03-12-14

Alzheimer kan voorkomen worden

Veel mensen hopen nooit Alzheimer of een andere vorm van dementie te krijgen. Omdat de ziekte onvoorspelbaar is, voelt men zich onzeker en voedt men de angst. Vooral de sterke toename van dementie en zelfs op jongere leeftijd is verontrustend. De meeste mensen zijn via de media of vanuit hun directe omgeving vertrouwd met dit ziektebeeld. Bij dementie verliest de patiënt zijn identiteit en weet men niet meer wie men is, waar men zich bevindt of bij wie men hoort. Er zijn geen bewuste perspectieven meer terwijl de sociale structuren vervagen. Het is een proces dat zich heel traag doorzet. Op het ogenblik dat de symptomen duidelijk herkenbaar zijn, gaat men er vanuit dat de ziekte al tien à vijftien aanwezig is. Er zijn mensen met dementie die nog heel heldere momenten kennen terwijl anderen ieder contact met hun partner of gezinsleden verloren hebben. Iedereen vraagt zich af hoe deze ziekte kan vermeden worden. Kan er preventief iets aangedaan worden? Het is een moeilijk te beantwoorden vraag, maar toch zijn er mogelijkheden.

 

Veel mensen, zeker als men wat ouder wordt, kunnen moeilijker iets onthouden. Ze zijn plots de draad kwijt in een gesprek of kunnen niet op de naam van een persoon komen. Ze herhalen gemakkelijk, weten niet of ze de deur van de auto of van hun huis hebben gesloten, vergeten een afspraak of herinneren zich de volgende dag weinig of niets van het tv-programma waar ze naar gekeken hebben. Het zijn vertrouwde symptomen die niets met Alzheimer of andere vormen van dementie hebben te maken. Vergeetachtigheid mag niet met dementie verward worden. Men zegt soms al lachend: ‘zolang men weet dat men het niet meer weet, hoeft men zich geen zorgen te maken’. Bij Alzheimer sterven de hersencellen af die verantwoordelijk zijn voor het geheugen. Het probleem is niet het geheugen, maar wel de afstervende cellen. Als we de werking van het geheugen begrijpen, hebben we beter inzicht op dementie.

 

Het geheugen is een vermogen dat ieder levend wezen bezit om optimaal te functioneren. Zelfs cellen hebben een geheugen. Alles wat we zintuiglijk ervaren wordt in ons geheugen opgeslagen en kan op ieder ogenblik opgeroepen worden als dat nodig is of we daar behoefte aan hebben. Er zijn drie functies: het waarnemen, het opslaan en het reproduceren. Als u aandachtig een artikel in de krant leest, dan slaat u de inhoud en de feiten van het verhaal of de gebeurtenis in uw geheugen op en kunt u dat op ieder ogenblik in de toekomst oproepen. Als u bijvoorbeeld aan iemand over een mooie reisherinnering of ervaring vertelt, zal het verhaal onmiddellijk geassocieerd worden met andere feiten. De ene herinnering roept de andere op. Zo kunt u zonder het echt te willen een flink stuk uit uw verleden oproepen. U zult merken dat u van bepaalde feiten zich veel meer herinnert dan van andere feiten.

Sommige mensen herinneren zich nog precies wat ze tien of vijftien jaar geleden in een restaurant gegeten hebben en met wie ze aan tafel hebben gezeten. Ze herinneren zich ieder detail, de sfeer, de onderwerpen waarover men gepraat heeft enz. Men heeft de indruk dat deze mensen een enorm goed geheugen bezitten terwijl ze andere gebeurtenissen die minder lang geleden hebben plaatsgevonden, zich nauwelijks herinneren. Alles is afhankelijk van de interesse. Sportliefhebbers herinneren zich ieder detail van een koers of een voetbalmatch. Alles hangt af van de intensiteit waarmee u bepaalde feiten beleefd. Uiteraard onderscheidt men diverse kwaliteiten in het geheugen.

 

In deze jachtige samenleving worden we overrompeld met informatie waarvan we te gemakkelijk fracties opvangen zodat we ons achteraf alleen nog alleen fracties kunnen herinneren. We hebben de neiging om weinig aandacht te besteden en zijn dan ontgoocheld dat we ons nog zo weinig herinneren. We kunnen niet reproduceren wat we niet hebben opgenomen. Dat heeft niets te maken met ouder worden, want juist ouderen mensen hebben een rijk gevuld geheugen. Bij jongeren mensen, die nog meer openstaan voor de media en minder geduld hebben om zich te concentreren, doet zich dat verschijnsel ook voor. Ze leggen alleen geen verband met Alzheimer. We kunnen ons geheugen trainen door informatie en feiten te selecteren. We moeten een keuze maken uit het overaanbod dat ons overspoeld. Neem de krant even snel door en haal de artikels eruit die uw aandacht vragen, doe dat ook met radio en tv. We handelen te veel automatisch waardoor we niet weten of we de auto al dan niet hebben afgesloten. We moeten bewust handelen door voldoende aandacht te schenken aan wat we doen. We zijn met duizend dingen tegelijkertijd bezig en schenken overal een beetje aandacht aan. Bewust door het leven gaan, voortdurend keuzes maken en ons niet laten opjutten. We zullen snel merken dat het met ons geheugen nog goed gaat en dat er absoluut geen sprake is van Alzheimer.

 

Minder goed horen of zien kan de opname van informatie belemmeren. Verder zien we dat oudere mensen minder mentaal actief zijn en niet open staan voor digitale mogelijkheden. Ze sluiten zich van de wereld af en dat is niet bevorderend voor het geheugen. Door informatie te selecteren die onze belangstelling uitdraagt, wordt alles weer overzichtelijk en komt ze niet overweldigend over. Met deze beperkte hoeveelheid gaan we bewust om door er ons op te concentreren. Zo onderhouden we de mentale structuren en worden de delen van de hersenen geactiveerd. Om het even samen te vatten: selecteer de informatie, handel heel bewust en schenk de nodige aandacht aan feiten en gebeurtenissen binnen uw interessegebied. U zult merken dat uw geheugen beter functioneert. Mentaal actief zijn is een goede preventie tegen Alzheimer. Daarnaast wordt gewezen op het belang van de beweging. Voldoende beweging zorgt voor een betere doorbloeding van de hersenen. Vasculaire dementie wordt veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding. Onze hersenen voeden zich met natuurlijke suiker (glucose), vandaar dat veel vers en rijp fruit eten heel belangrijk is in de strijd tegen dementie. Het gebruik van toegevoegde suikers in voedingsproducten heeft een negatieve invloed wegens het ontbreken van vitaminen en mineralen. Gezonde voeding, een natuurlijke levenswijze en een positieve instelling vormen samen de beste preventie tegen dementie.

26-11-14

Kurkuma, een kruid voor de hersenen

Kurkuma is een kruid dat pas sinds enkele decennia zijn intrede heeft gedaan in de gezonde keuken, maar dat als genezend kruid steeds meer bekendheid verwerft. Duitse wetenschappers uit Keulen en Jülich zijn tot de conclusie gekomen dat dit kruid wel degelijk een gunstige invloed heeft op de hersenen. Er is goede hoop dat het Alzheimer en andere vormen van dementie afremt of stabiliseert, maar het onderzoek is nog niet afgerond. Kurkuma is de wortelstok van een vaste kruidachtige plant die tot de gemberfamilie behoort (Zingiberaceae). Oorspronkelijk komt deze plant uit Indonesië, maar is in India eveneens erg gewaardeerd. Er zijn vele soorten, maar de Kurkuma die we hier bespreken, is de Curcuma longa L. en wordt in de volksmond ‘gele wortel’ genoemd wat verwijst naar de intens oranjegele kleur van de wortelstok. Kurkuma levert trouwens de gele kleur voor curry, een kruidenmengsel dat in de westerse keuken veel wordt gebruikt.

 

Een aantrekkelijk keukenkruid

Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd er in het Westen belangstelling voor dit kruid getoond. Het gele poeder heeft snel zijn weg gevonden naar de voedings-industrie als natuurlijke kleurstof (E100). Het is inmiddels een veel gebruikt keuken-kruid terwijl het als geneeskrachtig kruid de nodige aandacht weet te trekken. Kurkuma is rijk aan etherische oliën en fenolen, dit zijn de oranje kleurstoffen die curcumine worden genoemd. Aan kurkuma worden talrijke gunstige eigenschappen toegeschreven. Het is geen wondermiddel, maar binnen een goede omkadering zoals een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze heeft dit kruid een positieve invloed op vele aspecten van de gezondheid. Vooral als preventie tegen veel bedreigende ziekten is het goed regelmatig kurkuma als keukenkruid te gebruiken. In kookboeken zult u regelmatig recepten vinden waarin kurkuma verwerkt is. Keukenkruiden worden meestal gebruikt voor de smaak, de geur en de kleur waardoor gerechten aantrekkelijk worden. Keukenkruiden behouden hun geneeskrachtige werking. De meeste keukenkruiden hebben een gunstige invloed op de vertering en dat geldt evenzeer voor kurkuma. Dit kruid staat bekend voor zijn gunstige invloed op de maag, de gal en de lever, hoewel men niet mag overdrijven omdat bij een te hoge dosis maagirritatie kan optreden.

 

Zijn genezende werking

In de Ayurveda, de traditionele Indische geneeskunde, neemt dit kruid een belangrijke plaats in bij het behandelen van talrijke ziekten. Voor zijn genezende werking wordt kurkuma gebruikt in de vorm van tinctuur, alcoholatuur, kruidenazijn, siroop en verder opgelost in water of melk en als geelwortelsap. Er zijn talrijke indicaties bekend. We hebben al gewezen op zijn gunstige invloed op de maag, gal en lever. Vooral voor de lever is het een aanbevolen kruid omwille van zijn reinigende en herstellende werking, o.a. bij misbruik van alcoholische drank of het veelvuldig gebruik van chemische medicijnen. Bij iedere leverziekte kan het worden ingeschakeld. Het is daarom niet vreemd dat dit kruid een cholesterolverlagende werking heeft, bloedstolling en abnormale bloedklontering voorkomt zodat het risico op trombose en embolie verkleind wordt. Kurkuma staat bekend om zijn grote ontstekingsremmende werking en is een vorm van een natuurlijk antibioticum. Deze werking is toe te schrijven aan het stimuleren van de productie van natuurlijke corticosteroïden in de bijnier en het verhinderen dat cortisol wordt afgebroken. Vooral het hoge gehalte aan etherische olie verklaart deze ontstekingsremmende werking. Kurkuma wordt aanbevolen bij acute en chronische ontstekingen zoals bij reumatoïde artritis, maar ook bij spier- en peesontsteking. Kan gebruikt worden bij spierpijnen zoals fibromyalgie. Bij inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa kan het verzachting brengen. Verder zijn er aanwijzingen dat kurkuma helpt bij hart- en vaatziekten, diabetes, neurologische aandoeningen, longziekten en vele andere kwalen. Het blijft echter moeilijk om de intensiteit van het genezend effect op al deze ziekten te bepalen. Dat geldt trouwens voor alle kruiden. Het grote voordeel van zijn genezende werking is terug te voeren op zijn breed werkingsspectrum, d.w.z. dat kurkuma op zeer veel fysiologische processen een gunstige invloed heeft en daarmee aan talrijke genezingsprocessen een bijdrage levert.

 

Alzheimer

Alzheimer is een gevreesde vorm van dementie die steeds vaker voorkomt. Het geheugen valt geheel of gedeeltelijk weg waardoor deze patiënten hun identiteit verliezen. Ze herkennen niet meer de personen uit hun directe omgeving en leggen geen biologische verbanden en sociale structuren meer. Sommige hersencellen sterven af waardoor bepaalde functies niet meer mogelijk zijn. Alzheimer komt vaak in de familie voor en kan vanaf 45 jaar getest worden op erfelijke belasting waardoor de nodige voorzorgsmaatregelen tijdig kunnen getroffen worden zodat de ziekte wordt afgeremd. Duitse wetenschappers hebben ratten met kurkuma geïnjecteerd. Uit de hersenscan bleek dat de delen die bekend staan als invloedrijk bij de groei van zenuwcellen veel meer activiteit ontwikkelden. Verder werden neutrale stamcellen (NSC’s) gemarineerd in verschillende kurkumaconcentraties. Hoe meer kurkuma, hoe groter de groei met een groeisnelheid tot 80%. Stamcellen kunnen transformeren tot soorten hersencellen met een herstellende werking. De wetenschappers zijn duidelijk verrast over het bereikte resultaat. Onderzoek op vissen en kleine dieren lijkt hetzelfde effect te geven. De volgende stap is testen op mensen, maar dat kan nog een tijd op zich laten wachten. Gezien kurkuma geen bijwerkingen kent en geen enkel nadeel bevelen de wetenschappers aan kurkuma als keukenkruid te gebruiken. Kurkuma kent weinig contra-indicaties. Een te hoge dosis kan het maagslijmvlies irriteren. Tijdens de zwangerschap is kurkuma niet aan te bevelen omdat het een stimulerende werking op de baarmoeder kent. Door zijn bloedverdunnende werking is dit kruid niet aan te bevelen voor mensen die bloedverdunners gebruiken. Bij galstenen of bij acute ontsteking van de galwegen is het niet aan te raden kurkuma te gebruiken. Denk er aan dat bij gebruik van kruiden de omkadering doorslaggevend is. De subtiele werking van een kruid kan door negatieve factoren zoals onevenwichtige voeding, stress, gebrek aan beweging, negatieve instelling, onvoldoende nachtrust enz. afgeremd worden. Een kruid mag men niet met een chemische medicijn vergelijken.

 

Surf voor meer informatie over gezonde voeding, levenswijzen, kruiden, natuurgeneeskunde enz. naar www.europeseacademie.be. Bent u op zoek naar therapeutische ondersteuning surf dan naar www.natuurgeneeskundigen.be

10:51 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-11-14

Insecten op het bord!

Vroeger als ik een lezing gaf over vegetarisme of gezonde voeding begon ik meestal met het verteringsstelsel te bespreken om de juiste voedselkeuze te bepalen. De mens heeft immers een verteringsstelsel dat sprekend gelijkt op dit van een fructivoor of vruchteneter. Het werd snel duidelijk dat we niet gemaakt zijn om vlees te eten. Ik grapte dan meestal door te vertellen dat insecten door hun zachte structuur nog wel zou lukken, maar daar waren toen geen liefhebbers voor. Dit schijnt nu te veranderen. Insecten op het bord begint stilaan in de voedingswereld door te dringen, maar het is zeker nog geen rage. In China ligt dat anders, maar de Chinezen zijn met heel veel en hebben geleerd alles te gebruiken wat enigszins eetbaar is tot de poten van de kippen toe en nog veel andere verrassende spullen waaronder een rijke variatie aan wormen.

We merken hoever de mens afwijkt van zijn oorspronkelijk vruchtendieet. Als we in het warme zuiden over een markt wandelen met al die prachtige sappige en kleurrijke vruchten komt het water al in de mond. Het zien en ruiken van al deze heerlijke vruchten brengt het verteringsstelsel al in beweging door o.a. de speekselklieren te prikkelen, maag- en darmsappen af te scheiden en de peristaltiek opgang te brengen. Bij het zien van griezelige wormen op het bord sluit zich de maag en ontstaat er een spontane aversie. Een normaal mens moet zich inhouden om niet te braken. De voedingsindustrie denkt daar anders over, alles went, als er maar genoeg over wordt gesproken en bejubeld. Met reclame krijgt men alles verkocht. Sommige voedingsdeskundigen die het wormendieet proberen te lanceren spreken liever over insecten, want dat klinkt smakelijker dan wormen, rupsen, krekels en sprinkhanen. Nu al wordt er beweerd dat insecten rijk zijn aan eiwit, vitaminen, mineralen, ruwe vezels en omega-3-vetzuren. Hoe groot moet de portie insecten wel zijn om aan de aanbevolen dagelijks hoeveelheid nutriënten te voldoen? Men hoeft geen voedingsdeskundige te zijn om te beseffen dat men erg veel meelwormen of huiskrekels moet eten om er de nodige energie uit te halen.

Wat schuilt er achter dit walgelijk verhaal? Is het misschien de bedoeling om morgen in de voedingsproducten een zeker percentage insecten te verwerken om de prijs te drukken? We hebben de indruk dat er achter de schermen al druk wordt gewerkt om binnenkort met specialiteiten voor de dag te komen zoals ‘Amerikaanse woestijnsprinhanensoep’ of ‘Moriowormensaus’ of ‘Zijdevlinderdessert’. Wat zou u denken van een kant-en-klare ‘Buffalowormengerecht’! We kunnen er eens mee lachen, maar de Belgische overheid heeft al in een nieuwe omzendbrief laten weten dat in ons gezegend landje van bier, chocolade en friet het voortaan toegestaan is om tien insectensoorten te mogen kweken voor menselijke consumptie. Voor alle duidelijkheid, de dag dat de krant dit nieuws bracht, was niet 1 april. Het is allemaal heel ernstig bedoeld want het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen (FAVV) waarschuwt dat wie allergisch is voor zeevruchten of huisstofmijt moet opletten omdat zij een grote risico lopen om allergisch te zijn voor insecten. Voedselallergie-expert Marty Blom voegt er aan toe: ‘Tot nog toe werd geen enkel geval van allergie opgetekend na het eten van insecten. Maar wie allergisch is voor deze twee zaken, kan inderdaad beter voorzichtig zijn.’ Er worden in België nog niet massaal wormen gegeten, dus is het logisch dat nog niemand allergisch heeft gereageerd. Er wordt gegarandeerd dat de insecten uitgebreid getest worden op aanwezigheid van ziektekiemen. De meest gebruikte bereidingswijzen zijn roosteren, bakken en frituren waardoor de smaak nog heerlijker wordt. Wat zou u ervan denken als morgen bij een van de ons overgebleven frietkoten de slogan te lezen staat: ‘Proef onze zelfgemaakt huiskrekelsaus’. De dierenrechtenorganisaties hebben nog niet gereageerd want levende wormen in heet vet bij 180 °C frituren is geen zachte en humane dood. Wormenexperts binden al meteen de strijd aan eten tegen bio-industrie want insectenkwekers worden de grote concurrenten van vleesverwerkende bedrijven. Gaan morgen de varkenshouders massaal overschakelen op het kweken van insecten? Misschien minder geurhinder en verkleint men daarmee het mestprobleem! Alle argumenten zijn goed om het nieuwe goud te lanceren.

Tot de 10 uitverkoren insecten behoren: de rups van de kleine wasmot, de wasmotrups, morioworm, rups van de zijdevlinder, meelworm, buffaloworm, Afrikaanse treksprinkhaan, bandkrekel, huiskrekel en de Amerikaanse woestijnsprinkhaan. Mooi klinkende namen op de menukaart van de culinaire restaurants, want daar moet men beginnen om daarna de doodgewone consument aan te zetten tot het eten van wormen, krekels, rupsen en sprinkhanen. Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben studies aangetoond dat door minder vlees te eten de ecologische voetafdruk flink verkleind wordt. Onlangs heeft de Hoge Raad voor de gezondheid gepleit om de vleesconsumptie drastisch terug te dringen om de gezondheid van de bevolking te vergroten. Er wordt al minder vlees gegeten, de bio-industrie is aan strenge normen gebonden zodat de groei gestopt is, maar wat helpen al deze goede initiatieven als we morgen overschakelen op een andere vorm van dierlijk voedsel, want insecten zijn nog altijd dieren. Geen sprinkhanen, geen wasmot of krekels op ons bord maar wel blozende vruchten, welriekende kruiden en heerlijke groenten. Laten we terugkeren naar onze oorspronkelijke voeding, meer voedingsmiddelen en minder voedingsproducten, dat is gezonder en milieuvriendelijk. Bovendien leveren we hiermee een aanzienlijke bijdrage aan het wereldvoedselprobleem.

 

Voor meer informatie over gezonde voeding, surf naar www.europeseacademie.be

20:30 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-14

Mayonaise en vinaigrettesaus, gezonder dan u denkt.

Er wordt in de voedingsliteratuur nog al wat kritiek geuit op mayonaise. Het lijkt wel het meest ongezonde voedingsproduct te zijn, maar is dat wel zo? Mayonaise is een koude, witte saus op basis van olie en een eierdooier. Het is een stabiele emulsie van plantaardige olie in water waarbij de eierdooier als emulgator optreedt. Om de olie beter verteerbaar te maken wordt er azijn of citroensap toegevoegd. Kan op smaak worden gebracht met een weinig zout, peper, maar vooral keukenkruiden zowel vers als gedroogd. Het hoofdbestanddeel van mayonaise is plantaardige olie, rijk aan onverzadigde vetzuren en daardoor uiterst gezond. Mayonaise is een goed middel om meer onverzadigde vetten binnen te krijgen. Een eierdooier weegt slechts 19 g en bevat 256 mg cholesterol, dat is erg veel. Verwerkt in mayonaise is dat echter veel minder. Met 1 eierdooier maakt men 1 liter mayonaise. Een flinke eetlepel mayonaise weegt ongeveer 25 g en bevat 5 à 6 mg cholesterol wat te verwaarlozen is.

 

Mayonaise heeft een hoge calorische waarde. Bij 80% olie bedraagt dit 727 kcal en bij 50% olie 490 kcal, maar er wordt niet zoveel van gebruikt. Het is bovendien gemakkelijk om mayonaise met yoghurt te mengen zodat zowel het oliegehalte, het cholesterol als de calorische waarde met 30 tot 50% verlaagd worden. Zelfgemaakte mayonaise verdient de voorkeur omdat men dan zelf de kwaliteit van de olie kiest. Voor zwangere vrouwen worden gerechten met rauwe eieren afgeraden omdat er een verhoogd risico op infectieziekten zoals toxoplasmose en listeriose mogelijk is. Wie problemen heeft met een rauwe eierdooier, kan gebruik maken van een koude oliesaus of vinaigrettesaus. Dit is olie waaraan een weinig azijn of citroensap wordt toegevoegd, mosterd en verse of gedroogde kruiden. Zowel mayonaise als oliesaus zijn een goede toepassing van gezonde olie, rijk aan onverzadigde vetzuren. Het onderscheid tussen ongezonde dierlijke vetten en gezonde plantaardige oliën moet duidelijk gesteld worden. Ze zijn niet met elkaar te vergelijken. Gebruikt men industrieel bereide mayonaise en/of vinaigrettesaus bekijk dan kritisch het etiket en let vooral op de E-nummers.

14:21 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-10-14

Ui en zijn heerlijk aroma

Er is waarschijnlijk geen enkel voedingsmiddel dat wereldwijd zo begeerd is en dagelijks in de keuken wordt gebruikt als de ui. De ui (Allium cepa L.) wordt gerekend tot de groenten, maar behoort eveneens thuis onder de noemer ‘keukenkruiden’. De ui maakt deel uit van de grote plantenfamilie van de lelieachtigen waartoe ook de knoflook, sjalot, prei, bieslook, asperges en vele anderen behoren. De ui is een bolgewas die we herkennen aan de verdikking van de stengel dat boven de grond groeit. De bol is uit lagen opgebouwd met een dun vliesje tussen iedere laag. Het woord ui komt van het Latijnse woord ‘unio’ en werd in het Middelnederlands ‘uyen’ genoemd, wat ten onrechte voor een meervoud werd gezien, vandaar dat men ‘ui’ als enkelvoudig heeft bedacht. Er zijn ongeveer 500 soorten waarvan er 20 door de mens worden gebruikt. We kunnen ze in twee groepen indelen, de eerdere zoete ui die in Zuid-Europa heel geliefd is en de meer scherpe en intense ui die we haast dagelijks gebruiken. De ui geniet de beruchte reputatie dat bij het snijden de ogen beginnen te tranen. Het is de zwavelhoudende stof isoalline die bij het snijden of kneuzen vrijkomt en onder invloed van het enzym alliinase de tranende stof Thiopropanal S-oxide vormt die zich via de lucht verplaatst en in de ogen of de neus terecht komt en rechtstreeks op de zenuwuiteinden inwerkt. Deze vluchtige stof wordt afgebroken tot zwavelstof, zwaveldioxide en zwavelzuur. Dit kan vermeden worden door de ui te snijden in een gesloten uiersnijder, door de ui onder stromend water te snijden, door een à twee eetlepels azijn op de snijplank te gieten of door azijn onder de gesneden of gehakte ui te roeren. Het dragen van een veiligheidsbril kan ook. Een ui die sterk doet tranen is van hoge kwaliteit. Het schijnt dat er traanvrije uien in de handel verkrijgbaar zijn, maar dat is verwerpelijk. Als u ui rauw eet, wat uiteraard aan te bevelen is, doet u er goed aan om de fijn gesneden of de uiringen even te spoelen om alle zwavelverbindingen die bij het snijden zijn vrijgekomen te verwijderen. Deze worden scherper naar mate ze langer aan de lucht zijn blootgesteld. Soms wordt ui zodanig gedroogd om als strooikruid te gebruiken, maar dan is het enzym niet meer actief.

De ui is aantrekkelijk vanwege haar sterke en doordringende zwavelgeur die bedoeld is om zich tegen insecten te weren. In een stresstoestand beschermen planten zich o.a. door langs chemische weg te reageren. Bij verhitting verandert dit chemisch verdedigingsmechanisme in een milde, maar toch hartelijke smaak die erg gewaardeerd wordt. Omdat ui in boter of olie wordt gestoofd, verandert de smaak doordat er een combinatie ontstaat tussen de zwavelsmaken en het vet. Olie houdt deze smaken gemakkelijker vast. Het aroma van de ui is fascinerend en erg gewaardeerd in culinaire middens. In tegenstelling tot veel keukenkruiden zijn er bij de ui slechts twee groepen geur- en smaakstoffen waarvan de zeven zwavelhoudende domineren. Een ui bevat 6,2% natuurlijke suikers die zorgen voor de aantrekkelijke smaakcombinatie tussen het zwavel- en het zoete aroma. Het oleanolzuur zorgt voor een hartelijke en bittere ondertoon terwijl de natuurlijke smaakstof rhamnose het zoete versterkt. De kleur van de ui beïnvloedt eveneens de smaak. De gele ui heeft een scherpe smaak, de witte ui is eerder mild en de rode ui is zeer rijk aan aroma. Ui laat zich goed combineren met estragon, kervel en peterselie.

De ui heeft goede geneeskrachtige eigenschappen, dat leiden we af uit de vele toepassingen. In de volksgeneeskunde, maar ook uit zijn talrijke geneeskrachtige inhoudsstoffen zoals de zwavelhoudende di- en tripeptiden, flavonoïden, voornamelijk quercetineglucosiden, saponinen, kalium en vele andere stoffen. De ui heeft een eetlustopwekkende en verteringsbevorderende werking en kent een gunstige invloed op de darmflora. O.a. de aanwezigheid van fructaan remt de gevolgen van gisting en rotting in de darm af en heeft een ontstekingsremmende werking bij darmaandoeningen. De ui heeft een matige, doch niet te onderschatten kankerremmende werking bij darmkanker, strottenhoofdkanker, mondholte- en slokdarmkanker en eierstokkanker. Regelmatig ui eten, geeft een zekere bescherming tegen kanker.

Het is al vrij lang bekend dat de ui een gunstige invloed heeft op hart- en vaataandoeningen o.a. door het bloed dun te houden, het cholesterol te verlagen en eventuele bloedstolsels tijdig op te lossen. Daarom wordt de ui aanbevolen ter voorkoming van atherosclerose, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten in het algemeen. Eeuwenlang werd de ui gebruikt als pleister bij longproblemen. Recent onderzoek toont aan dat de ui een gunstige invloed heeft bij het behandelen van astma en allergieën. De ui versterkt matig de immuniteit en heeft een antimicrobiële werking die minder sterk is dan bij knoflook. Regelmatig ui eten is aan te bevelen bij mensen die gemakkelijk vatbaar zijn voor verkoudheden, keelpijn, angina, heesheid of bronchitis. De ui is licht urinedrijvend en doet een te hoge bloedsuikerspiegel dalen, vandaar zijn gunstige invloed bij diabetes. Ui kent een breed werkingsspectrum en heeft daardoor een gunstige invloed op haast alle functies van het lichaam. De ui kent geen toxische nevenwerkingen.

Terwijl we hier de ui prijzen voor al zijn goede eigenschappen zullen er velen zijn die zeggen dat ze geen ui kunnen verdragen. Sommigen verdragen geen rauwe ui, maar voor heel wat mensen geldt dat ook voor gestoofde ui. Ze krijgen meteen last van maagpijn, een opgeblazen gevoel, gasvorming, krampen en het eindigt meestal in een heftige diarree, vaak heel kort na het eten van ui. De oorzaak ligt niet bij de ui, maar bij een overgevoeligheid van het verteringsstelsel, zwakke of vervuilde darmen. Ui bevat mosterdzuur en dat wordt niet door iedereen goed verdragen. Voor hen is het gebruik van ui een contra-indicatie. Een grondige darmsanering kan dit verhelpen. Dat doet men het beste onder therapeutische begeleiding, raadpleeg daarom www.natuurgeneeskundigen.be .

Wil u meer weten over gezonde voeding, surf dan naar www.europeseacademie.be en kijk eens naar de open cursus ‘vitaal door voeding’ of de opleiding ‘V.G.L.-Gezondheidsconsulent’. 

21:35 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-10-14

Zetmeel, de complexe suiker

Zetmeel is uit meerdere koolhydraateenheden opgebouwd, heeft een ingewikkelde structuur. Planten slaan zetmeel op in microscopisch kleine, vaste korreltjes. De zetmeelkorreltjes bezitten de eigenschap om water, vooral heet water te absorberen tot 30% van hun eigen gewicht. Op die manier kan het zetmeel zwellen en geleren en wordt de massa dikker. Vandaar dat zetmeel in de keuken gebruikt wordt om sauzen te binden. Zetmeel vormt de basis van de graanvoeding en is het belangrijkste bestanddeel van brood. De grootste hoeveelheid natuurlijke suikers krijgen we via zetmeel binnen. Zetmeel is in tegenstelling tot de andere vormen van suikers moeilijker verteerbaar. Zetmeelhoudende voedingsmiddelen worden daarom gekookt of gebakken om de celstructuur te ontsluiten. Tijdens de vertering wordt zetmeel eerst omgezet in dubbele suikers en nadien in enkelvoudige suikers. De mens kan alleen enkelvoudige suikers in zijn bloed opnemen om ze naar de cellen te transporteren.

 

Tot de zetmeelrijke voeding behoren de granen, peulvruchten en de aardappel en in mindere mate knol- en wortelgewassen. De zetmeelrijke voedingsmiddelen vormen de basis van de conventionele voeding en krijgen in de voedingswetenschap ruime aandacht. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen graanzetmeel en aardappelzetmeel. De hoeveelheid zetmeel in de diverse graansoorten varieert van 60 tot 78% terwijl dit bij de aardappel slechts 15% bedraagt. Daardoor is de aardappel licht verteerbaar en heeft de eigenschap vocht af te voeren. Granen gaan het vocht eerder vasthouden, wat nadelig is voor het lichaamsgewicht. Vermoedelijk heeft dit te maken met de verhouding zetmeel/kalium. Kalium is de antagonist van natrium. Natrium houdt vocht in het lichaam vast, terwijl kalium het uitdrijft. Een verhouding tussen natrium en kalium zorgt voor een goede waterhuishouding. Bij de aardappel ligt de verhouding op 1/150, bij tarwe ligt deze verhouding op 1/62.

 

Geïsoleerd zetmeel

Omwille van een aantal praktische eigenschappen zoals zwellen, geleren, binden of verdikken wordt geïsoleerd zetmeel in de keuken gebruikt. De voedingsindustrie maakt daar massaal gebruik van, vooral als goedkope vulstof. Het toevoegen van vulstof doet de prijs van een product dalen. Bij geïsoleerd zetmeel ligt het tussen 83 en 86%. De meest gebruikte soorten zetmeel zijn: aardappelzetmeel, maïszetmeel, rijstzetmeel, tapiocazetmeel en tarwezetmeel.

 

Arrowroot

Arrowroot is een fijn, wit poeder verkregen van een zetmeel dat wordt gewonnen uit de wortelstok van de West-Indische plant ‘Maranta’, ook pijlwortel genoemd. De zetmeelkorrels zijn kleiner dan deze van de aardappel of de tapioca. Het wordt uitsluitend gebruikt als verdikkingsmiddel of bindmiddel voor soepen, sausen en pudding en vele andere gerechten. Het poeder wordt voor het gebruik door wat koude vloeistof geroerd.

 

Gemodificeerd zetmeel

Om een stabiele consistentie te behouden tijdens de productie, opslag, distributie en consumptie gebruikt de voedingsindustrie liever gemodificeerd zetmeel. Maïs wordt zodanig chemisch gewijzigd dat er hoofdzakelijk nog amylopectine aanwezig is. ‘Glazig zetmeel’ zorgt er voor dat sauzen, gels en andere producten beter bestand zijn tegen stolling en scheiding in een vaste fase en een waterig restant, een probleem dat bij niet gemodificeerd zetmeel gemakkelijk voorkomt. Bovendien wordt het zetmeel zodanig gewijzigd en behandeld dat het beter koud water opneemt. Het gaat hier om ver doorgevoerde veranderingen waar heel wat deskundigen zich vragen bij stellen. Op het etiket staat vermeld ‘gemodificeerd zetmeel’ maar de consument weet niet wat het betekent. Dit gemodificeerd zetmeel is enkel bedoeld om de productieprocessen in de voedingsfabrieken sneller te doen verlopen. Over de nadelen voor de gezondheid is nog te veel onduidelijkheid.

09:13 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-10-14

Kies voor voedingsmiddelen, gezond en niet duur.

Er wordt terecht flink geklaagd dat het leven duur is geworden omdat veel geld naar de voeding gaat. Sommigen leggen de schuld op de invoering van de euro, maar dat is slechts een veronderstelling. De voedingsindustrie speelt steeds meer in op het feit dat mensen weinig tijd hebben om zelf aan de slag te gaan en biedt daarom kant-en-klare voedingsproducten aan. Het ziet er allemaal mooi en aantrekkelijk uit en vraagt weinig voorbereiding. De rekken van de supermarkt puilen er vanuit. Ze zijn zo overvloedig aanwezig dat de consument het vanzelfsprekend vindt dat deze voedingsproducten de eetcultuur bepalen. Men blijft er echter niet bij stilstaan dat deze voedingsproducten in vergelijking met verse voedingsmiddel wel erg duur zijn. We maakten een kleine vergelijking en kochten voor dit onderzoek een kant-en-klare komkommersalade, seldersalade en een champignonsalade op zijn Grieks. De twee eerste zijn rauwkostsalades en geven de indruk wel degelijk gezond te zijn. Ze behoren bovendien tot de goedkopere salades in vergelijking met vis- en vleessalades, maar de verhouding prijs eindproduct/ingrediënten is dezelfde. De drie salades zijn verpakt in plastic vlootjes van 185 gram. We analyseren ze en vergelijken ze met elkaar en trekken onze conclusies.

Komkommersalade

  • Gewicht: 185 gram
  • Hoeveelheid komkommer: 57% of 105 gram.
  • Andere ingrediënten: Raapzaad- en sojaolie, suiker, azijn, eigeel, mosterd, azijnzuur, melkzuur, kruiden, zout, gemodificeerd maïsmeel, kaliumsorbaat, natriumbenzoaat, stabilisatoren (guarpitmeel, xantaangol) specerijen
  • Waarschuwing: in hetzelfde bedrijf worden ook gluten, schaaldieren, vis, soja, melk, selderij, lupine en weekdieren verwerkt zodat eventuele sporen van deze ingrediënten niet uit te sluiten zijn.
  • Verkoopprijs: 1,45 euro
  • Prijs van 105 gram verse kommer: circa 0,10 euro.
  • Prijs toegevoegde saus: 0,10 euro.

Een verse komkommersalade wordt samengesteld uit fijn gesneden komkommer vermengd met een sausje op basis van azijn dat men gedurende enkele uren laat trekken om de komkommer zacht te maken. Men voegt er eventueel een weinig mayonaise met keukenkruiden aan toe. De kostprijs hiervan bedraagt ongeveer 0,10 euro. Dus voor ongeveer 0,20 euro heeft u een gezonde komkommersalade die heerlijk smaakt zonder al deze voedingsadditieven. Niet duur, maar wel gezond.

 

Seldersalade

  • Gewicht: 185 gram
  • Hoeveelheid selder: 53% of 98 gram.
  • Andere ingrediënten: Azijn, zout, natriumbisufuet, geëmulgeerde saus, geraffineerde sojaolie, water, eigeel, gemodificeerd maïszetmeel, suiker, mosterd, lactose, melkeiwit, verdikkingsmiddelen (guardpitmeel, xanthaangom, ei, conserveermiddelen (kaliumsorbaat, natriumbenzoaat).
  • Waarschuwing: dezelfde als bij de komkommersalade
  • Verkoopprijs: 1,55 euro
  • Prijs: 98 gram knolselder: 0,09 euro.
  • Prijs toegevoegde saus: 0,11 euro.

Een verse knolselderiesalade kan op verschillende wijze bereid worden. Door de geraspte knolselder te mengen met mayonaise of een zelf bereid sausje op basis van olie, azijn en keukenkruiden. De reële prijs van een zelfgemaakte knolselderiesalade kost ongeveer 0,20 euro.

 

Champignons op Griekse wijze

  • Gewicht: 185 gram
  • Hoeveelheid champignons: 34% of 62,90 gram, 22% of 37 gram ui en 10% of 18,5 gram tomatenconcentraat.
  • Andere ingrediënten: zout, water, suiker, wijn, geraffineerde sojaolie, boter, gemodificeerd maïszetmeel, zout, kruiden en specerijen, conserveringsmiddelen (kaliumsorbaat, natriumbenzoaat).
  • Prijs: 1,65 euro
  • Prijs: champignons, ui en tomatenconcentraat: 0,40 euro.

Het is niet zo moeilijk om zelf champignons op Griekse wijze te bereiden. De hoofdingrediënten zijn champignons, ui, tomaat (tomatenketchup) en wat keukenkruiden.

Wat ons het meest opvalt is de grote verscheidenheid aan voedingsadditieven (E-nummers). Het is opvallend dat op het etiket geen E-nummers vermeld staan, wel de naam voluit geschreven, dat valt voor de consument minder op. Het gaat hier om voedingsadditieven die om uitleg vragen.

E202, Kaliumsorbaat: synthetisch conserveermiddel, kan een chemische reactie aangaan met andere nitraten. Wordt door sommigen als een gevaarlijk voedingsadditief omschreven. Kan eventueel geboorteafwijkingen veroorzaken, astma, netelroos of darmproblemen veroorzaken.

E211, Natriumbenzoaat: synthetisch conserveermiddel, kan volgens sommige bronnen gezondheidsrisico’s veroorzaken zoals hyperactiviteit, oogirritatie, groeiaandoeningen, slapeloosheid, gedragsstoornissen, schade aan het bloed met verhoogd risico op leukemie. Dit is een erg omstreden voedingsadditief.

E412, Guardpitmeel: Is een verdikkingsmiddel, stabilisator, geleermiddel en vulstof. Het is een polysaccharide uit de pit van de guardvrucht. Er zijn gezondheidsrisico’s bekend zoals allergie, misselijkheid, winderigheid, eczeem, buikkrampen, verminderde opname van mineralen en vitaminen. Wordt te gemakkelijk als onschuldig beschouwd.

E415, Xantaangom: Verdikkingsmiddel, geleermiddel en hulpmiddel voor synthetische additieven dat vrijkomt bij de gisting van glucose. Wordt soms als onschuldig gezien terwijl er een toename van astma-aanvallen, huidreacties en ademhalingsallergieën is vastgesteld.

E222, Natriumbilsulfiet: Is een synthetische versie van sulfiet en veroorzaakt gemakkelijk allergie, darmstoornissen, longirritatie en bemoeilijkt de opname van de vitaminen van het B-complex. Dit additief moet men zeker vermijden.

E260, Azijnzuur: Dit is het bestanddeel van azijn en kan zowel natuurlijk als synthetisch zijn. Er zijn geen gezondheidsrisico’s bekend.

E270, Melkzuur: is een natuurlijke bewaringsmiddel, maar kan ook synthetisch bereid worden en dat weet men niet altijd. Synthetisch bereid melkzuur is niet toegestaan bij baby’s en jonge kinderen.

E1410, Gemodificeerd maïszetmeel: Wordt gebruikt als vulstof. Gemodificeerd betekent dat iets door grondige verandering tot stand komt. Er wordt gebruik gemaakt van transgene maïs. Is niet helemaal vrij van gezondheidsrisico’s.

De meeste E-nummers zijn ongezond tot gevaarlijk, maar bij een thuisbereiding hebben we ze niet nodig omdat de zelfgemaakte gerechten binnen twee dagen worden gegeten. Bij geïndustrialiseerde voedingsproducten ligt dat anders omdat ze na weken of maanden er nog altijd even fris moeten uitzien in een gebonden toestand. Het is niet mogelijk om dergelijke eenvoudige bereidingen te industrialiseren zonder gebruik te maken van al deze E-nummers. Een andere reden om voedingsadditieven te gebruiken heeft te maken met de grote hoeveelheden die in de fabriek bereid worden waardoor er veel meer kan misgaan tijdens de productie.

Als we de verkoopprijs vergelijken met wat verse ingrediënten kosten, dan is dat haast niet te geloven. Deze hoge prijs is verantwoord binnen het economisch denksysteem van de voedingsindustrie. Mensen die zich haast uitsluitend met geïndustrialiseerde voedings-producten voeden, hebben inderdaad goede reden om te klagen dat het leven zo duur is. Met wordt van deze salades of andere voedingsproducten niet ziek, maar ze leveren te weinig om de gezondheid in stand te houden. Het is niet vreemd dat deze mensen vaak ziek zijn en naast deze dure voedingsproducten nog eens geld uitgeven aan artsenkosten en medicijnen. Voedingsmiddelen zijn spotgoedkoop en zeer gezond. Het bereiden van vers voedsel mag niet langer als een opgave gezien worden, maar kan evenzeer een vorm van ontspanning zijn. Creatief bezig zijn met gezonde voeding schept een sfeer van rust en voldoening, zeker als men beseft dat hiermee een hoge kwaliteit wordt bereikt en dat men veel, heel veel geld uitspaart.

Het vraagt een mentale omschakeling door meer bewust om te gaan met de kwaliteit van het voedsel, door een stuk verantwoordelijkheid te dragen tegenover zichzelf en zijn gezin en door economisch te leren denken. Wees kritisch als u door de supermarkt wandelt, neem een vergrootglas mee en kijk naar de kleine lettertjes op de verpakking. Kweek een nieuwe gewoonte aan en vul niet blindelings uw kar. Laat u niet meer verleiden door al die schijnbare aantrekkelijke voedingsproducten. Koop geen voorverpakte broodjes, maar haal ze vers bij de warme bakker, dan weet u wat u in uw mond steekt. Om af te sluiten en uw ogen nog verder te openen, vermelden we wat op de verpakking staat te lezen van voorverpakte ‘Melksandwiches’ uit de supermarkt.

Ingrediënten: Tarwebloem, water, gist, suiker, eieren, boter, plantaardige olie (raapzaad, zonnebloem) dextrose, gejodeerd zout, magere melkpoeder, plantaardig eiwit, emulgator (E482), bonenmeel, verdikkingsmiddel (E466), aroma, weipoeder, antischuimmiddel (E.900), zetmeel, maltodextrine, conserveringsmiddel (E202), kleurstof (E160 a). Bevat gluten, eieren en melk. Kan sporen bevatten van: schaalvruchten, sesamzaad. Droog bewaren bij kamertemperatuur.

E482, Calciumstearoyllactylaat, is een emulgator en er zijn geen gezondheidsrisico’s bekend.

E466, Natriumcarboxymthylcellulose, is een verdikkingsmiddel, stabilisator, geleermiddel en schuimmiddel. Het remt de maagzuurvorming, werkt laxeren. Door twee wetenschappers is dit additief als kankerverwekkend bepaald, maar is nog altijd niet verboden.

E900, dimethylpolysiloxaan, dit additief is gemaakt uit siliconen en wordt als omstreden beschreven. Mogelijke gezondheidsrisico’s zijn aandoeningen van de nieren, lever en zenuwen. Het kan sporen van formaldehyde (E240) bevatten dat kankerverwekkend is en mag in Frankrijk niet gebruikt worden.

E202, calciumsorbaat: is een chemisch conserveermiddel met volgende gezondheidsrisico’s: astma, netelroos, verkoudheid en darmstoornissen.

E160a, caroteen: natuurlijk caroteen is vrij gezond, maar vaak wordt gebruik gemaakt van synthetisch caroteen en dat staat meestal niet vermeld.

Dextrose: Druivensuiker die door hydrolyse uit zetmeel wordt bereid.

Gejodeerd zout; zout waaraan jodium is toegevoegd. 

Maltodextrine: Dit is een zoetstof die uit zetmeel wordt bereid.

 

De consument blijft er niet bij stilstaan dat in de voedingsproducten ontzettend veel additieven en andere stoffen worden toegevoegd om het product verkoopbaar te maken. Het zijn economische belangen ten koste van de volksgezondheid. 

20:37 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-09-14

Weinig fruit in vruchtenyoghurts

Producenten voegen zoveel ingrediënten toe aan vruchtenyoghurts dat er van gezondheidsvoordelen nog weinig overblijft. Ze bevatten te veel suikers en te veel vet. En ondanks de mooie plaatjes op de verpakking zit er bitter weinig fruit in. Dat blijkt uit een onderzoek van Test-Aankoop, de grootste consumentenorganisatie van Nederlandstalig België. Het is goed dat Test-Aankoop een kritische blik werpt op wat in de supermarkt te koop wordt aangeboden. De consument kan niet genoeg wakker geschud worden. In 1 van de 30 onderzochten vruchtenyoghurts zat 6% fruit, wat overeenstemt met een halve middelgrote aardbei op een potje van 125 gram yoghurt. De aanwezigheid van echte aardbeien wordt vaak gemaskeerd door de toevoeging van kleurstoffen en het versterken van de aardbeismaak door een aroma (E-nummer). Slechts 6 van de 30 onderzochten yoghurts bevatten geen aroma. De consument wordt visueel misleid door de prachtige en kleurrijke afbeeldingen van aardbeien of andere vruchten. Producenten gebruiken vaak de term ‘artisanaal’ terwijl het om een industrieel bereid product gaat. Hoe kan men de voedingswet zo gemakkelijk omzeilen?

Het weinig fruit in de yoghurt is niet het echte probleem, want een bewuste consument koopt witte natuuryoghurt en voegt er thuis voor het gebruik net zoveel fruit aan toe als men wenst. Heel wat mensen beginnen de dag met een heerlijk fruitontbijt en mengen daar eventueel wat yoghurt doorheen. Op de eerste plaats gaat het om de kwaliteit en de kwantiteit van de melkzuurbacteriën en hoe de melk werd omgezet tot yoghurt. Dat is de essentie van yoghurt en bepalend voor zijn kwaliteit. De industriële yoghurtbacteriën zijn gekweekt om goed en snel te groeien in melk, maar kunnen binnen het lichaam niet overleven, daar hebben we weinig aan. Op goedkope yoghurt is de gebruikte bacterie niet eens vermeld. De echte bacteriën die de darmflora helpen opbouwen zijn grondig bestudeerd zoals de L. Adophilus of Lactobaccillus fermentum. De zuivelindustrie gebruikt meestal de benaming Bifidus. Degelijke bacteriën in natuuryoghurt vormen een beschermde laag op de darmwand, scheiden antibacteriële stoffen af, bevorderen de immuniteitsreactie van het lichaam op bepaalde ziekteverwekkers, ontmantelen cholesterol en cholesterol aantastende galzuren en hebben een remmende werking op kanker. Natuuryoghurt heeft een probiotische werking en dat kan men niet van een geïndustrialiseerde yoghurt verwachten waarvan men niet eens weet op welke stammen van bacteriën de yoghurt bereid werd.

Een goede yoghurt is gemaakt van volle melk met een vetgehalte van 3,5% en een eiwitgehalte van 3,3%. Er is een fysiologische verhouding tussen vet en eiwit. Vet heeft de eigenschap om het eiwit langer in de maag te houden waardoor de vertering optimaal verloopt. Daarom vindt men altijd eiwit en vet samen in een voedingsmiddel, hoe meer eiwit, des te meer vet. Vetarme yoghurt bevat slechts 1,5% vet terwijl het eiwitgehalte even groot is. Bij een vetarme yoghurt verteert het eiwit minder goed en blijft het verzadigingsgevoel uit zodat men behoefte heeft om er meer van te eten. Melkvetten zijn geen harde vetten zoals bij vlees en hebben een laag smeltpunt. Ze zijn minder schadelijk. Bij een potje van 125 gram yoghurt gaat het om 4,37 gram zachte vetten, wat binnen de vetconsumptie te verwaarlozen is. Het vet is in het voordeel van een betere eiwitvertering, een betere smaak en voldaan gevoel.

Het belangrijkste aspect bij yoghurt is het melkzuur dat uiteraard zorgt voor een frisse smaak die helaas niet iedereen kan waarderen. Een volle yoghurt bevat 4,0 gram lactose of melksuiker wat de smaak nauwelijks beïnvloed, vandaar de neiging om te zoeten. Gebeurt dit met honing zoals met acaciahoning is dit een uitstekende oplossing. Natuurlijke zoetmiddelen zijn siroop, zoals appel- of perensiroop, ahornsiroop, ingedikt appelsap en nog vele andere natuurlijke zoetmiddelen. De melkzuren zorgen er voor dat de natuurlijke suikers niet gisten. Grijpt men naar industriesuiker, dan verknoeit men een gewaardeerd voedingsmiddel. Gebruik zeker geen zoetstoffen want ze zijn niet zonder gevaar. Bovendien versterkt zoet fruit de smaak. Een goede raad, koop natuuryoghurt liefst in de natuurvoedingswinkel of van een betrouwbaar merk in de supermarkt. Let vooral op de bacterie waarvan hij bereid is, soms is het een combinatie van meerdere bacteriën. Natuuryoghurt is rijk aan calcium, fosfor en magnesium, bevat vitaminen A, E, B1, B2, B3, B6 en een weinig C. Yoghurt is bijzonder rijk aan zink en koper. Voeg er zelf fruit aan toe en zoet met honing of een natuurlijke zoetmiddel. U kunt ook zelf uw yoghurt bereiden, dan weet u pas wat u eet.

 

Wilt u meer weten over gezonde voeding, surf dan naar www.europeseacademie.be en kijk eens naar de open cursus ‘vitaal door voeding’ of de opleiding ‘V.G.L.- Gezondheidsconsulent’.

20:27 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

01-09-14

Speltbrood, een ongeziene hype

We ontvingen drie nogal emotionele reacties op het artikel over ‘Spelt’.

Om misverstand te vermijden, komen we hier even op terug. Objectief gezien is spelt een goed graan, maar het is niet echt beter dan andere granen. De inhoudsstoffen zijn precies dezelfde en op sommige vitaminen en mineralen scoort dit graan zelfs iets lager. Het is duidelijk dat deze graansoort extra gepromoot wordt en een echte hype is geworden. Gezien het hier om een vergeten graan gaat, is het minder veredeld, maar er zijn geen doorslaggevende argumenten aan te voeren dat dit graan een absolute topper zou zijn. Subjectief ligt dit heel anders. Wie graag speltbrood eet, mag dat gerust doen of wie het beter verdraagt dan een ander soort brood, moet dat zeker blijven eten. Er zijn mensen die bijvoorbeeld niet tegen tarwebrood kunnen, maar van speltbrood of een ander soort brood geen last hebben. Kies een brood dat u graag eet en u een heerlijk mondgevoel geeft. In het artikel hebben we willen aantonen dat we als consument een beetje kritisch moeten zijn en niet alles moeten geloven wat in mooie en aantrekkelijke folders of op Internet staat geschreven. We hebben geen enkele commerciële binding en we proberen iedereen objectieve informatie te verstrekken. Dat wordt erg gewaardeerd door onze duizenden lezers.

Het is misschien belangrijk er op te wijzen dat brood in een gezonde voeding slechts een aanvullende rol speelt. Brood wordt op hoge temperatuur gebakken waardoor de voedingsbestanddelen zwaar beschadigd zijn. Brood bevat geen vitale kracht meer en wordt bijna altijd met beleg gegeten. Meestal zorgt dat voor een verkeerde voedselcombinatie waardoor de vertering niet optimaal verloopt. Darmgassen met opgezette buik is het gevolg van brood met eiwitrijk beleg zoals kaas, vlees of vleeswaren. Brood met zoet beleg zoals jam, confituur, honing, choco, banaan of ander zoet beleg zorgt voor gisting. Het maakt niet uit of het speltbrood is of van een ander graan, het gaat immers over de slechte voedselcombinatie zetmeel met eiwit of zetmeel met suiker. De broodmaaltijden zoals vroeger zijn echt voorbij. Brood is een delicatesse en de bakkers bieden een rijke keuze van allerlei varianten aan, vandaar ook het speltbrood. Brood is iets dat bij een maaltijd als aanvulling wordt gebruikt, maar niet zozeer meer als hoofdbestanddeel. Een ideale voeding is leven zonder brood. Dan krijgt u een zeer goede vertering, een platte buik, geen overgewicht en een betere gezondheid. Brood behoort tot onze traditie, het kan maar ga er matig mee om. Een goede raad, als u graag speltbrood eet, ga gewoon verder maar loopt niet met de illusie rond dat u dan veel gezonder bent. Daarvoor is veel meer nodig.

18:47 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

27-08-14

Speltbrood, een ongeziene hype

Speltbrood is zo populair dat er een tekort aan spelt dreigt. Sinds dit brood in de media gepromoot wordt als gezonder dan tarwe- of roggebrood, vinden alleen de vroege vogels er nog een bij de bakker. De duurdere prijs schrikt niet af, want speltbrood is in en wie er bij wil horen, eet alleen speltbrood. Bakkers spreken van een speltrage. Er worden allerlei gezondheidsclaims toegeschreven terwijl er nergens een wetenschappelijke basis voorhanden is. Dat toont weer eens aan hoe vatbaar en beïnvloedbaar de consument is voor commerciële sprookjesachtige verhalen. De kracht van de reclame is bijzonder groot. Laten we eens in alle objectiviteit op deze zaak ingaan, want de consument heeft recht op eerlijke informatie.

In de gevulgariseerde literatuur, op internet of in reclamefolders wordt beweerd dat spelt (Triticum aestivum spelta) een ‘oergraan’ is zoals bijvoorbeeld het ‘wilde eenkoorn’ of ‘Emmerkoren’. Dat klopt niet omdat het oergraan meer dan tienduizend jaar geleden op de open vlakte groeide. Net als alle anderen granen is spelt gecultiveerd of veredeld. Door het oergraan te veredelen kon men het verbouwen en oogsten, werden de aren groter en de korrels dikker en ligt de opbrengst aanzienlijk hoger dan bij het wilde oergraan. Spelt is genetisch gezien nauw verwant met de andere granen. Wetenschappelijk onderzoek o.a. door de universiteit van Leuven en het Europese ‘Healthgrain diversity’ hebben geen doorslaggevend verschil kunnen aantonen. Spelt werd in de middeleeuwen vrij veel geteeld omdat het gemakkelijk groeit op arme grond, maar werd door de moderne landbouw verdrongen omwille van zijn lagere opbrengst. Alleen in Duitsland is ‘Dinkelbrood’ zoals het daar wordt genoemd, al heel lang in trek en door de wet beschermd. In België en Nederland is dat niet het geval, vandaar dat er vaak een ander meel wordt toegevoegd om speltbrood te bakken. Spelt is een vergeten graansoort en kan als oudere variant misschien iets minder veredeld zijn. Verder beweert men dat spelt meer eiwit zou bevatten, maar dat moeten we met klem tegenspreken. Spelt bevat 11,6% eiwit en dat is haast evenveel als bij tarwe (11,4%), haver (12,6%), gierst (10,6% of maïs (9,2%). Sommigen beweren dat spelt meer koolhydraat (zetmeel) zou bevatten, maar met 62,4% ligt dit zeer dicht bij de andere granen. Voor wat de vitaminen en mineralen betreft, hebben we vastgesteld dat de andere graansoorten hoger scoren en vaak aanzienlijk hoger. Dat kan men met een goede voedingsmiddelentabel zelf vaststellen. We raadpleegden ‘De meest complete voedingsmiddelentabel’ van het Instituut voor voedingswetenschap van de universiteit van Wenen (A) en Giessen (D), verkrijgbaar bij Acenia.

Het is onbegrijpelijk wat men allemaal durft beweren. Zo zou spelt minder calorieën bevatten en dus goed zijn om af te slanken. De speltkorrel levert 360 Kcal/100 g terwijl tarwekorrel 304 Kcal/100 g en roggekorrel slechts 264 Kcal/100 levert. Cijfers liegen niet, maar de consument gelooft wel in verzonnen verhaaltjes. Spelt, zo beweert men, bevat traag opnemende suikers (zetmeel) waardoor dit een gunstige invloed heeft op de bloedsuikerspiegel. Dit betekent dat spelt een lage glycemische index zou hebben. Om te beginnen is zetmeel een complexe suiker die altijd traag wordt afgebroken, eerst tot dubbele en nadien tot enkelvoudige suikers. Dat geldt niet alleen voor spelt, maar voor alle graansoorten. De glycemische index wordt bepaald door de hoeveelheid ballaststoffen waaronder de ruwe vezels. Spelt bevat 8 g ballaststoffen/100 g, tarwe bevat 10,4 g en rogge zelfs 13,2 g. Het is ongelooflijk, maar tevens grof dat verdedigers van spelt schaamteloos met onjuiste cijfers afkomen. Ondanks de trage opname van de suikers wordt er in medische kringen een verband gelegd tussen het hoge percentage aan zetmeel (meer dan 60%) en het risico op suikerziekte. Er is geen enkel argument te bedenken dat spelt moet bevoordelen tegenover tarwe of andere graansoorten. Bovendien bevat spelt gluten, net als de andere granen, met uitzondering van rijst. De laatste jaren is het aantal mensen met glutenintolerantie sterk gestegen. Gluten is een eiwitfractie dat bij sommige mensen het slijmvlies van de dunne darm aantast en coeliakie veroorzaakt. Bij coeliakie brengt het gluten een immuunrespons teweeg die zorgt voor ontsteking van de dunne darm. Daardoor ontstaan darmkrampen en diarree. Deze mensen moeten alles vermijden waar gluten in aanwezig is, zelfs de geringste hoeveelheid gluten zoals een koekje is voldoende om een ontsteking uit te lokken. Er zijn naast coeliakie echter ook allergische en anafylactische reacties mogelijk. Mensen die aan glutenintolerantie lijden of er gevoelig voor zijn hebben een verhoogd risico op astma, eczeem en urticaria (netelroos).

Naast gluten bevatten alle granen fytinezuur, met uitzondering van rijst. Deze stof gaat een binding aan met calcium, magnesium, ijzer en zink. Dat betekent dat bij volle granen deze vier mineralen niet uit het graan worden opgenomen. Spelt en alle andere volle granen zijn daardoor mineraalrovers. Graanzetmeel en dat geldt dus ook voor spelt heeft de eigenschap vocht vast te houden waardoor sommige mensen gemakkelijk aan overgewicht lijden. Spelt noch andere granen zijn geschikt om in een afslankdieet te gebruiken. Het zetmeel van de aardappel, dat anders van samenstelling is, zorgt wel degelijk voor een goede waterhuishouding en de uitscheiding van het overtollige vocht. Granen hebben een verzurende werking o.a. door de aanwezigheid van het fytinezuur waardoor er te weinig metalen (mineralen) overblijven en zijn relatief hoog eiwitgehalte met het gevolg dat er te veel niet-metalen aanwezig zijn. Laten we er ten slotte nog aan toevoegen dat brood, ook speltbrood gebakken wordt bij 250 °C waardoor de meeste vitale stoffen door de warmte vernietigd worden. De broodconsumptie is de laatste twee decennia sterk gedaald omdat steeds meer de voorkeur wordt gegeven aan verse voedingsmiddelen die bruisen van levenskracht. Brood is eerder een delicatesse geworden dat bij een maaltijd wordt gegeten, maar niet meer als hoofdvoedsel gebruikt wordt. Het aanbod van allerlei soorten broden en broodjes is sterk toegenomen waarbij vooral de aantrekkelijke vormen, kleuren, versieringen met zaden en kruiden opvallen. Onze conclusie is duidelijk: speltbrood is niet beter, maar ook niet slechter, met andere woorden er is geen verschil. Als u graag speltbrood wil blijven eten dan mag dat gerust, maar koester niet de illusie dat u daardoor gezonder eet want dat is een grove leugen.

18:07 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-07-14

Broccoli. Versterkt het hart en beschermt u tegen kanker

Broccoli is door zijn uitzonderlijke eigenschappen de laatste jaren uitgegroeid tot een gewaardeerde en populaire groente. In de biologische kankerbestrijding wordt ze aanbevolen omwille van zijn bioactieve stoffen, dit zijn de genezende inhoudsstoffen uit voedingsmiddelen. Broccoli is niet alleen gezond, maar heeft een genezende werking. Broccoli (Brassica oleracea var. Italica) behoort tot de familie van de kruisbloemigen en het geslacht Brassica waartoe kolen, rapen en mosterd behoren. De plant bloeit met gele of witte bloemen. Elke plant vormt tussen de honderd en de vierhonderd bloemen terwijl elke bloem vier kelkblaadjes en vier kroonblaadjes heeft die kruisgewijs tegenover elkaar staan. De bloemen vormen een zeer licht zaad. Eén gram broccolizaad bevat ongeveer driehonderd zaadjes met een uitzonderlijke kiemkracht die tussen de vijf en tien jaar ligt. Broccoli vormt een bebladerde stronk die in een hoofdknop eindigt in dicht op elkaar staande bloemknopjes. Vaak vormen de planten veel okselscheuten die elk in een bloemstengel eindigen. De kleur van de gesloten bloemknoppen kan groen, paars, roodachtig, geel of roomwit zijn. Broccoli behoort tot de bloemkoolachtigen en is de voorloper van de bloemkool. Men heeft winter- en zomerbroccoli.

 

Broccoli is zeer rijk aan kalium (410 mg/100 g) en heeft daardoor een waterafdrijvende en een bloeddrukverlagende werking. Verder is deze groente een goede leverancier van calcium (113mg/100 g), fosfor en magnesium, de bouwstenen van het bot, maar levert ook heel wat vitaminen o.a. B1, B2, B3, B6, B9 en vrij veel vitamine C (110 mg/100 g), dat is het dubbele van citroen. Broccoli kent een kankerbeschermende werking, vooral door de aanwezigheid van een hoog gehalte aan glucosinolaten. Tijdens het kauwen komen deze stoffen in contact met het enzym myrosinase uit de groente die glucosinolaten omzet in isothiocyanaten. Deze actieve stoffen spelen in op twee sleutelaspecten bij de ontwikkeling van kanker. Ten eerste verhogen ze onze verdedigingssytemen tegen kankerverwekkende stoffen zodat die sneller uit het lichaam worden verwijderd en geen schade kunnen veroorzaken aan het genetisch materiaal van de cellen. Dat is belangrijk omdat kanker vaak ontstaat door een gebrekkige werking van de ontgiftingssystemen. Bovendien bezit broccoli de eigenschap om de groei van kankercellen te verhinderen. Om optimaal profijt te halen uit de broccoli wordt deze niet gekookt, maar gestoomd, geroerbakt of eenvoudig rauw gegeten. Brocolli laat zich goed rauw eten, vooral in een salade met tomaten en andere groenten. Het is de enzym myrosinase die gevoelig is voor warmte, vandaar dat het garen zo kort mogelijk dient te gebeuren. Tijdens het kauwen komt er nog een andere stof vrij, namelijk glucoraphanine die door dezelfde enzym wordt omgezet tot sulforafaan, een krachtige kankerwerende stof die een gunstige werking heeft bij dikke darm- en prostaatkanker, evenals in het geval van acute lymfoblast-leukemie. Verder zijn er de indolen, de polyfenolen en de antioxidanten. Vooral de aanwezigheid van de vitamine C is hierbij doorslaggevend, maar ook nog vele andere stoffen zoals quercitine, cartenoïde luteine, zeaxanthine en bètacaroteen. Het zijn sleutelstoffen als het gaat om de antioxidante werking in het lichaam.  

 

Dat broccoli een bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten is misschien minder bekend, maar daarom niet minder belangrijk. In principe zijn er veel voedingsmiddelen goed voor hart en vaten, maar we gaan nu even in op broccoli. We vinden in deze groente heel wat stoffen met bijzondere goede eigenschappen zoals foliumzuur, de vitamine C en vooral B9. Van B9 heeft het onderzoek aangetoond dat deze vitamine een te hoge concentratie van homocysteïne doet dalen. Dit is een aminozuur dat bij een eiwitrijke voeding in een te hoge concentratie voorkomt en de kransslagader kan beschadigen. Broccoli is rijk aan kalium en zorgt voor een uitstekende waterhuishouding en scheidt het overtollige vocht uit. Daardoor gaat de bloeddruk dalen en voorkomt men hart- en vaatziekten. Broccoli bevat voldoende vezels met een gunstige werking op de dikke darm en de ontlasting. Het is niet vreemd dat broccoli zoveel aandacht krijgt en steeds vaker op het menu staat.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

Het volgende artikel ontvangt u 10 juli

20:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-06-14

Een glaasje vers sap. Een energiebom die wonderen doet.

Er zijn heel wat mensen die in de supermarkt blindelings hun kar vullen met allerlei voedingsproducten en zich hooguit laten leiden of misleiden door de prijs en de povere informatie op het etiket. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die bewust omgaan met voeding en kritische vragen stellen over alles wat zo maar wordt aangeboden. Vanuit deze achtergrond wordt er steeds meer aandacht besteed aan het gebruik van vers sap uit fruit of groenten. Er zijn heel wat voordelen aan vers sap. Op de eerste plaats is sap vloeibaar voedsel zonder enige weerstand, is uiterst licht verteerbaar en kost daardoor nauwelijks energie. Daarnaast is het sap door haar concentratie extra rijk aan vitaminen, mineralen en bioactieve substanties, dit zijn genezende stoffen. Sap is arm aan natrium (zout) en rijk aan kalium en zorgt voor een goede waterhuishouding en heeft een bloeddrukregulerende werking. Haar reinigende werking is van grote waarde en zorgt voor een goed zuur-base evenwicht. Bovendien zijn sappen met hun pure smaken en heerlijk mondgevoel een ware sensatie. Sap is rauw en ongeschonden voedsel en bevat een grote levenskracht die door het persen vrijkomt.

Er wordt soms de opmerking gemaakt dat sap geen voedingsvezels meer bevat. Dat klopt, maar door de vloeibare vorm zijn er geen vezels nodig omdat het sap door de maag heen naar de darmen vloeit. Een andere opmerking is dat er bij het persen vaste bestanddelen verloren gaan omdat er bij het persen een scheiding ontstaat tussen het water en vaste stoffen. Er is inderdaad een beperkt verlies aan nutriënten, maar het voordeel is dat er veel inhoudsstoffen worden overgedragen op het water waardoor de vertering bijzonder goed verloopt. Bovendien krijgen we een hoge concentratie aan kostbare stoffen. Niemand haalt het in zijn hoofd om drie sinaasappels na elkaar op te eten, terwijl in geperste vorm dit helemaal geen probleem is. Het eten van vers fruit en rauwe groenten is de meest natuurlijke vorm van voedsel en blijft centraal staan. Sap is een nuttige aanvulling en is een bereidingstechniek waarbij het accent ligt op een verhoogde concentratie van de nutriënten, waarbij nauwelijks sprake is van vertering terwijl de absorptie optimaal verloopt. We steken de natuur een handje toe.

In de handel zijn er allerlei persen verkrijgbaar, in alle maten, vormen, kleuren en prijzen. Van een goede pers verlangt men aan de ene kant een hoog rendement, dit wil zeggen dat er zoveel mogelijk wordt uitgeperst en aan de andere kant dat het hele proces van persing traag verloopt zodat de mogelijke beschadiging aan de nutriënten minimaal is. Hoewel sap op de eerste plaats therapeutisch is bedoeld, blijft het raadzaam om regelmatig een glaasje sap te drinken. De voorkeur gaat meestal uit naar vruchtensap omdat dit zoeter en voedzamer is in tegenstelling tot groentesap waarvan de smaak veel krachtiger is. Vruchtensap is rijk aan natuurlijke suikers terwijl groentesap minder suiker bevat en anders van smaak is. Soms is de smaak door zijn hoge concentratie moeilijk te genieten en wordt tomatensap als smaakverbeteraar toegevoegd of bronwater om de smaak te verzachten. Anderzijds bieden groentesappen veel therapeutische mogelijkheden. Pers nooit fruit en groenten samen, maar gebruik beide sappen altijd gescheiden. Fruit en groenten hebben een totaal andere samenstelling en verteren op een andere wijze.

Veel mensen vragen zich af waarom het zo belangrijk is om vers geperst sap te drinken terwijl in de supermarkt een groot aanbod aan sap verkrijgbaar is. Het industrieel sap dat overal te koop wordt aangeboden is gemaakt uit concentraat, dat staat op de verpakking vermeld. Eerst maakt men van de vruchten een siroop door het water er uit te laten verdampen door toevoeging van warmte. In de vruchtensappenfabriek wordt deze siroop aangelengd met water en eventueel met industriesuiker, zoetstoffen, synthetische vitaminen, smaakstoffen en conserveringsstoffen. Dit staat meestal op de verpakking vermeld. Er bestaan sappen waar niets aan toegevoegd is en toch zijn deze sappen niet vergelijkbaar met vers geperst sap. Ze zijn zodanig bewerkt en gefilterd dat zij geen bezinksel hebben en een constante gelijke kleur en smaak hebben, terwijl ze een relatieve bewaartijd hebben. Er is vers geperst sinaasappelsap in de handel verkrijgbaar dat in een speciale verpakking gedurende drie à vier weken vers blijft en in de horeca wordt gebruikt. In de natuurvoedingswinkel vindt men een betere kwaliteit van sap dat niet uit concentraat is bereid, geen additieven bevat en herkenbaar is aan een natuurlijk bezinksel. Controleer bij aankoop goed wat op de verpakking vermeld staat.

Bij vers geperst sap wordt er niets toegevoegd en is het water een deel van de vrucht dat via de fijne worteltjes van de fruitboom in de vrucht is gekomen. Het water is drager van kostbare stoffen zoals natuurlijke suikers, vitaminen, mineralen, spoorelementen en vele andere stoffen. Dat is totaal anders dan water dat uit de kraan vloeit en aan het concentraat wordt toegevoegd bij industrieel bereide sappen. Op de verpakking staat een vervaldatum, maar men weet nooit hoe oud het sap al is. Bij vers sap speelt de levenskracht van de vrucht een grote rol. Het persen vervangt het snij- en maalproces met de tanden. Vruchten en jonge groenten zijn rijk aan lichtenergie in de vorm van biofotonen. Zij zorgen dat de inhoudsstoffen energetisch geladen zijn en daardoor beter verteren en optimaal omgezet worden tijdens de stofwisseling. Dat is doorslaggevend voor de kwaliteit van ons voedsel. Zowel de voedingsdeskundige als de consument denken te veel in stoffen en niet in voedingsmiddelen. Een voedingsmiddel is een organisch of levend geheel dat door het lichaam wordt opgenomen en zijn inhoudsstoffen ongeschonden vrij geeft. Persen is een beperkte ingreep die weinig of geen beschadiging aanbrengt.

 

Richtlijnen voor het persen

·    Geef als het kan de voorkeur aan biologische kwaliteit omdat de ingrediënten van betere kwaliteit zijn. Ze zijn rijker aan smaakstoffen en hebben een beter aroma.

·    Was het voedingsmiddel altijd, ook al is het van biologische kwaliteit. Er zitten stofdeeltjes, vingerafdrukken en andere ongewenste substanties op.

·    Kies altijd rijpe vruchten, verwijder plekjes en beschadigde delen, want hoe gaver de vruchten, des te beter het sap.

·    Jonge groenten zijn sappiger, smakelijker en bevatten meer water. Ze stralen vitaliteit uit en zijn van betere kwaliteit. Oudere groenten zijn vaak uitgedroogd.

·    Sinaasappels en grapefruits worden altijd geschild. De witte velletjes mogen mee geperst worden want ze zijn rijk aan bioflavonen en vitamine C.

·    De meeste tropische vruchten worden geschild zoals kiwi, papaja, mango enz. Sommige, zoals citroen, limoen enz. kunnen met de schil geperst worden.

·    Bij groenten worden alleen de eetbare delen van de plant geperst. Bij steenvruchten worden de pitten verwijderd. Kleine pitjes worden niet verwijderd.

·    Afhankelijk van de pers worden de voedingsmiddelen in plakjes gesneden zodat het persen vlot en efficiënt verloopt.

·    Pers alleen voedingsmiddelen die rijk aan water zijn. Banaan of avocado laten zich moeilijk persen, ze lenen zich beter om te mixen om er een vruchtenmoes van te maken.

 

Toepassingsmogelijkheden

Door de hoge concentratie aan kostbare stoffen worden sappen langzaam opgedronken, slok voor slok zodat het verteringsstelsel de kans krijgt dit te verwerken. Veel mensen hebben de goede gewoonte om iedere ochtend een glas sap te drinken voor het ontbijt of vervangen het ontbijt door een glas sap. Anderen doen dat bij een andere maaltijd of ’s avond voor de tv. Er zijn mensen die jaar in, jaar uit hetzelfde sap gebruiken terwijl afwisseling is aan te bevelen. Eén of twee glazen sap per dag is een goede ondersteuning, een verrijking aan vitaminen, mineralen en andere kostbare stoffen, zorgt voor een extra reiniging van het lichaam, een betere waterhuishouding en voorkomt verzuring.

Vers geperst sap wordt vaak gebruikt als reinigingskuur, vooral in het voorjaar om de lentemoeheid te verdrijven. Voor sommige mensen volstaat het om gedurende een of twee weken minder te eten en meer sap te drinken. Sap zorgt voor een extra uitscheiding van opgehoopte gifstoffen. Soms is een echte sapkuur nodig om een voldoende reinigend effect te bereiken. Meestal doet men dit onder begeleiding van een therapeut of consulent. In dat geval wordt gedurende 5 à 7 dagen niets gegeten en gebruikt men uitsluitend sap, maximaal 1 liter sap per dag, meestal in combinatie met een reinigende kruidenthee op basis van brandnetelkruid, berkenblad, vlierbloesem, lindebloesem en/of venkelzaad. Een sapkuur is geen vastenkuur omdat sap vloeibaar voedsel, nutriënten en calorieën levert terwijl tijdens het vasten geen voedsel wordt gebruikt.

Sappen worden vaak therapeutisch gebruikt. Meestal gebruikt men dan samengestelde sappen, dat wil zeggen dat meerdere vruchten of groenten worden samengeperst om het werkingsspectrum te vergroten. Dit is vergelijkbaar met het samenstellen van een kruidenthee. Hoewel we hier op therapeutisch vlak verzeild zijn geraakt waarbij altijd rekening wordt gehouden met de individuele behoefte van de patiënt, is het mogelijk enkele algemene toepassingen voor te stellen.

 

Ziekte van Lyme

·      Handje vol spinazie

·      Handje vol peterselie

·      2 tomaten

·      ½ rode paprika

 

Bloeddrukverlagend sap

·      1 tomaat

·      1 komkommer

·      2 stengels bleekselderij

 

Vochtafdrijvend sap

·      1 sinaasappel

·      1 tros witte druiven

·      2 kopjes watermeloen

 

Sap bij osteoporose of calcium tekort

·      3 bladeren van boerenkool

·      Handjevol peterselie

·      4 à 5 worteltjes zonder loof

·      1 tomaat

 

Versterking van de   immuniteit

·      2 schijven ananas zonder schil

·      1   mango zonder pit

·      1 tros witte druiven

20:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-06-14

Hoge bloeddruk kan men overwinnen

Vanaf een bepaalde leeftijd heeft een groot deel van de bevolking af te rekenen met een te hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk ligt bijna altijd aan de basis van hart- en vaatziekten en iedereen weet dat het hier nog steeds om doodsoorzaak n° 1 gaat. Het is een wijd verbreid probleem in de westerse samenleving. Het grote gevaar van hoge bloeddruk is dat er nauwelijks of geen symptomen merkbaar zijn zodat veel mensen niets eens weten dat ze aan een verhoogde bloeddruk lijden. Terecht wordt hoge bloeddruk een sluipende aandoening genoemd. Meestal stellen artsen een hoge bloeddruk vast bij klachten aan de nieren, de ogen, hart of hersenen. Het is moeilijk een antwoord te geven op de vraag waarom zoveel mensen aan hoge bloeddruk lijden. De oorzaken zijn heel uiteenlopend zijn en meestal gaat het om een combinatie van diverse factoren. De grote boosdoeners van hoge bloeddruk zijn bekend: overgewicht, een te hoog zoutgebruik, te veel vlees en dierlijk vet (cholesterol), het gebrek aan beweging, nicotine, alcohol, koffie, groene en zwarte thee en stress, vooral aanhoudende of chronische stress. Toch zien we dat niet iedereen aan hoge bloeddruk lijdt en dat niet iedereen die er aan lijdt meteen aan hart- en vaatziekten sterft. Het probleem is niet zo eenvoudig als vaak wordt beweerd.

Decennia lang werd een bloeddrukwaarde van 130/80 mmHg als ideaal aanzien. Omdat deze waarde nog zo moeilijk is te bereiken, heeft de ESH (European Society of Hypertension) en de ESC (European Society of Cardiology) nieuwe richtlijnen uitgewerkt (2013) waarbij de bloeddruk naar 140/90 mmHg wordt gebracht. Alleen bij suikerpatiënten blijft men extra voorzichtig en streeft men naar een bloeddrukwaarde beneden 140/85. Binnen deze nieuwe richtlijnen wordt het accent meer gelegd op voeding en levenswijzen zodat er van de patiënt een eigen inzet wordt verlangd. Verder komt men tot de vaststelling dat een intensieve behandeling om de hoge bloeddruk naar beneden te dwingen schadelijk kan zijn. Met andere woorden, men heeft eindelijk ingezien dat het geen zin heeft medicinaal de bloeddruk naar beneden te brengen zonder dat de patiënt zijn voeding en levenswijze aanpast. Er komt meer belangstelling voor niet medicinale behandelingen en dat speelt in het voordeel van de complementaire zorg waarbij talrijke risico-arme therapieën van bijzonder nut zijn. Verder wordt aangedrongen om zelf thuis de bloeddruk te meten. Met een digitale bloeddrukmeter is dit vrij eenvoudig. In de ochtend ligt de bloeddruk meestal lager dan na een drukke dag. Het meten van de bloeddruk mag in geen geval een obsessie worden en moet niet iedere dag gebeuren. Meet de bloeddruk op een rustig moment omdat spanningen en stress een grote invloed hebben op de stijging van de bloeddruk.  

Het is bijzonder moeilijk om de bloeddruk naar beneden te krijgen als men blijft roken, aan overgewicht lijdt, grote hoeveelheden koffie dringt, weinig of niet beweegt en permanent onder stress leeft. Het is niet gemakkelijk om al deze negatieve factoren meteen uit te schakelen. Laten we even in gaan op het mechanisme van de bloeddruk. De bloeddruk wordt bepaald door de hoeveelheid bloed die het hart door pompt en de weerstand die de bloedstroom in de slagaders ondervindt. Hoge bloeddruk ontstaat doordat het hart veel bloed door pompt terwijl de slagaders vrij nauw zijn. Vernauwde aders kan een gevolg zijn van een te hoog cholesterol of van spanningen en stress. Het hart moet daardoor krachtig pompen om dezelfde hoeveelheid bloed door de aders te krijgen. De bloeddruk wordt in twee getallen uitgedrukt, het eerste getal is de bovendruk (systolische druk). Dit is de druk die het hart uitoefent wanneer het bloed door de slagaders wordt gepompt. Het tweede getal is de onderdruk (diastolische druk). Dit is de druk in de slagaders tussen twee hartslagen in. De bloeddruk schommelt in de loop van de dag, stijgt bij activiteit en daalt bij rust. Hoge bloeddruk kan wijzen op de aanwezigheid van een ziekte zoals bijvoorbeeld een nieraandoening.

 

Kalium vriend van het hart

Kalium en natrium (zout) zijn elkaar tegenhangers. Kalium heeft de eigenschap vocht uit te scheiden en doet daardoor de bloeddruk dalen. We hebben weinig natrium (zout) en erg veel kalium nodig zodat de waterhuishouding in balans blijft. Behalve bij nierproblemen vormt kalium een contra-indicatie omdat de zieke nieren niet in staat zijn om grote hoeveelheden vocht uit te scheiden. Zout wordt de vijand van het hart en de hoge bloeddruk genoemd omdat zout de eigenschap heeft vocht vast te houden waardoor het hart krachtiger moet pompen om het bloed in circulatie te houden zodat de bloeddruk stijgt. Zout heeft voor veel mensen een vertrouwde en gewaardeerde smaak en is een uitstekend conserveringsmiddel, vandaar dat de voedingsindustrie massaal zout toevoegt aan voedingsproducten. De hoeveelheid natrium die in sommige groenten voor komen is te verwaarlozen, het gaat om milligrammen per 100 gram voedingsmiddel.

Een banaan bevat per 100 gram 383 mg kalium tegenover slechts 1 mg natrium en heeft daarmee een uitstekende natrium/kalium verhouding (383/1). De tomaat en de aardappel zijn eveneens rijk aan kalium en helpen de bloeddruk naar beneden te brengen. Bij de meeste voedingsmiddelen zoals fruit en groenten is er een uitstekende verhouding. Door meer voedingsmiddelen te consumeren en het gebruik van voedingsproducten te beperken, verbeteren we de verhouding natrium/kalium. Door meer bananen, aardappelen en tomaten te eten en minder vlees, conserven en zoutrijke voedingsproducten krijgen we snel een betere natrium/kalium verhouding wat resulteert in een verlaging van de bloeddruk.

 

Gezond leven en toch hoge bloeddruk

Er zijn mensen die niet roken, weinig alcohol gebruiken, regelmatig bewegen, fruit en groenten eten en toch te kampen hebben met een te hoge bloeddruk. Er blijven dan twee mogelijke oorzaken over, namelijk aanleg en/of stress. Er zijn mensen die constitutioneel of familiaal belast zijn met hoge bloeddruk. Het zijn mensen met een vurig temperament, die heel actief zijn, zich gemakkelijk opwinden en meestal stressgevoelig zijn. Ze hebben voortdurend een erg hoge bloeddruk terwijl ze meestal standhouden en niet meteen een beroerte of hartaanval krijgen. Ze zijn blijkbaar bestand tegen deze hoge spanningen, hoewel voor sommige onder hen het fataal werd. Men spreekt vaak van een nerveuze hoge bloeddruk in tegenstelling tot een pathologische hoge bloeddruk. Als rustige mensen aan hoge bloeddruk lijden, is dit meestal gevaarlijker en zal dit eerder wijzen op een risicovolle toestand. Het is een feit dat mensen met overgewicht een groter risico voor hart- en vaatziekten hebben en toch zien we regelmatig magere mensen aan deze ziekte sterven. Mensen met een sportieve lichaamsbouw bewegen soms te veel, zijn erg nerveus en lijden gemakkelijk aan stress.

We mogen aannemen dat een groot deel van de huidige bevolking permanent onder stress staat, een voedingswijze gebruikt met een verstoorde natrium/kalium verhouding, aan overgewicht lijdt, rookt, alcohol gebruikt en weinig beweegt. Bovendien worden er ontzettend veel medicijnen geslikt die hoge bloeddruk als bijwerking hebben. Het is aan te nemen dat zoveel mensen aan hoge bloeddruk lijden en dat hart- en vaatziekte de belangrijkste doodsoorzaak is. Anderzijds hebben we aangetoond dat het niet zo eenvoudig is om hoge bloeddruk naar beneden te krijgen. Er zijn immers zoveel factoren die hierop inspelen. Men beweert dat kinderen die borstvoeding hebben gekregen als volwassenen minder kans hebben op hoge bloeddruk, maar daar kan aan getwijfeld worden. Gezonde voeding en natuurlijke levenswijze zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen hoge bloeddruk. Medicijnen tegen hoge bloeddruk alleen zijn absoluut onvoldoende en daar zijn de cardiologen het inmiddels mee eens.

09:56 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

21-05-14

Suikerconsumptie halveren, een voorstel van de WHO

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wil de maximale dagelijkse aanbeveling voor suikerconsumptie halveren. Niet alleen voedingswetenschappers, artsen en gezondheidswerkers voelen hier iets voor, maar ook politici die al te goed beseffen dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet langer kan dragen. Men bindt de strijd aan tegen overgewicht dat voor een groot deel veroorzaakt wordt door een te hoge consumptie van slechte vetten en geïsoleerde suikers. Obesitas is niet langer een probleem van de geïndustrialiseerde landen, maar doet zijn intrede in de ontwikkelingslanden. Alle voedingsproducten en dranken waar geïsoleerde suikers aan zijn toegevoegd, zal men vermijden. Het grootste deel van deze suikers zet zich om in vet en verhoogt het lichaamsgewicht. Naast de WHO adviseert de gezondheidsdienst van de Verenigde Naties om maximaal 10% van de dagelijkse voeding te laten bestaan uit toegevoegde suikers.

Het is verheugend vast te stellen dat de Verenigde Naties het onderscheidt maakt tussen natuurlijke suikers uit fruit en andere natuurlijke voedingsmiddelen en deze niet wenst te terug te dringen. De WHO wil de toegevoegde suikers reduceren tot 5%. Alle instanties die betrokken zijn bij gezonde voeding moeten echter een duidelijk verschil maken tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde of toegevoegde suikers. Net als in de vorige eeuw gaan voedingsdeskundigen er vanuit dat de koolhydraten ongeveer 60% van de totale hoeveelheid energie uitmaken, m.a.w. het grootste deel van de voeding bestaat uit natuurlijke suikers waar zetmeel een belangrijk deel van uit maakt. We moeten alle aanbevelingen in verband met het reduceren van suiker enkel in verband brengen met voedingsproducten, genotsmiddelen en frisdranken.

 

Andere acties

‘Action on Sugar’ een Brits-Amerikaanse actiegroep van artsen en academici spreekt duidelijk van ‘toegevoegde suikers’ aan voedingsproducten en is van mening dat 100 à 125 gr toegevoegde suikers aan voedingsproducten, frisdrank en genotsmiddelen absoluut te hoog is. Deze actiegroep is realistisch ingesteld en pleit voor het terugdringen van toegevoegde suikers met 33% (1/3) als eerste stap in de goede richting. In de toekomst moet dat verder naar beneden, naar 5% zoals het WHO aanbeveelt. Prof. Dr. Patrick Mullie, voedingsdeskundige aan de Vrije Universiteit Brussel zegt:

‘We gebruiken te veel toegevoegde suikers. Ons dagelijks verbruik van suiker schommelt tussen 100 à 125 g per dag (35 à 45 kg per jaar, per persoon). 100 g suiker is goed voor 400 Kcal, maar het zijn lege calorieën omdat ze geen vitaminen en mineralen bevatten. Als je dagelijks 2.000 Kcal binnenkrijgt en 400 Kcal daarvan zijn leeg, dan besef je dat dit heel veel is. Het suikerverbruik is in 50 jaar verdrievoudigd. Kinderen drinken soms een halve tot een hele liter cola op een dag. Hetzelfde met ontbijtgranen. In cornflakes zit 30 à 35 g suiker. Doe die suiker daar vandaag uit en de kinderen eten geen cornflakes meer. Heel tekenend in die zin zijn bijvoorbeeld de lightproducten. Die bevatten veel minder vet, maar omdat ze daardoor naar niets smaakten, ging men suiker toevoegen. Heel wat consumenten voegen alleen voor de smaak nog eens extra suiker aan hun voeding toe. Zo komen we nooit tot een oplossing. ’

Suiker is meer dan een smaakstof. Natuurlijke suikers zijn erg gezond en dienen als voedsel voor de hersenen, de zenuwen, de spieren en de rode bloedcellen. Zonder suikers is geen leven mogelijk. Bij een tekort aan suikers maakt het lichaam deze zelf aan uit vet en eventueel uit eiwit. Het gaat dan om een noodsituatie en deze omzetting kost extra energie en laat veel afvalstoffen achter. Daarom is het van groot belang dat we suikers uit voedingsmiddelen tot ons nemen. Door een onderscheid te maken tussen natuurlijke en toegevoegde suikers, tussen zoete voedingsmiddelen en gezoete voedingsproducten wordt alles duidelijk. Het massaal gebruik van suiker werkt obesitas in de hand en verhoogt het risico op diabetes type 2, ook al blijven de suikerfabrikanten beweren dat hiervoor geen aantoonbaar bewijs is. Prof. Dr. Christophe Matthys, voedingsdeskundige aan de Katholieke Universiteit van Leuven maakt de volgende opmerkingen.

‘Als je een hamburger eet, heb je kort daarna opnieuw een hongergevoel. Als je bewust met je gezondheid omgaat, weet je dat je dan niet meteen opnieuw moet eten. Maar niet iedereen doet dat en zo werk je obesitas in de hand. Daarnaast kan bij grootverbruik van snelle suikers op termijn diabetes type 2 opduiken. We gaan er niet geraken door enkel het suikergehalte in onze voeding terug te dringen. Mensen zullen zelf bewust gezonder moeten eten en meer bewegen.’

Prof. Dr. Matthys geeft aan dat heel wat voedingsproducten zoals bijvoorbeeld een hamburger geen verzadigingsgevoel geeft, vandaar dat hamburgers steeds groter en groter worden. Om het hongergevoel te onderdrukken, grijpen velen snel naar zoete frisdrank, dessert of een zoete versnapering. Mensen die zich uitsluitend met voedingsproducten voeden, missen de vitale krachten uit verse voedingsmiddelen en blijven met een onbevredigend gevoel achter. Dat wordt meestal met genotsmiddelen onderdrukt.

 

Nadelen van industriesuiker

Hoewel de voedingindustrie en de suikerfabrikanten beweren dat geïsoleerde suikers geen nadelen hebben voor de gezondheid zijn er wereldwijd onderzoeken uitgevoerd die het omgekeerde aantonen. Het blijft uiteraard moeilijk om de oorzaak van een ziekte alleen toe te schrijven aan het gebruik van industriesuiker, meestal zijn er meerdere oorzaken die samen doorslaggevend zijn. We spreken liever van een verhoogd risico dan van een oorzaak. Iemand die veel toegevoegde suikers gebruikt en daarbij nog slechte vetten, weinig beweegt en veel stress heeft, zal meer kans lopen om ernstig ziek te worden. We vermelden een aantal klachten waarvan wetenschappers zeker zijn dat er een negatieve correlatie is met suiker.

 

Suikerziekte type 2

Er is een duidelijke toename sinds het massaal gebruik van industriesuiker. Dat stelt men eveneens vast in ontwikkelingslanden waar de suikerconsumptie sterk stijgt. Deze geïsoleerde suikers worden door het ontbreken van ballaststoffen snel in het bloed opgenomen en doet de bloedsuikerspiegel meteen stijgen. De pancreas is verplicht om insuline te produceren om de bloedsuikerspiegel te normaliseren. Omdat er meerdere keren per dag dergelijke opstoten plaatsvinden, geraakt de pancreas overbelast wat het risico op suikerziekte vergroot. Diabetes is een ziekte in opmars. Volgens de Internationale Diabetes Federatie (IDF) sterft er wereldwijd om de 7 seconden iemand aan suikerziekte. Er is geen ziekte die zo nauw verbonden is met het misbruik van suikers. Diabetes, kanker en Alzheimer worden de as van het kwaad genoemd.

 

Stressgevoeligheid

Omdat industriesuiker het zenuwstelsel en de hersenen onvoldoende voedt door de afwezigheid van vitaminen en mineralen, wordt men stressgevoelig. Het is aan te nemen dat het stressmechanisme dat zich in de hersenen bevindt ontregeld geraakt waardoor de vatbaarheid voor stress, emotionele aandoeningen en psychische spanningen toeneemt. Industriesuiker bevat geen vitaminen van het B-complex en geen magnesium waardoor zowel de zenuwen als de spieren verzwakt geraken. Spierspanningen worden meestal door stress veroorzaakt.

 

Obesitas

Omdat industriesuiker voor lege calorieën zorgt die in vet worden omgezet, is het logisch dat bij veelvuldig gebruik van voedingsproducten met toegevoegde suikers het lichaamsgewicht toeneemt. Er zijn onderzoekers die er vanuit gaan dat toegevoegde suikers de grootste oorzaak van obesitas zijn door de omzetting van suiker in vet. Dierlijke vetten en toegevoegde suikers zijn de belangrijkste dikmakers. Fastfood is daar een bevestiging van. Overgewicht is niet langer een fenomeen in het rijke westen, in de ontwikkelingslanden begint het stilaan een probleem te worden.

 

Darmgassen en darmproblemen

Omdat de hoeveelheid toegevoegde suikers zeer hoog ligt, is het verteringsstelsel niet altijd in staat om al deze suikers te verteren. Onverteerde suikers gisten in de dikke darm zodat er zich gassen vormen en de darmen uitzetten. Vandaar een opgezette buik waar zeer veel mensen mee te kampen hebben. Dit fenomeen kennen we bij bierdrinkers met hun bekende ‘bierbuik’. Deze gasvorming belet de goede werking van de darm en zorgt voor talrijke darmproblemen zoals chronische diarree, darmverstopping, darmontsteking, verstoring van de darmflora en eventueel darmkanker.

 

Tandcariës

De oorzaak van tandcariës ligt in de vorming van een kleverig aanslag op de tanden. Tandplak is opgebouwd uit glucose-eenheden en wordt gevormd door bepaalde mondbacteriën. Streptococcus voedt zich met koolhydraat. Het gebruik van gekookt voedsel veroorzaakt de bacteriële verstoring in de mond en zet suikers om in agressief zuur. Tandartsen waarschuwen al lang voor de vernietigende werking van alles waar suiker aan is toegevoegd. Het eten van vers fruit versterkt de tanden en zorgt voor het bacterieel evenwicht.

 

Kaasmolaren

Men stelt verontrustend vast dat 5 à 10% van de kinderen kampt met kaasmolaren, d.w.z. dat de tanden een geel tot bruinachtige kleur krijgen, zacht worden en beginnen te schilferen en af te brokkelen. Tien jaar geleden kwam dat nog sporadisch voor bij 1% van de kinderen. Een verklaring voor dit verschijnsel en vooral voor de sterke toename heeft men nog niet. Wetenschappers maken zich ernstige zorgen en denken aan drie mogelijke oorzaken: invloeden vanuit het vervuild milieu, minderwaardige voeding met toegevoegde suikers, snoep en frisdrank of het gebruik van bepaalde medicijnen. Gebrek aan tandhygiëne wordt uitgesloten. Het probleem doet zich voor na het wisselen van de tanden.

 

Cholesterol

Toegevoegde suikers worden gezien als oorzaak van veel gezondheidsproblemen. Dat lijkt overdreven, maar toch stelt men vast dat het massaal gebruik van toegevoegde suikers een indirecte invloed heeft op het ontstaan van veel ziekten. Men mag niet uit het oog verliezen dat koolhydraat de belangrijkste en de grootste leverancier van energie is en bij ieder fysiologisch proces betrokken is. Een onderzoek in opdracht van de Amerikaanse regering heeft een verband aangetoond tussen het gebruik van toegevoegde suikers en een te hoog cholesterol. Bij jongeren tussen 12 en 18 jaar werd vastgesteld dat ze dagelijks gemiddeld 119 g suiker gebruikten, hoe hoger de suikerconsumptie des te ongunstiger de cholesterolwaarde. Een te hoog cholesterol verhoogt het risico op hart- en vaatziekten.

 

Leververvetting (steatose)

Een teveel aan suiker wordt in de lever opgeslagen en wordt daar omgezet in vet. De levercellen geraken ontstoken waardoor deze onvoldoende vet kunnen opnemen. Leververvetting wordt in verband gebracht met alcoholmisbruik, verstoring van de insuline waardoor een constant hongergevoel aanwezig is, wat aanleiding geeft tot overgewicht. Een teveel aan toegevoegde suikers leidt tot stofwisselingsziekten en versnelde veroudering.

 

Andere klachten

Er wordt verder verband gelegd tussen het massaal gebruik van toegevoegde suikers in voedingsproducten en frisdrank en een verhoogd risico op kanker. De toename van kanker stijgt met de dag en loopt haast parallel met de stijging van de suikerconsumptie. Alzheimer en andere vormen van dementie, ADHD, autisme, agressief gedrag, depressie, hart- en vaatziekten, chronische ziekten, artritis, artrose, botontkalking, osteoporose enz. worden allemaal gerelateerd aan een te hoge suikerconsumptie. Het gebrek aan natuurlijke suikers is doorslaggevend.

18:14 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15-05-14

Bewegen … hoeft geen pijn te doen

Het leven is beweging, dood is stilstand. De mens is een beweeglijk wezen, bewegen doet bij veel mensen pijn, maar dat hoeft niet. Door allerlei omstandigheden neemt de mobiliteit af, vooral door ziekte en door het verouderingsproces waardoor de gewrichten en spieren stram worden. Reuma is een verzamelnaam van alle ziekten die te maken hebben met beweging of anders uitgedrukt, ziekten die de beweging bemoeilijken en pijn veroorzaken. Beweging hangt nauw samen met de spieren, pezen, banden en bindweefsel, maar ook met gewrichten en botten. De hersenen en het zenuwstelsel zorgen voor de besturing van de beweging en dat gebeurt via het neuromusculair systeem. De zenuwimpulsen worden overgedragen op de spieren die via de gewrichten zorgen voor de nodige beweging. Gewrichten zijn perfecte scharnieren die zichzelf smeren en onderhouden en we hebben er ontzettend veel. Bij beweging is de doorbloeding en de ademhaling betrokken. Om te bewegen hebben we energie nodig en die halen we uit voeding. Bij een bewegingsziekte zijn, zoals aangetoond, talrijke processen betrokken en daarom is het niet eenvoudig om reumatische aandoeningen met een eenvoudig middel te behandelen. Er is een totale aanpak nodig. Om het eenvoudig te houden kunnen we reuma in vier groepen indelen:

- Ontstekingsreuma, zoals artritis.

- Reuma in de vorm van slijtage, zoals artrose.

- Reumatische aandoeningen van de weken delen zoals een tenniselleboog of een stijve nek.

- Stofwisselingsaandoeningen, zoals jicht of osteoporose.

Reumatische aandoeningen hebben veel oorzaken. Er is de aanleg of dispositie, d.w.z. dat bepaalde mensen en soms een hele familie daar vatbaar voor zijn. Een andere oorzaak is de immuniteit. Mensen met een zwakke weerstand zijn vatbaar voor ontstekingen. Vaak veroorzaakt een fysieke belasting door overdreven te sporten of bij zware lichamelijke inspanningen dergelijke problemen.

Een onjuiste voeding kan een belangrijke oorzaak zijn. Jarenlang onderzoek heeft aangetoond dat reumapatiënten veel brood, vlees en/of kaas eten. Twee van de drie voedingsmiddelen komen dagelijks in hun voedingspatroon voor, vaak ook alle drie. Dit zijn drie sterk verzurende voedingsmiddelen, want reumatische aandoeningen zijn verzurende klachten. Verzurende voeding heeft niets te maken met de zure smaak, maar wel met de verhouding tussen voedingsmiddelen met een zuur- en een basenoverschot. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwit zoals vlees, kaas en in mindere mate graanvoeding hebben een zuuroverschot dat tijdens de stofwisseling ontstaat en in normale omstandigheden spontaan wordt afgevoerd. Indien de aangevoerde hoeveelheid groter is dan de capaciteit om het af te voeren, ontstaat er een opstapeling van zuren die de gewrichten en botten aantasten. Tot de basenrijke voedingsmiddelen behoren fruit, bessen, meloenen, groenten, aardappelen en haast alle voedingsmiddelen die weinig eiwit, veel water en veel mineralen bevatten. Ze zijn licht verteerbaar, hebben een lage calorische waarde en men kan er grote hoeveelheden van eten.

We zullen hiervan 80% gebruiken en slechts 20% voedingsmiddelen met een zuuroverschot. Reumapatiënten eten te veel zuurvormende voeding waardoor hun voedingspatroon te sterk geconcentreerd is en het lichaam verzuurt. Een verzuurd lichaam wil zichzelf ontzuren door op zoek te gaan naar basische stoffen zoals calcium of magnesium die uit het bot worden geroofd. Zo ontstaat artrose of osteoporose. Door fysieke belasting verergert de toestand. Bij reumatische aandoeningen spelen vervuilde darmen een grote rol. Verzuurde voeding bevat weinig ballaststoffen zoals ruwe vezels en blijft daardoor te lang in de darm opgestapeld. Dit geeft aanleiding tot allerlei ontstekingshaarden en verzwakking van de immuniteit want de meeste afweercellen bevinden zich juist in de dikke darm.

Wie aan reumatische klachten lijdt, doet er goed aan om meer waterrijke voedingsmiddelen te gebruiken en verzurende voeding zoveel mogelijk uit te schakelen. Reumatische aandoeningen komen weinig voor bij vegetariërs. Wie in een acute fase verkeert, doet er goed aan om zich gedurende een bepaalde periode geheel te onthouden van vlees, vis en kaas. Er treedt dan meestal snel een verbetering op. Jicht is een stofwisselingsziekte met een verstoorde purinehuishouding. Purine zit in een aantal voedingsmiddelen zoals alles wat uit de zee komt, vlees, peulvruchten en vooral soja. Jicht wordt goed behandeld met een purinevrij dieet. Artritis is de meest pijnlijke reumatische aandoening omdat vaak meerdere gewrichtjes ontstoken zijn en aanleiding geven tot vergroeiing. Iedere beweging doet dan pijn.

Osteoporose komt steeds meer voor tijdens de menopauze en kan het beste bestreden worden door kalkrovers zoveel mogelijk uit te schakelen. Dat kan door te letten op een goed zuur-base evenwicht in de voeding. Aardappelen, komkommers, pompoen, watermeloen, fruit en groenten hebben een sterk ontzurende werking en horen thuis in ieder voedingspatroon in de strijd tegen reumatische aandoeningen. Het gebruik van amandelen is erg aan te bevelen om het aangetaste bot weer te herstellen. De amandel is een zuurvormend voedingsmiddel, maar binnen een evenwichtige voeding is dit geen bezwaar. De amandelen worden gedurende de nacht in bronwater (flessenwater) geweekt, zwellen lichtjes, smaken vers en verfrissend en leveren de bouwstenen van het bot. Men gebruikt 15 tot maximum 30 gram per dag. Fibromyalgie wordt ook spierreuma genoemd en komt vaak voor in combinatie met CVS (Chronisch vermoeidheidssyndroom). De oorzaak moet vooral gezocht worden in een langdurige overbelasting van het spierweefsel door fysieke inspanning, door aanhoudende stress of emotionele aandoeningen. De pijn manifesteert zich bij haast iedere beweging en verspreidt zich over heel het lichaam. Stress zet zich vooral vast op nek en schoudergordel en uit zich in lage rugklachten, bekkengebied en ledematen. Bij alle reumatische aandoeningen verergert pijn bij stress of negatieve emoties. Te vaak vergeet men dat stress een uitlokkende factor is en het genezingsproces afremt. Bewegen hoeft geen pijn te doen op voorwaarde dat men rekening houdt met voeding, levenswijze en ingesteldheid. Genezing is enkel mogelijk door over heel de lijn, zowel op fysiek als psychisch en emotioneel vlak alle obstakels op te ruimen. Ontzuren is daarbij de grote boodschap.

09:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

07-05-14

Vitaminen, gezonde maar kwetsbare stoffen.

 

 

Vitaminen zijn kwetsbare stoffen die vrij snel worden beschadigd of vernietigd onder invloed van zuurstof of warmte tijdens de bereidingen. Ongeschonden vitaminen die hun functies optimaal vervullen, vinden we enkel terug in verse voedingsmiddelen zoals fruit, groenten, noten, zaden, pitten, paddenstoelen, olie enz. Deze voedingsmiddelen leveren niet alleen vitaminen, maar tegelijkertijd mineralen, spoorelementen, enzymen en andere belangrijke micro- en macronutriënten. Hoewel we in dit artikel onze aandacht richten op de vitaminen, moeten we ze binnen de voeding in een veel ruimer perspectief plaatsen. Vanuit een theoretische benadering is het logisch dat we alle stoffen afzonderlijk bestuderen, maar het zijn de onderliggende verbanden die van het grootste belang zijn. Omdat vitaminen in de voedingsmiddelen kwetsbare stoffen zijn, gaan we even in op de verschillende factoren die de kwetsbaarheid verhogen.

 

Oogsten, transport en bewaren

Al bij het oogsten van de voedingsgewassen treedt er een minimaal aan verlies op dat tijdens het transport verhoogd wordt. Al kan men dit verlies verwaarlozen, het is aanwezig. Als voedingsmiddelen te lang, te warm of te koud in magazijnen bewaard worden, zet zich dit verlies verder. Zelfs diepgevroren voedingsmiddelen kennen verlies aan vitaminen.

 

Industriële bereidingen

Door voedingsmiddelen op industriële wijze te verwerken tot voedingsproducten is er ongetwijfeld verlies aanwezig. De mechanische verwerking zoals snijden, raspen, pletten, mengen, roeren, mixen enz. hebben een vernietigende werking op de aanwezige vitaminen terwijl bij de warme bereidingen het hoogste verlies optreedt.

 

Verpakking

Voedingsproducten bevatten conserveringsmiddelen en worden verpakt in blikjes, dozen, kartons, zakjes enz. Ze blijven maanden tot jaren in de verpakking en verliezen zeker in ongunstige omstandigheden veel van hun vitaminen.

 

Gaarkeukens

Cateringbedrijven beginnen vrij vroeg met het bereiden van de gerechten die ze lang op voorhand warm houden. In grote bedrijfsrestaurants blijft alles constant warm en dat geeft een aanzienlijk verlies aan vitaminen.

 

Bereidingen in eigen keuken

Verse voedingsmiddelen die in de eigen keuken bereid worden, kennen uiteraard een verlies aan vitaminen, maar dat heeft men zelf in de hand. Het opwarmen van koud geworden voedsel geeft opnieuw een verlies aan vitaminen. Het verlies is niet vergelijkbaar met voedingsproducten of kant-en-klare gerechten die in de fabriek al veel van hun vitaminen hebben verloren.

 

Vitaminearme voeding

De voedingsindustrie bepaalt voor een groot deel de voedingswijze van de bevolking. Mooi verpakte voedingsproducten vullen de rekken van de supermarkt die haast blindelings in de kar terecht komen van de weinig bewuste consument. Er is wel wat onrust ontstaan door objectieve voorlichtingen en veel zeggende publicaties. Gelukkig dat er af en toe in de media voldoende aandacht aan de gevaren van de moderne voeding wordt besteed, maar daar blijft helaas te weinig van hangen. We citeren een korte tekst van Dr. P. De Veer uit zijn boek ‘Wij eten ons ziek’.

‘Het gehalte aan vitaminen is de waarde nul dicht genaderd. De hoofdschotel wordt meestal door een kant-en-klaar gerecht gevormd en hiervoor geldt hetzelfde. Snel klaar, maar met een zielig lage voedingswaarde. Het toetje bestaat meestal uit een gepasteuriseerd, of erger nog, gesteriliseerd melkproduct en levert geen noemenswaardige bijdrage aan wat onder goede voeding moet worden verstaan. Er wordt dan gezegd, ik drink iedere ochtend mijn glaasje vruchtensap bij het ontbijt. Teleurstellend. Met gesteriliseerd vruchtensap uit glas, karton of blik voorzien we op geen enkel belangrijk punt in de noodzakelijke vitaminebehoeften. Bij ontbijt en lunch denkt men heel gezond te zijn door het eten van bruinbrood. De voedingswaarde van het meeste bruinbrood is niet hoger dan van wit brood. De bruine kleur wordt veroorzaakt doordat men, in plaats van het witte tarwemeel, het donkergekleurde roggemeel gebruikt. Alleen volkorenbrood heeft nog een behoorlijke voedingswaarde. Kortom, armoede ondanks rijkdom.’

Dit citaat komt misschien radicaal over, maar in de grond heeft hij gelijk. Mensen denken dat ze gezond eten, maar de ontbijtvlokken of het brood dat ze eten is ingekleurd en gezoet met toegevoegde suikers. De yoghurt smaakt naar fruit, maar er zit geen fruit in, alleen smaakstoffen. De consument laat zich op grote schaal misleiden. Bovendien is er zoveel verwarring dat veel mensen niet meer weten wat gezond is. De vitaminen worden in twee groepen verdeeld, de in vet oplosbare en de in water oplosbare vitaminen. De vitaminen worden met een letter aangeduid en hebben een naam. In de praktijk en op de verpakking zal men meestal alleen de letter gebruiken, maar de consument weet niet altijd wat er mee bedoeld wordt. Dat heeft niets met gebrek aan intelligentie te maken, maar met het feit dat voeding een wetenschap is geworden. Bij het kiezen van appels, een krop sla, witloof of wortelen ligt het heel anders, daar wordt langs zintuiglijke weg de kwaliteit beoordeeld door te zien, te betasten, ruiken of proeven.

 

Voedingsvitaminen en vitaminepreparaten

In de voedingsleer worden beide begrippen gebruikt, maar men maakt niet altijd het onderscheid tussen beide. Daardoor heerst er een enorme verwarring rond voedingsvitaminen en vitaminepreparaten. Vitaminen zijn stoffen die in voedingsmiddelen in geringe mate voorkomen en die er samen met mineralen en andere stoffen er een geheel vormen. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in mg en voor een aantal vitaminen in microgram per 100 g bruikbaar voedingsmiddel. Vandaar dat ze tot de micronutriënten behoren. Binnen deze benadering zijn sommige voedingsmiddelen bijzonder rijk aan vitaminen terwijl andere minder geconcentreerd zijn. De dagelijkse behoefte worden in dezelfde grootheden uitgedrukt. Het spreekt vanzelf dat bij dergelijke geringe hoeveelheden de kwaliteit doorslaggevend is. Deze kwetsbare vitaminen zijn van groot belang binnen de talrijke biochemische processen die in het organisme plaatsvinden. Anderzijds staat tegenover deze geringe hoeveelheid een enorme werking. Het zijn bijzonder krachtige stoffen.

Wetenschappers zijn erin geslaagd om de formule van de vitaminen te analyseren en kunnen die in het laboratorium nabootsen. Vandaar dat vitaminen in grote hoeveelheden gefabriceerd worden. Chemisch gezien stemmen ze helemaal overeen met de voedingsvitaminen, toch wordt aan hun werking getwijfeld. Sommige onderzoekers zeggen ronduit dat vitaminepreparaten niet werken en weggesmeten geld is. Anderen zijn iets voorzichtiger en menen dat er een farmacologische werking aanwezig is. Omdat vitaminen in haast alle voedingsmiddelen voorkomen kan bij gevarieerd voedingspatroon geen tekort optreden. Vooral als men dagelijks vers fruit, groentesalade, af en toe wat noten eet, krijgt men een rijkdom aan vitaminen binnen. Er zijn wel talrijke onderzoeken uitgevoerd die aantonen dat een te veel aan vitaminen in de vorm van tabletten schadelijk kunnen zijn. Het verrast ons niet als we zien dat sommige mensen honderd tot duizend maal meer innemen dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

20:52 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-05-14

Tagatose en Tagatesse, een zoet, maar twijfelachtig verhaal

Net als Stevia is Tagatose met veel enthousiasme onthaald omdat men er vanuit ging dat het in beide gevallen om natuurlijke middelen gaat. Zo wordt Tagatose omschreven als een ‘natuurlijke suiker’ of ‘suikervervanger’ die uit lactose (melksuiker) verkregen wordt. Het woord ‘natuurlijk’ is hier zeker niet op zijn plaats omdat een grondig productieproces nodig is om door hydrolyse lactose op te splitsen in galactose en glucose. Bovendien vervangt Tagatose de natuurlijke suiker niet omdat het een geïsoleerd product is, net als toegevoegde suikers. De galactose wordt door middel van een enzymatisch proces (arabinose-isomerase) weer omgezet in Tagatose waarvan het eindproduct geen lactose bevat. Dit enzym wordt met behulp van genetisch gemanipuleerde bacteriën gemaakt zoals de producent DSM dit vermeld. Het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen (Novel Food) beschouwt het als een nieuw verkregen ‘ingrediënt’. Daarom wordt het niet als voedingsadditief beschouwd en staat het niet als E-nummer vermeld. We citeren een reactie van Bio-shop, een natuurwinkel uit Turnhout (B) die weigert om in zijn winkel de zoetstof Tagatose en Tagatesse te verkopen.

‘Tagatose is een geraffineerde suiker die ook nutriëntenroof pleegt op het lichaam. Daarbij komt nog dat Tagatose in het lichaam wordt omgezet tot fructose. Tegenwoordig wordt fructose niet meer gezien als een veilig en goed alternatief voor suiker omwille van het feit dat het nutriënten rooft uit het lichaam, medeverantwoordelijk is voor tal van chronische ziekten, vermindering van de immuniteit, allergische reacties en belasting van de lever. Gewichtstoename is het gevolg van veelvuldig fructose gebruik door het stijgen van de bloedvetten, verhoging van het cholesterol en het trigliceridegehalte. ‘

Er duiken steeds meer negatieve reacties op. Zo heeft Liesbeth Oerlemans, natuurgeneeskundige, kritiek op het feit dat in de reclamefolder van Tagatose verwezen wordt naar de lage glycemische index omdat bij een zoetstof daar heel weinig van gebruikt wordt en de invloed op de bloedsuikerspiegel te verwaarlozen is. Verder wijst de fabrikant erop dat Tagatose een prebiotische werking zou hebben om een betere darmwerking te bekomen. Volgens Oerlemans is het absurd om een zoetstof te gebruiken om het verteringsstelsel te stimuleren. Daarvoor kan men beter fruit en groenten eten die rijk zijn aan ruwe vezels. Tagatose wordt massaal verwerkt in frisdrank en voedingsproducten.

 

Tagatesse

Tagatesse is een afgeleid product van Tagatose en wordt omschreven als een ‘tafelzoetstof’. Blijkbaar heeft Tagatose een aantal praktische nadelen waardoor men een nieuw product heeft ontwikkeld dat bijna 40% Tagaose bevat. Dit product leent zich beter in de keuken voor allerlei bereidingen. Het vervangt in gerechten de suiker. Omdat de zoetkracht ongeveer twee keer zo groot is als die van gewone industriesuiker heeft men binnen een recept de helft nodig. Tagetesse is een uitgesproken zoetstof en heeft de volgende samenstelling:

39,92% Tagatose

20,14% Voedingsvezels (inuline en oligo-sacchariden)

39,92% Isomalt

 0,02%  Sucralose

We gaan even in op de betekenis van de stoffen waarmee Tagatesse is samengesteld. Het gaat hier om een eigen samengesteld product uit geïsoleerde stoffen en zeker niet als een natuurlijk middel mag beschouwd worden. Natuurlijk betekent dat een middel zoals een appel of noot door de natuur is voortgebracht en dat eventuele behandelingen of bereidingen het natuurlijke karakter en samenstelling niet of er weinig heeft veranderd.

 

Inuline

Dit is een fructosehoudende polysaccharide en staat bekend als ballaststof en komt in veel voedingsmiddelen voor en bevordert de darmwerking. Inuline hoort tot de oplosbare voedingsvezels die in veel voedingsproducten wordt verwerkt.

 

Oligo-sacchariden

Dit is een niet verteerbare koolhydraat die net als inuline als ballaststof wordt gebruikt.

 

Isomalt

Dit is een synthetische zoetstof en staat bekend onder E953 dat de smaak gunstig beïnvloedt en als vulstof wordt gebruikt. Deze stof zou het bruiningseffect temperen. Isomalt wordt uit saccharose gemaakt, soms via genetische manipulatie. Het is een veel gebruiktezoetmiddel dat bij sommige mensen misselijkheid en diarree kan veroorzaken.

 

Sucralose

Dit is een organochloor verbinding en is een erg omstreden synthetisch zoetmiddel (E955) en is 600 keer zoeter dan suiker. Als mogelijke risico’s vermeldt Corine Gouget: beschadiging van het immuunsysteem aangezien voornamelijk de lever en de nieren worden aangetast. Echt vermijden is haar boodschap. E955 wordt in kleine hoeveelheden aan Tagatesse toegevoegd om de smaak te verbeteren.

Tagatesse mag volgens de fabrikant niet gebruikt worden bij baby’s en kleine kinderen beneden de 3 jaar. Tagatesse heeft immers een darmprikkelende werking en houdt te veel vocht vast in het maag-darmkanaal. Bij erfelijke fructose-intolerantie is Tagatesse niet veilig. Hoewel het niet laxerend werkt, kan bij mensen met gevoelige darmen toch diarree optreden. Tagatesse bevat een kleine hoeveelheid sucralose (0,02%) maar dit is een krachtige en een erg omstreden synthetische zoetstof met de bedoeling om de smaak bij te stellen. Dat geldt ook voor de synthetische zoetstof Isomalt. Omdat er geen invloed is op de bloedsuikerspiegel wordt het aanbevolen voor suikerpatiënten, maar in combinatie met een evenwichtig en caloriearm dieet, wordt er aan toegevoegd. Het is bovendien lactosevrij. Tagatesse is een erg omstreden zoetstof en daar is de consument zich niet altijd van bewust.

10:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-04-14

Natuurlijke suikers. De aantrekkingskracht van zoete voeding.

Natuurlijke suiker is het voedsel voor de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren en speelt in de gezondheid een uitzonderlijke rol. De belangrijkste eigenschap van suiker is zijn zoete smaak. Om de zoetheid weer te geven en vergelijkingen te maken, vertrekt men vanuit de witte suiker, ook industriesuiker genoemd. De zoetheid van suiker (saccharose) krijgt de waarde van 100 toebedeeld. En zo kan men de zoetheid bepalen. Voor Stevia bedraagt die 250 en voor honing 120. Omdat koolhydraten uiterst belangrijk en haast onmisbaar zijn in de voeding kent de mens van natuur uit een drang naar zoet. Dat is niet vreemd omdat koolhydraat (suiker) het grootste deel van onze voeding uitmaakt. Het begint al bij de zoete moedermelk die 7,10% melksuiker of lactose bevat. De dagelijkse behoefte aan koolhydraat ligt 5 à 7 maal hoger dan eiwit.

Alles wat tot de basisfuncties van het leven behoort, wordt vanuit de hersenstam gestimuleerd en gaat gepaard met een instinctieve drang. Tot de basisfuncties rekent men de ademhaling, eten en drinken, rusten en slapen en de voortplanting (seksualiteit). In de hersenen bevindt zich het ‘beloningscentrum’. Vandaar dat, als men iets goed doet, een gevoel van voldaanheid optreedt. Prikkelen we onze hersenen door geïsoleerde en hooggeconcentreerde riet- of bietsuiker te gebruiken, wordt het beloningscentrum extra geactiveerd. Zo is het te verklaren dat er suikerverslaving optreedt. Onweerstaanbaar snoepen of eten van chocolade of zoet gebak zijn vormen van suikerverslaving. Onze hersenen maken niet het verschil tussen natuurlijker suikers uit de voedingsmiddelen en industriesuiker die aan voedingsproducten zijn toegevoegd omdat beide dezelfde oorsprong hebben. Omdat industriesuiker geïsoleerd is uit het riet of de biet, geen vitaminen en mineralen bevat, is deze suiker niet in staat het zenuwstelsel te voeden. De drang naar zoet is een noodsignaal dat de hersenen uitzendt omdat er een grote behoefte is ontstaan aan natuurlijke suikers. Helaas wordt dit signaal verkeerd begrepen en gaat men nog meer snoepen. Natuurlijke suikers hebben talrijke en vooral onmisbare functies binnen het menselijk organisme. We vermelden ze even.

 

Voedsel voor hersenen, zenuwen, spieren en rode bloedlichaampjes

Natuurlijke suikers zijn het voedsel voor de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren en de rode bloedlichaampjes. In de sportwereld weet men hoe belangrijk suikers zijn om goed te presteren, maar helaas gebruikt men niet altijd de juiste suikers. Zoet wordt vaak en terecht in verband gebracht met emoties. Er zijn heel wat uitdrukkingen en gezegden in verband met zoet zoals iemand zoet houden met iets. Zoet krijgt hier de betekenis van braaf, gehoorzaam, tevreden enz. Door te veel toegevoegde suikers te gebruiken, geraakt het zenuwstelsel uitgeput. Een drang naar zoet wijst op een gebrek aan natuurlijke suikers.

 

Brandstof (energie)

Natuurlijke suiker is wat de kwantiteit betreft de belangrijkste leverancier van brandstof. Suikerrijke voedingsmiddelen komen vrij veel voor, zijn eerder goedkoop en leveren voldoende calorieën. Voedingsdeskundigen omschrijven geïsoleerde industriesuiker als lege calorieën omdat ze geen nut hebben. Lege calorieën leveren wel calorieën en zetten zich om in vet wat overgewicht in de hand werkt.

 

Snel opneembare energie

De enkelvoudige suikers uit fruit en honing worden zonder vertering opgenomen zodat het lichaam onmiddellijk over energie beschikt indien dit nodig is. Dat is belangrijk bij grote fysieke inspanningen of bij het beoefenen van sport. Industriesuiker wordt te snel opgenomen (glycemische index 100) terwijl enkelvoudige suikers uit fruit en honing traag worden opgenomen door de aanwezigheid van ballaststoffen (ruwe vezels). Bij fruit ligt de glycemische index (GI) tussen 23 en 50 wat gunstig is. Bij honing ligt de GI tussen 32 en 55 afhankelijk van de soort. Zowel fruit als honing geven geen snelle schommeling in de bloedsuikerspiegel wat een voordeel is.

 

Belangrijke voedingsstof

Natuurlijke suikers leveren niet alleen voedsel voor de hersenen, zenuwstelsel, spieren, maar ook aan rode bloedlichaampjes die zich uitsluitend met suiker voeden. Omdat suiker onmisbaar is, kan het lichaam deze zelf aanmaken uit vet en eventueel uit eiwit. Er is een enorm veiligheidsysteem ingebouwd zodat het lichaam moeilijk zonder suiker valt.

 

Reservevoedsel

Natuurlijke suiker kan zich, in tegenstelling tot eiwit, in relatief grote hoeveelheden als reservevoedsel in het lichaam opstapelen in de vorm van glycogeen in de lever en de spieren. Is er behoefte aan suiker, los van de maaltijd, kan het lichaam daar suiker halen en omzetten in glucose.

 

Bloedsuikerspiegel

Natuurlijke suiker zorgt voor een stabiel en constant suikerniveau in het bloed dat als bloedsuikerspiegel wordt aangeduid. Na een fysieke inspanning worden de verbruikte suikers opnieuw aangevuld. De meeste mensen hebben een stabiele bloedsuikerspiegel waardoor ze relatief lang zonder voedsel kunnen. Bij sommigen is die erg gevoelig. Deze mensen eten op vaste tijdstippen en stellen nooit een maaltijd uit. Ze worden vaak geplaagd door een plots optredende flauwte die meteen verdwijnt door het eten van een stuk fruit of een snoepje.

09:10 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

10-04-14

Margarine, de imitatieboter van vroeger

Al meer dan honderd jaar heeft de margarine de boter voor een groot deel vervangen. Margarine werd oorspronkelijk ‘imitatieboter’ genoemd, maar is nu algemeen aanvaard. Men heeft margarine om op brood te smeren en om te bakken en te braden. Margarine bevat 70 à 75% vet van plantaardige oorsprong. Ongeveer 20% bestaat uit verzadigd vet, 14 à 15% uit enkelvoudig onverzadigd (EOV) en 30 à 35% uit meervoudig onverzadigd vet (MOV) en max. 1 g transvet. In principe bevat margarine plantaardige of vloeibare vetten die goed zijn voor de gezondheid. Toch wordt als verkoopargument dit vet soms gereduceerd tot 50, 45 en zelfs 30% en spreekt men van light-margarine. De ontbrekende olie wordt vervangen door gemodificeerd zetmeel, wat zeker niet gezond is. Margarine bevat vitaminen A, D en E, maar het is een industrieelbereid product dat in de fabriek wordt samengesteld. Over de gezondheidsaspecten worden nog steeds levendige discussies gevoerd.

Er zijn margarines met een cholesterolverlagende werking door toevoeging van plantensterolen (fytosterinen en fytostanolen). Becel pro activ is wel de meest bekende, maar er zijn er nog andere merken. Plantensterolen hebben een vergelijkbare structuur als cholesterol en hebben als eigenschap de cholesterol in de darmen af te remmen waardoor de opname wordt verhinderd. Plantensterolen komen in de plantaardige voedingsmiddelen voor zoals plantaardige olie, noten, zaden, pitten, groenten, fruit en granen. Plantensterolen behoren tot de bioactieve substanties of genezende inhoudsstoffen in voedingsmiddelen. Ze komen in geringe hoeveelheden voor die in milligram worden uitgedrukt per 100 g bruikbaar deel. In een gezond voedingspatroon varieert de hoeveelheid tussen 150 à 300 mg gram per dag. Bij vegetariërs ligt dit rond de 600 mg. Onderzoekers zijn er van overtuigd dat deze plantensterolen, ondanks hun geringe hoeveelheid, een gunstige invloed hebben op het verlagen van het cholesterolgehalte.

In de cholesterolverlagende margarines ligt de hoeveelheid toegevoegde plantensterolen tussen 2.000 en 2.500 mg (dit is 2 à 2,5 gram). Dit is een gigantische hoeveelheid die te vergelijken is met bijvoorbeeld 500 tomaten, 12,5 kg worteltjes, 125 appels, 69 sinaasappelen, 66 volkoren boterhammen of ruim 900 pinda’s. Dit overtreft iedere verbeelding. Onderzoekers stellen vast dat bij het gebruik van deze margarines het mogelijk is om de via de voeding aangevoerde cholesterol met 7 à 10% te verminderen, maar wat de consument niet weet is dat deze margarines geen enkele invloed hebben op de cholesterol die in de lever wordt geproduceerd. We maken meer cholesterol aan dan we via de voeding binnenkrijgen. De EFSA, een organisatie van de EU, pleit voor duidelijkheid op de etiketten met de waarschuwing dat men de 3 g (3.000 mg) per dag niet mag overschrijden.

De Nederlandse Hartstichting zegt dat deze margarine enkel geschikt is voor mensen met een licht verhoogde cholesterol en dat ze niet geschikt is voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen onder de vijf jaar. Bij mensen waar een verhoogd cholesterol voorkomt vanuit een familiale belasting, heeft deze margarine geen invloed. In diverse landen stellen cardiologen vast dat het gebruik van cholesterolverlagende margarines het risico op hart- en vaatziekten bij bepaalde mensen verhoogd. Er gaan stemmen op om deze margarines alleen nog in de apotheek en op voorschrift van de arts te verkopen omdat het hier gaat om een combinatie van een cholesterolverlagend medicijn dat in margarines wordt verwerkt. Te hoog gebruik van deze plantaardige sterolen remmen de opname van caroteen af met zeker 20%. De gezondheidsexperts van de EU stellen duidelijke eisen die op het etiket moeten vermeld worden zoals:

  • Deze margarine is alleen bedoeld voor mensen die hun cholesterol willen doen dalen.
  • Indien men cholesterolverlagende medicijnen gebruikt, zal deze margarine uitsluitend onder toezicht van een arts mogen gebruikt worden.
  • Deze margarine is niet geschikt voor zwangere vrouwen die borstvoeding geven en voor kinderen onder de vijf jaar.
  • Deze margarine dient als onderdeel van een uitgebalanceerde voeding te worden gebruikt.
  • De consumptie van meer dan 3 gram plantensterolen/stanolen per dag dient vermeden te worden.

Ondanks al deze waarschuwingen wordt er nog dagelijks reclame gemaakt voor cholesterolverlagende margarine met de slogan: ‘Het is bewezen dat de dagelijkse consumptie van 1,5 à 2,4 gram plantaardige stanolen toelaat uw cholesterol in 2 à 3 weken met 7 à 10% te verlagen.’ Dat isinderdaad bewezen, maar de advertentie zegt niets over de mogelijke risico’s, noch de aanbevelingen van de EU en de Hartstichting. We stellen ons hierbij de vraag op welke wijze deze plantaardige sterolen en stanolen verkregen worden, zeker niet door deze uit voedingsmiddelen te extraheren!

 

Boter

Boter ontstaat door het karnen van room, het is een vrij eenvoudige techniek waarbij het melkvet van de rest gescheiden wordt. Boter heeft een unieke smaak en behoudt zijn natuurlijk karakter. Sommige consumenten geven de voorkeur aan boter in plaats van margarine omdat het een afgeleid natuurlijk voedingsmiddel is. Boter bevat 80 à 83% zacht melkvet waarvan 3 g uit MOV en 240 mg cholesterol. Omdat boter slechts 0,7 g eiwit bevat is er geen bezwaar tegen het gebruik van halfvolle boter die 50 g vet bevat en dus minder cholesterol. Boter is bijzonder rijk aan vitamine A en bevat daarnaast calcium, fosfor, magnesium en ijzer. Verder bevat boter foliumzuur, vitamine D, vitamine K, jodium, zink, koper, mangaan en chroom. Boter is een veel rijker voedingsmiddel dat margarine. Boter brand sneller aan dan olie en mag daarom niet op een hoog vuur worden verwarmd. Boter wordt eerder gezien als een delicatesse. Voor mensen met cholesterolproblemen is boter niet geschikt.

09:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-04-14

Eiwit, een belangrijk voedingsstof

Eiwit of proteïne wordt in de voedingsleer als het belangrijkste macronutriënt beschouwd. De naam proteïne werd bedacht door de Nederlandse chemicus G.J. Mulder (1802-1880) en betekent ‘de eerste’ en verwijst naar kwaliteit, voornaamheid of belangrijkheid. In de negentiende eeuw heerste er vaak bij de werkende klasse ondervoeding door gebrek aan eiwitrijke voeding die toen duur en schaars was. Vandaar dat men in die tijd extra aandacht besteedde aan eiwit en eiwitrijke voeding. Eiwitten zijn hoogmoleculaire stoffen van organische oorsprong die voorkomen in alle levende organismen van mens tot virus. Ze zijn essentieel voor zowel de structuur als voor het functioneren van elke levende stof.

 

Aminozuren

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren die bestaan uit de elementen koolstof (C), waterstof (H), zuurstof (O) en stikstof (N). Dikwijls bevatten ze zwavel (S) en fosfor (P). Er komen twintig verschillende aminozuren in eiwit voor. Elk aminozuur heeft een eigen naam en een afkorting van drie letters, soms worden ze door één letter aangegeven. De meeste aminozuren worden door het lichaam zelf aangemaakt. Er zijn echter acht aminozuren die het lichaam niet kan aanmaken en via de voeding geleverd moeten worden. Ze worden de essentiële aminozuren genoemd. Het is belangrijk dat binnen een gezonde voeding deze acht essentiële aminozuren voldoende aanwezig zijn. Als men een gevarieerde voeding gebruikt, hoeft men zich hier geen zorgen over te maken.

 

Biologische waarde van eiwitten

De biologische waarde van de eiwitten hangt af van de samenstelling en de verteerbaarheid. Voedingsmiddelen waarin alle essentiële aminozuren in voorkomen worden ‘volwaardige eiwitten’ genoemd of eiwitten met een hoge biologische waarde. Eiwit uit moedermelk, koemelk en eieren worden als volwaardig beschouwd. Dat geldt ook voor dierlijk eiwit dat dicht bij het menselijk eiwit staat. Eiwitten uit granen en afgeleide producten worden tot de groep van de lage biologische waarden gerekend. Eiwitten uit noten, zaden en pitten hebben een hoge biologische waarde. Fruit en groenten zijn arm aan eiwit, maar men eet er grote hoeveelheden van zodat ze toch invloed hebben op de totale hoeveelheid eiwit. Het staat wetenschappelijk vast dat men zich uitsluitend met plantaardig eiwit kan voeden zoals veganisten die zelfs geen melkeiwit in hun voeding gebruiken.

 

Eiwitvertering

De verteerbaarheid heeft invloed op de biologische waarde. Als voedingsmiddelen moeilijk verteerbaar zijn, wordt er onvoldoende eiwit uit het voedsel gehaald. Daarom spreekt men in de voedingswetenschap van ‘Netto Eiwit Benutting’ (NEB). Het NEB verkrijgt men door de biologische waarde te vermenigvuldigen met de verteerbaarheid. Moedermelkeiwit heeft een BW van 100 en een NEB van 100. Eiwit vergt een intense en grondige vertering. Verteringsenzymen halen de eiwitten uit de voedingsmiddelen en breken ze af tot afzonderlijke aminozuren die via de bloedbanen in de cellen terecht komen waar ze als bouwstenen gebruikt worden. Eiwitrijke voedingsmiddelen bevatten steeds grote hoeveelheden vet, zoals noten, zaden, pitten, vlees, vis, kaas enz. Er is een duidelijk verband tussen eiwit en vet. Volgens de moderne voedingsfysiologie vertraagt vet de beweging van de maag waardoor het voedsel er langer in blijft zodat de vertering grondig gebeurt.

 

Men heeft vastgesteld dat lightproducten moeilijker verteren omdat het vetgehalte met 30% gereduceerd werd terwijl het eiwitgehalte onveranderd blijft. De eiwitvertering vindt voor een groot deel plaats in de maag. Bij een vetarme voeding verloopt de vertering onvoldoende en is er extra veel energie nodig. Bovendien laat een onvoldoende vertering en stofwisseling opvallend veel afvalproducten na die via de nieren worden uitgescheiden. Eiwit is immers rijk aan stikstof die na gebruik moet worden uitgescheiden. Gebruikt men te eiwitrijke voeding waarbij het vet verminderd wordt, dan worden de nieren zwaar belast. Om een te grote hoeveelheid stikstof uit het lichaam te verwijderen wordt er extra veel urine uitgescheiden wat kan leiden tot nierstoornissen of nierziekten. Daardoor kunnen de filtereenheden (de glomeruli) schade oplopen. Overtollige aminozuren worden door de lever omgezet in ureum. Dit wordt via het bloed naar de nieren vervoerd en met de urine uitgescheiden. Vet heeft eveneens een gunstige invloed op het verzadigingsgevoel. Vandaar het snelle verzadigingsgevoel bij eiwitrijke voedingsmiddelen.

 

Dierlijk eiwit

Dierlijk eiwit is afkomstig van vlees, gevogelte, vis en afgeleide voedingsproducten. Het gehalte aan eiwit varieert tussen 16 en 22%. Dierlijk eiwit is vrij gunstig van samenstelling, maar de dierlijke voedingsmiddelen bevatten dierlijke vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren (harde vetten) en cholesterol. Dierlijk eiwit (vlees, vis) dient vanuit hygiënisch standpunt goed gebraden of gekookt te worden, maar vanaf 70 °C treedt er een denaturatie van het eiwit op. Tijdens het verhitten van dierlijke eiwitten kunnen er heterocyclische aminen ontstaan die kankerverwekkend zijn. Om die redenen wordt op dit ogenblik het gebruik van dierlijk eiwit eerder als beperkt aanbevolen. In de vorige eeuw dacht men daar nog heel anders over.           

 

Eiwit

Vet

Cholesterol

Kip

20,6 g

5,6 g

81 mg

Rundvlees, gehakt

22,5 g

14,0 g

70 mg

Rugspek

24,1 g

82,5 g

100 mg

Leverpastei

14,2 g

28,6 g

50 mg

Maatjesharing

16,0 g

22,6 g

60 mg

Sardienen op olie

20,6 g

24,4 g

120 mg

 

Melkeiwit

Het melkeiwit bestaat voor 75% uit caseïne. Caseïne is een verzamelnaam van twaalf verschillende soorten eiwit die licht verteerbaar zijn. Denk aan het gebruik van kwark of zachte kazen. Melkvetten smelten op kamertemperatuur en behoren niet tot de harde vetten. De dierlijke en de plantaardige vetten vormen een aparte klasse en dat geldt eveneens voor wat het eiwit betreft. Melk en melkproducten bevatten eveneens cholesterol. 

 

Eiwit

Vet

Cholesterol

Yoghurt

3,3 g

3,5 g

11 mg

Gouda

25,5 g

29,2 g

114 mg

Brie

22,6 g

27,9 g

100 mg

Feta

17,0 g

18,8 g

45 mg

Kwark

11,1 g

11,4 g

37 mg

Ei

6,7 g

6,2 g

314 mg

 

Plantaardig eiwit

Er is een steeds grotere waardering voor het gebruik van plantaardig eiwit, zeker door het feit dat dit eiwit verbonden is met plantaardig vet dat rijk is aan onverzadigde vetzuren en vrij is van cholesterol. Peulvruchten worden vaak geprezen voor hun hoog gehalte aan eiwit, maar het vetgehalte ligt vrij laag, wat de vertering bemoeilijkt. Dat geldt ook voor de granen. Bij noten, zaden en pitten ligt het vetgehalte zeer hoog, wat de vertering gunstig beïnvloedt. Het gaat hier om plantaardig vet van zeer hoge kwaliteit en zijn uitzonderlijke bronnen van eiwit. 

 

Eiwit

Vet

Tarwe

11,4 g

2,0 g

Bonen

20,7 g

1,4 g

Amandelen

19,0 g

54,0 g

Hazelnoten

13,0 g

61,0 g

Pijnboompitten

13,0 g

60,0 g

Sesamzaad

20,0 g

50,0 g

 

Eiwitbehoefte

Over de juiste hoeveelheid eiwit die men dagelijks nodig heeft, bestaat veel controverse. Lang heeft men vastgehouden aan 1 g eiwit per lichaamsgewicht. Onder invloed van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is die hoeveelheid teruggebracht tot 0,75 g en in recente publicaties spreekt men van 0,5 g per lichaamsgewicht. Het is een feit dat in de geïndustrialiseerde landen de dagelijks hoeveelheid eiwit tussen 100 en 150 g per dag per persoon ligt, wat uiteraard te hoog is. Gezien alle voedingsmiddelen eiwit bevatten, is het nodig daar rekening mee te houden bij het berekenen van de dagelijkse hoeveelheid. Een te veel aan eiwit ontstaat meestal door een te grote consumptie van vlees, vleesproducten en kaas en is schadelijk voor de gezondheid. Wetenschappers tonen aan dat te hoog eiwitgebruik een negatieve invloed heeft op het ontstaan van veel ziekten zoals nierziekten, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, osteoporose en vele andere moderne kwalen. Ze leggen een verband tussen het ontstaan van kanker en een te hoog eiwitgebruik.

 

Een tekort aan eiwit komt hier eerder zelden voor, behalve bij ernstige ontbering, anorexia nervosa en bij extreme afslankdiëten. In ontwikkelingslanden ligt dit anders. Een tekort aan eiwit is gevaarlijk omdat zoveel noodzakelijke fysieke en biochemische processen in het lichaam niet optimaal functioneren. De opgezette buikjes (kwashiorkor) verraden de aanwezigheid van een hongeroedeem.

 

Factoren die de eiwitbehoefte bepalen

Het is niet mogelijk om bij iedere maaltijd een berekening te maken of men alle macro- en micronutriënten binnenkrijgt. Een voedingswijze berust op instinct, intuïtie, trek en andere subjectieve factoren. Over het algemeen neemt men aan dat bij een gevarieerde voeding niets mis gaat. Bij ziekte wordt via bloedonderzoek nagegaan of er afwijkingen zijn die op een tekort of een teveel aan eiwit wijzen. Mannen hebben meestal iets meer eiwit nodig dan vrouwen. Zwangere vrouwen hebben tijdens de drie laatste maanden van de zwangerschap meer eiwit nodig omdat de baby zich voorbereidt op de geboorte. Bij intens sport bedrijven kent men een hoge behoefte aan eiwit. In de zomer ligt de behoefte aan eiwit lager en worden er meer eiwitarme voedingsmiddelen gegeten zoals fruit en groenten. Tijdens groeiperiode hebben kinderen meer behoefte terwijl bij de volwassenen er een stabilisatie optreedt.

 

Ongezonde eiwitten en darmkanker

De Gezondheidsraad (B) adviseert maximum 500 g rood vlees per persoon per week (70 g per dag) met als doel deze hoeveelheid terug te dringen tot maximaal 300 g week of gemiddeld 40 g per dag. Het gaat niet alleen om vlees, maar ook alle bereide vleeswaren en kant-en-klare maaltijden waarin rood vlees zit verwerkt. Rood vlees is afkomstig van rund, varken, schaap, konijn en wild. Hiermee wordt zowel het dierlijke eiwit als het dierlijk vet drastisch teruggedrongen. Medisch onderzoek heeft aangetoond dat er een verband is tussen het eten van grote hoeveelheden rood vlees en dikke darmkanker (colon-rectale kanker). De oorzaken van darmkanker is complex en houdt verband met genetische aanleg, pathologische toestand, voeding en levenswijze. Onderzoekers gaan er vanuit dat 30% van de darmkankers hun oorsprong vinden in het eten van rood vlees. De bereidingswijze speelt een bijkomende rol, vooral verbrand vlees zoals barbecue verhoogt het risico. Bij vleeswaren is het de bewaartijd en is het gebruik van bewaarmiddelen zoals nitriet of nitraat een bijkomende risicofactor. Darmkanker staat bij vrouwen op de tweede en bij mannen op de derde plaats. Een lagere vleesconsumptie kan darmkanker aanzienlijk terugdringen. Uiteraard wordt het risico extra verhoogd bij roken en veelvuldig gebruik van alcoholische drank.

 

Het is niet duidelijk waarom wit vlees, afkomstig van kip en gevogelte minder gevaarlijk zou zijn. Zowel het gehalte aan eiwit als vet ligt ongeveer gelijk alsook het gebrek aan ballaststoffen. Vlees bevat geen ballasstoffen omdat carnivoren (vleesetende dieren) een kort en glad verteringsstelsel hebben, waardoor ze een veel snellere vertering en ontlasting kennen. De mens heeft een relatief lang en geprofileerd verteringsstelsel zodat de feces afkomstig van de vleesresten te lang in de dikke darm opgestapeld blijft. Hierdoor ontstaat rotting en worden er talrijke gifstoffen geproduceerd die vermoedelijk verantwoord zijn voor het verhoogde risico op darmkanker. Het is algemeen bekend dat mensen die veel vlees eten een moeilijke ontlasting hebben. Laten we hier nog aan toevoegen dat in de bio-industrie gebruik wordt gemaakt van krachtvoer om de gewichtstoename te verhogen en dat deze dieren niet in een natuurlijke omgeving opgroeien. Het massaal gebruik van medicijnen is eigen aan deze versnelde methode van vetmesten. Er wordt verder nog een verband gelegd tussen een hoge vleesconsumptie en prostaatkanker bij mannen, alsook tussen dierlijke vetten en borstkanker. Talrijke internationale onderzoeken tonen aan dat bij vegetariërs opvallend minder kanker voorkomt

11:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-03-14

Eet minstens 5 stuk fruit per dag in de strijd tegen kanker

Sinds de bekende oncoloog Prof. Dr. Janssens in de jaren negentig van de vorige eeuw zijn oproep heeft gedaan om per dag minstens 5 stuks fruit te eten in de strijd tegen kanker, is fruit geherwaardeerd en wordt als een volwaardig voedingsmiddel gezien. Bewuste mensen hebben de ontbijtkoeken, de gezoete graanvlokken of de havermout al lang vervangen door het fruitontbijt. Eethuisjes bieden verse fruitsalades aan, ook om mee te nemen en in iedere stad zijn er kraampjes waar men uitsluitend vers geperst vruchtensap naar keuze kan drinken. Dit is een positieve ontwikkeling die we toejuichen. Al te ijverige koks menen nu fruit te moeten toevoegen aan een groentesalade, wat zeker niet wenselijk is. Fruit en groenten zijn twee totaal verschillende voedingsmiddelen met een specifieke eigen samenstelling en verteren beter als ze afzonderlijk worden gegeten.

Vruchten zijn relatief rijk aan enkelvoudige suikers en bevatten vrij veel water, tussen de 80 en de 85%, bij watermeloenen varieert dit tussen 90 en 91%. Er is een affiniteit tussen koolhydraat en water. De koolhydraten zwemmen haast letterlijk in het water, de enkelvoudige suikers worden meteen vrij gegeven, hebben geen vertering nodig en worden spontaan opgenomen. Bovendien zijn vruchten uitzonderlijk rijk aan vitaminen van het B-complex en vitamine C, bevatten mineralen en spoorelementen en worden erg gewaardeerd voor hun bijzondere genezende stoffen die bioactieve substanties of fytochemicaliën worden genoemd. De Canadese wetenschapper Prof. Dr. Béliveau is een vooraanstaand expert op het gebied van kankeronderzoek en professor in kankerpreventie aan de universiteit van Québec. Hij heeft samen met zijn collega Dr. Denis Gingras, als oncoloog verbonden aan het Laboratorium voor moleculaire geneeskunde en hemato-oncologie van het St. Justine ziekenhuis in Montreal grondig onderzoek uitgevoerd naar de werkzaamheid van fruit, bessen, citrusvruchten, groenten en andere voedingsmiddelen bij het behandelen van kanker. We citeren een korte uitspraak van beide specialisten.

‘Kleine bosvruchten staan voor luchtigheid en frisheid, ze verspreiden de meest delicate geuren, zijn getooid met de meest intense kleuren en hebben een uiterst geraffineerde smaak. Ze maken deel uit van een heel beperkte groep voedingsmiddelen die eerder in ons dagelijks menu zijn opgenomen vanwege de passie die hun geur en hun raffinement in ons oproepen dan vanwege hun voedingswaarde. En als u ook zo dol bent op die bessen, zal het u verbazen als we vertellen dat die verrukkelijke vruchten echte schatkamers van kankerremmende fytochemische stoffen zijn. Wat is het heerlijk dat iets wat zo lekker smaakt ook zo goed voor de gezondheid kan zijn.’

Om in te spelen op deze prachtige lovende woorden over de vruchten kunnen we samen met deze wetenschappers ons de vraag stellen: Waarom blijven de mensen zich vergiftigen met industriële suikers terwijl er zoveel smakelijke vruchten in overvloed zijn? Voor een groot deel is dit uit onverschilligheid en voor een deel uit gebrek aan inzicht en kennis in voeding en gezondheid. Te lang hebben voedingsdeskundigen vruchten omschreven als waardeloos omdat men ze beoordeelde vanuit het gehalte aan eiwit, vet en koolhydraten. Sinds het belang van de vitaminen en de minderalen werd ontdekt, werden ze in die functie nuttig bevonden en aanbevolen. Thans is iedereen het er mee eens dat vruchten belangrijke voedingsmiddelen zijn die deel uit moeten maken van de dagelijkse voeding. Critici wijzen er op dat vruchten zeer kwetsbaar zijn, snel overrijp geraken en voor praktische problemen zorgen. Zo laten vruchten zich moeilijk met andere voedingsmiddelen combineren en weinig geschikt om tot gerechten te bereiden. Dat kunnen we niet ontkennen. Vruchten worden veel uit het vuistje gegeten of in de vorm van een vruchtensalade, vruchtenmoes (fruitmoes) of vruchtensap. Juist door deze beperkte bereidingstechnieken behouden de vruchten hun grote voedingswaarden. Vruchten zijn de natuurlijke alternatieven in de strijd tegen het overmatig gebruik van industriesuiker. Wie zich even verdiept in de wereld van de vruchten, staat verstomt van het grote aanbod, de heerlijke natuurlijke kleuren, smaken en geuren.

09:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-03-14

Noten, zaden en pitten - krachtvoer voor de mens

De oliehoudende noten, zaden en pitten en de oliehoudende vruchten avocado en olijven zijn de beste leveranciers van gezond, plantaardig vet. Ze zijn rijk aan enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren en bevatten geen cholesterol. Bij deze voedingsmiddelen maakt het plantaardig vet deel uit van een organisch geheel en is verbonden met het plantaardig eiwit. Vet en eiwit behoren samen en hebben elkaar nodig bij de vertering. Alle nodige hulpstoffen in de vorm van micronutriënten zijn aanwezig zodat de vertering optimaal verloopt. Het vetgehalte varieert van 49% (zonnebloempitten) tot 67% (paranoten). Ze bevatten oplosbare, maar niet verteerbare vezels die de stofwisseling gunstig vertragen, de hoeveelheid suikers en insuline in het bloed normaliseren, het cholesterolgehalte terugdringen en energie verschaffen voor heilzame darmbacteriën. Zij wijzigen hun chemische omgeving waardoor ze schadelijke bacteriën in de darm tegengaan en hebben een gunstige invloed op de darmflora. Daarnaast bevatten ze onoplosbare vezels (ballaststoffen) die de darmwerking verhogen en de stoelgang bevorderen zodat vele ongewenste afvalstoffen verwijderd worden. Noten zijn bijzonder rijk aan calcium, magnesium en fosfor, de bouwstenen van het bot. Daarnaast zijn het goede leveranciers van de vitamine E en het B-complex. Noten worden omschreven als krachtvoer en hebben vooral een ondersteunende functie.

 

Deze oliehoudende voedingsmiddelen hebben de slechte reputatie van dikmakers wegens het hoge caloriegehalte. Deze redenering is niet helemaal juist omdat oliehoudende noten, zaden en pitten in kleine hoeveelheden worden gebruikt, vaak eet men ze uit het vuistje. Door hun samenstelling geven ze een snel verzadigingsgevoel. Misbruik is nooit uit te sluiten. Het is raadzaam om regelmatig en zeker tijdens de herfst en de winter noten te eten. Omdat noten na het oogsten gedroogd worden om schimmelvorming te voorkomen, zijn ze vaak te droog. Amandelen lenen zich uitstekend om gedurende de nacht te laten weken in bronwater waardoor ze lichtjes opzwellen, goed verteerbaar zijn en erg vers smaken. Bij andere noten is dat moeilijker omdat hun huid minder vocht opneemt. Men kan ze voor het gebruik malen en er bronwater overheen gieten om hetzelfde effect te bereiken. Sesamzaad, dat rijk is aan calcium en ijzer, zal men altijd malen omdat de zaadjes te klein zijn en niet gekauwd kunnen worden. Niet gemalen sesamzaad verlaat het lichaam onaangeroerd. Maal noten, zaden en pitten nooit op voorhand wegens de oxidatie, ze worden dan snel ranzig. Sommige mensen zijn allergisch voor noten, zaden of pitten terwijl anderen ze moeilijk verteren doordat ze aan lever- of galproblemen lijden. Voor hen zijn noten niet geschikt.

 

Avocado

Avocado is een subtropische vrucht uit Midden-Amerika en behoort tot de laurierfamilie. Ze bevat 23,5% vet van uitzonderlijke kwaliteit en is rijk aan vitamine E, die bekend staat om zijn antioxiderende werking waardoor er minder gevaar is om ranzig te worden. Avocado heeft het grote voordeel dat het rijpingsproces pas na het oogsten begint (tussen 15 en 24 °C). Een rijpe avocado levert een zacht geel vruchtvlees. Het toevoegen van citroensap doet het vet beter verteren en maakt de smaak aantrekkelijk. Vlees van de vrucht wordt fijn geplet en met strooikruiden op smaak gebracht.

 

Olijf

Olijven worden gemarineerd om een betere smaak te verkrijgen, zijn rijk aan vet (36%), maar door het marineren wordt er veel zout toegevoegd, meer dan 3 g per 100 g. Olijven worden uitsluitend als versnapering gegeten. De meeste olijven worden geperst tot olie.

 

Olie

Olie, ook tafelolie of spijsolie genoemd, neemt in de keuken een belangrijke rol in. Terwijl er vroeger slechts enkele oliesoorten gebruikt werden, is het aanbod sterk uitgebreid, vooral op culinair vlak. Olie is vloeibaar vet en is rijk aan enkelvoudig en hoog onverzadigde vetzuren. Het gaat hier om een hoog geconcentreerd product van 99,50% olie. Dat zorgt er voor dat olie gemakkelijk oxideert en ranzig wordt. Daarom wordt olie in donkergroene flessen of blikken busjes verpakt. De calorische waarde van olie ligt op 898 Kcal per 100 g. Het is jammer dat dit vaak als een negatief argument wordt gezien. Olie wordt in kleine hoeveelheden gebruikt om voedsel te bereiden of om als saus of mayonaise te gebruiken. Laten we er aan toevoegen dat olie gezond is en niet vergelijkbaar is met dierlijke vetten waar terecht veel kritiek op is.

 

Olijfolie wordt geprezen voor zijn goede kwaliteiten, maar in principe kunnen alle oliën gebruikt worden. Er is een enorm aanbod aan allerlei soorten oliën zodat het voor de consument niet altijd gemakkelijk is om een keuze te maken. Olie is uiterst geschikt voor koude bereidingen, vooral voor oliesausjes, mayonaise en andere toepassingen. Olie is hoog geconcentreerd en moet goed bewaard worden anders wordt ze ranzig. Arachideolie, maïskiemolie, zonnebloemolie, rijstolie (neutrale smaak) of olijfolie (uitgesproken smaak) zijn beter geschikt voor warme bereidingen. Deze soorten worden aanbevolen bij het roerbakken (wokken). Frituren is een bereidingstechniek waarbij het voedsel enkele minuten in zeer hete olie (160 à 190° C) wordt ondergedompeld om een krokante korst te vormen. 180 °C wordt gezien als de kritische grens voor olie.

09:23 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-03-14

Zoetstoffen, laat ze links liggen

De meest gebruikte zoetstoffen staan op het etiket vermeld met een E-nummer. De consument heeft bij het winkelen geen boekje bij de hand waarin de 1.525 E-nummers met hun betekenis vermeld staan. Bovendien mist men een vergrootglas om de kleine tekstjes op het etiket te lezen. Bij aankoop van voedingsmiddelen laat men zich leiden door kleur, vorm, aroma, versheid enz. maar bij voedingsproducten ligt dat heel anders. Niemand weet met zekerheid wat in al deze mooi verpakte producten schuilt. Het is niet aangenaam om met argusogen en met een gevoel van wantrouwen boodschappen te doen. Daarom is grondige voorlichting en een duidelijke wetgeving dringend noodzakelijk en wat daar niet aan voldoet moet uit de rekken. We bespreken in het kort een beperkt aantal zoetstoffen van de grote reeks.

 

E420 Sorbitol

Sorbitol is een wit hygroscopisch kristallijn poeder met een zoet smaak, 0,6 maal hoger als suiker. Bij grote hoeveelheden ontstaat winderigheid, opgezette buik met krampen, maag- en darmproblemen. Sorbitol remt de opname van de vitamine B6 af. Wordt gebruik in de productie van marsepein, crèmegebak, koeken, cake, chocoladesnoepjes en in producten voor suikerpatiënten.

 

E421 Mannitol

Dit is het isomeer van sorbitol (overeenstemmende stof) en is een wit kristallijn poeder dat als antiklontermiddel en als zoetstof wordt gebruikt. De zoetkracht is ongeveer de helft van suiker. Het wordt bereid uit gemodificeerde maïs. 17% wordt via de urine uitgescheiden en werkt vochtafdrijvend. Wordt verwerkt in snoep en consumptie-ijs. Mannitol kan verteringsproblemen en andere klachten veroorzaken en behoort tot de risicovolle zoetstoffen.

 

E950 Acesulfaam-K

Dit is een synthetische zoetstof met een zoetkracht van 200 keer die van suiker, is bestand tegen hitte en wordt daarom veel gebruikt in industrieel gebak en gekookte gerechten. Wordt omwille van zijn bittere nasmaak gecombineerd met andere zoetstoffen, o.a. aspartaam. Staat beschreven als een te vermijden zoetstof.

 

E951 Aspartaam  

Is de meest omstreden synthetische zoetstof met absolute voor- en tegenstanders. Heeft een zoetkracht die 200 maal hoger ligt als suiker. Aspartaam wordt via genetisch gemanipuleerde bacteriën bereid en wordt ook gebruikt als smaakversterker. Wordt veel gebruikt in frisdranken, yoghurtdrankjes, snoep, ontbijtgranen, oploskoffie enz. Er werden 5.000 klachten gerapporteerd waaronder talrijke psychische en emotionele aandoeningen.

 

E952 Cyclamaat

Is een synthetische zoetstof met een zoetkracht die 20 à 30 maal die van suiker overtreft. Wordt vaak gebruikt in combinatie met E950 en E951 en is goed bestand tegen hitte. Vindt talrijke toepassing in industrieel gebak, ontbijtvlokken tot chocolade. E952 is in de VS verboden. Wetenschappers gaan er vanuit dat bij langdurig gebruik blaaskanker kan ontstaan. Sommige mensen reageren allergisch (netelroos).

 

E953 Isomalt

Het is een synthetische zoetstof die via genetische manipulatie wordt gemaakt. Wordt gebruikt in snoep, chocolade, desserts, krokante koeken, wafels, brood enz. maar ook in Tagatesse, een omstreden zoetstof.

 

E957 Thaumatine

Deze zoetstof heeft een zoetkracht gemiddeld 2.500 maal krachtiger dan suiker. Deze zoetstof wordt geïsoleerd uit een West-Afrikaanse plant (Thaumatococcus daniellii) en wordt vrij veel gebruikt in allerlei voedingsproducten. Over de nevenwerkingen is niet zoveel bekend.

 

E959 Neohesperidine DC

De zoetkracht lig op 1.800 maal die van suiker en wordt aan talrijke voedingsproducten toegevoegd. Deze zoetstof wordt als vrij onschuldig omschreven, maar men kent de risico’s niet op langer termijn.

 

E967 Xylitol

Is een synthetische zoetstof die in snoep en talrijke voedingsproducten wordt verwerkt. De zoetkracht staat gelijk aan suiker. Over de nevenwerking lopen de bronnen uit elkaar. De een houdt het bij een licht laxerende werking bij een te hoge dosis, de ander spreekt van metabole aandoeningen, nierstenen, misselijkheid, verstoring van het oriëntatievermogen.

 

Los van hun nevenwerkingen hebben deze zoetstoffen het nadeel dat de natuurlijke zoete smaak, die in onze genen ligt opgestapeld, er door vervaagt. De echte, natuurlijke zoete smaak werkt als een levensbeschermd signaal en toont ons wat we echt nodig hebben. Een zoetstof levert een schijnsmaak die ons aan natuurlijk zoet doet denken, maar het niet is. Veel van deze zoetstoffen komen in natuurlijke voedingsmiddelen voor, maar in zeer lage concentraties. Wetenschappers stellen zich de vraag hoe de hersenen op dergelijke overdreven zoete prikkels reageren. De consument troost zich door er op te wijzen dat de hoeveelheid van deze zoetstoffen vrij laag ligt. Ze worden inderdaad in mg uitgedrukt. Ieder mens eet ongeveer 1.000 maaltijden per jaar, ontbijt inbegrepen, terwijl er tussendoor snoepjes worden gegeten en frisdrank gedronken. Als men het totaal aan zoetstoffen en andere additieven per jaar optelt, komt men tot een verrassend grote hoeveelheid. Dat kan niet ongestraft blijven.  

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-03-14

Cholesterol is niet altijd de boosdoener

Al vanuit de jaren zestig van de vorige eeuw legt men een verband tussen cholesterol en het verhoogde risico op hart- en vaatziekten. Cholesterol is een vetachtige substantie die tot de sterolen behoort en verschillende gunstige functies in het lichaam heeft. Cholesterol is niet de boosdoener. Het is bekend dat niet alle hartpatiënten een verhoogd cholesterolgehalte hebben terwijl niet iedereen met een verhoogd cholesterolgehalte aan hart- en vaatziekten lijdt. Moedermelk, dat het primaire voedsel is van de baby, bevat 25 mg/100 g cholesterol en heeft als functie de groei te bevorderen.

 

We vermelden een aantal andere gunstige functies van cholesterol.

·     maakt voor een derde deel uit van het galsap

·     wordt in de lever omgezet tot galzuur

·     is nodig voor een goede vetvertering en absorptie

·     transporteert vitamine D dat in de huid wordt gevormd naar de nieren

·     is een bestanddeel van de geslachtshormonen

·     is een onderdeel van de bijnierschorshormonen

·     maakt deel uit van de celwand van de lichaamscellen

Dat neemt niet weg dat cholesterol bij een groot aantal mensen de vaten verstopt en hart- en vaatziekten veroorzaakt. Deze mensen gebruiken vaak te grote hoeveelheden cholesterolrijke voeding zoals vlees, vis en kaas of slagen er niet in het overtollige cholesterol af te voeren. Gebrek aan beweging of fysieke inspanningen liggen vaak aan de basis. Erfelijke aanleg komt vrij veel voor alsook een ongezond voedingspatroon en een levenswijze vol stress.

 

Lipoproteïnen

Vetzuren, glyceriden, fosfolipiden zijn niet of moeilijk in water oplosbaar waardoor ze niet door het waterrijk bloed worden opgenomen. Daarom is een binding met eiwit nodig. Samen met eiwit vormen ze aggregaten die zich als oplosbare stoffen gedragen. Men noemt ze lipoproteïnen of vet-eiwitcomplexen. Ze staan in voor het vervoer van de vetten in het organisme en bestaan uit twee delen: een eiwitgedeelte (apoproteïne) en het vetgedeelte (lipidegedeelte). Lipoproteïnen worden voornamelijk in de lever en de darm geproduceerd en bevinden zich in het bloed. Ze worden geordend volgens de polariteit van de samengestelde elementen. Men klasseert ze volgens hun densiteit, dit is de verhouding tussen gewicht en volume en staan bekend als de goede en de slechte cholesterol. Hierbij gebruikt men de engelstalige afkortingen.

 

·     VLDL:       Heel lage densiteit lipoproteïnen.

·     IDL:          Middelmatige lage densiteit .

·     LDL:         Lage densiteit.

·     HDL:        Hoge densiteit.

 

In medische kringen wordt veel aandacht besteed aan hun fysiologische functie. Een geleidelijke verhoging van de densiteit van de lipoproteïnen gaat gepaard met een verandering van de lipidewaarde en de verhoging van de eiwitwaarde. LDL staat in voor het transport van het cholesterol naar de vaatwanden, vandaar dat LDL de slechte cholesterol wordt genoemd. HDL is de goede cholesterol omdat er een beschermende werking vanuit gaat naar hart en vaten. Het is niet uitgesloten dat HDL overtollige cholesterol elimineert. Bij een bloedanalyse geeft het laboratorium de verhouding aan tussen LDL en HDL. Zolang mensen zich vastklampen aan een voedingspatroon op basis van vlees, vis en kaas zal men te veel cholesterol in het bloed aantreffen. Veel mensen blijven er niet bij stilstaan dat een groot deel van het cholesterol door het lichaam zelf wordt aangemaakt. Bij een groot aantal mensen is een genetische of familiale belasting aanwezig. Zij krijgen het cholesterolgehalte niet of moeizaam op het gewenste niveau. Er zijn talrijke factoren die een rol spelen bij een te hoog cholesterolgehalte en die moeten aangepakt worden.

 

·     Onevenwichtig voedingspatroon

·     Genetische aanleg

·     Overgewicht

·     Roken

·     Gebrek aan lichaamsbeweging

·     Hoge bloeddruk

·     Stress

·     Darmverstopping en slecht werkende darm

·     Belaste lever 

Eigen aanmaak

Het is niet zo moeilijk om een cholesterolvrij dieet samen te stellen of het cholesterol sterk te reduceren. Het probleem ligt vaak in het feit dat het lichaam zelf te veel cholesterol aanmaakt in de lever en daar heeft men minder vat op. Toch zijn er factoren die een rol spelen bij het verlagen van de cholesterolspiegel en het afvoeren ervan. We gaan er even op in.

 

Voedingsvezels

Cholesterol komt hoofdzakelijk voor in voedingsmiddelen met weinig voedingsvezels (vlees, vis, kaas, eigeel). Voedingsvezels beperken de opname van cholesterol in de darm waardoor het niet of veel minder in het bloed wordt opgenomen. Voedingsvezels activeren bepaalde stollingsremmende stoffen, waardoor bloedklontertjes worden tegengegaan. Een goed werkende dikke darm heeft een gunstige invloed op de werking van de lever en daardoor gunstig bij de aanmaak en de afvoer van cholesterol.

 

Voorzichtig met zetmeel en suikers

Onderzoek op ratten heeft aangetoond dat de aanwezigheid van zetmeel en vooral in combinatie met geïsoleerde suikers (industriesuiker) het cholesterol sterk deed stijgen. Zetmeel in combinatie met industriesuiker komt in talrijke voedingsproducten voor. Alles wat onder de noemer ‘gebak’ en ‘snoep’ valt, behoort tot deze groep. Matig gebruik van genotsmiddelen is aan te bevelen bij een te hoog cholesterol.

 

Eet minder vlees, vis en kaas

De beste en de enige doeltreffende methode om de slechte vetten en het cholesterol te reduceren is minder vlees, vis en kaas eten, waardoor de inname van cholesterol drastisch vermindert. Vermijd zoveel mogelijk het gebruik van voedingsproducten met toegevoegd vet en geef de voorkeur aan voedingsmiddelen. Voedingsproducten zijn industrieel bereid en de consument krijgt nauwelijks informatie over de hoeveelheid toegevoegd vet, noch over de kwaliteit ervan. De etikettering is te vaag.

 

Gebruik meer plantaardige olie

Gebruik meer plantaardige olie met EOV en MOV vetzuren. Ze zijn een zegen voor de gezondheid en in het bijzonder voor het hart en de vaten. Door zijn hoge concentratie aan vloeibaar vet wordt een gedeelte van de olie afgevoerd en is werkzaam als glijmiddel in de dikke darm waardoor de ontlasting wordt bevorderd en dat betekent dat het cholesterol minder snel wordt opgenomen en het risico op darmkanker afneemt. Het gebruik van plantaardige olie versterkt de werking van de lever en remt de productie van cholesterol af.

 

Gebruik citroensap of azijn bij olie

Om de verteerbaarheid van olie te verhogen, is het aan te raden er citroensap of azijn aan toe te voegen wat een emulgerend effect geeft. Citroensap of azijn wordt steeds toegevoegd aan vinaigrettesaus en mayonaise, dat geeft een betere smaak en vertering. Door het beperken van dierlijke vetten krijgt men minder cholesterol binnen, door meer plantaardige olie te gebruiken produceert de lever minder cholesterol. Zo wordt uw cholesterolniveau gunstig beïnvloed. Laat u niet afschrikken door de vele calorieën die plantaardige olie levert. Binnen een gezond voedingspatroon neemt de olie slechts een klein gedeelte in. Een te vetarme voeding is echt niet gezond. Het lichaam moet dan vet uit koolhydraten aanmaken wat extra energie kost en veel afvalstoffen meebrengt. Te weinig vet zorgt voor een droge en harde stoelgang.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-02-14

Vleesvervangers, niet voor vegetariërs

Omdat een tekort aan eiwit voor ernstige problemen zorgt, maakt men zich vaak zorgen over vegetariërs die geen gebruik maken van voedsel afkomstig van gedode dieren. Veganisten gaan nog een stap verder en gebruiken niets van het dier, dus geen melk, melkproducten of honing. Deze bezorgdheid is niet gegrond omdat een evenwichtige vegetarische voeding een veel hoger rendement oplevert. Plantaardig eiwit verteert gemakkelijker, laat opvallend minder afvalstoffen achter terwijl er meer rauw voedsel wordt gegeten zoals rauwe groenten, vers fruit, noten, zaden en pitjes. In de voedingswetenschap is het vegetarisme algemeen aanvaard en kent men de vele voordelen. De Gezondheidsraad laat zich steeds meer door het vegetarisme inspireren zoals hun actie om vlees- en visconsumptie terug te dringen en oog te hebben voor het ecologisch aspect. Binnen een democratie en een vrije economie is het niet mogelijk om het vegetarisme op te dringen en te verplichten. Het is merkwaardig dat er steeds meer objectieve voedingsadviezen worden verstrekt en daar heeft de consument recht op. Ondanks deze positieve ontwikkelingen blijft de angst voor een tekort aan eiwit bestaan, vandaar de vele alternatieven die worden aangeboden.

 

Plantaardige hamburgers

Vanuit een ongegronde angst wordt er vanuit de eiwitbehoefte gewezen op het belang van vleesvervangers. Plantaardige hamburgers zijn industriële bereidingen van overwegend plantaardige grondstoffen zoals tarwe, soja en lupine. Meestal zit er ei en melk in verwerkt. Om een zekere kleefbaarheid te bereiken, wordt gluten toegevoegd. Gluten is een eiwitfractie dat in granen voorkomt en bij sommige mensen coeliakie veroorzaakt. Het aantal mensen dat glutengevoelig is, stijgt met de dag. Vandaar dat er steeds meer glutenvrije voeding op de markt wordt gebracht. Beginnende vegetariërs hebben meestal nog behoefte aan deze burgers. Ze smaken droog, geven geen aangenaam mondgevoel en verteren eerder zwaar. Ervaren vegetariërs hebben geen behoefte aan iets dat hun nog aan vlees doet herinneren.

 

Quorn

Is een geprepareerde vleesvervanger op basis van een schimmel. De schimmel wordt gevoed met van tarwe en aardappels gemaakte glucosesiroop en andere voedingsstoffen. De geproduceerde cellen worden ingekleurd en krijgen een substantie waaraan men een vorm kan geven die lijkt op vis, kip of vlees. Quorn wordt in vele vormen op de markt gebracht zoals hamburgers, worst en kant-en-klare maaltijden.

 

Tofu

Dit is het Japanse woord voor ‘sojakaas’ en wordt in Azië vrij veel gebruikt. Op zich is het een vrij traditioneel voedingsproduct dat thuis hoort in de Oosterse keuken. Het heeft geen zin dagelijks tofu of andere vleesvervangers te gebruiken uit angst voor eiwittekort.

 

Soja

De sojaboon domineert de landbouw en de voedingsindustrie. Vooral sojameel wordt als vulstof erg veel toegevoegd aan allerlei voedingsproducten om de prijs te drukken. De sojaboon heeft een vrij hoog eiwitgehalte van goede kwaliteit en wordt veel gebruikt in allerlei vleesvervangers. Men kan haast alles nabootsen zoals sojamelk, sojaroom, sojayoghurt, sojakaas, sojaspek, sojaleverpastei, sojaworstjes enz. Sojaproducten zijn omstreden en behoren tot de imitatievoeding. De consument laat zich vaak misleiden door de slogan ‘plantaardig’ wat correct is, maar niet als gezondheidsclaim mag gebruikt worden.

Beginnende vegetariërs grijpen te gemakkelijk naar het rijke aanbod van imitatievoeding uit vrees voor een mogelijk tekort aan eiwit wegens het niet gebruiken van vlees en vis. Doorgewinterde vegetariërs hebben geen behoefte aan deze sterk geïndustrialiseerde voedingsproducten omdat het aanbod aan verse voedingsmiddelen ruim voldoende is om de gewenste behoefte aan eiwit per dag te dekken. Wereldwijd hebben wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat vegetariërs die een gevarieerd en evenwicht voedingspatroon volgen, geen tekort aan eiwit tonen.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:00 Gepost door Jan Dries in Vegetarisme, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

20-02-14

Biologische voedingsmiddelen Een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw

Biologische voedingsmiddelen zijn in trek omdat de mens bewuster omgaat met zijn gezondheid en omdat het aanbod steeds groter wordt. Dat is echter een bedreiging voor de chemische land- en tuinbouw die steeds meer onder druk komt te staan. Het is niet vreemd dat er regelmatig onderzoeksrapporten verschijnen waarin beweerd wordt dat er geen enkel verschil is tussen biologische en chemische geteelde gewassen. De smaak mag dan wel wat aangenamer zijn, maar dat is bijkomstig volgens de onderzoekers. Onlangs heeft de commerciële tv-zender VTM in België gemeend nog eens te moeten aantonen dat er geen verschil is tussen beide omdat er evenveel nutriënten aanwezig zijn.

Dat is logisch omdat de kwantiteit van het eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen genetisch wordt bepaald en niet afhankelijk is van de teeltwijze. Dat weten de onderzoekers ook, maar die houden de lippen strak op elkaar. Als een landbouwgewas zijn voedsel onvoldoende in de bodem vindt, ontstaan er gele, bruine of zwarte vlekken, de plant wordt ziek en sterft af. Een onderzoek naar de kwantiteit van nutriënten van een gewas bepaalt niet de kwaliteit. Opvallend en overtuigend in deze reportage was het eigen organoleptisch onderzoek van de consument dat steunt op zintuiglijke waarneming en instinct. Zij bepaalden het onderscheid in kwaliteit door zien, ruiken, proeven en betasten. Een kok kreeg een mand aangeboden met zowel biologische als chemische geteelde gewassen, maar zag met zijn blote oog meteen het onderscheid. Hij maakte een soep van beide die bij wijze van proef aan willekeurige voorbijgangers werd aangeboden. Bijna alle proevers gaven de voorkeur aan de biologische soep.

Objectief onderzoek vertrekt vanuit ander normen. Biologische gewassen groeien trager, hebben een vast en gezond weefsel, een stevige structuur, bezitten meer ruwe vezels, zijn rijker aan aromatische stoffen, micronutriënten en bioactieve substanties. Dit zijn de geneeskrachtige stoffen die ook in kruiden aanwezig zijn. Het zijn deze subtiele stoffen die wel gevoelig zijn voor de teeltwijze. VTM moet zijn adverteerders sussen en doet dat op de kap van zijn eigen kijkers, dit is schandalig! De land- en tuinbouw, de bio-industrie en de voedingsindustrie zijn economisch gezien de machtigste sectoren omdat we drie keer per dag eten of duizend keer op een jaar. De mens wordt systematisch door reclame en onjuiste informatie steeds meer afhankelijk. Nochtans ligt de macht bij de consument, want hij bepaalt wat er in de rekken komt.

 

Jan Dries   


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-14

Goede en slechte vetten, maak zelf de keuze

Al vele jaren wordt er campagne gevoerd tegen het gebruik van vet en wordt vetarme voeding als gezond beschouwd. Vet roept nog steeds bij de doorsnee consument een zekere aversie op en wordt meteen vereenzelvigd met slecht en ongezond. Het grote probleem is dat men geen onderscheid maakt tussen goede en slechte vetten. De consument leeft in de overtuiging dat alle vetten slecht en ongezond zijn. Uiteraard leveren alle vetten veel calorieën en leidt een overconsumptie tot overgewicht. We moeten een onderscheid maken tussen goede en slechte vetten. De slechte vetten zal men zoveel mogelijk vermijden door minder dierlijk voedsel te gebruiken. De goede vetten horen thuis in een gezond voedingspatroon. Vandaar een herwaardering van voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardig vet en het gebruik van gezonde plantaardige olie. Om een ingewikkeld probleem eenvoudig voor te stellen, maken we een onderscheid tussen harde, zachte en vloeibare vetten. De consument heeft immers inzicht nodig in deze materie.

 

Dierlijke vetten (harde vetten)

Eet minder vlees en vis waardoor u minder dierlijke vetten binnenkrijgt. De dierlijke vetconsumptie is afhankelijk van het dierlijk voedsel dat men gebruikt. De Hoge Gezondheidsraad in België beveelt maximaal 500 gram vlees per week aan, maar is voorstander om deze hoeveelheid te reduceren tot maximaal 300 gram per week of gemiddeld 40 gram per dag met als doel het aantal dikkedarmkankers terug te dringen.

 

Melkvetten (zachte vetten)

Melkvetten zijn minder gevaarlijk omdat het zachte vetten zijn die op kamertemperatuur smelten. Het is aan te raden om matig te zijn, vooral kaas bevat sterk geconcentreerd eiwit en vet. Om 1 kg kaas te bereiden heeft men 10 liter melk nodig. Houd er rekening mee dat melkvetten cholesterol bevat.

 

Plantaardige vetten (vloeibaar vet)

Ieder mens heeft plantaardig of vloeibaar vet nodig omwille van de talrijke goede eigenschappen voor het hart, de vaten, de lever en de nieren en de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Plantaardig vet zorgt voor een betere darmwerking en een regelmatige ontlasting. Kies daarom voor gezonde vetten die we in overvloed vinden in noten, zaden, pitten, avocadovrucht en vooral in plantaardige olie. Gebruik regelmatig een oliesausje, vinaigrette of mayonaise bij uw voeding. Daardoor blijft uw voedsel langer in de maag en verteert het beter. Plantaardig vet is een goede compensatie voor de caloriearme voeding.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

http://natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:44 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-14

Calorieën tellen… Wie doet dat nog!

Als een voedingspatroon te veel calorieën bevat, neemt men in gewicht toe. Door op de calorieën te letten houdt men het lichaamsgewicht onder controle. Vandaar dat veel mensen voortdurend bezig zijn met het tellen van calorieën. Op zich is daar niets op tegen, maar de hoeveelheid calorieën zegt niets over de kwaliteit van het voedsel. U kunt 2.000 Kcal zowel met goede als met slechte voeding invullen. We hebben een minimum aan calorieën per dag nodig want elke fysieke activiteit van het menselijk organisme, zowel inwendig als uitwendig, vereist een hoeveelheid energie. Deze energie noemen we verbrandingsenergie en wordt uitsluitend geleverd door vet, koolhydraat en eiwit. Ze zorgen er voor dat de lichaamstem-peratuur in stand wordt gehouden en alle fysieke en biochemische processen plaatsvinden.

 

Caloriewaarde

Pas in 1843 bevestigde de Engelse natuurkundige James Prescott Joule dat warmte en energie equivalent zijn en dat de eenheid van energie de energie van warmte is. Sindsdien wordt de hoeveelheid warmte die een voedingsmiddel levert uitgedrukt in Joule of kilocalorieën. Sinds 1969 streeft men naar gelijkvormigheid van de internationale eenheden en werd Joule (kJ) als internationale eenheid aangenomen. In Europa houdt men echter vast aan de Kcal, vandaar dat op etiketten en in de voedingsmiddelentabel steeds beide waarden worden vermeld. 1 Kcal = 4,286 kJ (afgerond 4,2 kJ) en 1 kJ = 0,239 Kcal.

 

1 Kcal is de hoeveelheid warmte die nodig is om de temperatuur van 1 kg water met 1° C te doen stijgen bij 1 atmosfeer. De caloriewaarde van een voedingsmiddel wordt bepaald per 100 g eetbaar gedeelte. 100 g appels heeft een calorische waarde van 52 Kcal/100 g, terwijl 100 g hazelnoot een calorische waarde heeft van 643 Kcal. De calorische waarde wordt berekend aan de hand van het eiwit, vet en koolhydraat dat in een voedingsmiddel aanwezig is. Calorierijke voedingsmiddelen zijn daarom duurder en verteren moeilijker dan de caloriearme voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, watervruchten en groenten die minder nutriënten bevatten en meer water.

 

Caloriebehoefte

De caloriebehoefte is van vele factoren afhankelijk waarvan de fysieke inspanningen de meest bekende is. Er zijn tabellen waarop iedere fysieke activiteit de hoeveelheid verbruikte Kcal. weergeven zoals liggend, zittend, rechtstaand, wandelen, fietsen, trappen, stijgen, pianospelen, zwemmen, dansen enz. Het is niet eenvoudig om de juiste behoefte aan calorieën voor een persoon exact te berekenen omdat er factoren zijn die verband houden met de verteringsefficiëntie, de absorptie en de stofwisseling. Daarnaast houdt men rekening met nog andere factoren zoals:

 

·      Leeftijd

·      Geslacht

·      Lichaamslengte

·      Gewicht

·      Fysieke inspanning

·      Klimaat

 

Calorische waarde van de macronutriënten

Ieder voedingsmiddel bezit eiwit, vet en koolhydraat. Deze nutriënten hebben hun eigen calorische waarde.

 

·      1 g eiwit:                  4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g koolhydraat:      4,1 Kcal of 17 kJ

·      1 g vet:                    9,3 Kcal of 38 kJ

·      1 g alcohol:              7,0 Kcal of 29 kJ.

 

Alcohol wordt gezien als een genotsmiddel en hoort niet thuis in de voeding. Dat neemt niet weg dat bij het berekenen van de calorische waarde er rekening mee moet worden gehouden voor mensen die regelmatig alcohol gebruiken. Het voedingspatroon mag binnen de normen vallen, maar door het veelvuldig gebruik van alcoholische dranken kan de totale hoeveelheid calorieën te hoog liggen. Vruchtzuren leveren eveneens calorieën, maar in uiterst geringe hoeveelheid zodat deze verwaarloosd worden.

 

Lege calorieën

De laatste jaren spreekt men van lege calorieën. Dit is een verwarrend begrip en wordt gebruikt om calorieën aan te duiden van voedingsproducten van slechte kwaliteit, vooral door het toevoegen van vet en suikers. In feite gaat het om calorierijke voedingsproducten die de gezondheid niet bevorderen en het lichaamsgewicht doen toenemen. De caloriewaarde is slechts één aspect van de voeding, maar in de populaire afslankdiëten neemt ze een dominerende plaats in. Er zijn mensen die alleen maar in calorieën denken. Dat geeft een vertekend beeld over gezonde voeding. Als een voedingspatroon goed is samengesteld door eiwit, vet en koolhydraat in de juiste verhouding te plaatsen, levert dit de nodige calorieën.

 

Voedingsmiddelen met een lage of een hoge calorische waarde

Al deze voedingsmiddelen zijn arm aan macronutriënten, bevatten veel water, zijn rijk aan micronutriënten, ballaststoffen en zijn licht verteerbaar. Zij hebben een laag verzadigingsgevoel en worden in grote hoeveelheden gegeten. Daarnaast zijn er de voedingsmiddelen die rijk zijn aan macronutriënten (E, V, KH), ze bevatten weinig water en kennen een lange verteringstijd. Zij hebben een hoog verzadigingsgevoel en worden in beperkte hoeveelheden gegeten. Het komt er op aan om een evenwicht te zoeken tussen caloriearme en calorierijke voedingsmiddelen. Beide zijn gezond en noodzakelijk, maar er moet een evenwicht zijn. We hebben overwegend caloriearme voedingsmiddelen nodig die aangevuld worden met calorierijke voedingsmiddelen. Wie dit evenwicht voor zichzelf heeft gevonden hoeft geen calorieën te tellen en houdt zijn lichaamsgewicht onder controle.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

10:29 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-12-13

Voorkom darmproblemen door gezonde voeding en levenswijze

De dikke darm is een geniaal orgaan dat te gemakkelijk wordt verwaarloosd en in de literatuur vaak beschreven staat als de plaats waar de stoelgang (feces) wordt gevormd. Voor veel mensen is de dikke darm een stinkend riool. Er leven ongeveer duizend verschillende soorten goede bacteriën in de darm die samen de darmflora vormen. Deze goede bacteriën hebben verschillende functies, o.a. het verteren van voedselresten die zich nog in de darm bevinden. Het verteringsstelsel probeert zoveel mogelijk uit het voedsel te halen. Bij een goed werkende dikke darm haalt men dus meer uit het voedsel. Een andere belangrijke functie is het versterken van de immuniteit waardoor het lichaam beschermd wordt tegen het binnendringen van ongunstige bacteriën en schimmels en andere ziekteverwekkers. In een goedwerkende dikke darm bevinden zich immers de meeste afweercellen. De dikke darm biedt extra bescherming tegen allergie.

In de dikke darm worden de niet bruikbare bestanddelen van de voeding in feces omgezet, tijdelijk opgeslagen en via de endeldarm en de anus uitgescheiden. Als dit proces te traag en onvolledig verloopt door het ontbreken van de nodige ballaststoffen, worden er talrijke gifstoffen gevormd. Gisting en rotting vormen darmgassen en die zorgen voor een opgezette buik en voor nog meer gifstoffen. Omdat de dikke darm verbonden is met het bloedvatenstelsel komen deze gifstoffen in het bloed terecht, maar ook in het extracellulaire vocht waarin onze cellen zich bevinden. Voor veel mensen is de dikke darm een tikkende tijdbom, een bedreiging voor de gezondheid. Huiduitslag of zweertjes zijn vaak een poging van het lichaam om deze gifstoffen via de huid uit te scheiden. Veel vrouwenklachten worden veroorzaakt of negatief beïnvloed door een vervuilde darm omdat anatomisch gezien de dikke darm en de baarmoeder dicht bij elkaar liggen. Dr. Waerland heeft ooit gezegd dat, indien vrouwen over een goedwerkende dikke darm beschikken, er geen gynaecologen nodig zijn.

De dikke darm bestaat uit de blinde darm waar zich de apendix bevindt, een opstijgend, een dwarsliggend en een afdalend gedeelte dat verbonden is met de endeldarm en de anus. De werking van de dikke darm berust op gisting. Veganisten, dat zijn vegetariërs die uitsluitend plantaardig voedsel gebruiken, hebben meestal een goedwerkende dikke darm. Rotting wordt voornamelijk veroorzaakt door dierlijk eiwit. De grote boosdoeners zijn vlees, vis, kaas en zwarte chocolade. Het gebruik van gekookt voedsel remt min of meer de natuurlijke werking van de dikke darm af. U kunt hem vergelijken met een composthoop, daar smijt men nooit gekookt voedsel op omdat daardoor het gistingsproces wordt afgeremd. Uiteraard is het teveel gevraagd om vanaf morgen over te schakelen op een veganistische rauwkostvoeding. Toch is het belangrijk inzicht te hebben in de juiste werking van de dikke darm. Een gezonde voeding met respect voor de voedselcombinaties garandeert een betere werking.


Houdt de darmflora in balans

Het evenwicht in de darmflora kan verstoord geraken door te grote hoeveelheden dierlijk voedsel (vlees, vis, kaas), maar ook door te veel alcohol (bierbuik), koffie, groene en zwarte thee, te intensief sporten, stress, het gebruik van medicijnen en darminfecties. Bij het ouder worden neemt de darmflora af. Een verstoorde darmflora zorgt voor een aantal ongemakken zoals diarree, verstopping, darmkrampen, een opgeblazen gevoel en winderigheid. Aanpassing van de voeding en levensgewoonte geven meestal snel beterschap. Het gebruik van natuuryoghurt, probioticadrankjes (Actymel e.a.), zuurkool of een kuur met probiotica zijn natuurlijke ondersteuningen. Probiotica zijn goede bacteriën die de darmflora weer opbouwen.

 

Zorg voor een vlotte stoelgang

Bij iedere maaltijd behoort een ontlasting, dus drie keer per dag in plaats van een keer om de drie dagen. Op de eerste plaats hebben we een vezelrijke voeding nodig. Vezels behoren tot de ballasstoffen, zijn niet verteerbaar, maar hebben de eigenschap water op te nemen en te zwellen waardoor de feces meer volume krijgt en gemakkelijker wordt uitgescheiden. Er moet voldoende vet aanwezig zijn in de vorm van plantaardige olie. Een deel van de olie verdwijnt via de dikke darm en verhoogt daar de geleidbaarheid. Het regelmatig eten van noten heeft hetzelfde effect. Omdat dierlijke vetten schadelijk zijn, menen veel mensen dat vetarm eten gezond is, maar dat zorgt te gemakkelijk voor darmverstopping. Plantaardig vet heeft geen enkel nadeel. Voldoende drinken zonder te overdrijven zorgt eveneens voor een betere stoelgang. Bewegen is noodzakelijk om de darmperistaltiek te verhogen.

 

Darmproblemen

Er zijn heel wat mensen die met darmproblemen rondlopen en waarvoor deze adviezen wel nuttig zijn, maar ze hebben meer nodig. Vaak werd al eerder medisch onderzoek uitgevoerd, maar toch is een grondig gesprek met een Gezondheidstherapeut nodig (zie www.natuurgeneeskundigen.be) om de ernst van de toestand in te schatten en een darmsaneringsplan op te stellen. Naast een gezond voedingspatroon met een darmreinigende werking kan een kuur met probiotica een goede ondersteuning zijn. Bij de keuze van probiotica is het belangrijk dat de sterkte van de bacteriën in verhouding staat met de afgetakelde darmflora. De probiotica moeten bestand zijn tegen het maagzuur en het galzuur, want het gaat hier om levende bacteriën. De werking wordt bepaald door de samenstelling van verschillende stammen. In probioticadrankjes bevindt zich meestal maar één stam. Een goed probioticum bevat minstens vijfhonderd miljoen bacteriën per dosering. Een vakkundige begeleiding is nodig om de probioticakuur te bepalen en om de darmreinigingskuur in goede banen te leiden.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

15:59 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Vegetarisme, Voeding | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

04-12-13

De zoete vertwijfeling, deel 2.

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries


De glycemische index (GI)

De glycemische index van een voedingsmiddel is een getal dat aangeeft in welke mate het voedingsmiddel dat gegeten wordt de bloedsuikerspiegel doet stijgen. Het concept steunt op de soort en de hoeveelheid suikers (koolhydraat) in een voedingsmiddel en afremmende factoren zoals het gehalte aan vet en ballaststoffen of ruwe vezels. Deze theorie vertrekt vanuit een glucose index 100. Suikerbevattende voedingsmiddelen worden in deze schaal onderverdeeld. Men gaat van de veronderstelling uit dat voedingsproducten en eventueel ook verse voedingsmiddelen met snel opneembare suikers, die de bloedsuikerspiegel doen stijgen ongezond zijn en dat voedingsmiddelen met traag opneembare suikers gezond zijn. Het is een zwart-wit voorstelling waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten en waarbij iedere kwalitatieve referentie ontbreekt.

 

Zinvol of zinloos!

Men kan zich afvragen in hoeverre een dergelijke indeling van voedingsmiddelen relevant is. Er zijn talrijke afslankingsdiëten op geënt en naast het calorieën tellen is er nu weer eens iets anders waar veel mensen zich blind op staren. De GI is erg omstreden en wordt in de reguliere voedingsleer kritisch bekeken. Indien de GI zinvol zou zijn, dan blijft het een eenzijdige benadering van de voeding. Het is trouwens onverantwoord zich enkel en alleen door de GI te laten leiden of misleiden.

Het grote nadeel van dit concept is dat de consument het gevoel krijgt dat alle voedingsproducten met een lage GI gezond zijn. De voedingsindustrie profiteert van deze verwarring. Boterkoekjes hebben een lage GI en zijn volgens deze theorie gezond. De trage opname van de suikers is te wijten aan de aanwezigheid van boter (vet). Dergelijke koekjes bestaan uit wit meel, suiker, boter en een aantal voedingsadditieven om kleur, geur en smaak zolang mogelijk te behouden. Het gaat hier trouwens om een genotsmiddel. De combinatie bloem met suiker is een slechte voedselcombinatie alsook de combinatie suiker met vet. Dergelijke koekjes, ook al hebben ze een gunstige GI geven aanleiding tot gisting in de darmen en brengen geen meerwaarde aan de gezondheid. De consument onthoudt echter de lage GI en bijgevolg wordt men er niet dik van. De GI zet aan tot snoepen en het gebruik van slechte voedingsproducten.

Een ander voorbeeld van zinloosheid is de banaan. De banaan is bijzonder rijk aan enkelvoudige suikers (21 à 23%) en daardoor de meest voedzame vrucht. Naast suiker is deze vrucht bijzonder rijk aan vitaminen en mineralen, vooral magnesium en kalium. Ze neemt omwille van haar breed werkingsspectrum in de voedingstherapie een bijzondere plaats in. Door de aanwezigheid van grote hoeveelheden korte suikers varieert de GI van 48 à 62. Op zich is dat geen probleem, maar een onrijpe banaan heeft een veel lagere GI omdat de suikers nog niet volledig gevormd zijn. Volgens deze theorie is het gezonder onrijp fruit te eten wat natuurlijk niet het geval is. Onrijp fruit is moeilijk verteerbaar en ongezond en veroorzaakt vaak darmproblemen. Groenten hebben door hun laag suikergehalte uiteraard een lage GI. Dat wekt de indruk dat groenten gezonder zijn dan fruit en ook dat is niet zo. De glycemische index zorgt voor de onwetende consument voor enorme verwarring. Het is niet vreemd dat de belangstelling hiervoor zich beperkt tot het commerciële afslankingswereldje.

De aangegeven GI verschilt sterk van auteur tot auteur. Sommige auteurs vermelden een getal, vermoedelijk een gemiddelde waarde, anderen geven een gevarieerd getal tussen een minimum en een maximum waarde. Het probleem is dat de consument niet weet welke GI zijn product heeft. Zo heeft zuivere bijenhoning in de ene lijst 32 à 64 GI en in een andere lijst 95. Gedroogd fruit heeft in zijn gedroogde vorm een hoog suikerpercentage en daardoor een hoge GI zoals rozijnen met een GI van 75. Men vergeet echter dat gedroogd fruit in water wordt geweekt en daardoor een heel andere suikerconcentratie heeft.

Bij een natuurlijke gezonde voeding zoals de bio-energetische voedingswijze, waar geen gebruik wordt gemaakt van snel opneembare suikers, is deze index overbodig. In sommige landen wordt, wegens gebrek aan goed inzicht in de voedingsleer, er rekening mee gehouden bij het verstrekken van voedingsadviezen voor suikerpatiënten. Critici merken op dat er in een voedingspatroon talrijke factoren zijn die de glycemische index zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden o.a. door de aanwezigheid van andere voedingsmiddelen in dezelfde maaltijd, het vetgehalte en de al dan niet aanwezigheid van ballaststoffen. Als theorie sluit ze aan bij de opvatting dat een bewerkt voedingsmiddel zijn suikers sneller vrij geeft en dat is een positieve vaststelling.

Rauwe worteltjes hebben een zeer lage GI, namelijk 15. Bij vers geperst wortelsap stijgt de GI tot 45, dus driemaal hoger wat nog als aanneembare waarde mag beschouwd worden. Tomaat varieert tussen 15 à 25 terwijl tomatensap stijgt tot 34 à 42. Volkorenbrood heeft een GI van 53 à 69 terwijl wit brood een GI heeft van 71 à 90, een aanmerkelijke stijging. Zo kunnen we nog talrijke andere voorbeelden geven. Er zijn echter factoren die de stijging afremmen. Vooral de aanwezigheid van vet werkt afremmend, zoals bekend is vanuit de voedselcombinaties. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan ballaststoffen geven hun suikers trager af. Bij veel industriële bereidingen wordt vet, vaak van bedenkelijke kwaliteit toegevoegd, wat een gunstige GI geeft. Dat betekent niet dat deze voedingsmiddelen daarom gezonder zijn. Boterkoekjes hebben door de aanwezigheid van boter een GI van 47 wat erg laag is, Dat geldt ook voor haverkoekjes, gebak, taart of wafels. Deze voedingsproducten zijn bereid met wit meel en bevatten industriesuiker. Het kan niet de bedoeling zijn dat de GI gebruikt wordt om de verkoop van industrieel bereid voedsel te promoten. We moeten met een kritisch oog de gepubliceerde lijsten van voedingsmiddelen met hun GI bekijken. Het is immers maar één aspect van de vele die bij een gezonde voeding worden gesteld.

Als een nutriënt zoals suiker (koolhydraat) uit een voedingsmiddel wordt geïsoleerd of via biochemische processen wordt bereidt, is het vanzelfsprekend dat deze pure suikers enorm snel worden opgenomen en de bloedsuikerspiegel doen stijgen. Tot deze groep behoren vooral witte meelproducten (bloem), ontbijtgranen, genotsmiddelen zoals chocolade, chips, popcorn en uiteraard suiker en zoetstoffen. Vaak wordt de GI verlaagd door minder suiker toe te voegen en te vervangen door synthetische zoetstoffen. Zij horen niet thuis in een gezonde voeding. Tot de matig opneembare suikers behoren de gezonde voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, groenten, sappen, yoghurt en kwark.


De appel als uitgangspunt

Omdat de mens van nature een vruchteneter is, lijkt het ons logisch dat we vertrekken vanuit een veel gebruikte vrucht, de appel. Een gezonde appel, liefst van biologische kwaliteit, bevat ongeveer 10 à 11% suiker. Het gaat hier om enkelvoudige suikers, dus korte suikers, die moeiteloos en direct worden opgenomen. De GI varieert tussen 36 à 40 wat gunstig genoemd mag worden. De meeste fruit- en bessensoorten blijven trouwens onder de 50 GI. Fruit en bessen doen de bloedsuikerspiegel niet sterk stijgen en dat komt omdat ze rijk zijn aan water. De suiker is als het ware opgelost in het vocht en verkeert daardoor in lage concentratie. Er is trouwens een natuurlijk verband tussen water en koolhydraten. Fruit is bovendien extra rijk aan ballaststoffen zoals ruwe vezels, maar ook pectine, wat een afremmende werking heeft op het vrijgeven van de suikers. Bij het eten van fruit is er geen belasting van de pancreas, geen al te grote insulineproductie, geen extreme schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Bovendien geeft fruit, dat traag wordt gegeten, een snelle verzadiging. Laten we niet vergeten dat alle hulpstoffen zoals vitaminen en mineralen aanwezig zijn in hun meest natuurlijke vorm.

Bananen en druiven zijn de suikerrijkste vruchten. Hun GI ligt daardoor iets hoger, maar nog altijd binnen de grens van de matig opneembare suikers. Het is vreemd dat de watermeloen met slechts 8% suiker een GI heeft van 70 à 72, dat overeenstemt met limonade. Dit is te verklaren door het feit dat een watermeloen minstens 90% water bevat en slechts 0,2% ballaststoffen. De glycemische index levert het zoveelste bewijs dat de mens van nature een vruchteneter is en het best gediend is met korte suikers. Fruit is voor de mens het beste voedingsmiddel. ‘Geen dag zonder fruit’ is een absolute aanbeveling. Dagelijks fruit eten als fruitontbijt, fruitmaaltijd of als tussendoortje is aan te bevelen en krijgt vanuit de reguliere voedingsleer steeds meer aandacht. Het is het beste middel om te voorkomen dat men suikerziekte krijgt.

Opgelet!

Voor suikerpatiënten die insuline spuiten kan fruit in kleine hoeveelheden, verspreid over de dag, gebruikt worden. Controle van de bloedsuikerspiegel is noodzakelijk. Voor hen is het niet mogelijk om op fruitvoeding over te schakelen.

 

Indeling van de voedingsmiddelen volgens de GI

Aanhangers van de GI gaan er vanuit dat een lage GI het beste is, maar zoals al gezegd, zal men dat kritisch bekijken. Peulvruchten behoren op enkele uitzonderingen na tot de laagste GI. Nochtans weet men dat peulvruchten bijzonder moeilijk te verteren zijn. Rauw zijn ze giftig en dienen altijd gekookt te worden. Peulvruchten bevatten zowel eiwit als zetmeel en dat is een slechte voedselcombinatie. De zwaar verteerbare peulvruchten zorgen daarom voor heftige winderigheid. Dat kan met bonenkruid worden afgeremd, maar lost het probleem niet op.

Het is opvallend dat het verschil tussen volkoren producten en wit meelproducten niet eens zoveel is. Volkoren spaghetti en witmeel spaghetti hebben respectievelijk 32 en 38 GI. Bij andere volkoren producten is het verschil groter, wat toe te schrijven is aan hun ballaststoffen.

Aardappel zou een ongunstige GI hebben variërend van 59 tot 88 en dat is vreemd. Het zetmeel in aardappelen is niet vergelijkbaar met die van diverse soorten graan. Het is licht verteerbaar en komt in geringe hoeveelheden -15%- voor. Gebruikt men bij de aardappel een vetrijke saus op basis van plantaardige olie, dan verlaagt de opname van suikers. Graanvoeding is vochtvasthoudend terwijl de aardappel door zijn grote hoeveelheid kalium, wateruitdrijvend is. De aardappel is te verkiezen boven de granen.

Een indeling van voedingsmiddelen vanuit de GI is niet wenselijk. De consument kiest dan alles vanuit een lage GI en dat is niet verstandig. Het lijkt ons beter een indeling te maken volgens de kwaliteit van de voedingsmiddelen met vermelding van hun GI. De GI is een aanvullende informatie en is van secundair belang. De Gezondheidsraad in Nederland verwerpt het hele systeem en vindt dat GI niet gebruikt kan worden bij voedingsadviezen. Zij vindt dat er geen of onvoldoende bewijs is dat een voedingsmiddel met een lage GI het risico op ziekten vermindert. Ook internationaal is lang niet iedereen het hierover eens.

 

Fruitvoeding beter dan zetmeelrijke voeding

Omdat graan al vele eeuwen het voedingspatroon heeft bepaald, wordt zetmeel in de voedingsliteratuur aanbevolen. Vanuit de landbouw en de economie gezien is deze stelling juist omdat granen praktische voordelen bieden. Voedingskundig ligt dit anders. Zetmeel is een moeilijk afbreekbare suiker en vraagt ontzettend veel energie en heeft vitaminen en mineralen nodig om dit proces te voltrekken. Omdat deze suikers traag worden afgegeven worden ze aanbevolen bij het beoefenen van uithoudingssporten, maar ook voor de dagelijkse voeding van iedereen. Men uit gemakkelijk kritiek op het eten van fruit omdat deze enkelvoudige suikers sneller worden opgenomen. Uit het concept van de glycemische index stellen we echter vast dat wat de snelheid van opname en de invloed op de bloedsuikerspiegel betreft, fruit en bessen er eerder beter uitkomen. De mythe dat graanvoeding beter is dan fruitvoeding wordt hier definitief doorgeprikt.

 

Fruit en bessen

Kers: 23

Appel: 36 à 40

Peer: 36 à 40

Pruim: 24 à 53

Aardbeien: 33 à 47

Pompelmoes: 25 à 48

Perzik: 28 à 56

Sinaasappel: 39 à 54

Druiven: 46 à 53

Kiwi: 47 à 59

Mango: 49 à 56

Banaan: 48 à 62

Abrikoos: 57

Papaya: 56 à 60

 

Volkorenproducten

Pumpernickel: 41 à 46

Haverzemelenbrood: 44

Volkorenbrood: 30 à 45

Zuurdesembrood: 53 à 57

Volkoren speltbrood: 63

Havervlokken: 40

Ontbijtgranen met zemelen: 38 à 47

Wilde rijst: 48 à 55

Zilvervliesrijst: 45 à 69

Boekweit, gekookt: 50 à 59

 

Bron: Dr. Geert Verhelst ‘Suiker & zoetstoffen’.


Het verschil tussen fruit en granen is wat de GI betreft te verwaarlozen. Door meer fruit te eten en minder graanvoeding verlicht men zijn vertering, ontstaat een betere darmwerking, een goede waterhuishouding en een rijkdom aan vitale stoffen.


Nadelen van geïsoleerde suikers

Het gebruik van industrie suiker, zowel riet- als bietsuiker, geraffineerd of ongeraffineerd is schadelijk. Het gaat hier immers om geïsoleerde suikers die uit hun natuurlijke structuur zijn gehaald en ontdaan van hun vitale stoffen. Dat geldt voor alle zoetstoffen die langs chemische of biochemische weg bereid zijn en aan voedingsproducten worden toegevoegd. De natuurlijke suikers (zetmeel) die zich in geraffineerde graanproducten bevinden zoals voedingsproducten uit witmeel of bloem bereid, zijn in zekere mate schadelijk omdat de belaststoffen en andere vitale stoffen ontbreken en moeilijker worden verteerd. Wij vermelden hier de belangrijkste nadelige gevolgen.

  • Hyperglycemie: is een verhoogde bloedsuikerspiegel die door intensieve uitscheiding van insuline kan verlaagd worden. Een aanhoudende toestand van hyperglycemie kan suikerziekte veroorzaken.
  • Hypoglycemie: is een verlaagde bloedsuikerspiegel, meestal veroorzaakt door een te veel aan insuline. Door veelvuldig gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten wordt de pancreas onregelmatig gestimuleerd en treedt er gemakkelijk een toestand op van een te hoge (hyper) of te lage (hypo) bloedsuikerspiegel. Een te lage bloedsuikerspiegel zorgt er voor dat men zich snel uitgeput en krachteloos voelt. Er treedt een flauwte op die na het eten van zoete dingen verdwijnt. Toestanden van hyper- of hypoglycemie zorgen voor onrust, angst, stressgevoeligheid en emotionele prikkelbaarheid.
  • Uitputting van de bijnieren: de verhoogde stressgevoeligheid is te wijten aan uitputting van de bijnieren. Er wordt extra adrenaline uitgescheiden met als doel de bloedsuikerspiegel te normaliseren door glycogeen om te zetten in glucose. Aanhoudende vermoeidheid is hiervan het gevolg.
  • Ouderdomsdiabetes: komt steeds meer voor. Men blijft er niet bij stilstaan dat het jarenlange gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten aan de basis ligt. Ouderdomsziekte kondigt zich meestal vele jaren vooraf aan, maar mensen kunnen deze symptomen niet duiden en blijven op de verkeerde weg zitten. Ze vinden dat confituur of jam bij het ontbijt behoren en dat cola een doodgewone drank is zonder het gevaar ervan in te zien.
  • Tekorten aan nutriënten: door het feit dat geïsoleerde suikers worden gebruikt die ontdaan zijn van hun vitale begeleidende stoffen, geraakt het organisme in paniek en gaat op zoek naar de ontbrekende componenten. Verlies aan calcium waardoor de botmassa afneemt is een direct gevolg. De toename van osteoporose is hier niet vreemd aan. Vooral het gebrek aan vitaminen en mineralen is doorslaggevend. Het is naïef te menen dat het verlies aan deze vitale stoffen door voedingssupplementen kan worden aangevuld.
  • Overgewicht: het verband tussen massaal gebruik van suiker en zwaarlijvigheid is bekend. Suikers zetten zich om in lichaamsvet en doet de reservevetten toenemen. Het is een toenemend probleem in de westerse wereld.
  • Verhoogde bloedvetten: er is een verband tussen geïsoleerde suikers en vetopslag in het vetweefsel, maar ook een verband tussen een te hoog verbruik van deze suikers en verhoogde bloedvetten zoals cholesterol en triglyceriden. Cholesterol wordt niet alleen verhoogd door het gebruik van dierlijk voedsel, maar ook door het gebruik van geïsoleerde suikers. Een verhoogde cholesterol wordt altijd in verband gebracht met de lever en de darm en beide worden door deze suikers belast.
  • Tandbederf: door een verstoord evenwicht in de mondholte, wat vooral te wijten is aan gekookt voedsel, worden de korte suikers omgezet in agressief zuur dat het tandglazuur aantast en voor tandbederf zorgt.
  • Suikerverslaving: geïsoleerde suikers werken als drugs, vooral door de sterke schommelingen van de bloedsuikerspiegel ten gevolge van een verkeerde voeding. Als de bloedsuikerspiegel daalt worden veel mensen onrustig en zoeken spontaan suiker op. Vooral chocolade speelt hierbij een belangrijke verslavende rol.
  • Snelle veroudering: een direct gevolg van overmatig gebruik van suikerrijke voedingsproducten is een te snelle veroudering. Uitgeputte en verkrampte spieren, botmassa die afneemt, gebrek aan belangrijke nutriënten, verstoring en uitputting van het zenuwstelsel nemen de vitaliteit en mobiliteit weg. De hersenen worden onvoldoende gevoed en zorgen voor concentratieproblemen, vergeetachtigheid en verhogen het risico op dementie of Alzheimer.
  • Ondermijning van de gezondheid: het massaal gebruik van geïsoleerde suikers en voedingsproducten die daarmee verrijkt zijn zorgen voor een ondermijning van de lichamelijke en geestelijke gezondheid.


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be


18:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |