, zeker voor het eten en na toiletbezoek of als men in contact is geweest met chemicaliën of andere giftige stoffen, behoren tot de gezonde leefregels. Opgelet, het hygiënisch zijn mag men niet overdrijven. We leven in deze tijd iets te proper en wassen de goede en de slechte bacteriën weg, gebruiken teveel en te onverantwoord allerlei hygiënische middelen waar we echt niet beter van worden. Het onderdrukken van okselzweet is gevaarlijk. Luister liever naar al deze signalen die er op wijzen dat het van binnen niet zo netjes is. Sommige mensen hebben te veel okselklieren en zweten daardoor overdreven, maar dat zijn uitzonderingen.

 

11. Drink regelmatig, maar overdrijf niet

Naast zuurstof is vocht de belangrijkste substantie die ons lichaam nodig heeft. Het meeste vocht moeten we halen uit waterrijk voedsel en kan aangevuld worden met kruidenthee, bronwater of sap van fruit of groenten. Drink vooral als u dorst hebt, maar overdrijf niet. Veel mensen drinken dwangmatig 2 tot 3 liter water per dag en menen dat zij daar niet zonder kunnen. Voor hen is een flesje water het onmisbare attribuut dat men overal bij zich draagt. Bij ernstige lichamelijke vervuiling, bij het veelvuldig gebruik van zout, specerijen, medicijnen, koffie, alcohol of cola kan het zinvol zijn om grote hoeveelheden te drinken. Er moet immers veel worden doorgespoeld. Bij een gezonde voeding en levenswijze heeft het lichaam geen behoefte aan grote hoeveelheden extra water. Als men overdreven veel drinkt, belast men de nieren of loopt men het risico op watervergiftiging.

 

12. Open lucht

Als mens hebben we zuurstof, licht en warmte nodig. De moderne mens leeft teveel binnen, brengt teveel tijd door in de auto, op kantoor of voor tv. Verlucht regelmatig uw woning, maar kom zelf ook voldoende buiten. Als de weersomstandigheden het toelaten geniet dan van de buitenlucht. Beweeg liever in de openlucht dan in een fitnessruimte waar iedereen zijn gifstoffen uitzweet.

 

13. Hobby

Het beoefenen van een hobby heeft een gunstige invloed op de gezondheid. Dit is te verklaren door het feit dat u bij het beoefenen ervan gemakkelijk alle zorgen en beslommeringen vergeet. U gaat helemaal op in uw hobby en u leeft zich op een aangename manier uit. Het resultaat dat u bij het beoefenen van een hobby bereikt, geeft grote voldoening. Alles wat u graag doet en waarvoor u voldoende gedreven bent, kan als hobby beschouwd worden.

 

14. Gezonde voeding

Niet alleen het ontbijt, alle maaltijden moeten goed verzorgd worden. Neem rustig de tijd om te eten, kauw het eten goed en sta niet te snel op van tafel. Het spijsverteringsstelsel werkt alleen in rusttoestand. Doe geen zware inspanningen vlak na een maaltijd. Geef de voorkeur aan voedingsmiddelen die u vers aankoopt en zelf bereidt en beperk zoveel mogelijk voedingsproducten en kant-en-klare maaltijden. Voedingsmiddelen bevatten levenskracht terwijl de voedingsstoffen ongeschonden zijn. Voedingsproducten worden in de fabriek samengesteld en industrieel bereidt en bevatten altijd voedingsadditieven (E-nummers). Bij iedere bereiding, maar vooral bij industriële productie vermindert de kwaliteit van de voedingsstoffen. Voedingsproducten zijn minderwaardig.

 

15. Geestelijk voedsel

Gezondheid hangt nauw samen met onze geestelijke, morele en spirituele instelling. Onze huidige samenleving is zodanig materialistisch dat normen en waarden zo goed als verloren zijn gegaan. In deze ontspoorde wereld zijn velen op zoek naar een dieper gevoel van eenheid en verbondenheid. Dit is een individueel gevoel dat iedereen op zijn manier moet invullen. Dit geeft een meerwaarde aan het leven, neemt angst en onzekerheid weg en verhoogt de levensvreugde. Gezondheid is meer dan alleen een aantal tips uitvoeren. Gezond zijn is leven in harmonie met zichzelf en met zijn omgeving. Wie de eenheid tussen lichaam en geest heeft bereikt, is gezond.

 

16. Ecologische voetafdruk

Deze tips helpen u om goed en goedkoop gezond te leven, maar ze verkleinen tegelijkertijd uw ecologische voetafdruk. Door voorkeur te geven aan voedingsmiddelen, belast u veel minder het milieu. Denk alleen maar aan de verpakking van voedingsproducten die nu overbodig wordt. Door minder of geen vlees te eten bent u echt milieuvriendelijk bezig. De bio-industrie is een van de meest vervuilende sectoren. Men heeft gemiddeld 7 kg plantaardig eiwit nodig in de vorm van veevoeder om slechts 1 kg dierlijk eiwit over te houden. Door u gezond te voeden doet u niet mee aan voedselverkwisting, gaat u zuinig om met energie en toont u een veel groter respect tegenover de natuur.

15:34 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-04-15

EEN GEBROKEN HART ONDER INVLOED VAN ONZE GEVOELENS

Het is een bekende uitdrukking: hij is gestorven aan een gebroken hart. Het is een oude, maar universele wijsheid. Geen enkele ziekte kan ontkoppeld worden aan de innerlijke instelling van een mens. Positieve  gevoelens hebben een grote invloed op onze gezondheid. In de natuurgeneeskunde worden lichaam en geest als een eenheid beschouwd. Van verdriet kan men ziek worden en van een ziekte verdrietig.  Het is een wisselwerking waar in de reguliere gezondheidzorg nauwelijks rekening mee wordt gehouden. Verdriet en andere negatieve emoties verzwakken de immuniteit en maken ons vatbaar voor allerlei ziekten. Het is niet het verdriet, de angsten en zorgen die ons ziek maken, maar wel de wijze waarop we daarmee omgaan. Wij mogen intens verdriet niet meteen koppelen aan hart- en vaatziekten omdat er zoveel andere factoren een rol kunnen spelen. Wie geconfronteerd wordt met een onnoemelijk verdriet krijgt daarvan geen hartinfarct tenzij men het zwak hart heeft of aan een hartziekte lijdt. Het hart is in alle culturen het symbool van het gevoelsleven en van de liefde. Wie verliefd is, voelt dat zijn hart sneller klopt en wie verdrietig is krijgt een zwaar gevoel op de borstkas en vooral in de hartstreek. Het hart is een gevoelsorgaan en daarom is het zo belangrijk in het perspectief van de preventie om aan het gevoelsleven te werken en negatieve emoties te voorkomen. 

Het opsporen van risicofactoren is zinvol omdat veel mensen zich er niet van bewust zijn risico’s te lopen. Het doel van het opsporen van negatieve emotie is werken aan zichzelf om te voorkomen dat men vroeg of laat door een hartinfarct wordt getroffen. Wie zijn risicofactoren kent, kan deze door eigen inzet verkleinen of uitschakelen. De natuurgeneeskunde biedt ontzettend veel mogelijkheden. Gezonde voeding, natuurlijke levenswijze en een positieve instelling zijn doorslaggevend, maar ook stressbeheersing en omgaan met zijn gevoelens. Extraverte mensen uiten hun gevoelens meteen, ze smijten hun zorgen van zich af, maar ze leven vaak te intens, uiten hun woede en frustraties vaak te heftig af, zijn onrustig en lijden vaak aan stress. Introverte mensen houden alles vast. Ze onderdrukken hun negatieve gevoelens, koesteren vaak hun zorgen en laten zelden blijken dat er iets niet in orde is. Dat is een grote belasting en een verhoging van het risico. 

U kunt een eenvoudige test afnemen om na te gaan of uw hart al dan niet belast is. Denk rustig na, wees eerlijk tegen uzelf en zet een kruisje alleen wat bij u past. Het aantal kruisjes zegt iets over uw persoonlijke risico’s. Tel ze allemaal samen en deel ze door twee, dan kent u het percentage van uw risico. Bij 12 kruisjes ligt uw risico op 60%, bij 10 op 50%. Herhaal deze test na drie maanden en dan merkt u de verbetering en dat betekent de verkleining van het risico. Deze test is een handig middel om uzelf te verbeteren. Zit u boven de 60%, geraak dan niet in paniek, maar verbeter uw leven. 

0 Ik heb veel vuur in mijn in temperament.

0 Ik leef heel intens, ben heel gedreven en handel gemakkelijk impulsief.

0 Ik ben erg nerveus en onrustig.

0 Ik ben heel gevoelig voor stress.

0 Ik laat mijn gevoelens niet gemakkelijk los.

0 Ik ben naar binnen gekeerd (introvert).

0 Ik ben aan bepaalde gewoontes en tradities gebonden en laat dat moeilijk los.

0 Ik ben een harde werker en een perfectionist.

0 Ik ben familiaal belast.

0 Ik rook al vele jaren.

0 Ik heb regelmatig hoge bloeddruk en neem hiervoor medicamenten.

0 Mijn cholesterol ligt aan de hoge kant.

0 Ik lijdt aan overgewicht.

0 Ik eet veel vlees.

0 Ik eet weinig fruit (minder dan drie stuks per dag) en eet niet zoveel groenten.

0 Ik ben suikerpatiënt.

0 Ik doe weinig aan beweging.

0 Het gaat niet goed met mijn relatie of gezin.

0 Ik heb zorgen die ik niet kan uiten

0 De werksfeer is niet prettig (beroep).

11:14 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-03-15

De genezende kracht van het placebo!

De universiteit van Maastricht heeft enkele jaren geleden een onderzoek uitgevoerd op 128 patiënten uit Belgisch- en Nederlands-Limburg. Met dit onderzoek wilde men nagaan of de houding van een arts invloed heeft op het genezingsproces. De conclusie is verpletterend: wie een positief ingestelde huisarts heeft, geneest niet sneller van zijn ziekte. Bij de helft van de patiënten nam de huisarts een positieve houding aan: heldere diagnose, de verzekering dat het probleem snel zou verdwijnen. Bij andere patiënten vertelde de arts dat hij het niet precies wist en ze kregen de raad nog eens terug te komen. De houding van de huisarts heeft, volgens dit onderzoek, weinig of geen invloed op het genezingsproces.

Dit Limburgs onderzoek toont aan dat de onderzoekers weinig inzicht en ervaring hebben met de genezende kracht van het positief denken. Het aantal patiënten is voor een dergelijk onderzoek erg gering alsook de duur van het onderzoek. Dit onderzoek bevestigt dat de huisartsen die hieraan hebben deelgenomen onvoldoende invloed hebben uitgeoefend op hun patiënten, m.a.w. zij hebben geen sterke uitstraling. Niet de instelling van de arts maar wel die van de patiënt heeft invloed op het ziekteproces. Dit onderzoek spreekt andere ernstige onderzoeken flink tegen.

Bij geneesmiddelenonderzoek krijgt de ene helft van de proefpersonen het te testen geneesmiddel en de andere groep een placebo terwijl ze allemaal aan dezelfde ziekte lijden. Een placebo is een geneesmiddel zonder genezende substantie en kan daardoor geen invloed uitoefenen op een genezingsproces. De arts die het onderzoek leidt weet niet wie het geneesmiddel of de placebo krijgt toegediend. Na afronding van het onderzoek kan men de efficiëntie van het geneesmiddel op de ziekte bepalen. Bijna altijd stelt men vast dat bij een aantal personen, dat een placebo heeft geslikt, de ziekte toch is verbeterd. De resultaten zijn soms beter dan bij hen die het geneesmiddel hebben gebruikt. Waarom helpt een placebo even goed en soms zelfs beter dan het geneesmiddel? Het antwoord is eenvoudig: het geloof in de genezing stimuleert de zelfgenezende kracht en de lichaamseigen pijnverzachting.

Er zijn ontelbare onderzoeken die hebben bevestigd dat een placebo wel degelijk een ziekte geneest en pijn verzacht of geheel doet verdwijnen. Dankzij de vooruitgang van het hersenonderzoek, heeft men inzicht gekregen in het werkingsmechanisme. Onderzoek op depressieve patiënten toonde aan dat een placebo dezelfde uitwerking had in de hersenen als bij de patiënt die effectief een antidepressivum kreeg toegediend. Met een hersenscan kon aangetoond worden dat dezelfde arealen in de hersenen veranderingen ondergingen. Het enige verschil dat soms werd vastgesteld bestond uit het aantal arealen. Het antidepressivum gedraagt zich objectief volgens zijn exacte chemische samenstelling, terwijl de invloed van de placebo subjectief is en bepaald wordt door de intensiteit van het geloof van de proefpersoon in zijn genezing.

In een Deens onderzoek blijkt dat het genezende effect bij placebo enkel kan verkregen worden als de patiënt wel degelijk een schijnmedicijn of een spuitje krijgt toegediend. De patiënt moet de overtuiging hebben dat hij wel degelijk werd behandeld. Placebo’s helpen als men er in gelooft. Wetenschappers gaan er vanuit dat de patiënt die er van overtuigd is te genezen of beter te worden bepaalde hoeveelheden dopanine in de hersenen produceert. Dit is een neurotransmitter die instaat voor de motivatie en een aantal fysiologische processen stimuleert. Een tekort aan dopanine veroorzaakt depressie, Parkinson en andere neurologische ziekten. Bij Parkinson worden neuronen of zenuwcellen sterk aangetast en vernietigd en toch tonen onderzoeken aan dat placebo bij Parkinson vrij goede resultaten geeft. Verder gaat men er vanuit dat bij het placebo-effect de productie van de pijnstillende endorfine gestimuleerd wordt.

Als placebo’s een aantoonbaar effect hebben, waarom worden ze dan uitsluitend gebruikt bij geneesmiddelenonderzoek en niet als bruikbaar medicijn? Het antwoord is duidelijk: het effect van een placebo is afhankelijk van de persoon die het gebruikt. Het is een subjectieve ervaring die van patiënt tot patiënt sterk verschilt. Het is niet zo dat iedereen die een placebo krijgt toegediend daar gunstige resultaten mee bereikt. Alleen zij die vanuit een bepaalde instelling bewust of onbewust een sterk geloof weten te ontwikkelen hebben daar iets aan. Het zou onverantwoord zijn dit algemeen toe te passen. Men neemt hierdoor patiënten hun noodzakelijke medische hulp weg. Een patiënt die ervan overtuigd is dat zijn arts of therapeut hem echt kan helpen en dat de voorgestelde therapie een gunstige invloed heeft op het genezingsproces, zal beter resultaat behalen dan iemand die daar kritisch tegenover staat.

Eeuwenlang berustte de geneeskunde bijna uitsluitend op het placebo-effect. Tovenaars, sjamanen, alchemisten, priesters en tempeldienaars gingen ervan uit dat een ziekte ontstond onder invloed van boze geesten of goden. Ziekte, zo werd er gezegd, had een bovennatuurlijk karakter en was een straf van de goden. De bedienaars van de geneeskunde gebruikten allerlei middeltjes, rituelen en offergaven om genezing af te smeken. Zij die een sterk geloof hadden, genazen snel. Twijfelaars hadden weinig of geen kans om te genezen. In die tijd werden de zieken wel vooraf verzorgd en dat gebeurde vaak op voortreffelijke wijze met geneeskrachtige kruiden, olie, water en andere natuurlijke substanties of eenvoudige behandelingen. Het echte genezingsproces gebeurde echter in de tempels. Het is de grote verdienste van Hippocrates zich tegen deze suggestieve geneeskunde te verzetten en een rationele geneeskunde te ontwikkelen waarbij de patiënt zijn eigen verantwoordelijkheid moest dragen. Iedere patiënt kan immers aan zijn eigen genezingsproces een bijdrage leveren door zich positief in te stellen.

In de suggestietherapie wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het placebo-effect maar vanuit een heel andere benadering. In het geneesmiddelenonderzoek werkt men met verscholen suggesties, de patiënt is immers ervan overtuigd dat hij een goed werkend medicijn slikt. Bij suggestietherapie echter werkt men met open en actieve suggesties. De patiënt weet dat het om een suggestie gaat. Hij moet zichzelf overtuigen dat hij iedere dag beter en beter wordt. In de natuurgeneeskunde vertrekt men vanuit het standpunt dat de therapie of het natuurlijke geneesmiddel wel degelijk een aantoonbare genezende werking moet hebben, terwijl een actieve suggestie als een toegevoegde waarde beschouwd wordt. Ook zonder suggestie moet een therapie of biologisch geneesmiddel werken.

20:24 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-15

HARTINFARCT KAN VOORKOMEN WORDEN

Een hartinfarct is een gevreesde kwaal die ondanks alle voorlichtingen over cholesterol en vetgebruik steeds meer voor komt. Zelfs vrouwen en jonge mensen worden er door getroffen. Toch kan een hartinfarct voorkomen worden door vroegtijdig de risico’s bij zichzelf op te sporen en zijn voeding en levenswijze aan te passen. Enkele jaren geleden had men de gewoonte om op het protocol van het bloedonderzoek de verhouding van de verschillende soorten cholesterol te vermelden. Daaruit werd de risicofactor voor een hartinfarct bepaald. Zwart op wit stond er te lezen hoe groot de kans was dat men voor zijn zestigste of vijfenzestigste leeftijd een hartinfarct kon krijgen. De goedbedoelde maatregel had een averechts effect. Patiënten geraakten in paniek en leefden met zo een intense angst dat zij inderdaad voor de aangegeven leeftijd een hartinfarct kregen. Te lang heeft men angst gebruikt als afschrikmiddel, maar dat werkt niet.

Te eenzijdig hebben wetenschappers zich blind gestaard op het gebruik van dierlijke vetten alsof dit de enige oorzaak zou zijn. Daar is nu gelukkig verandering ingekomen. Wereldwijd namen 15.152 mensen, die al een hartinfarct achter de rug hadden, deel aan de Interheart-studie. Volgens deze studie zijn zeven risico’s doorslaggevend. Aan de hand van deze risico’s kunnen negentig procent van alle hartinfarcten voorspeld worden, zegt de studie. Wij moeten niet voorspellen, maar wij moeten voorkomen dat mensen een hartinfarct krijgen.

Deze zeven risico’s zijn:

·      Roken

·      Ongunstige verhouding tussen bepaalde bloedvetten

·      Te hoge bloeddruk

·      Diabetes

·      Stress

·      Ongezonde voeding

·      Gebrek aan beweging

 

Toch worden in dit belangrijk onderzoek drie factoren vergeten, namelijk de familiale aanleg, het temperament en de expositie. Het is voldoende bekend dat roken de vaten aantast en de kans op een hartinfarct verhoogt. In dit onderzoek spreekt men niet meer van cholesterol of verzadigde vetzuren, maar wel van een ongunstige verhouding tussen bepaalde bloedvetten. Om het eenvoudig te stellen, mensen die veel vlees eten verhogen hun risico omdat zowel dierlijke vetten als een verhoogde consumptie van dierlijk eiwit nadelig is voor hart en vaten. Aanhoudende hoge bloeddruk is een bekend risico, maar staat niet op zichzelf. Het is eerder een gevolg van vernauwde vaten ten gevolge van het dichtslibben door een verkeerd vetgebruik, maar ook door stress en emotionele spanningen. Diabetici hebben meer kans een hartinfarct te krijgen en dat hangt samen met een aantal eigenschappen van deze ziekte zoals belasting van de nieren, verstoring van de waterhuishouding, verstoorde vet- en suikerstofwisseling.

Ongezonde voeding verhoogt de kans op een hartinfarct door een verstoring van de natrium-kalium verhouding. Zout wordt als goedkoop bewaringsmiddel door de voedingsindustrie massaal toegevoegd aan haast alle voedingsproducten terwijl kalium als natuurlijke inhoudsstof voor komt. Als mens hebben we erg weinig natrium (zout), maar veel kalium nodig. Natrium houdt het vocht vast en kalium scheidt het uit. Is deze verhouding verstoord, dan houdt men teveel vocht vast en dat is een belasting voor de nieren en het hart met hoge bloeddruk als gevolg. Terecht wijzen de onderzoekers van deze studie op het feit dat mensen die een hartinfarct krijgen te weinig fruit en groenten eten. Fruit en groenten zijn de beste leveranciers van kalium. Honderd gram banaan bijvoorbeeld bevat 1 mg natrium tegenover 382 mg kalium terwijl honderd gram erwten in blik 239 mg natrium bevat tegenover slechts 99 mg kalium. In de meeste voedingsproducten komt meer natrium dan kalium voor terwijl bij voedingsmiddelen dit juist omgekeerd is. Kalium is van bijzonder grote waarde voor onze gezondheid, maar is voor nierpatiënten een contra-indicatie. Zieke nieren zijn niet in staat om grote hoeveelheden water uit te scheiden. Gebrek aan beweging wordt eveneens gezien als een belangrijk risico. Daar schijnt iedereen zich van bewust te zijn. Bewegen is een nieuwe rage geworden.

 

Natuurgeneeskundige benadering

Deze wereldwijde Interheart-studie bevestigt voor een groot deel wat in de natuurgeneeskunde reeds lang bekend is. Een ziekte ontstaat nooit vanuit één oorzaak, maar vanuit meerdere ongunstige factoren. Een van de belangrijkste principes uit de natuurgeneeskunde luidt: ‘behandel de zieke in plaats van de ziekte’. Door zich op de zieke te richten is het gemakkelijker om een complex van negatieve factoren samen te brengen dat verantwoordelijk zijn voor het ontstaan of het uitlokken van een ziekte. Daarom vertrekken we altijd vanuit de constitutie, het temperament, de dispositie en de expositie.

 

De constitutie is de lichamelijke gesteldheid van een persoon en die is genetisch bepaald. Ieder mens is het resultaat van zijn ouders, grootouders en voorouders. Een stamboom is in feite een soort genetische trekker, gericht op het individu. Men erft niet alleen de kleur van het haar of de ogen, de lengte van de neus, vingers of tenen, de breedte van de mond, schouders of heupen, de grootte van de oren, handen of voeten, maar ook persoonskenmerken. De eigen inbreng zoals opvoeding, tijdgeest, eigen inzet en persoonlijkheidstrainingen staat altijd in verband met het aangeboren temperament. Vanuit de erfelijkheid is het te verklaren waarom in bepaalde families meer hart- en vaatziekten voor komen. Familiale belasting is een belangrijke factor waar men rekening mee moet houden. Komt men uit een familie waar bijna iedereen aan hoge bloeddruk lijdt, zal men zich preventief beschermen door er een gezonde voeding en levenswijze op na te houden. Men hoort vaak zeggen: het helpt niet want het zit bij ons in de familie. Juist daarom zal men zich extra verzorgen. Bovendien zal men ongunstige omgevingsfactoren (expositie) zoveel mogelijk vermijden zoals heftige discussies, aanhoudende stresstoestanden, problemen, werkdruk enz. Ook als men familiaal belast is, kan men ondanks alles gezond door het leven gaan.

13:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Gezonde vetten In plantaardige voedingsmiddelen

Al bijna veertig jaar horen we het verhaal dat vet slecht is en wordt aanbevolen om de hoeveelheid vet in de voeding te beperken, want vetarm eten schijnt gezond te zijn. Modellen voor voedingsvoorlichting houden misverstanden in leven en daar geraken we niet gemakkelijk van af. De werkelijkheid ligt heel anders: ons lichaam kan niet zonder vet. Ieder voedingsmiddel bevat vet, zelfs in fruit en groenten komen geringe hoeveelheden vet voor. Een kilogram appels levert 4 g vet en een kilogram kiwi’s zelfs 6 g. Bij groenten komen dezelfde hoeveelheden voor met hier en daar een uitschieter. Zo levert een kilogram tuinkers 14 g vet. Vetloos eten is theoretisch onmogelijk. Als we te weinig vet via onze voeding opnemen, maakt het lichaam zelf vet aan uit koolhydraten en indien nodig uit eiwit. Dat wijst er op dat we niet zonder vet kunnen. Plantaardig vet hebben we absoluut nodig, eventueel aan te vullen met melkvetten omdat die bij matig gebruik minder gevaarlijk zijn.

Er is een verband tussen eiwit en vet. Eiwitrijke voedingsmiddelen zoals vlees, vis, kaas, noten of zaden bevatten in verhouding veel vet. Vet bezit de eigenschap om de maagmotoriek door enterogastrische reflexen af te remmen, waardoor het eiwit langer in de maag blijft en beter wordt afgebroken. Vandaar dat eiwitrijke voedingsmiddelen altijd veel vet moeten bevatten, zoals de natuur dat aangeeft. Het gebruik van vetarm vlees, magere melk of kaas en andere magere eiwithoudende producten zijn af te raden omwille van een te snelle en onvoldoende vertering in de maag. Dit klinkt vreemd in een wereld waarin zoveel reclame wordt gemaakt voor vetarme producten.

Vetten afkomstig van vlees zijn schadelijk, niet alleen omdat zij overwegend verzadigde vetzuren bevatten, maar vooral omdat het harde vetten zijn. Melkvetten in melk, slagroom, boter of kaas hebben een laag smeltpunt en worden gerekend tot de vloeibare vetten. Deze vetten zijn bij matig gebruik nauwelijks schadelijk voor menselijke consumptie. Plantaardige vetten in noten, zaden, kiemen, pitten en in mindere mate in fruit en groenten, bevatten naast een geringe hoeveelheid verzadigde vetzuren (VV) overwegend enkelvoudig onverzadigde (EOV) en in mindere mate meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV). Het heeft weinig zin om vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren als slecht te beschouwen. Niet alle verzadigde vetzuren werken op dezelfde manier. Sommige verhogen de cholesterol in het bloed, andere het triglyceridengehalte en weer andere zijn neutraal. Meervoudig onverzadigde vetzuren, zoals safloerolie, ook distelolie genoemd, zijn lang geprezen als de allerbeste. Deze meervoudig onverzadigde vetzuren zijn gevoelig voor preoxidatie. Sommige van die preoxiden zijn schadelijk. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten overwegend onverzadigde vetzuren, maar er zijn uitzonderingen zoals kokosolie, palmolie en palmpitolie.

Het vetprobleem in het westerse voedingspatroon is hoofdzakelijk te wijten aan het veelvuldige gebruik van vlees en vleesproducten en het verwerken van dierlijk vet in talrijke voedingsproducten. Vegetariërs eten geen vlees en geen vis en krijgen daardoor weinig schadelijke vetten binnen. Vandaar dat zij het gebruik van plantaardig vet in de vorm van olie, oliesaus of mayonaise erg waarderen, eventueel aangevuld met melkvetten zoals boter, slagroom of kaas. Ook het gebruik van noten, zaden en pitten zijn goede leveranciers van vet. Een vegetariër gebruikt 40 à 80 g vet per dag. Dat is nog altijd lager dan de vleesetende consument met al zijn vetarme producten. Omdat men geen rekening houdt met de verscholen vetten die in zoveel voedingsproducten zijn verwerkt, beseft men niet hoeveel vet men per dag eet. Er is met absolute zekerheid aangetoond dat hart- en vaatziekten veel minder voorkomen onder vegetariërs. Alleen door minder vlees te eten, lost men het vetprobleem al voor een groot deel op.

13:19 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-02-15

Visolie is overbodig Omega-3 vetzuur in plantaardig voedsel

Voedingsdeskundigen lijden misschien niet aan orthorexie (eetstoornis), maar wel aan het ‘eenzijdigheidsyndroom’. Voeding is voor hen niets anders dan stoffen en delen van stoffen, waaraan allerlei positieve of negatieve eigenschappen worden toegeschreven. Het wordt voor de verbruiker steeds moeilijker om te weten wat er al dan niet mag gegeten worden.

Regelmatig besteden de media aandacht aan één bepaald aspect van de voeding en parallel daarmee verschijnen de reclamespots over allerlei middeltjes die rijk zijn aan een of andere bijzondere stof. Nog niet zolang geleden ging alle aandacht naar het gevaar van vrije radicalen en de noodzakelijke anti-oxidanten als tegengif. Er is een tijd geweest dat bijna iedereen dacht aan Candida albicans of aan een gemaskeerde allergie te lijden. Nog steeds wordt veel aandacht besteed aan omega-3 vetzuren. Deze zouden bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, een positieve invloed uitoefenen op de immuniteit, geschikt zijn bij chronische ontstekingsziekten en zelfs een grote rol spelen bij de hersenontwikkeling en het versterken van de ogen bij baby’s.

 

Eskimo’s

Omega-3 vetzuren komen voor in vette zeevis. De enorme publiciteit rond omega-3 vetzuren zet de mens aan om regelmatig vis te eten of naar visolie-capsules te grijpen. Ze zweren bij dit wondermiddel dat massaal verkocht wordt. Het verhaal van de omega-3 vetzuren begon vijftig jaar geleden. Onderzoekers stelden bij de Inuit Eskimo’s op Groenland vast dat zij nauwelijks last hadden van hart- en vaatziekten. Men was bijzonder verrast omdat hun voedingspatroon overwegend uit rauwe, vette vis bestond. In deze onherbergzame streken met hun uiterst korte zomers hadden de Eskimo’s geen andere keuze om te overleven. Hun vetrijk dieet bood blijkbaar bescherming tegen hart- en vaatziekten terwijl in de westerse wereld dierlijke vetten juist als de grote oorzaak worden gezien. Men kwam er achter dat de aanwezigheid van omega-3 vetzuren een hart- en vaatbeschermende functie heeft. Verschillende soorten zeevis vanuit koude waters zijn er rijk aan. Dit heeft te maken met hun voedsel dat voornamelijk uit algen en plankton bestaat. Om in deze koude waters te overleven hebben deze vissoorten in hun huid een vetmantel opgebouwd als thermische isolatie.

De onderzoekers hebben over het hoofd gezien dat de Eskimo’s in een vrij onnatuurlijke omgeving leven en verplicht waren om hun voedingspatroon, vertering en stofwisseling aan te passen om te kunnen overleven. Een vergelijking tussen de Eskimo’s en de westerse mens gaat niet op omdat de omstandigheden waarin ze leven totaal anders zijn. Een mens voedt zich normaliter overwegend met koolhydraten (suikers) en aanvullend met kleine hoeveelheden vet en eiwit. Als we vanuit de hoeveelheid eiwit vertrekken staat tegenover 1 deel eiwit, 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraten. De Eskimo’s echter eten hoofdzakelijk vet en eiwit en nauwelijks of geen koolhydraat. Het vet wordt bij hen voor een groot deel omgezet in suikers zoals dat ook bij katten en honden gebeurt. De Eskimo’s eten overwegend rauw en verwerken grote hoeveelheden vet in een relatieve korte tijd.

 

Goede eigenschappen

Onderzoekers gaan er vanuit dat omega-3 vetzuren het bloed vloeibaar houden en daardoor het hart en de vaten beschermen. Verder wordt er een ontstekingsremmende werking aan toegeschreven alsook een activering van het afweersysteem. Dat zijn uiteraard positieve eigenschappen die de gezondheid ten goede komen. Omdat vette zeevis rijk is aan dit specifieke vetzuur, is het niet moeilijk dit te commercialiseren door capsules te vullen met visolie en massaal op de markt te brengen.

Door te wijzen op een aantal succesvolle onderzoeken werd het vertrouwen van de consument snel gewekt. Zo heeft een Italiaanse studie aangetoond dat patiënten met een hartinfarct die twee jaar lang dagelijks één gram omega-3 vetzuur gebruikten, 30% minder kans hadden te hervallen en de overlevingskans met 40% doet stijgen. Onderzoeken zijn vaak eenzijdig en houden te weinig rekening met de positieve invloed van andere factoren. Er werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het gewijzigde voedingspatroon, meer beweging, betere stressbeheersing, positieve instelling, beter omgaan met emoties, het tijdelijk of definitief wegvallen van het belastende beroep. Mensen met een hoog risico op een hartinfarct of die er door getroffen zijn, gaan anders leven en houden zich strikt aan de goede adviezen van hun cardioloog.

Visolie krijgt massale aandacht van de media, de gezondheidsliteratuur en wordt door artsen en therapeuten met veel overtuigingskracht aanbevolen. Folders spreken van een wondermiddel dat veelbelovend is en onontbeerlijk is in de preventie tegen levensbedreigende ziekten. Toch zien we de statistieken over de mortaliteit door hart en vaatziekten niet dalen. Visolie zou zelfs een rol spelen bij de ontwikkeling van de hersenen en een gunstige invloed hebben op de ontwikkeling van de foetus en wordt aanbevolen bij zware reuma, allergie en auto-immuunziekten.

 

Nieuwe mogelijkheden

Gelukkig zijn er onderzoekers die kritisch durven denken en niet zo snel van stapel lopen.

Omega-3 vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, met drie of meer dubbele bindingen in de cisconfiguratie en met de eerste dubbele binding tussen het derde en vierde koolstofatoom, gerekend vanaf de methylgroep. Het stamvetzuur van de omega-3 vetzuren is alfa-linoleenzuur. Dit is een essentieel vetzuur, d.w.z. dat ons lichaam dat echt nodig heeft om gezond te functioneren. Het lichaam kan dit zelf niet aanmaken en moet daarom via de voeding worden geleverd. Omega-3 vetzuur bestaat uit EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur). Zij zijn semi-essentieel, d.w.z. ons lichaam kan ze zelf aanmaken uit alfa-linoleenzuur. Alfa-linoleenzuur wordt omgezet in omega-3 vetzuur.

 

Chemische formule van alfa-linoleenzuur

Deze nieuwe ontdekking maakt het gebruik van visolie overbodig. Men hoeft geen vis te eten of visolie te slikken om aan voldoende omega-3 vetzuren te komen. Plantaardige olie, die dagelijks in de keuken wordt gebruikt, is er rijk aan. Het is een feit dat het lichaam hiervan slechts een gedeelte kan omzetten. Men gaat er vanuit dat dit vermogen ligt rond 10 à 15%. Dit is geen probleem omdat alfa-Linoleenzuur zeer rijkelijk voorkomt, niet alleen in olie maar ook in noten, zaden, pitten, melk en in groene groenten zoals spinazie.

Tong, haring, bokking, makreel en sardine werden tot voor kort als de beste leveranciers van omega-3 vetzuren beschouwd. Nu worden ze door de plantaardige variant verdrongen. In een gevarieerde voeding hoeft niemand zich zorgen te maken, we krijgen alles binnen wat we nodig hebben. Het zwaartepunt in de discussie rond de vetten ligt in de eenzijdige benadering van het begrip vet. Vet wordt door veel artsen, voedingsdeskundigen en verbruikers als ongezond beschouwd en dat is een verkeerde houding. Men maakt geen onderscheid tussen plantaardig en dierlijk vet. Plantaardig vet is een van de drie voedingsstoffen (E, V, Kh) en maakt deel uit van onze dagelijkse voeding. Vet is opgebouwd uit vetzuren en nadelige effecten hangen af van verschillende factoren, o.a. van de samenstelling en hun werking. Het gebruik van dierlijk voedsel, voornamelijk vlees en vleesproducten, zorgt ervoor dat de vetvertering en vetstofwisseling verstoord geraakt. Vandaar de angst voor een tekort aan dit belangrijke vetzuur. Het vetprobleem, dat in de westerse wereld duidelijk aanwezig is en de gezondheid bedreigt, moet in zijn geheel worden aangepakt. Beperking van dierlijk vetten en meer aandacht voor plantaardige vetten. We maken een vergelijking tussen de hoeveelheid omega-3 vetzuur in vis en die in plantaardige olie.

 

Tong: 3,7 g/100 g                                              Lijnolie: 54,2 g/ 100 g

Haring: 2,8                                                        Walnootolie: 12,9 g

Bokking: 2,1 g                                                   Raapzaadolie: 9,2 g

Makreel 2,0 g                                                    Tarwekiemolie: 7,8

Sardine: 1,4 g                                                   Sojaolie: 7,7 g

Andere vissoorten zijn te verwaarlozen            Maïskiemolie: 0,9 g

                                                                          Olijfolie: 0,9 g

                                                                          Zonnebloemolie: 0,5 g

 

Door de voorkeur te geven aan plantaardige olie krijgt men niet alleen voldoende omega-3 vetzuren binnen, maar gelijktijdig een groot aantal andere substanties met gunstige eigenschappen voor hart en vaten. Olijfolie is minder rijk aan omega-3 vetzuur, maar heeft een erg geprezen cholesterolverlagende werking. Vooral de bijzondere samenstelling van de vetzuren met een hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren zorgen daarvoor. Ook melk en melkproducten zijn goede leveranciers van omega-3 vetzuren. Biologische melk bevat meer omega-3 vetzuren dan gewone melk. Tot die vaststelling kwamen onderzoekers van de universiteit van Gent. De wetenschappers onderzochten al tien jaar geleden de vetzuursamenstelling van verschillende melkmonsters uit de biologische en de gangbare landbouw. De angst om volle melk te gebruiken is ongegrond. Volle melk is rijker aan vet en bijgevolg ook aan omega-3 vetzuren. Door de aanwezigheid van vet blijven volle melk en melkproducten langer in de maag, waardoor het eiwit beter wordt afgebroken en calcium gemakkelijker wordt vrijgemaakt. We gaan nog afzonderlijk in op de juiste vetten in de voeding. Melkvetten zijn vloeibare vetten op kamertemperatuur en daarom niet vergelijkbaar met de harde dierlijke vetten die wel degelijk schadelijk zijn.

 

Maak u geen zorgen

Het heeft geen zin zich blind te staren op slechts één vetzuur. Vet kent een complexe samenstelling. Het zijn niet de bouwstenen op zich die belangrijk zijn, maar wel de structuur die er van gemaakt wordt en de werking die er vanuit gaat. Zo is er een wisselwerking tussen omega-3 vetzuren en omega-6 vetzuren, ze werken als antagonisten. Omega-3 vetzuur verdunt het bloed terwijl omega-6 vetzuur het bloed verdikt. De werking van beide zuren zorgt ervoor dat het bloed zijn normale viscositeit bereikt. Bij omega-6 vetzuren is de eerste dubbele binding tussen het zesde en zevende koolstofatoom. Het stamvetzuur van dit omega-6 vetzuur is linolzuur. Ook linolzuur is een essentieel vetzuur. Andere omega-6 vetzuren zijn gamma-linoleenzuur en arachidonzuur. Zij zijn in principe ook semi-essentieel, maar linolzuur komt rijkelijk in voedingsmiddelen voor zodat ze niet extra nodig zijn in de voeding. Omega-6 vetzuur komt overwegend voor in plantaardig voedsel, een variant komt ook voor in melk, boter en kaas.

 

Chemische formule van omega-6 vetzuur

Wie zich gezond voedt, een deel van zijn voedsel rauw eet of met olie bereidt, regelmatig een oliesausje of mayonaise gebruikt, eventuele walnoten, lijnzaad of zonnebloempitten eet, hoeft zich geen zorgen te maken over een tekort aan omega-3 vetzuren of omega-6 vetzuren en hoeft zeker geen vis te eten of visolie te slikken. Alle officiële voedingsinstituten raden het veelvuldige gebruik van vis af omwille van het grote risico op zware metalen en de microscopische plasticpartikels door de vervuiling van de zeeën. Een vis kan niet buiten het water leven, sterft en gaat sneller in ontbinding dan vlees. Het vet van zeevis mag dan van betere kwaliteit zijn, vis eten heeft geen gezondheidsbevorderende eigenschappen. Alle soorten vissen bevatten cholesterol en dat is te weinig bekend.

 

Visolie capsules zijn niet zonder gevaar

Men hoort steeds meer kritische geluiden over het onverantwoorde gebruik van visolie capsules. Prof. Dr. Ursel Wahrburg is als voedingswetenschapper verbonden aan de Fachhochschule in Munster (D) en zegt: ‘Het is nog te vroeg om visolie capsules als preventie aan te bevelen. Daarvoor ontbreken betrouwbare onderzoeksgegevens.’ Visolie is geen medicijn, maar moet er toch mee vergeleken worden omwille van mogelijke nevenwerkingen. Een té hoge dosis maakt het bloed té dun en dat is zeker niet zonder risico als er al een bloedverdunner wordt gebruikt. Bij overdosering kan er schade optreden aan de meervoudige onverzadigde vetzuren, waarbij LDL cholesterol gaat oxideren. Veranderingen in het cholesterol-eiwit kunnen de aders verstoppen en het risico op arteriosclerose verhogen, beweren kritische onderzoekers.

 

Het is niet uitgesloten dat een te hoog gehalte aan omega-3 vetzuren de afweerreacties in het lichaam blokkeert. Bij 6 à 7 gram dagelijks, zoals bij de Eskimo’s, heeft men verzwakking van het afweersysteem vastgesteld. Het is niet zonder gevaar op eigen houtje visolie capsules te gebruiken, beweren een aantal gezondheidsspecialisten. Er wordt verder gewaarschuwd voor zware metalen die via de vis in de olie kan terecht komen, de microscopische plastic partikels alsook het ontbreken van vitamine E als antioxidant. Steeds meer onderzoekers geven de voorkeur aan capsules die gevuld zijn met de plantaardige variant van alfa linoleenzuur als de consument toch capsules wenst te slikken. Zij bevelen 1,5 tot 3 g per dag, per persoon aan. In een gezonde voeding zijn dergelijke supplementen overbodig.

09:53 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |