11-02-15

Orthorexie Een nieuwe eetstoornis

Lijdt u misschien ook aan orthorexie of dwangmatig gezond eten? Klinkt een beetje raar in een tijdperk van fastfood, E-nummers en waardeloze industrievoeding. Zich gezond voeden is geen ziekte, maar dwangmatig bezig zijn met gezonde voeding leidt tot orthorexie. Er zijn mensen die te letterlijk bezig zijn met voeding en vooral met voedingsstoffen. Ze stellen zich voortdurend de vraag of ze geen tekort of teveel aan bepaalde nutriënten hebben. Ingrid Kiefer is voedingswetenschapper aan het Instituut voor sociale geneeskunde van de universiteit van Wenen en heeft dit fenomeen bestudeerd.

Het moderne voedingspatroon is zover afgeweken van gezonde, natuurlijke voeding dat steeds meer mensen resoluut kiezen voor een betere voeding. Zij geven de voorkeur aan biologisch geteelde gewassen, eten meer fruit, rauwe groenten, noten, zaden en pitten, m.a.w. voeding krijgt zijn oorspronkelijke betekenis van ‘levensmiddel’ weer terug. Tientallen studies hebben de relatie tussen voeding en gezondheid aangetoond. Wie gezond eet, heeft minder kans ziek te worden en als dat toch gebeurt is de kans op genezing veel groter. Niet alleen kanker, maar ook hart- en vaatziekten, allergie en depressie blijven de bevolking teisteren. De gezondheidssituatie is in onze huidige samenleving angstwekkend. Het is te begrijpen dat veel mensen in paniek geraken en op een extreme wijze met gezonde voeding omgaan.

Wie zich door angst laat leiden, komt in het andere uiterste terecht. Angst is een slechte raadgever. Hoofdkenmerk van orthorexie is het dwangmatig omgaan met voeding. Zij die er aan lijden, hebben een groot wantrouwen tegenover de aangeboden voedingsmiddelen. Ze zijn teveel met voeding bezig, controleren alles heel nauwkeurig en zoeken naar antwoorden op vragen die niet hoeven gesteld te worden. Ze maken zich zorgen over tekorten aan eiwit, vitaminen of mineralen, vrezen voor een teveel aan vet, menen bepaalde voedingsmiddelen slecht te verdragen. Iedere fysieke waarneming zoals jeuk, oprisping, darmgassen, druk in de buik of het hoofd wordt in verband gebracht met wat men heeft gegeten. Ze stellen zich duizenden vragen, zonder een bevredigend antwoord te vinden. Voeding is voor deze mensen een obsessie. Het sociale en culturele aspect van de voeding is zoek.

Het wantrouwen tegenover bepaalde voedingsmiddelen is zodanig groot, dat deze mensen het risico lopen essentiële stoffen niet binnen te krijgen. Bovendien treedt er vrij snel een sociale isolatie op, men durft niet meer buitenhuis te eten. Men gaat niet meer in op uitnodigingen van familie of vrienden of men brengt zijn eigen voedselpakket mee. Orthorexie gaat gepaard met fanatisme. Deze mensen hebben een enorme bekeringsdrang en willen iedereen overtuigen over te schakelen op gezonde voeding. Uiteraard ligt de diepere oorzaak van deze klacht in het gedrag van een verstoorde persoonlijkheid. Zij, die van nature de neiging hebben fanatiek te zijn of alles letterlijk opnemen, lopen meer kans om aan orthorexie te lijden. Het niet kunnen omgaan met angsten, vooral de angst om ziek te worden of te sterven, ligt eveneens aan de basis. Daarnaast zijn er talrijke uitlokkende factoren die dit in de hand werken, zoals de reclamespots rond gezonde voeding, dieetaanbevelingen, afslankingsrages, negatieve gezondheidsberichten en de achteruitgang van de volksgezondheid.

Uit het onderzoek van Ingrid Kiefer blijkt dat vooral jongeren, meestal goed geschoolde vrouwen aan deze nieuwe eetstoornis lijden, maar ook diëtisten, gewichtsconsulenten, voedingsconsulenten en anderen die beroepshalve bezig zijn met gezonde voeding. Deze nieuwe voedingsstoornis mag geen schaduw werpen op de inzet van hen die op een goede manier bezig zijn met gezonde voeding. De fastfoodindustrie en gastronomie maken graag van dergelijke verschijnselen misbruik om het belang van gezonde voeding te relativeren. Het gaat hier om een psychische afwijking, die even erg is als anorexia nervosa, boulimia of andere eetstoornissen. Het is belangrijk om de personen die hiervoor vatbaar zijn tijdig op te sporen en hun de nodige hulp aan te bieden, anders wijken ze steeds verder van de realiteit af.

Voeding is enorm belangrijk voor de groei en ontwikkeling van het kind, maar ook om het volwassen leven in stand te houden en zich te beschermen tegen ziekten. Voedingsadviezen en voedingstherapie zijn nog altijd de twee belangrijkste steunpunten in de natuur-geneeskunde. In een gezonde voeding wordt steeds belang gehecht aan spontaniteit, natuurlijke smaken en aroma, het sociale en culturele aspect, terwijl genieten van voeding altijd centraal moet staan. Men moet kritisch zijn en vragen durven stellen, maar het mag niet ontaarden in dwang en fanatisme. Voedingsregels zijn belangrijk en worden spontaan toegepast omdat ze vanzelfsprekend zijn. Het streven naar gezonde voeding is meer dan ooit noodzakelijk. Voedingsfanatici zijn er altijd al geweest, maar hun kwaal heeft nu een naam gekregen. Fanatici vinden we helaas op alle terreinen van de samenleving.

11:31 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-15

Sint-Janskruid, het behandelen van een depressie

Sint-Janskruid is een zeer begeerd kruid en heeft zijn naam te danken aan het feit dat het op 24 juni, het feest van Sint Jan, bloeit. Sint-Jansolie wordt vooral voor veel uitwendige klachten gebruikt. Het is heel bekend omwille van zijn gunstige invloed bij het behandelen van een depressie. Het is een uitgesproken antidepressivum. Zeker in deze tijd waar men zich heel wat vragen stelt over het langdurig gebruik van chemische antidepressiva bij het behandelen van depressie, kiest men graag voor een alternatief.

Kinderen die antidepressiva gebruiken, kunnen later te kampen krijgen met angst, depressie en suïcidaal gedrag. Tot voor kort werd nog aangenomen dat langdurig gebruik van Prozac of gelijkaardige geneesmiddelen geen schadelijke gevolgen met zich meebracht. Amerikaanse onderzoekers kwamen er achter dat jonge muizen die met Prozac werden behandeld als volwassene abnormaal angstig en depressief gedrag vertoonden. De wetenschappers vermoeden dat het gebruik van antidepressiva tijdens de ontwikkeling van het brein de natuurlijke aanmaak en circulatie van serotonine in de hersenen verstoort. Serotonine, een chemische boodschapper tussen de zenuwcellen en het brein, regelt de gemoedstoestand. Bij een te kleine hoeveelheid leidt dit tot een minderwaardig zelfbeeld, depressie en soms tot zelfmoord. Antidepressiva vertragen de heropname van serotonine door de zenuwcellen, waardoor het serotoninegehalte langer in de hersenen blijft en men zich tijdelijk beter voelt. Prozac wordt niet bij het behandelen van kinderen gebruikt. Men kan zich wel de vraag stellen wat de gevolgen zijn van andere antidepressiva op kinderen en hun toekomst!

Depressie is een zwarte wolk die traag voorbij trekt, zo traag dat sommigen zich afvragen of het wel ooit zal verbeteren. Het is te begrijpen dat men in een dergelijke toestand medische hulp inroept en zware medicijnen gebruikt. Het is niet mogelijk, zelfs niet verantwoord om deze medicijnen meteen door Sint-Janskruid te vervangen. Antidepressiva dienen altijd op een verantwoorde wijze door de arts of psychiater te worden afgebouwd. Toch kan Sint-Janskruid goed worden gebruikt bij het behandelen van een depressie omdat in de natuurgeneeskunde depressiviteit in een veel ruimer perspectief wordt geplaatst. Men gaat eerst op zoek naar de oorzaak en naar mogelijke uitlokkende factoren. Door een goed uitgevoerde duiding krijgt de therapeut een totaalbeeld van zijn patiënt en dat geeft hem een beter zicht op het persoonlijkheidsbeeld en het klachtenpatroon. Er wordt meteen nagegaan in welke mate de patiënt zelf een eigen bijdrage kan leveren aan zijn uitzichtloze situatie. Er rijzen dan vragen als: wat moet er veranderen in zijn dagelijkse leven of zijn omgeving en hoe kan hij dat verwezenlijken? In welke mate kan de zorgverlener hem daarbij helpen?

Het klinkt misschien vreemd, maar een prachtig middel om iemand vrij snel door zijn depressie heen te helpen is het lichaam ontgiften. Dat kan door talrijke gastro-intestinale therapieën zoals colon hydrotherapie (hoge darmspoeling), een specifieke kruidenthee of aangepaste voeding. Vervuilde darmen vergiftigen het hele lichaam. Deze gifstoffen, homotoxinen genoemd, prikkelen in grote mate het zenuwstelsel en verstoren de gemoedstoestand en een aantal belangrijke biochemische processen. Naast het ontgiften wordt het zenuwstelsel opgebouwd met gezonde voeding die rijk is aan natuurlijke suikers, magnesium en vitaminen van het B-complex. Bananen zijn uistekende natuurlijke antidepressiva. De banaan stimuleert de aanmaak van serotonine. Natuurlijke voedingsmiddelen hebben een krachtige genezende werking en dat mag men niet onderschatten.

Bij het behandelen van een depressie bereikt men door toepassing van Dermasegmentale reflexologie (DSR) uitstekende resultaten. Dit is een manuele behandeling gericht op de huid, het spierweefsel en het bindweefsel en heeft een reflectorische werking. Hierdoor worden spanningen en blokkades die vaak aan de basis van een depressie liggen,  opgeheven. De reflectorisch werking bij DSR gebeurt via het stimuleren van de huid, de onderhuid, de huidzenuw, het bindweefsel en het bot. Het is vooral de verhoging van de huidtemperatuur die erg gunstig is. Daardoor komt het hormoon oxytocine vrij dat als een antistresshormoon bekend staat. DSR geeft achteraf een rustgevend gevoel en maakt de patiënt stressbestendig. Daarnaast wordt de productie van endorfine gestimuleerd, een stof die bekend staat als het gelukshormoon. De behandeling heeft een antidepressieve werking. De verhoogde temperatuur is te wijten aan een betere doorbloeding. Bloed voert voedsel, warmte en zuurstof aan tot in de uiteinden van het lichaam en voert gifstoffen af. Door een intense doorbloeding functioneren de organen beter en verlopen een aantal biochemische processen optimaal. In combinatie met relaxatie (Biorelaxatie) is DSR een uitstekende therapie voor het behandelen van een depressie.

Binnen een dergelijke totale aanpak kan Sint-Janskruid een prachtige en zelfs doorslaggevende bijdrage leveren. Veel mensen maken de fout om een medicijn door een kruid te vervangen, maar dat kan niet. De werking van kruiden, kruidenextracten en kruidenpreparaten zijn niet vergelijkbaar met deze van hoog gedoseerde chemische medicamenten. Binnen een natuurgeneeskundige aanpak werken kruiden bijzonder goed. De kracht van de natuurgeneeskunde ligt in zijn totale aanpak: constitutie, temperament, dispositie en expositie vormen de vertrekbasis. Van daaruit wordt het ziektebeeld geïndividualiseerd en het therapieplan uitgewerkt. In de natuurgeneeskunde wordt altijd multi-therapeutisch gewerkt d.w.z. dat er meerdere therapieën worden gebruikt die elkaar prachtig aanvullen en zo voor een synergetische werking zorgen. Voor meer informatie over het behandelen van depressie, surf naar www.natuurgeneeskundigen.be 

07-01-15

Het verouderingsproces kan men tegengaan!

Dit artikel is niet alleen voor ouderen, maar ook voor jonge mensen geschreven. Het verouderingsproces begint al heel vroeg en het zijn de jongeren die veel troeven in hun handen hebben om dit proces af te remmen. De kwaliteit van de derde leeftijd is afhankelijk van de kwaliteit van het leven van de volwassenen. U bent nu in de bloei van het leven en u bereidt nu uw oude dag voor. Ouderen moeten vaak veel inhalen en vinden het jammer dat ze te lang hebben gewacht.

 

De vier levensfasen zijn vergelijkbaar met de vier seizoenen. In de lente ontstaat het nieuwe leven dat zich op korte tijd weet te ontwikkelen op weg naar de zomer. Het seizoen van de lente is analoog aan de jeugd, de periode tussen geboorte en volwassenheid. De zomer is het meest actieve seizoen met de lange dagen en de korte nachten, net zoals de volwassen levensfase. In deze periode is de mens ambitieus, enorm productief, bouwt zijn beroepscarrière uit, trouwt, er komen kinderen, er wordt een huis gebouwd en men is vooral heel druk bezig. In deze levensfase verwezenlijkt men een groot deel van zijn dromen. Na de zomer komt de herfst, de dagen worden korter en de nachten langer, het leven in de natuur dooft langzaam uit, de bladeren van de bomen verkleuren en vallen af, maar het is het seizoen van de vruchten die de volheid van de zomer in zich dragen.

 

De herfst van het leven is de periode dat men met pensioen gaat, het rustiger aandoet, weinig verplichtingen heeft en over een zee van tijd beschikt die men intens benut. Het is de levensfase waarin men terug blikt op de rijke actieve periode van de volwassenheid. Men heeft zijn doel bereikt en gaat nu op rust. Een droge herfst wordt door vele als het mooiste seizoen ervaren en dat geldt voor de derde leeftijd of de levensfase van de bejaarden. Veel ouderen genieten van deze heerlijke levensfase. En dan komt de winter, koud en donker waarin we het leven zien wegvloeien en niets meer overblijft dan zwarte skeletten van bomen. Grassen en kruiden sterven af. Het wordt stil en eenzaam in de natuur. Winter is langzaam doodgaan en dat geldt ook voor de vierde leeftijd, de levensfasen van de hoogbejaarden. Het eindpunt van de winter raakt het beginpunt van de lente en dat is ook zo in de levenscirkel waar leven en dood elkaar raken.

 

Het beeld van de vier seizoenen weerspiegelt het leven van de mens. We merken hoe deze seizoenen langzaam in elkaar overgaan zoals iedere levensfase dat zijn doel en functie heeft. Helaas heeft niet iedereen het geluk om zijn levenscirkel te doorlopen. Te vroeg en vaak in pijnlijke omstandigheden wordt door ziekten of door een ongeval het leven afgebroken. Laten we los daarvan even dieper ingaan op de herfst van het leven. De overgangsfase tussen de volwassenheid en de bejaarde leeftijd wordt mogelijk gemaakt door het verouderingsproces. Iedere vorm van leven wordt gedragen door het levensritme. Dat is nodig omdat het leven een dynamisch proces is met een voortdurende vernieuwing. Generaties volgen elkaar op. Het verouderingsproces is genetisch vastgelegd en treedt spontaan op, volkomen los van onze wil. Het leven is gekenmerkt door twee belangrijke fysiologische processen wat het zelfherstellend en het reinigend mechanisme wordt genoemd. Iedere functie in ons lichaam zorgt voor de nodige slijtage. Denk even aan uw hart dat als pomp al van voor onze geboorte in werking werd gezet om dag en nacht miljoenen liters bloed door een kilometerslange netwerk van aders en haarvaten te laten stromen. Op de hartspier en de hartkleppen ontstaat slijtage dat gedurende iedere nacht wordt hersteld. Snijdt u zich per ongeluk in uw vinger dan worden de weggesneden cellen opnieuw aangemaakt en groeit de wond dicht. Een botbreuk herstelt zich spontaan en zo zijn er honderden zelfherstellende processen in ons lichaam. We beschikken over een zelfreinigend mechanisme waardoor ons lichaam zich per etmaal spontaan ontdoet van opgehoopte gifstoffen die via de ademhaling, de huid, de urine en de ontlasting het lichaam verlaten. Door beide mechanismen blijven we gezond en gevrijwaard van ziekten.

 

Uitdrogingsproces

Het doel van het verouderingsproces is deze beide mechanismen langzaam af te remmen, m.a.w. de slijtage wordt in de vorm van verouderingsverschijnselen zichtbaar. Dit gebeurt heel geleidelijk want niemand wordt van de ene op de andere dag oud. Spieren worden stram en zijn minder in staat om het skelet mooi recht te houden, vandaar dat de lichaamshouding verandert. Door de stramme spieren bewegen de gewrichten zich minder goed. Terecht zegt men dat de eerste verouderingsverschijnselen zich in de benen vertonen. De beweeglijkheid neemt langzaam aan af waardoor de kans op vallen vergroot wordt terwijl botbreuken zich trager herstellen. De fijne motoriek in de handen neemt af waardoor ouderen gemakkelijker iets uit de hand laat glijden. De zintuigen verliezen hun alertheid waardoor men minder goed hoort, ziet, ruikt, tast en voelt. Verouderen is een proces van uitdroging. De huid wordt droog en er ontstaan groeven en rimpels terwijl het bloed dikker wordt. Het uitdrogen zorgt voor een zekere bescherming want dit is een vorm van natuurlijke conservering. Ondanks dat het verouderingsproces is ingetreden, zorgt de natuur ervoor dat de herfst van het leven zich langzaam voltrekt.

 

Afremmen

Als we in de zomer van het leven gezond hebben geleefd, verloopt het verouderingsproces trager dan bij hen die zichzelf verwaarloosd hebben en hun lichaam zwaar hebben belast en vervuild. Het verouderingsproces staat evenredig met de kwaliteit van de actieve levensfase. Het is echter nooit te laat om zelf in te grijpen door zich extra in te spannen om het verouderingsproces af te remmen. Een gezonde voeding is het beste middel om vitaal oud te worden. De voorkeur gaat uit naar voedingsmiddelen en een beperking van voedingsproducten (zie onze artikelen over voeding). Het uitdrogingsproces kan, zonder te overdrijven, afgeremd worden door voldoende te drinken. Een gezond lichaamsgewicht is een belangrijke voorwaarde, want overgewicht doet het verouderingsproces versnellen. Bovendien belast men de gewrichten, maar ook de vitale organen zoals het hart, de lever en de longen waardoor er meer energie nodig is om te functioneren. Een goede ontlasting is noodzakelijk om de vervuiling tegen te gaan. Bewegen is leven, doet de bloedcirculatie versnellen, voert gifstoffen af en voert warmte, zuurstof en voedsel door heel het lichaam aan. Daardoor ontstaat er een aangenaam warm gevoel door heel het lichaam. Een goede nachtrust is van groot belang omdat het lichaam zich tijdens de nacht herstelt en reinigt.

 

Leer van de herfst van het leven genieten, blijf zolang mogelijk actief, beoefen een hobby, neem actief deel aan het sociale leven en geniet iedere dag en ieder moment van de schoonheid van het leven. Laat stress, zorgen en negatieve emoties niet toe in uw leven, leer relativeren en zorg voor de nodige humor. Het spreekwoord zegt: een dag zonder lach, is een dag niet geleefd.’ Er zijn zoveel mogelijkheden om het verouderingsproces af te remmen en trager te laten verlopen. Ieder gezondheids-advies is een gouden raad en laat u daarbij leiden door de wijsheid van de natuur. Gezondheid is niet te koop, zit niet in potjes of dure middeltjes zoals de reclamefolders beweren. Uzelf hebt de sleutel in handen om het verouderingsproces uiterst traag te laten verlopen. Door een aantal gunstige factoren zoals hygiëne, gezonde woning, goede verzorging, sociale voorzieningen enz. zijn de kansen om een hoge leeftijd te bereiken veel groter dan twintig jaar geleden. Er is maar één conclusie: we remmen zelf het verouderingsproces af en bouwen onze eigen toekomst op.

10:53 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-12-14

Noten als wintervoeding

Eet elke dag een handvol noten, zaden of pitten om de winter goed door te komen, maar overdrijf niet. Dit zijn geconcentreerde voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwit, plantaardig vet, vitaminen en vooral veel mineralen en spoorelementen. Noten, zaden en pitten bevatten eveneens koolhydraten (natuurlijke suikers). De hoeveelheid varieert meestal tussen de 10 à 12%, soms minder zoals bij de paranoot (3%), sesamzaad (6,1%), kokos (6,4%), soms meer zoals bij de cashewnoot (30,5%), kastanje (41%), pijnboompitten (20,5%), pistache (17,5%). Door de aanwezigheid van voldoende ballaststoffen en grote hoeveelheden vet worden deze natuurlijke suikers traag vrijgegeven. Dit betekent dat noten, zaden en pitten een zeer lage glycemische index hebben tussen 15 en 24. Alles wat lager ligt dan 50 is uitstekend. Er is geen enkel gevaar voor opstoten van de bloedsuikerspiegel of uitscheiding van insuline.

 

Deze geconcentreerde vruchten bevatten natuurlijk vet van hoge kwaliteit. Vooral de samenstelling van de vetzuren ligt bijzonder gunstig. Natuurlijk plantaardig vet hebben we nodig om hart en vaten gezond te houden en ons te beschermen tegen de gevreesde hart- en vaatziekten. Ze bevatten geen cholesterol, maar hebben wel een cholesterolverlagende werking. Natuurlijk plantaardig vet is goed voor de hersenen en het zenuwstelsel, maar ook voor de huid, vooral voor mensen met een droge huid. Het eten van deze vetrijke voedingsmiddelen zorgt voor een betere ontlasting. Een deel van het vet wordt via de darmen afgevoerd en functioneert er als glijmiddel. Een goede darmwerking heeft op zijn beurt een gunstige invloed op de lever. Jarenlange darmverstopping werd bij vele mensen door het regelmatig eten van noten of andere vetrijke voedingsmiddelen opgelost. Een te vetarme voeding zorgt voor een te droge darm.

 

Ondanks de vele voordelen zijn er heel veel mensen die geen noten, zaden of pitten durven eten omdat ze bekend staan als verdikkers. Uiteraard gaat het hier om calorierijke voedingsmiddelen die bovendien veel vet bevatten, maar een matig gebruik heeft geen invloed op het lichaamsgewicht. Noten geven een snel verzadigingsgevoel zodat men zelden er te veel van eet. Afslanken begint met een goede darmwerking en een evenwichtige voeding en niet met het tellen van calorieën. 30 gram amandelen is een flinke handvol en levert slechts 90 Kcal, dat is echt niet veel. Gebruik geen studentenhaver want dat is een samenstelling uit noten en rozijnen of ander gedroogd fruit. Het gaat hier om de slechte voedselcombinatie ‘vet en suiker’ en die heeft inderdaad een negatieve invloed op het lichaamsgewicht. Hoewel studentenhaver is samengesteld uit gezonde ingrediënten behoort ze niet tot de gezonde voeding omwille van de verkeerde voedselcombinatie.

 

Noten, zaden en pitten moet men leren eten. Omdat deze voedingsmiddelen eiwit en vet bevatten, hebben we geen speeksel nodig voor de voorvertering in de mond zoals bij kastanje of brood dat rijk is aan zetmeel. Noten, zaden en pitten worden gedroogd om beter te bewaren en besmetting te voorkomen, daardoor zorgen ze vaak voor een droog mondgevoel. Dat kan voorkomen worden door af en toe water te drinken. Amandelen kan men gemakkelijk laten weken. Overgiet de dagelijkse hoeveelheid die u wenst te consumeren met bronwater en laat dit gedurende de nacht intrekken. De amandelen zwellen lichtjes op, smaken naar verse amandelen en verteren uitzonderlijk goed. Amandelen, hazelnoten en sesamzaad zijn uitzonderlijk rijk aan calcium en dus goed voor het bot of ter voorkoming van osteoporose. Voor de overige vruchten is het moeilijker om ze te laten weken, daarom kan men ze beter eerst malen en dan overgieten met water. Ze nemen vrij snel het vocht op, smaken beter en verteren gemakkelijker. Omdat het om vetrijke vruchten gaat mag men enkel de hoeveelheid malen die men dezelfde dag gebruikt anders loopt men het risico dat ze ranzig worden door inwerking van zuurstof (oxydatie).

 

Noten, zaden en pitten laten zich goed combineren met blad- en stengelgroenten, vooral rauwe groenten. Strooi gerust wat noten of pijnappelpitjes over een frisse salade, zo ontstaat er een ideaal zuur-base evenwicht en een uitstekende combinatie. Noten in brood en gebak voelt wel gastronomisch aan, maar is geen goede voedselcombinatie en bemoeilijkt de vertering. Bovendien worden kostbare stoffen door de hoge baktemperatuur vernietigd. Noten, zaden en pitten worden in de herfst geoogst en bezitten het vermogen om te overwinteren, dat wil zeggen dat ze hun levenskracht zeer lang behouden. Dat wijst erop dat ze tot de wintervoeding behoren. 

11:41 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-12-14

Alzheimer kan voorkomen worden

Veel mensen hopen nooit Alzheimer of een andere vorm van dementie te krijgen. Omdat de ziekte onvoorspelbaar is, voelt men zich onzeker en voedt men de angst. Vooral de sterke toename van dementie en zelfs op jongere leeftijd is verontrustend. De meeste mensen zijn via de media of vanuit hun directe omgeving vertrouwd met dit ziektebeeld. Bij dementie verliest de patiënt zijn identiteit en weet men niet meer wie men is, waar men zich bevindt of bij wie men hoort. Er zijn geen bewuste perspectieven meer terwijl de sociale structuren vervagen. Het is een proces dat zich heel traag doorzet. Op het ogenblik dat de symptomen duidelijk herkenbaar zijn, gaat men er vanuit dat de ziekte al tien à vijftien aanwezig is. Er zijn mensen met dementie die nog heel heldere momenten kennen terwijl anderen ieder contact met hun partner of gezinsleden verloren hebben. Iedereen vraagt zich af hoe deze ziekte kan vermeden worden. Kan er preventief iets aangedaan worden? Het is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar toch zijn er mogelijkheden.

 

Veel mensen, zeker als men wat ouder wordt, kunnen moeilijker iets onthouden. Ze zijn plots de draad kwijt in een gesprek of kunnen niet op de naam van een persoon komen. Ze herhalen gemakkelijk, weten niet of ze de deur van de auto of van hun huis hebben gesloten, vergeten een afspraak of herinneren zich de volgende dag weinig of niets van het tv-programma waar ze naar gekeken hebben. Het zijn vertrouwde symptomen die niets met Alzheimer of andere vormen van dementie hebben te maken. Vergeetachtigheid mag niet met dementie verward worden. Men zegt soms al lachend: ‘zolang men weet dat men het niet meer weet, hoeft men zich geen zorgen te maken’. Bij Alzheimer sterven de hersencellen af die verantwoordelijk zijn voor het geheugen. Het probleem is niet het geheugen, maar wel de afstervende cellen. Als we de werking van het geheugen begrijpen, hebben we beter inzicht op dementie.

 

Het geheugen is een vermogen dat ieder levend wezen bezit om optimaal te functioneren. Zelfs cellen hebben een geheugen. Alles wat we zintuiglijk ervaren wordt in ons geheugen opgeslagen en kan op ieder ogenblik opgeroepen worden als dat nodig is of we daar behoefte aan hebben. Er zijn drie functies: het waarnemen, het opslaan en het reproduceren. Als u aandachtig een artikel in de krant leest, dan slaat u de inhoud en de feiten van het verhaal of de gebeurtenis in uw geheugen op en kunt u dat op ieder ogenblik in de toekomst oproepen. Als u bijvoorbeeld aan iemand over een mooie reisherinnering of ervaring vertelt, zal het verhaal onmiddellijk geassocieerd worden met andere feiten. De ene herinnering roept de andere op. Zo kunt u zonder het echt te willen een flink stuk uit uw verleden oproepen. U zult merken dat u van bepaalde feiten zich veel meer herinnert dan van andere feiten.

Sommige mensen herinneren zich nog precies wat ze tien of vijftien jaar geleden in een restaurant gegeten hebben en met wie ze aan tafel hebben gezeten. Ze herinneren zich ieder detail, de sfeer, de onderwerpen waarover men gepraat heeft enz. Men heeft de indruk dat deze mensen een enorm goed geheugen bezitten terwijl ze andere gebeurtenissen die minder lang geleden hebben plaatsgevonden, zich nauwelijks herinneren. Alles is afhankelijk van de interesse. Sportliefhebbers herinneren zich ieder detail van een koers of een voetbalmatch. Alles hangt af van de intensiteit waarmee u bepaalde feiten beleefd. Uiteraard onderscheidt men diverse kwaliteiten in het geheugen.

 

In deze jachtige samenleving worden we overrompeld met informatie waarvan we te gemakkelijk fracties opvangen zodat we ons achteraf alleen nog alleen fracties kunnen herinneren. We hebben de neiging om weinig aandacht te besteden en zijn dan ontgoocheld dat we ons nog zo weinig herinneren. We kunnen niet reproduceren wat we niet hebben opgenomen. Dat heeft niets te maken met ouder worden, want juist ouderen mensen hebben een rijk gevuld geheugen. Bij jongeren mensen, die nog meer openstaan voor de media en minder geduld hebben om zich te concentreren, doet zich dat verschijnsel ook voor. Ze leggen alleen geen verband met Alzheimer. We kunnen ons geheugen trainen door informatie en feiten te selecteren. We moeten een keuze maken uit het overaanbod dat ons overspoeld. Neem de krant even snel door en haal de artikels eruit die uw aandacht vragen, doe dat ook met radio en tv. We handelen te veel automatisch waardoor we niet weten of we de auto al dan niet hebben afgesloten. We moeten bewust handelen door voldoende aandacht te schenken aan wat we doen. We zijn met duizend dingen tegelijkertijd bezig en schenken overal een beetje aandacht aan. Bewust door het leven gaan, voortdurend keuzes maken en ons niet laten opjutten. We zullen snel merken dat het met ons geheugen nog goed gaat en dat er absoluut geen sprake is van Alzheimer.

 

Minder goed horen of zien kan de opname van informatie belemmeren. Verder zien we dat oudere mensen minder mentaal actief zijn en niet open staan voor digitale mogelijkheden. Ze sluiten zich van de wereld af en dat is niet bevorderend voor het geheugen. Door informatie te selecteren die onze belangstelling uitdraagt, wordt alles weer overzichtelijk en komt ze niet overweldigend over. Met deze beperkte hoeveelheid gaan we bewust om door er ons op te concentreren. Zo onderhouden we de mentale structuren en worden de delen van de hersenen geactiveerd. Om het even samen te vatten: selecteer de informatie, handel heel bewust en schenk de nodige aandacht aan feiten en gebeurtenissen binnen uw interessegebied. U zult merken dat uw geheugen beter functioneert. Mentaal actief zijn is een goede preventie tegen Alzheimer. Daarnaast wordt gewezen op het belang van de beweging. Voldoende beweging zorgt voor een betere doorbloeding van de hersenen. Vasculaire dementie wordt veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding. Onze hersenen voeden zich met natuurlijke suiker (glucose), vandaar dat veel vers en rijp fruit eten heel belangrijk is in de strijd tegen dementie. Het gebruik van toegevoegde suikers in voedingsproducten heeft een negatieve invloed wegens het ontbreken van vitaminen en mineralen. Gezonde voeding, een natuurlijke levenswijze en een positieve instelling vormen samen de beste preventie tegen dementie.

26-11-14

Kurkuma, een kruid voor de hersenen

Kurkuma is een kruid dat pas sinds enkele decennia zijn intrede heeft gedaan in de gezonde keuken, maar dat als genezend kruid steeds meer bekendheid verwerft. Duitse wetenschappers uit Keulen en Jülich zijn tot de conclusie gekomen dat dit kruid wel degelijk een gunstige invloed heeft op de hersenen. Er is goede hoop dat het Alzheimer en andere vormen van dementie afremt of stabiliseert, maar het onderzoek is nog niet afgerond. Kurkuma is de wortelstok van een vaste kruidachtige plant die tot de gemberfamilie behoort (Zingiberaceae). Oorspronkelijk komt deze plant uit Indonesië, maar is in India eveneens erg gewaardeerd. Er zijn vele soorten, maar de Kurkuma die we hier bespreken, is de Curcuma longa L. en wordt in de volksmond ‘gele wortel’ genoemd wat verwijst naar de intens oranjegele kleur van de wortelstok. Kurkuma levert trouwens de gele kleur voor curry, een kruidenmengsel dat in de westerse keuken veel wordt gebruikt.

 

Een aantrekkelijk keukenkruid

Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd er in het Westen belangstelling voor dit kruid getoond. Het gele poeder heeft snel zijn weg gevonden naar de voedings-industrie als natuurlijke kleurstof (E100). Het is inmiddels een veel gebruikt keuken-kruid terwijl het als geneeskrachtig kruid de nodige aandacht weet te trekken. Kurkuma is rijk aan etherische oliën en fenolen, dit zijn de oranje kleurstoffen die curcumine worden genoemd. Aan kurkuma worden talrijke gunstige eigenschappen toegeschreven. Het is geen wondermiddel, maar binnen een goede omkadering zoals een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze heeft dit kruid een positieve invloed op vele aspecten van de gezondheid. Vooral als preventie tegen veel bedreigende ziekten is het goed regelmatig kurkuma als keukenkruid te gebruiken. In kookboeken zult u regelmatig recepten vinden waarin kurkuma verwerkt is. Keukenkruiden worden meestal gebruikt voor de smaak, de geur en de kleur waardoor gerechten aantrekkelijk worden. Keukenkruiden behouden hun geneeskrachtige werking. De meeste keukenkruiden hebben een gunstige invloed op de vertering en dat geldt evenzeer voor kurkuma. Dit kruid staat bekend voor zijn gunstige invloed op de maag, de gal en de lever, hoewel men niet mag overdrijven omdat bij een te hoge dosis maagirritatie kan optreden.

 

Zijn genezende werking

In de Ayurveda, de traditionele Indische geneeskunde, neemt dit kruid een belangrijke plaats in bij het behandelen van talrijke ziekten. Voor zijn genezende werking wordt kurkuma gebruikt in de vorm van tinctuur, alcoholatuur, kruidenazijn, siroop en verder opgelost in water of melk en als geelwortelsap. Er zijn talrijke indicaties bekend. We hebben al gewezen op zijn gunstige invloed op de maag, gal en lever. Vooral voor de lever is het een aanbevolen kruid omwille van zijn reinigende en herstellende werking, o.a. bij misbruik van alcoholische drank of het veelvuldig gebruik van chemische medicijnen. Bij iedere leverziekte kan het worden ingeschakeld. Het is daarom niet vreemd dat dit kruid een cholesterolverlagende werking heeft, bloedstolling en abnormale bloedklontering voorkomt zodat het risico op trombose en embolie verkleind wordt. Kurkuma staat bekend om zijn grote ontstekingsremmende werking en is een vorm van een natuurlijk antibioticum. Deze werking is toe te schrijven aan het stimuleren van de productie van natuurlijke corticosteroïden in de bijnier en het verhinderen dat cortisol wordt afgebroken. Vooral het hoge gehalte aan etherische olie verklaart deze ontstekingsremmende werking. Kurkuma wordt aanbevolen bij acute en chronische ontstekingen zoals bij reumatoïde artritis, maar ook bij spier- en peesontsteking. Kan gebruikt worden bij spierpijnen zoals fibromyalgie. Bij inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa kan het verzachting brengen. Verder zijn er aanwijzingen dat kurkuma helpt bij hart- en vaatziekten, diabetes, neurologische aandoeningen, longziekten en vele andere kwalen. Het blijft echter moeilijk om de intensiteit van het genezend effect op al deze ziekten te bepalen. Dat geldt trouwens voor alle kruiden. Het grote voordeel van zijn genezende werking is terug te voeren op zijn breed werkingsspectrum, d.w.z. dat kurkuma op zeer veel fysiologische processen een gunstige invloed heeft en daarmee aan talrijke genezingsprocessen een bijdrage levert.

 

Alzheimer

Alzheimer is een gevreesde vorm van dementie die steeds vaker voorkomt. Het geheugen valt geheel of gedeeltelijk weg waardoor deze patiënten hun identiteit verliezen. Ze herkennen niet meer de personen uit hun directe omgeving en leggen geen biologische verbanden en sociale structuren meer. Sommige hersencellen sterven af waardoor bepaalde functies niet meer mogelijk zijn. Alzheimer komt vaak in de familie voor en kan vanaf 45 jaar getest worden op erfelijke belasting waardoor de nodige voorzorgsmaatregelen tijdig kunnen getroffen worden zodat de ziekte wordt afgeremd. Duitse wetenschappers hebben ratten met kurkuma geïnjecteerd. Uit de hersenscan bleek dat de delen die bekend staan als invloedrijk bij de groei van zenuwcellen veel meer activiteit ontwikkelden. Verder werden neutrale stamcellen (NSC’s) gemarineerd in verschillende kurkumaconcentraties. Hoe meer kurkuma, hoe groter de groei met een groeisnelheid tot 80%. Stamcellen kunnen transformeren tot soorten hersencellen met een herstellende werking. De wetenschappers zijn duidelijk verrast over het bereikte resultaat. Onderzoek op vissen en kleine dieren lijkt hetzelfde effect te geven. De volgende stap is testen op mensen, maar dat kan nog een tijd op zich laten wachten. Gezien kurkuma geen bijwerkingen kent en geen enkel nadeel bevelen de wetenschappers aan kurkuma als keukenkruid te gebruiken. Kurkuma kent weinig contra-indicaties. Een te hoge dosis kan het maagslijmvlies irriteren. Tijdens de zwangerschap is kurkuma niet aan te bevelen omdat het een stimulerende werking op de baarmoeder kent. Door zijn bloedverdunnende werking is dit kruid niet aan te bevelen voor mensen die bloedverdunners gebruiken. Bij galstenen of bij acute ontsteking van de galwegen is het niet aan te raden kurkuma te gebruiken. Denk er aan dat bij gebruik van kruiden de omkadering doorslaggevend is. De subtiele werking van een kruid kan door negatieve factoren zoals onevenwichtige voeding, stress, gebrek aan beweging, negatieve instelling, onvoldoende nachtrust enz. afgeremd worden. Een kruid mag men niet met een chemische medicijn vergelijken.

 

Surf voor meer informatie over gezonde voeding, levenswijzen, kruiden, natuurgeneeskunde enz. naar www.europeseacademie.be. Bent u op zoek naar therapeutische ondersteuning surf dan naar www.natuurgeneeskundigen.be

10:51 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-11-14

Burn-out overkomt harde werkers

Burn-out staat in het brandpunt van de belangstelling omdat onderzoek aantoont dat de helft van de personeelsleden een risico loopt op een burn-out. Burn-out betekent opgebrand zijn, einde van zijn kracht, zich helemaal leeg voelen. Werken is een loodzware opgave geworden. Het is een aandoening die gerelateerd is aan het beroep. Een te grote werkdruk, een te grote verantwoordelijkheid en een voortduren-de druk worden in verband gebracht met het ontstaan van deze aandoening. Toch ligt hier niet de oorzaak, het zijn uitlokkende factoren. De Amerikaanse psychiater Dr. Herbert J. Freudenberger heeft deze stoornis voor het eerst beschreven in 1974. Hij stelde vast dat toegewijde en geëngageerde medewerkers van hulporganisaties en verzorgende beroepen uitgeput, prikkelbaar en kwetsbaar werden. Zij konden hun werk, waarvoor ze zich jarenlang enthousiast hadden ingezet, niet meer aan. Ze toonden tegelijkertijd een negatieve instelling tegenover de mensen die ze met zoveel liefde en toewijding gedurende vele jaren hadden geholpen. Burn-out heeft zich verspreidt onder alle beroepen en komt vooral voor bij de meest loyale medewerkers en de hardste werkers.

Burn-out is een welomschreven psychische stoornis die niet verward mag worden met depressie dat een stemmingsstoornis is, maar ook niet met stress, chronisch vermoeidheidsyndroom (CVS) of andere psychische aandoeningen. Vaak zijn er dezelfde symptomen aanwezig, maar het ziektebeeld, de oorzaak en de gevolgen liggen heel anders. Burn-out wordt omschreven als een energiestoornis, een aanpassingsstoornis of een denkneurose (DSM-IV). Onderzoekers hebben het moeilijk om juiste diagnosemodellen te ontwikkelen omdat negatieve emoties en gedrag niet altijd exact afgelijnd kunnen worden. Vanuit onze jarenlange ervaring met persoonlijkheidsanalyse is het niet zo moeilijk om vrij exact te bepalen wie aan burn-out lijdt. Een werknemer geraakt opgebrand omdat hij ononderbroken zijn beroeps-taken met een te grote gedrevenheid en enthousiasme heeft uitgevoerd. Dergelijke mensen worden in de typologie als Vuurtype omschreven. Men kan niet opbranden als er geen vuur aanwezig is. Het uitgangspunt van burn-out is de persoonlijkheid en de vatbaarheid voor deze aandoening is daarvan afhankelijk. Laten we even de persoonlijkheidstypen vermelden die voor burn-out in aanmerking komen.

 

  • Vuurtype: Dit type is zeer gedreven mensen, idealistisch ingesteld, een echte doorzetter die nooit opgeeft.
  • Vuur-Aardetype: Dit type is gedreven, streeft naar perfectie, heeft een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en legt de lat voor zichzelf en anderen erg hoog.
  • Vuur-Watertype: Dit type is begaan met het lot van de medemens, is erg behulpzaam, heeft een sterk inlevingsvermogen en is emotioneel ingesteld.
  • Vuur-Luchttype: Dit type bruist van enthousiasme, is zeer creatief en ondernemend, weet nieuwe ideeën te ontwikkelen en is inventief ingesteld.

 

Vanuit de persoonlijkheidsanalyse van deze vier typen zien we hoe deze mensen ieder op hun manier vroeg of laat opbranden. De kern van het probleem is dat zij het vuur in combinatie met een van de vier andere elementen onvoldoende beheersen en/of beheren. Ze houden dit op langere termijn niet vol en branden helemaal op. Deze mensen moeten zichzelf leren kennen en leren omgaan met de factor tijd. Er wordt op te korte tijd te veel gepresteerd en dat geeft niet altijd het beste resultaat. Er is begrip voor de werkdruk die in het bedrijfsleven door de economische omstandig-heden systematisch wordt opgedreven. Het werkritme loopt niet meer parallel met het levensritme en veel werknemers (50%) kunnen dat niet langer aan. De gevolgen van burn-out worden stilaan dramatisch zowel voor de werknemer als de werkgever. De meest voorkomende symptomen zijn:

 

·      Gebrek aan energie

·      Zich helemaal leeg voelen

·      Concentratieproblemen

·      Verzwakking van het geheugen

·      Verhoogde stressgevoeligheid

·      Cynisme of afstand nemen van het werk

·      Verlaagd zelfbeeld

·      Verminderde cognitieve vaardigheid

·      Emotionele heftigheid

·      Twijfel aan eigen competentie

·      Het gevoel gefaald te hebben

·      Besluiteloosheid

·      Hartkloppingen

·      Verhoogde bloeddruk

·      Slaapproblemen

·      Allerlei fysieke ongemakken

Als burn-out niet tijdig wordt opgevolgd, verhoogt zich het risico op een psychose, hartfalen of zelfdoding. Vrouwen zijn er meer gevoelig voor dan mannen. Burn-out mag niet onderschat en zeker niet verwaarloosd worden. Het herstel verloopt traag en men rekent op 189 dagen, dat zijn zware kosten voor het bedrijf. Vooral het aankweken van een nieuwe denk- en levenswijze is doorslaggevend, samen met een vernieuwde mentaliteit. De cliënt moet zijn energie leren doseren, m.a.w. men moet leren remmen en niet blijvend op het gaspedaal duwen. Bij burn-out zal men op zoek gaan naar professionele hulp (www.natuurgeneeskundigen.be).

12-11-14

Zet ramen en deuren open

Een huis thermisch isoleren is goed voor de portemonnee en voor het milieu. Men stelt echter vast dat te goed geïsoleerde huizen nadelig zijn voor de gezondheid. Er is te weinig ventilatie waardoor de lucht snel bederft en dat veroorzaakt hoofdpijn, vermoeidheid en astma of andere ademhalingsproblemen. Dit probleem kan opgelost worden door dagelijks te ventileren. De moderne huizen zijn meestal voorzien van een duur ventilatiesysteem, maar het kan heel eenvoudig door vensters en deuren te openen. Tijdens de herfst en de winter verblijven we vaak erg lang in een afgesloten woonkamer met weinig beweging en met een gebrek aan zuurstof. Dat kan voorkomen worden door tweemaal per dag gedurende 15 minuten te ventileren. Zet een aantal ramen open zodat er tocht ontstaat want ventileren betekent beweging brengen in het volume lucht dat zich in uw huis bevindt. Bij een goede ventilatie hoeft de deur niet worden opengezet want dat trekt dieven aan.

Er zijn verschillende opvattingen over hoe we het best ventileren. Sommigen zijn voorstander om ramen en deuren wagenwijd open te zetten, dus een totale verluchting tijdens een kortere periode van bijvoorbeeld 10 à 15 minuten in de ochtend en 5 minuten in de avond. Weer anderen geloven dat het beter is om gedurende een langere periode te verluchten door het openzetten van een aantal ramen op kantelstand. Men denkt dan aan een periode van 15 à 30 minuten in de ochtend en 10 minuten in de avond. Gedurende deze periode verdwijnt de bedorven of opgebruikte zuurstof en wordt de woning gevuld met verse zuurstof. Het is vooral de vochtige lucht die uit het huis wordt gedreven. Op de eerste plaats zijn het de bewoners die de bron van vervuiling zijn. We ademen per dag grote hoeveelheden zuurstof in en uit. Bij het uitademen brengen we verwerkte en dus vervuilde zuurstof naar buiten. Daarnaast zweten we over heel het lichaam gifstoffen uit, ook in de winter. Door allerlei huishoudelijke taken zoals koken, strijken, douchen enz. komt er heel wat vocht vrij die niet altijd goed word afgevoerd. In de keuken is meestal een dampkap voorzien, maar in veel badkamers en strijkkamers ontbreekt het soms aan een ventilator. Er wordt gebruik gemaakt van schoonmaakproducten en luchtverversers die niet altijd van biologische kwaliteit zijn. Rokers verpesten de lucht constant. Iedereen brengt een deel van de milieuvervuiling mee in zijn woning zonder zich daar bewust van te zijn. Binnen de muren van een woning verloopt niet alles milieuvriendelijk.

 

Minder energie

Ramen en deuren openen in hartje winter, is dat geen energieverkwisting, zullen zich vele afvragen! Onderzoek toont aan dat een goede verluchting voor minder energieverbruik zorgt. Vochtige lucht is immers moeilijker te verwarmen in tegenstelling tot droge lucht. Door te ventileren voert men juist de vochtige lucht af. Tijdens het intens verluchten zet men de verwarming af. Controleer even via de thermostaat de kamertemperatuur. U zult vaststellen dat na 30 minuten ventileren met open ramen of in kantelstand de kamertemperatuur nauwelijks daalt, vaak tussen 0,1 en 0,5 °C afhankelijk van de buitentemperatuur. In hartje winter kan dit eventueel iets meer zijn. Wie alles goed wenst te controleren, zorgt voor een hygrometer (vochtmeter). U kunt dan zelf vaststellen dat door te verluchten de relatieve vochtigheid verlaagt. Een hygrometer duidt de relatieve vochtigheid aan en deze kan variëren van 0 tot 100%, hoe hoger des te vochtiger. In een woonkamer wordt meestal een relatieve vochtigheid van 40 à 60% gewenst. Lager dan 40% is te droog en niet goed voor de luchtwegen. Boven de 60% is te vochtig. Maak er een goede gewoonte van om dagelijks te verluchten en u zult merken dat uw gezondheid en deze van uw huisgenoten beter wordt terwijl de energierekening niet zal stijgen, misschien zelfs zal dalen. Naast een goed verluchte woning is het aan te raden om in de herfst en de wintermaanden buiten te zijn. Tijdens een goede wandeling haalt u zoveel verse zuurstof binnen en ademt u de verbruikte zuurstof uit. Daardoor ontstaat er een intense ademhaling. Wandel vooral in een natuurrijke omgeving ver van vervuilde gebieden. De bergen, de zee of natuurparken zijn ideale plekken om goede zuurstof binnen te krijgen.

16:30 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-08-14

Pesticiden, een bedreiging voor de voedselvoorziening

Er heerst een algemene en optimistische indruk dat er tegenwoordig in de land- en tuinbouw minder pesticiden worden gebruikt. De belangstelling voor biologische kwaliteit neemt in heel Europa toe. Het massaal gebruik van pesticiden zoals in de vorige eeuw lijkt definitief voorbij, dat dachten we toch.

Er is helaas een nieuwe generatie pesticiden die misschien minder massaal wordt gebruikt, maar die een veel ernstiger bedreiging voor het milieu betekent en de voedselvoorziening wereldwijd in het gedrang brengt. Er is behoefte aan dringende en doorslaggevende maatregelen. Er zijn al 800 wetenschappelijke studies verschenen die het gebruik van de jongste generatie pesticiden, op basis van neonicotinoïdes, aan banden willen leggen. Neonicotinoïdes zijn chemische bestanddelen die afgeleid zijn van nicotine en behoren tot de groep van de neurotoxines. Ze tasten het zenuwstelsel van insecten, wormen en vogels aan die er uiteindelijk aan sterven. Deze pesticiden werken systemisch, dat wil zeggen dat ze op de hele plant inwerken en insecten doden die ervan eten. Bij bijen zorgen neonicotinoïdes ervoor dat ze minder goed navigeren en veel vatbaarder worden voor ziektes. Aardwormen verliezen hun vermogen om tunneltjes in de aarde te graven. Juist via deze tunneltjes wordt de bodem luchtig en van zuurstof voorzien.

Deze pesticiden worden gebruikt om zaden te behandelen en breken erg langzaam af, waardoor het gif zich door de jaren heen opstapelt. Onderzoekers gaan ervan uit dat 90% van het product in de bodem terecht komt. Doordat de boer jaar na jaar deze pesticiden gebruikt, verzadigt de bodem zich met ernstige giftige stoffen die erg langzaam afbreken. Ze worden vaak preventief gebruikt, zonder enige aanwijzing dat er een bedreiging voor de oogst aanwezig is. Producenten van pesticiden hebben er alle belang bij dat hun producten zoveel mogelijk worden gebruikt. De jaarlijkse omzet van systemische pesticiden bedraagt ongeveer 2 miljard euro’s. In het verleden werd het gebruik van sproeimiddelen systematisch opgedreven door op de angst van de boeren in te spelen terwijl het niet altijd nodig was. Deze vertrouwde tactiek, die enkel uit economisch belang is ingegeven, wordt gewetenloos voortgezet. De gevolgen zijn catastrofaal, niet alleen voor bijen en aardwormen, maar ook voor vlinders, amfibieën en insectenetende vogels. De populatie van de spreeuw en de boerenzwaluw lijdt er aanzienlijk onder.

Natuurpunt, de grootste natuurbeschermingsorganisatie in België vreest voor een aantasting van de biodiversiteit.

Het grote probleem is dat door de aantasting van de bijen, hommels en andere bestuivers de voedselvoorziening in het gedrang komt. Op korte termijn kan de boer en de tuinder zijn oogst redden, maar op langere termijn wordt de hele voedingsvoorziening ernstig in het gedrang gebracht. Zonder bestuiving worden planten niet bevrucht en blijft de oogst uit. Het is verontrustend dat de pesticiden niet alleen op de behandelde oppervlaktes komen, maar ook daar buiten. De neonicitinoïdes spoelen uit en komen terecht in het oppervlaktewater en de kustwateren. Het verdwijnen van de insectensoorten leidt tot een afname van het aantal vogels omdat die er zich mee voeden. Vogels kunnen sterven doordat ze behandelde zaden op het veld oppikken. Het hele ecosysteem komt in het gedrang en dat heeft een negatieve invloed op de voedselvoorziening. Wetenschappers gaan er vanuit dat deze nieuwe generatie pesticiden 5.000 tot 10.000 keer schadelijker zijn dan de pesticiden die in het verleden uit de handel zijn genomen omdat ze te gevaarlijk waren. Men komt tot de vaststelling dat niet alleen de pesticiden gevaarlijk zijn, maar ook hun afbraakstoffen. Er is enkel de acute giftigheid van deze pesticiden voor bepaalde soorten planten vastgesteld en is nog niets geweten over het cocktail-effect, het gebruik van verschillende soorten pesticiden op een bepaald veld. We staan hier voor een hemelsgroot probleem.

Al meer dan tien jaar is dit gevaar bekend. De Europese Unie heeft drie pesticiden voor bepaalde gewassen verboden. Wetenschappers beweren dat de concrete kennis waarover ze nu beschikken, slechts het topje van de ijsberg is. De gevolgen op langere termijn zijn nog veel dramatischer. Het ontbreekt bij politici en de Europese instellingen aan moed om drastische maatregelen te treffen en daar profiteren de producenten van pesticiden van. Of er al dan niet een verband is tussen het massaal gebruik van deze nieuwe generatie pesticiden en het toenemen van kanker, dementie, ADHD, autisme en andere moderne kwalen is nog weinig geweten. Het is vreselijk dat men omwille van economische belangen de hele planeet vervuilt en om zeep helpt voor vele generaties. Milieubescherming begint op uw bord.

Wilt u meer weten over gezonde voeding, een open cursus of een opleiding volgen, surf dan naar www.europeseacademie.be. Bent u op zoek naar therapeutische hulp, surf dan naar www.natuurgeneeskundigen.be

18:47 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

06-08-14

Een nieuwe aanpak in de ouderenzorg maakt antidepressiva overbodig!

De helft van de rusthuisbewoners slikken antidepressiva terwijl er steeds meer antipsychotica wordt gebruikt om de symptomen van een psychose tegen te gaan. Tot deze conclusie komt een recent onderzoek dat in bijna 1.500 rusthuizen in België werd uitgevoerd. Een hoofdverpleegkundige reageert op deze onthutsende cijfers: ‘Een goed gesprek kan een depressie vermijden, maar ons personeel heeft niet genoeg tijd om met iedereen te praten.’ In een twintigtal rusthuizen slikken zelfs acht op de tien ouderen antidepressiva. Het valt op dat 72% van deze ouderen na vijf jaar nog steeds antidepressiva gebruiken omdat de behandelende arts bang is voor een terugval. Volgens een geriater valt het op dat ouderen die in een rusthuis verblijven veel meer medicijnen gebruiken dat hun leeftijdgenoten die thuis blijven wonen. Er schort wel degelijk iets aan de ouderenzorg in de rusthuizen. De Directie en artsen zijn zich daarvan bewust. Zo is er recent in Leuven een programma ontwikkeld om bij ouderen die veel geneesmiddelen gebruiken na te gaan of ze er niet té veel krijgen. De oorzaak van het probleem ligt niet op het medisch vlak, maar veeleer op psychosociaal en emotioneel vlak.

In Duitsland hing tegen een gevel een heel groot bord van een caritasorganisatie met daarop een foto van een oude man in een zetel met daarboven de volgende tekst: ‘Ik zit voor een groot deel van de dag in de zetel en denk veel terug aan vroeger. Af en toe komt er een verpleegkundige voorbij…maar die ziet me niet zitten!’ Dit reclamebord typeert het probleem klaar en duidelijk. Een rusthuis mag geen wachtkamer van de dood zijn waar oudjes in afwachting volgens een vast schema de nodige fysieke zorg krijgen. In veel rusthuizen is er geen ruimte voor intermenselijke relaties, voor het uitwisselen van gevoelens zodat communicatie nog nauwelijks plaats vindt. De cijfers zijn verontrustend, maar mogen niet veralgemeend worden. Er zijn ongetwijfeld rusthuizen waar alles naar wens verloopt, zeker als men beroep kan doen op een groep vrijwilligers die de ouderen een warm hart toedragen en een huiselijke sfeer weten te scheppen. In rusthuizen verblijven overwegend mensen die nog relatief gezond zijn, anders worden ze overgeplaatst naar een verzorgingstehuis, het ziekenhuis of een psychiatrische afdeling waar medische verzorging centraal staat. Deze ouderen zijn zich bewust van hun levensavond en wensen die op een aangename manier door te brengen in plaats van weg te kwijnen in eenzaamheid en apathie. Juist deze grote groep kan men met een goede begeleiding op weg helpen naar een zinvolle actieve oude dag.

Het grote probleem is echter dat men de ouderenzorg beperkt tot het verlenen van de fysieke basisbehoeften. Aan het belang daarvan wordt niet getwijfeld, maar ouderen hebben veel meer behoeften aan psychosociale en emotionele begeleiding. Door deze te verwaarlozen, vernedert men deze mensen, ontneemt men hen hun fierheid en levenswaarde. Ouderenzorg begint met een permanente observatie om op ieder ogenblik de reële behoefte te kennen. Observatie maakt deel uit van de non verbale informatie. Lichaamshouding, gelaatsexpressie, oogcontact en gebaren zeggen ontzettend veel over de reële behoefte van iemand, wat er zich innerlijk afspeelt, wat goed en wat minder goed verloopt binnen de persoonlijkheid. Als men daar geen tijd voor heeft, is men verkeerd bezig. Als ouderen niet opgevolgd worden, zijn ze slechts een nummer binnen een af te werken tijdschema. Een dienstverlening begint bij het waarnemen van het doen en laten om van daaruit af te stemmen op de echte behoefte. Ouderen hebben niet alleen recht op fysieke verzorging, maar tegelijkertijd op psychosociale en emotionele begeleiding. Bij deze groep mensen gaat het vooral om informele en humane begeleiding die heel dicht bij het dagelijkse leven staat. Deze ouderen hebben geen behoefte aan dure professionele begeleiders, maar aan mensen die hun taal spreken, mensen met inzicht en een warm kloppend hart.

De grote waarde van observatie ligt juist in de non verbale communicatie. De lichaamshouding, de gelaatsexpressie en de gebaren veranderen van het ene op het andere moment omdat de behoefte verandert. Volgens deskundigen vindt nog altijd 75% van communicatie langs non verbale weg plaats. Ouderen hebben meestal niet meer de behoefte om alles verbaal of schriftelijk over te brengen, juist daarom uiten ze zich non verbaal. Vaak leent zich de sfeer er niet toe, is er een gebrek aan vertrouwen of moed om zich verbaal te uiten. Ouderen voelen de onverschilligheid aan, dat ongenoegen is af te lezen uit hun blik van verontwaardiging, de nerveuze handbewegingen of de opgetrokken schouders. De existentiële angst kan heel intens aanwezig zijn en de roep om hulp uit zich instinctief. Het is tragisch als niemand uit de omgeving deze signalen opmerkt. Vaak komt men na het overlijden van de partner in een rusthuis terecht. Het is dramatisch als deze mensen op leeftijd nergens met hun verdriet terecht kunnen en niet de mogelijkheid krijgen om hun rouwproces te verwerken. Het is pijnlijk als men geen aandacht krijgt op het moment dat de nood ontzettend groot is. Ouderen geraken in een afschuwelijke situatie. Aan de ene kant hebben ze afscheid moeten nemen van een levenspartner waar ze meer dan een halve eeuw mee verbonden zijn geweest en aan de andere kant moet men zich in een totaal nieuwe levenssituatie aanpassen! Dat is geen eenvoudige opgave. Het spreekwoord: ‘Oude bomen verplant men niet!’ heeft blijkbaar zijn betekenis in deze moderne tijd verloren. 

Nu de vergrijzing voor de deur staat, moet de ouderenzorg herbekeken worden. Het is gemakkelijker voor het personeel om een antidepressivum te geven dan een schouderklopje of een vriendelijk en begrijpelijk gesprek te voeren. We zeggen wel duidelijk ‘gesprek’ want ouderen hebben geen behoefte aan een vakkundige of therapeutische interventie. Ze verlangen alleen naar eenvoudige woorden die tot het leven van iedere dag behoren. Oud worden is geen ziekte, het is een biologisch proces dat deel uit maakt van het leven en wordt soms vergeleken met een rafelrand. Bij het ouder worden vertragen de fysieke en mentale processen, treden er gebreken op die ouderdomsverschijnselen worden genoemd en geraakt men vatbaar voor allerlei ziekten. Gezond oud worden is niet voor iedereen weggelegd, daarom is het een zegen, een uitzonderlijk voorrecht. Als door omstandigheden het leven niet meer in de vertrouwde huiselijk omgeving kan plaats vinden, is het rusthuis een ideale oplossing. Men leeft er in een beschermde omgeving, men neemt zelf geen enkel risico want hier stopt de materiële zorg en bekommernis. Deze uitdovende levensfase is waardevol en kan in optimale omstandigheden verlopen als er een goed beleid wordt gevoerd. Het vertrouwde beeld van eenzaamheid kan verdreven worden door het gemeenschapsgevoel dat permanent aanwezig is. Men kan immers ontzettend veel voor elkaar betekenen, maar als er geen coördinator is die de zielen samenbrengt, wordt een belangrijke kans gemist. Er is een goede leiding nodig en vooral het besef dat ouderenzorg veel verder gaat dan het planmatig uitvoeren van fysieke basisfuncties zoals eten, rusten, slapen en hygiënische verzorging. Deze noodzakelijke fysieke verzorging is slechts een onderdeel van de echte ouderenzorg.

Men moet beseffen dat deze mensen ondanks hun hoge leeftijd levende wezens zijn met diepe gevoelens, een rijke levenservaring met zich meedragen en een blijvende behoefte hebben aan menselijke contact, de ene meer dan de ander. Oudere mensen worden nog te zeer gezien als nutteloze lege wezens, die passief, apathisch of depressief zijn, geen interesse meer tonen, weinig reageren en uit pure verveling proberen de dag al dromend en slapend door te brengen. Dit zijn echter symptomen die er op wijzen dat ze niet of niet goed worden opgevangen, dat ze aan hun lot worden overgelaten, te weinig aandacht krijgen en dat hun fundamentele rechten zijn geschonden. Wetenschappers en beleidsmakers pakken voortdurend uit dat we steeds ouder worden en tot op hoge leeftijd vitaal blijven, maar waarom toont men dan zo weinig belangstelling voor de ouderenzorg, waarom stopt men de ouderen vol met medicamenten en geeft men ze zo weinig kans om zichzelf te blijven. Hun manier van denken komt niet overeen met de visie van de ouderen zelf. Ouderen verzetten zich niet tegen het voorgestelde beleid, maar geven er een andere invulling aan en dat wijst erop dat beide groepen niet op dezelfde golflengte zitten.

Voor de meeste ouderen zijn het de sociale contacten, de uitwisseling van gedachten en het gevoel van welbevinden die aan de basis liggen van de levenskwaliteit en dat onafhankelijk van fysieke of mentale beperkingen die gepaard gaan met het verouderingsproces. Ouderen vragen respect voor de lange levensweg die ze al hebben afgelegd omdat dit voor een meerwaarde zorgt. Veel is afhankelijk van de psychische weerstand die bij sommige sterk en bij anderen zwak is, maar waar de leidinggevenden en zorgverleners te weinig rekening mee houden. Bij heel wat ouderen wordt de psychische weerstand meteen gebroken doordat ze op een muur van onbegrip stoten. Het hier aangehaald onderzoek bevestigt dat het ouderenbeleid faalt en dringend moet herzien worden.

Om een nieuw beleid uit te stippelen is het belangrijk dat men rekening houdt met de verschillende levensfasen. Jongeren, volwassenen, ouderen en hoogbejaarden hebben allemaal hun eigen opvatting over levenswaarden en levenskwaliteiten. Ieder seizoen van het leven heeft zijn voordelen en zijn kwaliteiten. Doorslaggevend voor beleidsmakers is dat zij in de schoenen van de ouderen gaan staan, dat zij over voldoende inlevingsvermogen beschikken. Ze moeten verder durven kijken dan alleen naar de financiële en beleidsaspecten. Iedere vorm van zorg kost geld en personeel is erg duur. Ouderen die hun laatste levensfase in een rusthuis doorbrengen, hebben vooral behoefte aan dat wat niets kost: respect, genegenheid, aandacht, vriendelijkheid, een schouderklopje, een spontaan gebaar en vooral het gevoel dat hun aanwezigheid zinvol is. In een nieuw beleid moeten de kinderen van de ouderen betrokken worden omdat zij een liefdevolle en emotionele bijdrage kunnen en moeten leveren aan het verouderingsproces. De directie, het verzorgend personeel en de vrijwilligers kunnen dit belangrijk aspect niet van de kinderen overnemen. Het verblijf van een ouder in een rusthuis moet de band met het gezin versterken. Een rusthuis is slechts een verlengstuk van het gezin. Ouderen beseffen de noodzaak van hun fysieke scheiding, maar moreel en emotioneel blijven ze verbonden met hun kinderen en kleinkinderen. De eenheid mag niet verbroken worden, want dat geeft aanleiding tot eenzaamheid, verdriet en depressie. Om het even samen te vatten, een goed ouderenbeleid steunt op drie pijlers: fysieke verzorging, psychosociale en emotionele ondersteuning en een onmisbare participatie van de kinderen en de kleinkinderen.

16:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-07-14

Menopauze zonder pauze

Menopauze (climacterium) is een gebruikelijke term die het beëindigen van de vruchtbare cyclus aangeeft. Als de menstruatie een jaar uitblijft en de eierstokken geen hormonen meer aanmaken, is men in de menopauze. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. Al vele jaren voordien treden er langzaam veranderingen op in de hormonenhuishouding die zich al dan niet uiten op fysiek of emotioneel vlak. Bij de ene vrouw gebeurt dit vroeger dan bij de ander. De menopauze wordt gemakkelijk geassocieerd met de typische vrouwenklachten als opvliegers, slapeloosheid, nachtelijk zweet, stemmingswisseling, vaginale droogte, gewichtstoename door meer vocht vast te houden, osteoporose enz. Gelukkig treden al deze klachten niet altijd gelijktijdig op. 70 à 80% van de vrouwen heeft er last van. Menopauze is een natuurlijk proces en toch bestaat er nog altijd een zeker taboe rond dit onderwerp. Door meer openheid te scheppen kunnen vrouwen elkaar beter helpen.

Menopauze is afscheid nemen van de actieve vruchtbare levensfase en schept de indruk dat de derde leeftijd wordt ingeluid. Dat doet soms schrikken, maar de menopauze is geen pauze in het leven, maar de start naar een nieuwe levensfase die bij veel vrouwen haast even lang is als haar vruchtbare periode. Volgens sommige onderzoekers wordt de menopauze gezien als een investering in een lang leven. Men vindt hierin de verklaring waarom vrouwen veel ouder worden dan mannen. In feite begint de vrouw na de menopauze een tweede leven, meestal als grootmoeder of behoedster van de kleinkinderen. Veel vrouwen voelen zich fysiek en psychisch beter, er is stabiliteit in hun leven gekomen, het levensritme wordt rustiger en de beroepsverplichtingen eindigen op de pensioenleeftijd. Menopauze mag geassocieerd worden met het rijpere leven.

Rond dezelfde periode beginnen door veranderingen in de hormoonhuishouding een aantal verouderingsverschijnselen op te treden. Het haar wordt grijs, de eerste rimpels en groeven komen te voorschijn en bij sommige vrouwen begint de gezichtsrand door te zakken. Iedereen gaat vanuit zijn eigen instelling daarmee om. Piekeraars dramatiseren deze eerste uiterlijke veranderingen en voelen zich ongelukkig. Anderen weten er positief mee om te gaan. Menopauze wordt in de volksmond de overgang genoemd en dat is letterlijk bedoeld, namelijk de overgang van de vruchtbare naar de onvruchtbare periode. De menopauze is geen ziekte en er is geen behoefte aan medische behandelingen, adviezen of medicijnen. Alleen een portie geduld is nodig omdat de bijbehorende symptomen meestal spontaan verdwijnen. Stemmingswisseling kan vervelend zijn, maar dit is geen depressie en het slikken van antidepressiva is hier niet op zijn plaats. Vroeger werden vrouwen met hormonen behandeld wat op zich een gunstig effect had, maar het risico op hormoongevoelige kankers nam wel toe. Er wordt momenteel gewerkt met hormoonsubstitutietherapie (HST), maar bij hoge dosissen ziet men een toename van borstkanker met 0,8 borsttumoren op 1.000 vrouwen per jaar. Dat mag weinig lijken, maar het is geen risicovrije therapie ook al wordt er gewerkt met laag gedoceerde middelen en gedurende een korte periode van enkele jaren.

Het verloop van de menopauze is voor een groot deel afhankelijk van de fysieke conditie en de psychische gesteldheid. Vrouwen die een ongezonde voedingswijze hebben gevolgd, flink hebben gerookt, grote hoeveelheden koffie en alcohol hebben gedronken, zullen tijdens hun menopauze de gevolgen hiervan ondervinden. Anderzijds moeten we toegeven dat een gezonde voedings- en levenswijze niet altijd een garantie biedt voor een probleemloze menopauze. De hormoonhuishouding is immers van vele factoren afhankelijk. Men heeft het grootste voordeel door de menopauze op een zo natuurlijk mogelijke wijze te laten verlopen.

 

Positief denken

Een positieve instelling bereikt men door de menopauze te accepteren en dit te zien als een overgang naar een rijker leven. Door meer terug te blikken op wat er geweest is dan bang te zijn voor wat nog gaat komen. Zie het vooral als een investering in een lang en gezond leven. Leer vooral de positieve aspecten van de menopauze te waarderen.

 

Stressbeheersing

Voortdurend onder stress staan verergert de symptomen van de menopauze. De opvliegers treden sneller op, worden intenser en minder goed verdragen. Stress heeft een ongunstige invloed op het slaapritme terwijl juist in de overgang de slaap al onder druk staat. Relaxatieoefeningen, maar ook alles wat voor afleiding zorgt zoals het beoefenen van een hobby, beweging en iedere vorm van ontspanning helpt.

 

Voeding

Het is niet eenvoudig om een voedingsadvies te verstrekken dat behulpzaam is om de menopauze goed door te komen. Een kaliumrijke voeding heeft het voordeel dat de waterhuishouding sterk wordt gestimuleerd o.a. door het uitscheiden van het vocht. Alle soorten fruit, maar vooral banaan is uitzonderlijk rijk aan kalium. Dat geldt ook voor de meeste groenten o.a. de tomaat en de aardappel. Kalium zuivert het lichaam en beschermt het hart. Door wijzigingen in de hormoonhuishouding komt de kalkstofwisseling onder druk te staan en is het belangrijk om calciumrijke voeding te gebruiken zoals sesamzaad. Deze wel malen voor het gebruik omdat de zaadjes te klein zijn om ze te kauwen. Amandelen die men gedurende de nacht in bronwater laat weken, is het beste middel om de kalkhuishouding weer op pijl te brengen. Het volstaat om per dag 15 à 30 amandelen te gebruiken. Kaas is rijk aan calcium, maar ook aan eiwit en dat zorgt voor een minder goede opname. Er wordt vaak gewezen naar soja en sojaproducten, maar daar heerst een controverse rond. Soja is rijk aan isoflavonen wat fyto-oestrogenen wordt genoemd. Bij Aziatische volkeren die veel soja eten komen bij vrouwen in de menopauze slechts 14 tot 24% opvliegers voor in tegenstelling tot Westerse vrouwen waar dit tussen 70 à 80% is. Preparaten op basis van soja zouden echter het risico op borstkanker sterk doen verhogen. Zolang deze discussie geen duidelijkheid brengt, is het moeilijk om een advies te verstrekken.

 

Kruiden bij opvliegers en nachtelijk zweet

Om dit proces geleidelijk te laten verlopen, gebruiken we kruiden met een stimulerende werking op de hormoonhuishouding. We geven twee recepten die per 100 g zijn berekend. Laat deze kruiden bij de apotheek of kruidenwinkel mengen of meng ze eventueel zelf. Neem van dit mengsel 1 koffielepeltje per kop gedroogde kruiden, overgiet ze met kokend water, 10 minuten laten trekken, dan zeven en verspreidt over de dag 3 kopjes per dag drinken. Niet te laat drinken om nachtelijk plassen te voorkomen. Eventueel zoeten met honing. Dit versterkt de werking.

 

Recept 1

40 g Rodeklaver-bloem

30 g Salie-blad

30 g Okkernoot-blad

 

Recept 2

30 g Rodeklaver-bloem

25 g Hop-bellen

25 g Lavendel-bloem

20 g Salie-blad

 

In de apotheek of kruidenwinkel vindt u ook kruidenpreparaten zoals tinctuurs, etherische olie en andere middelen die een kruidenthee kunnen vervangen. We voegen er aan toe dat een kruidenthee wel erg krachtig werkt. 

16:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

23-07-14

Sporten kan dodelijk zijn!

Ieder jaar nemen meer dan veertigduizend mensen deel aan de stadsloop, 20 km dwars door Brussel en bijna ieder jaar valt er een dode. Dit jaar stierf een jonge journalist van de krant Le Soir op zijn achtentwintigste levensjaar, verleden jaar een man van drie en vijftig en het jaar voordien een jongen van negentien. In de eerdere edities vielen er ook al doden. Dit jaar werden 35 lopers naar het ziekenhuis afgevoerd en vele honderden werden ter plaatse verzorgd door de aanwezige hulpdiensten. Sporten kan dus dodelijk zijn. Volgens de commentaren in kranten en tijdschriften zijn er twee mogelijke oorzaken, een verborgen hartfalen of onvoldoende getraind. Sommige cardiologen pleiten voor een hartscreening, maar volgens sportmedici kunnen dergelijke drama’s daardoor niet altijd voorkomen worden. Volgens de Hoge Gezondheidsraad ontbreken de bewijzen voor het nut van zo’n massale screening van hartafwijkingen die voorbeschikken tot plotse dood. Sportliefhebbers houden het er bij dat een plots overlijden tijdens het sporten extreem zeldzaam blijft. In de V.S schat men dat er jaarlijks zo’n 150 jonge atleten tijdens de sport plotseling overlijden. Volgens de statistieken valt er ongeveer 1 dode per 40.000 marathonlopers en 2 doden bij een halve marathon. Men troost zich door er op te wijzen dat er jaarlijks 14.000 jongeren onder de 21 jaar bij ongevallen omkomen, maar een dergelijke vergelijking gaat niet op.

Er zijn zeker een aantal factoren waarmee men rekening moet houden als men deelneemt aan dergelijke loopevenementen. Een goede voorbereiding is het allerbelangrijkste, want ongetraind aan de start verschijnen, te warm gekleed zijn of onvoldoende drinken onderweg zijn bekende fouten. Een loopevenement in de stad is om problemen vragen. Brussel is het middelpunt van Europa waar iedere dag ontzettend veel auto’s de lucht vervuilen. Over de grote ring rond Brussel rijden dagelijks duizenden vrachtwagens met hun afschuwelijke uitstoot. Vlak in de buurt is er de luchthaven van Zaventem die een belangrijke bijdrage levert aan de vervuilde lucht terwijl rond de rand van Brussel heel wat bedrijvend gevestigd zijn. Brussel, en dat geldt voor alle steden, is een te risicovolle plek om een loopevenement te organiseren. Doe dat liever in de Ardennen, in de Limburgse bossen of aan zee.

De kern van het probleem is dat men er van overtuigd is dat extreme lichaamsbeweging gezond is, maar dat is niet zo. Te veel sportievelingen lopen tegen hun eigen limieten aan en dat is niet zonder risico’s. De mens is van nature een beweeglijk wezen, denk vooral aan kinderen en aan speelpleinen waar alle toestellen op beweging zijn afgestemd. Bewegen is gezond, maar er zijn regels. Tijdens een stresstoestand kent de mens een vluchtreactie en zet het op een lopen om het dreigend gevaar te voorkomen. Dat is de enige situatie waarin de mens van nature zich snel beweegt en dan nog gedurende een vrij korte tijd. Volgens sportmedici verlaagt men de hartslag door intensief te sporten waardoor het hart deze extreme inspanningen aan kan. Bij dergelijke sportprestaties ligt het accent op het resultaat en niet op het bevorderen van de gezondheid, integendeel, de gezondheid wordt vaak opgeofferd aan de prestaties. De slogan bewegen is gezond wordt te vaak verkeerd geïnterpreteerd. Beroepssporters verdienen er erg veel geld mee, maar zijn op hun dertigste afgeschreven. Mensen die sport beoefenen omdat ze prestatiegericht zijn en om een bijdrage aan hun gezondheid te leveren, mogen zich niet richten op beroepssporters en ze zeker niet imiteren.

Bewegen op basis van matig-intensieve inspanningen is gezond en erg aan te bevelen. Een belangrijke factor is de continuïteit, door dagelijks te bewegen houden we de spieren soepel, verhogen we de doorbloeding, versterken we de ademhaling, transpireren we beter, werken de gewrichten soepel en stimuleren we de peristaltiek van de darmen, wat zorgt voor een regelmatige en volledige ontlasting. Tijdens het bewegen verbranden we voldoende calorieën en scheiden we overtollige gifstoffen uit o.a. door extra te transpireren en intensief te ademen. Niet de intensiteit, maar de continuïteit is doorslaggevend. Bij onregelmatige beweging kost het telkens extra inspanningen om het vastgelopen lichaam weer los te krijgen. Mensen die niet of nauwelijks bewegen, lopen een groot risico op allerlei lichamelijke klachten. Bij het ouder worden neemt de belangstelling voor beweging vaak af terwijl juist in deze levensfase beweging belangrijk is. Mensen die niet bewegen hebben meer kans vroegtijdig te sterven. Het aantal ‘zit-doden’ zoals ze worden genoemd, neemt van jaar tot jaar toe. Bij het verzwakken van de mobiliteit neemt het sociaal contact sterk af omdat veel ouderen er tegen opzien zich te verplaatsen om gezelschap op te zoeken. Zo ontstaat vereenzaming en werkt men depressiviteit in de hand.

Iedere vorm van bewegen is aan te bevelen. De voorkeur wordt meestal individueel bepaald. Fitness in een fitnesscentrum is zeker geen ideale vorm van bewegen. De oefenprogramma’s zijn vaak prestatiegericht waardoor de grens steeds verhoogd wordt en men gemakkelijk zijn fysiek vermogen overschrijdt. Het slikken van allerlei middelen om meer spiermassa te vormen of het uithoudingsvermogen te verhogen zijn niet bevorderend voor de gezondheid. Men oefent meestal met een hele groep in een zelfde lokaal aan toestellen waardoor zowel het overtollige zweet als de intense uitademing voor luchtvervuiling zorgt ondanks de voorziene afzuigsystemen. De meest natuurlijke vorm van bewegen is wandelen, dat doet men in de buitenlucht en meestal in een aantrekkelijke natuurlijke omgeving. Tijdens het wandelen zal men niet gemakkelijk zijn limieten overtreden, behalve bij te lange en te intense wandelingen in te moeilijke omstandigheden zoals bij bergwandelingen. Beweging zal men zoveel mogelijk in het leven integreren, het moet er gewoon deel van uitmaken en behoort tot de basisfuncties van het leven zoals eten en slapen. Men mag trots zijn als men al 10 of 15 marathons in zijn leven heeft gelopen of ieder jaar deelneemt aan een van de grote loopevenementen, maar gezond is dat niet. Hou het liever bij dagelijkse bewegingen binnen mensenmaat.

Bent u op zoek naar een opleiding in de complementaire zorg, wilt u meer weten over voeding, kruiden, gezondheid of persoonlijkheid, surf dan naar www.europeseacademie.be

20:13 Gepost door Jan Dries in Bewegingstherapie, Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

10-07-14

Schuldgevoel, zorgt voor emotionele pijn

Een schuldgevoel is een cruciaal signaal dat ons zegt dat er iets fout is gegaan in onze belevingswereld, dat we iets verkeerd hebben gedaan, een onjuiste beslissing hebben genomen of anderen hebben gekwetst. Een schuldgevoel helpt ons de gemaakte fouten te herstellen door verontschuldiging aan te bieden en goede voornemens te maken. Op die manier zullen we onze gedragsnormen in standhouden en zowel onze professionele als persoonlijke relaties beschermen. Een schuldgevoel kan ons helpen om dergelijke gedragsproblemen of conflicten in de toekomst te voorkomen. Het is niet slecht om af en toe met een schuldgevoel geconfronteerd te worden. In deze harde samenleving proberen steeds meer mensen hun schuldgevoelens te onderdrukken, eraan te ontsnappen of te relativeren. Hoe vaak hoort men niet de uitdrukking: ‘dit is niet mijn schuld!’. Dit zijn angstwekkende symptomen van een samenleving die steeds meer onverschillig wordt, waar het egoïsme domineert en waar ieder gevoel van samenhorigheid verloren gaat.

We hebben het hier over een ander schuldgevoel dat buitengewoon veel voorkomt en zorgt voor emotionele pijn. Het wordt veroorzaakt door de overtuiging dat we iets verkeerd hebben gedaan of een ander schade hebben berokkend. Het is een negatief gevoel dat berust op veronderstelling en waarbij we de neiging hebben dit te dramatiseren. Als dit schuldgevoel van voorbijgaande aard is, hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. Het is anders als dit een blijvende vorm aanneemt, als we dit als een last ervaren of het ons belet om relationeel goed te functioneren. Volgens Dr.Edward Bach, de grondlegger van de Bach Bloemenremedies, behoren deze mensen tot het ‘Grove dentype.’ Hij zegt: ‘Het zijn harde werkers die veel lijden onder de fouten die zij aan zichzelf toeschrijven. Zelfs als de vergissing aan een ander te wijten is, zullen zij de verantwoordelijkheid daarvoor op zich nemen.’ Het gaat hier om mensen die een te grote verantwoordelijkheid op zich nemen, naar perfectionisme streven en niet gemakkelijk tevreden zijn. Vanuit een dergelijke instelling kan er veel mis gaan en is het niet zo moeilijk om zichzelf met schuldgevoelens te beladen. Het schuldgevoel ontstaat zonder dat er reële fouten zijn begaan. Men gaat er vanuit dat men het had kunnen voorkomen door de zaak beter aan te pakken, door de situatie beter onder controle te houden of door nog meer verantwoordelijkheid te nemen. Zo blijft men zich pijnigen en boort men zich steeds dieper de grond in.

Deze mensen zijn voortdurend bezig zichzelf te veroordelen door de feiten te dramatiseren. Hun schuldgevoel kan zo’n ernstige vormen aannemen dat ze daar psychisch en emotioneel onder lijden. Het wordt gevaarlijk als men met een onophoudelijk of excessief schuldgevoel worstelt en niet meer van het leven kan genieten. Het wordt nog erger als een dergelijk gedrag invloed heeft op de directe relaties zowel thuis als op het werk. Er zijn praktijkvoorbeelden bekend waarbij mensen met schuldgevoelens contacten met anderen vermeden of een reden verzonnen om bij familieverplichtingen weg te blijven. Er is vaak sprake van een toenemende vermijdingsgedrag, men vermijdt niet alleen zijn schuldgevoelens, maar ook andere aspecten van het leven. Ze bouwen een schuldgevoel op dat op zeker moment ondraaglijk wordt. Er ontstaat een vicieuze cirkel van gekwetstheid, schuldgevoel en vermijdingsgedrag zodat het onmogelijk wordt om nog gezonde relaties met zijn omgeving aan te gaan. Als het probleem escaleert, komt men in een hopeloze situatie terecht.

Om een oplossing aan te bieden, moeten we de vraag stellen: hoe is het zo ver kunnen komen? Het antwoord moet gezocht worden in de persoonlijkheid. Dr. Bach sprak van het Grove dentype, wat in zijn typologie overeenstemt met het ‘overbezorgde type’ of het Aardetype. Mensen die tot dit type behoren, zijn erg beleefd, heel verzorgd, zijn zeer trouw, respecteren hun afspraken en wijken nooit van de normen af. Ze worden erg gewaardeerd als harde en trouwe werkers met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ze streven naar perfectionisme en leggen de lat abnormaal hoog. In een dergelijk georganiseerd leven met zo’n hoge eisen loopt er snel iets mis en dat reflecteert zich in een schuldgevoel. Het schuldgevoel vergroot en neemt het abnormale verhoudingen aan.

 

Het Grove dentype (A) moet leren relativeren en vooral inzien dat men in alles overdrijft. Het is belangrijk de ontstaansgeschiedenis van het schuldgevoel te reconstrueren. Welk feit heeft de aanleiding gegeven en in welke situatie? Was het wel de moeite waard om dit als schuldgevoel te ervaren? Is er een gesprek geweest met de persoon die benadeeld werd en hoe heeft die dit ervaren en beoordeeld? Vaak berust een schuldgevoel alleen op veronderstelling. Men denkt de ander te hebben beledigd of benadeeld, maar is dat wel zo? Waarom werd dat niet uitgepraat of waarom heeft men zijn verontschuldiging niet aangeboden? Er zijn ontzettend veel mensen die vanuit een pure veronderstelling het zichzelf heel moeilijk maken. We veronderstellen allemaal weleens, daar is niets op tegen, behalve als de veronderstelling een eigen leven gaat leiden zoals dat gebeurt bij het ontstaan van een schuldgevoel.

 

Het in zichzelf vastgeroeste en haast versteende Grove dentype (A) heeft behoefte aan beweging, aan een frisse wind die het schuldgevoel verdrijft. Tegenover het stabiele Aardetype dat naar perfectie streeft, staat het beweeglijk Luchttype dat te gemakkelijk relativeert en ieder schuldgevoel van zich weet af te werpen. Het Grove dentype (A) heeft behoefte aan een Lucht-remedie zoals bijvoorbeeld de Ratelpopulier (L) of de Agrimonie (L). Dit zijn remedies die beweeglijkheid uitstralen, die alles losmaken en de cliënt in staat stellen om te relativeren. Het Grove dentype (A) met zijn schuldgevoelens moet nagaan of het schuldgevoel enkel gebaseerd is op veronderstelling of naar aanleiding van een concreet conflict. In het eerste geval is het een gevecht met zichzelf en moet de cliënt met zichzelf in het reine te komen door te aanvaarden dat de veronderstelling onvoldoende gegrond was. In dit laatste geval is het nuttig dit met de betrokken persoon te bespreken en vooral door deze zijn verhaal te laten doen. Misschien heeft die het conflict op een heel andere wijze beleefd en kwam het minder ernstig over. In dat geval kan men zijn verontschuldiging aanbieden en de opgelopen schade herstellen. Dit is voor een Aardetype geen eenvoudige opdracht omdat trots en eergevoel zo sterk aanwezig zijn. Toegeven dat men gefaald heeft is voor iemand die naar perfectie streeft een uiterst moeilijke opgave. Toch is er geen weg terug. Aanhoudende schuldgevoelens zorgen voor emotionele pijn. Hoewel de beleving van fysieke en emotionele pijn heel anders verloopt, tonen hersenscans aan dat in beide gevallen dezelfde hersengebieden geactiveerd worden. Lichaam en geest vormen een eenheid en daardoor is het logisch dat we emotionele pijn fysiek ervaren.     

 

Wenst u meer te weten over de Bach Bloemenremedies lees dan het boek ‘Emotionele problemen overwinnen’ door Jan Dries.

Prijs: 18,50 Euro, verkrijgbaar bij uitgeverij Acenia.

 

Voor een Opleiding tot Bach Bloemen Consulent surf naar www.europeseacademie.be        

02-07-14

Broccoli. Versterkt het hart en beschermt u tegen kanker

Broccoli is door zijn uitzonderlijke eigenschappen de laatste jaren uitgegroeid tot een gewaardeerde en populaire groente. In de biologische kankerbestrijding wordt ze aanbevolen omwille van zijn bioactieve stoffen, dit zijn de genezende inhoudsstoffen uit voedingsmiddelen. Broccoli is niet alleen gezond, maar heeft een genezende werking. Broccoli (Brassica oleracea var. Italica) behoort tot de familie van de kruisbloemigen en het geslacht Brassica waartoe kolen, rapen en mosterd behoren. De plant bloeit met gele of witte bloemen. Elke plant vormt tussen de honderd en de vierhonderd bloemen terwijl elke bloem vier kelkblaadjes en vier kroonblaadjes heeft die kruisgewijs tegenover elkaar staan. De bloemen vormen een zeer licht zaad. Eén gram broccolizaad bevat ongeveer driehonderd zaadjes met een uitzonderlijke kiemkracht die tussen de vijf en tien jaar ligt. Broccoli vormt een bebladerde stronk die in een hoofdknop eindigt in dicht op elkaar staande bloemknopjes. Vaak vormen de planten veel okselscheuten die elk in een bloemstengel eindigen. De kleur van de gesloten bloemknoppen kan groen, paars, roodachtig, geel of roomwit zijn. Broccoli behoort tot de bloemkoolachtigen en is de voorloper van de bloemkool. Men heeft winter- en zomerbroccoli.

 

Broccoli is zeer rijk aan kalium (410 mg/100 g) en heeft daardoor een waterafdrijvende en een bloeddrukverlagende werking. Verder is deze groente een goede leverancier van calcium (113mg/100 g), fosfor en magnesium, de bouwstenen van het bot, maar levert ook heel wat vitaminen o.a. B1, B2, B3, B6, B9 en vrij veel vitamine C (110 mg/100 g), dat is het dubbele van citroen. Broccoli kent een kankerbeschermende werking, vooral door de aanwezigheid van een hoog gehalte aan glucosinolaten. Tijdens het kauwen komen deze stoffen in contact met het enzym myrosinase uit de groente die glucosinolaten omzet in isothiocyanaten. Deze actieve stoffen spelen in op twee sleutelaspecten bij de ontwikkeling van kanker. Ten eerste verhogen ze onze verdedigingssytemen tegen kankerverwekkende stoffen zodat die sneller uit het lichaam worden verwijderd en geen schade kunnen veroorzaken aan het genetisch materiaal van de cellen. Dat is belangrijk omdat kanker vaak ontstaat door een gebrekkige werking van de ontgiftingssystemen. Bovendien bezit broccoli de eigenschap om de groei van kankercellen te verhinderen. Om optimaal profijt te halen uit de broccoli wordt deze niet gekookt, maar gestoomd, geroerbakt of eenvoudig rauw gegeten. Brocolli laat zich goed rauw eten, vooral in een salade met tomaten en andere groenten. Het is de enzym myrosinase die gevoelig is voor warmte, vandaar dat het garen zo kort mogelijk dient te gebeuren. Tijdens het kauwen komt er nog een andere stof vrij, namelijk glucoraphanine die door dezelfde enzym wordt omgezet tot sulforafaan, een krachtige kankerwerende stof die een gunstige werking heeft bij dikke darm- en prostaatkanker, evenals in het geval van acute lymfoblast-leukemie. Verder zijn er de indolen, de polyfenolen en de antioxidanten. Vooral de aanwezigheid van de vitamine C is hierbij doorslaggevend, maar ook nog vele andere stoffen zoals quercitine, cartenoïde luteine, zeaxanthine en bètacaroteen. Het zijn sleutelstoffen als het gaat om de antioxidante werking in het lichaam.  

 

Dat broccoli een bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten is misschien minder bekend, maar daarom niet minder belangrijk. In principe zijn er veel voedingsmiddelen goed voor hart en vaten, maar we gaan nu even in op broccoli. We vinden in deze groente heel wat stoffen met bijzondere goede eigenschappen zoals foliumzuur, de vitamine C en vooral B9. Van B9 heeft het onderzoek aangetoond dat deze vitamine een te hoge concentratie van homocysteïne doet dalen. Dit is een aminozuur dat bij een eiwitrijke voeding in een te hoge concentratie voorkomt en de kransslagader kan beschadigen. Broccoli is rijk aan kalium en zorgt voor een uitstekende waterhuishouding en scheidt het overtollige vocht uit. Daardoor gaat de bloeddruk dalen en voorkomt men hart- en vaatziekten. Broccoli bevat voldoende vezels met een gunstige werking op de dikke darm en de ontlasting. Het is niet vreemd dat broccoli zoveel aandacht krijgt en steeds vaker op het menu staat.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

Het volgende artikel ontvangt u 10 juli

20:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-06-14

Een glaasje vers sap. Een energiebom die wonderen doet.

Er zijn heel wat mensen die in de supermarkt blindelings hun kar vullen met allerlei voedingsproducten en zich hooguit laten leiden of misleiden door de prijs en de povere informatie op het etiket. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die bewust omgaan met voeding en kritische vragen stellen over alles wat zo maar wordt aangeboden. Vanuit deze achtergrond wordt er steeds meer aandacht besteed aan het gebruik van vers sap uit fruit of groenten. Er zijn heel wat voordelen aan vers sap. Op de eerste plaats is sap vloeibaar voedsel zonder enige weerstand, is uiterst licht verteerbaar en kost daardoor nauwelijks energie. Daarnaast is het sap door haar concentratie extra rijk aan vitaminen, mineralen en bioactieve substanties, dit zijn genezende stoffen. Sap is arm aan natrium (zout) en rijk aan kalium en zorgt voor een goede waterhuishouding en heeft een bloeddrukregulerende werking. Haar reinigende werking is van grote waarde en zorgt voor een goed zuur-base evenwicht. Bovendien zijn sappen met hun pure smaken en heerlijk mondgevoel een ware sensatie. Sap is rauw en ongeschonden voedsel en bevat een grote levenskracht die door het persen vrijkomt.

Er wordt soms de opmerking gemaakt dat sap geen voedingsvezels meer bevat. Dat klopt, maar door de vloeibare vorm zijn er geen vezels nodig omdat het sap door de maag heen naar de darmen vloeit. Een andere opmerking is dat er bij het persen vaste bestanddelen verloren gaan omdat er bij het persen een scheiding ontstaat tussen het water en vaste stoffen. Er is inderdaad een beperkt verlies aan nutriënten, maar het voordeel is dat er veel inhoudsstoffen worden overgedragen op het water waardoor de vertering bijzonder goed verloopt. Bovendien krijgen we een hoge concentratie aan kostbare stoffen. Niemand haalt het in zijn hoofd om drie sinaasappels na elkaar op te eten, terwijl in geperste vorm dit helemaal geen probleem is. Het eten van vers fruit en rauwe groenten is de meest natuurlijke vorm van voedsel en blijft centraal staan. Sap is een nuttige aanvulling en is een bereidingstechniek waarbij het accent ligt op een verhoogde concentratie van de nutriënten, waarbij nauwelijks sprake is van vertering terwijl de absorptie optimaal verloopt. We steken de natuur een handje toe.

In de handel zijn er allerlei persen verkrijgbaar, in alle maten, vormen, kleuren en prijzen. Van een goede pers verlangt men aan de ene kant een hoog rendement, dit wil zeggen dat er zoveel mogelijk wordt uitgeperst en aan de andere kant dat het hele proces van persing traag verloopt zodat de mogelijke beschadiging aan de nutriënten minimaal is. Hoewel sap op de eerste plaats therapeutisch is bedoeld, blijft het raadzaam om regelmatig een glaasje sap te drinken. De voorkeur gaat meestal uit naar vruchtensap omdat dit zoeter en voedzamer is in tegenstelling tot groentesap waarvan de smaak veel krachtiger is. Vruchtensap is rijk aan natuurlijke suikers terwijl groentesap minder suiker bevat en anders van smaak is. Soms is de smaak door zijn hoge concentratie moeilijk te genieten en wordt tomatensap als smaakverbeteraar toegevoegd of bronwater om de smaak te verzachten. Anderzijds bieden groentesappen veel therapeutische mogelijkheden. Pers nooit fruit en groenten samen, maar gebruik beide sappen altijd gescheiden. Fruit en groenten hebben een totaal andere samenstelling en verteren op een andere wijze.

Veel mensen vragen zich af waarom het zo belangrijk is om vers geperst sap te drinken terwijl in de supermarkt een groot aanbod aan sap verkrijgbaar is. Het industrieel sap dat overal te koop wordt aangeboden is gemaakt uit concentraat, dat staat op de verpakking vermeld. Eerst maakt men van de vruchten een siroop door het water er uit te laten verdampen door toevoeging van warmte. In de vruchtensappenfabriek wordt deze siroop aangelengd met water en eventueel met industriesuiker, zoetstoffen, synthetische vitaminen, smaakstoffen en conserveringsstoffen. Dit staat meestal op de verpakking vermeld. Er bestaan sappen waar niets aan toegevoegd is en toch zijn deze sappen niet vergelijkbaar met vers geperst sap. Ze zijn zodanig bewerkt en gefilterd dat zij geen bezinksel hebben en een constante gelijke kleur en smaak hebben, terwijl ze een relatieve bewaartijd hebben. Er is vers geperst sinaasappelsap in de handel verkrijgbaar dat in een speciale verpakking gedurende drie à vier weken vers blijft en in de horeca wordt gebruikt. In de natuurvoedingswinkel vindt men een betere kwaliteit van sap dat niet uit concentraat is bereid, geen additieven bevat en herkenbaar is aan een natuurlijk bezinksel. Controleer bij aankoop goed wat op de verpakking vermeld staat.

Bij vers geperst sap wordt er niets toegevoegd en is het water een deel van de vrucht dat via de fijne worteltjes van de fruitboom in de vrucht is gekomen. Het water is drager van kostbare stoffen zoals natuurlijke suikers, vitaminen, mineralen, spoorelementen en vele andere stoffen. Dat is totaal anders dan water dat uit de kraan vloeit en aan het concentraat wordt toegevoegd bij industrieel bereide sappen. Op de verpakking staat een vervaldatum, maar men weet nooit hoe oud het sap al is. Bij vers sap speelt de levenskracht van de vrucht een grote rol. Het persen vervangt het snij- en maalproces met de tanden. Vruchten en jonge groenten zijn rijk aan lichtenergie in de vorm van biofotonen. Zij zorgen dat de inhoudsstoffen energetisch geladen zijn en daardoor beter verteren en optimaal omgezet worden tijdens de stofwisseling. Dat is doorslaggevend voor de kwaliteit van ons voedsel. Zowel de voedingsdeskundige als de consument denken te veel in stoffen en niet in voedingsmiddelen. Een voedingsmiddel is een organisch of levend geheel dat door het lichaam wordt opgenomen en zijn inhoudsstoffen ongeschonden vrij geeft. Persen is een beperkte ingreep die weinig of geen beschadiging aanbrengt.

 

Richtlijnen voor het persen

·    Geef als het kan de voorkeur aan biologische kwaliteit omdat de ingrediënten van betere kwaliteit zijn. Ze zijn rijker aan smaakstoffen en hebben een beter aroma.

·    Was het voedingsmiddel altijd, ook al is het van biologische kwaliteit. Er zitten stofdeeltjes, vingerafdrukken en andere ongewenste substanties op.

·    Kies altijd rijpe vruchten, verwijder plekjes en beschadigde delen, want hoe gaver de vruchten, des te beter het sap.

·    Jonge groenten zijn sappiger, smakelijker en bevatten meer water. Ze stralen vitaliteit uit en zijn van betere kwaliteit. Oudere groenten zijn vaak uitgedroogd.

·    Sinaasappels en grapefruits worden altijd geschild. De witte velletjes mogen mee geperst worden want ze zijn rijk aan bioflavonen en vitamine C.

·    De meeste tropische vruchten worden geschild zoals kiwi, papaja, mango enz. Sommige, zoals citroen, limoen enz. kunnen met de schil geperst worden.

·    Bij groenten worden alleen de eetbare delen van de plant geperst. Bij steenvruchten worden de pitten verwijderd. Kleine pitjes worden niet verwijderd.

·    Afhankelijk van de pers worden de voedingsmiddelen in plakjes gesneden zodat het persen vlot en efficiënt verloopt.

·    Pers alleen voedingsmiddelen die rijk aan water zijn. Banaan of avocado laten zich moeilijk persen, ze lenen zich beter om te mixen om er een vruchtenmoes van te maken.

 

Toepassingsmogelijkheden

Door de hoge concentratie aan kostbare stoffen worden sappen langzaam opgedronken, slok voor slok zodat het verteringsstelsel de kans krijgt dit te verwerken. Veel mensen hebben de goede gewoonte om iedere ochtend een glas sap te drinken voor het ontbijt of vervangen het ontbijt door een glas sap. Anderen doen dat bij een andere maaltijd of ’s avond voor de tv. Er zijn mensen die jaar in, jaar uit hetzelfde sap gebruiken terwijl afwisseling is aan te bevelen. Eén of twee glazen sap per dag is een goede ondersteuning, een verrijking aan vitaminen, mineralen en andere kostbare stoffen, zorgt voor een extra reiniging van het lichaam, een betere waterhuishouding en voorkomt verzuring.

Vers geperst sap wordt vaak gebruikt als reinigingskuur, vooral in het voorjaar om de lentemoeheid te verdrijven. Voor sommige mensen volstaat het om gedurende een of twee weken minder te eten en meer sap te drinken. Sap zorgt voor een extra uitscheiding van opgehoopte gifstoffen. Soms is een echte sapkuur nodig om een voldoende reinigend effect te bereiken. Meestal doet men dit onder begeleiding van een therapeut of consulent. In dat geval wordt gedurende 5 à 7 dagen niets gegeten en gebruikt men uitsluitend sap, maximaal 1 liter sap per dag, meestal in combinatie met een reinigende kruidenthee op basis van brandnetelkruid, berkenblad, vlierbloesem, lindebloesem en/of venkelzaad. Een sapkuur is geen vastenkuur omdat sap vloeibaar voedsel, nutriënten en calorieën levert terwijl tijdens het vasten geen voedsel wordt gebruikt.

Sappen worden vaak therapeutisch gebruikt. Meestal gebruikt men dan samengestelde sappen, dat wil zeggen dat meerdere vruchten of groenten worden samengeperst om het werkingsspectrum te vergroten. Dit is vergelijkbaar met het samenstellen van een kruidenthee. Hoewel we hier op therapeutisch vlak verzeild zijn geraakt waarbij altijd rekening wordt gehouden met de individuele behoefte van de patiënt, is het mogelijk enkele algemene toepassingen voor te stellen.

 

Ziekte van Lyme

·      Handje vol spinazie

·      Handje vol peterselie

·      2 tomaten

·      ½ rode paprika

 

Bloeddrukverlagend sap

·      1 tomaat

·      1 komkommer

·      2 stengels bleekselderij

 

Vochtafdrijvend sap

·      1 sinaasappel

·      1 tros witte druiven

·      2 kopjes watermeloen

 

Sap bij osteoporose of calcium tekort

·      3 bladeren van boerenkool

·      Handjevol peterselie

·      4 à 5 worteltjes zonder loof

·      1 tomaat

 

Versterking van de   immuniteit

·      2 schijven ananas zonder schil

·      1   mango zonder pit

·      1 tros witte druiven

20:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-06-14

Hoge bloeddruk kan men overwinnen

Vanaf een bepaalde leeftijd heeft een groot deel van de bevolking af te rekenen met een te hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk ligt bijna altijd aan de basis van hart- en vaatziekten en iedereen weet dat het hier nog steeds om doodsoorzaak n° 1 gaat. Het is een wijd verbreid probleem in de westerse samenleving. Het grote gevaar van hoge bloeddruk is dat er nauwelijks of geen symptomen merkbaar zijn zodat veel mensen niets eens weten dat ze aan een verhoogde bloeddruk lijden. Terecht wordt hoge bloeddruk een sluipende aandoening genoemd. Meestal stellen artsen een hoge bloeddruk vast bij klachten aan de nieren, de ogen, hart of hersenen. Het is moeilijk een antwoord te geven op de vraag waarom zoveel mensen aan hoge bloeddruk lijden. De oorzaken zijn heel uiteenlopend zijn en meestal gaat het om een combinatie van diverse factoren. De grote boosdoeners van hoge bloeddruk zijn bekend: overgewicht, een te hoog zoutgebruik, te veel vlees en dierlijk vet (cholesterol), het gebrek aan beweging, nicotine, alcohol, koffie, groene en zwarte thee en stress, vooral aanhoudende of chronische stress. Toch zien we dat niet iedereen aan hoge bloeddruk lijdt en dat niet iedereen die er aan lijdt meteen aan hart- en vaatziekten sterft. Het probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt beweerd.

Decennia lang werd een bloeddrukwaarde van 130/80 mmHg als ideaal aanzien. Omdat deze waarde nog zo moeilijk is te bereiken, heeft de ESH (European Society of Hypertension) en de ESC (European Society of Cardiology) nieuwe richtlijnen uitgewerkt (2013) waarbij de bloeddruk naar 140/90 mmHg wordt gebracht. Alleen bij suikerpatiënten blijft men extra voorzichtig en streeft men naar een bloeddrukwaarde beneden 140/85. Binnen deze nieuwe richtlijnen wordt het accent meer gelegd op voeding en levenswijzen zodat er van de patiënt een eigen inzet wordt verlangd. Verder komt men tot de vaststelling dat een intensieve behandeling om de hoge bloeddruk naar beneden te dwingen schadelijk kan zijn. Met andere woorden, men heeft eindelijk ingezien dat het geen zin heeft medicinaal de bloeddruk naar beneden te brengen zonder dat de patiënt zijn voeding en levenswijze aanpast. Er komt meer belangstelling voor niet medicinale behandelingen en dat speelt in het voordeel van de complementaire zorg waarbij talrijke risico-arme therapieën van bijzonder nut zijn. Verder wordt aangedrongen om zelf thuis de bloeddruk te meten. Met een digitale bloeddrukmeter is dit vrij eenvoudig. In de ochtend ligt de bloeddruk meestal lager dan na een drukke dag. Het meten van de bloeddruk mag in geen geval een obsessie worden en moet niet iedere dag gebeuren. Meet de bloeddruk op een rustig moment omdat spanningen en stress een grote invloed hebben op de stijging van de bloeddruk.  

Het is bijzonder moeilijk om de bloeddruk naar beneden te krijgen als men blijft roken, aan overgewicht lijdt, grote hoeveelheden koffie dringt, weinig of niet beweegt en permanent onder stress leeft. Het is niet gemakkelijk om al deze negatieve factoren meteen uit te schakelen. Laten we even in gaan op het mechanisme van de bloeddruk. De bloeddruk wordt bepaald door de hoeveelheid bloed die het hart door pompt en de weerstand die de bloedstroom in de slagaders ondervindt. Hoge bloeddruk ontstaat doordat het hart veel bloed door pompt terwijl de slagaders vrij nauw zijn. Vernauwde aders kan een gevolg zijn van een te hoog cholesterol of van spanningen en stress. Het hart moet daardoor krachtig pompen om dezelfde hoeveelheid bloed door de aders te krijgen. De bloeddruk wordt in twee getallen uitgedrukt, het eerste getal is de bovendruk (systolische druk). Dit is de druk die het hart uitoefent wanneer het bloed door de slagaders wordt gepompt. Het tweede getal is de onderdruk (diastolische druk). Dit is de druk in de slagaders tussen twee hartslagen in. De bloeddruk schommelt in de loop van de dag, stijgt bij activiteit en daalt bij rust. Hoge bloeddruk kan wijzen op de aanwezigheid van een ziekte zoals bijvoorbeeld een nieraandoening.

 

Kalium vriend van het hart

Kalium en natrium (zout) zijn elkaar tegenhangers. Kalium heeft de eigenschap vocht uit te scheiden en doet daardoor de bloeddruk dalen. We hebben weinig natrium (zout) en erg veel kalium nodig zodat de waterhuishouding in balans blijft. Behalve bij nierproblemen vormt kalium een contra-indicatie omdat de zieke nieren niet in staat zijn om grote hoeveelheden vocht uit te scheiden. Zout wordt de vijand van het hart en de hoge bloeddruk genoemd omdat zout de eigenschap heeft vocht vast te houden waardoor het hart krachtiger moet pompen om het bloed in circulatie te houden zodat de bloeddruk stijgt. Zout heeft voor veel mensen een vertrouwde en gewaardeerde smaak en is een uitstekend conserveringsmiddel, vandaar dat de voedingsindustrie massaal zout toevoegt aan voedingsproducten. De hoeveelheid natrium die in sommige groenten voor komen is te verwaarlozen, het gaat om milligrammen per 100 gram voedingsmiddel.

Een banaan bevat per 100 gram 383 mg kalium tegenover slechts 1 mg natrium en heeft daarmee een uitstekende natrium/kalium verhouding (383/1). De tomaat en de aardappel zijn eveneens rijk aan kalium en helpen de bloeddruk naar beneden te brengen. Bij de meeste voedingsmiddelen zoals fruit en groenten is er een uitstekende verhouding. Door meer voedingsmiddelen te consumeren en het gebruik van voedingsproducten te beperken, verbeteren we de verhouding natrium/kalium. Door meer bananen, aardappelen en tomaten te eten en minder vlees, conserven en zoutrijke voedingsproducten krijgen we snel een betere natrium/kalium verhouding wat resulteert in een verlaging van de bloeddruk.

 

Gezond leven en toch hoge bloeddruk

Er zijn mensen die niet roken, weinig alcohol gebruiken, regelmatig bewegen, fruit en groenten eten en toch te kampen hebben met een te hoge bloeddruk. Er blijven dan twee mogelijke oorzaken over, namelijk aanleg en/of stress. Er zijn mensen die constitutioneel of familiaal belast zijn met hoge bloeddruk. Het zijn mensen met een vurig temperament, die heel actief zijn, zich gemakkelijk opwinden en meestal stressgevoelig zijn. Ze hebben voortdurend een erg hoge bloeddruk terwijl ze meestal standhouden en niet meteen een beroerte of hartaanval krijgen. Ze zijn blijkbaar bestand tegen deze hoge spanningen, hoewel voor sommige onder hen het fataal werd. Men spreekt vaak van een nerveuze hoge bloeddruk in tegenstelling tot een pathologische hoge bloeddruk. Als rustige mensen aan hoge bloeddruk lijden, is dit meestal gevaarlijker en zal dit eerder wijzen op een risicovolle toestand. Het is een feit dat mensen met overgewicht een groter risico voor hart- en vaatziekten hebben en toch zien we regelmatig magere mensen aan deze ziekte sterven. Mensen met een sportieve lichaamsbouw bewegen soms te veel, zijn erg nerveus en lijden gemakkelijk aan stress.

We mogen aannemen dat een groot deel van de huidige bevolking permanent onder stress staat, een voedingswijze gebruikt met een verstoorde natrium/kalium verhouding, aan overgewicht lijdt, rookt, alcohol gebruikt en weinig beweegt. Bovendien worden er ontzettend veel medicijnen geslikt die hoge bloeddruk als bijwerking hebben. Het is aan te nemen dat zoveel mensen aan hoge bloeddruk lijden en dat hart- en vaatziekte de belangrijkste doodsoorzaak is. Anderzijds hebben we aangetoond dat het niet zo eenvoudig is om hoge bloeddruk naar beneden te krijgen. Er zijn immers zoveel factoren die hierop inspelen. Men beweert dat kinderen die borstvoeding hebben gekregen als volwassenen minder kans hebben op hoge bloeddruk, maar daar kan aan getwijfeld worden. Gezonde voeding en natuurlijke levenswijze zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen hoge bloeddruk. Medicijnen tegen hoge bloeddruk alleen zijn absoluut onvoldoende en daar zijn de cardiologen het inmiddels mee eens.

09:56 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

12-06-14

Zegepalm, een nieuw kruid in het Westen

Eeuwenlang is het Westen trouw gebleven aan zijn inlandse kruiden die in de eigen omgeving groeien en in de kruidenboeken staan beschreven. De laatste jaren maken we steeds meer kennis met kruiden uit vreemde landen. Dat mag geen probleem zijn op voorwaarde dat deze kruiden door hun goede eigenschappen een aanvulling zijn op onze inlandse kruiden. Een van deze nieuwe kruiden is de ‘Zegepalm’ (serenoa repens (Bartram) Small). De zegepalm behoort tot de palmachtige en bloeit van februari tot half april. De bloemen zijn meermalen vertakt en crèmekleurig. Deze palm komt vooral voor in de kustgebieden van de zuidelijke staten van Amerika. De donkerrode vrucht, zo groot als een olijf, zit in het midden van de geelgroene veren. De palm heeft een geringe hoogte. Aan de Nederlandse naam ‘Zegepalm’ mag getwijfeld worden omdat men in Duitsland spreekt van Sägepalm wat zaagpalm betekent. In sommige kruidenboeken wordt de juiste Nederlandse naam ‘zaagpalm’ of ‘zaagbladpalm’ gebruikt. Andere namen zijn dwergpalm of Sabal.  Vroeger werd het Latijnse woord serrulata gebruikt, wat fijn gezaagd betekent en wijst op de gekartelde bladeren van de palm.

Voor de Indianen had deze plant eeuwenlang een veelvuldig gebruik. Van de bladeren werden de daken van de hutten gemaakt, maar ook matten en allerlei vlechtwerk. Ze leverden vezels voor borstels en kussens. De eetbare vruchten werden bewaard en als wintervoeding gebruikt. De Indianen persten de vruchten en vermengden het sap met anijswortel om er een afrodisiacum van te bereiden. De vruchten hebben een ruim werkingsspectrum en worden als genezend kruid gebruikt. Het aroma van de vruchten doet denken aan de smaak van noten en vanille. De vruchten bevatten talrijke geneeskrachtige inhoudsstoffen zoals diverse fytosterolen, vette olie zoals palmetto-olie, triglyciriden en vrije vetzuren, maar ook oleïnezuur, laurinezuur, myristinezuur en nog vele nadere inhoudsstoffen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de Indianen dit kruid op een juiste manier gebruikten. De vruchten worden gebruikt bij plasproblemen als gevolg van een vergrote prostaat. Het zijn vooral de olieachtige bestanddelen van de vruchten zoals vette olie met sterinen die verantwoordelijk zijn voor het positief effect bij een vergrootte prostaat. Aan de lange keten koolhydraten wordt een ontstekingsremmende werking toegeschreven zoals bij ontstekingen van de blaas, urineleider, teelbal en prostaat.

Het is tegelijkertijd een goed vrouwenkruid en helpt bij borstklierontsteking, incontinentie, eierstokproblemen en ontsteking van de urineleider. Zegepalm wordt niet gebruikt door zwangere vrouwen omwille van zijn hormonale werking alsook niet bij kinderen onder de twaalf jaar. De olie wordt gebruikt tegen bronchitis, hardnekkige hoest, slapeloosheid en haaruitval. Volgens Dr. Siegfried Bäumler helpt dit kruid vooral bij goedaardige prostaatvergroting door vermindering van cellen in het prostaatweefsel. De werking van bepaalde enzymen worden er door afgeremd en brengt hierdoor de hormoonwerking in balans. Het nachtelijk plassen of de overmatige drang tot plassen wordt er door afgeremd terwijl de straal er krachtiger van wordt.

De zegepalm is niet geschikt voor het bereiden van een kruidenthee, maar wordt hoofdzakelijk in diverse kruidenpreparaten gebruikt. Voor de juiste toepassing zijn er kant-en-klaar preparaten verkrijgbaar in de natuurvoedingswinkel of apotheek. Op het etiket of de bijsluiter vindt u de juiste gebruiksaanwijzing. Men gaat er vanuit dat de dagelijkse dosis droge stof 320 mg bedraagt. Bij prostaatkanker of een andere vorm van hormonale kanker is het aanbevolen om een arts te raadplegen en het gebruik van Zegepalm samen te bespreken. Zegepalm wordt over het algemeen goed verdragen en kent weinig of geen bijwerkingen. In eerder zeldzame gevallen treden er maagklachten op als mogelijke bijwerking. Er zijn geen risico’s bekend, zelfs niet bij langdurig gebruik. Uit divers onderzoek is gebleken dat kruidenpreparaten op basis van zegepalm wel degelijk een gunstige werking hebben bij allerlei plasproblemen. Dat werd door 18 klinische onderzoeken bevestigd. Laten we er nog aan toevoegen dat de zegepalm zich niet laat kweken zodat uitsluitend de wilde planten worden gebruikt voor medicinaal gebruik. De gekweekte exemplaren leverde slechts 5% inhoudsstoffen op.

Door Jan Dries

08:52 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-05-14

Suikerconsumptie halveren, een voorstel van de WHO

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wil de maximale dagelijkse aanbeveling voor suikerconsumptie halveren. Niet alleen voedingswetenschappers, artsen en gezondheidswerkers voelen hier iets voor, maar ook politici die al te goed beseffen dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet langer kan dragen. Men bindt de strijd aan tegen overgewicht dat voor een groot deel veroorzaakt wordt door een te hoge consumptie van slechte vetten en geïsoleerde suikers. Obesitas is niet langer een probleem van de geïndustrialiseerde landen, maar doet zijn intrede in de ontwikkelingslanden. Alle voedingsproducten en dranken waar geïsoleerde suikers aan zijn toegevoegd, zal men vermijden. Het grootste deel van deze suikers zet zich om in vet en verhoogt het lichaamsgewicht. Naast de WHO adviseert de gezondheidsdienst van de Verenigde Naties om maximaal 10% van de dagelijkse voeding te laten bestaan uit toegevoegde suikers.

Het is verheugend vast te stellen dat de Verenigde Naties het onderscheidt maakt tussen natuurlijke suikers uit fruit en andere natuurlijke voedingsmiddelen en deze niet wenst te terug te dringen. De WHO wil de toegevoegde suikers reduceren tot 5%. Alle instanties die betrokken zijn bij gezonde voeding moeten echter een duidelijk verschil maken tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde of toegevoegde suikers. Net als in de vorige eeuw gaan voedingsdeskundigen er vanuit dat de koolhydraten ongeveer 60% van de totale hoeveelheid energie uitmaken, m.a.w. het grootste deel van de voeding bestaat uit natuurlijke suikers waar zetmeel een belangrijk deel van uit maakt. We moeten alle aanbevelingen in verband met het reduceren van suiker enkel in verband brengen met voedingsproducten, genotsmiddelen en frisdranken.

 

Andere acties

‘Action on Sugar’ een Brits-Amerikaanse actiegroep van artsen en academici spreekt duidelijk van ‘toegevoegde suikers’ aan voedingsproducten en is van mening dat 100 à 125 gr toegevoegde suikers aan voedingsproducten, frisdrank en genotsmiddelen absoluut te hoog is. Deze actiegroep is realistisch ingesteld en pleit voor het terugdringen van toegevoegde suikers met 33% (1/3) als eerste stap in de goede richting. In de toekomst moet dat verder naar beneden, naar 5% zoals het WHO aanbeveelt. Prof. Dr. Patrick Mullie, voedingsdeskundige aan de Vrije Universiteit Brussel zegt:

‘We gebruiken te veel toegevoegde suikers. Ons dagelijks verbruik van suiker schommelt tussen 100 à 125 g per dag (35 à 45 kg per jaar, per persoon). 100 g suiker is goed voor 400 Kcal, maar het zijn lege calorieën omdat ze geen vitaminen en mineralen bevatten. Als je dagelijks 2.000 Kcal binnenkrijgt en 400 Kcal daarvan zijn leeg, dan besef je dat dit heel veel is. Het suikerverbruik is in 50 jaar verdrievoudigd. Kinderen drinken soms een halve tot een hele liter cola op een dag. Hetzelfde met ontbijtgranen. In cornflakes zit 30 à 35 g suiker. Doe die suiker daar vandaag uit en de kinderen eten geen cornflakes meer. Heel tekenend in die zin zijn bijvoorbeeld de lightproducten. Die bevatten veel minder vet, maar omdat ze daardoor naar niets smaakten, ging men suiker toevoegen. Heel wat consumenten voegen alleen voor de smaak nog eens extra suiker aan hun voeding toe. Zo komen we nooit tot een oplossing. ’

Suiker is meer dan een smaakstof. Natuurlijke suikers zijn erg gezond en dienen als voedsel voor de hersenen, de zenuwen, de spieren en de rode bloedcellen. Zonder suikers is geen leven mogelijk. Bij een tekort aan suikers maakt het lichaam deze zelf aan uit vet en eventueel uit eiwit. Het gaat dan om een noodsituatie en deze omzetting kost extra energie en laat veel afvalstoffen achter. Daarom is het van groot belang dat we suikers uit voedingsmiddelen tot ons nemen. Door een onderscheid te maken tussen natuurlijke en toegevoegde suikers, tussen zoete voedingsmiddelen en gezoete voedingsproducten wordt alles duidelijk. Het massaal gebruik van suiker werkt obesitas in de hand en verhoogt het risico op diabetes type 2, ook al blijven de suikerfabrikanten beweren dat hiervoor geen aantoonbaar bewijs is. Prof. Dr. Christophe Matthys, voedingsdeskundige aan de Katholieke Universiteit van Leuven maakt de volgende opmerkingen.

‘Als je een hamburger eet, heb je kort daarna opnieuw een hongergevoel. Als je bewust met je gezondheid omgaat, weet je dat je dan niet meteen opnieuw moet eten. Maar niet iedereen doet dat en zo werk je obesitas in de hand. Daarnaast kan bij grootverbruik van snelle suikers op termijn diabetes type 2 opduiken. We gaan er niet geraken door enkel het suikergehalte in onze voeding terug te dringen. Mensen zullen zelf bewust gezonder moeten eten en meer bewegen.’

Prof. Dr. Matthys geeft aan dat heel wat voedingsproducten zoals bijvoorbeeld een hamburger geen verzadigingsgevoel geeft, vandaar dat hamburgers steeds groter en groter worden. Om het hongergevoel te onderdrukken, grijpen velen snel naar zoete frisdrank, dessert of een zoete versnapering. Mensen die zich uitsluitend met voedingsproducten voeden, missen de vitale krachten uit verse voedingsmiddelen en blijven met een onbevredigend gevoel achter. Dat wordt meestal met genotsmiddelen onderdrukt.

 

Nadelen van industriesuiker

Hoewel de voedingindustrie en de suikerfabrikanten beweren dat geïsoleerde suikers geen nadelen hebben voor de gezondheid zijn er wereldwijd onderzoeken uitgevoerd die het omgekeerde aantonen. Het blijft uiteraard moeilijk om de oorzaak van een ziekte alleen toe te schrijven aan het gebruik van industriesuiker, meestal zijn er meerdere oorzaken die samen doorslaggevend zijn. We spreken liever van een verhoogd risico dan van een oorzaak. Iemand die veel toegevoegde suikers gebruikt en daarbij nog slechte vetten, weinig beweegt en veel stress heeft, zal meer kans lopen om ernstig ziek te worden. We vermelden een aantal klachten waarvan wetenschappers zeker zijn dat er een negatieve correlatie is met suiker.

 

Suikerziekte type 2

Er is een duidelijke toename sinds het massaal gebruik van industriesuiker. Dat stelt men eveneens vast in ontwikkelingslanden waar de suikerconsumptie sterk stijgt. Deze geïsoleerde suikers worden door het ontbreken van ballaststoffen snel in het bloed opgenomen en doet de bloedsuikerspiegel meteen stijgen. De pancreas is verplicht om insuline te produceren om de bloedsuikerspiegel te normaliseren. Omdat er meerdere keren per dag dergelijke opstoten plaatsvinden, geraakt de pancreas overbelast wat het risico op suikerziekte vergroot. Diabetes is een ziekte in opmars. Volgens de Internationale Diabetes Federatie (IDF) sterft er wereldwijd om de 7 seconden iemand aan suikerziekte. Er is geen ziekte die zo nauw verbonden is met het misbruik van suikers. Diabetes, kanker en Alzheimer worden de as van het kwaad genoemd.

 

Stressgevoeligheid

Omdat industriesuiker het zenuwstelsel en de hersenen onvoldoende voedt door de afwezigheid van vitaminen en mineralen, wordt men stressgevoelig. Het is aan te nemen dat het stressmechanisme dat zich in de hersenen bevindt ontregeld geraakt waardoor de vatbaarheid voor stress, emotionele aandoeningen en psychische spanningen toeneemt. Industriesuiker bevat geen vitaminen van het B-complex en geen magnesium waardoor zowel de zenuwen als de spieren verzwakt geraken. Spierspanningen worden meestal door stress veroorzaakt.

 

Obesitas

Omdat industriesuiker voor lege calorieën zorgt die in vet worden omgezet, is het logisch dat bij veelvuldig gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers het lichaamsgewicht toeneemt. Er zijn onderzoekers die er vanuit gaan dat toegevoegde suikers de grootste oorzaak van obesitas zijn door de omzetting van suiker in vet. Dierlijke vetten en toegevoegde suikers zijn de belangrijkste dikmakers. Fastfood is daar een bevestiging van. Overgewicht is niet langer een fenomeen in het rijke westen, in de ontwikkelingslanden begint het stilaan een probleem te worden.

 

Darmgassen en darmproblemen

Omdat de hoeveelheid toegevoegde suikers zeer hoog ligt, is het verteringsstelsel niet altijd in staat om al deze suikers te verteren. Onverteerde suikers gisten in de dikke darm zodat er zich gassen vormen en de darmen uitzetten. Vandaar een opgezette buik waar zeer veel mensen mee te kampen hebben. Dit fenomeen kennen we bij bierdrinkers met hun bekende ‘bierbuik’. Deze gasvorming belet de goede werking van de darm en zorgt voor talrijke darmproblemen zoals chronische diarree, darmverstopping, darmontsteking, verstoring van de darmflora en eventueel darmkanker.

 

Tandcariës

De oorzaak van tandcariës ligt in de vorming van een kleverig aanslag op de tanden. Tandplak is opgebouwd uit glucose-eenheden en wordt gevormd door bepaalde mondbacteriën. Streptococcus voedt zich met koolhydraat. Het gebruik van gekookt voedsel veroorzaakt de bacteriële verstoring in de mond en zet suikers om in agressief zuur. Tandartsen waarschuwen al lang voor de vernietigende werking van alles waar suiker aan is toegevoegd. Het eten van vers fruit versterkt de tanden en zorgt voor het bacterieel evenwicht.

 

Kaasmolaren

Men stelt verontrustend vast dat 5 à 10% van de kinderen kampt met kaasmolaren, d.w.z. dat de tanden een geel tot bruinachtige kleur krijgen, zacht worden en beginnen te schilferen en af te brokkelen. Tien jaar geleden kwam dat nog sporadisch voor bij 1% van de kinderen. Een verklaring voor dit verschijnsel en vooral voor de sterke toename heeft men nog niet. Wetenschappers maken zich ernstige zorgen en denken aan drie mogelijke oorzaken: invloeden vanuit het vervuild milieu, minderwaardige voeding met toegevoegde suikers, snoep en frisdrank of het gebruik van bepaalde medicijnen. Gebrek aan tandhygiëne wordt uitgesloten. Het probleem doet zich voor na het wisselen van de tanden.

 

Cholesterol

Toegevoegde suikers worden gezien als oorzaak van veel gezondheidsproblemen. Dat lijkt overdreven, maar toch stelt men vast dat het massaal gebruik van toegevoegde suikers een indirecte invloed heeft op het ontstaan van veel ziekten. Men mag niet uit het oog verliezen dat koolhydraat de belangrijkste en de grootste leverancier van energie is en bij ieder fysiologisch proces betrokken is. Een onderzoek in opdracht van de Amerikaanse regering heeft een verband aangetoond tussen het gebruik van toegevoegde suikers en een te hoog cholesterol. Bij jongeren tussen 12 en 18 jaar werd vastgesteld dat ze dagelijks gemiddeld 119 g suiker gebruikten, hoe hoger de suikerconsumptie des te ongunstiger de cholesterolwaarde. Een te hoog cholesterol verhoogt het risico op hart- en vaatziekten.

 

Leververvetting (steatose)

Een teveel aan suiker wordt in de lever opgeslagen en wordt daar omgezet in vet. De levercellen geraken ontstoken waardoor deze onvoldoende vet kunnen opnemen. Leververvetting wordt in verband gebracht met alcoholmisbruik, verstoring van de insuline waardoor een constant hongergevoel aanwezig is, wat aanleiding geeft tot overgewicht. Een teveel aan toegevoegde suikers leidt tot stofwisselingsziekten en versnelde veroudering.

 

Andere klachten

Er wordt verder verband gelegd tussen het massaal gebruik van toegevoegde suikers in voedingsproducten en frisdrank en een verhoogd risico op kanker. De toename van kanker stijgt met de dag en loopt haast parallel met de stijging van de suikerconsumptie. Alzheimer en andere vormen van dementie, ADHD, autisme, agressief gedrag, depressie, hart- en vaatziekten, chronische ziekten, artritis, artrose, botontkalking, osteoporose enz. worden allemaal gerelateerd aan een te hoge suikerconsumptie. Het gebrek aan natuurlijke suikers is doorslaggevend.

18:14 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15-05-14

Bewegen … hoeft geen pijn te doen

Het leven is beweging, dood is stilstand. De mens is een beweeglijk wezen, bewegen doet bij veel mensen pijn, maar dat hoeft niet. Door allerlei omstandigheden neemt de mobiliteit af, vooral door ziekte en door het verouderingsproces waardoor de gewrichten en spieren stram worden. Reuma is een verzamelnaam van alle ziekten die te maken hebben met beweging of anders uitgedrukt, ziekten die de beweging bemoeilijken en pijn veroorzaken. Beweging hangt nauw samen met de spieren, pezen, banden en bindweefsel, maar ook met gewrichten en botten. De hersenen en het zenuwstelsel zorgen voor de besturing van de beweging en dat gebeurt via het neuromusculair systeem. De zenuwimpulsen worden overgedragen op de spieren die via de gewrichten zorgen voor de nodige beweging. Gewrichten zijn perfecte scharnieren die zichzelf smeren en onderhouden en we hebben er ontzettend veel. Bij beweging is de doorbloeding en de ademhaling betrokken. Om te bewegen hebben we energie nodig en die halen we uit voeding. Bij een bewegingsziekte zijn, zoals aangetoond, talrijke processen betrokken en daarom is het niet eenvoudig om reumatische aandoeningen met een eenvoudig middel te behandelen. Er is een totale aanpak nodig. Om het eenvoudig te houden kunnen we reuma in vier groepen indelen:

- Ontstekingsreuma, zoals artritis.

- Reuma in de vorm van slijtage, zoals artrose.

- Reumatische aandoeningen van de weken delen zoals een tenniselleboog of een stijve nek.

- Stofwisselingsaandoeningen, zoals jicht of osteoporose.

Reumatische aandoeningen hebben veel oorzaken. Er is de aanleg of dispositie, d.w.z. dat bepaalde mensen en soms een hele familie daar vatbaar voor zijn. Een andere oorzaak is de immuniteit. Mensen met een zwakke weerstand zijn vatbaar voor ontstekingen. Vaak veroorzaakt een fysieke belasting door overdreven te sporten of bij zware lichamelijke inspanningen dergelijke problemen.

Een onjuiste voeding kan een belangrijke oorzaak zijn. Jarenlang onderzoek heeft aangetoond dat reumapatiënten veel brood, vlees en/of kaas eten. Twee van de drie voedingsmiddelen komen dagelijks in hun voedingspatroon voor, vaak ook alle drie. Dit zijn drie sterk verzurende voedingsmiddelen, want reumatische aandoeningen zijn verzurende klachten. Verzurende voeding heeft niets te maken met de zure smaak, maar wel met de verhouding tussen voedingsmiddelen met een zuur- en een basenoverschot. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwit zoals vlees, kaas en in mindere mate graanvoeding hebben een zuuroverschot dat tijdens de stofwisseling ontstaat en in normale omstandigheden spontaan wordt afgevoerd. Indien de aangevoerde hoeveelheid groter is dan de capaciteit om het af te voeren, ontstaat er een opstapeling van zuren die de gewrichten en botten aantasten. Tot de basenrijke voedingsmiddelen behoren fruit, bessen, meloenen, groenten, aardappelen en haast alle voedingsmiddelen die weinig eiwit, veel water en veel mineralen bevatten. Ze zijn licht verteerbaar, hebben een lage calorische waarde en men kan er grote hoeveelheden van eten.

We zullen hiervan 80% gebruiken en slechts 20% voedingsmiddelen met een zuuroverschot. Reumapatiënten eten te veel zuurvormende voeding waardoor hun voedingspatroon te sterk geconcentreerd is en het lichaam verzuurt. Een verzuurd lichaam wil zichzelf ontzuren door op zoek te gaan naar basische stoffen zoals calcium of magnesium die uit het bot worden geroofd. Zo ontstaat artrose of osteoporose. Door fysieke belasting verergert de toestand. Bij reumatische aandoeningen spelen vervuilde darmen een grote rol. Verzuurde voeding bevat weinig ballaststoffen zoals ruwe vezels en blijft daardoor te lang in de darm opgestapeld. Dit geeft aanleiding tot allerlei ontstekingshaarden en verzwakking van de immuniteit want de meeste afweercellen bevinden zich juist in de dikke darm.

Wie aan reumatische klachten lijdt, doet er goed aan om meer waterrijke voedingsmiddelen te gebruiken en verzurende voeding zoveel mogelijk uit te schakelen. Reumatische aandoeningen komen weinig voor bij vegetariërs. Wie in een acute fase verkeert, doet er goed aan om zich gedurende een bepaalde periode geheel te onthouden van vlees, vis en kaas. Er treedt dan meestal snel een verbetering op. Jicht is een stofwisselingsziekte met een verstoorde purinehuishouding. Purine zit in een aantal voedingsmiddelen zoals alles wat uit de zee komt, vlees, peulvruchten en vooral soja. Jicht wordt goed behandeld met een purinevrij dieet. Artritis is de meest pijnlijke reumatische aandoening omdat vaak meerdere gewrichtjes ontstoken zijn en aanleiding geven tot vergroeiing. Iedere beweging doet dan pijn.

Osteoporose komt steeds meer voor tijdens de menopauze en kan het beste bestreden worden door kalkrovers zoveel mogelijk uit te schakelen. Dat kan door te letten op een goed zuur-base evenwicht in de voeding. Aardappelen, komkommers, pompoen, watermeloen, fruit en groenten hebben een sterk ontzurende werking en horen thuis in ieder voedingspatroon in de strijd tegen reumatische aandoeningen. Het gebruik van amandelen is erg aan te bevelen om het aangetaste bot weer te herstellen. De amandel is een zuurvormend voedingsmiddel, maar binnen een evenwichtige voeding is dit geen bezwaar. De amandelen worden gedurende de nacht in bronwater (flessenwater) geweekt, zwellen lichtjes, smaken vers en verfrissend en leveren de bouwstenen van het bot. Men gebruikt 15 tot maximum 30 gram per dag. Fibromyalgie wordt ook spierreuma genoemd en komt vaak voor in combinatie met CVS (Chronisch vermoeidheidssyndroom). De oorzaak moet vooral gezocht worden in een langdurige overbelasting van het spierweefsel door fysieke inspanning, door aanhoudende stress of emotionele aandoeningen. De pijn manifesteert zich bij haast iedere beweging en verspreidt zich over heel het lichaam. Stress zet zich vooral vast op nek en schoudergordel en uit zich in lage rugklachten, bekkengebied en ledematen. Bij alle reumatische aandoeningen verergert pijn bij stress of negatieve emoties. Te vaak vergeet men dat stress een uitlokkende factor is en het genezingsproces afremt. Bewegen hoeft geen pijn te doen op voorwaarde dat men rekening houdt met voeding, levenswijze en ingesteldheid. Genezing is enkel mogelijk door over heel de lijn, zowel op fysiek als psychisch en emotioneel vlak alle obstakels op te ruimen. Ontzuren is daarbij de grote boodschap.

09:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

07-05-14

Vitaminen, gezonde maar kwetsbare stoffen.

 

 

Vitaminen zijn kwetsbare stoffen die vrij snel worden beschadigd of vernietigd onder invloed van zuurstof of warmte tijdens de bereidingen. Ongeschonden vitaminen die hun functies optimaal vervullen, vinden we enkel terug in verse voedingsmiddelen zoals fruit, groenten, noten, zaden, pitten, paddenstoelen, olie enz. Deze voedingsmiddelen leveren niet alleen vitaminen, maar tegelijkertijd mineralen, spoorelementen, enzymen en andere belangrijke micro- en macronutriënten. Hoewel we in dit artikel onze aandacht richten op de vitaminen, moeten we ze binnen de voeding in een veel ruimer perspectief plaatsen. Vanuit een theoretische benadering is het logisch dat we alle stoffen afzonderlijk bestuderen, maar het zijn de onderliggende verbanden die van het grootste belang zijn. Omdat vitaminen in de voedingsmiddelen kwetsbare stoffen zijn, gaan we even in op de verschillende factoren die de kwetsbaarheid verhogen.

 

Oogsten, transport en bewaren

Al bij het oogsten van de voedingsgewassen treedt er een minimaal aan verlies op dat tijdens het transport verhoogd wordt. Al kan men dit verlies verwaarlozen, het is aanwezig. Als voedingsmiddelen te lang, te warm of te koud in magazijnen bewaard worden, zet zich dit verlies verder. Zelfs diepgevroren voedingsmiddelen kennen verlies aan vitaminen.

 

Industriële bereidingen

Door voedingsmiddelen op industriële wijze te verwerken tot voedingsproducten is er ongetwijfeld verlies aanwezig. De mechanische verwerking zoals snijden, raspen, pletten, mengen, roeren, mixen enz. hebben een vernietigende werking op de aanwezige vitaminen terwijl bij de warme bereidingen het hoogste verlies optreedt.

 

Verpakking

Voedingsproducten bevatten conserveringsmiddelen en worden verpakt in blikjes, dozen, kartons, zakjes enz. Ze blijven maanden tot jaren in de verpakking en verliezen zeker in ongunstige omstandigheden veel van hun vitaminen.

 

Gaarkeukens

Cateringbedrijven beginnen vrij vroeg met het bereiden van de gerechten die ze lang op voorhand warm houden. In grote bedrijfsrestaurants blijft alles constant warm en dat geeft een aanzienlijk verlies aan vitaminen.

 

Bereidingen in eigen keuken

Verse voedingsmiddelen die in de eigen keuken bereid worden, kennen uiteraard een verlies aan vitaminen, maar dat heeft men zelf in de hand. Het opwarmen van koud geworden voedsel geeft opnieuw een verlies aan vitaminen. Het verlies is niet vergelijkbaar met voedingsproducten of kant-en-klare gerechten die in de fabriek al veel van hun vitaminen hebben verloren.

 

Vitaminearme voeding

De voedingsindustrie bepaalt voor een groot deel de voedingswijze van de bevolking. Mooi verpakte voedingsproducten vullen de rekken van de supermarkt die haast blindelings in de kar terecht komen van de weinig bewuste consument. Er is wel wat onrust ontstaan door objectieve voorlichtingen en veel zeggende publicaties. Gelukkig dat er af en toe in de media voldoende aandacht aan de gevaren van de moderne voeding wordt besteed, maar daar blijft helaas te weinig van hangen. We citeren een korte tekst van Dr. P. De Veer uit zijn boek ‘Wij eten ons ziek’.

‘Het gehalte aan vitaminen is de waarde nul dicht genaderd. De hoofdschotel wordt meestal door een kant-en-klaar gerecht gevormd en hiervoor geldt hetzelfde. Snel klaar, maar met een zielig lage voedingswaarde. Het toetje bestaat meestal uit een gepasteuriseerd, of erger nog, gesteriliseerd melkproduct en levert geen noemenswaardige bijdrage aan wat onder goede voeding moet worden verstaan. Er wordt dan gezegd, ik drink iedere ochtend mijn glaasje vruchtensap bij het ontbijt. Teleurstellend. Met gesteriliseerd vruchtensap uit glas, karton of blik voorzien we op geen enkel belangrijk punt in de noodzakelijke vitaminebehoeften. Bij ontbijt en lunch denkt men heel gezond te zijn door het eten van bruinbrood. De voedingswaarde van het meeste bruinbrood is niet hoger dan van wit brood. De bruine kleur wordt veroorzaakt doordat men, in plaats van het witte tarwemeel, het donkergekleurde roggemeel gebruikt. Alleen volkorenbrood heeft nog een behoorlijke voedingswaarde. Kortom, armoede ondanks rijkdom.’

Dit citaat komt misschien radicaal over, maar in de grond heeft hij gelijk. Mensen denken dat ze gezond eten, maar de ontbijtvlokken of het brood dat ze eten is ingekleurd en gezoet met toegevoegde suikers. De yoghurt smaakt naar fruit, maar er zit geen fruit in, alleen smaakstoffen. De consument laat zich op grote schaal misleiden. Bovendien is er zoveel verwarring dat veel mensen niet meer weten wat gezond is. De vitaminen worden in twee groepen verdeeld, de in vet oplosbare en de in water oplosbare vitaminen. De vitaminen worden met een letter aangeduid en hebben een naam. In de praktijk en op de verpakking zal men meestal alleen de letter gebruiken, maar de consument weet niet altijd wat er mee bedoeld wordt. Dat heeft niets met gebrek aan intelligentie te maken, maar met het feit dat voeding een wetenschap is geworden. Bij het kiezen van appels, een krop sla, witloof of wortelen ligt het heel anders, daar wordt langs zintuiglijke weg de kwaliteit beoordeeld door te zien, te betasten, ruiken of proeven.

 

Voedingsvitaminen en vitaminepreparaten

In de voedingsleer worden beide begrippen gebruikt, maar men maakt niet altijd het onderscheid tussen beide. Daardoor heerst er een enorme verwarring rond voedingsvitaminen en vitaminepreparaten. Vitaminen zijn stoffen die in voedingsmiddelen in geringe mate voorkomen en die er samen met mineralen en andere stoffen er een geheel vormen. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in mg en voor een aantal vitaminen in microgram per 100 g bruikbaar voedingsmiddel. Vandaar dat ze tot de micronutriënten behoren. Binnen deze benadering zijn sommige voedingsmiddelen bijzonder rijk aan vitaminen terwijl andere minder geconcentreerd zijn. De dagelijkse behoefte worden in dezelfde grootheden uitgedrukt. Het spreekt vanzelf dat bij dergelijke geringe hoeveelheden de kwaliteit doorslaggevend is. Deze kwetsbare vitaminen zijn van groot belang binnen de talrijke biochemische processen die in het organisme plaatsvinden. Anderzijds staat tegenover deze geringe hoeveelheid een enorme werking. Het zijn bijzonder krachtige stoffen.

Wetenschappers zijn erin geslaagd om de formule van de vitaminen te analyseren en kunnen die in het laboratorium nabootsen. Vandaar dat vitaminen in grote hoeveelheden gefabriceerd worden. Chemisch gezien stemmen ze helemaal overeen met de voedingsvitaminen, toch wordt aan hun werking getwijfeld. Sommige onderzoekers zeggen ronduit dat vitaminepreparaten niet werken en weggesmeten geld is. Anderen zijn iets voorzichtiger en menen dat er een farmacologische werking aanwezig is. Omdat vitaminen in haast alle voedingsmiddelen voorkomen kan bij gevarieerd voedingspatroon geen tekort optreden. Vooral als men dagelijks vers fruit, groentesalade, af en toe wat noten eet, krijgt men een rijkdom aan vitaminen binnen. Er zijn wel talrijke onderzoeken uitgevoerd die aantonen dat een te veel aan vitaminen in de vorm van tabletten schadelijk kunnen zijn. Het verrast ons niet als we zien dat sommige mensen honderd tot duizend maal meer innemen dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

20:52 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-05-14

Tagatose en Tagatesse, een zoet, maar twijfelachtig verhaal

Net als Stevia is Tagatose met veel enthousiasme onthaald omdat men er vanuit ging dat het in beide gevallen om natuurlijke middelen gaat. Zo wordt Tagatose omschreven als een ‘natuurlijke suiker’ of ‘suikervervanger’ die uit lactose (melksuiker) verkregen wordt. Het woord ‘natuurlijk’ is hier zeker niet op zijn plaats omdat een grondig productieproces nodig is om door hydrolyse lactose op te splitsen in galactose en glucose. Bovendien vervangt Tagatose de natuurlijke suiker niet omdat het een geïsoleerd product is, net als toegevoegde suikers. De galactose wordt door middel van een enzymatisch proces (arabinose-isomerase) weer omgezet in Tagatose waarvan het eindproduct geen lactose bevat. Dit enzym wordt met behulp van genetisch gemanipuleerde bacteriën gemaakt zoals de producent DSM dit vermeld. Het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen (Novel Food) beschouwt het als een nieuw verkregen ‘ingrediënt’. Daarom wordt het niet als voedingsadditief beschouwd en staat het niet als E-nummer vermeld. We citeren een reactie van Bio-shop, een natuurwinkel uit Turnhout (B) die weigert om in zijn winkel de zoetstof Tagatose en Tagatesse te verkopen.

‘Tagatose is een geraffineerde suiker die ook nutriëntenroof pleegt op het lichaam. Daarbij komt nog dat Tagatose in het lichaam wordt omgezet tot fructose. Tegenwoordig wordt fructose niet meer gezien als een veilig en goed alternatief voor suiker omwille van het feit dat het nutriënten rooft uit het lichaam, medeverantwoordelijk is voor tal van chronische ziekten, vermindering van de immuniteit, allergische reacties en belasting van de lever. Gewichtstoename is het gevolg van veelvuldig fructose gebruik door het stijgen van de bloedvetten, verhoging van het cholesterol en het trigliceridegehalte. ‘

Er duiken steeds meer negatieve reacties op. Zo heeft Liesbeth Oerlemans, natuurgeneeskundige, kritiek op het feit dat in de reclamefolder van Tagatose verwezen wordt naar de lage glycemische index omdat bij een zoetstof daar heel weinig van gebruikt wordt en de invloed op de bloedsuikerspiegel te verwaarlozen is. Verder wijst de fabrikant erop dat Tagatose een prebiotische werking zou hebben om een betere darmwerking te bekomen. Volgens Oerlemans is het absurd om een zoetstof te gebruiken om het verteringsstelsel te stimuleren. Daarvoor kan men beter fruit en groenten eten die rijk zijn aan ruwe vezels. Tagatose wordt massaal verwerkt in frisdrank en voedingsproducten.

 

Tagatesse

Tagatesse is een afgeleid product van Tagatose en wordt omschreven als een ‘tafelzoetstof’. Blijkbaar heeft Tagatose een aantal praktische nadelen waardoor men een nieuw product heeft ontwikkeld dat bijna 40% Tagaose bevat. Dit product leent zich beter in de keuken voor allerlei bereidingen. Het vervangt in gerechten de suiker. Omdat de zoetkracht ongeveer twee keer zo groot is als die van gewone industriesuiker heeft men binnen een recept de helft nodig. Tagetesse is een uitgesproken zoetstof en heeft de volgende samenstelling:

39,92% Tagatose

20,14% Voedingsvezels (inuline en oligo-sacchariden)

39,92% Isomalt

 0,02%  Sucralose

We gaan even in op de betekenis van de stoffen waarmee Tagatesse is samengesteld. Het gaat hier om een eigen samengesteld product uit geïsoleerde stoffen en zeker niet als een natuurlijk middel mag beschouwd worden. Natuurlijk betekent dat een middel zoals een appel of noot door de natuur is voortgebracht en dat eventuele behandelingen of bereidingen het natuurlijke karakter en samenstelling niet of er weinig heeft veranderd.

 

Inuline

Dit is een fructosehoudende polysaccharide en staat bekend als ballaststof en komt in veel voedingsmiddelen voor en bevordert de darmwerking. Inuline hoort tot de oplosbare voedingsvezels die in veel voedingsproducten wordt verwerkt.

 

Oligo-sacchariden

Dit is een niet verteerbare koolhydraat die net als inuline als ballaststof wordt gebruikt.

 

Isomalt

Dit is een synthetische zoetstof en staat bekend onder E953 dat de smaak gunstig beïnvloedt en als vulstof wordt gebruikt. Deze stof zou het bruiningseffect temperen. Isomalt wordt uit saccharose gemaakt, soms via genetische manipulatie. Het is een veel gebruiktezoetmiddel dat bij sommige mensen misselijkheid en diarree kan veroorzaken.

 

Sucralose

Dit is een organochloor verbinding en is een erg omstreden synthetisch zoetmiddel (E955) en is 600 keer zoeter dan suiker. Als mogelijke risico’s vermeldt Corine Gouget: beschadiging van het immuunsysteem aangezien voornamelijk de lever en de nieren worden aangetast. Echt vermijden is haar boodschap. E955 wordt in kleine hoeveelheden aan Tagatesse toegevoegd om de smaak te verbeteren.

Tagatesse mag volgens de fabrikant niet gebruikt worden bij baby’s en kleine kinderen beneden de 3 jaar. Tagatesse heeft immers een darmprikkelende werking en houdt te veel vocht vast in het maag-darmkanaal. Bij erfelijke fructose-intolerantie is Tagatesse niet veilig. Hoewel het niet laxerend werkt, kan bij mensen met gevoelige darmen toch diarree optreden. Tagatesse bevat een kleine hoeveelheid sucralose (0,02%) maar dit is een krachtige en een erg omstreden synthetische zoetstof met de bedoeling om de smaak bij te stellen. Dat geldt ook voor de synthetische zoetstof Isomalt. Omdat er geen invloed is op de bloedsuikerspiegel wordt het aanbevolen voor suikerpatiënten, maar in combinatie met een evenwichtig en caloriearm dieet, wordt er aan toegevoegd. Het is bovendien lactosevrij. Tagatesse is een erg omstreden zoetstof en daar is de consument zich niet altijd van bewust.

10:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-04-14

Natuurlijke suikers. De aantrekkingskracht van zoete voeding.

Natuurlijke suiker is het voedsel voor de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren en speelt in de gezondheid een uitzonderlijke rol. De belangrijkste eigenschap van suiker is zijn zoete smaak. Om de zoetheid weer te geven en vergelijkingen te maken, vertrekt men vanuit de witte suiker, ook industriesuiker genoemd. De zoetheid van suiker (saccharose) krijgt de waarde van 100 toebedeeld. En zo kan men de zoetheid bepalen. Voor Stevia bedraagt die 250 en voor honing 120. Omdat koolhydraten uiterst belangrijk en haast onmisbaar zijn in de voeding kent de mens van natuur uit een drang naar zoet. Dat is niet vreemd omdat koolhydraat (suiker) het grootste deel van onze voeding uitmaakt. Het begint al bij de zoete moedermelk die 7,10% melksuiker of lactose bevat. De dagelijkse behoefte aan koolhydraat ligt 5 à 7 maal hoger dan eiwit.

Alles wat tot de basisfuncties van het leven behoort, wordt vanuit de hersenstam gestimuleerd en gaat gepaard met een instinctieve drang. Tot de basisfuncties rekent men de ademhaling, eten en drinken, rusten en slapen en de voortplanting (seksualiteit). In de hersenen bevindt zich het ‘beloningscentrum’. Vandaar dat, als men iets goed doet, een gevoel van voldaanheid optreedt. Prikkelen we onze hersenen door geïsoleerde en hooggeconcentreerde riet- of bietsuiker te gebruiken, wordt het beloningscentrum extra geactiveerd. Zo is het te verklaren dat er suikerverslaving optreedt. Onweerstaanbaar snoepen of eten van chocolade of zoet gebak zijn vormen van suikerverslaving. Onze hersenen maken niet het verschil tussen natuurlijker suikers uit de voedingsmiddelen en industriesuiker die aan voedingsproducten zijn toegevoegd omdat beide dezelfde oorsprong hebben. Omdat industriesuiker geïsoleerd is uit het riet of de biet, geen vitaminen en mineralen bevat, is deze suiker niet in staat het zenuwstelsel te voeden. De drang naar zoet is een noodsignaal dat de hersenen uitzendt omdat er een grote behoefte is ontstaan aan natuurlijke suikers. Helaas wordt dit signaal verkeerd begrepen en gaat men nog meer snoepen. Natuurlijke suikers hebben talrijke en vooral onmisbare functies binnen het menselijk organisme. We vermelden ze even.

 

Voedsel voor hersenen, zenuwen, spieren en rode bloedlichaampjes

Natuurlijke suikers zijn het voedsel voor de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren en de rode bloedlichaampjes. In de sportwereld weet men hoe belangrijk suikers zijn om goed te presteren, maar helaas gebruikt men niet altijd de juiste suikers. Zoet wordt vaak en terecht in verband gebracht met emoties. Er zijn heel wat uitdrukkingen en gezegden in verband met zoet zoals iemand zoet houden met iets. Zoet krijgt hier de betekenis van braaf, gehoorzaam, tevreden enz. Door te veel toegevoegde suikers te gebruiken, geraakt het zenuwstelsel uitgeput. Een drang naar zoet wijst op een gebrek aan natuurlijke suikers.

 

Brandstof (energie)

Natuurlijke suiker is wat de kwantiteit betreft de belangrijkste leverancier van brandstof. Suikerrijke voedingsmiddelen komen vrij veel voor, zijn eerder goedkoop en leveren voldoende calorieën. Voedingsdeskundigen omschrijven geïsoleerde industriesuiker als lege calorieën omdat ze geen nut hebben. Lege calorieën leveren wel calorieën en zetten zich om in vet wat overgewicht in de hand werkt.

 

Snel opneembare energie

De enkelvoudige suikers uit fruit en honing worden zonder vertering opgenomen zodat het lichaam onmiddellijk over energie beschikt indien dit nodig is. Dat is belangrijk bij grote fysieke inspanningen of bij het beoefenen van sport. Industriesuiker wordt te snel opgenomen (glycemische index 100) terwijl enkelvoudige suikers uit fruit en honing traag worden opgenomen door de aanwezigheid van ballaststoffen (ruwe vezels). Bij fruit ligt de glycemische index (GI) tussen 23 en 50 wat gunstig is. Bij honing ligt de GI tussen 32 en 55 afhankelijk van de soort. Zowel fruit als honing geven geen snelle schommeling in de bloedsuikerspiegel wat een voordeel is.

 

Belangrijke voedingsstof

Natuurlijke suikers leveren niet alleen voedsel voor de hersenen, zenuwstelsel, spieren, maar ook aan rode bloedlichaampjes die zich uitsluitend met suiker voeden. Omdat suiker onmisbaar is, kan het lichaam deze zelf aanmaken uit vet en eventueel uit eiwit. Er is een enorm veiligheidsysteem ingebouwd zodat het lichaam moeilijk zonder suiker valt.

 

Reservevoedsel

Natuurlijke suiker kan zich, in tegenstelling tot eiwit, in relatief grote hoeveelheden als reservevoedsel in het lichaam opstapelen in de vorm van glycogeen in de lever en de spieren. Is er behoefte aan suiker, los van de maaltijd, kan het lichaam daar suiker halen en omzetten in glucose.

 

Bloedsuikerspiegel

Natuurlijke suiker zorgt voor een stabiel en constant suikerniveau in het bloed dat als bloedsuikerspiegel wordt aangeduid. Na een fysieke inspanning worden de verbruikte suikers opnieuw aangevuld. De meeste mensen hebben een stabiele bloedsuikerspiegel waardoor ze relatief lang zonder voedsel kunnen. Bij sommigen is die erg gevoelig. Deze mensen eten op vaste tijdstippen en stellen nooit een maaltijd uit. Ze worden vaak geplaagd door een plots optredende flauwte die meteen verdwijnt door het eten van een stuk fruit of een snoepje.

09:10 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-04-14

Slagroom, het fluweelzachte schuim

Room is het melkvet dat van de melk wordt gescheiden. Slagroom is net als melkschuim een mengsel van vloeistof en lucht en wordt vastgehouden door microscopisch kleine belletjes waarvan de wanden door het vet worden gestabiliseerd. Room wordt stijf geklopt als er 30% vet aanwezig is. Dit fluweelzachte schuim wordt door de een geprezen en door de ander verafschuwd en als ongezond omschreven. Laten we realistisch blijven, het gaat hier om schuim met een groot volume en weinig gewicht. Een flinke schep slagroom vertegenwoordigt niets als we de analyse bekijken. Het gaat om schuim waarvan de wand van de belletjes melkvet bevat, 58% is water. Zelfs bij gezoete slagroom is de hoeveelheid toegevoegde suiker te verwaarlozen. Slagroom wordt gebruikt om een gerecht te versieren en heeft door zijn gering gewicht geen negatieve invloed op de gezondheid. Als het gebruik occasioneel is en bij fruit of een licht gebakje wordt gegeten, kan men daar moeilijk bezwaar tegen hebben. Lijdt men aan overgewicht, eet men grote hoeveelheden vlees en vetrijke gerechten, veel gebak met of zonder slagroom, dan is men verkeerd bezig.

We doen opmerken dat industriële slagroom in spuitbussen perslucht bevat, meestal distikstofoxide oftewel lachgas. De hoeveelheid is erg gering en verdwijnt waarschijnlijk vrij snel. In grote hoeveelheden is lachgas een drug en is gevaarlijk. Voor gezonde mensen en binnen een evenwichtig voedingspatroon is zelf opgeklopte slagroom geen probleem, want het is slechts schuim.

 

Room

Er is geen verschil in samenstelling tussen room en slagroom, alleen het volume maakt het onderscheid. Room wordt in vloeibare vorm toegevoegd aan koffie, dressings, soep, saus, omelet, terrines, desserts en zorgt voor een aantrekkelijke smaak en textuur. Door de vloeibare vorm is de hoeveelheid melkvet en het aantal calorieën aanzienlijk verhoogd. Room is vaak verantwoordelijk voor een extra vette keuken (Franse keuken). Dat is niet aan te bevelen voor mensen die al veel dierlijk vet in hun dagelijkse voeding gebruiken, een te hoog cholesterolgehalte in het bloed hebben of aan overgewicht lijden. Het eindeffect van room is anders dan bij slagroom.

20:05 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-04-14

Margarine, de imitatieboter van vroeger

Al meer dan honderd jaar heeft de margarine de boter voor een groot deel vervangen. Margarine werd oorspronkelijk ‘imitatieboter’ genoemd, maar is nu algemeen aanvaard. Men heeft margarine om op brood te smeren en om te bakken en te braden. Margarine bevat 70 à 75% vet van plantaardige oorsprong. Ongeveer 20% bestaat uit verzadigd vet, 14 à 15% uit enkelvoudig onverzadigd (EOV) en 30 à 35% uit meervoudig onverzadigd vet (MOV) en max. 1 g transvet. In principe bevat margarine plantaardige of vloeibare vetten die goed zijn voor de gezondheid. Toch wordt als verkoopargument dit vet soms gereduceerd tot 50, 45 en zelfs 30% en spreekt men van light-margarine. De ontbrekende olie wordt vervangen door gemodificeerd zetmeel, wat zeker niet gezond is. Margarine bevat vitaminen A, D en E, maar het is een industrieelbereid product dat in de fabriek wordt samengesteld. Over de gezondheidsaspecten worden nog steeds levendige discussies gevoerd.

Er zijn margarines met een cholesterolverlagende werking door toevoeging van plantensterolen (fytosterinen en fytostanolen). Becel pro activ is wel de meest bekende, maar er zijn er nog andere merken. Plantensterolen hebben een vergelijkbare structuur als cholesterol en hebben als eigenschap de cholesterol in de darmen af te remmen waardoor de opname wordt verhinderd. Plantensterolen komen in de plantaardige voedingsmiddelen voor zoals plantaardige olie, noten, zaden, pitten, groenten, fruit en granen. Plantensterolen behoren tot de bioactieve substanties of genezende inhoudsstoffen in voedingsmiddelen. Ze komen in geringe hoeveelheden voor die in milligram worden uitgedrukt per 100 g bruikbaar deel. In een gezond voedingspatroon varieert de hoeveelheid tussen 150 à 300 mg gram per dag. Bij vegetariërs ligt dit rond de 600 mg. Onderzoekers zijn er van overtuigd dat deze plantensterolen, ondanks hun geringe hoeveelheid, een gunstige invloed hebben op het verlagen van het cholesterolgehalte.

In de cholesterolverlagende margarines ligt de hoeveelheid toegevoegde plantensterolen tussen 2.000 en 2.500 mg (dit is 2 à 2,5 gram). Dit is een gigantische hoeveelheid die te vergelijken is met bijvoorbeeld 500 tomaten, 12,5 kg worteltjes, 125 appels, 69 sinaasappelen, 66 volkoren boterhammen of ruim 900 pinda’s. Dit overtreft iedere verbeelding. Onderzoekers stellen vast dat bij het gebruik van deze margarines het mogelijk is om de via de voeding aangevoerde cholesterol met 7 à 10% te verminderen, maar wat de consument niet weet is dat deze margarines geen enkele invloed hebben op de cholesterol die in de lever wordt geproduceerd. We maken meer cholesterol aan dan we via de voeding binnenkrijgen. De EFSA, een organisatie van de EU, pleit voor duidelijkheid op de etiketten met de waarschuwing dat men de 3 g (3.000 mg) per dag niet mag overschrijden.

De Nederlandse Hartstichting zegt dat deze margarine enkel geschikt is voor mensen met een licht verhoogde cholesterol en dat ze niet geschikt is voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen onder de vijf jaar. Bij mensen waar een verhoogd cholesterol voorkomt vanuit een familiale belasting, heeft deze margarine geen invloed. In diverse landen stellen cardiologen vast dat het gebruik van cholesterolverlagende margarines het risico op hart- en vaatziekten bij bepaalde mensen verhoogd. Er gaan stemmen op om deze margarines alleen nog in de apotheek en op voorschrift van de arts te verkopen omdat het hier gaat om een combinatie van een cholesterolverlagend medicijn dat in margarines wordt verwerkt. Te hoog gebruik van deze plantaardige sterolen remmen de opname van caroteen af met zeker 20%. De gezondheidsexperts van de EU stellen duidelijke eisen die op het etiket moeten vermeld worden zoals:

  • Deze margarine is alleen bedoeld voor mensen die hun cholesterol willen doen dalen.
  • Indien men cholesterolverlagende medicijnen gebruikt, zal deze margarine uitsluitend onder toezicht van een arts mogen gebruikt worden.
  • Deze margarine is niet geschikt voor zwangere vrouwen die borstvoeding geven en voor kinderen onder de vijf jaar.
  • Deze margarine dient als onderdeel van een uitgebalanceerde voeding te worden gebruikt.
  • De consumptie van meer dan 3 gram plantensterolen/stanolen per dag dient vermeden te worden.

Ondanks al deze waarschuwingen wordt er nog dagelijks reclame gemaakt voor cholesterolverlagende margarine met de slogan: ‘Het is bewezen dat de dagelijkse consumptie van 1,5 à 2,4 gram plantaardige stanolen toelaat uw cholesterol in 2 à 3 weken met 7 à 10% te verlagen.’ Dat isinderdaad bewezen, maar de advertentie zegt niets over de mogelijke risico’s, noch de aanbevelingen van de EU en de Hartstichting. We stellen ons hierbij de vraag op welke wijze deze plantaardige sterolen en stanolen verkregen worden, zeker niet door deze uit voedingsmiddelen te extraheren!

 

Boter

Boter ontstaat door het karnen van room, het is een vrij eenvoudige techniek waarbij het melkvet van de rest gescheiden wordt. Boter heeft een unieke smaak en behoudt zijn natuurlijk karakter. Sommige consumenten geven de voorkeur aan boter in plaats van margarine omdat het een afgeleid natuurlijk voedingsmiddel is. Boter bevat 80 à 83% zacht melkvet waarvan 3 g uit MOV en 240 mg cholesterol. Omdat boter slechts 0,7 g eiwit bevat is er geen bezwaar tegen het gebruik van halfvolle boter die 50 g vet bevat en dus minder cholesterol. Boter is bijzonder rijk aan vitamine A en bevat daarnaast calcium, fosfor, magnesium en ijzer. Verder bevat boter foliumzuur, vitamine D, vitamine K, jodium, zink, koper, mangaan en chroom. Boter is een veel rijker voedingsmiddel dat margarine. Boter brand sneller aan dan olie en mag daarom niet op een hoog vuur worden verwarmd. Boter wordt eerder gezien als een delicatesse. Voor mensen met cholesterolproblemen is boter niet geschikt.

09:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-04-14

Eiwit, een belangrijk voedingsstof

Eiwit of proteïne wordt in de voedingsleer als het belangrijkste macronutriënt beschouwd. De naam proteïne werd bedacht door de Nederlandse chemicus G.J. Mulder (1802-1880) en betekent ‘de eerste’ en verwijst naar kwaliteit, voornaamheid of belangrijkheid. In de negentiende eeuw heerste er vaak bij de werkende klasse ondervoeding door gebrek aan eiwitrijke voeding die toen duur en schaars was. Vandaar dat men in die tijd extra aandacht besteedde aan eiwit en eiwitrijke voeding. Eiwitten zijn hoogmoleculaire stoffen van organische oorsprong die voorkomen in alle levende organismen van mens tot virus. Ze zijn essentieel voor zowel de structuur als voor het functioneren van elke levende stof.

 

Aminozuren

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren die bestaan uit de elementen koolstof (C), waterstof (H), zuurstof (O) en stikstof (N). Dikwijls bevatten ze zwavel (S) en fosfor (P). Er komen twintig verschillende aminozuren in eiwit voor. Elk aminozuur heeft een eigen naam en een afkorting van drie letters, soms worden ze door één letter aangegeven. De meeste aminozuren worden door het lichaam zelf aangemaakt. Er zijn echter acht aminozuren die het lichaam niet kan aanmaken en via de voeding geleverd moeten worden. Ze worden de essentiële aminozuren genoemd. Het is belangrijk dat binnen een gezonde voeding deze acht essentiële aminozuren voldoende aanwezig zijn. Als men een gevarieerde voeding gebruikt, hoeft men zich hier geen zorgen over te maken.

 

Biologische waarde van eiwitten

De biologische waarde van de eiwitten hangt af van de samenstelling en de verteerbaarheid. Voedingsmiddelen waarin alle essentiële aminozuren in voorkomen worden ‘volwaardige eiwitten’ genoemd of eiwitten met een hoge biologische waarde. Eiwit uit moedermelk, koemelk en eieren worden als volwaardig beschouwd. Dat geldt ook voor dierlijk eiwit dat dicht bij het menselijk eiwit staat. Eiwitten uit granen en afgeleide producten worden tot de groep van de lage biologische waarden gerekend. Eiwitten uit noten, zaden en pitten hebben een hoge biologische waarde. Fruit en groenten zijn arm aan eiwit, maar men eet er grote hoeveelheden van zodat ze toch invloed hebben op de totale hoeveelheid eiwit. Het staat wetenschappelijk vast dat men zich uitsluitend met plantaardig eiwit kan voeden zoals veganisten die zelfs geen melkeiwit in hun voeding gebruiken.

 

Eiwitvertering

De verteerbaarheid heeft invloed op de biologische waarde. Als voedingsmiddelen moeilijk verteerbaar zijn, wordt er onvoldoende eiwit uit het voedsel gehaald. Daarom spreekt men in de voedingswetenschap van ‘Netto Eiwit Benutting’ (NEB). Het NEB verkrijgt men door de biologische waarde te vermenigvuldigen met de verteerbaarheid. Moedermelkeiwit heeft een BW van 100 en een NEB van 100. Eiwit vergt een intense en grondige vertering. Verteringsenzymen halen de eiwitten uit de voedingsmiddelen en breken ze af tot afzonderlijke aminozuren die via de bloedbanen in de cellen terecht komen waar ze als bouwstenen gebruikt worden. Eiwitrijke voedingsmiddelen bevatten steeds grote hoeveelheden vet, zoals noten, zaden, pitten, vlees, vis, kaas enz. Er is een duidelijk verband tussen eiwit en vet. Volgens de moderne voedingsfysiologie vertraagt vet de beweging van de maag waardoor het voedsel er langer in blijft zodat de vertering grondig gebeurt.

 

Men heeft vastgesteld dat lightproducten moeilijker verteren omdat het vetgehalte met 30% gereduceerd werd terwijl het eiwitgehalte onveranderd blijft. De eiwitvertering vindt voor een groot deel plaats in de maag. Bij een vetarme voeding verloopt de vertering onvoldoende en is er extra veel energie nodig. Bovendien laat een onvoldoende vertering en stofwisseling opvallend veel afvalproducten na die via de nieren worden uitgescheiden. Eiwit is immers rijk aan stikstof die na gebruik moet worden uitgescheiden. Gebruikt men te eiwitrijke voeding waarbij het vet verminderd wordt, dan worden de nieren zwaar belast. Om een te grote hoeveelheid stikstof uit het lichaam te verwijderen wordt er extra veel urine uitgescheiden wat kan leiden tot nierstoornissen of nierziekten. Daardoor kunnen de filtereenheden (de glomeruli) schade oplopen. Overtollige aminozuren worden door de lever omgezet in ureum. Dit wordt via het bloed naar de nieren vervoerd en met de urine uitgescheiden. Vet heeft eveneens een gunstige invloed op het verzadigingsgevoel. Vandaar het snelle verzadigingsgevoel bij eiwitrijke voedingsmiddelen.

 

Dierlijk eiwit

Dierlijk eiwit is afkomstig van vlees, gevogelte, vis en afgeleide voedingsproducten. Het gehalte aan eiwit varieert tussen 16 en 22%. Dierlijk eiwit is vrij gunstig van samenstelling, maar de dierlijke voedingsmiddelen bevatten dierlijke vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren (harde vetten) en cholesterol. Dierlijk eiwit (vlees, vis) dient vanuit hygiënisch standpunt goed gebraden of gekookt te worden, maar vanaf 70 °C treedt er een denaturatie van het eiwit op. Tijdens het verhitten van dierlijke eiwitten kunnen er heterocyclische aminen ontstaan die kankerverwekkend zijn. Om die redenen wordt op dit ogenblik het gebruik van dierlijk eiwit eerder als beperkt aanbevolen. In de vorige eeuw dacht men daar nog heel anders over.           

 

Eiwit

Vet

Cholesterol

Kip

20,6 g

5,6 g

81 mg

Rundvlees, gehakt

22,5 g

14,0 g

70 mg

Rugspek

24,1 g

82,5 g

100 mg

Leverpastei

14,2 g

28,6 g

50 mg

Maatjesharing

16,0 g

22,6 g

60 mg

Sardienen op olie

20,6 g

24,4 g

120 mg

 

Melkeiwit

Het melkeiwit bestaat voor 75% uit caseïne. Caseïne is een verzamelnaam van twaalf verschillende soorten eiwit die licht verteerbaar zijn. Denk aan het gebruik van kwark of zachte kazen. Melkvetten smelten op kamertemperatuur en behoren niet tot de harde vetten. De dierlijke en de plantaardige vetten vormen een aparte klasse en dat geldt eveneens voor wat het eiwit betreft. Melk en melkproducten bevatten eveneens cholesterol. 

 

Eiwit

Vet

Cholesterol

Yoghurt

3,3 g

3,5 g

11 mg

Gouda

25,5 g

29,2 g

114 mg

Brie

22,6 g

27,9 g

100 mg

Feta

17,0 g

18,8 g

45 mg

Kwark

11,1 g

11,4 g

37 mg

Ei

6,7 g

6,2 g

314 mg

 

Plantaardig eiwit

Er is een steeds grotere waardering voor het gebruik van plantaardig eiwit, zeker door het feit dat dit eiwit verbonden is met plantaardig vet dat rijk is aan onverzadigde vetzuren en vrij is van cholesterol. Peulvruchten worden vaak geprezen voor hun hoog gehalte aan eiwit, maar het vetgehalte ligt vrij laag, wat de vertering bemoeilijkt. Dat geldt ook voor de granen. Bij noten, zaden en pitten ligt het vetgehalte zeer hoog, wat de vertering gunstig beïnvloedt. Het gaat hier om plantaardig vet van zeer hoge kwaliteit en zijn uitzonderlijke bronnen van eiwit. 

 

Eiwit

Vet

Tarwe

11,4 g

2,0 g

Bonen

20,7 g

1,4 g

Amandelen

19,0 g

54,0 g

Hazelnoten

13,0 g

61,0 g

Pijnboompitten

13,0 g

60,0 g

Sesamzaad

20,0 g

50,0 g

 

Eiwitbehoefte

Over de juiste hoeveelheid eiwit die men dagelijks nodig heeft, bestaat veel controverse. Lang heeft men vastgehouden aan 1 g eiwit per lichaamsgewicht. Onder invloed van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is die hoeveelheid teruggebracht tot 0,75 g en in recente publicaties spreekt men van 0,5 g per lichaamsgewicht. Het is een feit dat in de geïndustrialiseerde landen de dagelijks hoeveelheid eiwit tussen 100 en 150 g per dag per persoon ligt, wat uiteraard te hoog is. Gezien alle voedingsmiddelen eiwit bevatten, is het nodig daar rekening mee te houden bij het berekenen van de dagelijkse hoeveelheid. Een te veel aan eiwit ontstaat meestal door een te grote consumptie van vlees, vleesproducten en kaas en is schadelijk voor de gezondheid. Wetenschappers tonen aan dat te hoog eiwitgebruik een negatieve invloed heeft op het ontstaan van veel ziekten zoals nierziekten, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, osteoporose en vele andere moderne kwalen. Ze leggen een verband tussen het ontstaan van kanker en een te hoog eiwitgebruik.

 

Een tekort aan eiwit komt hier eerder zelden voor, behalve bij ernstige ontbering, anorexia nervosa en bij extreme afslankdiëten. In ontwikkelingslanden ligt dit anders. Een tekort aan eiwit is gevaarlijk omdat zoveel noodzakelijke fysieke en biochemische processen in het lichaam niet optimaal functioneren. De opgezette buikjes (kwashiorkor) verraden de aanwezigheid van een hongeroedeem.

 

Factoren die de eiwitbehoefte bepalen

Het is niet mogelijk om bij iedere maaltijd een berekening te maken of men alle macro- en micronutriënten binnenkrijgt. Een voedingswijze berust op instinct, intuïtie, trek en andere subjectieve factoren. Over het algemeen neemt men aan dat bij een gevarieerde voeding niets mis gaat. Bij ziekte wordt via bloedonderzoek nagegaan of er afwijkingen zijn die op een tekort of een teveel aan eiwit wijzen. Mannen hebben meestal iets meer eiwit nodig dan vrouwen. Zwangere vrouwen hebben tijdens de drie laatste maanden van de zwangerschap meer eiwit nodig omdat de baby zich voorbereidt op de geboorte. Bij intens sport bedrijven kent men een hoge behoefte aan eiwit. In de zomer ligt de behoefte aan eiwit lager en worden er meer eiwitarme voedingsmiddelen gegeten zoals fruit en groenten. Tijdens groeiperiode hebben kinderen meer behoefte terwijl bij de volwassenen er een stabilisatie optreedt.

 

Ongezonde eiwitten en darmkanker

De Gezondheidsraad (B) adviseert maximum 500 g rood vlees per persoon per week (70 g per dag) met als doel deze hoeveelheid terug te dringen tot maximaal 300 g week of gemiddeld 40 g per dag. Het gaat niet alleen om vlees, maar ook alle bereide vleeswaren en kant-en-klare maaltijden waarin rood vlees zit verwerkt. Rood vlees is afkomstig van rund, varken, schaap, konijn en wild. Hiermee wordt zowel het dierlijke eiwit als het dierlijk vet drastisch teruggedrongen. Medisch onderzoek heeft aangetoond dat er een verband is tussen het eten van grote hoeveelheden rood vlees en dikke darmkanker (colon-rectale kanker). De oorzaken van darmkanker is complex en houdt verband met genetische aanleg, pathologische toestand, voeding en levenswijze. Onderzoekers gaan er vanuit dat 30% van de darmkankers hun oorsprong vinden in het eten van rood vlees. De bereidingswijze speelt een bijkomende rol, vooral verbrand vlees zoals barbecue verhoogt het risico. Bij vleeswaren is het de bewaartijd en is het gebruik van bewaarmiddelen zoals nitriet of nitraat een bijkomende risicofactor. Darmkanker staat bij vrouwen op de tweede en bij mannen op de derde plaats. Een lagere vleesconsumptie kan darmkanker aanzienlijk terugdringen. Uiteraard wordt het risico extra verhoogd bij roken en veelvuldig gebruik van alcoholische drank.

 

Het is niet duidelijk waarom wit vlees, afkomstig van kip en gevogelte minder gevaarlijk zou zijn. Zowel het gehalte aan eiwit als vet ligt ongeveer gelijk alsook het gebrek aan ballaststoffen. Vlees bevat geen ballasstoffen omdat carnivoren (vleesetende dieren) een kort en glad verteringsstelsel hebben, waardoor ze een veel snellere vertering en ontlasting kennen. De mens heeft een relatief lang en geprofileerd verteringsstelsel zodat de feces afkomstig van de vleesresten te lang in de dikke darm opgestapeld blijft. Hierdoor ontstaat rotting en worden er talrijke gifstoffen geproduceerd die vermoedelijk verantwoord zijn voor het verhoogde risico op darmkanker. Het is algemeen bekend dat mensen die veel vlees eten een moeilijke ontlasting hebben. Laten we hier nog aan toevoegen dat in de bio-industrie gebruik wordt gemaakt van krachtvoer om de gewichtstoename te verhogen en dat deze dieren niet in een natuurlijke omgeving opgroeien. Het massaal gebruik van medicijnen is eigen aan deze versnelde methode van vetmesten. Er wordt verder nog een verband gelegd tussen een hoge vleesconsumptie en prostaatkanker bij mannen, alsook tussen dierlijke vetten en borstkanker. Talrijke internationale onderzoeken tonen aan dat bij vegetariërs opvallend minder kanker voorkomt

11:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-03-14

Eet minstens 5 stuk fruit per dag in de strijd tegen kanker

Sinds de bekende oncoloog Prof. Dr. Janssens in de jaren negentig van de vorige eeuw zijn oproep heeft gedaan om per dag minstens 5 stuks fruit te eten in de strijd tegen kanker, is fruit geherwaardeerd en wordt als een volwaardig voedingsmiddel gezien. Bewuste mensen hebben de ontbijtkoeken, de gezoete graanvlokken of de havermout al lang vervangen door het fruitontbijt. Eethuisjes bieden verse fruitsalades aan, ook om mee te nemen en in iedere stad zijn er kraampjes waar men uitsluitend vers geperst vruchtensap naar keuze kan drinken. Dit is een positieve ontwikkeling die we toejuichen. Al te ijverige koks menen nu fruit te moeten toevoegen aan een groentesalade, wat zeker niet wenselijk is. Fruit en groenten zijn twee totaal verschillende voedingsmiddelen met een specifieke eigen samenstelling en verteren beter als ze afzonderlijk worden gegeten.

Vruchten zijn relatief rijk aan enkelvoudige suikers en bevatten vrij veel water, tussen de 80 en de 85%, bij watermeloenen varieert dit tussen 90 en 91%. Er is een affiniteit tussen koolhydraat en water. De koolhydraten zwemmen haast letterlijk in het water, de enkelvoudige suikers worden meteen vrij gegeven, hebben geen vertering nodig en worden spontaan opgenomen. Bovendien zijn vruchten uitzonderlijk rijk aan vitaminen van het B-complex en vitamine C, bevatten mineralen en spoorelementen en worden erg gewaardeerd voor hun bijzondere genezende stoffen die bioactieve substanties of fytochemicaliën worden genoemd. De Canadese wetenschapper Prof. Dr. Béliveau is een vooraanstaand expert op het gebied van kankeronderzoek en professor in kankerpreventie aan de universiteit van Québec. Hij heeft samen met zijn collega Dr. Denis Gingras, als oncoloog verbonden aan het Laboratorium voor moleculaire geneeskunde en hemato-oncologie van het St. Justine ziekenhuis in Montreal grondig onderzoek uitgevoerd naar de werkzaamheid van fruit, bessen, citrusvruchten, groenten en andere voedingsmiddelen bij het behandelen van kanker. We citeren een korte uitspraak van beide specialisten.

‘Kleine bosvruchten staan voor luchtigheid en frisheid, ze verspreiden de meest delicate geuren, zijn getooid met de meest intense kleuren en hebben een uiterst geraffineerde smaak. Ze maken deel uit van een heel beperkte groep voedingsmiddelen die eerder in ons dagelijks menu zijn opgenomen vanwege de passie die hun geur en hun raffinement in ons oproepen dan vanwege hun voedingswaarde. En als u ook zo dol bent op die bessen, zal het u verbazen als we vertellen dat die verrukkelijke vruchten echte schatkamers van kankerremmende fytochemische stoffen zijn. Wat is het heerlijk dat iets wat zo lekker smaakt ook zo goed voor de gezondheid kan zijn.’

Om in te spelen op deze prachtige lovende woorden over de vruchten kunnen we samen met deze wetenschappers ons de vraag stellen: Waarom blijven de mensen zich vergiftigen met industriële suikers terwijl er zoveel smakelijke vruchten in overvloed zijn? Voor een groot deel is dit uit onverschilligheid en voor een deel uit gebrek aan inzicht en kennis in voeding en gezondheid. Te lang hebben voedingsdeskundigen vruchten omschreven als waardeloos omdat men ze beoordeelde vanuit het gehalte aan eiwit, vet en koolhydraten. Sinds het belang van de vitaminen en de minderalen werd ontdekt, werden ze in die functie nuttig bevonden en aanbevolen. Thans is iedereen het er mee eens dat vruchten belangrijke voedingsmiddelen zijn die deel uit moeten maken van de dagelijkse voeding. Critici wijzen er op dat vruchten zeer kwetsbaar zijn, snel overrijp geraken en voor praktische problemen zorgen. Zo laten vruchten zich moeilijk met andere voedingsmiddelen combineren en weinig geschikt om tot gerechten te bereiden. Dat kunnen we niet ontkennen. Vruchten worden veel uit het vuistje gegeten of in de vorm van een vruchtensalade, vruchtenmoes (fruitmoes) of vruchtensap. Juist door deze beperkte bereidingstechnieken behouden de vruchten hun grote voedingswaarden. Vruchten zijn de natuurlijke alternatieven in de strijd tegen het overmatig gebruik van industriesuiker. Wie zich even verdiept in de wereld van de vruchten, staat verstomt van het grote aanbod, de heerlijke natuurlijke kleuren, smaken en geuren.

09:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-03-14

Noten, zaden en pitten - krachtvoer voor de mens

De oliehoudende noten, zaden en pitten en de oliehoudende vruchten avocado en olijven zijn de beste leveranciers van gezond, plantaardig vet. Ze zijn rijk aan enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren en bevatten geen cholesterol. Bij deze voedingsmiddelen maakt het plantaardig vet deel uit van een organisch geheel en is verbonden met het plantaardig eiwit. Vet en eiwit behoren samen en hebben elkaar nodig bij de vertering. Alle nodige hulpstoffen in de vorm van micronutriënten zijn aanwezig zodat de vertering optimaal verloopt. Het vetgehalte varieert van 49% (zonnebloempitten) tot 67% (paranoten). Ze bevatten oplosbare, maar niet verteerbare vezels die de stofwisseling gunstig vertragen, de hoeveelheid suikers en insuline in het bloed normaliseren, het cholesterolgehalte terugdringen en energie verschaffen voor heilzame darmbacteriën. Zij wijzigen hun chemische omgeving waardoor ze schadelijke bacteriën in de darm tegengaan en hebben een gunstige invloed op de darmflora. Daarnaast bevatten ze onoplosbare vezels (ballaststoffen) die de darmwerking verhogen en de stoelgang bevorderen zodat vele ongewenste afvalstoffen verwijderd worden. Noten zijn bijzonder rijk aan calcium, magnesium en fosfor, de bouwstenen van het bot. Daarnaast zijn het goede leveranciers van de vitamine E en het B-complex. Noten worden omschreven als krachtvoer en hebben vooral een ondersteunende functie.

 

Deze oliehoudende voedingsmiddelen hebben de slechte reputatie van dikmakers wegens het hoge caloriegehalte. Deze redenering is niet helemaal juist omdat oliehoudende noten, zaden en pitten in kleine hoeveelheden worden gebruikt, vaak eet men ze uit het vuistje. Door hun samenstelling geven ze een snel verzadigingsgevoel. Misbruik is nooit uit te sluiten. Het is raadzaam om regelmatig en zeker tijdens de herfst en de winter noten te eten. Omdat noten na het oogsten gedroogd worden om schimmelvorming te voorkomen, zijn ze vaak te droog. Amandelen lenen zich uitstekend om gedurende de nacht te laten weken in bronwater waardoor ze lichtjes opzwellen, goed verteerbaar zijn en erg vers smaken. Bij andere noten is dat moeilijker omdat hun huid minder vocht opneemt. Men kan ze voor het gebruik malen en er bronwater overheen gieten om hetzelfde effect te bereiken. Sesamzaad, dat rijk is aan calcium en ijzer, zal men altijd malen omdat de zaadjes te klein zijn en niet gekauwd kunnen worden. Niet gemalen sesamzaad verlaat het lichaam onaangeroerd. Maal noten, zaden en pitten nooit op voorhand wegens de oxidatie, ze worden dan snel ranzig. Sommige mensen zijn allergisch voor noten, zaden of pitten terwijl anderen ze moeilijk verteren doordat ze aan lever- of galproblemen lijden. Voor hen zijn noten niet geschikt.

 

Avocado

Avocado is een subtropische vrucht uit Midden-Amerika en behoort tot de laurierfamilie. Ze bevat 23,5% vet van uitzonderlijke kwaliteit en is rijk aan vitamine E, die bekend staat om zijn antioxiderende werking waardoor er minder gevaar is om ranzig te worden. Avocado heeft het grote voordeel dat het rijpingsproces pas na het oogsten begint (tussen 15 en 24 °C). Een rijpe avocado levert een zacht geel vruchtvlees. Het toevoegen van citroensap doet het vet beter verteren en maakt de smaak aantrekkelijk. Vlees van de vrucht wordt fijn geplet en met strooikruiden op smaak gebracht.

 

Olijf

Olijven worden gemarineerd om een betere smaak te verkrijgen, zijn rijk aan vet (36%), maar door het marineren wordt er veel zout toegevoegd, meer dan 3 g per 100 g. Olijven worden uitsluitend als versnapering gegeten. De meeste olijven worden geperst tot olie.

 

Olie

Olie, ook tafelolie of spijsolie genoemd, neemt in de keuken een belangrijke rol in. Terwijl er vroeger slechts enkele oliesoorten gebruikt werden, is het aanbod sterk uitgebreid, vooral op culinair vlak. Olie is vloeibaar vet en is rijk aan enkelvoudig en hoog onverzadigde vetzuren. Het gaat hier om een hoog geconcentreerd product van 99,50% olie. Dat zorgt er voor dat olie gemakkelijk oxideert en ranzig wordt. Daarom wordt olie in donkergroene flessen of blikken busjes verpakt. De calorische waarde van olie ligt op 898 Kcal per 100 g. Het is jammer dat dit vaak als een negatief argument wordt gezien. Olie wordt in kleine hoeveelheden gebruikt om voedsel te bereiden of om als saus of mayonaise te gebruiken. Laten we er aan toevoegen dat olie gezond is en niet vergelijkbaar is met dierlijke vetten waar terecht veel kritiek op is.

 

Olijfolie wordt geprezen voor zijn goede kwaliteiten, maar in principe kunnen alle oliën gebruikt worden. Er is een enorm aanbod aan allerlei soorten oliën zodat het voor de consument niet altijd gemakkelijk is om een keuze te maken. Olie is uiterst geschikt voor koude bereidingen, vooral voor oliesausjes, mayonaise en andere toepassingen. Olie is hoog geconcentreerd en moet goed bewaard worden anders wordt ze ranzig. Arachideolie, maïskiemolie, zonnebloemolie, rijstolie (neutrale smaak) of olijfolie (uitgesproken smaak) zijn beter geschikt voor warme bereidingen. Deze soorten worden aanbevolen bij het roerbakken (wokken). Frituren is een bereidingstechniek waarbij het voedsel enkele minuten in zeer hete olie (160 à 190° C) wordt ondergedompeld om een krokante korst te vormen. 180 °C wordt gezien als de kritische grens voor olie.

09:23 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-03-14

Zoetstoffen, laat ze links liggen

De meest gebruikte zoetstoffen staan op het etiket vermeld met een E-nummer. De consument heeft bij het winkelen geen boekje bij de hand waarin de 1.525 E-nummers met hun betekenis vermeld staan. Bovendien mist men een vergrootglas om de kleine tekstjes op het etiket te lezen. Bij aankoop van voedingsmiddelen laat men zich leiden door kleur, vorm, aroma, versheid enz. maar bij voedingsproducten ligt dat heel anders. Niemand weet met zekerheid wat in al deze mooi verpakte producten schuilt. Het is niet aangenaam om met argusogen en met een gevoel van wantrouwen boodschappen te doen. Daarom is grondige voorlichting en een duidelijke wetgeving dringend noodzakelijk en wat daar niet aan voldoet moet uit de rekken. We bespreken in het kort een beperkt aantal zoetstoffen van de grote reeks.

 

E420 Sorbitol

Sorbitol is een wit hygroscopisch kristallijn poeder met een zoet smaak, 0,6 maal hoger als suiker. Bij grote hoeveelheden ontstaat winderigheid, opgezette buik met krampen, maag- en darmproblemen. Sorbitol remt de opname van de vitamine B6 af. Wordt gebruik in de productie van marsepein, crèmegebak, koeken, cake, chocoladesnoepjes en in producten voor suikerpatiënten.

 

E421 Mannitol

Dit is het isomeer van sorbitol (overeenstemmende stof) en is een wit kristallijn poeder dat als antiklontermiddel en als zoetstof wordt gebruikt. De zoetkracht is ongeveer de helft van suiker. Het wordt bereid uit gemodificeerde maïs. 17% wordt via de urine uitgescheiden en werkt vochtafdrijvend. Wordt verwerkt in snoep en consumptie-ijs. Mannitol kan verteringsproblemen en andere klachten veroorzaken en behoort tot de risicovolle zoetstoffen.

 

E950 Acesulfaam-K

Dit is een synthetische zoetstof met een zoetkracht van 200 keer die van suiker, is bestand tegen hitte en wordt daarom veel gebruikt in industrieel gebak en gekookte gerechten. Wordt omwille van zijn bittere nasmaak gecombineerd met andere zoetstoffen, o.a. aspartaam. Staat beschreven als een te vermijden zoetstof.

 

E951 Aspartaam  

Is de meest omstreden synthetische zoetstof met absolute voor- en tegenstanders. Heeft een zoetkracht die 200 maal hoger ligt als suiker. Aspartaam wordt via genetisch gemanipuleerde bacteriën bereid en wordt ook gebruikt als smaakversterker. Wordt veel gebruikt in frisdranken, yoghurtdrankjes, snoep, ontbijtgranen, oploskoffie enz. Er werden 5.000 klachten gerapporteerd waaronder talrijke psychische en emotionele aandoeningen.

 

E952 Cyclamaat

Is een synthetische zoetstof met een zoetkracht die 20 à 30 maal die van suiker overtreft. Wordt vaak gebruikt in combinatie met E950 en E951 en is goed bestand tegen hitte. Vindt talrijke toepassing in industrieel gebak, ontbijtvlokken tot chocolade. E952 is in de VS verboden. Wetenschappers gaan er vanuit dat bij langdurig gebruik blaaskanker kan ontstaan. Sommige mensen reageren allergisch (netelroos).

 

E953 Isomalt

Het is een synthetische zoetstof die via genetische manipulatie wordt gemaakt. Wordt gebruikt in snoep, chocolade, desserts, krokante koeken, wafels, brood enz. maar ook in Tagatesse, een omstreden zoetstof.

 

E957 Thaumatine

Deze zoetstof heeft een zoetkracht gemiddeld 2.500 maal krachtiger dan suiker. Deze zoetstof wordt geïsoleerd uit een West-Afrikaanse plant (Thaumatococcus daniellii) en wordt vrij veel gebruikt in allerlei voedingsproducten. Over de nevenwerkingen is niet zoveel bekend.

 

E959 Neohesperidine DC

De zoetkracht lig op 1.800 maal die van suiker en wordt aan talrijke voedingsproducten toegevoegd. Deze zoetstof wordt als vrij onschuldig omschreven, maar men kent de risico’s niet op langer termijn.

 

E967 Xylitol

Is een synthetische zoetstof die in snoep en talrijke voedingsproducten wordt verwerkt. De zoetkracht staat gelijk aan suiker. Over de nevenwerking lopen de bronnen uit elkaar. De een houdt het bij een licht laxerende werking bij een te hoge dosis, de ander spreekt van metabole aandoeningen, nierstenen, misselijkheid, verstoring van het oriëntatievermogen.

 

Los van hun nevenwerkingen hebben deze zoetstoffen het nadeel dat de natuurlijke zoete smaak, die in onze genen ligt opgestapeld, er door vervaagt. De echte, natuurlijke zoete smaak werkt als een levensbeschermd signaal en toont ons wat we echt nodig hebben. Een zoetstof levert een schijnsmaak die ons aan natuurlijk zoet doet denken, maar het niet is. Veel van deze zoetstoffen komen in natuurlijke voedingsmiddelen voor, maar in zeer lage concentraties. Wetenschappers stellen zich de vraag hoe de hersenen op dergelijke overdreven zoete prikkels reageren. De consument troost zich door er op te wijzen dat de hoeveelheid van deze zoetstoffen vrij laag ligt. Ze worden inderdaad in mg uitgedrukt. Ieder mens eet ongeveer 1.000 maaltijden per jaar, ontbijt inbegrepen, terwijl er tussendoor snoepjes worden gegeten en frisdrank gedronken. Als men het totaal aan zoetstoffen en andere additieven per jaar optelt, komt men tot een verrassend grote hoeveelheid. Dat kan niet ongestraft blijven.  

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-03-14

Cholesterol is niet altijd de boosdoener

Al vanuit de jaren zestig van de vorige eeuw legt men een verband tussen cholesterol en het verhoogde risico op hart- en vaatziekten. Cholesterol is een vetachtige substantie die tot de sterolen behoort en verschillende gunstige functies in het lichaam heeft. Cholesterol is niet de boosdoener. Het is bekend dat niet alle hartpatiënten een verhoogd cholesterolgehalte hebben terwijl niet iedereen met een verhoogd cholesterolgehalte aan hart- en vaatziekten lijdt. Moedermelk, dat het primaire voedsel is van de baby, bevat 25 mg/100 g cholesterol en heeft als functie de groei te bevorderen.

 

We vermelden een aantal andere gunstige functies van cholesterol.

·     maakt voor een derde deel uit van het galsap

·     wordt in de lever omgezet tot galzuur

·     is nodig voor een goede vetvertering en absorptie

·     transporteert vitamine D dat in de huid wordt gevormd naar de nieren

·     is een bestanddeel van de geslachtshormonen

·     is een onderdeel van de bijnierschorshormonen

·     maakt deel uit van de celwand van de lichaamscellen

Dat neemt niet weg dat cholesterol bij een groot aantal mensen de vaten verstopt en hart- en vaatziekten veroorzaakt. Deze mensen gebruiken vaak te grote hoeveelheden cholesterolrijke voeding zoals vlees, vis en kaas of slagen er niet in het overtollige cholesterol af te voeren. Gebrek aan beweging of fysieke inspanningen liggen vaak aan de basis. Erfelijke aanleg komt vrij veel voor alsook een ongezond voedingspatroon en een levenswijze vol stress.

 

Lipoproteïnen

Vetzuren, glyceriden, fosfolipiden zijn niet of moeilijk in water oplosbaar waardoor ze niet door het waterrijk bloed worden opgenomen. Daarom is een binding met eiwit nodig. Samen met eiwit vormen ze aggregaten die zich als oplosbare stoffen gedragen. Men noemt ze lipoproteïnen of vet-eiwitcomplexen. Ze staan in voor het vervoer van de vetten in het organisme en bestaan uit twee delen: een eiwitgedeelte (apoproteïne) en het vetgedeelte (lipidegedeelte). Lipoproteïnen worden voornamelijk in de lever en de darm geproduceerd en bevinden zich in het bloed. Ze worden geordend volgens de polariteit van de samengestelde elementen. Men klasseert ze volgens hun densiteit, dit is de verhouding tussen gewicht en volume en staan bekend als de goede en de slechte cholesterol. Hierbij gebruikt men de engelstalige afkortingen.

 

·     VLDL:       Heel lage densiteit lipoproteïnen.

·     IDL:          Middelmatige lage densiteit .

·     LDL:         Lage densiteit.

·     HDL:        Hoge densiteit.

 

In medische kringen wordt veel aandacht besteed aan hun fysiologische functie. Een geleidelijke verhoging van de densiteit van de lipoproteïnen gaat gepaard met een verandering van de lipidewaarde en de verhoging van de eiwitwaarde. LDL staat in voor het transport van het cholesterol naar de vaatwanden, vandaar dat LDL de slechte cholesterol wordt genoemd. HDL is de goede cholesterol omdat er een beschermende werking vanuit gaat naar hart en vaten. Het is niet uitgesloten dat HDL overtollige cholesterol elimineert. Bij een bloedanalyse geeft het laboratorium de verhouding aan tussen LDL en HDL. Zolang mensen zich vastklampen aan een voedingspatroon op basis van vlees, vis en kaas zal men te veel cholesterol in het bloed aantreffen. Veel mensen blijven er niet bij stilstaan dat een groot deel van het cholesterol door het lichaam zelf wordt aangemaakt. Bij een groot aantal mensen is een genetische of familiale belasting aanwezig. Zij krijgen het cholesterolgehalte niet of moeizaam op het gewenste niveau. Er zijn talrijke factoren die een rol spelen bij een te hoog cholesterolgehalte en die moeten aangepakt worden.

 

·     Onevenwichtig voedingspatroon

·     Genetische aanleg

·     Overgewicht

·     Roken

·     Gebrek aan lichaamsbeweging

·     Hoge bloeddruk

·     Stress

·     Darmverstopping en slecht werkende darm

·     Belaste lever 

Eigen aanmaak

Het is niet zo moeilijk om een cholesterolvrij dieet samen te stellen of het cholesterol sterk te reduceren. Het probleem ligt vaak in het feit dat het lichaam zelf te veel cholesterol aanmaakt in de lever en daar heeft men minder vat op. Toch zijn er factoren die een rol spelen bij het verlagen van de cholesterolspiegel en het afvoeren ervan. We gaan er even op in.

 

Voedingsvezels

Cholesterol komt hoofdzakelijk voor in voedingsmiddelen met weinig voedingsvezels (vlees, vis, kaas, eigeel). Voedingsvezels beperken de opname van cholesterol in de darm waardoor het niet of veel minder in het bloed wordt opgenomen. Voedingsvezels activeren bepaalde stollingsremmende stoffen, waardoor bloedklontertjes worden tegengegaan. Een goed werkende dikke darm heeft een gunstige invloed op de werking van de lever en daardoor gunstig bij de aanmaak en de afvoer van cholesterol.

 

Voorzichtig met zetmeel en suikers

Onderzoek op ratten heeft aangetoond dat de aanwezigheid van zetmeel en vooral in combinatie met geïsoleerde suikers (industriesuiker) het cholesterol sterk deed stijgen. Zetmeel in combinatie met industriesuiker komt in talrijke voedingsproducten voor. Alles wat onder de noemer ‘gebak’ en ‘snoep’ valt, behoort tot deze groep. Matig gebruik van genotsmiddelen is aan te bevelen bij een te hoog cholesterol.

 

Eet minder vlees, vis en kaas

De beste en de enige doeltreffende methode om de slechte vetten en het cholesterol te reduceren is minder vlees, vis en kaas eten, waardoor de inname van cholesterol drastisch vermindert. Vermijd zoveel mogelijk het gebruik van voedingsproducten met toegevoegd vet en geef de voorkeur aan voedingsmiddelen. Voedingsproducten zijn industrieel bereid en de consument krijgt nauwelijks informatie over de hoeveelheid toegevoegd vet, noch over de kwaliteit ervan. De etikettering is te vaag.

 

Gebruik meer plantaardige olie

Gebruik meer plantaardige olie met EOV en MOV vetzuren. Ze zijn een zegen voor de gezondheid en in het bijzonder voor het hart en de vaten. Door zijn hoge concentratie aan vloeibaar vet wordt een gedeelte van de olie afgevoerd en is werkzaam als glijmiddel in de dikke darm waardoor de ontlasting wordt bevorderd en dat betekent dat het cholesterol minder snel wordt opgenomen en het risico op darmkanker afneemt. Het gebruik van plantaardige olie versterkt de werking van de lever en remt de productie van cholesterol af.

 

Gebruik citroensap of azijn bij olie

Om de verteerbaarheid van olie te verhogen, is het aan te raden er citroensap of azijn aan toe te voegen wat een emulgerend effect geeft. Citroensap of azijn wordt steeds toegevoegd aan vinaigrettesaus en mayonaise, dat geeft een betere smaak en vertering. Door het beperken van dierlijke vetten krijgt men minder cholesterol binnen, door meer plantaardige olie te gebruiken produceert de lever minder cholesterol. Zo wordt uw cholesterolniveau gunstig beïnvloed. Laat u niet afschrikken door de vele calorieën die plantaardige olie levert. Binnen een gezond voedingspatroon neemt de olie slechts een klein gedeelte in. Een te vetarme voeding is echt niet gezond. Het lichaam moet dan vet uit koolhydraten aanmaken wat extra energie kost en veel afvalstoffen meebrengt. Te weinig vet zorgt voor een droge en harde stoelgang.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-02-14

Biologische voedingsmiddelen Een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw

Biologische voedingsmiddelen zijn in trek omdat de mens bewuster omgaat met zijn gezondheid en omdat het aanbod steeds groter wordt. Dat is echter een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw die steeds meer onder druk komt te staan. Het is niet vreemd dat er regelmatig onderzoeksrapporten verschijnen waarin beweerd wordt dat er geen enkel verschil is tussen biologische en chemische geteelde gewassen. De smaak mag dan wel wat aangenamer zijn, maar dat is bijkomstig volgens de onderzoekers. Onlangs heeft de commerciële tv-zender VTM in België gemeend nog eens te moeten aantonen dat er geen verschil is tussen beide omdat er evenveel nutriënten aanwezig zijn.

Dat is logisch omdat de kwantiteit van het eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen genetisch wordt bepaald en niet afhankelijk is van de teeltwijze. Dat weten de onderzoekers ook, maar die houden de lippen strak op elkaar. Als een landbouwgewas zijn voedsel onvoldoende in de bodem vindt, ontstaan er gele, bruine of zwarte vlekken, de plant wordt ziek en sterft af. Een onderzoek naar de kwantiteit van nutriënten van een gewas bepaalt niet de kwaliteit. Opvallend en overtuigend in deze reportage was het eigen organoleptisch onderzoek van de consument dat steunt op zintuiglijke waarneming en instinct. Zij bepaalden het onderscheid in kwaliteit door zien, ruiken, proeven en betasten. Een kok kreeg een mand aangeboden met zowel biologische als chemische geteelde gewassen, maar zag met zijn blote oog meteen het onderscheid. Hij maakte een soep van beide die bij wijze van proef aan willekeurige voorbijgangers werd aangeboden. Bijna alle proevers gaven de voorkeur aan de biologische soep.

Objectief onderzoek vertrekt vanuit ander normen. Biologische gewassen groeien trager, hebben een vast en gezond weefsel, een stevige structuur, bezitten meer ruwe vezels, zijn rijker aan aromatische stoffen, micronutriënten en bioactieve substanties. Dit zijn de geneeskrachtige stoffen die ook in kruiden aanwezig zijn. Het zijn deze subtiele stoffen die wel gevoelig zijn voor de teeltwijze. VTM moet zijn adverteerders sussen en doet dat op de kap van zijn eigen kijkers, dit is schandalig! De land- en tuinbouw, de bio-industrie en de voedingsindustrie zijn economisch gezien de machtigste sectoren omdat we drie keer per dag eten of duizend keer op een jaar. De mens wordt systematisch door reclame en onjuiste informatie steeds meer afhankelijk. Nochtans ligt de macht bij de consument, want hij bepaalt wat er in de rekken komt.

 

Jan Dries   


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |