13-02-14

Goede en slechte vetten, maak zelf de keuze

Al vele jaren wordt er campagne gevoerd tegen het gebruik van vet en wordt vetarme voeding als gezond beschouwd. Vet roept nog steeds bij de doorsnee consument een zekere aversie op en wordt meteen vereenzelvigd met slecht en ongezond. Het grote probleem is dat men geen onderscheid maakt tussen goede en slechte vetten. De consument leeft in de overtuiging dat alle vetten slecht en ongezond zijn. Uiteraard leveren alle vetten veel calorieën en leidt een overconsumptie tot overgewicht. We moeten een onderscheid maken tussen goede en slechte vetten. De slechte vetten zal men zoveel mogelijk vermijden door minder dierlijk voedsel te gebruiken. De goede vetten horen thuis in een gezond voedingspatroon. Vandaar een herwaardering van voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardig vet en het gebruik van gezonde plantaardige olie. Om een ingewikkeld probleem eenvoudig voor te stellen, maken we een onderscheid tussen harde, zachte en vloeibare vetten. De consument heeft immers inzicht nodig in deze materie.

 

Dierlijke vetten (harde vetten)

Eet minder vlees en vis waardoor u minder dierlijke vetten binnenkrijgt. De dierlijke vetconsumptie is afhankelijk van het dierlijk voedsel dat men gebruikt. De Hoge Gezondheidsraad in België beveelt maximaal 500 gram vlees per week aan, maar is voorstander om deze hoeveelheid te reduceren tot maximaal 300 gram per week of gemiddeld 40 gram per dag met als doel het aantal dikkedarmkankers terug te dringen.

 

Melkvetten (zachte vetten)

Melkvetten zijn minder gevaarlijk omdat het zachte vetten zijn die op kamertemperatuur smelten. Het is aan te raden om matig te zijn, vooral kaas bevat sterk geconcentreerd eiwit en vet. Om 1 kg kaas te bereiden heeft men 10 liter melk nodig. Houd er rekening mee dat melkvetten cholesterol bevat.

 

Plantaardige vetten (vloeibaar vet)

Ieder mens heeft plantaardig of vloeibaar vet nodig omwille van de talrijke goede eigenschappen voor het hart, de vaten, de lever en de nieren en de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Plantaardig vet zorgt voor een betere darmwerking en een regelmatige ontlasting. Kies daarom voor gezonde vetten die we in overvloed vinden in noten, zaden, pitten, avocadovrucht en vooral in plantaardige olie. Gebruik regelmatig een oliesausje, vinaigrette of mayonaise bij uw voeding. Daardoor blijft uw voedsel langer in de maag en verteert het beter. Plantaardig vet is een goede compensatie voor de caloriearme voeding.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:44 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-14

Calorieën tellen… Wie doet dat nog!

Als een voedingspatroon te veel calorieën bevat, neemt men in gewicht toe. Door op de calorieën te letten houdt men het lichaamsgewicht onder controle. Vandaar dat veel mensen voortdurend bezig zijn met het tellen van calorieën. Op zich is daar niets op tegen, maar de hoeveelheid calorieën zegt niets over de kwaliteit van het voedsel. U kunt 2.000 Kcal zowel met goede als met slechte voeding invullen. We hebben een minimum aan calorieën per dag nodig want elke fysieke activiteit van het menselijk organisme, zowel inwendig als uitwendig, vereist een hoeveelheid energie. Deze energie noemen we verbrandingsenergie en wordt uitsluitend geleverd door vet, koolhydraat en eiwit. Ze zorgen er voor dat de lichaamstem-peratuur in stand wordt gehouden en alle fysieke en biochemische processen plaatsvinden.

 

Caloriewaarde

Pas in 1843 bevestigde de Engelse natuurkundige James Prescott Joule dat warmte en energie equivalent zijn en dat de eenheid van energie de energie van warmte is. Sindsdien wordt de hoeveelheid warmte die een voedingsmiddel levert uitgedrukt in Joule of kilocalorieën. Sinds 1969 streeft men naar gelijkvormigheid van de internationale eenheden en werd Joule (kJ) als internationale eenheid aangenomen. In Europa houdt men echter vast aan de Kcal, vandaar dat op etiketten en in de voedingsmiddelentabel steeds beide waarden worden vermeld. 1 Kcal = 4,286 kJ (afgerond 4,2 kJ) en 1 kJ = 0,239 Kcal.

 

1 Kcal is de hoeveelheid warmte die nodig is om de temperatuur van 1 kg water met 1° C te doen stijgen bij 1 atmosfeer. De caloriewaarde van een voedingsmiddel wordt bepaald per 100 g eetbaar gedeelte. 100 g appels heeft een calorische waarde van 52 Kcal/100 g, terwijl 100 g hazelnoot een calorische waarde heeft van 643 Kcal. De calorische waarde wordt berekend aan de hand van het eiwit, vet en koolhydraat dat in een voedingsmiddel aanwezig is. Calorierijke voedingsmiddelen zijn daarom duurder en verteren moeilijker dan de caloriearme voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, watervruchten en groenten die minder nutriënten bevatten en meer water.

 

Caloriebehoefte

De caloriebehoefte is van vele factoren afhankelijk waarvan de fysieke inspanningen de meest bekende is. Er zijn tabellen waarop iedere fysieke activiteit de hoeveelheid verbruikte Kcal. weergeven zoals liggend, zittend, rechtstaand, wandelen, fietsen, trappen, stijgen, pianospelen, zwemmen, dansen enz. Het is niet eenvoudig om de juiste behoefte aan calorieën voor een persoon exact te berekenen omdat er factoren zijn die verband houden met de verteringsefficiëntie, de absorptie en de stofwisseling. Daarnaast houdt men rekening met nog andere factoren zoals:

 

·      Leeftijd

·      Geslacht

·      Lichaamslengte

·      Gewicht

·      Fysieke inspanning

·      Klimaat

 

Calorische waarde van de macronutriënten

Ieder voedingsmiddel bezit eiwit, vet en koolhydraat. Deze nutriënten hebben hun eigen calorische waarde.

 

·      1 g eiwit:                  4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g koolhydraat:      4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g vet:                    9,3 Kcal of 38 kJ

·      1 g alcohol:              7,0 Kcal of 29 kJ.

 

Alcohol wordt gezien als een genotsmiddel en hoort niet thuis in de voeding. Dat neemt niet weg dat bij het berekenen van de calorische waarde er rekening mee moet worden gehouden voor mensen die regelmatig alcohol gebruiken. Het voedingspatroon mag binnen de normen vallen, maar door het veelvuldig gebruik van alcoholische dranken kan de totale hoeveelheid calorieën te hoog liggen. Vruchtzuren leveren eveneens calorieën, maar in uiterst geringe hoeveelheid zodat deze verwaarloosd worden.

 

Lege calorieën

De laatste jaren spreekt men van lege calorieën. Dit is een verwarrend begrip en wordt gebruikt om calorieën aan te duiden van voedingsproducten van slechte kwaliteit, vooral door het toevoegen van vet en suikers. In feite gaat het om calorierijke voedingsproducten die de gezondheid niet bevorderen en het lichaamsgewicht doen toenemen. De caloriewaarde is slechts één aspect van de voeding, maar in de populaire afslankdiëten neemt ze een dominerende plaats in. Er zijn mensen die alleen maar in calorieën denken. Dat geeft een vertekend beeld over gezonde voeding. Als een voedingspatroon goed is samengesteld door eiwit, vet en koolhydraat in de juiste verhouding te plaatsen, levert dit de nodige calorieën.

 

Voedingsmiddelen met een lage of een hoge calorische waarde

Al deze voedingsmiddelen zijn arm aan macronutriënten, bevatten veel water, zijn rijk aan micronutriënten, ballaststoffen en zijn licht verteerbaar. Zij hebben een laag verzadigingsgevoel en worden in grote hoeveelheden gegeten. Daarnaast zijn er de voedingsmiddelen die rijk zijn aan macronutriënten (E, V, KH), ze bevatten weinig water en kennen een lange verteringstijd. Zij hebben een hoog verzadigingsgevoel en worden in beperkte hoeveelheden gegeten. Het komt er op aan om een evenwicht te zoeken tussen caloriearme en calorierijke voedingsmiddelen. Beide zijn gezond en noodzakelijk, maar er moet een evenwicht zijn. We hebben overwegend caloriearme voedingsmiddelen nodig die aangevuld worden met calorierijke voedingsmiddelen. Wie dit evenwicht voor zichzelf heeft gevonden hoeft geen calorieën te tellen en houdt zijn lichaamsgewicht onder controle.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-14

Hyperventilatie Een klacht van vooral het aardetype

Hyperventilatie is geen ziekte maar een angst- of spanningssyndroom dat vooral het aardetype bedreigt. Het aardetype is steeds op zoek naar zekerheid en naar perfectionisme en leeft daardoor veel meer met angsten en spanningen. Uiteraard kan iedereen er aan lijden, maar het aardetype loopt een veel groter risico.

Hyperventilatie betekent letterlijk ‘over-ademen’.

Hyperventilatie is te snel en te diep ademhalen met benauwdheid en hartkloppingen als gevolg. Het te diep in- en uitademen is een fysieke paniekreactie die ontstaat tijdens een stresstoestand. Bij stress komt het lichaam in staat van paraatheid en worden een aantal fysische mechanismen, onder invloed van het sympaticus en stresshormonen, versnelt. Deze versnelde werking is nodig om de bedreiging af te slaan of er voor te vluchten. Bij hyperventilatie slaan deze mechanismen op hol en ontstaat er een fysieke chaos. Omdat men tijdens een aanval de indruk krijgt zich in een levensbedreigende situatie te bevinden, ontstaan er vaak doodsangsten. Klamme handen, bevingen, vermoeidheid, spierpijnen, darmkrampen, door de benen zakken en nog vele andere nare gevoelens treden dan op. Hyperventilatie is een goed voorbeeld van een functiestoornis.

Het aardetype is hier vanuit zijn overbezorgdheid extra vatbaar voor. Het luchttype is het meest nerveuze type, maar weet gemakkelijker met zijn stress om te gaan. Het aardetype echter stelt te hoge eisen aan het leven die hij niet altijd kan waar maken. Dit type loopt voortdurend op de toppen van de tenen, legt de lat erg hoog en leeft constant onder druk. Dat geeft een extra gevoel van onzekerheid. Lang wachten aan de kassa in de supermarkt brengt de planning in de war en ook dat zorgt voor stress. Het aardetype leeft in een vicieuze cirkel en geraakt daar niet uit. Een aanval van hyperventilatie is een poging deze vicieuze cirkel te doorbreken. Helaas trekken zij daar geen lessen uit.

Hyperventilatie is geen ziekte waarmee men moet leren leven, het is een syndroom dat de persoon zelf moet aanpakken, eventueel met behulp van een therapeut. De therapeut heeft voornamelijk een begeleidende taak. Het gebruik van chemische of biologische medicijnen heeft daar weinig invloed op. In een zakje blazen is zinvol tijdens een acute aanval, maar is geen therapie. De patiënt moet zich ervan bewust worden dat zijn klacht te maken heeft met zijn persoonlijkheid. Hij moet anders leren omgaan met zijn temperament. Daarom moet hij leren relativeren, het leven wat luchtiger opnemen en voor voldoende ontspanning zorgen. Het zo ordelijke aardetype moet zijn leven herstructureren door risico’s te durven nemen, door angsten te bestrijden en panieksituaties te voorkomen. Het is echter niet zo eenvoudig om een natuurlijke aanleg om te buigen. Daarom doet men beroep op de andere elementen die eveneens in het temperament aanwezig zijn. Het stimuleren van het element lucht brengt hier een goede oplossing. Een therapeut die vertrouwd is met de natuurgeneeskunde kan hier goede diensten bewijzen.

Hoewel werken aan zichzelf de meest doeltreffende methode is bij het behandelen van hyperventilatie, is meestal therapeutische hulp noodzakelijk. Relaxatietherapie in combinatie met ademhalingsoefeningen, zoals Biorelaxatie, is de meest aanbevolen behandeling. Men wordt er rustig van en leert de ademhaling weer spontaan gebruiken. De ademhaling geraakt meestal verstoord door spierspanningen, vandaar dat het toepassen van Dermasegmentale reflexologie (DSR) de relaxatie moet vooraf gaan of er mee worden gecombineerd. Hierbij besteedt men voldoende aandacht aan het middenrif dat reflectorisch en segmentaal terug te vinden is in C2-C4. Vooral naar de schouders toe bevinden zich zowel links als rechts twee maximaalzones, waar het middenrif een sterkere reflectie vertoont dan in de rest van de segmenten. Buik- en flankademhaling zijn onmisbaar om hyperventilatie te overwinnen. Hyperventilatie is een veel voorkomende klacht die behoort bij deze jachtige wereld. Zij kan therapeutisch ondersteund worden, maar doorslaggevend is de eigen inzet. Werken aan zichzelf is ook hier de boodschap.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

14:21 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

15-01-14

Dementie en stress, een twijfelachtig verband!

Wetenschappers zitten niet alleen gevangen tussen de vier muren van hun laboratorium of studiekamer, maar nog meer in hun vernauwd denksysteem. Onderzoekers in Zweden gaan ervan uit dat hoe meer stress iemand in zijn leven ervaart, hoe hoger het risico is op dementie. Iedereen weet dat stress een negatieve factor is bij haast alle klachten en gezondheidsproblemen, maar om hiermee een verband te leggen met de toename van dementie lijkt ons overdreven en te kort door de bocht. Hoe komt men tot een dergelijke bewering? Men heeft een onderzoek uitgevoerd op 800 Zweedse vrouwen die nauwkeurig werden gevolgd vanaf hun veertigste tot hun tachtigste en daarvan kregen op hoge leeftijd 153 dementie of 19%. Uit het onderzoek bleek dat deze vrouwen bepaalde vormen van stress hadden ervaren zoals de dood van een dierbare, een echtscheiding of een andere ingrijpende gebeurtenis. Er werd geen rekening gehouden met toeval of andere oorzakelijke verbanden. Het onderzoek beperkt zich tot het beoordelen van een rekensommetje.

Iedere deelnemer had in zijn leven wel een ingrijpende gebeurtenis meegemaakt, want stress en ingrijpende gebeurtenissen behoren bij het leven. Bovendien bezit ieder mens een soort weerstand om dergelijke gebeurtenissen te overleven. Ondanks verdriet probeert het organisme zich te verdedigen door troost op te wekken en uit de directe omgeving op te vangen. Zo worden uiterst pijnlijke ervaringen draaglijk. In een dergelijk onderzoek zou men de vraag moeten stellen, waarom bij bepaalde proefpersonen de psychische weerstand is verzwakt. Het is niet uit te sluiten dat bij een verlaagde psychische weerstand de vatbaarheid voor dementie toeneemt, maar dat is een heel ander uitgangspunt. Dit Zweeds onderzoek dat veertig jaar heeft geduurd, lijkt ons niet relevant om meteen de conclusie te trekken dat stress het risico op dementie verhoogt. De onderzoekers schrijven het verhoogde risico toe aan de stresshormonen die schadelijke veranderingen in het lichaam veroorzaken. Ze hebben een invloed op de bloeddruk en op de bloedsuikerspiegel. Bij chronische stress zijn deze beide aanhoudend verstoord. Gezonde voeding, niet roken, veel bewegen, een gecontroleerde bloeddruk en cholesterol zou helpen tegen dementie. We hebben sterk het gevoel dat dit onderzoek vrij naïef werd uitgevoerd. Stressbeheersing, gezonde voeding, niet roken en veel bewegen hebben inderdaad een gunstige invloed op de gezondheid, maar het biedt geen garantie om aan dementie te ontsnappen.

Dementie is een ziekte van de hersenen en herkennen we aan een geleidelijke achteruitgang van het geestelijk functioneren. Deze achteruitgang is een gevolg van een aantasting van het hersenweefsel. Meestal is het een ziekte van bejaarden, maar sommige vormen van dementie komen op jongere leeftijd voor. Een van de eerste en opvallende symptomen is de achteruitgang van het geheugen, vooral het

kortetermijngeheugen. Dat merkt men aan de vergeetachtigheid, men vergeet snel wat men pas gedaan heeft, waar men ergens iets heeft gelegd enz. Dat wordt zo erg dat het functioneren van het dagelijkse leven in gedrang komt. Maak u geen zorgen als u vergeetachtig bent, minder goed kunt onthouden of niet meteen op een naam kunt komen, want dat komt op iedere leeftijd voor. Door het jachtig leven schenken we te weinig aandacht aan wat we doen. Veel mensen voeren automatisch en onbewust handelingen uit. Ze stellen zich de vraag of ze de deur hebben gesloten of andere taken al dan niet hebben uitgevoerd. Dat zijn absoluut geen voortekenen van dementie. Mensen met dementie geraken in de war, verliezen hun oriëntatiegevoel, weten niet welke dag het is of waar ze wonen. Hun inzichtelijk denken verdwijnt en ze hebben geen gevoel meer voor structuur. Alles loopt door elkaar en men kan het niet meer uit elkaar halen. Dat gaat zo ver dat men vervreemd van zijn directe familie zoals partner, kinderen of kleinkinderen. Geleidelijk aan dooft de geest uit en men leeft uitsluitend nog van het ene moment op het andere, zonder een perspectief naar het verleden of de toekomst toe. Men kan geen verbanden meer leggen en leeft in een toestand van het onbewuste.

Er zijn veel vormen van dementie, de meest voorkomende is de ziekte van Alzheimer. Hierbij hoopt er zich een bepaald eiwit op in de hersenen(amyloïd). Dit eiwit geeft beschadiging aan de hersencellen. Vasculaire dementie of multi-infarct-dementie is eveneens een veel voorkomende vorm. Bij vasculaire dementie geraken steeds meer bloedvaatjes in de hersenen verstopt. Hierdoor ontvangen de hersencellen geen bloed meer en sterven ze af. Er zijn ook ziektes elders in het lichaam die dementie direct of indirect kunnen uitlokken zoals suikerziekte, schildklierziekten, nierziekten of een tekort aan bepaalde vitaminen. Psychische aandoeningen zoals depressie bij ouderen gaan soms in dementie over. Dementie is niet direct erfelijk, sommige vormen komen echter gemakkelijker voor in bepaalde families. Bij het stellen van een diagnose wordt zowel rekening gehouden met de degeneratie van het hersenweefsel, maar wordt ook neuropsychologisch onderzoek uitgevoerd waarbij wordt nagegaan hoe het gesteld is met het geheugen, rekenen, schrijven, het oplossen van problemen en het herkennen van voorwerpen of situaties.

Om nog even op het onderzoek in Zweden terug te komen, het is meer dan duidelijk dat dementie veel complexer is dan het te omschrijven als een stressprobleem. Stress moeten we binnen deze ziekte zien als een mogelijke uitlokkende factor, maar zeker niet als een directe oorzaak of verhoogd risico. Vanuit een samenleving die op prestaties is gericht, beoordelen we een dement persoon nog te veel vanuit onze mogelijkheden tot bewust handelen en het leggen van sociale contacten, maar moeten we deze mensen niet vanuit hun specifieke toestand beoordelen? Mensen die bewust hun aftakelingsproces meemaken, lijden hieronder. Zij beseffen dat het licht voor hen geleidelijk aan uitgaat.

Zij die totaal dement zijn en het contact met hun vertrouwde omgeving kwijt zijn, leiden een geïsoleerd, autonoom en een anoniem leven. Men heeft nog te weinig inzicht in de denk- en gevoelswereld van zwaar demente personen. Demente personen hebben een permanente begeleiding nodig en kunnen daardoor thuis niet verzorgd worden. Uit onderzoek is gebleken dat demente personen kunnen genieten van muziek, het zonlicht, het landschap, bloemen enz. Zij ervaren dat op hun manier. Een Engelse violiste ging iedere zondag een muziekstuk spelen voor haar demente vader die daar echt van genoot, ook al besefte hij niet dat het zijn eigen dochter was. Er is nog weinig onderzoek uitgevoerd op het emotionele leven van een demente. Als men in deze richting verder onderzoek doet, zou men nog veel mogelijkheden voor deze mensen kunnen ontwikkelen. Ze worden nu nog te veel als ongenaakbaar gezien, wat ze voor een groot deel ook zijn. Het verzorgend personeel doet dat meestal liefdevol, probeert vriendelijk en aangenaam te zijn, maar we missen een specifieke communicatie. Er is inderdaad geen contact meer met de buitenwereld. We mogen niet vergeten dat deze mensen in een andere dimensie leven en waarschijnlijk op een andere manier moeten benaderd en begeleid worden, maar niemand weet hoe dit kan. Iedere vorm van leven is waardevol, ook al zijn bepaalde functies voor goed weggevallen. Onze samenleving staat voor een enorme uitdaging en moet een antwoord vinden op de vraag: hoe gaan we op een zinvolle wijze om met dementie dat steeds toeneemt?

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

16:26 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

03-01-14

Faagtherapie, om de ziekenhuisbacterie te overwinnen

Jaarlijks sterven er in Europa tienduizend mensen aan de gevolgen van de ziekenhuisinfectie. De oorzaak is bekend, de ziekenhuisbacteriën zijn resistent tegen antibiotica. De lijst van de ziekenhuisbacteriën wordt ieder jaar langer. Omdat er nauwelijks nieuwe antibiotica worden ontwikkeld, vormen ze een tikkende tijdbom onder de volksgezondheid. De Faagtherapie moet nu de strijd aanbinden. Bacteriofagen zijn virussen die bacteriën aanvallen en vormen een mogelijk alternatief voor antibiotica. De Faagtherapie wordt nu met de steun van de EU en drie Europese ziekenhuizen uitgetest. De Faagtherapie maakt gebruik van bacteriofagen, dit zijn virussen die hun genetisch materiaal in de bacteriën injecteren. De faag vermenigvuldigt zich explosief en doet de bacterie uiteindelijk barsten. Bacteriofagen zoeken wel bepaalde eiwitbacteriën op en doden daardoor geen onschuldige bacteriën zoals antibiotica dat wel doen.

Dit werkingsmechanisme werd reeds tijdens de eerste Wereldoorlog ontdekt, maar kreeg onvoldoende aandacht door de ontdekking van de penicilline, als eerste antibioticum. Het heeft bijna honderd jaar geduurd voor men daadwerkelijk inzag dat het gebruik van antibiotica veel nadelen heeft en men is op zoek gegaan naar alternatieven. De Faagtherapie ziet er veel belovend uit, maar ze zit pas in een experimentele fase. Ondertussen sterven er ieder jaar tienduizend patiënten aan de gevreesde ziekenhuisbacterie. Er is geen enkele zekerheid dat deze therapie in de praktijk succes zal hebben of niet voor onverwachte bijwerking zal zorgen. Het grote voordeel van bacteriofagen is dat ze geen resistentie van ziekmakende bacteriën in de hand werken. Dat komt doordat het levende cellen zijn, en geen dode chemicaliën zoals antibiotica. Bacteriofagen zijn net als ziekmakende bacteriën onderhevig aan mutaties, evolutie en natuurlijke selectie. De bacteriofaag blijft immers muteren totdat hij weer de bovenhand heeft.

Dit onderzoek wijst er op dat wetenschappers steeds meer het gevaar van chemische geneesmiddelen inzien en dat men het anders wil aanpakken. In de natuurgeneeskunde is men van mening dat het mogelijk is om de natuurlijke immuniteit zodanig te versterken dat het lichaam zichzelf beschermt tegen ziekteverwekkende organismen. Dat vraagt echter dat de mens zijn gezondheid verzorgt door over te schakelen op gezonde voeding, kruiden, natuurlijke therapieën, voldoende ontspanning en beweging. Zolang onze samenleving beheerst wordt door commerciële krachten die minderwaardige voedingsproducten op de markt brengen en de farmaceutische industrie de nodige chemische medicijnen aanbiedt die de nadelige gevolgen van een dergelijke voeding en levenswijze opvangen, blijft de samenleving in een vicieuze cirkel gevangen zitten. Mensen worden steeds vatbaarder voor allerlei ziekten en maken haast permanent gebruik van de reguliere gezondheidszorg.

Het is jammer dat de overheid (nog) niet inziet dat de complementaire zorg, waarvan de natuurlijke gezondheidszorg het belangrijkste onderdeel is, door zijn educatieve taak een enorme positieve invloed heeft op de volksgezondheid. Ieder land gaat gebukt onder een ondraaglijke financiële schuldenlast veroorzaakt door de reguliere gezondheidszorg. Patiënten die gebruik maken van de complementaire zorg, maken niet of veel minder gebruik van de peperdure reguliere gezondheidszorg. Ze gebruiken steeds meer gezonde voedingsmiddelen en beperken het gebruik van voedingsproducten, respecteren het natuurlijk levensritme, bewegen op een verantwoorde wijze en hebben een positieve instelling. Als ze ziek worden, en dat is nooit uit te sluiten, kunnen zij zich met eenvoudige natuurlijke middelen behelpen of raadplegen een complementaire therapeut. Zij maken geen gebruik van de dure reguliere gezondheidszorg en belasten de samenleving niet. Jammer dat de complementaire zorg door de overheid niet wordt gesteund.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:54 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

18-12-13

Lavendel, een kruid voor de ziel

Niets is zo betoverend als een lavendelveld onder een azuurblauwe hemel met een krachtige zuiderse zon. Dit kruid draagt de kracht van het zuiden in zich. De kleur van lavendel is zo uniek dat men spreekt over ‘lavendelblauw’. Dit kruid is inheems in het middengebergte van het westelijk Middellandse Zeegebied, Italië en de Balkan maar wordt wereldwijd op grote schaal gekweekt als geneeskrachtig kruid of omwille van zijn heerlijke etherische olie voor de parfumindustrie. Het gebruik ervan gaat terug tot het oude Egypte waar ze er parfums en andere welriekende middeltjes van maakten. Alle grote kruidenkenners zoals Dioscorides (40-90 na Chr.), Plinius (23-79 na Chr.), Hildegard van Bingen (1089-1179), Dodoens (1517-1585) en vele anderen hebben lavendel gebruikt om er de meest uiteenlopende klachten mee te behandelen. Zelfs tijdens Wereldoorlog 1 werden wonden met lavendelolie behandeld. Heel de geschiedenis door heeft lavendel in het brandpunt van de belangstelling gestaan en werd in verband gebracht met het behandelen van angst en andere negatieve emoties, het stimuleren van romantische dromen of in verband gebracht met de liefde.

Volgens onze huidige kennis en baserend op de inhoudsstoffen wordt dit kruid zowel inwendig als uitwendig toegepast. Uitwendig wordt vooral de etherische olie gebruikt omwille van zijn ontsmettende werking die eveneens bacteriedodend, schimmelwerend, insectenwerend, ontstekingsremmend, pijnstillend en wondhelend is. De olie wordt vaak in kruidenmiddelen verwerkt om spierspanningen of spierpijnen mee te behandelen. Shampoo op basis van lavendelolie wordt met succes toegepast bij het behandelen van hoofdluis of tegen vet haar en schilfers. Voor mondhygiëne of bij mondslijmvlies- of tandvleesontsteking wordt lavendel gebruikt om te gorgelen. Lavendelolie wordt verder nog gebruikt als luchtverversing door verstuiving, om insecten te verdrijven, bij het behandelen van keelpijn, amandelontsteking enz. De uitwendige toepassingen zijn haast onbegrensd.

Inwendig wordt lavendel als kruidenthee gebruikt, maar ook als tinctuur, alcoholatuur, hydrolaat of in de vorm van aromatherapie. Wij beperken ons hier tot de toepassing van een kruidenthee. Van de lavendelplant wordt de bloem gebruikt. De werking is rustgevend, harmoniserend, zenuwversterkend, met een gunstige invloed op het verteringsstelsel, verbetert de slaapkwaliteit, zowel bij het inslapen als tijdens de totale slaapduur. Er zijn ontzettend veel indicaties of klachten die er mee behandeld worden zoals: ADHD, angst, baarmoederproblemen, depressieve neigingen, gebrek aan eetlust, eierstokproblemen, hormonale stoornissen, maag- en darmklachten, maagzweer, nerveuze hartkloppingen, nervositeit, onrust, pijn, slaapstoornissen, spanningshoofdpijn, stress, verteringsproblemen en vrouwenklachten. Er zijn geen contra-indicaties bekend alsook geen bijwerkingen. Als interactie wordt vermeld dat het effect van slaappillen erdoor kan verbeteren.

Voor het bereiden van een kruidenthee neemt u 1 koffielepeltje gedroogde kruiden op een kopje, overgieten met kokend water, 10 minuten laten trekken, laten afkoelen tot 40° C of lager, eventueel zoeten met honing. Het toevoegen van honing versterkt de werking van het kruid. Drink 3 à 4 kopjes per dag verspreid over de dag, los van de maaltijden.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

18:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Kruiden | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-12-13

Voorkom darmproblemen door gezonde voeding en levenswijze

De dikke darm is een geniaal orgaan dat te gemakkelijk wordt verwaarloosd en in de literatuur vaak beschreven staat als de plaats waar de stoelgang (feces) wordt gevormd. Voor veel mensen is de dikke darm een stinkend riool. Er leven ongeveer duizend verschillende soorten goede bacteriën in de darm die samen de darmflora vormen. Deze goede bacteriën hebben verschillende functies, o.a. het verteren van voedselresten die zich nog in de darm bevinden. Het verteringsstelsel probeert zoveel mogelijk uit het voedsel te halen. Bij een goed werkende dikke darm haalt men dus meer uit het voedsel. Een andere belangrijke functie is het versterken van de immuniteit waardoor het lichaam beschermd wordt tegen het binnendringen van ongunstige bacteriën en schimmels en andere ziekteverwekkers. In een goedwerkende dikke darm bevinden zich immers de meeste afweercellen. De dikke darm biedt extra bescherming tegen allergie.

In de dikke darm worden de niet bruikbare bestanddelen van de voeding in feces omgezet, tijdelijk opgeslagen en via de endeldarm en de anus uitgescheiden. Als dit proces te traag en onvolledig verloopt door het ontbreken van de nodige ballaststoffen, worden er talrijke gifstoffen gevormd. Gisting en rotting vormen darmgassen en die zorgen voor een opgezette buik en voor nog meer gifstoffen. Omdat de dikke darm verbonden is met het bloedvatenstelsel komen deze gifstoffen in het bloed terecht, maar ook in het extracellulaire vocht waarin onze cellen zich bevinden. Voor veel mensen is de dikke darm een tikkende tijdbom, een bedreiging voor de gezondheid. Huiduitslag of zweertjes zijn vaak een poging van het lichaam om deze gifstoffen via de huid uit te scheiden. Veel vrouwenklachten worden veroorzaakt of negatief beïnvloed door een vervuilde darm omdat anatomisch gezien de dikke darm en de baarmoeder dicht bij elkaar liggen. Dr. Waerland heeft ooit gezegd dat, indien vrouwen over een goedwerkende dikke darm beschikken, er geen gynaecologen nodig zijn.

De dikke darm bestaat uit de blinde darm waar zich de apendix bevindt, een opstijgend, een dwarsliggend en een afdalend gedeelte dat verbonden is met de endeldarm en de anus. De werking van de dikke darm berust op gisting. Veganisten, dat zijn vegetariërs die uitsluitend plantaardig voedsel gebruiken, hebben meestal een goedwerkende dikke darm. Rotting wordt voornamelijk veroorzaakt door dierlijk eiwit. De grote boosdoeners zijn vlees, vis, kaas en zwarte chocolade. Het gebruik van gekookt voedsel remt min of meer de natuurlijke werking van de dikke darm af. U kunt hem vergelijken met een composthoop, daar smijt men nooit gekookt voedsel op omdat daardoor het gistingsproces wordt afgeremd. Uiteraard is het teveel gevraagd om vanaf morgen over te schakelen op een veganistische rauwkostvoeding. Toch is het belangrijk inzicht te hebben in de juiste werking van de dikke darm. Een gezonde voeding met respect voor de voedselcombinaties garandeert een betere werking.


Houdt de darmflora in balans

Het evenwicht in de darmflora kan verstoord geraken door te grote hoeveelheden dierlijk voedsel (vlees, vis, kaas), maar ook door te veel alcohol (bierbuik), koffie, groene en zwarte thee, te intensief sporten, stress, het gebruik van medicijnen en darminfecties. Bij het ouder worden neemt de darmflora af. Een verstoorde darmflora zorgt voor een aantal ongemakken zoals diarree, verstopping, darmkrampen, een opgeblazen gevoel en winderigheid. Aanpassing van de voeding en levensgewoonte geven meestal snel beterschap. Het gebruik van natuuryoghurt, probioticadrankjes (Actymel e.a.), zuurkool of een kuur met probiotica zijn natuurlijke ondersteuningen. Probiotica zijn goede bacteriën die de darmflora weer opbouwen.

 

Zorg voor een vlotte stoelgang

Bij iedere maaltijd behoort een ontlasting, dus drie keer per dag in plaats van een keer om de drie dagen. Op de eerste plaats hebben we een vezelrijke voeding nodig. Vezels behoren tot de ballasstoffen, zijn niet verteerbaar, maar hebben de eigenschap water op te nemen en te zwellen waardoor de feces meer volume krijgt en gemakkelijker wordt uitgescheiden. Er moet voldoende vet aanwezig zijn in de vorm van plantaardige olie. Een deel van de olie verdwijnt via de dikke darm en verhoogt daar de geleidbaarheid. Het regelmatig eten van noten heeft hetzelfde effect. Omdat dierlijke vetten schadelijk zijn, menen veel mensen dat vetarm eten gezond is, maar dat zorgt te gemakkelijk voor darmverstopping. Plantaardig vet heeft geen enkel nadeel. Voldoende drinken zonder te overdrijven zorgt eveneens voor een betere stoelgang. Bewegen is noodzakelijk om de darmperistaltiek te verhogen.

 

Darmproblemen

Er zijn heel wat mensen die met darmproblemen rondlopen en waarvoor deze adviezen wel nuttig zijn, maar ze hebben meer nodig. Vaak werd al eerder medisch onderzoek uitgevoerd, maar toch is een grondig gesprek met een Gezondheidstherapeut nodig (zie www.natuurgeneeskundigen.be) om de ernst van de toestand in te schatten en een darmsaneringsplan op te stellen. Naast een gezond voedingspatroon met een darmreinigende werking kan een kuur met probiotica een goede ondersteuning zijn. Bij de keuze van probiotica is het belangrijk dat de sterkte van de bacteriën in verhouding staat met de afgetakelde darmflora. De probiotica moeten bestand zijn tegen het maagzuur en het galzuur, want het gaat hier om levende bacteriën. De werking wordt bepaald door de samenstelling van verschillende stammen. In probioticadrankjes bevindt zich meestal maar één stam. Een goed probioticum bevat minstens vijfhonderd miljoen bacteriën per dosering. Een vakkundige begeleiding is nodig om de probioticakuur te bepalen en om de darmreinigingskuur in goede banen te leiden.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

15:59 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Vegetarisme, Voeding | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

04-12-13

De zoete vertwijfeling, deel 2.

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries


De glycemische index (GI)

De glycemische index van een voedingsmiddel is een getal dat aangeeft in welke mate het voedingsmiddel dat gegeten wordt de bloedsuikerspiegel doet stijgen. Het concept steunt op de soort en de hoeveelheid suikers (koolhydraat) in een voedingsmiddel en afremmende factoren zoals het gehalte aan vet en ballaststoffen of ruwe vezels. Deze theorie vertrekt vanuit een glucose index 100. Suikerbevattende voedingsmiddelen worden in deze schaal onderverdeeld. Men gaat van de veronderstelling uit dat voedingsproducten en eventueel ook verse voedingsmiddelen met snel opneembare suikers, die de bloedsuikerspiegel doen stijgen ongezond zijn en dat voedingsmiddelen met traag opneembare suikers gezond zijn. Het is een zwart-wit voorstelling waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten en waarbij iedere kwalitatieve referentie ontbreekt.

 

Zinvol of zinloos!

Men kan zich afvragen in hoeverre een dergelijke indeling van voedingsmiddelen relevant is. Er zijn talrijke afslankingsdiëten op geënt en naast het calorieën tellen is er nu weer eens iets anders waar veel mensen zich blind op staren. De GI is erg omstreden en wordt in de reguliere voedingsleer kritisch bekeken. Indien de GI zinvol zou zijn, dan blijft het een eenzijdige benadering van de voeding. Het is trouwens onverantwoord zich enkel en alleen door de GI te laten leiden of misleiden.

Het grote nadeel van dit concept is dat de consument het gevoel krijgt dat alle voedingsproducten met een lage GI gezond zijn. De voedingsindustrie profiteert van deze verwarring. Boterkoekjes hebben een lage GI en zijn volgens deze theorie gezond. De trage opname van de suikers is te wijten aan de aanwezigheid van boter (vet). Dergelijke koekjes bestaan uit wit meel, suiker, boter en een aantal voedingsadditieven om kleur, geur en smaak zolang mogelijk te behouden. Het gaat hier trouwens om een genotsmiddel. De combinatie bloem met suiker is een slechte voedselcombinatie alsook de combinatie suiker met vet. Dergelijke koekjes, ook al hebben ze een gunstige GI geven aanleiding tot gisting in de darmen en brengen geen meerwaarde aan de gezondheid. De consument onthoudt echter de lage GI en bijgevolg wordt men er niet dik van. De GI zet aan tot snoepen en het gebruik van slechte voedingsproducten.

Een ander voorbeeld van zinloosheid is de banaan. De banaan is bijzonder rijk aan enkelvoudige suikers (21 à 23%) en daardoor de meest voedzame vrucht. Naast suiker is deze vrucht bijzonder rijk aan vitaminen en mineralen, vooral magnesium en kalium. Ze neemt omwille van haar breed werkingsspectrum in de voedingstherapie een bijzondere plaats in. Door de aanwezigheid van grote hoeveelheden korte suikers varieert de GI van 48 à 62. Op zich is dat geen probleem, maar een onrijpe banaan heeft een veel lagere GI omdat de suikers nog niet volledig gevormd zijn. Volgens deze theorie is het gezonder onrijp fruit te eten wat natuurlijk niet het geval is. Onrijp fruit is moeilijk verteerbaar en ongezond en veroorzaakt vaak darmproblemen. Groenten hebben door hun laag suikergehalte uiteraard een lage GI. Dat wekt de indruk dat groenten gezonder zijn dan fruit en ook dat is niet zo. De glycemische index zorgt voor de onwetende consument voor enorme verwarring. Het is niet vreemd dat de belangstelling hiervoor zich beperkt tot het commerciële afslankingswereldje.

De aangegeven GI verschilt sterk van auteur tot auteur. Sommige auteurs vermelden een getal, vermoedelijk een gemiddelde waarde, anderen geven een gevarieerd getal tussen een minimum en een maximum waarde. Het probleem is dat de consument niet weet welke GI zijn product heeft. Zo heeft zuivere bijenhoning in de ene lijst 32 à 64 GI en in een andere lijst 95. Gedroogd fruit heeft in zijn gedroogde vorm een hoog suikerpercentage en daardoor een hoge GI zoals rozijnen met een GI van 75. Men vergeet echter dat gedroogd fruit in water wordt geweekt en daardoor een heel andere suikerconcentratie heeft.

Bij een natuurlijke gezonde voeding zoals de bio-energetische voedingswijze, waar geen gebruik wordt gemaakt van snel opneembare suikers, is deze index overbodig. In sommige landen wordt, wegens gebrek aan goed inzicht in de voedingsleer, er rekening mee gehouden bij het verstrekken van voedingsadviezen voor suikerpatiënten. Critici merken op dat er in een voedingspatroon talrijke factoren zijn die de glycemische index zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden o.a. door de aanwezigheid van andere voedingsmiddelen in dezelfde maaltijd, het vetgehalte en de al dan niet aanwezigheid van ballaststoffen. Als theorie sluit ze aan bij de opvatting dat een bewerkt voedingsmiddel zijn suikers sneller vrij geeft en dat is een positieve vaststelling.

Rauwe worteltjes hebben een zeer lage GI, namelijk 15. Bij vers geperst wortelsap stijgt de GI tot 45, dus driemaal hoger wat nog als aanneembare waarde mag beschouwd worden. Tomaat varieert tussen 15 à 25 terwijl tomatensap stijgt tot 34 à 42. Volkorenbrood heeft een GI van 53 à 69 terwijl wit brood een GI heeft van 71 à 90, een aanmerkelijke stijging. Zo kunnen we nog talrijke andere voorbeelden geven. Er zijn echter factoren die de stijging afremmen. Vooral de aanwezigheid van vet werkt afremmend, zoals bekend is vanuit de voedselcombinaties. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan ballaststoffen geven hun suikers trager af. Bij veel industriële bereidingen wordt vet, vaak van bedenkelijke kwaliteit toegevoegd, wat een gunstige GI geeft. Dat betekent niet dat deze voedingsmiddelen daarom gezonder zijn. Boterkoekjes hebben door de aanwezigheid van boter een GI van 47 wat erg laag is, Dat geldt ook voor haverkoekjes, gebak, taart of wafels. Deze voedingsproducten zijn bereid met wit meel en bevatten industriesuiker. Het kan niet de bedoeling zijn dat de GI gebruikt wordt om de verkoop van industrieel bereid voedsel te promoten. We moeten met een kritisch oog de gepubliceerde lijsten van voedingsmiddelen met hun GI bekijken. Het is immers maar één aspect van de vele die bij een gezonde voeding worden gesteld.

Als een nutriënt zoals suiker (koolhydraat) uit een voedingsmiddel wordt geïsoleerd of via biochemische processen wordt bereidt, is het vanzelfsprekend dat deze pure suikers enorm snel worden opgenomen en de bloedsuikerspiegel doen stijgen. Tot deze groep behoren vooral witte meelproducten (bloem), ontbijtgranen, genotsmiddelen zoals chocolade, chips, popcorn en uiteraard suiker en zoetstoffen. Vaak wordt de GI verlaagd door minder suiker toe te voegen en te vervangen door synthetische zoetstoffen. Zij horen niet thuis in een gezonde voeding. Tot de matig opneembare suikers behoren de gezonde voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, groenten, sappen, yoghurt en kwark.


De appel als uitgangspunt

Omdat de mens van nature een vruchteneter is, lijkt het ons logisch dat we vertrekken vanuit een veel gebruikte vrucht, de appel. Een gezonde appel, liefst van biologische kwaliteit, bevat ongeveer 10 à 11% suiker. Het gaat hier om enkelvoudige suikers, dus korte suikers, die moeiteloos en direct worden opgenomen. De GI varieert tussen 36 à 40 wat gunstig genoemd mag worden. De meeste fruit- en bessensoorten blijven trouwens onder de 50 GI. Fruit en bessen doen de bloedsuikerspiegel niet sterk stijgen en dat komt omdat ze rijk zijn aan water. De suiker is als het ware opgelost in het vocht en verkeert daardoor in lage concentratie. Er is trouwens een natuurlijk verband tussen water en koolhydraten. Fruit is bovendien extra rijk aan ballaststoffen zoals ruwe vezels, maar ook pectine, wat een afremmende werking heeft op het vrijgeven van de suikers. Bij het eten van fruit is er geen belasting van de pancreas, geen al te grote insulineproductie, geen extreme schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Bovendien geeft fruit, dat traag wordt gegeten, een snelle verzadiging. Laten we niet vergeten dat alle hulpstoffen zoals vitaminen en mineralen aanwezig zijn in hun meest natuurlijke vorm.

Bananen en druiven zijn de suikerrijkste vruchten. Hun GI ligt daardoor iets hoger, maar nog altijd binnen de grens van de matig opneembare suikers. Het is vreemd dat de watermeloen met slechts 8% suiker een GI heeft van 70 à 72, dat overeenstemt met limonade. Dit is te verklaren door het feit dat een watermeloen minstens 90% water bevat en slechts 0,2% ballaststoffen. De glycemische index levert het zoveelste bewijs dat de mens van nature een vruchteneter is en het best gediend is met korte suikers. Fruit is voor de mens het beste voedingsmiddel. ‘Geen dag zonder fruit’ is een absolute aanbeveling. Dagelijks fruit eten als fruitontbijt, fruitmaaltijd of als tussendoortje is aan te bevelen en krijgt vanuit de reguliere voedingsleer steeds meer aandacht. Het is het beste middel om te voorkomen dat men suikerziekte krijgt.

Opgelet!

Voor suikerpatiënten die insuline spuiten kan fruit in kleine hoeveelheden, verspreid over de dag, gebruikt worden. Controle van de bloedsuikerspiegel is noodzakelijk. Voor hen is het niet mogelijk om op fruitvoeding over te schakelen.

 

Indeling van de voedingsmiddelen volgens de GI

Aanhangers van de GI gaan er vanuit dat een lage GI het beste is, maar zoals al gezegd, zal men dat kritisch bekijken. Peulvruchten behoren op enkele uitzonderingen na tot de laagste GI. Nochtans weet men dat peulvruchten bijzonder moeilijk te verteren zijn. Rauw zijn ze giftig en dienen altijd gekookt te worden. Peulvruchten bevatten zowel eiwit als zetmeel en dat is een slechte voedselcombinatie. De zwaar verteerbare peulvruchten zorgen daarom voor heftige winderigheid. Dat kan met bonenkruid worden afgeremd, maar lost het probleem niet op.

Het is opvallend dat het verschil tussen volkoren producten en wit meelproducten niet eens zoveel is. Volkoren spaghetti en witmeel spaghetti hebben respectievelijk 32 en 38 GI. Bij andere volkoren producten is het verschil groter, wat toe te schrijven is aan hun ballaststoffen.

Aardappel zou een ongunstige GI hebben variërend van 59 tot 88 en dat is vreemd. Het zetmeel in aardappelen is niet vergelijkbaar met die van diverse soorten graan. Het is licht verteerbaar en komt in geringe hoeveelheden -15%- voor. Gebruikt men bij de aardappel een vetrijke saus op basis van plantaardige olie, dan verlaagt de opname van suikers. Graanvoeding is vochtvasthoudend terwijl de aardappel door zijn grote hoeveelheid kalium, wateruitdrijvend is. De aardappel is te verkiezen boven de granen.

Een indeling van voedingsmiddelen vanuit de GI is niet wenselijk. De consument kiest dan alles vanuit een lage GI en dat is niet verstandig. Het lijkt ons beter een indeling te maken volgens de kwaliteit van de voedingsmiddelen met vermelding van hun GI. De GI is een aanvullende informatie en is van secundair belang. De Gezondheidsraad in Nederland verwerpt het hele systeem en vindt dat GI niet gebruikt kan worden bij voedingsadviezen. Zij vindt dat er geen of onvoldoende bewijs is dat een voedingsmiddel met een lage GI het risico op ziekten vermindert. Ook internationaal is lang niet iedereen het hierover eens.

 

Fruitvoeding beter dan zetmeelrijke voeding

Omdat graan al vele eeuwen het voedingspatroon heeft bepaald, wordt zetmeel in de voedingsliteratuur aanbevolen. Vanuit de landbouw en de economie gezien is deze stelling juist omdat granen praktische voordelen bieden. Voedingskundig ligt dit anders. Zetmeel is een moeilijk afbreekbare suiker en vraagt ontzettend veel energie en heeft vitaminen en mineralen nodig om dit proces te voltrekken. Omdat deze suikers traag worden afgegeven worden ze aanbevolen bij het beoefenen van uithoudingssporten, maar ook voor de dagelijkse voeding van iedereen. Men uit gemakkelijk kritiek op het eten van fruit omdat deze enkelvoudige suikers sneller worden opgenomen. Uit het concept van de glycemische index stellen we echter vast dat wat de snelheid van opname en de invloed op de bloedsuikerspiegel betreft, fruit en bessen er eerder beter uitkomen. De mythe dat graanvoeding beter is dan fruitvoeding wordt hier definitief doorgeprikt.

 

Fruit en bessen

Kers: 23

Appel: 36 à 40

Peer: 36 à 40

Pruim: 24 à 53

Aardbeien: 33 à 47

Pompelmoes: 25 à 48

Perzik: 28 à 56

Sinaasappel: 39 à 54

Druiven: 46 à 53

Kiwi: 47 à 59

Mango: 49 à 56

Banaan: 48 à 62

Abrikoos: 57

Papaya: 56 à 60

 

Volkorenproducten

Pumpernickel: 41 à 46

Haverzemelenbrood: 44

Volkorenbrood: 30 à 45

Zuurdesembrood: 53 à 57

Volkoren speltbrood: 63

Havervlokken: 40

Ontbijtgranen met zemelen: 38 à 47

Wilde rijst: 48 à 55

Zilvervliesrijst: 45 à 69

Boekweit, gekookt: 50 à 59

 

Bron: Dr. Geert Verhelst ‘Suiker & zoetstoffen’.


Het verschil tussen fruit en granen is wat de GI betreft te verwaarlozen. Door meer fruit te eten en minder graanvoeding verlicht men zijn vertering, ontstaat een betere darmwerking, een goede waterhuishouding en een rijkdom aan vitale stoffen.


Nadelen van geïsoleerde suikers

Het gebruik van industrie suiker, zowel riet- als bietsuiker, geraffineerd of ongeraffineerd is schadelijk. Het gaat hier immers om geïsoleerde suikers die uit hun natuurlijke structuur zijn gehaald en ontdaan van hun vitale stoffen. Dat geldt voor alle zoetstoffen die langs chemische of biochemische weg bereid zijn en aan voedingsproducten worden toegevoegd. De natuurlijke suikers (zetmeel) die zich in geraffineerde graanproducten bevinden zoals voedingsproducten uit witmeel of bloem bereid, zijn in zekere mate schadelijk omdat de belaststoffen en andere vitale stoffen ontbreken en moeilijker worden verteerd. Wij vermelden hier de belangrijkste nadelige gevolgen.

  • Hyperglycemie: is een verhoogde bloedsuikerspiegel die door intensieve uitscheiding van insuline kan verlaagd worden. Een aanhoudende toestand van hyperglycemie kan suikerziekte veroorzaken.
  • Hypoglycemie: is een verlaagde bloedsuikerspiegel, meestal veroorzaakt door een te veel aan insuline. Door veelvuldig gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten wordt de pancreas onregelmatig gestimuleerd en treedt er gemakkelijk een toestand op van een te hoge (hyper) of te lage (hypo) bloedsuikerspiegel. Een te lage bloedsuikerspiegel zorgt er voor dat men zich snel uitgeput en krachteloos voelt. Er treedt een flauwte op die na het eten van zoete dingen verdwijnt. Toestanden van hyper- of hypoglycemie zorgen voor onrust, angst, stressgevoeligheid en emotionele prikkelbaarheid.
  • Uitputting van de bijnieren: de verhoogde stressgevoeligheid is te wijten aan uitputting van de bijnieren. Er wordt extra adrenaline uitgescheiden met als doel de bloedsuikerspiegel te normaliseren door glycogeen om te zetten in glucose. Aanhoudende vermoeidheid is hiervan het gevolg.
  • Ouderdomsdiabetes: komt steeds meer voor. Men blijft er niet bij stilstaan dat het jarenlange gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten aan de basis ligt. Ouderdomsziekte kondigt zich meestal vele jaren vooraf aan, maar mensen kunnen deze symptomen niet duiden en blijven op de verkeerde weg zitten. Ze vinden dat confituur of jam bij het ontbijt behoren en dat cola een doodgewone drank is zonder het gevaar ervan in te zien.
  • Tekorten aan nutriënten: door het feit dat geïsoleerde suikers worden gebruikt die ontdaan zijn van hun vitale begeleidende stoffen, geraakt het organisme in paniek en gaat op zoek naar de ontbrekende componenten. Verlies aan calcium waardoor de botmassa afneemt is een direct gevolg. De toename van osteoporose is hier niet vreemd aan. Vooral het gebrek aan vitaminen en mineralen is doorslaggevend. Het is naïef te menen dat het verlies aan deze vitale stoffen door voedingssupplementen kan worden aangevuld.
  • Overgewicht: het verband tussen massaal gebruik van suiker en zwaarlijvigheid is bekend. Suikers zetten zich om in lichaamsvet en doet de reservevetten toenemen. Het is een toenemend probleem in de westerse wereld.
  • Verhoogde bloedvetten: er is een verband tussen geïsoleerde suikers en vetopslag in het vetweefsel, maar ook een verband tussen een te hoog verbruik van deze suikers en verhoogde bloedvetten zoals cholesterol en triglyceriden. Cholesterol wordt niet alleen verhoogd door het gebruik van dierlijk voedsel, maar ook door het gebruik van geïsoleerde suikers. Een verhoogde cholesterol wordt altijd in verband gebracht met de lever en de darm en beide worden door deze suikers belast.
  • Tandbederf: door een verstoord evenwicht in de mondholte, wat vooral te wijten is aan gekookt voedsel, worden de korte suikers omgezet in agressief zuur dat het tandglazuur aantast en voor tandbederf zorgt.
  • Suikerverslaving: geïsoleerde suikers werken als drugs, vooral door de sterke schommelingen van de bloedsuikerspiegel ten gevolge van een verkeerde voeding. Als de bloedsuikerspiegel daalt worden veel mensen onrustig en zoeken spontaan suiker op. Vooral chocolade speelt hierbij een belangrijke verslavende rol.
  • Snelle veroudering: een direct gevolg van overmatig gebruik van suikerrijke voedingsproducten is een te snelle veroudering. Uitgeputte en verkrampte spieren, botmassa die afneemt, gebrek aan belangrijke nutriënten, verstoring en uitputting van het zenuwstelsel nemen de vitaliteit en mobiliteit weg. De hersenen worden onvoldoende gevoed en zorgen voor concentratieproblemen, vergeetachtigheid en verhogen het risico op dementie of Alzheimer.
  • Ondermijning van de gezondheid: het massaal gebruik van geïsoleerde suikers en voedingsproducten die daarmee verrijkt zijn zorgen voor een ondermijning van de lichamelijke en geestelijke gezondheid.


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be


18:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

27-11-13

De zoete vertwijfeling, deel I

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries

 

Vele decennialang werd suiker geprezen als bron van energie. Door de vele acties rond de gevaren van industriesuiker is daar verandering in gekomen. Suiker wordt in de reguliere voedingsleer als holle calorieën en dus als dikmaker beschouwd. Tandartsen wijzen op het gevaar van suiker en suikerrijke voedingsproducten voor de aantasting van het tandglazuur en tandbederf. Het verband tussen de stijgende suikerconsumptie en de toename van suikerziekte is frappant. Het is hoog tijd om op zoek te gaan om ons te bevrijden uit de zoete vertwijfeling.

In de natuurlijke gezondheidszorg wordt suiker beschouwd als het zoete vergif, als een populair drogeermiddel dat niet alleen oorzaak is van suikerverslaving, maar van veel ziekten en ongemakken. Suiker wordt door de voedingsindustrie vaak vervangen door fructose of door synthetische zoetstoffen. Dat is niet de oplossing. Er is heel wat verwarring ontstaan rond suiker en zoete voedingsmiddelen. Sommige mensen durven geen honing of fruit te eten omwille van de suikers, maar vergeet niet dat er een groot verschil is tussen natuurlijke suikers uit verse voedingsmiddelen en toegevoegde industriesuiker in voedingsproducten.

Het is verontrustend dat de suikerziekte, die zo nauw verband houdt met de suikerstofwisseling, in opmars is. Wij kunnen het onderwerp suikerziekte niet bespreken zonder in te gaan op de vele aspecten van het suikerprobleem. Wij besteden extra aandacht aan de glycemische index (GI) omdat die zo verwarrend werkt en de consument vaak aanzet om ongezonde voedingsproducten met een aanneembare GI te consumeren. Het concept van de glycemische index is niet waardeloos, maar is te vaak een vrijgeleide om slechte voeding te gebruiken.

Suikerziekte

Wij hebben de neiging om suikerziekte als een moderne ziekte te beschouwen, maar dat is niet zo. De moderne voedingswijze in combinatie met milieuvervuiling en het jachtige moderne leven heeft suikerziekte sterk doen toenemen. Suikerziekte is een heel oude ziekte. Op teruggevonden kleitafeltjes in de woestijn in het Midden-Oosten blijkt dat in het oude Babylon suikerziekte al voorkwam. Dat wordt afgeleid uit de beschrijving in spijkerschrift op deze kleitafeltjes. Hippocrates, de grondlegger van de natuurgeneeskunde, beschreef al 2.500 jaar geleden suikerziekte en gebruikte bij de behandeling verzuurde wijn, wat nu wijnazijn wordt genoemd.

Om een goed inzicht te krijgen in de complexiteit van suikerziekte en zijn ontstaan, is het belangrijk er even op te wijzen dat in het bloed constant een zekere hoeveelheid suiker aanwezig dient te zijn. Ons organisme moet voor zijn werking voortdurend voorzien worden van suiker. Zonder suiker is geen leven mogelijk. De bloedsomloop brengt de suiker tot de meest afgelegen plaatsen in ons lichaam. De bloedsuikerspiegel is aan schommelingen onderhevig. Als we eten komt er suiker vrij en stijgt de bloedsuikerspiegel. Om deze stijging in bedwang te houden, scheidt de pancreas insuline uit die de bloedsuikerspiegel normaliseert. Als de bloedsuikerspiegel daalt door gebrek aan voedsel of door fysieke inspanningen, zet de lever glycogeen om in glucose waardoor deze zich normaliseert. Glycogeen is menselijk zetmeel dat als reservesuiker in de lever en in mindere mate in de spieren ligt opgeslagen. Glucose is bruikbare suiker.

Ontstaan

Suikerziekte ontstaat doordat de pancreas, de eilandjes van Langerhans, niet meer in staat is om voldoende insuline uit te scheiden zodat de bloedsuikerspiegel extra stijgt. Men spreekt dan van hyperglycemie of een verhoogde bloedsuikerspiegel. Het in paniek geslagen lichaam probeert dit te veel aan suiker kwijt te raken door abnormaal veel te plassen. Daardoor ontstaat gebrek aan vocht en krijgt de patiënt een abnormaal dorstgevoel. Toegenomen dorst en urineproductie, misselijkheid, diepere en snellere ademhaling, buikpijn en een enig sinds zoet ruikende adem wijst op een ketone-acidose.

Medische wetenschappers, artsen en voedingsdeskundigen zijn ervan overtuigd dat de toename van suikerziekte voor een groot deel toegeschreven moet worden aan geïsoleerde en snel opnemende suikers die in de moderne voedingsproducten massaal voorkomen. Zij doen de bloedsuikerspiegel abnormaal stijgen waardoor voortdurend insuline vrijgemaakt moet worden om deze te normaliseren. Uitputting van de pancreas is de belangrijkste oorzaak, hoewel andere factoren zoals erfelijkheid, stress, negatieve emoties eveneens een rol spelen.

Soorten suikers

Er is een taalverwarring rond het begrip suiker. In de volksmond wordt het woord suiker gebruikt om industriesuiker mee aan te duiden zoals de suiker in de koffie of in gebak. Het gaat hier om suiker die uit de suikerbiet of het suikerriet geïsoleerd wordt via een ingewikkeld industrieel productieproces. Suiker heeft niet alleen in de huishoudelijke keuken een plaats ingenomen, maar wordt vooral in de voedingsindustrie in onvoorstelbare grote hoeveelheden verwerkt in allerlei voedingsproducten en genotsmiddelen.

Suiker is gelijkertijd een synoniem van koolhydraat of saccharide, dit is de suiker die in natuurlijke voedingsmiddelen, voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen voorkomt met uitzondering van melk en honing. In de voedingswetenschappen spreekt men van koolhydraat terwijl het woord suiker evenzeer wordt gebruikt. Zoals we nog zullen aantonen is er chemisch gezien geen verschil tussen de suiker in voedingsmiddelen en de industriesuiker in voedingsproducten, maar de resultaten zijn totaal anders.

Naast eiwit en vet is koolhydraat een van de drie voedingsstoffen. Alleen deze drie voedingsstoffen leveren calorieën en staan in voor de energievoorziening. Alcohol levert ook calorieën, maar die laten we hier buiten beschouwing.

De koolhydraten worden in vier groepen onderverdeeld:

Enkelvoudige suikers: monosacchariden genoemd omwille van een koolhydraateenheid. Ze worden omschreven als suikers met een korte ketenlengte, vandaar de benaming ‘korte suikers’. Ze zijn erg zoet van smaak en onmiddellijk opneembaar. Er komt geen verteringsenergie aan te pas. Ze komen voor in fruit en honing.

Dubbele suikers: disacchariden of middellange suikers genoemd. Ze bestaan uit twee koolhydraateenheden saccharose en fructose. Ze zijn minder zoet en moeten omgezet worden tot enkelvoudige suikers. Er is iets meer verteringsenergie nodig. Ze komen voor in riet en bietsuiker en in melk in de vorm van lactose. Bij gemout graan, zoals bij de bierproductie, ontstaat er maltose.

Complexe suikers: polysacchariden of zetmeel genoemd. Zetmeel is het reservekoolhydraat van de planten. Zetmeel kan alleen gebruikt worden na een ingewikkeld omzettingsproces van dubbele naar enkelvoudige suikers. Deze omzetting vergt veel energie, maar ook enkelvoudige suikers en een hele reeks vitaminen van het B-complex. Glycogeen is het menselijk zetmeel dat als reserve wordt opgeslagen in de lever en de spieren. Zetmeel komt voor in aardappelen, wortel- en knolgewassen, sommige zaden zoals de kastanje, maar vooral in granen.

Cellulose: onoplosbare suikers genoemd omdat de mens, in tegenstelling tot herbivoren, niet over de nodige enzymen beschikt om deze af te breken. De ballaststoffen zijn rijk aan cellulose, hemicellulose, pectine, lignine en spelen een belangrijke rol bij de vorming van de feces, de darmflora en de ontlasting van de darm.

We maken een grondig onderscheid tussen deze natuurlijke vormen van suikers zoals ze in voedingsmiddelen voorkomen en de geïsoleerde suikers die de voedingsindustrie gebruikt in haar talrijke voedingsproducten. Het onderscheid tussen een voedingsmiddel zoals de natuur ons dit aanbiedt of zoals de land- en tuinbouw het voor consumptie produceert en de fabrikant dit voedingsproduct aanbiedt, is erg groot.

De mens is een vruchteneter

De biologen rekenen de mens tot de groep van de primaten. Hij bezit, ondanks zijn enorme fysieke en culturele evolutie, nog alle kenmerken van een primaat en meer bepaald van een fructivoor of vruchteneter. Er is geen verwantschap met carnivoren (vleeseters) en granivoren (graaneters) maar er zijn wel enkele overeenkomsten met herbivoren (planteneters). Volgens de moderne voedingswetenschappen is de calorische waarde van de menselijke voeding voor 68% afkomstig uit koolhydraten of natuurlijke suikers. Eiwit en vet hebben we in mindere mate nodig. Dat bevestigt inderdaad dat de mens een vruchteneter is en voor zijn voeding op suikers is afgestemd. Een mens kan uitstekend leven op een vruchtendieet op basis van fruit, bessen en andere vruchten die probleemloos voor de nodige koolhydraten zorgen. Vet en eiwit worden geleverd door noten, zaden en pitten die eveneens tot de vruchten worden gerekend. In de voedingstherapie zijn succesvolle genezingen bereikt met dergelijke diëten. Voeding heeft niet alleen een fysieke betekenis maar ook een sociale dimensie. Vandaar dat niemand geneigd is om zijn voeding zo strikt toe te passen. Theoretisch gezien is het vruchtendieet, zijn oerdieet, voor de moderne mens nog steeds erg voortreffelijk. Het spijsverteringsstelsel is tijdens de lange evolutie opvallend weinig veranderd.

Suiker (koolhydraat) is voor de mens het voedsel van de hersenen en de zenuwen. De hersenen hebben veel energie nodig, veel meer dan de spieren. De hersenen zijn voor hun energie uitsluitend op suiker afgestemd, terwijl de andere organen in noodgeval vetzuren kunnen omzetten in suiker. Zenuwcellen kunnen, in tegenstelling tot de meeste andere lichaamscellen, hun behoefte aan suiker dekken zonder medewerking van insuline. Zij kunnen de suiker onmiddellijk opnemen en verwerken. Hun suikergehalte staat los van de schommelingen van de bloedsuikerspiegel. De hoogontwikkelde zenuwcellen hebben een bijzonder hoge behoefte aan suiker. Suiker heeft niet alleen een positieve invloed op de hersenen, maar ook op talrijke hormonen. Het is niet vreemd dat de behoefte aan suikers zo groot is.

In de gezondheidsliteratuur wordt vaak de indruk gewekt dat suiker altijd ongezond is en dat we er zo weinig mogelijk van moeten gebruiken. Dat is een verkeerde stelling. Wij hebben goede suikers nodig die hun natuurlijke structuur hebben behouden. Het probleem is niet de suiker, maar de kwaliteit van die suikers. Door suikers in geïsoleerde vorm te gebruiken is de belangrijkste voedingsstof de oorzaak van zeer veel ziekten en veel ellende geworden. Wij moeten voorzichtig zijn met suiker meteen in een slecht daglicht te plaatsen. Het hele misverstand rond suiker is ontstaan omdat wetenschappers te veel in stoffen denken en te weinig in structuren. Zij hebben heel lang geen onderscheid gemaakt tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde suikers omdat de chemische formule dezelfde is.

De diepere oorzaak van suikerziekte

De oorzaak van suikerziekte ligt niet in het gebruik van suiker, maar wel in massaal gebruik van geïsoleerde suikers in de voeding. Eten we verse gezonde voedingsmiddelen in hun natuurlijke vorm, afgestemd op ons spijsverteringsstelsel, dan verloopt de vertering en de stofwisseling zoals het behoort. De opname van suiker veroorzaakt geen abnormale schommelingen en de pancreas wordt daardoor niet extra belast. De suiker wordt sneller opgenomen als we voedingsmiddelen bewerken zoals bij het bereiden van een maaltijd. Bij iedere bewerking wordt de natuurlijke structuur beschadigd en komen bepaalde voedingsstoffen, zoals suiker, vrij en worden daardoor gemakkelijker en dus ook sneller opgenomen. Bij het bereiden van verse voedingsmiddelen is deze verhoging te overbruggen en heeft nauwelijks invloed op de bloedsuikerspiegel.

Worden suikers uit voedingsgewassen geïsoleerd zoals industriesuiker uit de suikerbiet of het suikerriet, dan worden ze in hoog geconcentreerde vorm door het lichaam opgenomen. De bloedsuikerspiegel stijgt snel en abnormaal hoog waardoor er enorm veel insuline nodig is om deze te normaliseren. Bij een aantal mensen begeeft de pancreas het snel terwijl bij anderen, ondanks het veelvuldig gebruik van geïsoleerde suikers, geen ongemakken optreden en ook geen suikerziekte. Er zijn talrijke factoren, die helaas niet allemaal bekend zijn, waarom bepaalde mensen suikerziekte krijgen en anderen niet. Genetische aanleg, stress, emotionele aandoeningen, het jachtige leven en vele andere factoren zijn in staat suikerziekte uit te lokken.

Bij de inleiding hebben we er op gewezen dat suikerziekte een heel oude ziekte is, wat afgeleid kan worden uit beschrijvingen in spijkerschrift op teruggevonden kleitafeltjes in het oude Babylon. Onderzoekers gaan er vanuit dat er een verband is tussen het ontstaan van suikerziekte en de ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van de landbouw maakte het mogelijk dat de mens van een oorspronkelijk vruchtendieet, dat rijk was aan enkelvoudige suikers, overschakelde op graanvoeding. Graanvoeding is bijzonder rijk aan moeilijk afbreekbaar zetmeel of complexe suikers. Fysiologisch gezien moet men er rekening mee houden dat de mens geen spijsverteringsstelsel heeft van een granivoor zoals een kip bijvoorbeeld. Wij hebben, ondanks tienduizend jaar landbouw, nog steeds geen snavel, geen krop, geen kliermaag, geen spiermaag, geen dubbele aansluiting van de pancreas op de dunne darm, geen dubbele aansluiting op de lever, geen blindzakjes enz. Alles wijst er op dat we van nature uit geen granen kunnen eten, zeker niet in zijn rauwe en onbewerkte vorm. Granen dienen altijd bereid te worden met toevoeging van zuur, water, zout en suiker.

De complexe suikers van granen worden tijdens de vertering afgebroken tot enkelvoudige suikers. Theoretisch gezien wordt van graan weer fruit gemaakt, het is met andere woorden een vervangmiddel van fruit dat veel praktische en economische voordelen biedt. Dat neemt niet weg dat graanvoeding voor de mens niet zo ideaal is als vaak wordt beweerd. Brood wordt al duizenden jaren als basisvoedsel beschouwd. In het belangrijkste Christelijk gebed wordt om brood gevraagd en neemt in de eucharistieviering een centrale plaats in. Het zit totaal verweven in de westerse cultuur. Toch stellen we vast dat het broodgebruik de laatste twintig jaar sterk is achteruitgegaan. Brood is een delicatesse geworden in tegenstelling tot in Oost-Europa waar brood nog in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Het brood is echter vervangen door voedingsproducten van bedenkelijke kwaliteit.

Voor sommige onderzoekers kan het zoeken naar de diepere oorzaak van suikerziekte in het verre verleden overdreven lijken, maar vergeet de bekende uitdrukking niet: de geschiedenis van de ziekte is de geschiedenis van de landbouw. Op het ogenblik dat de mens afwijkt van zijn natuur verhoogt hij het risico op ziekten. Het maakt niet zoveel uit waar de diepere oorzaak van suikerziekte te vinden is, belangrijker is dat we inzien dat het bewerken van voedingsmiddelen de gezondheid niet dient.

Geraffineerde en ongeraffineerde suiker

Al jaren spreekt men van geraffineerde en niet geraffineerde suikers. Geraffineerde suiker wordt als slecht gezien en ongeraffineerde als goed, maar dat is niet zo. In beide gevallen gaat het hier om geïsoleerde suikers, ze zijn immers langs industriële weg uit biet of riet verwijderd en bevatten haast uitsluitend suiker. Raffineren is een eindbewerking waardoor de geïsoleerde suiker van al zijn onzuiverheden wordt ontdaan. Bij ongeraffineerde suiker blijft nog 4% mineralen, vitamine, melasse en andere bestanddelen over, vandaar de bruine of gele kleur. Deze kleine reststoffen kunnen verwaarloosd worden en hebben geen gezondheidsbevorderende kwaliteiten. Men gebruikt geen ongeraffineerde suiker omwille van de kleine hoeveelheid nutriënten die er nog zijn overgebleven. Het gaat hier om een onverantwoord verkoopargument. Confituur of jam met ongeraffineerde rietsuiker wordt immers duurder verkocht en zijn bijna uitsluitend te vinden in de rekken van de betere voeding- of natuurvoedingswinkels. Naar verluid wordt tegenwoordig geraffineerde witte suiker met melasse of andere kleurstoffen op ieder gewenste kleur gebracht. In feite maakt het niet veel uit, want geraffineerd of ongeraffineerd, het gaat hier om geïsoleerde suikers en die zijn schadelijk.

Het is een vreselijk misverstand. Een suikerbiet bevat ongeveer 18% suiker. Deze suiker maakt deel uit van een levend organisme, een levend geheel dat nog al zijn componenten in de juiste verhoudingen bezit. Eten we bijvoorbeeld rode biet, die 8% suiker bevat naast eiwit, vet, vitaminen, mineralen, bioactieve substanties enz. dan eten we een levend voedsel met een biologische en biochemische structuur. De suiker is er een onderdeel van. Tijdens de suikerbereiding wordt de suiker geïsoleerd, ontdaan van zijn structuur en totaal uit zijn verband gehaald. Men voegt aan het lichaam pure suiker toe waarop het organisme abnormaal reageert door o.a. de bloedsuikerspiegel naar boven te duwen en door op zoek te gaan naar de verloren componenten. Daarom wordt geraffineerde en ongeraffineerde suiker beschouwd als nutriëntenrovers, naast andere vernietigende werking.

Bij het bespreken van natuurlijke zoetstoffen, die aanvaard zijn en de gezondheid niet in het gedrang brengen, zullen we aantonen dat het hier gaat om niet-geïsoleerde suikers die nog over voldoende begeleidende stoffen beschikken zoals oersuiker, melasse en andere.

Maïssiroop

De moderne voedingsindustrie gaat nog een stap verder door uit maïs een siroop te bereiden als grondstof voor geïsoleerde glucose (suiker). Maïs bevat 65% zetmeel of complexe suikers. Het zetmeel wordt geïsoleerd door alle nutriënten uit de maïs te verwijderen en het zetmeel te splitsen of hydrolyseren tot aparte glucosemoleculen. Dergelijke siroop of ingedroogde concentraten hebben voor de voedingsindustrie interessante eigenschappen, ze hebben een zoete smaak, zijn vochtabsorberend, hebben conserverende eigenschappen, worden als smaakverbeteraars gebruikt alsook om het uiterlijk van voedingsproducten te verbeteren, dus als glansmiddel, om krokante structuur te geven of om de korst te vormen. Ze zorgen voor een homogene, zachte en voor de consument aangename textuur en vinden toepassingen bij de productie van kauwgum, soepbereidingen, chocolade, roomvullingen, taartvullingen enz. Deze geïsoleerde glucose wordt in talrijke voedingsproducten zoals snoep, jam, confituur, siroop, ontbijtgranen, allerlei vullingen in gebak, alcoholische drank enz. rijkelijk toegepast. Het probleem voor de consument is echter dat deze niets vermoedt van deze snel opnemende suikers die de pancreas belasten, de bloedsuikerspiegel aan het wankelen brengt, de pancreas en de bijnieren zwaar belasten.

Particieel gemodificeerde maïssiroop

Dergelijke geïsoleerde maïssiroop ondergaat een partiële enzymatische, chemische modificatie, waarbij een gedeelte -namelijk 42%- van de glucose wordt omgezet tot fructose. Fructose of vruchtensuiker klinkt in gezondheidsmiddens nog al positief, maar houdt een nog veel groter gevaar in voor de gezondheid. Voor de voedingsindustrie levert deze ingreep talrijke voordelen op. Ze bevordert de fruitsmaak in frisdrank en in talrijke bereidingen. Door zijn zachte structuur lijkt deze siroop geschikt te zijn voor de bereidingen van chocolade, pralines, hard snoep, in taartvullingen en uiteraard in confituur. Voor allerlei industrieel gebak zorgt ze voor het vasthouden van het vocht zodat uitdroging veel trager verloopt. Deze gemodificeerde maïssiroop zit zelfs verwerkt in brood, vleeswaren, sauzen, bier, frisdrank en in ontzettend veel voedingsproducten.

Dezelfde techniek wordt gebruikt bij invertsuiker waar men vertrekt vanuit geïsoleerde bietsuikersiroop. Het tweewaardige suiker sucrose, wordt opgesplitst in aparte glucose en fructose moleculen. Er wordt zelfs fructose bereid uit het sap van de cichoreiwortel. In talrijke gezondheidsboeken wordt fructose geprezen om een aantal goede eigenschappen. Fructose is de zoetste suiker en heeft een zeer lage glycemische index namelijk tussen 19 en 25. Dit betekent dat fructose traag wordt opgenomen en de bloedsuikerspiegel daardoor nauwelijks beïnvloedt. Meteen voelt men de motivatie om dergelijke producten op de markt te brengen. Een product waar fructose aan wordt toegevoegd, wordt algemeen gezien als gezondheidsbevorderend en anti-suikerziekte.

De grote fout is echter dat er een essentieel verschil is tussen geïsoleerde fructose die in de fabriek uit gemodificeerde maïssiroop werd bereid en de fructose zoals we die vinden in fruit en honing. De reguliere voedingswetenschappers laten zich te veel leiden door stoffen in plaats van door structuren. Op het ogenblik dat iets uit zijn verband wordt gehaald, wordt de beste stof een gifstof. In Duitsland heeft men gesteld dat steeds meer mensen lijden aan fructose-intolerantie. Intolerantie is een onverdraagzaamheid voor bepaalde nutriënten, maar mag niet verward worden met voedselallergie. Intolerantie kan verschijnselen veroorzaken die op allergie lijken, maar in chemisch opzicht geheel verschillend zijn. De oorzaak is meestal het ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn van een bepaald enzym om deze stof te verteren. Men kwam er achter dat het massaal verwerken van fructose in talrijke voedingsmiddelen heeft geleid tot een soort oververzadiging die de intolerantie uitlokt. Het zorgt voor het prikkelbaar darmsyndroom met winderigheid, darmkrampen, constipatie en/of diarree.

Fructose wordt in de dunne darm wat trager opgenomen dan glucose en wordt om die reden als zoetstof gebruikt in voedingsproducten voor mensen met diabetes. Er komt nauwelijks insuline bij te pas. Toch is het gebruik van geïsoleerde fructose niet zonder gevaar en voor suikerpatiënten niet aan te raden. Zoals alle geïsoleerde suikers zorgt ook deze vorm van fructose voor nutriëntenroof. Voedselreserves worden aangesproken, er is een duidelijke belasting van de lever omdat de omzetting van glucose voor de lever beperkt is. Niet- omgezette suikers worden gemakkelijk in alcohol en bloedvetten omgezet. Vooral de productie in de lever van HDL Cholesterol en triglyceriden wordt aangewakkerd. De kans op bloeddrukverhoging is niet uit te sluiten, cataract (grijze staar) kan optreden, er wordt meer vetweefsel gevormd door omzetting van suiker in vet, wat leidt tot zwaarlijvigheid. Het risico op jicht wordt er door verhoogd.

Voor suikerpatiënten mag geïsoleerde fructose als zoetstof enkele voordelen brengen, de nadelen zijn echter zo omvangrijk dat men uiterst voorzichtig moet zijn met voedingsproducten die verrijkt zijn met geïsoleerde fructose. Maar ook zij die geen suikerziekte hebben moeten voorzichtig zijn. Een van de grote nadelen is het feit dat hoge concentraties geïsoleerde fructose de lever belet om glycogeen op te slaan uit glucose. De hoge glucosespiegel dwingt de pancreas extra insuline te produceren wat tot uitputting kan leiden en ouderdomsdiabetes, type II bevordert.

Invloed van geïsoleerde suikers op het ontstaan van suikerziekte

In de voedingsindustrie worden nog meerdere geïsoleerde suikers gebruikt met dezelfde nadelige werking. Het is niet vreemd dat in twintig jaar tijd deze ziekte zich massaal heeft verspreid in de westerse landen. Er zijn mensen die iedere dag 1 à 2 liter cola of een andere frisdrank drinken. In haast alle voedingsproducten zit suiker, fructose of andere vormen van geïsoleerde suikers verwerkt. Volgens statistische gegevens ligt het verbruik van suiker in de meeste Europese landen tussen 45 à 50 kg per persoon per jaar. Door het feit dat de nadelen van industriesuiker steeds meer onder de aandacht is gebracht o.a. door suiker te beschrijven als leverancier van lege calorieën, het verband te leggen tussen suiker en zwaarlijvigheid, aantasting van het gebit en vooral door suiker als het zoete vergif te schouwen, heeft zich het gebruik gestabiliseerd. Toch zien we een sterke toename van geïsoleerde fructose en het gebruik van synthetische zoetstoffen. Er zijn redenen in overvloed om de verkeerde voeding als medeoorzaak van de stijging van suikerziekte te beschouwen.

Volgende week besteden we aandacht aan de glycemische index.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

14:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-10-13

Vrieslucht vernauwt de neusbloedvaten

Verkoudheidsvirussen verspreiden zich in slijmdruppeltjes door de lucht, maar erg besmettelijk zijn ze niet. Experimenten wijzen uit dat de overdracht heel moeilijk is en een nauw persoonlijk contact vergt. Indirecte overdracht door eerst een besmette oppervlakte en daarna ogen, neus of mond aan te raken, ligt meer voor de hand. Vooral op niet poreuze oppervlakten kunnen verkoudheidsvirussen tot 48 uren overleven. Hoe meer virussen in de omgeving en hoe langer de blootstelling, hoe groter de kans om besmet te geraken. Verkoudheid wordt gemakkelijk in verband gebracht met de winter. Dat is begrijpelijk omdat de vrieslucht de neusbloedvaten vernauwt zodat afweercellen trager toestromen en de immuniteit sterk afneemt. Dat geldt trouwens bij iedere afkoeling. Wie op een koude steen gaat zitten krijgt een blaasontsteking werd vroeger al gewaarschuwd. Het verhogen van de bloedtoevoer is daarom een doorslaggevende behandeling. Het grote voordeel van bewegen is goed bekend. DSR en PSR, twee therapieën met opvallend goede resultaten hebben hun succes te danken aan de verhoogde bloedtoevoer. Als de afweercellen niet rijkelijk door het lichaam stromen kunnen ze hun werk onvoldoende verrichten.

 

Praktische tips

  • Fruitsap of citroensap in warm water oplossen, kruidenthee met honing zijn probate middelen tegen winterverkoudheid. Zij maken de neus vrij en voorkomen uitdroging.
  • Een kruidenthee, samengesteld uit gelijke delen vlierbloesem, goudsbloem en lindebloesem, doet wonderen. Men zweet zijn verkoudheid uit.
  • Meermaals per dag gorgelen met warm zoutwater (halve koffielepel zout op een glas warm water), warm citroenwater of kamillethee met honing, werkt verzachtend.
  • Verkoudheid in combinatie met keelpijn of amandelontsteking wordt behandeld met knoflook. Snij een teentje knoflook dwars doormidden en steek beide helften achter de tanden, met de snijkant naar de tanden toe. De keel wordt door de etherische olie van de knoflook letterlijk uitgerookt. Bij tandvleesontsteking kan dit niet omwille van het sterk brandend gevoel.
  •  Opsnuiven van zoutwater doet de neus openen, een stoombadje met een of twee druppels eucalyptusolie helpt eveneens.
  • Opgelet: alcohol en cafeïne verhogen de uitdroging van de neusslijmvliezen en moeten vermeden worden.

 

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

18:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Volksgeneeskunde | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

23-10-13

Zwarte chocolade, ongezond en kalkrovend

Men leest regelmatig, zelfs in zogenaamde gezondheidsbladen, dat zwarte chocolade gezond is omdat het polyfenolen bevat en dat zijn inderdaad geneeskrachtige stoffen. Polyfenolen worden gerekend tot de bioactieve substanties waarvan is aangetoond dat zij een gunstige invloed hebben op onze gezondheid en een genezend effect hebben op bepaalde klachten. Vanuit commercieel standpunt besteedt de voedingsindustrie extreem veel aandacht aan allerlei stoffen. Door aanwezigheid of door toevoeging ervan aan voedingsproducten wordt er meteen een gezondheidsclaim op gelegd en in de publiciteit sterk aanbevolen. Dat is een grote vergissing en werkt misleidend. Wij eten immers geen stoffen, wij eten voedingsmiddelen waarin stoffen aanwezig zijn. Het toevoegen van geïsoleerde stoffen aan voedingsproducten is helemaal niet gezond. Zij zijn immers lichaamsvreemd en worden in de meeste gevallen niet opgenomen of via de nieren of de stoelgang afgevoerd.

Laten we logisch denken en onze geest vrij maken van allerlei commerciële invloeden. Bioactieve substanties, zoals polyfenolen, komen in alle planten voor, dus ook in giftige planten. Bioactieve substanties zijn chemische stoffen die de plant aanmaakt om zich tegenover vijanden, zoals ziektekiemen, insecten en weersomstandigheden te verdedigen. In de tabaksplant zitten ook polyfenolen, maar tegelijkertijd ook de gevreesde nicotine die vernietigend is voor de gezondheid. Het aanraden van zwarte chocolade is even dwaas als het aanbevelen van roken. In de cacaoboon komen niet alleen polyfenolen voor, maar ook vrij veel oxaalzuur dat een sterk ontkalkende werking heeft. In zwarte chocolade komen uiteraard meer polyfenolen voor, maar gelijktijdig veel meer oxaalzuur.

Oxaalzuur is een stof die vooral voor komt in spinazie, rabarber, postelein en snijbiet. Oxaalzuur gaat in de darm samen met calcium een onoplosbare verbinding aan, calciumoxalaat genoemd, waardoor dit mineraal niet in het bloed wordt opgenomen. De officiële naam is oxalaat en wordt tot de fytotoxinen gerekend. Voor wie aan osteoporose lijdt of problemen heeft met de kalkhuishouding doet er goed aan oxaalzuurrijke voedingsmiddelen te mijden. Voor wie niet met deze problemen kampt, is er bij matig gebruik geen probleem omdat er voldoende calcium wordt geleverd door andere voedingsmiddelen.

 

Oxaalzuur mg / 100 g voedingsmiddel

Spinazie:                                     71 mg

Rabarber:                                  537 mg

Rode biet:                                 72,2 mg

Bonen:                                      43,7 mg

Zwarte en groene thee:          12,50 mg

Chocoladepoeder:                     385 mg

Zwarte chocolade 90%:             220 mg

Zwarte chocolade 80%:             196 mg

Zwarte chocolade 65%:             159 mg

Zwarte chocolade 40 %:              98 mg

Melkchocolade:                        11,2 mg

Witte chocolade:                        1,6 mg

Chocolade is een genotsmiddel. Er is geen bezwaar tegen matig gebruik van genotsmiddelen zoals bij bepaalde gelegenheden. Men doet dit uit puur genot en niet om de gezondheid te bevorderen. Het hoge percentage oxaalzuur in zwarte chocolade heeft nog een ander nadeel zoals het vormen van ijzeroxylaten waardoor de opname van ijzer in het gedrang kan komen. Daarnaast heeft chocolade een aantal bekende nadelen zoals darmverstopping, belasting van de lever en uiteraard zijn verslavend karakter.

Liefhebbers van chocolade blijven er niet bij stilstaan dat chocolade een geïndustrialiseerd product is. De bonen worden gebroken, geroosterd en gemalen. Deze massa wordt geperst waardoor de cacaoboter vrijkomt. Dit is het vet van de cacaoboon dat rijk is aan verzadigde vetzuren. Daarna wordt de overgebleven massa opnieuw gemalen waardoor cacaopoeder ontstaat. Chocolade bevat theobromine, een stof die chemisch verwant is aan cafeïne, maar bevat daarnaast, net als koffie of thee, ook echte cafeïne en een weinig tannine of looizuur dat voor de wrange smaak zorgt. Tannine gaat een onoplosbare verbinding met ijzer aan. In chocolade wordt suiker verwerkt. De combinatie suiker en vet bemoeilijkt de vertering. Er zijn in chocolade stoffen aanwezig die gemakkelijk een allergische reactie uitlokken zoals tyramine en fenylethylamine.

Chocolade bevat serotonine, dit is een neurotransmitter, een stof die informatie overdraagt van de ene zenuwcel naar de andere. Een tekort zorgt voor allerlei nerveuze klachten, een teveel remt de eetlust af en verandert de voorkeur van koolhydraten in een aandrang om meer eiwit te eten. Men beweert dat depressieve mensen een sterke drang naar chocolade hebben. In feite heeft het uitgehongerde zenuwstelsel een sterke behoefte aan natuurlijke suikers maar deze drang naar zoet wordt vertaald naar chocolade en alles waar industriesuiker in verwerkt is. Deze geïsoleerde suikers, zowel witte als bruine riet- en bietsuiker verzwakken, wegens het ontbreken van vitaminen en mineralen, het zenuwstelsel nog verder. Chocolade heeft een sterk verslavende werking wat vermoedelijk te maken heeft met enkele stoffen die ook in drugs voorkomen, zoals onderzoekers beweren.

Het is een fabeltje dat zwarte chocolade gezond is en het is jammer dat ondoordachte therapeuten en consulenten, die de zoekende mens behulpzaam moeten zijn, daar in trappen. Het gaat hier om een pure commerciële inspiratie die de verkoopcijfers flink doen stijgen. Chocolade is een genotsmiddel en is per definitie niet gezond. Een laag gehalte aan chocoladeboter betekent minder schadelijke stoffen, dus hoe zwarter hoe slechter.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

20:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

10-10-13

Light producten een verstoring van de natuurlijke samenstelling

Stilaan begint men in te zien dat de jarenlange geprezen reclame voor light producten niets anders is dan een vorm van zelfbedrog. Het is een verkoopargument dat tegen iedere logica indruist en toch vrij lang stand heeft gehouden. Het is een grote dwaasheid voeding te herleiden tot calorieën en te koppelen aan een gezondheidsideaal. Voeding bestaat uit een complex geheel van stoffen die op elkaar inspelen omdat ze elkaar nodig hebben. Bij light producten is de natuurlijke samenstelling totaal verstoord en dat is niet zonder gevaar. Het bevestigt bovendien dat de verbruiker totaal geen inzicht heeft in de fysiologie van het menselijke spijsverteringsstelsel.

Voedingsmiddelen zijn samengesteld uit drie voedingsstoffen: eiwit, vet en koolhydraat. Deze worden omgezet in calorieën waarvan het vet de meeste calorieën levert, iets meer dan het dubbele van eiwit en koolhydraat. Bij light producten wordt het vet gereduceerd zodat de calorische waarde naar beneden wordt gedrukt. Bij zoete voedingsproducten worden de suikers vervangen door zoetstof. De verbruiker blijft er niet bij stilstaan dat, los van deze kunstmatige ingrepen, de natuurlijke samenstelling tussen de voedingsstoffen verstoord geraakt waardoor zowel de vertering als de stofwisseling in het gedrang komen. Al jaren wijzen we op de ernstige gevolgen hiervan.

Wij kunnen de natuurlijke voedingsmiddelen in twee groepen indelen. Sommige zijn rijk aan eiwit en vet, andere aan koolhydraten en water. Noten, zaden of pitten, maar ook kaas en vlees zijn inderdaad rijk aan eiwit en vet, terwijl fruit naast koolhydraat erg veel water bevat. Deze verbanden zijn erg logisch en noodzakelijk voor een optimale vertering. Eiwit en vet behoren bij elkaar en komen altijd samen voor, net zoals koolhydraat en water. Vet is, naast zijn belangrijke eigenschappen en functies, een afdoend hulpmiddel bij de vertering van eiwit. Vet houdt het eiwit langer in de maag onder invloed van het hormoon enterogastron, waardoor het enzym pepsine langer op het eiwit inwerkt en de aminozuren vrij maakt. Hierdoor ontstaat er een optimale eiwitvertering. Het voordeel van een efficiënte eiwitvertering is dat het organisme er minder van nodig heeft, waardoor er minder afvalstoffen vrijkomen. Minder eiwitverbruik betekent ook minder calorieën.

Door het vetgehalte te verlagen, zoals bij light producten, blijft het eiwit onvoldoende lang in de maag en ontstaat er een onvolledige vertering. Het niet of slecht verteerde eiwit dat in de darmen achterblijft, gaat vrij snel over in rotting en zorgt voor sterk ruikende darmgassen. Vrijgekomen gifstoffen verplaatsen zich via het bloed door heel het organisme. Eiwitvertering is altijd een zware opdracht voor de nieren. Door onvoldoende vertering wegens een te kort aan vet, is deze nierbelasting nog zwaarder. Men blijft er niet bij stilstaan dat een gedeelte van het geconsumeerd vet, niet verteerd wordt maar in de stoelgang terecht komt. Dit onverteerd vet zorgt voor een betere consistentie van de feces en functioneert als glijmiddel. Het op deze wijze afgevoerde vet levert geen calorieën op, maar zorgt wel voor een goede ontlasting. 

Kaas bestaat overwegend uit eiwit en vet, magere kaas bevat minder vet en geeft een onvoldoende eiwitvertering. Doordat de kaas onvoldoende lang in de maag blijft wordt het calcium, dat rijkelijk aanwezig is, onvoldoende vrijgemaakt. Een tekort aan calcium, wat leidt tot osteoporose, komt erg veel voor. Bovendien komt dit niet vrijgemaakte calcium in de dikke darm terecht en wordt met de stoelgang uitgescheiden, een gedeelte ervan kan ook de nieren belasten of voor nierstenen zorgen. Hetzelfde kan gezegd worden van magere vlees en vele andere light producten.

Koolhydraat of natuurlijke suiker is kwalitatief gezien de belangrijkste voedingsstof. We hebben er erg veel van nodig, namelijk 65% van alle calorische waarde wordt door koolhydraat geleverd. Natuurlijke suiker is het voedsel voor de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren. Van nature uit is het menselijke spijsverteringsstelsel afgestemd op koolhydraat. We hebben slechts één deel eiwit nodig, naast twee delen vet en vijf à zeven delen koolhydraat. Door vetarm te eten, is het lichaam verplicht om koolhydraat in vet om te zetten. Als koolhydraat door zoetstof wordt vervangen, mist het lichaam niet alleen zijn belangrijkste voedingsstof maar kan het onvoldoende vet aanmaken of net omgekeerd als er te weinig vet aanwezig is, kan het organisme geen koolhydraat aanmaken. Light producten schaden de gezondheid door het verstoren van het natuurlijk evenwicht.

De angst voor calorieën om te veel vet is absoluut ongegrond. Gezonde voeding bestaat op de eerste plaats uit voedingsmiddelen zoals ze in de tuin of op het veld groeien. Voedingsproducten, waartoe de light producten behoren, worden in de fabriek verwerkt en bevatten allerlei voedingsadditieven. Het veelvuldig en dagelijks gebruik van dierlijke voedingsmiddelen is nooit gezond. Niet alleen het dierlijk vet, ook het dierlijke eiwit is schadelijk voor de mens. Door het vetgehalte te reduceren, zoals bij light producten, maakt men het nog ongezonder. Als u dierlijke voedingsmiddelen beperkt, reduceert u eveneens de calorieën met behoud van de natuurlijke samenstelling. Gebruik daarom vette zuivelproducten, maar eet er minder van. Industriesuiker, die in veel voedingsproducten zit verwerkt, is helemaal niet gezond in tegenstelling tot natuurlijke suikers. Industriesuiker vervangen door synthetische zoetstof is even slecht, zo niet slechter. Vergeet niet dat de natuur enorm veel light producten aanbiedt: fruit, bessen, watervruchten, groenten, paddestoelen, melk en nog vele andere voedingsmiddelen zijn arm aan calorieën, vet en eiwit. Zij zijn licht verteerbaar, bevatten weinig calorieën, voldoende koolhydraat en zijn rijk aan natuurlijke vitaminen en actieve mineralen die de vitaliteit verhogen. Light producten is niets anders dan zelfbedrog.

Voor objectieve informatie voor voeding of een opleiding voor Voedingsconsulent, Gezondheidstherapeut, Herborist of Meester Herborist surf naar www.europeseacademie.be en natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

Jan Dries, voedingstherapeut

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

11:23 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-10-13

Tomaat Goed voor mannen en vrouwen

De tomaat staat bekend als dé ideale vrucht om de prostaat te beschermen tegen ontsteking, vergroting of prostaatkanker. Het is geen uitgesproken mannenvrucht, want ook voor vrouwen is de tomaat erg gezond. De tomaat is in de westerse keuken niet meer weg te denken. Iedereen waardeert zijn felrode kleur, zijn rijkelijk sap, zijn krachtig aroma en zijn frisse, licht zure smaak. De tomaat (Lycopersicon esculentum) behoort tot de plantenfamilie Solanaceae of de nachtschade en is botanisch sterk verwant aan de aardappel, de aubergine en de paprika. Nachtschade betekent dat deze vruchten rijpen zonder licht.

De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De wilde tomaat staat dicht bij de kerstomaat met zijn kleine vruchten. Pas in de 19de eeuw heeft de tomaat moeizaam de weg naar Europa gevonden. Tomaten doen het bijzonder goed in Zuid-Europa wegens de gunstige weersomstandigheden. De tomaat heeft een dun, maar sterk velletje dat moeilijk verteerbaar is. Daaronder bevindt zich de wand van de vrucht met het heerlijke rode vruchtvlees en drie holle ruimtes rond een kern, die iets lichter van kleur is, waarin de zaadjes in een geleiachtige substantie liggen opgeslagen.

De tomaat is een vrucht die niet tot de fruitsoorten, maar tot de groente wordt gerekend zoals de paprika, meloen, komkommer, courgette enz. Zij bevatten, in tegenstelling tot de fruitsoorten, weinig suiker (koolhydraat) en hebben geen zoete, maar eerder een hartelijke smaak. Tomaten worden op kamertemperatuur bewaard, in de koelkast verliezen ze aan smaakstoffen. Als men tomaten toch in de koelkast bewaart, laat ze dan enkele dagen op kamertemperatuur herstellen.

 

Kankerremmende werking

De tomaat heeft wel degelijk een kankerremmende werking die toegeschreven wordt aan het rode pigment ‘lycopeen’. Deze natuurlijke kleurstof is een lid van de uitgebreide familie van de carotenoïden die voor de gele, oranje en rode kleur van talrijke voedingsmiddelen zorgt. Bètacaroteen wordt omgezet in vitamine A, maar is geen lycopeen. De tomaat is kwantitatief gezien de belangrijkste leverancier van lycopeen en komt in andere vruchten slechts matig voor. Vet verbetert de opname van lycopeen, vandaar dat op een tomatensalade altijd een weinig olie wordt gebruikt.

In landen waar veel tomaten worden gegeten, komt minder prostaatkanker voor. Lycopeen is net als bètacaroteen een uitstekende antioxidant en stimuleert bepaalde enzymen die weefselgroei tegengaan. Lycopeen remt de hormonen af die verantwoordelijk zijn voor de overdadige groei van het prostaatweefsel en gaat de celgroei in het weefsel tegen. Men heeft vastgesteld dat lycopeen zich in het lichaam bij voorkeur in de prostaat opslaat en daar een beschermende functie uitoefent. Onderzoekers wijzen er op dat de tomaat niet alleen gunstig werkt bij prostaatkanker maar evenzeer bij andere vormen van kanker. De moleculaire processen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van verschillende soorten kankers lijken vaak op elkaar. De tomaat mag niet in het dieet ontbreken, zowel in de preventie van kanker als bij de ondersteuning van het genezingsproces.

Sommige onderzoekers gaan er vanuit dat het lycopeen gemakkelijker wordt afgegeven als tomaten gekookt of gebakken worden. Theoretisch is dat juist omdat de warmte de structuur opent en daardoor de inhoud sneller vrij geeft, maar verteren is een enzymatisch proces op lichaamstemperatuur. Kook- en baktemperaturen beschadigingen de lycopeen en alle nutriënten. In de literatuur wordt tomatenketchup vaak aanbevolen omwille van zijn hoge concentratie aan lycopeen, maar dat is geen goede oplossing. De tomaten zijn gekookt, gezoet met industriesuiker en bevatten voedingsadditieven. Het gehalte aan tomaat is bepalend voor de prijs. Goedkope tomatenketchup bevat weinig tomaten, veel vulstof en uiteraard kleur- en smaakstoffen. Laten we het liever zo natuurlijk mogelijk houden.     

 

Andere genezende werkingen

De tomaat is arm aan suiker (3,5%), maar bevat erg veel water (94%) en vooral veel kalium (297 mg/100 g), vandaar zijn waterafdrijvende en bloeddrukverlagende werking. De vitamine B7 (biotine) komt er rijkelijk in voor. Deze vitamine activeert de vet- en suikerstofwisseling en de productie van vetzuren, helpt bij de opname van vitamine C, die in de tomaat redelijk goed aanwezig is, zorgt voor de huid, het haar en de nagels en voor de zenuwen en het ruggenmerg. Vitamine B3 is eveneens in de tomaat goed vertegenwoordigd en zorgt voor de gezondheid van de huid, zenuwen en spijsverteringsorganen, verlaagt het cholesterolgehalte, verwijdt de bloedvaten en voorkomt premenstruele hoofdpijn. Vitamine B6 speelt als co-enzym een belangrijke rol bij de omzetting van aminozuren in neurotransmitters en biogene amines, vandaar de positieve invloed van de tomaat op het gevoelsleven.

De vitamine B9, beter bekend als foliumzuur, komt rijkelijk in tomaten voor. Foliumzuur is belangrijk voor zwangere vrouwen omdat deze vitamine de ontwikkeling van de zenuwcellen bij het embryo en de foetus regelt. Foliumzuur bevordert de vorming van de rode bloedcellen en voorkomt bloedarmoede. Tomaten worden in talrijke gerechten, sausen en soepen gebruikt. Wil men de genezende kracht benutten is het aan te raden de tomaat rauw of in de vorm van tomatensap te nuttigen. Er zijn vele soorten tomaten: de gewone ronde tomaat, de vleestomaten, de langwerpige tomaten, de trostomaten en de kerstomaatjes. Deze laatste staan nog vrij dicht bij de wilde tomaat en zijn bijzonder rijk aan voedingsstoffen en genezende inhoudsstoffen. Zij verdienen zowel in de keuken als in de voedingstherapie extra aandacht.

 

Tomatine

Tomatine is een defensieve alkaloïde die voornamelijk voorkomt in de wortel en de bladeren en die bij het rijpen helemaal uit de vrucht verdwijnt. Onterecht heeft men te lang de tomaat als nachtschade een bedenkelijke reputatie gegeven. Tomatine is een vrij onschuldige alkaloïde en is niet vergelijkbaar met die in tabak, belladonna, alruinwortel of de doornappel voorkomt.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:18 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-09-13

Het kan ook met minder vlees!

De vleesconsumptie staat sinds de hormonenmaffia sterk onder druk. Mensen lopen niet meer met het idee rond dat vlees nodig is om gezond te zijn. Alle voedingsdeskundigen zijn het er over eens dat de mens zonder vlees kan, hoe minder hoe beter! Het aantal vegetariërs is flink toegenomen en steeds meer mensen eten minder en vooral minder vaak vlees. Vlees hoeft niet meer alle dagen op tafel te komen. Toch zijn er nog altijd misverstanden rond het gebruik van vlees.


De mens is geen vleeseter.

Het wordt allemaal duidelijk als we het spijsverteringsstelsel van de mens vergelijken met dat van vleesetende roofdieren. Het vleesetend dier of carnivoor heeft een gebit dat gemaakt is om een prooi te doden, ook de klauwen spelen daarbij een rol. Het is opvallend dat een carnivoor zijn gebit maar in één richting kan bewegen. Planteneters en de mens bewegen hun gebit zowel verticaal als horizontaal. Het darmstelsel van de carnivoor is kort en glad omdat vlees, dat voornamelijk in de maag wordt ver-teerd, snel het darmstelsel moet verlaten om rotting in het warme spijsverteringsstelsel te voorkomen. De carnivoren dumpen hun uitwerpselen in een putje dat ze toedekken omwille van de giftige afvalstoffen. Er zijn nog andere eigenschappen. Zo zweten carnivoren niet maar transpireren via hun tong en voetzooltjes, de lever heeft een snellere bloeddoorstroming en meestal hebben deze dieren ook een sterk ontwikkeld reukvermogen. Er zijn talrijke wetenschappelijke vergelijkende studies gemaakt tussen carnivoren en de mens waaruit duidelijk wordt geconcludeerd dat de mens niet gemaakt is om vlees te eten. Dieren eten het warme vlees afkomstig van het pas gedode dier. Alleen aasgieren, die als opruimers fungeren, eten kadavers. De mens is anatomisch en fysiologisch niet in staat om vers, rauw vlees te verteren. Daarom maakt de mens gebruik van gebakken, gekookt, gestoomd of gebraden vlees of verwerkt in worst of andere vleeswaren. Vlees heeft voor de mens weinig smaak, vandaar dat vlees flink wordt gekruid. De vezelige structuur blijft gemakkelijk tussen de tanden hangen, bij carnivoren staan de tanden wijd uiteen, vandaar dat zij geen tandenstoker nodig hebben.


Vlees levert gifstoffen.

Vlees heeft in tegenstelling tot fruit, groenten of granen, geen ballaststoffen, dus geen vezels die opzwellen en de stoelgang bevorderen. Carnivoren hebben dat niet nodig omwille van het kort darmstelsel. Als mensen vlees eten verstoren zij hun spijsverteringsstelsel, de slecht verteerde vleesresten blijven te lang zitten in het lange darmstelsel van de mens. Er ontstaat rotting waardoor talrijke gifstoffen ontstaan en enorm veel bacteriën aangroeien. De moeilijke stoelgang heeft een onaangename geur. Het vlees van een rund blijft zes weken in de koelkamers voor het voor con-sumptie geschikt is, in vaktermen noemt men dat ‘afsterven’. In mensentaal betekent dit een toename van gifstoffen, bacteriën en andere ziektekiemen. Wie aan een stuk rauw vlees ruikt, ruikt het lijkengif dat in vlees aantoonbaar is. Vlees is snel bedorven, zowel voor als na de bereiding. Men hoort wel eens de opmerking dat oudere mensen toch goede vleeseters zijn. Wees daar voorzichtig mee. Vroeger lag de vleesconsumptie erg laag, bovendien heeft een rondvraag bij ouderen aangetoond dat zij matig vlees gebruiken of in combinatie met veel groenten. Grote hoeveelheden vlees vormen een zware belasting van het lichaam. Sterke mensen kunnen daar beter tegen dan zwakke. Bovendien speelt de levenswijze een grote rol. Mensen die fysiek veel inspanningen doen, zullen minder last hebben van de nadelen van vlees. De hoeveelheid en de frequentie speelt een doorslaggevende rol. Van vlees wordt men echt niet gezonder.


Dierenleed

Het vlees dat door de bio-industrie wordt geleverd is van lage kwaliteit. Dieren worden op een te korte periode vetgemest met voer dat voor een verhoogde stofwisseling moet zorgen. Er worden smaakstoffen toegevoegd om de eetlust te verhogen en antibiotica om ontstekingen te voorkomen. Het zijn zieke, zwakke dieren die met moeite het transport naar het slachthuis overleven. Dieren worden geboren om als koopwaar te dienen. Ze leven in gevangenschap en kunnen geen enkel ogenblik zichzelf zijn. Een natuurlijke omgeving ontbreekt volkomen. Dieren worden industrieel gedood en verwerkt. Wie een bezoek brengt aan de bio-industrie of een slachthuis en van dichtbij dit dierenleed heeft gezien, steekt nooit meer een stuk vlees in zijn mond. Een stuk vlees dat voor menselijke consumptie wordt gebruikt, is niets anders dan weefsel van een dood dier, dus een stuk lijk.


Visgebruik

Veel mensen denken dat vis beter is dan vlees. Dat is niet zo omdat vis sneller overgaat tot ontbinding. Op de vismarkt of een viswinkel ruikt men het bederf. Er ontstaat veel meer voedselvergiftiging met vis dan met vlees. Bovendien zijn de zeeën zodanig vervuild dat ze zware metalen en andere gifstoffen bevatten die zich hoofdzakelijk in het vetweefsel vastzetten. Visolie wordt wel eens geprezen omwille van de omega-3-vetzuren maar er wordt nooit verwezen naar de zware vervuiling. Bovendien komen omega-3-vetzuren in hogere concentratie voor in plantaardig voedsel zoals in lijnzaad, noten, zaden en pitten.


Vleesvervangers

Veel mensen en zelfs voedingsdeskundigen lopen vaak met het idee rond dat vlees vervangen moet worden, vandaar de grote keus in vleesvervangers of de sterke aanbeveling van peulvruchten. We zijn van nature geen vleeseters en hebben geen vlees en dus ook geen vleesvervangers nodig. Vlees wordt altijd gezien als de belangrijkste bron van eiwit. Eiwit is inderdaad onontbeerlijk voor de gezondheid. Alle plantaardige voedingsmiddelen bevatten eiwitten. Bij noten, zaden en pitten is dat in hoge concentraties, in fruit en groenten is dat weinig, maar daar worden dan wel grotere hoeveelheden van gegeten. Kaas, eieren en melk leveren eveneens eiwit. Bij het berekenen van vegetarische diëten valt het op dat er absoluut geen tekort is aan eiwit. Er is geen bezwaar tegen vleesvervangers of peulvruchten, deze zijn echter zwaar verteerbaar en belasten de vertering. Sojaproducten zijn erg geïndustrialiseerd en zijn totaal vreemd aan ons spijsverteringsstelsel zoals sojamelk die geen melk is of sojaroom die geen room is, leverworst zonder lever, enz. Er is geen bezwaar als men bij overschakeling naar een vleesloze voeding hier tijdelijk gebruik van maakt, maar het moet niet. Een vleesloze voeding geeft alles wat de mens nodig heeft. Bovendien wordt er meer aandacht besteed aan groenten, fruit, bessen, zuivelproducten, noten, zaden of pitten, met andere woorden het voedsel krijgt meer afwisseling, is aangenamer en ziet er anders uit. Het kan ook met minder vlees!


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:39 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-09-13

Spiegelneuronen

Als we naar een meeslepende film kijken krijgen wij de tranen in onze ogen bij het meeleven van een verdrietige scène. Andermans emoties maken deel uit van onszelf en kunnen onze eigen emoties worden. Het kost ons geen enkele moeite om dit te ervaren. Het gebeurt automatisch, intuïtief en grotendeels buiten onze wil om want onze hersenen doen het voor ons. Het succes van onze relaties en contacten hangt af van ons vermogen de gevoelens en gemoedstoestand van anderen te bespeuren. Hoe vaak voelen we inderdaad aan hoe anderen er aan toe zijn, ook al proberen ze dat te verbergen. We voelen verdriet achter een geveinsde glimlach en slechte bedoelingen achter een schijnbaar vriendelijk gebaar. Hoe doen we dat? 

De ontdekking van de spiegelneuronen in de jaren negentig van de vorige eeuw brengt meer duidelijkheid. Neuronen zijn zenuwcellen waaruit de hersenen en het zenuwstelsel zijn opgebouwd. Spiegelneuronen ‘spiegelen’ het gedrag en de emoties van mensen om ons heen, zodat die anderen als het ware deel van ons gaan uitmaken. De ontdekking van deze cellen kan een groot aantal van de raadselen van het menselijk gedrag verklaren. Spiegelneuronen helpen ons niet alleen onze medemens te begrijpen, maar leveren ook verrassend nieuwe antwoorden op eeuwenoude vragen: hoe heeft de evolutie geleid tot menselijke taal en hoe is ons lichaam gerelateerd aan onze denkwijze?


Praktijkgerichte leermethode

De ontdekking van de spiegelneuronen ligt aan de basis van de praktijkgerichte leermethode. Zoals u weet hechten we veel belang aan het visualiseren van kennis. Het demonstreren of iets voordoen door de docent is van groot belang, want ‘zien’ wordt omgezet in ‘doen’. Uit de biologie weten we dat jonge dieren naar de handelingen van hun ouders kijken en deze proberen na te bootsen. Als een docent een therapie voorstelt en de handeling demonstreert of een kruidenmengsel bereidt wordt deze waarneming door onze spiegelneuronen omgezet in eigen kennis. Hierbij speelt aanleg een belangrijke rol. In de mate dat de student zijn interesse toont zullen de spiegelneuronen krachtiger functioneren. Zo heeft men onderzoek gedaan bij pianisten, waaruit blijkt dat bij het horen van muziek, de spiegelneuronen actief werden. Bij niet-pianisten gebeurde er niets. Het aanleren van een beroep of vaardigheid heeft op de eerste plaats te maken met de genetische structuur, vandaar het grote belang van de typologie.

 

Typologie

De spiegelneuronen staan in verhouding met het genetisch patroon. Dit is logisch omdat bepaalde neuronen die sterk ontwikkeld zijn zich spiegelen, terwijl minder ontwikkelde neuronen dit niet doen, zoals in het voorbeeld van de pianist en de niet-pianist. Tegenover bepaalde persoonlijkheidsstructuren staan de bijhorende spiegelhormonen. Een emotioneel type, zoals iemand met een dominerend W-element, zal op emotioneel en intuïtief vlak specifieke spiegelneuronen hebben, terwijl een A-type over weer andere spiegelneuronen beschikt. De vzw Europese Academie is de enige school die over een grondige kennis en ervaring beschikt in verband met typologie. Bij de praktijkgerichte leermethode speelt de typologie eveneens een doorslaggevende rol. Door de ontdekking van de spiegelneuronen kunnen we de toepassingen van de typologie nog verder uitbreiden en verfijnen.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.been

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:27 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Vier elementenleer | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-09-13

Kiwi, een voedzame vrucht

De kiwi (Actinidia chinensis) is een klimplant die oorspronkelijk afkomstig is uit Zuid-China waar de vrucht ‘Yang Tao’ wordt genoemd. Het waren de missionarissen die de plant in het begin van de vorige eeuw naar Nieuw-Zeeland hebben gebracht waar ze uitstekend groeit en haar naam ‘kiwi’ heeft gekregen. Kiwi’s worden niet alleen in Nieuw-Zeeland maar ook in Australië, Israël, Frankrijk, Italië, Spanje en in Noord- en Zuid-Amerika in grote hoeveelheden geteeld. De kiwi is een ronde of langwerpige, bruinbehaarde vrucht met een zacht groen vruchtvlees dat rond een witte kern ligt en 1.500 zwarte zaadjes bevat. De kiwi behoort tot de groep van de climacterische vruchten, d.w.z. dat ze gemakkelijk narijpen zonder dat de harige schil verandert. Steenharde kiwi’s zijn na enkele dagen zacht en rijp. Kiwi is een plant die nauwelijks ziekten kent en meestal niet met pesticiden behandeld wordt.


Vitamine C

De kiwi levert 100 mg vitamine C per 100 g vruchtvlees op, dat is uitzonderlijk veel en wordt slechts door de rozenbottel, acerola en duindoornbes overtroffen. De goede eigenschappen van de vitamine C zijn algemeen gekend: versterkt de immuniteit, stimuleert de stofwisseling, houdt het bindweefsel gezond, is goed voor de aders en de hormoonhuishouding en brengt stabiliteit in het emotionele leven.

 

Chlorofyl

De groene kleur van de kiwi wijst op de aanwezigheid van chlorofyl. Chlorofyl zorgt in de plant voor de fotosynthese of het opvangen van licht. Deze groene kleurstof wordt vaak omschreven als het bloed van de plant en bezit talrijke gezondheidsbevorderende eigenschappen op moleculair en cellulair niveau zoals: sterk ontgiftende werking, verhoogt het aantal rode bloedcellen, zorgt voor een gezonde huid en gaat de strijd aan met vrije radicalen.

 

Calcium, magnesium en fosfor

De kiwi is rijk aan calcium, magnesium en fosfor, de drie bouwstenen van het bot. Deze vrucht helpt tegen osteoporose en andere botziekten. De combinatie van magnesium met vitamine C stimuleert dynamische processen in het lichaam zoals versterking van het zenuwstelsel en de hersenen en maakt iedereen stressbestendig. Magnesium voorkomt spierkrampen. De kiwi (24 mg per 100 g) en bananen (34 mg per 100 g) zijn twee vruchten die samen grote hoeveelheden magnesium leveren. De kiwi heeft een eiwitafbrekend enzym actinidine.

 

Kanker

De kiwi is een van de weinige vruchten die groen wordt als hij rijp is. De diepgroene kleur wijst op de aanwezigheid van grote hoeveelheden chlorofyl. Chlorofyl heeft een kankerremmende werking omdat ze kankerverwekkers bindt en daardoor uitschakelt. De celgroei zou afgeremd worden. Bovendien zijn er zoveel goede substanties aanwezig zoals vitamine C en magnesium dat de kiwi in een kankerdieet zeker niet mag ontbreken. Het sap van de kiwi verhindert de vorming van nitrosamine, een mogelijke kankerverwekkende stof uit nitraten. Flavonoïden, fenolzuren en carotenoïden leveren evenzeer een bijdrage in de strijd tegen kanker.

 

Het eten van kiwi’s

Een kiwi is rijp als het vruchtvlees bij zachte druk meegeeft. Te zachte kiwi’s zijn overrijp en gisten gemakkelijk. Bij het rijpen neemt de hoeveelheid chlorofyl af, maar onrijpe vruchten verteren niet. Een kiwi eet men als een gekookt eitje. Snijd de vrucht doormidden en haal met een lepeltje het vruchtvlees er uit. Kiwi kan gemakkelijk in fruitsalade gebruikt worden, tot moes gemixt of tot sap geperst. Kiwi’s zijn het hele jaar verkrijgbaar omdat er meerdere productielanden zijn. Kiwi’s laten zich niet tot jam of confituur bereiden omdat door de warmte het enzym dat verantwoordelijk is voor de binding wordt vernietigd. Kiwi’s worden altijd onrijp verkocht omdat ze gemakkelijk narijpen. Door ze in de koelkast te bewaren kan men het rijpingsproces afremmen. Door ze samen met een rijpe appel, peer of banaan in een plastic zak of aluminiumfolie te bewaren, zijn ze binnen 24 uur rijp. Sommige mensen zijn allergisch voor kiwi’s.

 

Kiwi tegen winterkwalen

De kiwi versterkt de immuniteit of het afweersysteem en zorgt er voor dat we beter bestand zijn tegen infectieziekten zoals verkoudheden, keel- en amandelontsteking, hoesten, bronchitis enz. De lange, donkere winter met zijn lage temperatuur belast onze gezondheid, men is weinig actief en komt minder in de buitenlucht. Door de klimatologische omstandigheden verzwakt de immuniteit en dat maakt ons vatbaarder voor winterkwalen. Om zich tegen de winterkwalen te beschermen zal men heel het jaar door fruit eten en er extra op letten om vanaf de nazomer meer gebruik te maken van een fruitontbijt en fruitmaaltijden of tussendoor grote hoeveelheden fruit te eten. De kiwi mag dan zeker niet ontbreken.

 

Kiwikuur

Een kiwikuur is ideaal als reinigingskuur in de lente, maar kan heel het jaar door. Alleen de winterperiode is er niet geschikt voor omdat men tijdens een reinigingskuur te veel afkoelt. Men kan kiezen voor een sapkuur of een monodieet. Bij een sapkuur perst men de kiwi’s tot sap en drinkt daarvan 1 liter per dag, afgewisseld met kruidenthee en/of water. Er wordt niets anders gegeten. Een kiwikuur werkt sterk reinigend, het lichaam wordt ontgift en de immuniteit versterkt. Een sapkuur duurt 3 à 5 dagen.

Bij een monodieet eet men driemaal per dag een hoeveelheid kiwi’s, niets anders dan kiwi’s. De hoeveelheid speelt geen rol maar men zal uiterst traag eten. Door traag te eten haalt men een hoog verteringsrendement en heeft men minder voedsel nodig. Een monodieet duurt 3 à 5 dagen en er wordt uitsluitend kruidenthee en water bij gedronken. Zowel een sapkuur als een monodieet is een goede inleiding om af te slanken. Om af te slanken is het aan te raden een evenwichtig dieet samen te stellen dat men gedurende een onbeperkte periode dagelijks kan gebruiken. Een afslankdieet dat in een bepaalde tijd het gewicht moet reduceren, kan wel helpen, maar het probleem begint nadien om dat ideaal gewicht te behouden.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 


 


 

 

10:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-13

Ananas en zijn uitzonderlijke geneeskracht

De ananas (Ananas comosus) behoort tot de familie van de Bromeliaceae, die duizenden leden telt, vooral bomen maar ook kamerplanten. Er is maar één soort onder deze grote familie, de bekende en geliefde ananas, die een consumptievrucht levert. De ananas wordt over heel de wereld gegeten en in vele tropische landen gekweekt. Oorspronkelijk komt de ananas uit Zuid-Amerika en werd al vrij vroeg gekweekt. De Indianen noemen deze vrucht ‘menure’ of ‘nana’ of ‘anana’. Nana betekent ‘kostelijke vrucht’. De Spaanse en Portugese veroveraars hebben de naam ‘ananas’ gegeven. De Engelsen spreken van ‘pine-apple’ omwille van de vergelijking met een dennenappel.

De ananasplant wordt ongeveer 80 cm hoog en bestaat uit een rozet van lange, smalle bladeren, meestal voorzien van scherpe stekels die het oogsten bemoeilijken. Uit het hart van de plant groeit een houtige bloeistengel waaraan zich honderd en meer bloemetjes vormen. Uit iedere bloem ontstaat een vruchtje, al deze vruchtjes vormen samen één vrucht want de ananas is een schijnvrucht. Iedere schub aan de buitenkant van de vrucht is een overgebleven vruchtbeginsel. Al deze bloemetjes vangen enorm veel licht op want de plant houdt van licht en warmte. De ananas is daardoor bijzonder rijk aan biofotonen of lichteenheden en heeft daardoor een hoge energetische waarde die het verterings- en stofwisselingsstelsel stimuleert.

De ananas is een niet-climacterische vrucht, dit wil zeggen dat ze niet narijpt. Deze vrucht bevat alleen suikers en geen zetmeel. De ananas wordt tegenwoordig nog uitsluitend met het vliegtuig vervoerd waardoor ze meestal rijp verkrijgbaar zijn. Een rijpe ananas smaakt zoet en heeft een heerlijk aroma. Vroeger werd er een onderscheid gemaakt tussen ananassen die met het vliegtuig of de boot werden vervoerd, vandaar ‘vliegananassen’ en ‘bootananassen’.

Een rijpe ananas herkent men aan de bruine punten aan de schubben, aan het kroontje aan de onderzijde geeft het vruchtvlees bij een lichte druk van de vinger mee en aan het heerlijke aroma. Bij een rijpe ananas kan men de kleinste blaadjes van de kroon, die het dichtst bij de vrucht staan, gemakkelijk lostrekken. De kleur van de ananas is afhankelijk van de variëteit. Het bruikbare gewicht van de ananas ligt ongeveer op 50% van het totaalgewicht.

 

Bromeline

De ananas staat bekend om zijn eiwitsplitsend of proteolytische enzym bromeline. Soortgelijke stoffen komen voor in kiwi’s en papaja’s. Bromeline is een enzym met een breed werkingsspectrum. We vermelden enkele gunstige werkzaamheden. Bromeline heeft een bloedverdunnende werking, reinigt de aders en voorkomt daardoor arteriosclerose, doet hoge bloeddruk dalen wat gunstig is ter voorkoming van een hartinfarct en hersenbloedingen. Bromeline heeft een gunstige werking op de darmen, vernietigt darmparasieten, helpt de eiwitsplitsing bij de vertering van eiwitrijke voedingsmiddelen, voorkomt verzuring en heeft een reinigende werking. Als de ananas voldoende zoet is, kan ze gebruikt worden bij een tekort aan maagzuur. Bij te weinig maagzuur verteert men moeilijk en blijft de maaginhoud te lang onverteerd op de maag liggen. Bromeline heeft een ontstekingsremmende werking die verlichtend werkt bij gewrichtspijnen en sinusitis.

Andere bestanddelen

Ananas is rijk aan natuurlijke suikers en bevat geen zetmeel, wat een voordeel is. De suikers worden direct opgenomen terwijl zetmeel eerst omgezet moet worden tot enkelvoudige suikers. Ananas behoort net zoals de banaan en de druif tot de suikerrijke vruchten. Het suikergehalte varieert van 13 tot 19%. Onrijpe ananassen smaken zuur. Ananas heeft een gunstige natrium/kalium verhouding, dit wil zeggen dat er zeer weinig natrium, maar vrij veel kalium aanwezig is. Kalium heeft een gunstige werking op de waterhuishouding en werkt bloeddrukverlagend. De ananas bevat 20 mg vitamine C per 100 gr wat relatief hoog is.

De ananas wordt vaak geprezen omwille van de aanwezigheid van het mineraal mangaan dat in verband wordt gebracht met de eiwit- en suikerstofwisseling en verwerking van het vet. De ananas levert verder bètacaroteen, dat als antioxidant werkt en vele andere goede eigenschappen bevat. De ananas is een bron van geneeskrachtige stoffen en wordt vaak ingeschakeld als ondersteunende behandeling bij kanker (voedingstherapie). Het onderzoek is nog niet afgerond. Er wordt vooral gewezen naar de bioactieve substanties of fytochemicaliën, dit zijn geneeskrachtige stoffen die ook in kruiden voorkomen. Ze hebben een specifieke genezende werking. De belangrijkste stoffen in de ananas zijn de fenolzuren, flavonoïden en biogene aminen.

Een verse ananas heeft een vochtafdrijvende werking en daarmee een grote invloed op de bloeddruk, oedemen en overgewicht.

Toepassingen

De ananas is een vrucht die zowel in de dagelijkse voeding als in de gastronomie erg gewaardeerd wordt, maar ook om af te slanken. Een monodieet, dit wil zeggen dat men gedurende drie à vijf dagen uitsluitend ananas eet, is doeltreffend. De werking zit voornamelijk in een betere eiwitvertering, verwerking van de vetten en het uitscheiden van het overtollige vocht. Daarom wordt ananassap veel gebruikt bij reinigingskuren.

Bij keelpijn of keelontsteking gorgelt men met ananassap. Het opdrinken van het sap of het eten van verse ananas versterkt de immuniteit en helpt bij alle ontstekingsziekten, maar vooral bij neusverkoudheid, bronchitis, artritis, maag- en darmontsteking. Er zijn mensen die bij het eten van ananas aften in de hun mond krijgen of dat bestaande aften agressief worden. Dat is vermoedelijk een reinigingsreactie omdat het lichaam gifstoffen via de mondslijmvliezen afgeeft. Bij niet zoete ananassen is dat vervelend. De mond kan men spoelen met een kopje kamillethee waarin een eetlepel honing is opgelost. Door de ananas in stukjes te snijden en met slagroom te mengen, neemt men de werking van de zuren weg. Het zuur lost zich immers op in het vet van de slagroom.

Gebruik uitsluitend verse, rijpe ananassen. Ananas uit blik is niet vers, bevat conserveringsmiddellen en is gezoet met industriesuiker. De ananas heeft veel te bieden op het vlak van voeding en gezondheid. Het is een natuurlijk medicijn met een grote genezende werking op vele terreinen. Geniet van deze heerlijke vrucht met zijn vitaliserende werking.

 

Jan Dries

www.europeseacademie.be

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

21:45 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-08-13

Parallelgeneeskunde // Wierookstokjes // Frambozen

Parallelgeneeskunde

Aanvankelijk werd het woord ‘alternatieve geneeskunde’ gebruikt om niet conventionele geneeswijzen te duiden. Dit begrip was niet alleen vaag, maar sloot de reguliere geneeskunde uit, m.a.w. de patiënt werd voor de keuze gesteld te kiezen tussen regulier of alternatief. Dat kan natuurlijk niet omdat medische hulp vaak noodzakelijk is. Daarom werd steeds meer voor het begrip ‘complementaire geneeskunde’ gekozen. Dit is een duidelijke verbetering omdat de patiënt aanvullend wordt behandeld. Naast zijn reguliere behandeling, indien nodig, kiest de patiënt voor een aanvullende therapie.  Het woord complementair houdt een vorm van ondergeschiktheid in. Vaak heeft de patiënt de indruk dat er altijd een reguliere behandeling nodig is om aanvullend te kunnen werken. Taalkundig gezien is dat ook zo. De Fransen spreken van ‘parallelgeneeskunde’. Parallel betekent samen of evenwijdig lopend, maar betekent ook evenwaardig. De patiënt heeft het recht te kiezen tussen therapieën die evenwijdig en dus ook evenwaardig zijn aan elkaar. Om dit acceptabel te maken, is het nodig dat de sector zich ontdoet van de vele alternatieve beoefenaars van speculatieve therapieën. Het standpunt van de overheid is dat een therapie wetenschappelijk moet onderbouwd zijn en dat het genezende effect ook wetenschappelijk aantoonbaar moet zijn. De natuurgeneeskunde voldoet aan beide voorwaarden. Dr. Goderis van de Universiteit van Leuven heeft aangetoond dat de Hippocratische geneeskunde, de basis van de moderne natuurgeneeskunde, wel degelijk wetenschappelijk onderbouwd is. Daarnaast zijn de genezende effecten van de natuurgeneeskundige therapieën wetenschappelijk aantoonbaar. Heel wat alternatieve therapieën berusten op suggestie. Er is niets tegen suggestietherapie maar dan moet men dat ook kunnen aantonen. De patiënt heeft recht op correcte informatie. Natuurlijke gezondheidszorg is een ruimer begrip en slaat op de zorg die door therapeuten, maar ook door consulenten, herboristen en andere hulpverleners wordt aangeboden vanuit een natuurgeneeskundige achtergrond.

 

Wierookstokjes zijn ongezond

Na internationaal onderzoek komt nu ook het VITO (Vlaamse Instelling Technologisch Onderzoek) tot de vaststelling dat geregeld wierookstokjes laten branden, kankerverwekkend kan zijn. Het is de federale overheid die op dit onderzoek heeft aangedrongen. ‘Wie een jaar lang twee keer per dag een wierookstokje brandt, zit in de gevarenzone’ klinkt het bij het VITO. De hoeveelheid benzeen in de stokjes is te klein om ze uit de handel te nemen. Volgens sommige herboristen zou het mogelijk zijn om gezonde wierookstokjes te produceren. Andere onderzoeken wijzen dan weer op zijn verslavende en verdovende werking. Wierook wordt immers gemaakt op basis van hars dat tot de familie van hasj behoort. Het gebruik van wierookstokjes is in de laatste twee decennia erg toegenomen, vooral in alternatieve middens. Sommige onderzoekers zien dit gebruik als een soort vlucht uit de werkelijkheid en wijzen er op dat er grote nood is aan zekerheid, zelferkenning en zingeving. Het gebruik van wierookstokjes kan helaas deze nood niet opvangen.

 

Framboos is de gezondste vrucht

De framboos is in de voedingstherapie altijd al een zeer geliefd voedingsmiddel geweest. Door zijn zachte structuur en vooral zijn grote natuurlijkheid, is deze vrucht bijzonder rijk aan biofotonen en heeft een hoge bio-energetische waarde. Dit komt omdat ze weinig of niet is veredeld. De bio-energetische waarde van deze bes ligt bijzonder hoog. Dat wordt nu door een onderzoek uit Wageningen bevestigd. Frambozen zijn enorm gezond, klinkt het.  De vruchtjes bevatten veel meer gezonde stoffen dan bijvoorbeeld tomaten, kiwi en broccoli, die al eerder door wetenschappers werden geprezen als zeer gezonde voedingsmiddelen. Dat beweren Nederlandse wetenschappers in het tijdschrift Bio Factors. De framboos bevat onder meer een geneeskrachtige stof, die in die hoeveelheden in geen enkel ander voedingsmiddel is gevonden. Ook bevat de framboos tien keer meer beschermende anti-oxidanten dan tomaten. Anti-oxidanten neutraliseren agressieve moleculen in het lichaam en voorkomen celbeschadiging. Het nadeel is dat frambozen erg duur zijn en slechts in kleine hoeveelheden tijdens een kort seizoen op de markt komen. De wetenschappers pleiten dan ook voor onderzoek naar de verhoging van de opbrengst per struik en naar verbetering van de smaak. Want lang niet iedereen vindt frambozen lekker. Deze wetenschappers vergeten echter dat het verhogen van de opbrengst en het veranderen van de smaak deze uitzonderlijke gezonde vrucht degenereert tot een doorsnee vrucht, waardoor deze uitzonderlijke eigenschappen sterk worden afgezwakt. De natuur is niet te verbeteren, wel te veranderen.

 

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

OPEN DAGEN OPLEIDINGEN EUROPESE ACADEMIE

 

Antwerpen-Deurne:

Campus Atheneum Deurne, Frank Craeybeckxlaan 22.

Donderdag, 5 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Maastricht:

Sint-Maartenscollege, Noormannensingel 50,
achterkant van het Centraal Station.

Zondag, 8 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Leuven:

Sint Pieterscollege, Minderbroedersstraat 13.
Ingang, metalen zwart hek, parkeren kan op de speelplaats.

Zaterdag, 14 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Gent:

KaHo Sint Lieven, Gebroeders de Smetstraat 1.

Dinsdag, 17 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

KENT U FAMILIELEDEN OF VRIENDEN DIE BELANGSTELLING HEBBEN VOOR DE NATUURGENEESKUNDE MAAK HEN DAN ATTENT OP DEZE OPEN DAGEN.

 

21-08-13

De HPU-urinetest Een ontdekking in de klinische ecologie

HPU is de status waarbij het lichaam een bepaalde stof, HPL-complex genaamd, in de urine uitscheidt. Deze uitscheiding, die bij belasting toeneemt, gaat gepaard met verlies van voornamelijk zink en pyridoxaal (actieve vitamine B6). HPU komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor. De afkorting staat voor hemopyrrollactamurie en is vernoemd naar het stofje dat bij patiënten in de urine wordt gevonden, namelijk hemopyrrollactam-complex. Deze chemische verbinding wordt niet op een andere plaats in het lichaam terug gevonden en is vermoedelijk een afvalproduct van de stofwisseling dat via de urine wordt uitgescheiden.

Een sterke uitscheiding van deze stof wijst op een verstoring in het lichaam. Het ziektebeeld dat hierbij kan horen, wordt porfyrinurie genoemd, omdat tijdens perioden van emotionele of fysieke belasting naast pyrrolen ook andere tussenproducten van de heemsynthese, zoals coproporfyrines, worden uitgescheiden. Zowel bij stress als bij fysieke belasting zoals griep, brandwonden of darminfectie, zal de uitscheiding verhogen. Aangezien een tekort aan vitamine B6 de opname van zink, chroom en in mindere mate ook mangaan en magnesium, sterk vermindert, zou men ook van een vitamine B6 deficiëntie kunnen spreken. Vitamine B6 is ook betrokken bij de productie van vitamine B3 uit tryptofaan. Ook deze vitamine is bij HPU verlaagd.

Het is belangrijk dat het voedsel rijk is aan alle vitale stoffen en zeker aan B6 en B3. Zink komt in de meeste voedingsmiddelen rijkelijk voor. Het probleem stelt zich vaak op stofwisselingsniveau en wordt onvoldoende opgenomen of verwerkt. Deze tekorten zijn gekoppeld aan de productie van een groep chemische verbindingen die pyrrolen worden genoemd. Ongeveer 10 à 15 % van de bevolking heeft een verhoogde uitscheiding van HPL. De symptomen zijn vaag en weinig specifiek zoals een bleek uiterlijk, spierspasmen, rillingen en koorts, spierzwakte in de armen, vermoeidheid, neiging tot depressiviteit, hoofdpijn, lage bloeddruk of vochtophoping. Het is niet mogelijk om vanuit deze en vele andere symptomen met zekerheid vast te stellen of men aan HPU lijdt. Mensen met een glutenovergevoeligheid, een verlaagd histaminegehalte, een sterk schommelde suikerspiegel of hormonale problemen hebben een grotere kans om aan HPU te lijden.

Met behulp van een laboratoriumtest kan HPL in de urine worden aangetoond. Hiervoor is een kleine hoeveelheid urine, waar een conserveermiddel aan toe wordt gevoegd, voldoende. De test werd ontwikkeld door Dr. John Kamsteeg, biochemicus en wordt uitgevoerd in het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum in Weert (NL).

Indien deze test aantoont dat men aan hemopyrrolurie lijdt, zal men als arts of therapeut naar de oorzaak zoeken en ook rekening houden met mogelijke uitlokkende factoren. Naast familiale aanleg (dispositie), ligt de oorzaak van veel ziekten in een verkeerde voeding, een onnatuurlijke levenswijze (expositie) en ongunstige milieu-invloeden. De natuurgeneeskunde biedt een ruim gamma van therapeutische mogelijkheden die ook bij deze ziekte zinvol kunnen worden toegepast.

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be


14:48 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-08-13

NORDIC WALKING, Een doeltreffende bewegingstherapie

In een natuurgeneeskundige praktijk wordt altijd gevraagd naar het bewegingspatroon van de patiënt. Beweging is belangrijk omdat daardoor via het spierstelsel, de ademhaling en de bloeddoorstroming het hele organisme wordt geactiveerd. Bloed voert warmte, zuurstof en voedsel aan en voert gifstoffen af. De werking van de dikke darm is afhankelijk van de lichamelijke beweging. Wie beweegt, denkt minder, ontspant zijn geest en is beter bestand tegen stress. Nordic Walking, hierna N.W, is wandelen met aangepaste stokken en een vorm van bewegingstherapie waarbij 400 spieren worden gebruikt.

Wie op zoek is naar gezondheid moet beseffen dat zijn eigen bijdrage een doorslaggevende rol speelt. Dat wordt te vaak vergeten omdat de patiënt te veel van zijn arts of therapeut verwacht of van het aanbevolen middel. Hippocrates leert ons dat de geneeskracht in ieder levend wezen aanwezig is en dat het de bedoeling is van iedere therapie de zelfgenezende kracht te stimuleren. Het belang van beweging is in de strijd tegen zwaarlijvigheid overgenomen door de reguliere gezondheidszorg. Het gebrek aan beweging remt onvermijdelijk de vitaliteit af. Op elke hoek van de straat vindt men tegenwoordig een fitnesscentrum waar op allerlei toestellen de spieren worden geoefend, maar ook vaak gepijnigd. Allerlei vormen van beweging- en danstechnieken moeten de overtollige kilo’s doen verdwijnen en een slanke lijn garanderen. Fietsen heeft nog nooit zoveel belangstelling gekend. Lopen, joggen en snel wandelen zijn maar enkele voorbeelden waaruit men een keuze kan maken. Er is ongetwijfeld een overaanbod aan bewegingsmogelijkheden. Of al deze vormen van beweging op de juiste manier worden beoefend en een bijdrage leveren aan de gezondheid kan betwijfeld worden. Bewegen is een modetrend geworden en is flink gecommercialiseerd.

N.W mag op het eerste gezicht het zoveelste modeverschijnsel lijken in de wereld van beweging en fitness, toch werd hier een uitzonderlijke bewegingstechniek ontwikkeld. De wandelaar gebruikt twee stokken die op skistokken lijken. Hij duwt zich met deze stokken ritmisch voort volgens een vast coördinatiesysteem. Het wandelen kost hierdoor minder moeite terwijl de snelheid van het wandelen en de afgelegde afstand worden verhoogd. Met minder lichamelijke inspanning wandelt men sneller en langer. N.W wordt zowel op vlak terrein als in de bergen toegepast.

N.W is toevallig ontstaan in Finland als trainingsmethode voor langlaufen tijdens de zomer. Om in de winter goed getraind te zijn, ging men in de zomer oefenen zonder sneeuw. Ook bergwandelaars gebruikten wandelstokken als hulpmiddel tijdens hun moeilijke wandeltochten. Vanuit deze achtergrond is in het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw N.W ontstaan. Het grootste succes werd geboekt in Zuid-Tirol, het paradijs voor bergwandelaars. Daar maakt zeker 80 procent van de wandelaars gebruik van N.W. In 1992 en 1993 verschenen de eerste studies over het uithoudingsver-mogen. In 1997 stelt een Fins bedrijf de uit carbon vervaardigde uiterst lichte stokken voor. Duitsland telt dan 2.000 wandelaars. In 2002 groeit dit aantal uit tot 50.000, een jaar later telt men er 750.000 en op dit ogenblik zijn het er meer dan 5 miljoen. In Finland, het geboorteland van de N.W, zou 1/3 van de bevolking regelmatig met stokken wandelen.

Dit grote succes is zeker niet te wijten aan de publiciteit, want in de grond heeft men niet meer nodig dan een paar verstelbare stokken. Onderzoek heeft uitgewezen dat door op deze manier te wandelen ongeveer 400 spieren worden gebruikt, niet alleen de beenspieren, maar vooral de spieren van het bovenlichaam. Bij N.W ontlast men heup-, knie- en voetgewrichten en wordt er minder druk op de wervelkolom uitgeoefend. Omdat zoveel spieren bij het wandelen zijn betrokken, ontstaat er een sterk verbeterde bloeddoorstroming alsook een normalisering van de bloeddruk, activering van de lymfevaten en de bloedbanen. De zuurstofopname wordt er door verhoogd, de spieren nemen meer zuurstof op en het bloed geraakt sneller verzadigd. Ook de longcapaciteit wordt er door vergroot. Uiteraard heeft een dergelijke ingrijpende beweging een gunstige invloed op de stofwisseling. Er ontstaat een grotere verbranding van calorieën, de cholesterolspiegel en bloedvetten worden er door verlaagd. Er ontstaat een verhoging van de musculaire enzymen en een regulatie van de hormonen. Bewegen in de natuur werkt ontspannend, fysieke inspanning belet het denken met een gunstige afbouw van adrenaline en noradrenaline tot gevolg.

Deze veelzijdige en positieve invloeden op lichaam en geest hebben ongetwijfeld een therapeutische werking. Na een algemeen gevoel van welbehagen en globale ondersteuning van de gezondheid zijn er talrijke indicaties waar N.W als bewegingstherapie kan aanbevolen worden. We bespreken de belangrijkste.

  • Spierspanningen: vooral spierspanningen in nek- en schoudergebied, schedelrand en schedel. Deze spierspanningen veroorzaken gemakkelijk spanningshoofdpijn.
  • Aanhechtingspunten van de spieren: dit zijn bij overbelasting of bij stress gebieden die vaak pijnlijk zijn. N.W kan dit voorkomen of verbeteren.
  • Lichaamshouding: door N.W toe te passen krijgt men een betere lichaamshouding en beweegt men stabieler. Voor patiënten met een onzekere stap is N.W aan te bevelen.
  • Artrose: slecht functionerende gewrichten door onvoldoende doorbloeding en verstoring in de kalkstofwisseling worden door N.W soepeler.
  • Revalidatie: na een heupoperatie of andere ingreep kan revalidatie goed gecombineerd worden met N.W.
  • Hart- en vaatziekten: cardiologen hechten veel belang aan beheerste beweging en daarvoor is N.W uiterst geschikt. Er worden geen zware inspanningen geleverd, integendeel, de stokken verlichten de inspanningen.
  • Ademhalingsproblemen: of het nu om astma, bronchitis of longaandoeningen gaat, wandelen in open lucht is altijd aan te bevelen.
  • Stofwisselingsziekte: N.W is een positieve impuls bij suikerziekte, maar kent ook een gunstige invloed bij andere stofwisselingsproblemen zoals onregelmatige bloedsuikerspiegel, problemen met de vetstofwisseling, kalkstofwisseling enz.
  • Verzuring: het lichaam is bij de meeste mensen licht tot zwaar verzuurd. Beweging helpt het lichaam ontzuren.
  •  Fibromyalgie: de spieren zijn bij deze patiënt aangetast waardoor de minste inspanning pijn veroorzaakt. Gewoon wandelen vraagt te veel inspanning, vandaar dat N.W beter geschikt is. Men wandelt volgens eigen ritme en bouwt de spierbewegingen weer langzaam op.
  • Osteoporose: gebrek aan beweging heeft een ongunstige invloed op de kalkhuishouding en de vorming van de botten. Wie aan osteoporose lijdt moet voorzichtig zijn bij het beoefenen van sport omdat de geringste val voor breuken kan zorgen. Bij N.W steunt men op beide stokken en is wandelen veel veiliger.
  • Vitaal ouder worden: N.W is geschikt voor mensen met een flinke leeftijd. Wandelen met stokken biedt grote zekerheid en een goede ondersteuning.

De efficiëntie van N.W is wetenschappelijk onderzocht. Een studie uitgevoerd door het Cooper Instituut in de VS heeft aangetoond dat zowel het energie- als het zuurstofverbruik 20% hoger ligt dan bij de gewone wandelmethode met hetzelfde tempo en dezelfde afstand. Met minder moeite verbrandt men meer calorieën en is er een hoger verbruik van zuurstof waardoor via de ademhaling meer zuurstof wordt uitgeademd.

Aan de Technische Universiteit München werd aangetoond dat N.W naast de hier al beschreven voordelen leidt tot ontlasting van de gewrichten en de wervelkolom. Dr. Ernst Jacob heeft zich gespecialiseerd in sportgeneeskunde en beweert dat N.W zeer geschikt is voor oudere mensen, bij revalidatie, fibromyalgie en osteoporose. N.W is ongetwijfeld een uitstekende bewegingstherapie met een ruim werkingsspectrum.

Het gaat hier om een vrij eenvoudige techniek. Toch wordt aangeraden dat N.W onder de leiding van een monitor of trainer wordt aangeleerd. Het is vooral de juiste coördinatie die doorslaggevend is en daar hebben veel mensen het bij aanvang niet gemakkelijk mee. De rechtervoet wordt afgestemd op de linker stok en omgekeerd. De beoefenaar bouwt hiermee een vast wandelritme op en spaart op deze manier veel energie uit.

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:54 Gepost door Jan Dries in Bewegingstherapie, Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-08-13

VOEDING EN KANKER

Het is al lang bekend dat fruit en groenten gezond zijn, preventief werken en kanker kunnen tegenhouden. Het Wereldfonds voor Kankeronderzoek heeft een lijst samengesteld van 20 voedingsmiddelen, waarvan 19 van plantaardige oorsprong en waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen kanker. Het is de bedoeling dat deze of een deel ervan regelmatig op het menu voorkomen en de voorkeur genieten om rauw gegeten te worden. Voor de toekomstige V.G.L.-Consulent is deze lijst zeker niet vreemd, het zijn voedingsmiddelen die in de bio-energetische voeding hoog in het vaandel staan. Een wereldorganisatie kan het zich niet veroorloven om onjuistheden of onvolmaaktheden te verspreiden. Het onderzoek is zeer grondig gebeurd en steunt op de vele duizenden onderzoeken overal in de wereld. Er ontbreken nog belangrijke voedingsmiddelen op deze lijst, maar dat komt omdat de onderzoeken nog niet zijn afgerond. Opvallend is dat veel aandacht is gegaan naar groenten, terwijl juist fruit zo belangrijk is in de strijd tegen kanker. We denken hier aan ananas, avocado, passievrucht en amandelen die nog niet op de lijst staan. Indien men deze voedingsmiddelen gebruikt volgens een aantal voedingsregels zoals de juiste voedselkeuze, het zuur-base evenwicht, de voedselcombinaties en de regels van de rauwkostvoeding respecteert, en uiteraard – binnen een natuurlijke levenswijze - heeft men minder kans slachtoffer te worden van kanker. Slaat de ziekte toch toe, dan heeft men meer kans om te genezen. 

Rode en gele paprika

Zijn zeer rijk aan vitamine C. Men hoeft niet per se paprika te eten om voldoende vitamine C binnen te krijgen. In een voeding waar voldoende fruit en groente worden gegeten doet dit probleem zich niet voor. De groene paprika is onrijp.

Waterkers

Is in de gastronomie een erg gewaarde groente die helemaal in het water groeit. Waterkers is erg gezond, rijk aan vitamine van het B-complex, bevat veel ijzer en calcium en zelfs vruchtensuiker. Onderzoekers gaan er vanuit dat waterkers preventief werkt tegen kanker. Tuinkers is min of meer hieraan verwant en biedt door zijn fijne structuur een hoge bio-energetische waarde.

Broccoli

Het is algemeen bekend dat broccoli door zijn zwavelsubstantie kankercellen kan vernietigen. Het is een bekend preventief middel. Broccoli kan rauw gegeten worden met een dipsausje. Het is voor dit doel beter een kleine hoeveelheid rauw te eten in plaats van grote hoeveelheden te koken. Sommige onderzoekers beweren dat door het koken bepaalde stoffen beter worden vrij gegeven wat onzin is, wij eten geen stoffen, maar voedingsmiddelen die stoffen bevatten.

Wortelen

Wortelen zijn rijk aan bètacaroteen. Wil men deze stof opnemen, dan is een mechanische verfijning nodig zoals raspen. Mensen die veel wortelen uit het vuistje eten krijgen een bruine huid omdat de caroteen zich via de huid afzet in plaats van opgenomen te worden.

Tomaten

Deze prachtige rode vrucht wordt in Hongarije ’liefdesappel’ genoemd. Ze behoort tot de nacht-schadigen en is een watervrucht of de vrucht van een slingerplant. Aan de tomaat worden veel goede eigenschappen toegeschreven, zij heeft een sterk ontzurende werking en is uiterst geschikt voor reumapatiënten. Onderzoekers menen te weten dat de tomaat preventief werkt bij prostaatkanker.

Kool

De kool behoort tot dezelfde familie als spruitjes en broccoli en is al langer bekend om zijn preventieve werking bij kanker. Kool is rauw zeer smakelijk als hij fijn wordt geschaafd en gedurende een uur afgedekt in de koelkast in een olie-azijnsausje laat trekken. Zuurkool is, omwille van de melkzuren, eveneens een erg gezonde vorm om kool te gebruiken

Spruitjes

Gekookt zijn spruitjes nogal zwaar, net als gekookte kool. Probeer ze eens rauw, men heeft er weinig van nodig en ze zijn heel smakelijk.

Spinazie

Spinazie is een donkergroene bladgroente die rijk is aan vitamine C en redelijk veel ijzer bevat. Spinazie kan men fijn hakken en onder aardappelpuree vermengen. Wat rauwe spinazieblaadjes mogen niet ontbreken bij een slamengsel. 

Knoflook

Knoflook is een erg gewaardeerd kruid zowel in de keuken als in de kruidengeneeskunde. Knoflook staat vooral bekend voor zijn sterk antibiotische werking en wordt daarom veelvuldig gebruikt bij infectieziekten. Knoflook helpt celbeschadiging tegen te gaan.

Ui

Ui is een prachtig kruid dat, vooral rauw, erg geliefd is in de keuken. Ui heeft talrijke goede eigenschappen. Het verbetert de doorbloeding, normaliseert de bloeddruk en zijn zwavelverbindingen werken preventief bij kanker. Knoflook en ui zijn minder geschikt voor mensen met gevoelige darmen omwille van de mosterdolie.

Aardbei

Naast vitamine C bevat de aardbei flavenoïden, een stof die de groei van kankercellen helpt verhinderen. De aardbei heeft een lage calorische waarde en is daarom zeer geschikt bij afslankdiëten. Men moet wel de voorkeur geven aan biologisch geteelde aardbeien want het is een veel bespoten vrucht.

Kiwi

Kiwi is de beste bron van vitamine C. Deze klimplant kent geen ziekten en haar vruchten, als ze ten minste goed rijp zijn, hebben veel te bieden.

Mango

Mango is een prachtige vrucht met een grote pit waaraan het vruchtvlees zich vasthecht. Onder de groene, gele of oranje schil zit een smakelijk oranje vruchtvlees dat rijk is aan vitamine C en E. Ook het aroma van de mango is heerlijk.

Sinaasappel

De sinaasappel is de meest gebruikte vrucht uit het zuiden. Er zijn veel soorten en kwaliteiten. Ze is een belangrijke bron van vitamine C en wordt daarom erg veel gebruikt in de vorm van sinaasappelsap. Vooral vers geperst sap is erg gezond.

Olijfolie

Olijfolie wordt erg gewaardeerd omwille van zijn hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren die de eigenschap hebben de slechte cholesterol naar beneden te drukken. In het zuiden waar meer olijfolie wordt gebruikt, komen veel minder hart- en vaatziekten voor alsook minder kanker.

Zonnebloempit

De zonnebloempit bevat, net als de pompoenpit, onder meer omega-3 vetzuren en kent een aantal goede eigenschappen. Ze is eveneens rijk aan vitamine E.

Braziliaanse noot

Deze noot wordt aanbevolen omwille van het seleniumgehalte, zijn goede vetten en zijn rijkdom aan mineralen. De kokosnoot is bijzonder rijk aan selenium. Er wordt een verband gelegd tussen een tekort aan selenium en het ontstaan van borstkanker.


Op de lijst komen verder nog de zoete aardappel, volkoren brood en zalm voor. Er is weinig verschil tussen de zoete en de gewone aardappel. De aardappel kan rauw worden gegeten maar heeft dan weinig smaak. Gekookt heeft de aardappel de eigenschap waterafdrijvend te zijn en is bovendien een goede bron van kalium. Vooral mensen die gemakkelijk vocht vasthouden doen er goed aan om aardappelen te eten in plaats van graanproducten die juist vocht vasthouden. Brood is dood, ook volkorenbrood, en hoort zeker niet thuis op een lijst van kankerwerende voedingsmiddelen. Brood is een delicatesse dat ook binnen een gezonde voedingswijze voor de fantasie wordt gegeten. Brood heeft door zijn hoge baktemperatuur geen gezondheidsbevorderende eigenschappen. Waarom zalm als enig dierlijk voedingsmiddel op deze lijst voorkomt, is vreemd. Men geeft als goede eigenschap de aanwezigheid van omega-3 vetzuren aan. Men hoeft daarvoor geen zalm te eten, deze vetzuren vindt men in alle oliehoudende plantaardige voedingsmiddelen.   

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

15:31 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-07-13

RUGKLACHTEN, behandelen volgens de DSR-methode

Volgens wetenschappelijk onderzoek heeft 80 % procent van de volwassen Westerse bevolking vroeg of laat te maken met rugklachten. Ook schoolgaande kinderen hebben er al last van. Volgens een studie uit Québec klaagt liefst 35% van de negenjarigen af en toe over rugpijn. Tussen 13 en 16 jaar heeft 50 % van de jongeren één keer per maand last van rugpijn. Nochtans bewegen jonge kinderen spontaan op een natuurlijke manier. Dit is een aanwijzing dat rugklachten inherent zijn aan de moderne levenswijze en dat ook daar de oorzaak en vooral de uitlokkende factoren moeten gezocht worden.

De rug is opgebouwd uit een aantal onderdelen die samen één geheel vormen en nauw met elkaar samenwerken: wervels, tussenwervelschijven, ribben, het bekken, spieren en zenuwbanen. In het midden van elke wervel zit een opening waar het ruggenmerg doorloopt. De wervels zijn niet recht op elkaar gestapeld, maar vormen een kromming. Tussen twee wervels in bevindt zich de tussenwervelschijf of discus die ervoor zorgt dat de wervelkolom beweegt en de schokken opvangt. Het geheel wordt samengehouden met spieren die voor de beweeglijkheid van de wervelkolom zorgen. De rug heeft van nature een beweeglijke structuur en kan buigen, draaien, draagt het lichaamsgewicht alsook datgene dat wij in onze armen dragen. Ondanks deze sterke constructie lijden nog zoveel mensen aan rugklachten.

Er zijn aantoonbare oorzaken van rugklachten, maar deze zijn beperkt. Men kan er met grote zekerheid vanuit gaan dat 90 % van de rugklachten veroorzaakt wordt door stress, emotionele aandoeningen en psychische spanningen. Dit is gemakkelijk verklaarbaar. In een stresstoestand of bij negatieve emoties spannen wij spontaan de spieren en laten die weer los zodat de stressor weg is. Omdat mensen voortdurend onder stress leven, worden de spieren onvoldoende los gelaten en blijven ze min of meer gespannen waardoor er een soort stijfheid of verkramping optreedt. Men merkt dat aanvankelijk niet, maar het heeft wel invloed op de zithouding, het bewegen, het tillen van zware voorwerpen of lasten. Zelfs sporten, dat op zich goed is voor de rug, doet dan meer slecht dan goed.

Omdat de spieren door stress of negatieve emoties gespannen zijn, komt heel de wervelkolom onder druk te staan. De druk van de wervels zet zich op de tussenwervelschijven zodat de soepele en buigzame rug strak en moeilijk beweeglijk wordt. Iedere beweging, zithouding, rechtstaan, dragen of tillen verhoogt deze druk en belast de rug. Op het ogenblik dat de rugpijn of nekpijn zich manifesteert, is er meestal nog geen sprake van slijtage of uitstulping van een tussenwervelschijf, maar door het niet tijdig ingrijpen nemen rugklachten een chronische vorm aan. Dan stelt de arts, aan de hand van röntgenfoto’s, vast dat er onherstelbare slijtage aan een of meerdere wervels is opgetreden of dat er beschadigde tussenwervelschijven voorkomen met druk op een zenuw. Dit veroorzaakt de diepingrijpende pijn of pijnscheuten die optreden bij een onjuiste beweging.

Meestal beveelt men rust en ontspanning aan omdat medicijnen de strakke rugspieren niet kunnen versoepelen. Spierontspanners werken onvoldoende en hebben bovendien nevenwerkingen. Een pijnstiller maakt de pijn draaglijk maar biedt verder geen oplossing. Allerlei aangepaste houdingen en technieken bij dragen en tillen helpen de pijn te voorkomen, maar de rug blijft gespannen. Het is vreselijk moeilijk om zich met een pijnlijke rug te ontspannen, bovendien worden rugklachten bijna altijd door spanningen veroorzaakt. Dat maakt dat de ruglijder in een vicieuze cirkel terecht komt.

Rusten, insmeren met St. Jansolie, een warme kruik of een appelpitkussentje bieden verzachting maar zijn uiteraard onvoldoende om de rug weer gezond te maken. De DSR-methode (Dermasegmentale Reflexologie) is een uitstekende therapie om rugpijn, maar ook alle klachten die door rugpijn worden uitgelokt definitief op te lossen. DSR steunt op een speciale massagetechniek, ook dieptemassage genoemd, omdat er in de diepte wordt gewerkt. Men behandelt de huid, het spierweefsel, het bindweefsel en het bot. Hierdoor ontstaat een verhoogde doorbloeding en dat betekent warmtetoevoer naar de spieren die hierdoor hun elasticiteit terugvinden. Daarnaast wordt zowel links als rechts van de wervelkolom diepgaand gewerkt en wordt iedere wervel met een aangepaste handgreep behandeld. Het spierweefsel wordt vanaf de schedelrand tot in het bekken weer gezond gemaakt, maar ook de voorkant van het lichaam behoort tot het te behandelen terrein. Borst- en buikspieren, waar vaak zware spanningen op zitten, veroorzaken rugklachten. Een opgezette buik, door te veel gassen in de darmen, heeft een grote invloed op het ontstaan en instandhouden van rugklachten.

Het behandelen van rugklachten is bij DSR een totale behandeling die verder gaat dan enkel en alleen de rug of een deel ervan. DSR maakt iedere vorm van manipulatie overbodig. Manipulaties zorgen voor een vrij snelle verlossing van de pijn maar nemen de oorzaak niet weg want dat zijn de spierspanningen, de stress of emotionele aandoeningen.

DSR heeft een diepgaande werking, niet alleen op het spierweefsel, maar op het hele organisme. De huidsegmenten zijn immers via de ruggenmergzenuwen verbonden met alle organen en weefsels. DSR heeft bovendien een gunstige invloed op het autonome zenuwstelsel dat instaat voor de regeling van alle functies in het menselijk lichaam. Door stress en emoties geraakt juist dit zenuwstelsel in de war, waardoor functiestoornissen ontstaan. Een DSR behandeling zorgt voor een totale aanpak van de patiënt.

Stress zorgt voor nekklachten, cervicale hoofdpijn, spanningshoofdpijn, duizeligheid, oorsuizingen, sinusitis, kaakproblemen (tandenknarsen), druk op de borstkas, ademhalingsproblemen, schouderpijnen, tenniselleboog, tintelende vingers, carpaaltunnelsyndroom, darm- en blaasklachten en slechte doorbloeding in de benen. DSR is dus niet alleen geschikt voor het behandelen van rugklachten met lumbago, hernia of ischias maar kan zorgen voor een totale genezing. Een behandeling duurt 30 minuten, een reeks van 10 behandelingen is noodzakelijk. DSR wordt toegepast bij alle soorten klachten maar helpt zeer goed bij stress, depressie, slapeloosheid en innerlijke onrust. DSR is te combineren met zowel reguliere als alternatieve therapieën. Er zijn slechts enkele contra-indicaties.

DSR is een beschermde therapie en wordt uitsluitend beoefend door gezondheidstherapeuten, opgeleid aan een van de vier scholen van de Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg. De gezondheidstherapeut is de beoefenaar van de natuurgeneeskunde en biedt een brede waaier aan van natuurgeneeskundige therapieën en staat zijn patiënten bij met nuttige adviezen. In de natuurgeneeskunde staat immers de patiënt centraal.

21:47 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-13

Hyperventilatie Een klacht van vooral het Aardetype

Hyperventilatie is geen ziekte maar een angst- of spanningssyndroom dat vooral het Aardetype bedreigt. Het Aardetype is steeds op zoek naar zekerheid en naar perfectionisme en leeft daardoor veel meer met angsten en spanningen. Uiteraard kan iedereen er aan lijden, maar het Aardetype loopt een veel groter risico. Hyperventilatie betekent letterlijk ‘over-ademen’.

Hyperventilatie is te snel en te diep ademhalen met benauwdheid en hartkloppingen als gevolg. Het te diep in- en uitademen is een fysieke paniekreactie die ontstaat tijdens een stresstoestand. Bij stress komt het lichaam in staat van paraatheid en worden een aantal fysische mechanismen, onder invloed van het sympaticus en stresshormonen versnelt. Deze versnelde werking is nodig om de bedreiging af te slaan of er voor te vluchten. Bij hyperventilatie slaan deze mechanismen op hol en ontstaat er een fysieke chaos. Omdat men tijdens een aanval de indruk krijgt zich in een levensbedreigende situatie te bevinden ontstaan er vaak doodsangsten. Klamme handen, bevingen, vermoeidheid, spierpijnen, darmkrampen, door de benen zakken en nog vele andere nare gevoelens treden dan op. Hyperventilatie is een goed voorbeeld van een functiestoornis.

Het Aardetype is hier vanuit zijn overbezorgdheid extra vatbaar voor. Het Luchttype is het meest nerveuze type, maar weet gemakkelijker met zijn stress om te gaan. Het Aardetype echter stelt te hoge eisen aan het leven die hij niet altijd kan waar maken. Dit type loopt voortdurend op de toppen van de tenen, legt de lat erg hoog en leeft constant onder druk. Dat geeft een extra gevoel van onzekerheid. Lang wachten aan de kassa in de supermarkt brengt de planning in de war en ook dat zorgt voor stress. Het aardetype leeft in een vicieuze cirkel en geraakt daar niet uit. Een aanval van hyperventilatie is een poging deze vicieuze cirkel te doorbreken. Helaas trekken zij daar geen lessen uit.

Hyperventilatie is geen ziekte waarmee men moet leren leven, het is een syndroom dat de persoon zelf moet aanpakken, eventueel met behulp van een therapeut. De therapeut heeft voornamelijk een begeleidende taak. Het gebruik van chemische of biologische medicijnen heeft daar weinig invloed op. In een zakje blazen is zinvol tijdens een acute aanval, maar is geen therapie. De patiënt moet zich ervan bewust worden dat zijn klacht te maken heeft met zijn persoonlijkheid. Hij moet anders leren omgaan met zijn temperament. Daarom moet hij leren relativeren, het leven wat luchtiger opnemen en voor voldoende ontspanning zorgen. Het zo ordelijke Aardetype moet zijn leven herstructureren door risico’s te durven nemen, door angsten te bestrijden en panieksituaties te voorkomen. Het is echter niet zo eenvoudig om een natuurlijke aanleg om te buigen. Daarom doet men beroep op de andere elementen die eveneens in het temperament aanwezig zijn. Het stimuleren van het element lucht brengt hier een goede oplossing. Een therapeut die vertrouwd is met de natuurgeneeskunde kan hier goede diensten bewijzen.

Hoewel werken aan zichzelf de meest doeltreffende methode is bij het behandelen van hyperventilatie, is meestal therapeutische hulp noodzakelijk. Relaxatietherapie in combinatie met ademhalingsoefeningen, zoals Biorelaxatie, is de meest aanbevolen behandeling. Men wordt er rustig van en leert de ademhaling weer spontaan gebruiken. De ademhaling geraakt meestal verstoord door spierspanningen, vandaar dat het toepassen van Dermasegmentale reflexologie (DSR) de relaxatie moet vooraf gaan of er mee worden gecombineerd. Hierbij besteedt men voldoende aandacht aan het middenrif dat reflectorisch en segmentaal terug te vinden is in C2-C4. Vooral naar de schouders toe bevinden zich zowel links als rechts twee maximaalzones waar het middenrif een sterkere reflectie vertoont dan in de rest van de segmenten. Buik- en flankademhaling zijn onmisbaar om hyperventilatie te overwinnen. Hyperventilatie is een veel voorkomende klacht die behoort bij deze jachtige wereld. Zij kan therapeutisch ondersteund worden, maar doorslaggevend is de eigen inzet. Werken aan zichzelf is ook hier de boodschap.

21:18 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-06-13

HET VERWARRENDE VERHAAL ROND GROENE THEE

Iedereen weet dat het drinken van zwarte thee vergelijkbaar is met het drinken van koffie. Het zijn ongezonde genotsmiddelen. Beide populaire dranken bevatten xanthine alkaloïden die in de cafeïne aanwezig zijn en een stimulerende werking hebben op het centraal zenuwstelsel. Het is aangetoond dat koffie en zwarte thee slapeloosheid, hoofdpijn en het angstsyndroom veroorzaken. Koffie en zwarte thee verhogen eveneens de bloeddruk, hoewel sommige onderzoekers daaraan durven twijfelen. Koffie en zwarte thee verhogen de alertheid, verdringen de vermoeidheid op een onnatuurlijke wijze en beïnvloeden de werking van de pancreas, vooral de insulineproductie is er gevoelig voor.

Tegenover dit bekende verhaal wordt groene thee als gezondheidsbevorderende drank aanbevolen, terwijl groene en zwarte thee van dezelfde plant is, namelijk de Camellia sinensis, met precies dezelfde schadelijke inhoudsstoffen. Een vreemd en verwarrend verhaal dat de moeite loont om eens grondig op in te gaan. Er is niet alleen zwarte en groene thee, men heeft ook witte thee en Oolong thee. Het gaat hier om de blaadjes van eenzelfde plant die op verschillende manieren worden verwerkt.

De verwerking van zwarte thee bestaat uit verflensen (kneuzen), rollen, fermenteren en vuren of drogen. Groene thee wordt vaak ‘ongefermenteerde’ thee genoemd. De vers geplukte blaadjes worden verflenst en dan verhit om de natuurlijke fermentatie tegen te gaan die het blad doet ontbinden. De verhitting gebeurt eerst door het zonlicht en daarna door de blaadjes in hete pannen te leggen, op te scheppen terwijl ze zacht en vochtig worden en het natuurlijk vocht verdampt. Dit proces wordt verschillende keren herhaald tot de blaadjes dofgroen zijn en klaar zijn voor gebruik. In China zijn er theesoorten die niet gevuurd, maar gestoomd worden.

Witte thee wordt op zeer beperkte schaal geproduceerd in China en Sri Lanka. De nieuwe knoppen worden geplukt voor ze opengaan, verflenst en gedroogd. De gekrulde knopjes hebben een zilverachtige kleur en geven een zeer licht, strokleurig aftreksel. De Oolong thee wordt meestal ‘halfgefermenteerde’ thee genoemd en komt voornamelijk voor in China en Taiwan.

 

Thee of koffie!

In Azië wordt thee gedronken zoals in het Westen koffie, bij het eten of om de gezelligheid. Thee wordt daar niet gebruikt omwille van eventuele gezondheidsbevorderende effecten. Daar gebruikt men, net als in het Westen, geneeskrachtige kruiden voor. Veel van onze bekende en veel gebruikte geneeskrachtige kruiden komen uit het Oosten. Daarnaast beschikken zij over een zeer groot aanbod van allerlei geneeskrachtige kruiden die hier niet of nauwelijks bekend zijn. Het is vreemd dat men sinds een tiental jaren groene thee op de markt brengt als gezondheidsbevorderend middel terwijl het een genotsmiddel is. Er worden zoveel goede eigenschappen aan toegeschreven dat fabrikanten van cosmetica en voedingssupplementen het als grondstof in hun producten hebben opgenomen. De vermelding ’bevat groene thee’ doet immers verkopen.

Laten we objectief, zakelijk en wetenschappelijk dit onderwerp nader bekijken. Van de vier soorten heeft groene thee de meest natuurlijke smaak. Groene thee wordt doorgaans meer gedronken in Azië, terwijl de zwarte soorten vooral geëxporteerd worden naar het Westen, vandaar ook de naam Engelse thee. Trouwens in Engeland en ook in Ierland wordt ontzettend veel thee gedronken als alternatief voor koffie.

 

Inhoudsstoffen

Thee bevat, zoals trouwens alle planten, inhoudsstoffen. Bepaalde inhoudsstoffen zijn schadelijk, andere hebben een genezende werking. Indien beide voorkomen moet men de voordelen afwegen tegenover de nadelen. De schadelijke stoffen van groene thee vinden we terug in cafeïne. Omdat veel groene theedrinkers slaapproblemen krijgen heeft men, net als bij koffie, een cafeïnevrije thee op de markt gebracht. Het verwijderen van cafeïne gebeurt door middel van een chemisch solvent en is zeker niet gezondheidsbevorderend.

Zowel de zwarte als de groene thee bevat flavonoïden, dit zijn chemische stoffen met antioxiderende eigenschappen die de typische smaak en kleur geven.Thee bevat flavonolen zoals quercetine en kamperfoelie en vooral flavonolen zoals catechines in groene thee en theflavines en thearubigines in zwarte thee. De laatste twee ontstaan door oxidatie van catechines. Wat de consument niet weet en wat ook niet in de informatie over groene thee wordt vermeld is dat de hier genoemde inhoudsstoffen in veel hogere concentraties voorkomen in geneeskrachtige kruiden (zie kruidenchemie en het kruidencompendium) maar ook in voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen eet men, in tegenstelling tot thee, in veel grotere hoeveelheden. Men hoeft dus geen zwarte of groene thee te drinken omwille van deze stoffen, die er eerder matig in voorkomen.

 

Onderzoek

Er wordt ontzettend veel beweerd, groene thee zou het cholesterol doen dalen, is zelfs goed tegen kanker, maar klopt dat ook allemaal! Patrick Mullie beschrijft een aantal onderzoeken.

‘Van Het Hof en medewerkers onderzochten gedurende vier weken de invloed van 900 ml groene thee op de oxidatie van het LDL-cholesterol bij 45 vrijwilligers. Ondanks de aanwezigheid van de flavonoïden bleek het LDL-cholesterol geen hogere weerstand tegen oxidatie te bezitten. De plasmaconcentratie aan theeflavonoïden bleek te laag te zijn om een antioxiderende activiteit te bezitten. McAnlis en medewerkers kwamen eveneens tot de vaststelling dat 600 mg thee per dag de plasmawaarden aan oxidantia niet deed stijgen en dat er geen bescherming was van de oxidatie van het LDL-cholesterol.’

Mullie zegt verder dat de resultaten van epidemiologische studies over de invloed van thee op het voorkomen van hart- en vaatziekten tegenstrijdig zijn. Sommige studies geven aan dat als thee in combinatie met appelen of uien wordt gedronken er wel een effect zou zijn. Uiteraard omdat appels en uien rijk zijn aan flavonoïden en in grotere hoeveelheden aanwezig zijn dan in groene of zwarte thee. De meeste studies tonen aan dat bij het regelmatig drinken van thee er geen daling van het serumcholesterolgehalte optreedt. Bovendien is het bijzonder moeilijk om een mogelijke daling van de cholesterol aan te tonen gezien dit vaak familiaal bepaald is en dat het voedingspatroon en de levenswijze daar een grote invloed op hebben. Mullie besluit: ‘Een onderzoek uitgevoerd door Bingham en medewerkers op 31 mannen en 34 vrouwen gedurende vier weken met 6 kopjes zwarte thee per dag gaf geen enkele invloed op de bloedvetten.’

Uit deze onderzoeken kunnen we afleiden dat wat de werking betreft er nauwelijks een verschil is tussen groene en zwarte thee. Het verschil ligt enerzijds in de bewerking en anderzijds in de smaak. Voor de theedrinkers ligt het verschil alleen in de persoonlijke voorkeur. Zowel groene als zwarte thee heeft een minimale gezondheidsbevorderende werking die niet opweegt tegen de nadelen van cafeïne. Sommige onderzoekers willen de nadelen van cafeïne relativeren, terwijl deze door talrijke betrouwbare studies zijn aangetoond.

 

Cafeïne zorgt voor innerlijke onrust

De meeste mensen weten wanneer zij hun grens hebben overschreden door te veel cafeïnerijke drank te gebruiken. Zij voelen zich in een kunstmatige toestand van alertheid. Onrust, een onverklaarbaar angstgevoel, de slaap moeilijk kunnen vatten, stuwingen naar het hoofd, verhoogde hartslag of hartritmestoornissen zijn de bekendste symptomen. Wat doet cafeïne? Het maakt niets uit of deze uit groene of zwarte thee of koffie afkomstig is. Uiteraard speelt de concentratie, de hoeveelheid en de frequentie een doorslaggevende rol.

In de hersenen produceren we adenosine, een boodschapperstof zoals serotonine en vele andere. Deze stof wordt aangemaakt om de gevolgen van vermoeidheid tegen te gaan. Ze zetten zich vast op de zenuwcellen waardoor de celactiviteit afneemt en het lichaam in rusttoestand komt. Bij grote fysieke of mentale inspanningen worden enorm grote hoeveelheden van deze stof geproduceerd om de mens tot rust te dwingen zodat de vermoeidheid wegebt. Adenosine is het zandmannetje dat ons dwingt te rusten, waardoor eventuele schadelijke gevolgen van oververmoeidheid afnemen. Het is een prachtig mechanisme dat streeft naar rust en evenwicht.

Cafeïne is de tegenspeler van adenosine omdat het de receptoren ervan verdringt zodat de zenuwcellen in zijn activiteit gestimuleerd worden, m.a.w. het organisme wordt vanuit een natuurlijke rusttoestand gebracht in een toestand van alertheid. Cafeïne verdringt de remmende werking van adenosine op de neuronen en spoort ze aan in werking te treden. De vermoeidheid verdwijnt niet maar wordt onderdrukt. Een vermoeid lichaam is door het drinken van thee of koffie in staat actief te zijn, maar dat is niet zonder gevaar. Bij het regelmatig drinken van cafeïnerijke drank ontstaat er een verslaving omdat er een strijd ontstaat tussen adenosine en cafeïne. Door het zelfregulerend mechanisme probeert het lichaam zich te herstellen, wat gepaard gaat men onaangename reacties, die de behoefte aan de onderdrukkende adenosine verhoogt.

De bewering dat men van cafeïne helderder kan denken klopt inderdaad. Onder invloed van cafeïne blijven de ogen open, wat wijst op paraatheid. Vanzelfsprekend kan men dan beter denken. Hoewel het lichaam behoefte heeft aan rust. Lang heeft men gemeend dat cafeïne wateruitscheidende eigenschappen zou bezitten, maar dit wordt nu door iedereen ontkend. Cafeïne remt het antidiuretisch hormoon en voert via de nieren water af. Nu blijkt dat het uitgescheiden vocht zich snel normaliseert en er geen extra verlies is. Het Deutsche Gesellschaft für Ernährung heeft haar aanbevelingen herzien: cafeïnerijke drank wordt nu als vochtopname beschouwd.

 

Voorzichtigheid is geboden

Er is geen bezwaar tegen het matig gebruik van groene of zwarte thee of een kopje koffie, maar het blijft een genotsmiddel zonder gezondheidsbevorderende eigenschappen. Toch zullen een aantal mensen voorzichtig moeten zijn omdat zij de nadelige gevolgen sneller ondergaan.

  • Hoge bloeddruk: wie na het drinken van een of meerdere kopjes thee of koffie een rood gezicht krijgt, al dan niet in combinatie met hartkloppingen, speelt met vuur. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen, hartinfarct of hoge bloeddruk. Inderdaad cafeïne stimuleert de hartactiviteit doordat noradrenaline gestimuleerd wordt. Hou ook rekening met constitutionele aanleg, voeding en levenswijze.
  • Maagproblemen: cafeïne zorgt bij een aantal mensen voor maagproblemen, het is vooral de combinatie van cafeïne met looistof die hiervoor verantwoordelijk is. Mensen met een gevoelige maag zullen extra voorzichtig zijn.
  • Vrije radicalen: Cafeïnerijke drank zorgt voor een hogere oxidatie en maakt vrije radicalen aan waardoor er een grote behoefte ontstaat aan antioxidanten. Cafeïne heeft geen antioxidatieve werking.
  • Cholesterolverhogende werking: cafeïnerijke drank bevat diterpene, een stof die de cholesterol verhoogt. Bij een verhoogde cholesterolwaarde doet men er goed aan te stoppen met het drinken van thee of koffie.
  • Lever: er is een enzym dat in de lever de uitscheiding van cafeïne regelt. Nu blijkt dat een aantal mensen meer van dit enzym bezitten en daardoor sneller cafeïne uitscheiden in tegenstelling tot zij die de cafeïne langer in het lichaam vasthouden. De aanwezigheid van dit enzym is genetisch bepaald. De schade van cafeïne is voor een groot deel afhankelijk van de duur dat deze giftige stof in het lichaam aanwezig blijft. Dr. Marilyn Cornles en medewerkers van de universiteit van Toronto zijn tot deze bevindingen gekomen. Zij gaan er vanuit dat bij mensen die vrij lang cafeïne in het lichaam vasthouden wel degelijk schade wordt veroorzaak aan het hart en het bloedvatensysteem.
  • Zwangerschap: zelfs Regina Naumann, die voorstander is voor het drinken van koffie, waarschuwt dat zwangere vrouwen maximaal 2 kopjes koffie per dag mogen drinken omdat het de kans op een doodgeboren baby verhoogt, alsook een plotse dood tijdens het eerste levensjaar kan veroorzaken. De negatieve invloed van genotsmiddelen tijdens de zwangerschap is al vaker aangetoond. Wij zijn van mening dat tijdens de zwangerschap het best helemaal geen koffie wordt gedronken.
  • Suikerziekte: de negatieve invloed van cafeïne op de insulineproductie is aangetoond. In hoeverre cafeïne invloed heeft op het ontstaan van suikerziekte is echter minder duidelijk. De bewering dat cafeïne suikerziekte kan afremmen of het risico kan verminderen wordt als onjuist beschouwd.

 

Besluit

Hieruit kunnen we besluiten dat groene thee geen gezondheidsdrank is en niet thuis hoort binnen de natuurlijke gezondheidszorg, wat men ook mag beweren. De wijsheid van het Oosten toont ons de weg naar de waarheid. Wie zijn gezondheid wil bevorderen gebruikt, zowel in het Oosten als in het Westen, geneeskrachtige kruidenthee. Kruiden zijn zeer rijk aan flavonoïden, flavolen, fynolen en polyfenolen en nog vele andere geneeskrachtige stoffen die ook in voedingsmiddelen aanwezig zijn. Ze worden daar bioactieve stoffen, fytochemicaliën of supernutriënten genoemd. Het verwarrend en gecommercialiseerd verhaal van de groene thee toont de onmetelijke kracht aan van het lobbywerk en publiciteit. Een kracht die verblindend werkt en zoveel mensen op een verkeerd spoor zet. Het is de taak van iedere V.G.L-Consulent en Gezondheidstherapeut om de zoekende mens de juiste weg te tonen, ook al is dat niet altijd gemakkelijk. De hulpvrager heeft recht op eerlijke en objectieve informatie.

 

Geraadpleegde bronnen:

Jean Pettigrew : Thee, Alle informatie voor de liefhebber Uitgeverij Librero Hedel, 1988

Patrick Mullie : Functionele voedingsmiddelen, Uitgeverij Acco Leuven, 2003

Lyndel Costain : Handboek Supernutriënten, Uitgeverij Trion Baren, 2001

Regina Naumann : Ein Hoch auf die Koffietasse! Gesund Leben, Stern 5/2006

Claus Leidsman : Bioactieve Substanzen in Lebensmittel, Hippokrates Verlag Stuttgart, 1995

Claus Leitzmann : Van nature gezond met bioactieve stoffen, Het Spectrum, 1998

16:43 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-13

ALCOHOL EN FRANSE PARADOX, GEZONDER ZONDER WIJN

Onderzoekers in Londen denken dat ze uitleg gevonden hebben na het bestuderen van de wijnproductie in die regio. In het wetenschappelijk tijdschrift ‘Nature’ leggen ze het verband met de rode wijn van de streek, de ‘cabernet sauvignon’. In de ambachtelijke wijnmakerij wordt de tannat druif met pitjes geweekt, zodat er grote hoeveelheid procyanidine vrijkomt. Deze stof bevindt zich hoofdzakelijk in de druivenpit en wordt als een sterke antioxidant beschouwd. Volgens deze onderzoekers zou het drinken van twee glazen wijn uit deze streek héél goed zijn voor de gezondheid. Er wordt wel uitdrukkelijk bij verteld dat het om maximum twee glazen wijn per dag gaat.

Hoe moeten we een dergelijk onderzoek beoordelen? Een dergelijke studie, ook al is ze in een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift verschenen, komt weinig wetenschappelijk over. Het is naïef om de goede gezondheid van een bevolkingsgroep toe te schrijven aan één enkele stof die matig voorkomt in een bepaalde wijnsoort. Andere onderzoekers meenden al eerder een verklaring voor de Franse paradox te hebben gevonden. Zij beweren dat het regelmatig gebruik van olijfolie de oorzaak is van minder cardiologische problemen in het Zuiden van Frankrijk. Weer anderen zijn van mening dat dit geldt voor het hele Middellandse zeegebied.

Om te beginnen moet een wetenschappelijke studie eerst aantonen dat de mensen in Zuid- West-Frankrijk gezonder zijn, ouder worden en minder hartinfarcten krijgen dan in de rest van Frankrijk en Europa. Indien dit zo zou zijn, zal men andere factoren dienen te onderzoeken zoals de genetische gesteldheid, klimatologische omstandigheden, bodemonderzoek, lucht- en waterkwaliteit, milieubelasting, voedingspatroon, levenswijze, psychische en emotionele instelling enz. De bekende uitdrukking : ‘leven als god in Frankrijk’ is zeker niet vreemd aan de optimistische levensstijl van de Zuid-Fransen. Fransen eten weinig brood, eten veel groenten en fruit, nemen een licht ontbijt, reserveren veel tijd voor hun middag- en avondmaal en spreiden hun gerechten binnen eenzelfde maaltijd, m.a.w. zij eten veel afzonderlijk waardoor er minder fouten tegen de voedselcombinaties worden gemaakt. Het gaat hier om een erg eenzijdig onderzoek dat het etiket ‘wetenschappelijk’ zeker niet verdient.

Procyanidine komt ook voor in rode appels, de veenbes en zelfs in chocolade. De behoefte aan antioxidant is afhankelijk van de levensgewoonte. Mensen die roken, alcoholische drank gebruiken, medicamenten slikken, in een vervuilde omgeving leven, een jachtig leven leiden, veel stress hebben, krijgen in hun lichaam een verhoogde oxidatie of verbranding waardoor er meer vrije radicalen vrijkomen dan nodig is. Een gezonde voeding in combinatie met een gezonde levenswijze is het beste antioxidant. Het is onbegrijpelijk dat wetenschappers, artsen en therapeuten durven beweren dat het slikken van commerciële tabletjes of het drinken van een paar glazen wijn per dag alles goed maakt. Er is meer nodig om een verkeerd voedingspatroon, een negatieve instelling, een gestresst bestaan of een gezondheidsbelastend levensritme weer in orde te brengen. Indien dergelijke beweringen kloppen, dan zouden er weinig mensen nog ziek zijn. Men doet er beter aan een paar rode appels te eten als men meent behoefte te hebben aan procyanidine.

          

09:54 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-06-13

De Rode biet

De rode biet heeft veel goede eigenschappen.

Sinds Dr. Alexander Ferenczi uit Hongarije, in de tweede helft van de vorige eeuw, kankerremmende eigenschappen aan de rode biet toeschreef, is deze wortel erg populair. Recent onderzoek heeft deze werking kunnen bevestigen, maar ze wordt eerder als matig omschreven. In een kankerdieet gaat de voorkeur uit naar gewassen die boven de grond groeien omwille van een betere lichtintensiteit. Dat neemt niet weg dat de rode biet in een gezond voedingspatroon thuis hoort en heel wat goede eigenschappen bevat. De rode biet neemt in de gastronomie een niet te verwaarlozen plaats in en behoort vooral tot de herfst- en wintervoeding.

 

De rode biet (Beta vulgaris, var. Conditiva), ook kroot genoemd, behoort tot de ganzenvoetfamilie (Chenopodiaceae). Deze naam werd gegeven omdat talrijke planten uit deze plantenfamilie bladeren hebben waarvan de omtrek met een weinig fantasie op een ganzenvoet lijken. Tot deze familie horen eveneens melganzenvoet, brave Hendrik, maar ook spinazie en snijbiet.

 

Minder goede eigenschappen

Ieder voedingsmiddel heeft naast positieve kwaliteiten meestal enkele minder goede eigenschappen. Bij de rode biet is dat de aanwezigheid van oxaalzuur. Oxaalzuur gaat een binding aan met calcium dat daardoor niet kan opgenomen worden en is daarom niet geschikt voor mensen die aan osteoporose lijden of met een verstoorde kalkstofwisseling hebben af te rekenen. Rode biet bevat 72 mg/100 g. oxaalzuur. Cacaopoeder heeft 385 mg/100g en zwarte chocolade 98 mg/100 g. Rabarber spant de kroon met 537 mg/ 100g. Voor mensen met een normale kalkhuishouding mag het gebruik van oxaalzuurrijke voedingsmiddelen niet direct een probleem zijn. Dit nadeel weegt niet op tegen de vele voordelen die de rode biet te bieden heeft. Ze is bijzonder rijk aan kalium en heeft daardoor een vochtafdrijvende werking, dit wil zeggen dat de rode biet geschikt is voor hoge bloeddruk, oedeemvorming en bij een verstoorde waterhuishouding.

 

De genezende kracht van de kleurstoffen

Het zijn vooral de natuurlijke kleurstoffen waaraan de rode biet zijn geneeskrachtige werking te danken heeft. Het is anthocyaan of de rode kleurstof die zo kenmerkend is voor de rode biet. Deze kleurstof is zo krachtig dat na het eten van de rode biet de urine rood kleurt, wat beturia wordt genoemd. Anthocyaan komt vrij veel voor in aubergine, braam, bosbessen, bloedsinaasappelen, zwarte bes en in de rode druif. Deze kleurstof is betrokken bij de fotosynthese en trekt licht aan. Anthocyaan behoort tot de groep van de flavonoïden, stoffen met een geneeskrachtige werking die in eveneens geneeskrachtige kruiden voorkomen en in talrijke voedingsmiddelen. Zij zorgen over het algemeen voor een goede bescherming tegen hart- en vaatziekten, vernietigen de schadelijke cholesterol LDL en zijn een belangrijk antioxidant.

Daarnaast bevat de rode biet luteïne en zeaxanthine, dit zijn gele kleurstoffen die tot de groep van de cortonoïden behoren of hormonen van de bijnieren. Zij hebben een gunstige invloed op de ogen. Daarnaast bevat de rode biet twee soorten betalaines, een als een rode en een ander als gele kleurstof. Betalaine werkt als een krachtige antioxidant en heeft een ontstekingsremmende werking. Verder komen er talrijke mineralen, vitaminen van het B-complex en vitamine C voor. De hoeveelheid ijzer is in de rode biet eerder gering en de opname ervan wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van oxaalzuur. Rode biet is een goede leverancier van foliumzuur dat noodzakelijk is voor zwangere vrouwen. Foliumzuur heeft immers een gunstige invloed op de vorming van de hersenen en het ruggenmerg bij de foetus. Voor volwassenen is foliumzuur eveneens een belangrijke vitamine die een grote invloed heeft op de stofwisseling van eiwitten, voorkomt hart- en vaatziekten, is goed voor de huid, stimuleert de lever en speelt een rol bij de vorming van de rode bloedcellen. Rode biet mag gerust op het menu voorkomen of kan als rode bietensap gedronken worden.

 

Uithoudingsvermogen

Rode bietensap kent veel belangstelling bij de sportbeoefenaars. Volgens een Engels onderzoek stimuleert rode bietensap het uithoudingsvermogen. Intens sporten is echter niet altijd gezond omdat sporters te veel het accent leggen op de prestaties. Zijn tot alles bereidt, zelfs tot het drinken van rode bietensap om de prestaties te verbeteren. Al te vaak wordt sporten en bewegen met elkaar vereenzelvigd.

Rode biet heeft een gunstige invloed op de ogen en de huid. De vitamine B3 (0,2 mg/100 g) in combinatie met talrijke andere stoffen is hier verantwoordelijk voor. Rode biet bevat, zoals hierboven al werd vermeld, betaine met een gunstige werking op de lever. Betaine maakt deel uit van de lipofiele stoffen en verhindert de ophoping van vetten in de lever. Lipofiele stoffen stimuleren de productie van lecithine door de lever, waardoor het cholesterol beter oplosbaar blijft en gemakkelijker kan worden afgevoerd. Betaine ontgift bovendien de lever en vergroot de immuniteit door het stimuleren van antistoffen door de thymus. Onderzoek toont aan dat betaine de spijsvertering versterkt.

 

Rode bietensap

Rode bieten kan men zelf persen tot sap, met voegt er meestal tijdens het persen enkele tomaten en selderstelen aan toe om de smaak aantrekkelijk te maken. Rode biet heeft eerder een grondsmaak. Kan verder op smaak worden gebracht door er wat strooikruiden aan toe te voegen zoals magiekruid, bazielkruid (basilicum) en of andere smaakvolle keukenkruiden. Meestal gebruikt men een à drie glazen rode bietensap per dag en dit gedurende enkele weken. In de handel kan men gefermenteerde rode bietensap kopen, dit wil zeggen dat het sap bewaard wordt in rechtsdraaiend melkzuur (L+). Melkzuur is niet alleen een natuurlijk bewaarmiddel maar heeft tegelijkertijd ontstekingsremmende eigenschappen.

 

Rode biet kan zowel rauw als gekookt gebruikt worden, als salade, soep of in talrijke gerechten. Rode biet wordt in schijven in bokaaltjes verkocht, ze zijn gekookt en in melkzuur bewaard. Deze kwaliteit is alleen in de natuurvoedingswinkels verkrijgbaar. Geef zoveel mogelijk de voorkeur aan biologische kwaliteit. Als u nog eens geniet van rode biet op uw bord, denk er dan eens aan dat ze een bron is van zoveel goede eigenschappen.

 

20:23 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-04-13

Darm gezond, kerngezond! Van eenvoudige tot ernstige darmproblemen

Het valt ons op dat tijdens een symposium de lezingen rond onderwerpen over darmproblemen altijd zeer druk bezocht worden. Dat wijst er op dat er ontzettend veel mensen te kampen hebben met darmproblemen. Het gaat vaak om eenvoudige verteringsproblemen, diarree of darmverstopping, aambeien, winderigheid, opgezette maag en darmen, darmkrampen, spastisch colon tot ernstige maag- en darmproblemen. De oorzaak ligt enerzijds in een verkeerd voedingspatroon en anderzijds stress en emotionele aandoeningen. De vertering kan alleen plaatsvinden in rusttoestand en is daardoor erg gevoelig voor stress.

Als we even op de titel van dit artikel ingaan wijst dit op het grote belang van een gezonde darm. Een goed werkende darm is de beste garantie om kerngezond te zijn. Dat is logisch want de taak van de spijsvertering is de nodige voedingsstoffen, vitaminen, mineralen, spoorelementen en antioxidanten uit de voeding vrij te maken, via de dunne darm op te nemen om vervolgens langs de bloedbanen naar de cellen te voeren. Bij een goede vertering worden de vitale stoffen optimaal en in voldoende hoeveelhe-den naar het organisme gevoerd. De dikke darm is een verzamelplaats van niet gebruikte afvalstoffen, we noemen dat feces of stoelgang. Indien deze afvalstoffen te lang in de dikke darm opgestapeld blijven, zoals bij darmverstopping, ontstaan er vrij giftige stoffen die langs de bloedbanen in heel het lichaam verspreid kunnen worden. De dikke darm bevat het grootste gedeelte van de afweercellen en speelt een doorslaggevende rol in ons afweerstelsel of immuniteit.


De dood schuilt in de darm!

Heel wat onderzoekers hebben er terecht op gewezen dat een vervuilde darm aan de basis ligt van talrijke ziekten, zelfs ernstige ziekten zoals darmkanker. Huiduitslag of zweren zijn vaak het gevolg van darmverstopping of een slecht werkende darm. Het lichaam probeert het te veel aan gifstoffen langs de huid af te voeren. Gelukkig, want als deze gifstoffen te lang in het lichaam aanwezig blijven, geven die aanleiding tot het ontstaan van talrijke ziekten of ongemakken. Een slecht werkende of belaste lever is eveneens een gevolg van een vervuilde darm. De lever krijgt deze grote hoeveelheid gifstoffen niet geneutraliseerd en wordt er ziek van. Menstruatieproblemen hebben bijna altijd te maken met een vervuilde darm. De baarmoeder bevindt zich in de omgeving van de dikke darm en door middel van bloedvaten met elkaar verbonden. Menstrueren is een vorm van reiniging.

Het organisme doet er alles aan om het lichaam te reinigen door de uitscheidingsorganen te stimule-ren. Niemand blijft er bij stilstaan dat overtollig zweten of zweetvoeten kunnen wijzen op een vervuilde darm. In de natuurgeneeskunde spreekt men van homotoxicologie of de leer van de eigen lichaams-giften. Naarmate deze gifstoffen zich in het lichaam opstapelen ontstaan er reacties die zich uiten in de vorm van ongemakken en klachten tot ernstige kwalen. Met medicijnen worden de symptomen onderdrukt waardoor men zich tijdelijk beter voelt, maar het probleem vergroot er zich door. Jarenlange darmverstopping leidt ongetwijfeld tot ziekten. Men heeft er alle belang bij alles in het werk te stellen om te komen tot een goede darmwerking met regelmatige stoelgang. Bij iedere maaltijd hoort een ontlasting. De meeste mensen zijn tevreden met 1 ontlasting per dag terwijl ze 3 maaltijden gebruiken.

Bovendien is het belangrijk dat er altijd een volledige ontlasting plaatsvindt zodat er geen stoelgang achterblijft. Het zijn deze oude resten die heel gevaarlijk zijn. De darm is een warm en vochtig milieu en daardoor een broedplaats van allerlei bacteriën en ziektekiemen.

Werking van het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringsstelsel is een kanaalachtig stelsel dat in de mond begint en bij de anus eindigt. Om de werking van de darm goed te begrijpen is het nodig dat we even ingaan op de bouw en de werking van het spijsverteringsstelsel. De neus, die net boven de mond staat en verbonden is met de reukhersenen, controleert de versheid van ons voedsel en waarschuwt ons tegen iedere vorm van bederf. Het opsnuiven van het prachtige aroma stimuleert de speekselklieren en de maag tot het produceren van speeksel en maagsap, met andere woorden het zien en het ruiken van voedsel brengt het spijsverteringsstelsel op gang. De tanden dienen om te bijten, te kauwen en te malen terwijl de tong de voedselbrok naar de maag afvoert. De tong heeft eveneens een controlerende functie door middels de smaakpapillen het gekauwde voedsel net voor het afslikken nog eens te controleren op zoet, zout, bitter of zuur. Het spijsverteringsstelsel is bijzonder veilig gebouwd. Het speeksel bevat verteringsenzy-men die zorgen voor de voorvertering, een eerste vertering van het zetmeel.

In de maag wordt het voedsel verzameld en afhankelijk van de hoeveelheid zet de maag zich uit. Het voedsel wordt vermengd met maagzuur dat alle ongewenste kiemen doodt en er voor zorgt dat suiker, dat in het voedsel aanwezig is, niet kan gisten. In de maag wordt het eiwit voor de eerste keer verteerd. Door een sterk knedende werking verlaten kleine hoeveelheden voedsel de maag langs de maaguit-gang. In de twaalfvingerige darm wordt de zure maaginhoud ontzuurd omdat de verteringsenzymen in het darmstelsel alleen in een alkalisch milieu werkzaam zijn. De twaalfvingerige darm is verbonden met de pancreas en de galblaas. Al naar gelang het soort voedsel dat we eten worden er verteringssappen afgegeven. Domineert het eiwit dan scheidt de pancreas af. In deze korte darm vinden belangrijke verteringsprocessen plaats. Het voedsel wordt van daaruit afgevoerd naar de dunne darm.

De dunne darm is gekenmerkt door zijn sterk gestructureerde wand en zijn krachtige bewegende werking. De binnenkant van de dunne darm is bekleed met darmslijmvliezen in de vorm van ontzettend veel kleine uitstulpingen die als kleine pompjes werken. Zij halen de bruikbare bestanddelen uit de darminhoud zoals eiwit, vet, koolhydraat maar ook vitaminen en mineralen. De vloeibare darminhoud, ontdaan van de meeste voedingsstoffen, komt terecht in de blinde darm. De blinde darm is bekend vanwege zijn appendix en heeft als functie de inhoud van de dunne darm verder te verteren door middel van een gistingsproces. In het opstijgende gedeelte van de dikke darm worden de vrijgekomen voedingsstoffen via de bloedbanen opgenomen. In het dwarsliggende gedeelte wordt een groot deel van het vocht opgenomen zodat de darminhoud een vaste vorm aanneemt. Hier wordt de stoelgang gevormd die in het afvoerende gedeelte van de dikke darm tijdelijk wordt bewaard, om via de endeldarm en de anus te worden afgevoerd bij ontlasting.


Verkeerde voedselkeuze

De vertering is een enzymatisch proces. Tientallen verteringsenzymen zijn betrokken bij de vertering van ons voedsel en hebben voor hun werking in de maag een zuur milieu nodig, in de mond en de darm een alkalisch milieu. Ons spijsverteringsstelsel is gemaakt om enerzijds rauw voedsel en anderzijds plantaardig voedsel te verteren. Het voedselpatroon van de mens dat voornamelijk uit gekookt voedsel bestaat en rijkelijk vlees, vis en kaas bevat, kan moeilijk ongehinderd door dit specifieke verteringskanaal passeren. Het spijsverteringsstelsel is niet gemaakt voor het voedsel dat het moet verwerken en dat zorgt voor een ernstige verstoring van de vertering. Vegetariërs hebben een betere vertering dan vleeseters en rauwkosteters hebben een zeer goede vertering met een vlotte stoelgang. Het is niet vreemd dat darmproblemen massaal voorkomen. Wij kunnen moeilijk verwachten dat iedereen vegetariër wordt en grote hoeveelheden rauwkost eet. Het is echter belangrijk om door te dringen tot de kern van het probleem. Wie zijn darm gezond wil maken zal hier rekening mee moeten houden. We zullen een aantal voedingsadviezen verstrekken die de darmwerking ten goede komen.

Een doorslaggevend probleem is het ontbreken van ballaststoffen zoals ruwe vezels in de moderne voeding. De meeste mensen eten haast uitsluitend voedingsproducten die in warenhuizen worden gekocht. Het gaat hier om verwerkte voeding verpakt in blik, bokaaltjes, potjes, pakjes enz. in tegenstelling tot voedingsmiddelen die onbewerkt zijn zoals fruit, groenten, noten, zaden, pitten enz. Voedingsmiddelen zijn rijk aan diverse ballaststoffen. Ze hebben als taak om in de darm vocht op te nemen zodat ze zwellen om aan de stoelgang voldoende volume te geven. Een goed gevormde stoelgang wordt bij de ontlasting vlot uit gestoten zonder te drukken. Bij gebrek aan ballaststoffen is de stoelgang niet gevormd, onsamenhangend en leidt gemakkelijk tot diarree. Wordt er door omstandigheden te veel vocht uit de darminhoud gezogen wordt de stoelgang te droog, hard en is ontlasting niet mogelijk zonder hulpmiddelen. Een ander aspect is het vetgehalte. Als er onvoldoende vetstoffen in de stoelgang aanwezig zijn gebeurt de ontlasting stroef en moeizaam.

De belangrijkste oorzaken van darmverstopping zijn:

  • Gebrek aan ballaststoffen door te veel vlees, vis en kaas.
  • Gebrek aan vet waardoor de ontlasting stroef verloopt.
  • Te veel gekookt voedsel waardoor de enzymatische processen verstoord geraken.
  • Er wordt te veel vocht onttrokken waardoor de stoelgang droog en dik wordt.
  •  Gebrek aan beweging, waardoor de darmperistaltiek onvoldoende gestimuleerd wordt.
  • Stress en psychische spanningen spelen een doorslaggevende rol.


Beweging en stress

Het spijsverteringsstelsel is verbonden met het bloedvatenstelsel dat instaat voor de goede werking. Bloed voert warmte, zuurstof en voedsel aan en voert gifstoffen af om via de longen te verbranden en de uitscheidingsorganen te worden afgevoerd. Een goede doorbloeding zorgt voor een betere werking van het spijsverteringsstelsel. Door regelmatig te bewegen gaat u de bloedcirculatie versnellen. Al na een korte wandeling merkt u een aangenaam warm gevoel door heel uw lichaam. Een ander positief aspect van bewegen is een verhoogde spierwerking, vooral in het bekkengebied waar de dikke darm zich bevindt.

De meeste functies in het menselijk lichaam worden geregeld door het autonome zenuwstelsel. De sympathicus zorgt voor het stimuleren en activeren van de functies en doet alles versnellen. Bij stress domineert de sympathicus, vandaar een versnelde hartslag, een te snelle ademhaling of een gevoel van onrust. De parasympathicus heeft een omgekeerde werking, remt alles af, doet alles vertragen en zorgt voor rust en ontspanning. Het spijsverteringsstelsel is voor haar functies afhankelijk van de parasympathicus en dat betekent dat de vertering in rusttoestand gebeurt. Het is een goede gewoonte om zowel voor als na het eten even wat rust te nemen. Wie opgewonden is krijgt geen hap door de keel. Nerveuze en gestresste mensen krijgen vaak braakneigingen na een maaltijd omdat er onvoldoende rust in het spijsverteringsstelsel aanwezig is. Heel vaak zijn darmproblemen niets anders dan een stressprobleem.

 

Spastisch colon

Een spastisch colon is een chronische aandoening waarbij sommige delen van de darmen te snel en andere te langzaam samentrekken. Dit veroorzaakt een spastische beweging. De symptomen zijn een afwisseling van verstopping en diarree, buikkrampen en opgeblazen gevoel. De buikkrampen kunnen hevig zijn en erg veel pijn veroorzaken. Het gaat hier niet om een ontsteking zoals bij de ziekte van Crohn, maar om spiertrekkingen ten gevolge van emotionele aandoeningen of stress. Spastisch colon is geen voedingsprobleem maar een stressprobleem en moet als zodanig behandeld worden. Een kruidenthee van venkel, anijs en kummel helpt tegen darmkrampen en de opgezette buik. Buikademhaling doet goede diensten omdat daardoor de spanning uit de onderbuik wordt weggewerkt.

 

Gezonde voeding

Bij darmproblemen zijn er twee mogelijkheden, ofwel een algemene gezonde voeding of een specifiek dieet. Een gezonde voeding gekoppeld aan een natuurlijke levenswijze is meestal voldoende om dergelijke problemen op te lossen. Bij specifieke darmklachten zoals colitis, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, bij het aanbrengen van een stoma en andere ernstige aandoeningen, darmkanker enz. is het raadzaam een gezondheidstherapeut te raadplegen. Een gezondheidstherapeut heeft zich gespecialiseerd in voedingstherapie en gastro-intestinale therapieën. Voor een algemene gezonde voeding bij eenvoudige darmklachten is een consultatie bij de V.G.L.-Gezondheidsconsulent aan te bevelen. Een consulent heeft een rijke ervaring op het vlak van voeding en kan praktische tips geven bij het overschakelen en verbeteren van uw voedingspatroon.

Hoe dichter de soort voeding bij de natuurlijke voedselkeuze staat, des te beter verloopt de vertering. Dit wil zeggen, overeenstemmend met de bouw en de werking van het spijsverteringsstelsel. Van nature is de mens een fructivoor of vruchteneter. Rijpe vruchten zoals fruit, bessen, noten, zaden, pitten enz. verteren probleemloos op voorwaarde dat het spijsverteringsstelsel gezond is. Wie nooit veel fruit heeft gegeten en meteen er op overschakelt, zal ongetwijfeld diarree krijgen. De zieke darmen zijn niet bestand tegen de rijkdom aan ballaststoffen. Een geleidelijke overschakeling is van groot belang terwijl de darm gelijktijdig gesaneerd dient te worden. Overschakelen op een gezonde voeding kan het beste plaatsvinden onder begeleiding van de V.G.L.-Gezondheidsconsulent of een Gezondheidstherapeut. Het is echter van het grootste belang dat u uw darmen niet blijft belasten door ongezonde voeding. Daarom bespreken we een aantal voedingsaspecten.

 

Voedselkeuze

Ieder dier heeft een specifiek spijsverteringsstelsel dat afgestemd is op een even specifiek voedingspa-troon. De mens is een fructivoor of vruchteneter, hoe meer vruchten u in uw voedingspatroon inschakelt, hoe beter uw darmen functioneren. Wij hebben geen enkele kenmerk van een carnivoor of vleeseter. Vleeseters hebben een kort darmstelsel, daardoor verteren ze snel en kennen een korte transittijd. Dit is de tijd tussen een maaltijd en de bijhorende ontlasting. Vlees en vis rotten zeer snel in de maag en het darmkanaal waardoor de afvalstoffen snel verwijderd moeten worden. Vlees en vis hebben geen ballaststoffen, verteren bij de mens bijzonder moeilijk en de afvalstoffen blijven te lang in de darm achter. Omdat kaas, vaste of harde kaassoorten rijk zijn aan eiwit en eveneens geen ballast-stoffen bevatten hebben ze dezelfde negatieve werking als vlees en vis. Deze drie soorten voedingsmiddelen zijn vergif voor de darmen en moeten geheel of gedeeltelijk worden uitgeschakeld. Bij ernstige darmziekten zal men ze zeker tijdelijk helemaal uitschakelen.

 

Zuur-base evenwicht

Voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwit kennen een verzurende werking. Zij zijn moeilijk verteerbaar, laten veel gifstoffen achter en verzuren het organisme. Eiwitarme voedingsmiddelen hebben echter een omgekeerde werking en hebben een ontzurende werking omdat zij een base overschot kennen. Het is aan te raden rekening te houden met het feit dat de mens weinig eiwitrijke voedingsmiddelen nodig heeft. Eiwit is belangrijk maar te veel eiwit is schadelijk voor hart, nieren en lokt gemakkelijk reumatische klachten uit. Een eiwitrijke voeding stoot te veel calcium uit en werkt osteoporose in de hand.

Eiwit komt bijna altijd voor in vetrijke voedingsmiddelen en dat heeft zijn reden. Vet zorgt er voor dat het voedsel langer in de maag blijft zodat het eiwit voldoende de tijd krijgt om te verteren. Dierlijke vetten zijn inderdaad gevaarlijk, terwijl plantaardige vetten zeer gezond zijn en een groot aantal goede functies vervullen, onder andere een betere en regelmatige stoelgang. In principe zal men slechts 10 à 20% eiwitrijke voeding gebruiken zoals vlees, vis, peulvruchten, sojaproducten, kaas en in mindere mate granen en noten. Daartegenover zal men 80 à 90% eiwitarme voedingsmiddelen gebruiken zoals fruit, bessen, groenten, wortel- en knolgewassen, aardappelen, melk enz. Door het zuur-base evenwicht te respecteren verloopt de vertering vlotter en blijven er minder schadelijke stoffen in het bloed circuleren.

 

Voedselcombinaties  

Door allerlei bereidingen is de mens er in geslaagd om van alles door elkaar te eten. Bij het beschrijven van het spijsverteringsstelsel hebben wij er op gewezen dat de vertering verloopt volgens enzymatische processen. Er zijn talrijke verteringssappen die vrijkomen door het eten van bepaalde voedingsmiddelen. Eet u een kastanje of brood dan krijgt u erg veel speeksel in de mond. Het lichaam herkent dit soort voedsel dat rijk is aan zetmeel en produceert meteen ptyaline om voor een voorvertering te zorgen.

De pancreas scheidt pepsine af als wij eiwitrijk voedsel eten, maltase bij koolhydraten en lipase bij vetrijke voeding. Eten wij nu verschillende voedingsmiddelen door elkaar zoals brood met kaas, zetmeel en eiwit, dat weet de pancreas niet welk sap er afgescheiden moet worden. Hierdoor ontstaat een minder goede vertering. Resten van onverteerd eiwit gaan in de darmen rotten en resten van zetmeel of koolhydraat gaan over in gisting. Opgezette darmen met bijhorende winderigheid hebben te maken met slechte voedselcombinaties. Er zijn goede en slechte combinaties.

 

Lichtenergie       

De plant is de basis van alle voedsel op aarde. De plant zit met zijn wortels verankerd in de grond en neemt daarmee water en de nodige voedingsstoffen uit de grond. De bladeren zijn gericht op het licht en vangen grote hoeveelheden zonlicht op. Dit noemt men de fotosynthese. Het opgevangen licht wordt omgezet in chemische energie die op zijn beurt wordt omgezet in voedingsstoffen zoals eiwit, vet, koolhydraat en vitaminen. Water en mineralen komen uit de bodem en vormen samen met de voedingsstoffen een levend organisme. Lichtenergie wordt in planten bio-energie genoemd en zorgt er voor dat alle voedingsstoffen en hulpstoffen in een levende, energetische toestand worden gehouden.

Door voedingsmiddelen te bewerken zoals bij warme bereidingen in de keuken gaat een deel van de bio-energie verloren en neemt de kwaliteit af. Bij industriële bereidingen in de voedingsfabrieken en door de jarenlange bewaartijd van de voedingsproducten gaat erg veel lichtenergie verloren. Het spreekt vanzelf dat het voor de darmen vreselijk moeilijk is om dergelijke voedingsproducten te verteren. Vandaar dat de voorkeur uitgaat naar verse voedingsmiddelen, ook al worden ze in de keuken bereid. Deze bereidingen zijn niet vergelijkbaar met industrievoeding en zijn vele toegevoegde stoffen zoals voedingsadditieven, bekend onder de E-nummers. Wij raden iedereen aan om een deel van zijn voeding rauw te eten. Rauwe voeding is van grote waarde omdat alle voedingsstoffen nog ongeschonden zijn en de enzymatische werking optimaal verloopt. Bovendien zijn rauwe voedingsmiddelen bijzonder rijk aan lichtenergie.

 

Darmflora

In de dikke darm en in het laatste deel van de dunne darm bevinden zich ontelbare darmbacteriën, in voedingskringen darmflora genoemd. De taak van deze bacteriën is om alle nog nuttige reststoffen uit de darm te verteren en de stoelgang beter te laten verlopen. Darmverstopping en talrijke darmproblemen hebben meestal te maken met een slechte darmflora. Dit komt omdat het darmmilieu ongunstig is door vervuiling en een slecht werkende darm. Verkeerde voeding, slechte voedselcombinaties, verstoring van het zuur-base evenwicht zorgen er voor dat de darmen niet goed functioneren. De darm is vergelijkbaar met een stinkend open riool waar geen leven meer aanwezig is. Het gebruik van yoghurt en bacterierijke melkdrankjes helpen wel maar zijn onvoldoende om een nieuwe darmflora op te bouwen. Bij darmproblemen hoort een darmsanering.

 

Cholesterol

Hart- en vaatziekten blijven voor beroering zorgen. De meeste mensen sterven immers aan deze ziekten. Daarbij speelt een te hoog cholesterolgehalte een grote rol. De aders slibben dicht en verhogen daardoor de bloeddruk. Cholesterolverlagende pillen hebben als nevenwerking het verzwakken van de enzymatische werking in de spieren, waardoor deze mensen last krijgen van stijve en pijnlijke spieren. Er is een duidelijk verband tussen cholesterol, darm en lever. Het saneren van de darm ontlast de lever en doet de cholesterol dalen.


Darmsanering      

Darmsanering betekent de darm weer gezond maken. De gastro-intestinale therapieën zijn daar uiterst geschikt voor. Het gaat hier om natuurgeneeskundige therapieën die er op gericht zijn de darmen te reinigen, de darmflora weer op te bouwen en de immuniteit te verhogen. Door de darmen te saneren reinigt men niet alleen de darmen, maar ook het bloed en het intracellulaire vocht. Dit is het vocht waarin onze cellen zich bevinden. Gastro-intestinale therapieën hebben een diepgaande werking en maken de mens weer echt gezond. We vermelden ze even in het kort.  

  • Vastenkuur: Gedurende drie weken wordt er niets gegeten, alleen kruidenthee of water gedronken. Dit gebeurt altijd onder vakkundige begeleiding van een gespecialiseerde gezondheidstherapeut. Het is een diepgaande reinigingskuur met grote invloed op de emotionele stabiliteit.
  •  Sapkuur: Dit is een minder ingrijpende methode. Gedurende 5 à 10 dagen wordt uitsluitend vloeibaar voedsel gebruikt in de vorm van vruchtensap of groentesap, aangevuld met kruidenthee en bronwater. 
  • Kleikuur: Kleipoeder wordt in water opgelost en in de ochtend en voor het slapen gaan gedronken. Klei heeft de eigenschap om gifstoffen op te nemen en de darmwand glad te maken. Het is een eenvoudige remedie die zijn diensten heeft bewezen. 
  • Oliekuur: Bij een zware verstopping wordt een eetlepel olie gedronken wat de harde stoelgang weer zacht maakt. Eventueel gecombineerd met een darmmassage.
  •  Colon hydrotherapie: Het gaat hier om een zeer efficiënte darmbehandeling en wordt ook hoge darmspoeling genoemd. De persoon wordt met een slangetje via de anus verbonden aan een apparaat waarbij water met een bepaalde temperatuur in de dikke darm wordt aangebracht. Een speciale darmmassage zorgt er voor dat de spoeling versterkt wordt om alle oude resten uit de vervuilde darm weer vrij te maken. Door een kijkglas kan de persoon en de behandelaar zien wat er uit zo,n vervuilde darm vrij komt. Dit is onvoorstelbaar.
  • Probioticakuur: Als darmen op welke manier ook gereinigd worden is het raadzaam om de darmflora op te bouwen. Dit gebeurt met levende bacteriën die in het gereinigde milieu van de dikke darm graag weer een vaste plaats innemen. Meestal gaat aan een probioticakuur een stoelgangonderzoek vooraf.

 

Darmvervuiling en emoties

Een vervuilde darm heeft grote invloed op de gemoedstoestand en kan aanleiding geven tot depressieve neiging of zelfs een depressie uitlokken. Een vervuilde darm produceert gifstoffen die via de bloedbanen door heel het lichaam worden verspreid. Zij prikkelen het uiteinde van talrijke zenuwen waardoor men erg nerveus en geprikkeld wordt. Men leeft in een constante toestand van vergiftiging en dat heeft invloed op het gevoelsleven. Om de concentratie van deze gifstoffen onder controle te houden, gaat het lichaam vocht vasthouden, wat zwaarlijvigheid veroorzaakt. Het reinigen van de darm gaat verder dan het fysieke aspect, de mens wordt gelijkertijd emotioneel gereinigd.

Gezonde voeding, positieve instelling, natuurlijke levenswijze zijn de belangrijke wapens om de strijd tegen een vervuilde darm aan te gaan. Soms is er meer nodig en kunt u het beste de hulp inroepen van de V.G.L.-Gezondheidsconsulent of een Gezondheidstherapeut.

De Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg (EANG) is er om u behulpzaam te zijn. Naast de drie opleidingen Herborist, V.G.L.-Gezondheidsconsulent en Gezondheidstherapeut (beoefenaar van de natuurgeneeskunde) biedt de Europese Academie een groot aanbod open cursussen aan. Deze open cursussen kunnen gevolgd worden uit persoonlijke interesse, los van een opleiding. Op die manier kan iedereen zijn gezondheidsproblemen voor een deel zelf oplossen of zijn gezondheid persoonlijk verbeteren.

 

 

10:12 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-04-13

Voorwerpen verraden uw persoonlijkheid

Prof. Dr. Sam Gosling is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Texas (VS). De laatste tien jaar deed hij onderzoek naar hoe onze persoonlijkheid wordt uitgedragen en waargenomen in onze dagelijkse omgeving. Hij kwam tot de vaststelling dat de dingen op iemand zijn bureau veel zeggen over zijn persoonlijkheid. De voorkeur van kleding, de wijze waarop een huis is ingericht, een rommelige badkamer, de samenstelling van een dossier weerspiegelen allemaal de persoonlijkheidsstructuur van de bezitter. Voor wie vertrouwd is met typologie lijkt dit logisch omdat de voorkeur voor veel dingen door het temperament wordt bepaald. Zelfs mensen die zonder veel voorkeur bepaalde dingen aankopen doen dit vanuit een zekere onverschilligheid, gaan weinig bewust door het leven of laten zich gemakkelijk beïnvloeden. Ook dit gedrag is verklaarbaar vanuit de typologie.

Indien deze professor onze cursusboeken had doorgenomen had hij niet alleen tien jaar onderzoek uitgespaard, maar had hij zijn resultaten kunnen duiden. Zijn onderzoek mist een systeem waarin hij zijn bevindingen kan onderbrengen. Nu benoemt hij het gebruik van bepaalde voorwerpen vrij vaag en voegt er een of andere persoonlijkheidskenmerk aan toe zonder deze persoon te typeren. We vermelden de door hem gebruikte kenmerken waarbij we meteen aan het bijbehorend element denken. Het gemis aan de kennis van de vier elementenleer zorgt er voor dat deze waardevolle studie snel uitdooft omdat men er niet praktisch mee kan werken. De elementen zijn door ons toegevoegd.

·      Extravert, enthousiast (V)

·      Kritisch, ruzieachtig (V)

·      Betrouwbaar, gedisciplineerd (A)

·      Zorgelijk, snel overstuur (A)

·      Open voor nieuwe ervaring (L)

·      Gereserveerd, rustig (A)

·      Meevoelend (W), warm (V)

·      Slordig, nonchalant (L)

·      Kalm, emotioneel stabiel (A)

·      Behoudend, niet creatief (A)

Als we de gebruikte elementen optellen komen we tot het volgende resultaat: driemaal V, eenmaal W, tweemaal L en viermaal A. Hij zegt zelf het volgende over zijn onderzoek: ‘We hebben gezien hoe mensen door identiteitsclaims, gevoelsregulatoren en gedragsneerslag in hun privéomgeving sporen van henzelf achterlaten. Deze mechanismen komen ook in samenhang voor en het is niet altijd duidelijk welke mechanismen verantwoordelijk zijn voor de aangetroffen sporen.‘ Wie de vaardigheden van het typeren beheerst kent meteen de mechanismen die voor een bepaald gedrag verantwoordelijk zijn. Na het bepalen van het type doormiddel van typologie, fysionomiek, lichaamstaal, voorkeur van smaak en kleur is het niet moeilijk om de kleding, de haartooi, het interieur enz. van zo iemand te raden. Alles hangt heel nauw samen met het temperament.

In de typologie maken we een onderscheid tussen alles wat door het temperament wordt bepaald en de wijze waarop iemand vanuit zijn temperament reageert op bepaalde situaties. Een uitgesproken V-type heeft kwaliteiten die alleen tot dit element behoren en tegengesteld zijn aan de kwaliteiten van het element W. Breekt er bijvoorbeeld brand uit dan zal een V-type daar heel anders op reageren dan een W-, L- of A-type. Dat geldt evenzeer voor het aanschaffen van bepaalde dingen. Een A-type zal nooit modieuze dingen aankopen omdat die hun degelijkheid en hun nut nog niet hebben bewezen. Iedereen reageert vanuit zijn temperament. Onze studenten zijn erg tevreden over de kennismaking met de vier elementenleer, maar ze beseffen vaak niet dat deze kennis eigen is aan de Europese Academie. Er zijn wel enkele boeken verschenen over de vier elementenleer, maar dan is de inhoud vrij vaag, vaak onjuist, heel beperkt en van weinig praktische waarde.    

20:30 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kanker neemt nog steeds toe!

Volgens een recent onderzoek in Groot-Brittannië neemt kanker toe in de geïndustrialiseerde landen. Volgens deze studie zou kanker binnen vijftien jaar met zeker 75% stijgen en dat is erg verontrustend. Men stelt ook een stijging vast in de ontwikkelingslanden waar vroeger kanker weinig voorkwam. Haast alle onderzoekers gaan er vanuit dat de onnatuurlijke levenswijze, industrievoeding en vooral vlees- en visvoeding aan de basis liggen van de toename van kanker. De zeeën zijn enorm vervuild en haast alle vissen zijn door zware metalen aangetast. Het maakt niet uit of de vissen groot of klein zijn. Verder zijn er nog een aantal ongunstige factoren zoals het overdreven gebruik van chemische medicatie, roken, alcoholmisbruik en milieuvervuiling die aan de basis liggen van deze vreselijke stijging. Op dit ogenblik krijgt 1 op 3 kanker. Gelukkig zijn niet alle kankers fataal en liggen de genezingskansen hoger dan vijftien jaar geleden.

Een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze is de beste preventie tegen kanker. Omdat kanker zich op genetisch vlak afspeelt bestaat er geen enkele garantie om zich tegen kanker te vrijwaren. Mensen die zich gezond voeden, veel bewegen, zich in een tevreden gemoedstoestand bevinden, hebben minder kans kanker te krijgen. Slaat de ziekte toch toe is de kans om te genezen groter. In voedingsmiddelen zijn kankerremmende stoffen ontdekt die tot de bioactieve substanties worden gerekend. Eet daarom dagelijks fruit, eet een deel van de voeding rauw, vermijd dierlijke vetten, gebruik gezonde plantaardige olie, voorkom stress en geniet zoveel mogelijk van het leven. Angst voor kanker verzwakt de immuniteit.

20:25 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-04-13

Spiegelneuronen

Als we naar een meeslepende film kijken krijgen wij de tranen in onze ogen bij het meeleven van een verdrietige scène. Andermans emoties maken deel uit van onszelf en kunnen onze eigen emoties worden. Het kost ons geen enkele moeite om dit te ervaren. Het gebeurt automatisch, intuïtief en grotendeels buiten onze wil om want onze hersenen doen het voor ons. Het succes van onze relaties en contacten hangt af van ons vermogen de gevoelens en gemoedstoestand van anderen te bespeuren. Hoe vaak voelen we inderdaad aan hoe anderen er aan toe zijn, ook al proberen ze dat te verbergen. We voelen verdriet achter een geveinsde glimlach en slechte bedoelingen achter een schijnbaar vriendelijk gebaar. Hoe doen we dat? 

De ontdekking van de spiegelneuronen in de jaren negentig van de vorige eeuw brengt meer duidelijkheid. Neuronen zijn zenuwcellen waaruit de hersenen en het zenuwstelsel zijn opgebouwd. Spiegelneuronen ‘spiegelen’ het gedrag en de emoties van mensen om ons heen, zodat die anderen als het ware deel van ons gaan uitmaken. De ontdekking van deze cellen kan een groot aantal van de raadselen van het menselijk gedrag verklaren. Spiegelneuronen helpen ons niet alleen onze medemens te begrijpen, maar leveren ook verrassend nieuwe antwoorden op eeuwenoude vragen: hoe heeft de evolutie geleid tot menselijke taal en hoe is ons lichaam gerelateerd aan onze denkwijze?

Praktijkgerichte leermethode

De ontdekking van de spiegelneuronen ligt aan de basis van de praktijkgerichte leermethode. Zoals u weet hechten we veel belang aan het visualiseren van de kennis. Het demonstreren of iets voordoen door de docent is van groot belang, want ‘zien’ wordt omgezet in ‘doen’. Uit de biologie weten we dat jonge dieren naar het handelen van hun ouders kijken en proberen deze na te bootsen. Als een docent een therapie voorstelt en de handeling demonstreert of een kruidenmengsel bereidt wordt deze waarneming door onze spiegelneuronen omgezet in eigen kennis. Hierbij speelt aanleg een belangrijke rol. In de mate dat de student zijn interesse toont zullen de spiegelneuronen krachtiger functioneren. Zo heeft men onderzoek gedaan bij pianisten, waaruit blijkt dat bij het horen van muziek, de spiegelneuronen actief werden. Bij niet-pianisten gebeurde er niets. Het aanleren van een beroep of vaardigheid heeft op de eerste plaats te maken met de genetische structuur, vandaar het grote belang van de typologie.

Typologie

De spiegelneuronen staan in verhouding met het genetisch patroon. Dit is logisch omdat bepaalde neuronen die sterk ontwikkeld zijn zich spiegelen, terwijl minder ontwikkelde neuronen dit niet doen, zoals in het voorbeeld van de pianist en de niet-pianist. Tegenover bepaalde persoonlijkheidsstructuren staan de bijhorende spiegelhormonen. Een emotioneel type zoals iemand met een dominerend W-element, zal op emotioneel en intuïtief vlak specifieke spiegelneuronen hebben, terwijl een A-type over weer andere spiegelneuronen beschikt. De vzw Europese Academie is de enige school die over een grondige kennis en ervaring beschikt in verband met typologie. Bij de praktijkgerichte leermethode speelt de typologie eveneens een doorslaggevende rol. Door de ontdekking van de spiegelneuronen kunnen we de toepassingen van de typologie nog verder uitbreiden en verfijnen.

20:27 Gepost door Jan Dries in Gezondheid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |