27-11-13

De zoete vertwijfeling, deel I

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries

 

Vele decennialang werd suiker geprezen als bron van energie. Door de vele acties rond de gevaren van industriesuiker is daar verandering in gekomen. Suiker wordt in de reguliere voedingsleer als holle calorieën en dus als dikmaker beschouwd. Tandartsen wijzen op het gevaar van suiker en suikerrijke voedingsproducten voor de aantasting van het tandglazuur en tandbederf. Het verband tussen de stijgende suikerconsumptie en de toename van suikerziekte is frappant. Het is hoog tijd om op zoek te gaan om ons te bevrijden uit de zoete vertwijfeling.

In de natuurlijke gezondheidszorg wordt suiker beschouwd als het zoete vergif, als een populair drogeermiddel dat niet alleen oorzaak is van suikerverslaving, maar van veel ziekten en ongemakken. Suiker wordt door de voedingsindustrie vaak vervangen door fructose of door synthetische zoetstoffen. Dat is niet de oplossing. Er is heel wat verwarring ontstaan rond suiker en zoete voedingsmiddelen. Sommige mensen durven geen honing of fruit te eten omwille van de suikers, maar vergeet niet dat er een groot verschil is tussen natuurlijke suikers uit verse voedingsmiddelen en toegevoegde industriesuiker in voedingsproducten.

Het is verontrustend dat de suikerziekte, die zo nauw verband houdt met de suikerstofwisseling, in opmars is. Wij kunnen het onderwerp suikerziekte niet bespreken zonder in te gaan op de vele aspecten van het suikerprobleem. Wij besteden extra aandacht aan de glycemische index (GI) omdat die zo verwarrend werkt en de consument vaak aanzet om ongezonde voedingsproducten met een aanneembare GI te consumeren. Het concept van de glycemische index is niet waardeloos, maar is te vaak een vrijgeleide om slechte voeding te gebruiken.

Suikerziekte

Wij hebben de neiging om suikerziekte als een moderne ziekte te beschouwen, maar dat is niet zo. De moderne voedingswijze in combinatie met milieuvervuiling en het jachtige moderne leven heeft suikerziekte sterk doen toenemen. Suikerziekte is een heel oude ziekte. Op teruggevonden kleitafeltjes in de woestijn in het Midden-Oosten blijkt dat in het oude Babylon suikerziekte al voorkwam. Dat wordt afgeleid uit de beschrijving in spijkerschrift op deze kleitafeltjes. Hippocrates, de grondlegger van de natuurgeneeskunde, beschreef al 2.500 jaar geleden suikerziekte en gebruikte bij de behandeling verzuurde wijn, wat nu wijnazijn wordt genoemd.

Om een goed inzicht te krijgen in de complexiteit van suikerziekte en zijn ontstaan, is het belangrijk er even op te wijzen dat in het bloed constant een zekere hoeveelheid suiker aanwezig dient te zijn. Ons organisme moet voor zijn werking voortdurend voorzien worden van suiker. Zonder suiker is geen leven mogelijk. De bloedsomloop brengt de suiker tot de meest afgelegen plaatsen in ons lichaam. De bloedsuikerspiegel is aan schommelingen onderhevig. Als we eten komt er suiker vrij en stijgt de bloedsuikerspiegel. Om deze stijging in bedwang te houden, scheidt de pancreas insuline uit die de bloedsuikerspiegel normaliseert. Als de bloedsuikerspiegel daalt door gebrek aan voedsel of door fysieke inspanningen, zet de lever glycogeen om in glucose waardoor deze zich normaliseert. Glycogeen is menselijk zetmeel dat als reservesuiker in de lever en in mindere mate in de spieren ligt opgeslagen. Glucose is bruikbare suiker.

Ontstaan

Suikerziekte ontstaat doordat de pancreas, de eilandjes van Langerhans, niet meer in staat is om voldoende insuline uit te scheiden zodat de bloedsuikerspiegel extra stijgt. Men spreekt dan van hyperglycemie of een verhoogde bloedsuikerspiegel. Het in paniek geslagen lichaam probeert dit te veel aan suiker kwijt te raken door abnormaal veel te plassen. Daardoor ontstaat gebrek aan vocht en krijgt de patiënt een abnormaal dorstgevoel. Toegenomen dorst en urineproductie, misselijkheid, diepere en snellere ademhaling, buikpijn en een enig sinds zoet ruikende adem wijst op een ketone-acidose.

Medische wetenschappers, artsen en voedingsdeskundigen zijn ervan overtuigd dat de toename van suikerziekte voor een groot deel toegeschreven moet worden aan geïsoleerde en snel opnemende suikers die in de moderne voedingsproducten massaal voorkomen. Zij doen de bloedsuikerspiegel abnormaal stijgen waardoor voortdurend insuline vrijgemaakt moet worden om deze te normaliseren. Uitputting van de pancreas is de belangrijkste oorzaak, hoewel andere factoren zoals erfelijkheid, stress, negatieve emoties eveneens een rol spelen.

Soorten suikers

Er is een taalverwarring rond het begrip suiker. In de volksmond wordt het woord suiker gebruikt om industriesuiker mee aan te duiden zoals de suiker in de koffie of in gebak. Het gaat hier om suiker die uit de suikerbiet of het suikerriet geïsoleerd wordt via een ingewikkeld industrieel productieproces. Suiker heeft niet alleen in de huishoudelijke keuken een plaats ingenomen, maar wordt vooral in de voedingsindustrie in onvoorstelbare grote hoeveelheden verwerkt in allerlei voedingsproducten en genotsmiddelen.

Suiker is gelijkertijd een synoniem van koolhydraat of saccharide, dit is de suiker die in natuurlijke voedingsmiddelen, voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen voorkomt met uitzondering van melk en honing. In de voedingswetenschappen spreekt men van koolhydraat terwijl het woord suiker evenzeer wordt gebruikt. Zoals we nog zullen aantonen is er chemisch gezien geen verschil tussen de suiker in voedingsmiddelen en de industriesuiker in voedingsproducten, maar de resultaten zijn totaal anders.

Naast eiwit en vet is koolhydraat een van de drie voedingsstoffen. Alleen deze drie voedingsstoffen leveren calorieën en staan in voor de energievoorziening. Alcohol levert ook calorieën, maar die laten we hier buiten beschouwing.

De koolhydraten worden in vier groepen onderverdeeld:

Enkelvoudige suikers: monosacchariden genoemd omwille van een koolhydraateenheid. Ze worden omschreven als suikers met een korte ketenlengte, vandaar de benaming ‘korte suikers’. Ze zijn erg zoet van smaak en onmiddellijk opneembaar. Er komt geen verteringsenergie aan te pas. Ze komen voor in fruit en honing.

Dubbele suikers: disacchariden of middellange suikers genoemd. Ze bestaan uit twee koolhydraateenheden saccharose en fructose. Ze zijn minder zoet en moeten omgezet worden tot enkelvoudige suikers. Er is iets meer verteringsenergie nodig. Ze komen voor in riet en bietsuiker en in melk in de vorm van lactose. Bij gemout graan, zoals bij de bierproductie, ontstaat er maltose.

Complexe suikers: polysacchariden of zetmeel genoemd. Zetmeel is het reservekoolhydraat van de planten. Zetmeel kan alleen gebruikt worden na een ingewikkeld omzettingsproces van dubbele naar enkelvoudige suikers. Deze omzetting vergt veel energie, maar ook enkelvoudige suikers en een hele reeks vitaminen van het B-complex. Glycogeen is het menselijk zetmeel dat als reserve wordt opgeslagen in de lever en de spieren. Zetmeel komt voor in aardappelen, wortel- en knolgewassen, sommige zaden zoals de kastanje, maar vooral in granen.

Cellulose: onoplosbare suikers genoemd omdat de mens, in tegenstelling tot herbivoren, niet over de nodige enzymen beschikt om deze af te breken. De ballaststoffen zijn rijk aan cellulose, hemicellulose, pectine, lignine en spelen een belangrijke rol bij de vorming van de feces, de darmflora en de ontlasting van de darm.

We maken een grondig onderscheid tussen deze natuurlijke vormen van suikers zoals ze in voedingsmiddelen voorkomen en de geïsoleerde suikers die de voedingsindustrie gebruikt in haar talrijke voedingsproducten. Het onderscheid tussen een voedingsmiddel zoals de natuur ons dit aanbiedt of zoals de land- en tuinbouw het voor consumptie produceert en de fabrikant dit voedingsproduct aanbiedt, is erg groot.

De mens is een vruchteneter

De biologen rekenen de mens tot de groep van de primaten. Hij bezit, ondanks zijn enorme fysieke en culturele evolutie, nog alle kenmerken van een primaat en meer bepaald van een fructivoor of vruchteneter. Er is geen verwantschap met carnivoren (vleeseters) en granivoren (graaneters) maar er zijn wel enkele overeenkomsten met herbivoren (planteneters). Volgens de moderne voedingswetenschappen is de calorische waarde van de menselijke voeding voor 68% afkomstig uit koolhydraten of natuurlijke suikers. Eiwit en vet hebben we in mindere mate nodig. Dat bevestigt inderdaad dat de mens een vruchteneter is en voor zijn voeding op suikers is afgestemd. Een mens kan uitstekend leven op een vruchtendieet op basis van fruit, bessen en andere vruchten die probleemloos voor de nodige koolhydraten zorgen. Vet en eiwit worden geleverd door noten, zaden en pitten die eveneens tot de vruchten worden gerekend. In de voedingstherapie zijn succesvolle genezingen bereikt met dergelijke diëten. Voeding heeft niet alleen een fysieke betekenis maar ook een sociale dimensie. Vandaar dat niemand geneigd is om zijn voeding zo strikt toe te passen. Theoretisch gezien is het vruchtendieet, zijn oerdieet, voor de moderne mens nog steeds erg voortreffelijk. Het spijsverteringsstelsel is tijdens de lange evolutie opvallend weinig veranderd.

Suiker (koolhydraat) is voor de mens het voedsel van de hersenen en de zenuwen. De hersenen hebben veel energie nodig, veel meer dan de spieren. De hersenen zijn voor hun energie uitsluitend op suiker afgestemd, terwijl de andere organen in noodgeval vetzuren kunnen omzetten in suiker. Zenuwcellen kunnen, in tegenstelling tot de meeste andere lichaamscellen, hun behoefte aan suiker dekken zonder medewerking van insuline. Zij kunnen de suiker onmiddellijk opnemen en verwerken. Hun suikergehalte staat los van de schommelingen van de bloedsuikerspiegel. De hoogontwikkelde zenuwcellen hebben een bijzonder hoge behoefte aan suiker. Suiker heeft niet alleen een positieve invloed op de hersenen, maar ook op talrijke hormonen. Het is niet vreemd dat de behoefte aan suikers zo groot is.

In de gezondheidsliteratuur wordt vaak de indruk gewekt dat suiker altijd ongezond is en dat we er zo weinig mogelijk van moeten gebruiken. Dat is een verkeerde stelling. Wij hebben goede suikers nodig die hun natuurlijke structuur hebben behouden. Het probleem is niet de suiker, maar de kwaliteit van die suikers. Door suikers in geïsoleerde vorm te gebruiken is de belangrijkste voedingsstof de oorzaak van zeer veel ziekten en veel ellende geworden. Wij moeten voorzichtig zijn met suiker meteen in een slecht daglicht te plaatsen. Het hele misverstand rond suiker is ontstaan omdat wetenschappers te veel in stoffen denken en te weinig in structuren. Zij hebben heel lang geen onderscheid gemaakt tussen natuurlijke suikers en geïsoleerde suikers omdat de chemische formule dezelfde is.

De diepere oorzaak van suikerziekte

De oorzaak van suikerziekte ligt niet in het gebruik van suiker, maar wel in massaal gebruik van geïsoleerde suikers in de voeding. Eten we verse gezonde voedingsmiddelen in hun natuurlijke vorm, afgestemd op ons spijsverteringsstelsel, dan verloopt de vertering en de stofwisseling zoals het behoort. De opname van suiker veroorzaakt geen abnormale schommelingen en de pancreas wordt daardoor niet extra belast. De suiker wordt sneller opgenomen als we voedingsmiddelen bewerken zoals bij het bereiden van een maaltijd. Bij iedere bewerking wordt de natuurlijke structuur beschadigd en komen bepaalde voedingsstoffen, zoals suiker, vrij en worden daardoor gemakkelijker en dus ook sneller opgenomen. Bij het bereiden van verse voedingsmiddelen is deze verhoging te overbruggen en heeft nauwelijks invloed op de bloedsuikerspiegel.

Worden suikers uit voedingsgewassen geïsoleerd zoals industriesuiker uit de suikerbiet of het suikerriet, dan worden ze in hoog geconcentreerde vorm door het lichaam opgenomen. De bloedsuikerspiegel stijgt snel en abnormaal hoog waardoor er enorm veel insuline nodig is om deze te normaliseren. Bij een aantal mensen begeeft de pancreas het snel terwijl bij anderen, ondanks het veelvuldig gebruik van geïsoleerde suikers, geen ongemakken optreden en ook geen suikerziekte. Er zijn talrijke factoren, die helaas niet allemaal bekend zijn, waarom bepaalde mensen suikerziekte krijgen en anderen niet. Genetische aanleg, stress, emotionele aandoeningen, het jachtige leven en vele andere factoren zijn in staat suikerziekte uit te lokken.

Bij de inleiding hebben we er op gewezen dat suikerziekte een heel oude ziekte is, wat afgeleid kan worden uit beschrijvingen in spijkerschrift op teruggevonden kleitafeltjes in het oude Babylon. Onderzoekers gaan er vanuit dat er een verband is tussen het ontstaan van suikerziekte en de ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van de landbouw maakte het mogelijk dat de mens van een oorspronkelijk vruchtendieet, dat rijk was aan enkelvoudige suikers, overschakelde op graanvoeding. Graanvoeding is bijzonder rijk aan moeilijk afbreekbaar zetmeel of complexe suikers. Fysiologisch gezien moet men er rekening mee houden dat de mens geen spijsverteringsstelsel heeft van een granivoor zoals een kip bijvoorbeeld. Wij hebben, ondanks tienduizend jaar landbouw, nog steeds geen snavel, geen krop, geen kliermaag, geen spiermaag, geen dubbele aansluiting van de pancreas op de dunne darm, geen dubbele aansluiting op de lever, geen blindzakjes enz. Alles wijst er op dat we van nature uit geen granen kunnen eten, zeker niet in zijn rauwe en onbewerkte vorm. Granen dienen altijd bereid te worden met toevoeging van zuur, water, zout en suiker.

De complexe suikers van granen worden tijdens de vertering afgebroken tot enkelvoudige suikers. Theoretisch gezien wordt van graan weer fruit gemaakt, het is met andere woorden een vervangmiddel van fruit dat veel praktische en economische voordelen biedt. Dat neemt niet weg dat graanvoeding voor de mens niet zo ideaal is als vaak wordt beweerd. Brood wordt al duizenden jaren als basisvoedsel beschouwd. In het belangrijkste Christelijk gebed wordt om brood gevraagd en neemt in de eucharistieviering een centrale plaats in. Het zit totaal verweven in de westerse cultuur. Toch stellen we vast dat het broodgebruik de laatste twintig jaar sterk is achteruitgegaan. Brood is een delicatesse geworden in tegenstelling tot in Oost-Europa waar brood nog in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Het brood is echter vervangen door voedingsproducten van bedenkelijke kwaliteit.

Voor sommige onderzoekers kan het zoeken naar de diepere oorzaak van suikerziekte in het verre verleden overdreven lijken, maar vergeet de bekende uitdrukking niet: de geschiedenis van de ziekte is de geschiedenis van de landbouw. Op het ogenblik dat de mens afwijkt van zijn natuur verhoogt hij het risico op ziekten. Het maakt niet zoveel uit waar de diepere oorzaak van suikerziekte te vinden is, belangrijker is dat we inzien dat het bewerken van voedingsmiddelen de gezondheid niet dient.

Geraffineerde en ongeraffineerde suiker

Al jaren spreekt men van geraffineerde en niet geraffineerde suikers. Geraffineerde suiker wordt als slecht gezien en ongeraffineerde als goed, maar dat is niet zo. In beide gevallen gaat het hier om geïsoleerde suikers, ze zijn immers langs industriële weg uit biet of riet verwijderd en bevatten haast uitsluitend suiker. Raffineren is een eindbewerking waardoor de geïsoleerde suiker van al zijn onzuiverheden wordt ontdaan. Bij ongeraffineerde suiker blijft nog 4% mineralen, vitamine, melasse en andere bestanddelen over, vandaar de bruine of gele kleur. Deze kleine reststoffen kunnen verwaarloosd worden en hebben geen gezondheidsbevorderende kwaliteiten. Men gebruikt geen ongeraffineerde suiker omwille van de kleine hoeveelheid nutriënten die er nog zijn overgebleven. Het gaat hier om een onverantwoord verkoopargument. Confituur of jam met ongeraffineerde rietsuiker wordt immers duurder verkocht en zijn bijna uitsluitend te vinden in de rekken van de betere voeding- of natuurvoedingswinkels. Naar verluid wordt tegenwoordig geraffineerde witte suiker met melasse of andere kleurstoffen op ieder gewenste kleur gebracht. In feite maakt het niet veel uit, want geraffineerd of ongeraffineerd, het gaat hier om geïsoleerde suikers en die zijn schadelijk.

Het is een vreselijk misverstand. Een suikerbiet bevat ongeveer 18% suiker. Deze suiker maakt deel uit van een levend organisme, een levend geheel dat nog al zijn componenten in de juiste verhoudingen bezit. Eten we bijvoorbeeld rode biet, die 8% suiker bevat naast eiwit, vet, vitaminen, mineralen, bioactieve substanties enz. dan eten we een levend voedsel met een biologische en biochemische structuur. De suiker is er een onderdeel van. Tijdens de suikerbereiding wordt de suiker geïsoleerd, ontdaan van zijn structuur en totaal uit zijn verband gehaald. Men voegt aan het lichaam pure suiker toe waarop het organisme abnormaal reageert door o.a. de bloedsuikerspiegel naar boven te duwen en door op zoek te gaan naar de verloren componenten. Daarom wordt geraffineerde en ongeraffineerde suiker beschouwd als nutriëntenrovers, naast andere vernietigende werking.

Bij het bespreken van natuurlijke zoetstoffen, die aanvaard zijn en de gezondheid niet in het gedrang brengen, zullen we aantonen dat het hier gaat om niet-geïsoleerde suikers die nog over voldoende begeleidende stoffen beschikken zoals oersuiker, melasse en andere.

Maïssiroop

De moderne voedingsindustrie gaat nog een stap verder door uit maïs een siroop te bereiden als grondstof voor geïsoleerde glucose (suiker). Maïs bevat 65% zetmeel of complexe suikers. Het zetmeel wordt geïsoleerd door alle nutriënten uit de maïs te verwijderen en het zetmeel te splitsen of hydrolyseren tot aparte glucosemoleculen. Dergelijke siroop of ingedroogde concentraten hebben voor de voedingsindustrie interessante eigenschappen, ze hebben een zoete smaak, zijn vochtabsorberend, hebben conserverende eigenschappen, worden als smaakverbeteraars gebruikt alsook om het uiterlijk van voedingsproducten te verbeteren, dus als glansmiddel, om krokante structuur te geven of om de korst te vormen. Ze zorgen voor een homogene, zachte en voor de consument aangename textuur en vinden toepassingen bij de productie van kauwgum, soepbereidingen, chocolade, roomvullingen, taartvullingen enz. Deze geïsoleerde glucose wordt in talrijke voedingsproducten zoals snoep, jam, confituur, siroop, ontbijtgranen, allerlei vullingen in gebak, alcoholische drank enz. rijkelijk toegepast. Het probleem voor de consument is echter dat deze niets vermoedt van deze snel opnemende suikers die de pancreas belasten, de bloedsuikerspiegel aan het wankelen brengt, de pancreas en de bijnieren zwaar belasten.

Particieel gemodificeerde maïssiroop

Dergelijke geïsoleerde maïssiroop ondergaat een partiële enzymatische, chemische modificatie, waarbij een gedeelte -namelijk 42%- van de glucose wordt omgezet tot fructose. Fructose of vruchtensuiker klinkt in gezondheidsmiddens nog al positief, maar houdt een nog veel groter gevaar in voor de gezondheid. Voor de voedingsindustrie levert deze ingreep talrijke voordelen op. Ze bevordert de fruitsmaak in frisdrank en in talrijke bereidingen. Door zijn zachte structuur lijkt deze siroop geschikt te zijn voor de bereidingen van chocolade, pralines, hard snoep, in taartvullingen en uiteraard in confituur. Voor allerlei industrieel gebak zorgt ze voor het vasthouden van het vocht zodat uitdroging veel trager verloopt. Deze gemodificeerde maïssiroop zit zelfs verwerkt in brood, vleeswaren, sauzen, bier, frisdrank en in ontzettend veel voedingsproducten.

Dezelfde techniek wordt gebruikt bij invertsuiker waar men vertrekt vanuit geïsoleerde bietsuikersiroop. Het tweewaardige suiker sucrose, wordt opgesplitst in aparte glucose en fructose moleculen. Er wordt zelfs fructose bereid uit het sap van de cichoreiwortel. In talrijke gezondheidsboeken wordt fructose geprezen om een aantal goede eigenschappen. Fructose is de zoetste suiker en heeft een zeer lage glycemische index namelijk tussen 19 en 25. Dit betekent dat fructose traag wordt opgenomen en de bloedsuikerspiegel daardoor nauwelijks beïnvloedt. Meteen voelt men de motivatie om dergelijke producten op de markt te brengen. Een product waar fructose aan wordt toegevoegd, wordt algemeen gezien als gezondheidsbevorderend en anti-suikerziekte.

De grote fout is echter dat er een essentieel verschil is tussen geïsoleerde fructose die in de fabriek uit gemodificeerde maïssiroop werd bereid en de fructose zoals we die vinden in fruit en honing. De reguliere voedingswetenschappers laten zich te veel leiden door stoffen in plaats van door structuren. Op het ogenblik dat iets uit zijn verband wordt gehaald, wordt de beste stof een gifstof. In Duitsland heeft men gesteld dat steeds meer mensen lijden aan fructose-intolerantie. Intolerantie is een onverdraagzaamheid voor bepaalde nutriënten, maar mag niet verward worden met voedselallergie. Intolerantie kan verschijnselen veroorzaken die op allergie lijken, maar in chemisch opzicht geheel verschillend zijn. De oorzaak is meestal het ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn van een bepaald enzym om deze stof te verteren. Men kwam er achter dat het massaal verwerken van fructose in talrijke voedingsmiddelen heeft geleid tot een soort oververzadiging die de intolerantie uitlokt. Het zorgt voor het prikkelbaar darmsyndroom met winderigheid, darmkrampen, constipatie en/of diarree.

Fructose wordt in de dunne darm wat trager opgenomen dan glucose en wordt om die reden als zoetstof gebruikt in voedingsproducten voor mensen met diabetes. Er komt nauwelijks insuline bij te pas. Toch is het gebruik van geïsoleerde fructose niet zonder gevaar en voor suikerpatiënten niet aan te raden. Zoals alle geïsoleerde suikers zorgt ook deze vorm van fructose voor nutriëntenroof. Voedselreserves worden aangesproken, er is een duidelijke belasting van de lever omdat de omzetting van glucose voor de lever beperkt is. Niet- omgezette suikers worden gemakkelijk in alcohol en bloedvetten omgezet. Vooral de productie in de lever van HDL Cholesterol en triglyceriden wordt aangewakkerd. De kans op bloeddrukverhoging is niet uit te sluiten, cataract (grijze staar) kan optreden, er wordt meer vetweefsel gevormd door omzetting van suiker in vet, wat leidt tot zwaarlijvigheid. Het risico op jicht wordt er door verhoogd.

Voor suikerpatiënten mag geïsoleerde fructose als zoetstof enkele voordelen brengen, de nadelen zijn echter zo omvangrijk dat men uiterst voorzichtig moet zijn met voedingsproducten die verrijkt zijn met geïsoleerde fructose. Maar ook zij die geen suikerziekte hebben moeten voorzichtig zijn. Een van de grote nadelen is het feit dat hoge concentraties geïsoleerde fructose de lever belet om glycogeen op te slaan uit glucose. De hoge glucosespiegel dwingt de pancreas extra insuline te produceren wat tot uitputting kan leiden en ouderdomsdiabetes, type II bevordert.

Invloed van geïsoleerde suikers op het ontstaan van suikerziekte

In de voedingsindustrie worden nog meerdere geïsoleerde suikers gebruikt met dezelfde nadelige werking. Het is niet vreemd dat in twintig jaar tijd deze ziekte zich massaal heeft verspreid in de westerse landen. Er zijn mensen die iedere dag 1 à 2 liter cola of een andere frisdrank drinken. In haast alle voedingsproducten zit suiker, fructose of andere vormen van geïsoleerde suikers verwerkt. Volgens statistische gegevens ligt het verbruik van suiker in de meeste Europese landen tussen 45 à 50 kg per persoon per jaar. Door het feit dat de nadelen van industriesuiker steeds meer onder de aandacht is gebracht o.a. door suiker te beschrijven als leverancier van lege calorieën, het verband te leggen tussen suiker en zwaarlijvigheid, aantasting van het gebit en vooral door suiker als het zoete vergif te schouwen, heeft zich het gebruik gestabiliseerd. Toch zien we een sterke toename van geïsoleerde fructose en het gebruik van synthetische zoetstoffen. Er zijn redenen in overvloed om de verkeerde voeding als medeoorzaak van de stijging van suikerziekte te beschouwen.

Volgende week besteden we aandacht aan de glycemische index.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

14:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-13

Lichtvoeding voor de winter

In een Duits tijdschrift werd het belang van licht of biofotonen aangetoond. In het artikel werd Prof. Dr.Popp, pionier op het vlak van biofotonenonderzoek geïnterviewd. Zijn theorie kennen we vanuit de voedingsleer en de bio-energetische kruidengeneeskunde. De kwaliteit van een voedingsmiddel dient volgens Prof. Popp bepaald te worden volgens zijn hoeveelheid licht. Het is immers de lichtenergie die de inhoudsstoffen activeert en de vertering en stofwisseling optimaal laat verlopen. Men mag aannemen dat biologisch geteelde groenten en fruit rijker zijn aan biofotonen dan deze uit de reguliere handel. Uit het onderzoek blijkt dat de versheid doorslaggevend is. Indien biologische voedingsmiddelen te lang of niet goed bewaard worden verliezen ze veel fotonen en daalt de kwaliteit. Biologische voedingsmiddelen werden vergeleken met deze uit de biosupermarkt, de wekelijkse markt en de gewone supermarkt. De hoeveelheid lichtenergie werd gemeten op 10 verschillende voedingsmiddelen. Het gaat hier om veel gebruikte voedingsmiddelen zoals rode paprika, tomaten, appel, ananas, aubergine, kiwi, sinaasappel, witte druiven, mango en courgette.

Uit het onderzoek blijkt dat de voedingsmiddelen uit de biosupermarkt de beste resultaten haalden in tegenstelling tot deze uit de gewone supermarkt en de wekelijkse markt. Verse voedingsmiddelen van biologische teelt scoren het best. Door intensieve landbouw geraakt de bodem uitgeput en krijgen de gewassen het steeds moeilijker om volwaardige kwaliteit te leveren. Volgens recente onderzoeken, zoals de voedingsmiddelentabellen aantonen, bevatten de gewassen nog voldoende voedingsstoffen en hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, spoorelementen en bioactieve substanties. Dat is logisch omdat een plant een genetisch programma bezit dat enerzijds alle noodzakelijke stoffen uit de bodem opneemt, voornamelijk mineralen, spoorelementen, stikstof en water en anderzijds onder invloed van licht (fotosynthese) eiwit, vet, koolhydraat en vele andere substanties vormt. Indien de bodem onvoldoende stoffen bevat kan een plant zich niet ontwikkelen en sterft vroegtijdig af. Dat neemt niet weg dat de bodem flink moet verbeterd worden door het aanbrengen van humus. 

Het grootste probleem is echter het gebrek aan biofotonen waardoor de kwaliteit van de voedingsstoffen sterk achteruit gaat. Dat is de reden waarom men steeds meer voedsel moet consumeren om een voldaan gevoel te krijgen met zwaarlijvigheid tot gevolg. De hoeveelheid verse voedingsmiddelen moet in het voedingspatroon verhoogd worden. Dat geldt niet alleen voor wat we rauw eten, ook gekookt voedsel moet uit verse ingrediënten bereid worden. Het heeft geen zin vitaminen en mineralen aan voedingsproducten toe te voegen, zoals dat nu gebeurt met de functionele voedingsproducten. Deze stoffen, die in een labo worden bereid, verhogen niet de levenskracht. Biofotonen zijn kleine batterijtjes die energie uitstralen naar alle stoffen die in de voedingsmiddelen aanwezig zijn. Het is jammer dat deze nieuwe inzichten nog zo weinig weerklank vinden. Het grote probleem is dat wetenschappers, voedingsdeskundigen en de consument te veel denken in stoffen en te weinig in energie. 


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

19:07 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-10-13

Zwarte chocolade, ongezond en kalkrovend

Men leest regelmatig, zelfs in zogenaamde gezondheidsbladen, dat zwarte chocolade gezond is omdat het polyfenolen bevat en dat zijn inderdaad geneeskrachtige stoffen. Polyfenolen worden gerekend tot de bioactieve substanties waarvan is aangetoond dat zij een gunstige invloed hebben op onze gezondheid en een genezend effect hebben op bepaalde klachten. Vanuit commercieel standpunt besteedt de voedingsindustrie extreem veel aandacht aan allerlei stoffen. Door aanwezigheid of door toevoeging ervan aan voedingsproducten wordt er meteen een gezondheidsclaim op gelegd en in de publiciteit sterk aanbevolen. Dat is een grote vergissing en werkt misleidend. Wij eten immers geen stoffen, wij eten voedingsmiddelen waarin stoffen aanwezig zijn. Het toevoegen van geïsoleerde stoffen aan voedingsproducten is helemaal niet gezond. Zij zijn immers lichaamsvreemd en worden in de meeste gevallen niet opgenomen of via de nieren of de stoelgang afgevoerd.

Laten we logisch denken en onze geest vrij maken van allerlei commerciële invloeden. Bioactieve substanties, zoals polyfenolen, komen in alle planten voor, dus ook in giftige planten. Bioactieve substanties zijn chemische stoffen die de plant aanmaakt om zich tegenover vijanden, zoals ziektekiemen, insecten en weersomstandigheden te verdedigen. In de tabaksplant zitten ook polyfenolen, maar tegelijkertijd ook de gevreesde nicotine die vernietigend is voor de gezondheid. Het aanraden van zwarte chocolade is even dwaas als het aanbevelen van roken. In de cacaoboon komen niet alleen polyfenolen voor, maar ook vrij veel oxaalzuur dat een sterk ontkalkende werking heeft. In zwarte chocolade komen uiteraard meer polyfenolen voor, maar gelijktijdig veel meer oxaalzuur.

Oxaalzuur is een stof die vooral voor komt in spinazie, rabarber, postelein en snijbiet. Oxaalzuur gaat in de darm samen met calcium een onoplosbare verbinding aan, calciumoxalaat genoemd, waardoor dit mineraal niet in het bloed wordt opgenomen. De officiële naam is oxalaat en wordt tot de fytotoxinen gerekend. Voor wie aan osteoporose lijdt of problemen heeft met de kalkhuishouding doet er goed aan oxaalzuurrijke voedingsmiddelen te mijden. Voor wie niet met deze problemen kampt, is er bij matig gebruik geen probleem omdat er voldoende calcium wordt geleverd door andere voedingsmiddelen.

 

Oxaalzuur mg / 100 g voedingsmiddel

Spinazie:                                     71 mg

Rabarber:                                  537 mg

Rode biet:                                 72,2 mg

Bonen:                                      43,7 mg

Zwarte en groene thee:          12,50 mg

Chocoladepoeder:                     385 mg

Zwarte chocolade 90%:             220 mg

Zwarte chocolade 80%:             196 mg

Zwarte chocolade 65%:             159 mg

Zwarte chocolade 40 %:              98 mg

Melkchocolade:                        11,2 mg

Witte chocolade:                        1,6 mg

Chocolade is een genotsmiddel. Er is geen bezwaar tegen matig gebruik van genotsmiddelen zoals bij bepaalde gelegenheden. Men doet dit uit puur genot en niet om de gezondheid te bevorderen. Het hoge percentage oxaalzuur in zwarte chocolade heeft nog een ander nadeel zoals het vormen van ijzeroxylaten waardoor de opname van ijzer in het gedrang kan komen. Daarnaast heeft chocolade een aantal bekende nadelen zoals darmverstopping, belasting van de lever en uiteraard zijn verslavend karakter.

Liefhebbers van chocolade blijven er niet bij stilstaan dat chocolade een geïndustrialiseerd product is. De bonen worden gebroken, geroosterd en gemalen. Deze massa wordt geperst waardoor de cacaoboter vrijkomt. Dit is het vet van de cacaoboon dat rijk is aan verzadigde vetzuren. Daarna wordt de overgebleven massa opnieuw gemalen waardoor cacaopoeder ontstaat. Chocolade bevat theobromine, een stof die chemisch verwant is aan cafeïne, maar bevat daarnaast, net als koffie of thee, ook echte cafeïne en een weinig tannine of looizuur dat voor de wrange smaak zorgt. Tannine gaat een onoplosbare verbinding met ijzer aan. In chocolade wordt suiker verwerkt. De combinatie suiker en vet bemoeilijkt de vertering. Er zijn in chocolade stoffen aanwezig die gemakkelijk een allergische reactie uitlokken zoals tyramine en fenylethylamine.

Chocolade bevat serotonine, dit is een neurotransmitter, een stof die informatie overdraagt van de ene zenuwcel naar de andere. Een tekort zorgt voor allerlei nerveuze klachten, een teveel remt de eetlust af en verandert de voorkeur van koolhydraten in een aandrang om meer eiwit te eten. Men beweert dat depressieve mensen een sterke drang naar chocolade hebben. In feite heeft het uitgehongerde zenuwstelsel een sterke behoefte aan natuurlijke suikers maar deze drang naar zoet wordt vertaald naar chocolade en alles waar industriesuiker in verwerkt is. Deze geïsoleerde suikers, zowel witte als bruine riet- en bietsuiker verzwakken, wegens het ontbreken van vitaminen en mineralen, het zenuwstelsel nog verder. Chocolade heeft een sterk verslavende werking wat vermoedelijk te maken heeft met enkele stoffen die ook in drugs voorkomen, zoals onderzoekers beweren.

Het is een fabeltje dat zwarte chocolade gezond is en het is jammer dat ondoordachte therapeuten en consulenten, die de zoekende mens behulpzaam moeten zijn, daar in trappen. Het gaat hier om een pure commerciële inspiratie die de verkoopcijfers flink doen stijgen. Chocolade is een genotsmiddel en is per definitie niet gezond. Een laag gehalte aan chocoladeboter betekent minder schadelijke stoffen, dus hoe zwarter hoe slechter.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

20:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

03-10-13

Tomaat Goed voor mannen en vrouwen

De tomaat staat bekend als dé ideale vrucht om de prostaat te beschermen tegen ontsteking, vergroting of prostaatkanker. Het is geen uitgesproken mannenvrucht, want ook voor vrouwen is de tomaat erg gezond. De tomaat is in de westerse keuken niet meer weg te denken. Iedereen waardeert zijn felrode kleur, zijn rijkelijk sap, zijn krachtig aroma en zijn frisse, licht zure smaak. De tomaat (Lycopersicon esculentum) behoort tot de plantenfamilie Solanaceae of de nachtschade en is botanisch sterk verwant aan de aardappel, de aubergine en de paprika. Nachtschade betekent dat deze vruchten rijpen zonder licht.

De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De wilde tomaat staat dicht bij de kerstomaat met zijn kleine vruchten. Pas in de 19de eeuw heeft de tomaat moeizaam de weg naar Europa gevonden. Tomaten doen het bijzonder goed in Zuid-Europa wegens de gunstige weersomstandigheden. De tomaat heeft een dun, maar sterk velletje dat moeilijk verteerbaar is. Daaronder bevindt zich de wand van de vrucht met het heerlijke rode vruchtvlees en drie holle ruimtes rond een kern, die iets lichter van kleur is, waarin de zaadjes in een geleiachtige substantie liggen opgeslagen.

De tomaat is een vrucht die niet tot de fruitsoorten, maar tot de groente wordt gerekend zoals de paprika, meloen, komkommer, courgette enz. Zij bevatten, in tegenstelling tot de fruitsoorten, weinig suiker (koolhydraat) en hebben geen zoete, maar eerder een hartelijke smaak. Tomaten worden op kamertemperatuur bewaard, in de koelkast verliezen ze aan smaakstoffen. Als men tomaten toch in de koelkast bewaart, laat ze dan enkele dagen op kamertemperatuur herstellen.

 

Kankerremmende werking

De tomaat heeft wel degelijk een kankerremmende werking die toegeschreven wordt aan het rode pigment ‘lycopeen’. Deze natuurlijke kleurstof is een lid van de uitgebreide familie van de carotenoïden die voor de gele, oranje en rode kleur van talrijke voedingsmiddelen zorgt. Bètacaroteen wordt omgezet in vitamine A, maar is geen lycopeen. De tomaat is kwantitatief gezien de belangrijkste leverancier van lycopeen en komt in andere vruchten slechts matig voor. Vet verbetert de opname van lycopeen, vandaar dat op een tomatensalade altijd een weinig olie wordt gebruikt.

In landen waar veel tomaten worden gegeten, komt minder prostaatkanker voor. Lycopeen is net als bètacaroteen een uitstekende antioxidant en stimuleert bepaalde enzymen die weefselgroei tegengaan. Lycopeen remt de hormonen af die verantwoordelijk zijn voor de overdadige groei van het prostaatweefsel en gaat de celgroei in het weefsel tegen. Men heeft vastgesteld dat lycopeen zich in het lichaam bij voorkeur in de prostaat opslaat en daar een beschermende functie uitoefent. Onderzoekers wijzen er op dat de tomaat niet alleen gunstig werkt bij prostaatkanker maar evenzeer bij andere vormen van kanker. De moleculaire processen die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van verschillende soorten kankers lijken vaak op elkaar. De tomaat mag niet in het dieet ontbreken, zowel in de preventie van kanker als bij de ondersteuning van het genezingsproces.

Sommige onderzoekers gaan er vanuit dat het lycopeen gemakkelijker wordt afgegeven als tomaten gekookt of gebakken worden. Theoretisch is dat juist omdat de warmte de structuur opent en daardoor de inhoud sneller vrij geeft, maar verteren is een enzymatisch proces op lichaamstemperatuur. Kook- en baktemperaturen beschadigingen de lycopeen en alle nutriënten. In de literatuur wordt tomatenketchup vaak aanbevolen omwille van zijn hoge concentratie aan lycopeen, maar dat is geen goede oplossing. De tomaten zijn gekookt, gezoet met industriesuiker en bevatten voedingsadditieven. Het gehalte aan tomaat is bepalend voor de prijs. Goedkope tomatenketchup bevat weinig tomaten, veel vulstof en uiteraard kleur- en smaakstoffen. Laten we het liever zo natuurlijk mogelijk houden.     

 

Andere genezende werkingen

De tomaat is arm aan suiker (3,5%), maar bevat erg veel water (94%) en vooral veel kalium (297 mg/100 g), vandaar zijn waterafdrijvende en bloeddrukverlagende werking. De vitamine B7 (biotine) komt er rijkelijk in voor. Deze vitamine activeert de vet- en suikerstofwisseling en de productie van vetzuren, helpt bij de opname van vitamine C, die in de tomaat redelijk goed aanwezig is, zorgt voor de huid, het haar en de nagels en voor de zenuwen en het ruggenmerg. Vitamine B3 is eveneens in de tomaat goed vertegenwoordigd en zorgt voor de gezondheid van de huid, zenuwen en spijsverteringsorganen, verlaagt het cholesterolgehalte, verwijdt de bloedvaten en voorkomt premenstruele hoofdpijn. Vitamine B6 speelt als co-enzym een belangrijke rol bij de omzetting van aminozuren in neurotransmitters en biogene amines, vandaar de positieve invloed van de tomaat op het gevoelsleven.

De vitamine B9, beter bekend als foliumzuur, komt rijkelijk in tomaten voor. Foliumzuur is belangrijk voor zwangere vrouwen omdat deze vitamine de ontwikkeling van de zenuwcellen bij het embryo en de foetus regelt. Foliumzuur bevordert de vorming van de rode bloedcellen en voorkomt bloedarmoede. Tomaten worden in talrijke gerechten, sausen en soepen gebruikt. Wil men de genezende kracht benutten is het aan te raden de tomaat rauw of in de vorm van tomatensap te nuttigen. Er zijn vele soorten tomaten: de gewone ronde tomaat, de vleestomaten, de langwerpige tomaten, de trostomaten en de kerstomaatjes. Deze laatste staan nog vrij dicht bij de wilde tomaat en zijn bijzonder rijk aan voedingsstoffen en genezende inhoudsstoffen. Zij verdienen zowel in de keuken als in de voedingstherapie extra aandacht.

 

Tomatine

Tomatine is een defensieve alkaloïde die voornamelijk voorkomt in de wortel en de bladeren en die bij het rijpen helemaal uit de vrucht verdwijnt. Onterecht heeft men te lang de tomaat als nachtschade een bedenkelijke reputatie gegeven. Tomatine is een vrij onschuldige alkaloïde en is niet vergelijkbaar met die in tabak, belladonna, alruinwortel of de doornappel voorkomt.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

09:18 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-09-13

Het kan ook met minder vlees!

De vleesconsumptie staat sinds de hormonenmaffia sterk onder druk. Mensen lopen niet meer met het idee rond dat vlees nodig is om gezond te zijn. Alle voedingsdeskundigen zijn het er over eens dat de mens zonder vlees kan, hoe minder hoe beter! Het aantal vegetariërs is flink toegenomen en steeds meer mensen eten minder en vooral minder vaak vlees. Vlees hoeft niet meer alle dagen op tafel te komen. Toch zijn er nog altijd misverstanden rond het gebruik van vlees.


De mens is geen vleeseter.

Het wordt allemaal duidelijk als we het spijsverteringsstelsel van de mens vergelijken met dat van vleesetende roofdieren. Het vleesetend dier of carnivoor heeft een gebit dat gemaakt is om een prooi te doden, ook de klauwen spelen daarbij een rol. Het is opvallend dat een carnivoor zijn gebit maar in één richting kan bewegen. Planteneters en de mens bewegen hun gebit zowel verticaal als horizontaal. Het darmstelsel van de carnivoor is kort en glad omdat vlees, dat voornamelijk in de maag wordt ver-teerd, snel het darmstelsel moet verlaten om rotting in het warme spijsverteringsstelsel te voorkomen. De carnivoren dumpen hun uitwerpselen in een putje dat ze toedekken omwille van de giftige afvalstoffen. Er zijn nog andere eigenschappen. Zo zweten carnivoren niet maar transpireren via hun tong en voetzooltjes, de lever heeft een snellere bloeddoorstroming en meestal hebben deze dieren ook een sterk ontwikkeld reukvermogen. Er zijn talrijke wetenschappelijke vergelijkende studies gemaakt tussen carnivoren en de mens waaruit duidelijk wordt geconcludeerd dat de mens niet gemaakt is om vlees te eten. Dieren eten het warme vlees afkomstig van het pas gedode dier. Alleen aasgieren, die als opruimers fungeren, eten kadavers. De mens is anatomisch en fysiologisch niet in staat om vers, rauw vlees te verteren. Daarom maakt de mens gebruik van gebakken, gekookt, gestoomd of gebraden vlees of verwerkt in worst of andere vleeswaren. Vlees heeft voor de mens weinig smaak, vandaar dat vlees flink wordt gekruid. De vezelige structuur blijft gemakkelijk tussen de tanden hangen, bij carnivoren staan de tanden wijd uiteen, vandaar dat zij geen tandenstoker nodig hebben.


Vlees levert gifstoffen.

Vlees heeft in tegenstelling tot fruit, groenten of granen, geen ballaststoffen, dus geen vezels die opzwellen en de stoelgang bevorderen. Carnivoren hebben dat niet nodig omwille van het kort darmstelsel. Als mensen vlees eten verstoren zij hun spijsverteringsstelsel, de slecht verteerde vleesresten blijven te lang zitten in het lange darmstelsel van de mens. Er ontstaat rotting waardoor talrijke gifstoffen ontstaan en enorm veel bacteriën aangroeien. De moeilijke stoelgang heeft een onaangename geur. Het vlees van een rund blijft zes weken in de koelkamers voor het voor con-sumptie geschikt is, in vaktermen noemt men dat ‘afsterven’. In mensentaal betekent dit een toename van gifstoffen, bacteriën en andere ziektekiemen. Wie aan een stuk rauw vlees ruikt, ruikt het lijkengif dat in vlees aantoonbaar is. Vlees is snel bedorven, zowel voor als na de bereiding. Men hoort wel eens de opmerking dat oudere mensen toch goede vleeseters zijn. Wees daar voorzichtig mee. Vroeger lag de vleesconsumptie erg laag, bovendien heeft een rondvraag bij ouderen aangetoond dat zij matig vlees gebruiken of in combinatie met veel groenten. Grote hoeveelheden vlees vormen een zware belasting van het lichaam. Sterke mensen kunnen daar beter tegen dan zwakke. Bovendien speelt de levenswijze een grote rol. Mensen die fysiek veel inspanningen doen, zullen minder last hebben van de nadelen van vlees. De hoeveelheid en de frequentie speelt een doorslaggevende rol. Van vlees wordt men echt niet gezonder.


Dierenleed

Het vlees dat door de bio-industrie wordt geleverd is van lage kwaliteit. Dieren worden op een te korte periode vetgemest met voer dat voor een verhoogde stofwisseling moet zorgen. Er worden smaakstoffen toegevoegd om de eetlust te verhogen en antibiotica om ontstekingen te voorkomen. Het zijn zieke, zwakke dieren die met moeite het transport naar het slachthuis overleven. Dieren worden geboren om als koopwaar te dienen. Ze leven in gevangenschap en kunnen geen enkel ogenblik zichzelf zijn. Een natuurlijke omgeving ontbreekt volkomen. Dieren worden industrieel gedood en verwerkt. Wie een bezoek brengt aan de bio-industrie of een slachthuis en van dichtbij dit dierenleed heeft gezien, steekt nooit meer een stuk vlees in zijn mond. Een stuk vlees dat voor menselijke consumptie wordt gebruikt, is niets anders dan weefsel van een dood dier, dus een stuk lijk.


Visgebruik

Veel mensen denken dat vis beter is dan vlees. Dat is niet zo omdat vis sneller overgaat tot ontbinding. Op de vismarkt of een viswinkel ruikt men het bederf. Er ontstaat veel meer voedselvergiftiging met vis dan met vlees. Bovendien zijn de zeeën zodanig vervuild dat ze zware metalen en andere gifstoffen bevatten die zich hoofdzakelijk in het vetweefsel vastzetten. Visolie wordt wel eens geprezen omwille van de omega-3-vetzuren maar er wordt nooit verwezen naar de zware vervuiling. Bovendien komen omega-3-vetzuren in hogere concentratie voor in plantaardig voedsel zoals in lijnzaad, noten, zaden en pitten.


Vleesvervangers

Veel mensen en zelfs voedingsdeskundigen lopen vaak met het idee rond dat vlees vervangen moet worden, vandaar de grote keus in vleesvervangers of de sterke aanbeveling van peulvruchten. We zijn van nature geen vleeseters en hebben geen vlees en dus ook geen vleesvervangers nodig. Vlees wordt altijd gezien als de belangrijkste bron van eiwit. Eiwit is inderdaad onontbeerlijk voor de gezondheid. Alle plantaardige voedingsmiddelen bevatten eiwitten. Bij noten, zaden en pitten is dat in hoge concentraties, in fruit en groenten is dat weinig, maar daar worden dan wel grotere hoeveelheden van gegeten. Kaas, eieren en melk leveren eveneens eiwit. Bij het berekenen van vegetarische diëten valt het op dat er absoluut geen tekort is aan eiwit. Er is geen bezwaar tegen vleesvervangers of peulvruchten, deze zijn echter zwaar verteerbaar en belasten de vertering. Sojaproducten zijn erg geïndustrialiseerd en zijn totaal vreemd aan ons spijsverteringsstelsel zoals sojamelk die geen melk is of sojaroom die geen room is, leverworst zonder lever, enz. Er is geen bezwaar als men bij overschakeling naar een vleesloze voeding hier tijdelijk gebruik van maakt, maar het moet niet. Een vleesloze voeding geeft alles wat de mens nodig heeft. Bovendien wordt er meer aandacht besteed aan groenten, fruit, bessen, zuivelproducten, noten, zaden of pitten, met andere woorden het voedsel krijgt meer afwisseling, is aangenamer en ziet er anders uit. Het kan ook met minder vlees!


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

09:39 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-09-13

Kiwi, een voedzame vrucht

De kiwi (Actinidia chinensis) is een klimplant die oorspronkelijk afkomstig is uit Zuid-China waar de vrucht ‘Yang Tao’ wordt genoemd. Het waren de missionarissen die de plant in het begin van de vorige eeuw naar Nieuw-Zeeland hebben gebracht waar ze uitstekend groeit en haar naam ‘kiwi’ heeft gekregen. Kiwi’s worden niet alleen in Nieuw-Zeeland maar ook in Australië, Israël, Frankrijk, Italië, Spanje en in Noord- en Zuid-Amerika in grote hoeveelheden geteeld. De kiwi is een ronde of langwerpige, bruinbehaarde vrucht met een zacht groen vruchtvlees dat rond een witte kern ligt en 1.500 zwarte zaadjes bevat. De kiwi behoort tot de groep van de climacterische vruchten, d.w.z. dat ze gemakkelijk narijpen zonder dat de harige schil verandert. Steenharde kiwi’s zijn na enkele dagen zacht en rijp. Kiwi is een plant die nauwelijks ziekten kent en meestal niet met pesticiden behandeld wordt.


Vitamine C

De kiwi levert 100 mg vitamine C per 100 g vruchtvlees op, dat is uitzonderlijk veel en wordt slechts door de rozenbottel, acerola en duindoornbes overtroffen. De goede eigenschappen van de vitamine C zijn algemeen gekend: versterkt de immuniteit, stimuleert de stofwisseling, houdt het bindweefsel gezond, is goed voor de aders en de hormoonhuishouding en brengt stabiliteit in het emotionele leven.

 

Chlorofyl

De groene kleur van de kiwi wijst op de aanwezigheid van chlorofyl. Chlorofyl zorgt in de plant voor de fotosynthese of het opvangen van licht. Deze groene kleurstof wordt vaak omschreven als het bloed van de plant en bezit talrijke gezondheidsbevorderende eigenschappen op moleculair en cellulair niveau zoals: sterk ontgiftende werking, verhoogt het aantal rode bloedcellen, zorgt voor een gezonde huid en gaat de strijd aan met vrije radicalen.

 

Calcium, magnesium en fosfor

De kiwi is rijk aan calcium, magnesium en fosfor, de drie bouwstenen van het bot. Deze vrucht helpt tegen osteoporose en andere botziekten. De combinatie van magnesium met vitamine C stimuleert dynamische processen in het lichaam zoals versterking van het zenuwstelsel en de hersenen en maakt iedereen stressbestendig. Magnesium voorkomt spierkrampen. De kiwi (24 mg per 100 g) en bananen (34 mg per 100 g) zijn twee vruchten die samen grote hoeveelheden magnesium leveren. De kiwi heeft een eiwitafbrekend enzym actinidine.

 

Kanker

De kiwi is een van de weinige vruchten die groen wordt als hij rijp is. De diepgroene kleur wijst op de aanwezigheid van grote hoeveelheden chlorofyl. Chlorofyl heeft een kankerremmende werking omdat ze kankerverwekkers bindt en daardoor uitschakelt. De celgroei zou afgeremd worden. Bovendien zijn er zoveel goede substanties aanwezig zoals vitamine C en magnesium dat de kiwi in een kankerdieet zeker niet mag ontbreken. Het sap van de kiwi verhindert de vorming van nitrosamine, een mogelijke kankerverwekkende stof uit nitraten. Flavonoïden, fenolzuren en carotenoïden leveren evenzeer een bijdrage in de strijd tegen kanker.

 

Het eten van kiwi’s

Een kiwi is rijp als het vruchtvlees bij zachte druk meegeeft. Te zachte kiwi’s zijn overrijp en gisten gemakkelijk. Bij het rijpen neemt de hoeveelheid chlorofyl af, maar onrijpe vruchten verteren niet. Een kiwi eet men als een gekookt eitje. Snijd de vrucht doormidden en haal met een lepeltje het vruchtvlees er uit. Kiwi kan gemakkelijk in fruitsalade gebruikt worden, tot moes gemixt of tot sap geperst. Kiwi’s zijn het hele jaar verkrijgbaar omdat er meerdere productielanden zijn. Kiwi’s laten zich niet tot jam of confituur bereiden omdat door de warmte het enzym dat verantwoordelijk is voor de binding wordt vernietigd. Kiwi’s worden altijd onrijp verkocht omdat ze gemakkelijk narijpen. Door ze in de koelkast te bewaren kan men het rijpingsproces afremmen. Door ze samen met een rijpe appel, peer of banaan in een plastic zak of aluminiumfolie te bewaren, zijn ze binnen 24 uur rijp. Sommige mensen zijn allergisch voor kiwi’s.

 

Kiwi tegen winterkwalen

De kiwi versterkt de immuniteit of het afweersysteem en zorgt er voor dat we beter bestand zijn tegen infectieziekten zoals verkoudheden, keel- en amandelontsteking, hoesten, bronchitis enz. De lange, donkere winter met zijn lage temperatuur belast onze gezondheid, men is weinig actief en komt minder in de buitenlucht. Door de klimatologische omstandigheden verzwakt de immuniteit en dat maakt ons vatbaarder voor winterkwalen. Om zich tegen de winterkwalen te beschermen zal men heel het jaar door fruit eten en er extra op letten om vanaf de nazomer meer gebruik te maken van een fruitontbijt en fruitmaaltijden of tussendoor grote hoeveelheden fruit te eten. De kiwi mag dan zeker niet ontbreken.

 

Kiwikuur

Een kiwikuur is ideaal als reinigingskuur in de lente, maar kan heel het jaar door. Alleen de winterperiode is er niet geschikt voor omdat men tijdens een reinigingskuur te veel afkoelt. Men kan kiezen voor een sapkuur of een monodieet. Bij een sapkuur perst men de kiwi’s tot sap en drinkt daarvan 1 liter per dag, afgewisseld met kruidenthee en/of water. Er wordt niets anders gegeten. Een kiwikuur werkt sterk reinigend, het lichaam wordt ontgift en de immuniteit versterkt. Een sapkuur duurt 3 à 5 dagen.

Bij een monodieet eet men driemaal per dag een hoeveelheid kiwi’s, niets anders dan kiwi’s. De hoeveelheid speelt geen rol maar men zal uiterst traag eten. Door traag te eten haalt men een hoog verteringsrendement en heeft men minder voedsel nodig. Een monodieet duurt 3 à 5 dagen en er wordt uitsluitend kruidenthee en water bij gedronken. Zowel een sapkuur als een monodieet is een goede inleiding om af te slanken. Om af te slanken is het aan te raden een evenwichtig dieet samen te stellen dat men gedurende een onbeperkte periode dagelijks kan gebruiken. Een afslankdieet dat in een bepaalde tijd het gewicht moet reduceren, kan wel helpen, maar het probleem begint nadien om dat ideaal gewicht te behouden.

 

Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 


 


 

 

10:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-13

Ananas en zijn uitzonderlijke geneeskracht

De ananas (Ananas comosus) behoort tot de familie van de Bromeliaceae, die duizenden leden telt, vooral bomen maar ook kamerplanten. Er is maar één soort onder deze grote familie, de bekende en geliefde ananas, die een consumptievrucht levert. De ananas wordt over heel de wereld gegeten en in vele tropische landen gekweekt. Oorspronkelijk komt de ananas uit Zuid-Amerika en werd al vrij vroeg gekweekt. De Indianen noemen deze vrucht ‘menure’ of ‘nana’ of ‘anana’. Nana betekent ‘kostelijke vrucht’. De Spaanse en Portugese veroveraars hebben de naam ‘ananas’ gegeven. De Engelsen spreken van ‘pine-apple’ omwille van de vergelijking met een dennenappel.

De ananasplant wordt ongeveer 80 cm hoog en bestaat uit een rozet van lange, smalle bladeren, meestal voorzien van scherpe stekels die het oogsten bemoeilijken. Uit het hart van de plant groeit een houtige bloeistengel waaraan zich honderd en meer bloemetjes vormen. Uit iedere bloem ontstaat een vruchtje, al deze vruchtjes vormen samen één vrucht want de ananas is een schijnvrucht. Iedere schub aan de buitenkant van de vrucht is een overgebleven vruchtbeginsel. Al deze bloemetjes vangen enorm veel licht op want de plant houdt van licht en warmte. De ananas is daardoor bijzonder rijk aan biofotonen of lichteenheden en heeft daardoor een hoge energetische waarde die het verterings- en stofwisselingsstelsel stimuleert.

De ananas is een niet-climacterische vrucht, dit wil zeggen dat ze niet narijpt. Deze vrucht bevat alleen suikers en geen zetmeel. De ananas wordt tegenwoordig nog uitsluitend met het vliegtuig vervoerd waardoor ze meestal rijp verkrijgbaar zijn. Een rijpe ananas smaakt zoet en heeft een heerlijk aroma. Vroeger werd er een onderscheid gemaakt tussen ananassen die met het vliegtuig of de boot werden vervoerd, vandaar ‘vliegananassen’ en ‘bootananassen’.

Een rijpe ananas herkent men aan de bruine punten aan de schubben, aan het kroontje aan de onderzijde geeft het vruchtvlees bij een lichte druk van de vinger mee en aan het heerlijke aroma. Bij een rijpe ananas kan men de kleinste blaadjes van de kroon, die het dichtst bij de vrucht staan, gemakkelijk lostrekken. De kleur van de ananas is afhankelijk van de variëteit. Het bruikbare gewicht van de ananas ligt ongeveer op 50% van het totaalgewicht.

 

Bromeline

De ananas staat bekend om zijn eiwitsplitsend of proteolytische enzym bromeline. Soortgelijke stoffen komen voor in kiwi’s en papaja’s. Bromeline is een enzym met een breed werkingsspectrum. We vermelden enkele gunstige werkzaamheden. Bromeline heeft een bloedverdunnende werking, reinigt de aders en voorkomt daardoor arteriosclerose, doet hoge bloeddruk dalen wat gunstig is ter voorkoming van een hartinfarct en hersenbloedingen. Bromeline heeft een gunstige werking op de darmen, vernietigt darmparasieten, helpt de eiwitsplitsing bij de vertering van eiwitrijke voedingsmiddelen, voorkomt verzuring en heeft een reinigende werking. Als de ananas voldoende zoet is, kan ze gebruikt worden bij een tekort aan maagzuur. Bij te weinig maagzuur verteert men moeilijk en blijft de maaginhoud te lang onverteerd op de maag liggen. Bromeline heeft een ontstekingsremmende werking die verlichtend werkt bij gewrichtspijnen en sinusitis.

Andere bestanddelen

Ananas is rijk aan natuurlijke suikers en bevat geen zetmeel, wat een voordeel is. De suikers worden direct opgenomen terwijl zetmeel eerst omgezet moet worden tot enkelvoudige suikers. Ananas behoort net zoals de banaan en de druif tot de suikerrijke vruchten. Het suikergehalte varieert van 13 tot 19%. Onrijpe ananassen smaken zuur. Ananas heeft een gunstige natrium/kalium verhouding, dit wil zeggen dat er zeer weinig natrium, maar vrij veel kalium aanwezig is. Kalium heeft een gunstige werking op de waterhuishouding en werkt bloeddrukverlagend. De ananas bevat 20 mg vitamine C per 100 gr wat relatief hoog is.

De ananas wordt vaak geprezen omwille van de aanwezigheid van het mineraal mangaan dat in verband wordt gebracht met de eiwit- en suikerstofwisseling en verwerking van het vet. De ananas levert verder bètacaroteen, dat als antioxidant werkt en vele andere goede eigenschappen bevat. De ananas is een bron van geneeskrachtige stoffen en wordt vaak ingeschakeld als ondersteunende behandeling bij kanker (voedingstherapie). Het onderzoek is nog niet afgerond. Er wordt vooral gewezen naar de bioactieve substanties of fytochemicaliën, dit zijn geneeskrachtige stoffen die ook in kruiden voorkomen. Ze hebben een specifieke genezende werking. De belangrijkste stoffen in de ananas zijn de fenolzuren, flavonoïden en biogene aminen.

Een verse ananas heeft een vochtafdrijvende werking en daarmee een grote invloed op de bloeddruk, oedemen en overgewicht.

Toepassingen

De ananas is een vrucht die zowel in de dagelijkse voeding als in de gastronomie erg gewaardeerd wordt, maar ook om af te slanken. Een monodieet, dit wil zeggen dat men gedurende drie à vijf dagen uitsluitend ananas eet, is doeltreffend. De werking zit voornamelijk in een betere eiwitvertering, verwerking van de vetten en het uitscheiden van het overtollige vocht. Daarom wordt ananassap veel gebruikt bij reinigingskuren.

Bij keelpijn of keelontsteking gorgelt men met ananassap. Het opdrinken van het sap of het eten van verse ananas versterkt de immuniteit en helpt bij alle ontstekingsziekten, maar vooral bij neusverkoudheid, bronchitis, artritis, maag- en darmontsteking. Er zijn mensen die bij het eten van ananas aften in de hun mond krijgen of dat bestaande aften agressief worden. Dat is vermoedelijk een reinigingsreactie omdat het lichaam gifstoffen via de mondslijmvliezen afgeeft. Bij niet zoete ananassen is dat vervelend. De mond kan men spoelen met een kopje kamillethee waarin een eetlepel honing is opgelost. Door de ananas in stukjes te snijden en met slagroom te mengen, neemt men de werking van de zuren weg. Het zuur lost zich immers op in het vet van de slagroom.

Gebruik uitsluitend verse, rijpe ananassen. Ananas uit blik is niet vers, bevat conserveringsmiddellen en is gezoet met industriesuiker. De ananas heeft veel te bieden op het vlak van voeding en gezondheid. Het is een natuurlijk medicijn met een grote genezende werking op vele terreinen. Geniet van deze heerlijke vrucht met zijn vitaliserende werking.

 

Jan Dries

www.europeseacademie.be

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

21:45 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-08-13

Parallelgeneeskunde // Wierookstokjes // Frambozen

Parallelgeneeskunde

Aanvankelijk werd het woord ‘alternatieve geneeskunde’ gebruikt om niet conventionele geneeswijzen te duiden. Dit begrip was niet alleen vaag, maar sloot de reguliere geneeskunde uit, m.a.w. de patiënt werd voor de keuze gesteld te kiezen tussen regulier of alternatief. Dat kan natuurlijk niet omdat medische hulp vaak noodzakelijk is. Daarom werd steeds meer voor het begrip ‘complementaire geneeskunde’ gekozen. Dit is een duidelijke verbetering omdat de patiënt aanvullend wordt behandeld. Naast zijn reguliere behandeling, indien nodig, kiest de patiënt voor een aanvullende therapie.  Het woord complementair houdt een vorm van ondergeschiktheid in. Vaak heeft de patiënt de indruk dat er altijd een reguliere behandeling nodig is om aanvullend te kunnen werken. Taalkundig gezien is dat ook zo. De Fransen spreken van ‘parallelgeneeskunde’. Parallel betekent samen of evenwijdig lopend, maar betekent ook evenwaardig. De patiënt heeft het recht te kiezen tussen therapieën die evenwijdig en dus ook evenwaardig zijn aan elkaar. Om dit acceptabel te maken, is het nodig dat de sector zich ontdoet van de vele alternatieve beoefenaars van speculatieve therapieën. Het standpunt van de overheid is dat een therapie wetenschappelijk moet onderbouwd zijn en dat het genezende effect ook wetenschappelijk aantoonbaar moet zijn. De natuurgeneeskunde voldoet aan beide voorwaarden. Dr. Goderis van de Universiteit van Leuven heeft aangetoond dat de Hippocratische geneeskunde, de basis van de moderne natuurgeneeskunde, wel degelijk wetenschappelijk onderbouwd is. Daarnaast zijn de genezende effecten van de natuurgeneeskundige therapieën wetenschappelijk aantoonbaar. Heel wat alternatieve therapieën berusten op suggestie. Er is niets tegen suggestietherapie maar dan moet men dat ook kunnen aantonen. De patiënt heeft recht op correcte informatie. Natuurlijke gezondheidszorg is een ruimer begrip en slaat op de zorg die door therapeuten, maar ook door consulenten, herboristen en andere hulpverleners wordt aangeboden vanuit een natuurgeneeskundige achtergrond.

 

Wierookstokjes zijn ongezond

Na internationaal onderzoek komt nu ook het VITO (Vlaamse Instelling Technologisch Onderzoek) tot de vaststelling dat geregeld wierookstokjes laten branden, kankerverwekkend kan zijn. Het is de federale overheid die op dit onderzoek heeft aangedrongen. ‘Wie een jaar lang twee keer per dag een wierookstokje brandt, zit in de gevarenzone’ klinkt het bij het VITO. De hoeveelheid benzeen in de stokjes is te klein om ze uit de handel te nemen. Volgens sommige herboristen zou het mogelijk zijn om gezonde wierookstokjes te produceren. Andere onderzoeken wijzen dan weer op zijn verslavende en verdovende werking. Wierook wordt immers gemaakt op basis van hars dat tot de familie van hasj behoort. Het gebruik van wierookstokjes is in de laatste twee decennia erg toegenomen, vooral in alternatieve middens. Sommige onderzoekers zien dit gebruik als een soort vlucht uit de werkelijkheid en wijzen er op dat er grote nood is aan zekerheid, zelferkenning en zingeving. Het gebruik van wierookstokjes kan helaas deze nood niet opvangen.

 

Framboos is de gezondste vrucht

De framboos is in de voedingstherapie altijd al een zeer geliefd voedingsmiddel geweest. Door zijn zachte structuur en vooral zijn grote natuurlijkheid, is deze vrucht bijzonder rijk aan biofotonen en heeft een hoge bio-energetische waarde. Dit komt omdat ze weinig of niet is veredeld. De bio-energetische waarde van deze bes ligt bijzonder hoog. Dat wordt nu door een onderzoek uit Wageningen bevestigd. Frambozen zijn enorm gezond, klinkt het.  De vruchtjes bevatten veel meer gezonde stoffen dan bijvoorbeeld tomaten, kiwi en broccoli, die al eerder door wetenschappers werden geprezen als zeer gezonde voedingsmiddelen. Dat beweren Nederlandse wetenschappers in het tijdschrift Bio Factors. De framboos bevat onder meer een geneeskrachtige stof, die in die hoeveelheden in geen enkel ander voedingsmiddel is gevonden. Ook bevat de framboos tien keer meer beschermende anti-oxidanten dan tomaten. Anti-oxidanten neutraliseren agressieve moleculen in het lichaam en voorkomen celbeschadiging. Het nadeel is dat frambozen erg duur zijn en slechts in kleine hoeveelheden tijdens een kort seizoen op de markt komen. De wetenschappers pleiten dan ook voor onderzoek naar de verhoging van de opbrengst per struik en naar verbetering van de smaak. Want lang niet iedereen vindt frambozen lekker. Deze wetenschappers vergeten echter dat het verhogen van de opbrengst en het veranderen van de smaak deze uitzonderlijke gezonde vrucht degenereert tot een doorsnee vrucht, waardoor deze uitzonderlijke eigenschappen sterk worden afgezwakt. De natuur is niet te verbeteren, wel te veranderen.

 

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

OPEN DAGEN OPLEIDINGEN EUROPESE ACADEMIE

 

Antwerpen-Deurne:

Campus Atheneum Deurne, Frank Craeybeckxlaan 22.

Donderdag, 5 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Maastricht:

Sint-Maartenscollege, Noormannensingel 50,
achterkant van het Centraal Station.

Zondag, 8 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Leuven:

Sint Pieterscollege, Minderbroedersstraat 13.
Ingang, metalen zwart hek, parkeren kan op de speelplaats.

Zaterdag, 14 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Gent:

KaHo Sint Lieven, Gebroeders de Smetstraat 1.

Dinsdag, 17 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

KENT U FAMILIELEDEN OF VRIENDEN DIE BELANGSTELLING HEBBEN VOOR DE NATUURGENEESKUNDE MAAK HEN DAN ATTENT OP DEZE OPEN DAGEN.

 

08-08-13

VOEDING EN KANKER

Het is al lang bekend dat fruit en groenten gezond zijn, preventief werken en kanker kunnen tegenhouden. Het Wereldfonds voor Kankeronderzoek heeft een lijst samengesteld van 20 voedingsmiddelen, waarvan 19 van plantaardige oorsprong en waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen kanker. Het is de bedoeling dat deze of een deel ervan regelmatig op het menu voorkomen en de voorkeur genieten om rauw gegeten te worden. Voor de toekomstige V.G.L.-Consulent is deze lijst zeker niet vreemd, het zijn voedingsmiddelen die in de bio-energetische voeding hoog in het vaandel staan. Een wereldorganisatie kan het zich niet veroorloven om onjuistheden of onvolmaaktheden te verspreiden. Het onderzoek is zeer grondig gebeurd en steunt op de vele duizenden onderzoeken overal in de wereld. Er ontbreken nog belangrijke voedingsmiddelen op deze lijst, maar dat komt omdat de onderzoeken nog niet zijn afgerond. Opvallend is dat veel aandacht is gegaan naar groenten, terwijl juist fruit zo belangrijk is in de strijd tegen kanker. We denken hier aan ananas, avocado, passievrucht en amandelen die nog niet op de lijst staan. Indien men deze voedingsmiddelen gebruikt volgens een aantal voedingsregels zoals de juiste voedselkeuze, het zuur-base evenwicht, de voedselcombinaties en de regels van de rauwkostvoeding respecteert, en uiteraard – binnen een natuurlijke levenswijze - heeft men minder kans slachtoffer te worden van kanker. Slaat de ziekte toch toe, dan heeft men meer kans om te genezen. 

Rode en gele paprika

Zijn zeer rijk aan vitamine C. Men hoeft niet per se paprika te eten om voldoende vitamine C binnen te krijgen. In een voeding waar voldoende fruit en groente worden gegeten doet dit probleem zich niet voor. De groene paprika is onrijp.

Waterkers

Is in de gastronomie een erg gewaarde groente die helemaal in het water groeit. Waterkers is erg gezond, rijk aan vitamine van het B-complex, bevat veel ijzer en calcium en zelfs vruchtensuiker. Onderzoekers gaan er vanuit dat waterkers preventief werkt tegen kanker. Tuinkers is min of meer hieraan verwant en biedt door zijn fijne structuur een hoge bio-energetische waarde.

Broccoli

Het is algemeen bekend dat broccoli door zijn zwavelsubstantie kankercellen kan vernietigen. Het is een bekend preventief middel. Broccoli kan rauw gegeten worden met een dipsausje. Het is voor dit doel beter een kleine hoeveelheid rauw te eten in plaats van grote hoeveelheden te koken. Sommige onderzoekers beweren dat door het koken bepaalde stoffen beter worden vrij gegeven wat onzin is, wij eten geen stoffen, maar voedingsmiddelen die stoffen bevatten.

Wortelen

Wortelen zijn rijk aan bètacaroteen. Wil men deze stof opnemen, dan is een mechanische verfijning nodig zoals raspen. Mensen die veel wortelen uit het vuistje eten krijgen een bruine huid omdat de caroteen zich via de huid afzet in plaats van opgenomen te worden.

Tomaten

Deze prachtige rode vrucht wordt in Hongarije ’liefdesappel’ genoemd. Ze behoort tot de nacht-schadigen en is een watervrucht of de vrucht van een slingerplant. Aan de tomaat worden veel goede eigenschappen toegeschreven, zij heeft een sterk ontzurende werking en is uiterst geschikt voor reumapatiënten. Onderzoekers menen te weten dat de tomaat preventief werkt bij prostaatkanker.

Kool

De kool behoort tot dezelfde familie als spruitjes en broccoli en is al langer bekend om zijn preventieve werking bij kanker. Kool is rauw zeer smakelijk als hij fijn wordt geschaafd en gedurende een uur afgedekt in de koelkast in een olie-azijnsausje laat trekken. Zuurkool is, omwille van de melkzuren, eveneens een erg gezonde vorm om kool te gebruiken

Spruitjes

Gekookt zijn spruitjes nogal zwaar, net als gekookte kool. Probeer ze eens rauw, men heeft er weinig van nodig en ze zijn heel smakelijk.

Spinazie

Spinazie is een donkergroene bladgroente die rijk is aan vitamine C en redelijk veel ijzer bevat. Spinazie kan men fijn hakken en onder aardappelpuree vermengen. Wat rauwe spinazieblaadjes mogen niet ontbreken bij een slamengsel. 

Knoflook

Knoflook is een erg gewaardeerd kruid zowel in de keuken als in de kruidengeneeskunde. Knoflook staat vooral bekend voor zijn sterk antibiotische werking en wordt daarom veelvuldig gebruikt bij infectieziekten. Knoflook helpt celbeschadiging tegen te gaan.

Ui

Ui is een prachtig kruid dat, vooral rauw, erg geliefd is in de keuken. Ui heeft talrijke goede eigenschappen. Het verbetert de doorbloeding, normaliseert de bloeddruk en zijn zwavelverbindingen werken preventief bij kanker. Knoflook en ui zijn minder geschikt voor mensen met gevoelige darmen omwille van de mosterdolie.

Aardbei

Naast vitamine C bevat de aardbei flavenoïden, een stof die de groei van kankercellen helpt verhinderen. De aardbei heeft een lage calorische waarde en is daarom zeer geschikt bij afslankdiëten. Men moet wel de voorkeur geven aan biologisch geteelde aardbeien want het is een veel bespoten vrucht.

Kiwi

Kiwi is de beste bron van vitamine C. Deze klimplant kent geen ziekten en haar vruchten, als ze ten minste goed rijp zijn, hebben veel te bieden.

Mango

Mango is een prachtige vrucht met een grote pit waaraan het vruchtvlees zich vasthecht. Onder de groene, gele of oranje schil zit een smakelijk oranje vruchtvlees dat rijk is aan vitamine C en E. Ook het aroma van de mango is heerlijk.

Sinaasappel

De sinaasappel is de meest gebruikte vrucht uit het zuiden. Er zijn veel soorten en kwaliteiten. Ze is een belangrijke bron van vitamine C en wordt daarom erg veel gebruikt in de vorm van sinaasappelsap. Vooral vers geperst sap is erg gezond.

Olijfolie

Olijfolie wordt erg gewaardeerd omwille van zijn hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren die de eigenschap hebben de slechte cholesterol naar beneden te drukken. In het zuiden waar meer olijfolie wordt gebruikt, komen veel minder hart- en vaatziekten voor alsook minder kanker.

Zonnebloempit

De zonnebloempit bevat, net als de pompoenpit, onder meer omega-3 vetzuren en kent een aantal goede eigenschappen. Ze is eveneens rijk aan vitamine E.

Braziliaanse noot

Deze noot wordt aanbevolen omwille van het seleniumgehalte, zijn goede vetten en zijn rijkdom aan mineralen. De kokosnoot is bijzonder rijk aan selenium. Er wordt een verband gelegd tussen een tekort aan selenium en het ontstaan van borstkanker.


Op de lijst komen verder nog de zoete aardappel, volkoren brood en zalm voor. Er is weinig verschil tussen de zoete en de gewone aardappel. De aardappel kan rauw worden gegeten maar heeft dan weinig smaak. Gekookt heeft de aardappel de eigenschap waterafdrijvend te zijn en is bovendien een goede bron van kalium. Vooral mensen die gemakkelijk vocht vasthouden doen er goed aan om aardappelen te eten in plaats van graanproducten die juist vocht vasthouden. Brood is dood, ook volkorenbrood, en hoort zeker niet thuis op een lijst van kankerwerende voedingsmiddelen. Brood is een delicatesse dat ook binnen een gezonde voedingswijze voor de fantasie wordt gegeten. Brood heeft door zijn hoge baktemperatuur geen gezondheidsbevorderende eigenschappen. Waarom zalm als enig dierlijk voedingsmiddel op deze lijst voorkomt, is vreemd. Men geeft als goede eigenschap de aanwezigheid van omega-3 vetzuren aan. Men hoeft daarvoor geen zalm te eten, deze vetzuren vindt men in alle oliehoudende plantaardige voedingsmiddelen.   

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

15:31 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-08-13

VOEDINGSSUPPLEMENTEN

De Europese Academie heeft zich altijd verzet tegen het gebruik van voedingssupplementen om de eenvoudige reden dat vitaminen heel kwetsbare stoffen zijn die we in beperkte mate nodig hebben. Het is onmogelijk om deze natuurlijke stoffen na te bootsen in een labo of om natuurlijke grondstoffen zodanig te verwerken dat de levenskracht in dergelijke tabletten blijft behouden. Voor de mineralen ligt het nog eenvoudiger. Alleen planten hebben de mogelijkheid om geïsoleerde mineralen op te nemen. Mens en dier kunnen mineralen alleen via organische structuren, de voedingsmiddelen, opnemen. Een appelboom bijvoorbeeld bezit het vermogen om uit de kalkrijke bodem calcium te halen. Deze calcium wordt in de appel opgenomen als deel van een organisch geheel. Als we een appel, amandelen of sesamzaad eten nemen we calcium op als deel van een organisch geheel omdat het actieve mineralen zijn. Als u landbouwkalk op uw bord strooit, zult u deze kalk niet als bruikbaar element kunnen opnemen. De theorie van actieve en inactieve mineralen is voldoende bekend.

In orthomoleculaire kringen denkt men daar anders over. De orthomoleculaire geneeskunde is een geneeswijze die er vanuit gaat dat iedere ziekte ontstaat door een tekort aan bepaalde stoffen. Als het voedingssupplement dit tekort aanvult is men weer genezen. Dit is een uiterst kortzichtig standpunt. Tekorten zorgen inderdaad voor ziekten, maar het is erg simplistisch dit tekort met een tabletje te willen aanvullen. In de natuurgeneeskunde gaan we altijd eerst na of deze stof wel voldoende in het voedingspatroon voorkomt. Indien dit niet het geval is, ligt het probleem in het menu en kan dit gemakkelijk worden aangepast. Zou blijken dat deze stof toch voldoende aanwezig is in het voedingspatroon, dan ligt het probleem bij de absorptie (darmen) of in de omzetting (stofwisseling). Wij hebben patiënten behandeld met ernstige tekorten die na een vastenkuur geen enkel tekort meer vertoonden, terwijl ze niets gegeten hadden! Zelfs bij een eenvoudige darmsanering loopt het tekort snel terug.

In de natuurgeneeskunde worden altijd de oorzaak en de uitlokkende factoren behandeld. Het is zinvol om patiënten die bijvoorbeeld een tekort aan ijzer hebben, naast een aangepaste therapie ook ijzerrijke voedingsmiddelen aan te bevelen zoals bijvoorbeeld sesamzaad, donkergroene groenten, enz. In orthomoleculaire middens beweert men dat de huidige voedingsmiddelen niet alle voedingsstoffen meer bevatten omdat de bodem is uitgeput. De chemische landbouw heeft onze voedingsmiddelen zeker niet verbeterd, maar recente onderzoeken, waarop de voedingsmiddelen-tabellen steunen, tonen aan dat onze huidige voedingsmiddelen nog voldoende voedings- en hulpstoffen bevatten. De voedingssupplementen zijn en worden nog steeds met een enorme publiciteitscampagne op de markt gebracht, zodat veel mensen de indruk krijgen dat het slikken van al deze middelen een noodzaak is. Diverse onderzoeken in Amerika, Engeland en andere Europese landen hebben ernstige bezwaren tegen het gebruik van al deze middelen. Zij stellen vast dat het regelmatig gebruik van deze middelen zelfs schadelijk is.

We worden door zo velen die deze mening bijgestaan. De EU heeft ernstige bezwaren tegen het gebruik van vitaminen- en mineralentabletten en heeft enkele jaren geleden richtlijnen uitgevaardigd voor voedingssupplementen die wel goedgekeurd worden door de EU lidstaten. Deze richtlijnen zorgen ervoor dat niet minder dan 300 gebruikte grondstoffen in meer dan 5000 verschillende vitaminen- en mineraaltabletten verboden zijn. Op het ogenblik dat de supplementen van de markt verdwijnen, krijgen de biologische geneesmiddelen, waarvan de onderzoeken zeer gunstig zijn, meer aandacht en waardering door de overheid en door de patiënt.

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

ZEG HET VOORT, ZEG HET VOORT

OPEN DAGEN OPLEIDINGEN EUROPESE ACADEMIE


Antwerpen-Deurne:  Campus Atheneum Deurne, Frank Craeybeckxlaan 22.

Donderdag, 5 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 u voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Maastricht:  Sint-Maartenscollege, Noormannensingel 50,
achterkant van het Centraal Station.

Zondag, 8 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Leuven:  Sint Pieterscollege, Minderbroedersstraat 13.
Ingang, metalen zwart hek, parkeren kan op de speelplaats.

Zaterdag, 14 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Gent:  KaHo Sint Lieven, Gebroeders de Smetstraat 1.

Dinsdag, 17 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

09:12 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-07-13

VOEDING EN DE VIER ELEMENTEN

Eeuwenlang werden kruiden ingedeeld volgens het principe van de vier elementenleer. Een kruid is warm, koud, vochtig of droog in de eerste, tweede, derde of vier graad. Sommige kruiden hebben meerdere kwaliteiten, dan spreekt men bijvoorbeeld van een kruid is warm in de derde en droog in de tweede graad of omgekeerd.  Voedingsmiddelen werden nooit op deze wijze ingedeeld. Bij voeding vertrekt men vanuit de smaak en het voedingspatroon dat bij het type behoort. We verwijzen hier naar het boek Fysionomiek.


Samenstelling van een voedingsmiddel

Een voedingsmiddel is samengesteld uit: Calorieleverende stoffen, dit zijn eiwit, vet en koolhydraten. Deze voedingsstoffen behoren uiteraard tot het element (V) omdat ze warmte leveren.

  • Voedingsmiddelen bevatten veel of weinig water. Waterrijke voedingsmiddelen hebben een afkoelende werking en behoren tot het element (W).
  • Voedingsmiddelen bevatten ook zuurstof, maar hierover is weinig geweten. Dit aspect behoort tot het element (L).
  • Mineralen, ballaststoffen en andere harde bestanddelen behoren tot het element (A).

Eiwit wordt in de voedingsleer zowel tot de calorieleverende stoffen als tot de opbouwende stoffen gerekend. Eiwit behoort zowel tot (V) als tot (A). Aan de hand van de inhoudsstoffen blijft het moeilijk een indeling te maken.  Het lijkt ons veel eenvoudiger om vanuit de mens te vertrekken. De typologie leert ons de verhouding van de elementen in het temperament bepalen en van daaruit is het niet zo moeilijk om het verband te leggen tussen de persoon en zijn juiste voeding. In de fysionomiek wordt het belang van de constitutie aangetoond.


Smaken

Er zijn 4 smaken:

·      Bitter:  behoort bij het V-type

·      Zout:   behoort bij het W-type

·      Zoet:   behoort bij het L-type

·      Zuur:   behoort bij het A-type

 

Voedingspatroon per element

Een Vuurtype geeft de voorkeur aan de bittere smaak en heeft behoefte aan een eiwit-vetrijke voeding, dus veel (V) om op korte tijd veel energie om te zetten. Indien een V-type té eiwit- en vetrijk eet geeft u aan deze persoon meer koude voeding, d.w.z. waterrijke voeding. Het V-type doet dat vaak spontaan door meer fruit te eten en veel te drinken.

Het Watertype heeft behoefte aan alles waarin veel zout is verwerkt. Zijn voorkeur gaat uit naar zetmeelrijke graanvoeding zoals brood, gebak en deegwaren. Zetmeelrijke voeding wordt altijd met zout bereid om de maagzuurproductie te stimuleren en de granen beter verteerbaar te maken. Zetmeel heeft bovendien de eigenschap water vast te houden. Het W-type drinkt veel en komt snel aan. Door een té waterrijke voeding heeft dit type soms meer eiwit en vet nodig. Dat kunt u berekenen door het voedingspatroon te controleren. Beperking van zetmeelrijke voeding en zout is in de meeste gevallen, zeker bij zwaarlijvigheid, aan te bevelen. Bij een W-type controleert u steeds de natrium-kalium verhouding (zie voedingsmiddelentabel). In een gezonde voeding heeft men weinig natrium maar erg veel kalium nodig. Aardappelen bevatten minder zetmeel (15 à 16%) dat van een heel andere samenstelling is dan het zetmeel uit granen. Aardappelen zijn ook kaliumrijk en waterafdrijvend.

Het Luchttype heeft behoefte aan suiker. Zijn spierweefsel heeft daar behoefte aan door zijn snelle motoriek. Het L-type verteert snel, neemt niet zoveel op, heeft een snelle verbranding en wordt daarom een ‘doorjager’ genoemd. Dit type eet grote hoeveelheden zonder te verdikken. De hoeveelheid is bij hem belangrijker dan de samenstelling van het voedingspatroon. Mensen met een verzwakt zenuwstelsel, die onder stress leven of psychisch belast zijn hebben extra behoefte aan zoet, ook al behoren ze niet tot het L-type. Hou daar rekening mee als u bij iemand een grote suikerconsumptie of trek in chocolade vaststelt.

Het Aardetype geeft de voorkeur aan de zure smaak en kiest daarom gemakkelijk voor voedingsmiddelen die bewaard zijn in azijn of melkzuur zoals augurken, zilveruitjes, zuurkool, enz. Ook zure sauzen weten ze te waarderen alsook yoghurt, karnemelk, citroen, pompelmoes en andere zure voedingsmiddelen. Het zijn goede groente-eters omwille van de hartelijke smaak. Ze eten vaak vetarm, weinig fruit en drinken kleine hoeveelheden. Het A-type zweet, zelfs in de zomer, weinig. Ze hebben meestal last van een droge stoelgang, dik bloed en een droge huid. Een L-A-type geeft de voorkeur aan een zoet-zure smaak.

 

Voedingspatroon aanpassen

Om het voedingspatroon voor iemand te bepalen of eventueel te verbeteren, is het nodig dat u de constitutie en het temperament bepaalt. Ga vooral de voorkeur van de smaak na en probeer aan de hand van zoveel mogelijke factoren (lichaamsbouw, gezichtsstructuur, stem- en taalgebruik, lichaamstaal, lichaamshouding en de persoonskwaliteiten) het temperament te bepalen. Vanuit deze gegevens neemt u een gesprek af (voedingsanamnese) en breng dit in verband met de problematiek van deze persoon. Het bestaande voedingspatroon zegt vaak veel over de persoon. In de natuurgeneeskunde werkt men steeds vanuit het contraria-principe, d.w.z. vanuit de tegenstellingen (zie Typologie). Iemand met té veel vuur heeft afkoeling nodig. De tegenstelling tussen warme (V) en koude voeding (W) is gemakkelijk te maken. Alle calorierijke voedingsmiddelen zijn warm en alle caloriearme voedingsmiddelen zijn koud. U herkent ze eveneens aan de hoeveelheid eiwit en vet en de hoeveelheid water. Alle waterrijke voedingsmiddelen (zie voedingsmiddelentabel) hebben een afkoelende werking. De tegenstelling tussen zuurstofrijke (L) en droge voeding (A) is moeilijk te maken. Er zijn weinig of geen voedingsmiddelen voor de horizontale as (L-A). Vandaar dat we het moeten stellen met warme en koude voeding.

Wie het temperament van de cliënt of de patiënt goed analyseert en zijn voedingspatroon kent, kan probleemloos vanuit zijn voedingskennis en de typologie de juiste voeding aanbevelen.


12:04 Gepost door Jan Dries in Vier elementenleer, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-06-13

Dries-dieet aanvullende voedingstherapie bij de behandeling van kanker

 

Het ‘Dries-dieet’ werd door Jan Dries, een ervaren voedingstherapeut met internationale reputatie, ontwikkeld. Op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten op het vlak van voeding, biofotonenonderzoek en vele jaren praktische ervaring met het begeleiden van meer dan duizend kankerpatiënten werd dit dieet voortdurend bijgestuurd. Het is een doeltreffend dieet dat zo vaak succesvol werd toegepast en het vertrouwen van iedere kankerpatiënt waard is. In zijn boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’ lezen we:

‘Wij moeten kanker anders leren zien, er anders mee omgaan en de moed hebben om aanvullende therapieën in te schakelen. Wie dat doet heeft een grotere kans om te genezen en de nevenwerkingen van chemotherapie en/of bestraling te beperken. Het kankerprobleem is uit zijn nauwe medische grenzen gelicht. Het is een complex probleem waarbij maatschappelijke factoren zoals industrialisatie, milieuvervuiling, levenswijze, stress, emotionele aandoeningen en vooral voeding een steeds duidelijker betekenis krijgen.’ 

De voedingsleer werd te lang analytisch en kwantitatief benaderd vanuit calorieën, eiwit, vet, koolhydraat, vitaminen en mineralen. De bezorgdheid ging enkel uit naar de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (ADH). De essentie van de voeding is men helaas uit het oog verloren. De voedingsindustrie heeft dit sterk in de hand gewerkt door de vermelding op het etiket als enig referentiepunt voor kwaliteit te beschouwen. De vervaldatum lijkt voor de consument naast de prijs de belangrijkste informatie. De mens is totaal vervreemd van zijn oorspronkelijke voeding, terwijl een kankerpatiënt juist behoefte heeft aan een krachtige en opbouwende voeding.


Een andere benadering

Kanker is een complexe en levensbedreigende ziekte waardoor iedere kankerpatiënt aangewezen is op noodzakelijke medische behandelingen. De oncologie heeft enorme vooruitgang gemaakt, maar dat neemt niet weg dat iedere kankerpatiënt zich dagelijks moet voeden. Het ‘Dries-dieet’ levert wel degelijk een gunstige bijdrage aan het genezingsproces alsook aan de herstelperiode achteraf. 

Wetenschappers hebben vastgesteld dat de mens en dat geldt ook voor de dieren, geen licht en geen mineralen rechtstreeks kan opnemen, dat kunnen alleen de planten. De plant vangt via het proces van de fotosynthese licht op. Deze lichteenheden worden in wetenschappelijke kringen ‘biofotonen’ genoemd. Lichtenergie wordt in de plant voor een groot deel omgezet in chemische energie die voor de vorming van de nutriënten zorgen. Een gedeelte van dit licht blijft als biofotonen in de plant achter en activeert alle biochemische processen binnen de plant, maar ook binnen de vertering en stofwisseling van het voedsel bij de mens. Mineralen en spoorelementen zijn anorganische stoffen die via de wortels van de plant worden opgenomen om deel te nemen aan een organische structuur. Alleen langs deze weg kunnen mens en dier mineralen en spoorelementen tot zich nemen.

De Duitse fysicus Prof. Dr. Popp heeft gezegd: ‘De mens is geen calorieëneter maar een lichtzuiger.’ Of anders uitgedrukt, de mens voedt zich met licht, dat wil zeggen dat hij door middel van zijn voedingsmiddelen licht tot zich neemt. Biofotonen en inhoudsstoffen zijn zodanig met elkaar verbonden dat ze een eenheid vormen. Een nutriënt of voedingsstof kan alleen in energie worden omgezet als ze zelf voldoende energie bezit. Voedingsmiddelen beschikken over een aangepaste structuur om hun energie zo lang mogelijk vast te houden. Ongunstige omstandigheden bij het bewaren van voedingsmiddelen zorgen voor een verlies aan lichtenergie. Ieder verstoring van deze structuur zoals bij bewerking, hoge bereidingstemperaturen, industriële bereidingen enz. zorgen voor een aanzienlijk verlies aan biofotonen.

Steunend op deze vaststellingen kunnen we met grote zekerheid er vanuit gaan dat geïndustrialiseerde voeding, zoals ze te koop wordt aangeboden in de warenhuizen, van bedenkelijke kwaliteit is. Een voedingsmiddel of een voedingsproduct mag over voldoende inhoudsstoffen beschikken, maar als er te weinig lichtenergie aanwezig is, kan men er vanuit gaan dat de effectieve voedingswaarde ontoereikend is. Zowel in Europa als in Amerika eten de mensen daarom steeds grotere hoeveelheden voedsel om zich te voeden met zwaarlijvigheid als gevolg. Het is opvallend, maar zeer begrijpelijk dat kankerpatiënten die het ‘Dries-dieet’ volgen met een geringe hoeveelheid voedsel toekomen terwijl hun lichaamsgewicht stabiel blijft en bloedanalyses aantonen dat er geen tekorten zijn.

 

Een tijdelijk dieet

De lichtenergie maakt deel uit van de levenskracht van de voedingsmiddelen die op hun beurt de levenskracht van de mens ondersteunt. Bij iedere ziekte wordt de levenskracht aangetast en bij ieder genezingsproces wordt ze weer hersteld. Bij een acute kanker worden, zo lang de behandeling duurt, alle voedingsmiddelen rauw gegeten maar op een zodanige manier bereid en voorzien van de nodige aantrekkelijke sausjes, dat het dieet door haast iedereen gewaardeerd wordt. Meestal wordt het ‘Dries-dieet’ gedurende 3 à 6 maanden gebruikt, in uitzonderlijke gevallen iets langer.

Bij rauwe voeding zijn alle voedingsstoffen onaangetast, alle enzymen nog intact en is de hoeveelheid biofotonen vrij groot. Rauwe voedingsmiddelen worden in de beste omstandigheden verteerd omdat ons verteringsstelsel nog altijd op rauw voedsel is afgestemd, vertering is trouwens een enzymatisch proces. De tijdens de vertering vrijgekomen nutriënten zijn rijk aan biofotonen zodat de stofwisseling optimaal verloopt en er ontzettend veel energie vrijkomt. Rauw voedsel is erg hygiënisch en kent een antiseptische werking terwijl gekookt voedsel op relatief korte tijd vatbaar is voor bederf. Bij sommige kankerbehandelingen is een absolute steriliteit vereist en wordt ieder risico op besmetting vermeden, zelfs het gebruik van rauw voedsel, maar dat is een echte uitzondering.

Bij een chronische kanker of tijdens de herstelperiode wordt het dieet aangevuld met gekookt voedsel, niet omdat dit nodig is maar wel omwille van het sociale aspect dat nu eenmaal thuis hoort in onze voedingscultuur. Voedsel bestaat voor iedereen uit dampende kookpannen en warme gerechten. Voor iedere kankerpatiënt die met het ‘Dries-dieet’ start, is het aanvankelijk een aanpassing, hoewel niemand honger lijdt en men een onbeperkte hoeveelheid  mag eten. Na de eerste week verloopt de aanpassing rimpelloos. Het is vooral het gunstig verloop van het ziekteproces dat voor een goede motivatie zorgt. Na vier weken kan iedere arts aan de hand van een bloedanalyse vaststellen dat de kwaliteit van het bloed opvallend is verbeterd.


Een fruit-groente dieet 

Het ‘Dries-dieet’ bestaat uit twee fruitmaaltijden en een groentemaaltijd  aangevuld met noten, zaden, pitten, kwark, yoghurt, melkwei, olie enz. Dit dieet levert de nodige eiwitten, vetten en koolhydraten in de juiste verhouding en van hoge kwaliteit gezien ze niet door warmtebronnen zijn aangetast. In een rauwkostdieet gaat men bij bereidingen nooit boven de 40° C.  Daarnaast levert dit dieet een overvloed aan vitaminen, mineralen, ballaststoffen zoals ruwe vezels en is het bijzonder rijk aan kankerremmende stoffen. Er worden keukenkruiden en natuurlijke en gezonde zoete ingrediënten gebruikt. Door het feit dat alles rauw wordt gegeten is de vertering en stofwisseling zo optimaal dat de reële behoefte aan calorieën opvallend lager ligt dan bij een traditioneel voedingspatroon.

De mens bezit, ondanks zijn culturele evolutie, nog steeds een spijsverteringsstelsel dat aan alle fysieke kenmerken van een vruchteneter of fructivoor voldoet. Dit betekent dat vruchten zoals fruit, bessen, watervruchten, noten, zachte zaden en pitten voor de mens nog steeds de meest ideale voedingsmiddelen zijn. Groenten zijn, indien ze fijn zijn gesneden en met een kruidig oliesausje worden vermengd, een goede aanvulling op de twee fruitmaaltijden. Omdat kankerpatiënten meestal geen echte fruiteters zijn, wordt de groentemaaltijd erg gewaardeerd. Groenten, alsook een beperkt aantal zuivelproducten,  maken het dieet een stuk aangenamer. De hoeveelheid voedsel speelt geen doorslaggevende rol. De meeste patiënten eten in de beginfase erg veel omdat hun spijsverteringsstelsel zich moet aanpassen aan dit zuiver voedsel, bovendien eten ze meestal te snel. Na enkele weken stelt iedereen vast dat, door traag te eten en goed te kauwen, het verzadigingsgevoel sneller optreedt. Men is verrast dat men door minder te eten maar op een juiste manier en met uitzonderlijk goede voedingsmiddelen men veel meer uit zijn voedsel haalt.

 

Kankerremmende voedingsmiddelen

Van kruiden weet men al lang dat bepaalde inhoudsstoffen verantwoordelijk zijn voor de genezende werking. Nu komt men tot de vaststelling dat gelijkaardige stoffen, soms zijn het dezelfde, in voedingsmiddelen voorkomen en verantwoordelijk zijn voor de genezende werking van deze voedingsmiddelen bij bepaalde ziekten. De wetenschap bevestigt met hun onderzoeken wat de mens al eeuwenlang wist, namelijk dat bij een bepaalde ziekte sommige voedingsmiddelen hier een gunstige werking op hebben. Deze stoffen werden aanvankelijk fytochemicaliën of fytochemische bestanddelen genoemd, later secundaire plantenstoffen, supernutriënten of levende macromoleculen, steeds meer wordt de naam ‘bioactieve substanties’ of ‘bioactieve stoffen’ gebruikt.

Bioactieve substanties zijn biologische actieve verbindingen in planten die vaak terug te vinden zijn in de kleur- en smaakstoffen van de voedingsmiddelen. Deze stoffen zijn op de eerste plaats voor de plant bedoeld als verweringsstoffen tegen stresstoestanden en hebben verschillende beschermende functies tegen negatieve omgevingsfactoren. Zij dragen bij tot een gezonde groei en ontwikkeling van de plant en beschermen deze tegen allerlei ziekten, micro-organismen, insecten en ongedierte, schadelijke klimatologische invloeden of reageren langs chemische weg tegen allerlei vormen van stress. Zij trekken voor de plant nuttige insecten aan.

Deze beschermende functies worden via de voeding op de mens overgedragen. De specifieke werking, die uiteraard uitgaat van deze stoffen, is pas mogelijk door de aanwezigheid van andere stoffen met wie ze een organisme vormen. Ieder organisme is een levende structuur of entiteit die levensenergie of levenskracht bezit. Dit betekent dat de werking van bioactieve substanties afhankelijk is van de aanwezige biofotonen. Het is door dit licht dat deze genezende stoffen geactiveerd worden, met andere woorden er is geen werking mogelijk zonder lichtenergie. De in het ‘Dries-dieet’ geselecteerde voedingsmiddelen zijn niet alleen rijk aan bioactieve substanties maar tegelijkertijd aan biofotonen. Eenvoudig uitgedrukt kunnen we zeggen dat de kankercellen via deze bioactieve substanties voldoende licht ontvangen om kankercellen te vernietigen. Het gaat hier om een grote groep van polyfenolen zoals divers soorten flavonoïden, fenolzuren, stilbenen, cumarinen en lignamen maar ook terpenen, zwavelverbindingen, saponienen enz. Zij werken niet alleen in op kanker maar ook op virale en bacteriële infecties, schimmels en versterken de immuniteit.

  

Suiker

Men leest soms, vooral in verouderde literatuur, dat kankercellen zich met suiker voeden. Dat vraagt wel enige uitleg om verwarring te voorkomen. Suiker, in de vorm van koolhydraat, is de belangrijkste voedingsstof voor alle levende wezens. Dieren die tot de groep van de carnivoren worden gerekend, zoals een kat of een hond, krijgen via hun voeding zeer weinig koolhydraten binnen, maar maken hun suikers zelf aan uit vet. De mens kan dat ook bij gebrek aan suiker. Dat wijst nog eens op de onmisbare rol van suiker in het leven van de mens. 

In een gezonde voeding heeft de mens 1 deel eiwit, 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraat nodig. We moeten een onderscheid maken tussen koolhydraten zoals deze in zijn diverse vormen voorkomen in voedingsmiddelen en ‘geïsoleerde suikers’ zoals deze door de industrie wordt voortgebracht. Geïsoleerde suikers zoals witte bietsuiker of bruine rietsuiker bevat voor 99% suiker en werden alle verwante stoffen verwijderd. Terecht noemt men suiker ‘het zoete vergif.’ Het is deze suiker die ongetwijfeld een kankergezwel doet groeien. Natuurlijke suikers, in de vorm van koolhydraat in voedingsmiddelen en in relatie met andere stoffen, vernietigt de kankercellen.

 

Antioxidanten

Antioxidant is een van de vele modewoorden van de laatste jaren waarop een hele industrie floreert. Vrije radicalen worden immers met antioxidanten bestreden. Wat de meeste mensen niet weten is dat het lichaam over drie belangrijke verdedigingssystemen beschikt die de strijd tegen vrije radicalen aangaan. Indien deze systemen door ziekte of andere omstandigheden de strijd niet langer aankunnen, levert de voeding de nodige vitaminen en mineralen die als antioxidanten fungeren. Het ‘Dries-dieet’ is bijzonder rijk aan antioxidanten.

 

De werking van het Dries-dieet 

Als kankerpatiënt is men graag bereid om met een dergelijk dieet als aanvullende of complementaire therapie te starten op voorwaarde dat men voldoende zekerheid heeft. Geen enkele oncoloog geeft absolute zekerheid aan zijn patiënt, hij kan vanuit zijn ervaring de genezingskansen van een patiënt min of meer inschatten. Dat geldt evenzeer voor voedingstherapie. Het ‘Dries-dieet’ heeft als doel de genezingskansen te verhogen, de nevenwerkingen van de medische behandelingen te beperken of draagbaar te maken of bij een terminaal patiënt het leven te verlengen en de levenskwaliteit te verhogen. Het heeft altijd zin om met het dieet te starten, het heeft trouwens geen enkel nadeel. We vermelden hier de werking van het ‘Dries-dieet’.

  • Het spijsverteringsstelsel gaat zich herstellen en beter functioneren. 
  • Het reinigt de darmen en zorgt voor een of meerdere ontlastingen per dag wat gunstig is bij ieder genezingsproces.
  • Het lichaam ontvangt de nodige voedingsstoffen in een juiste hoeveelheid en in goede verhouding met een overvloed aan vitaminen, mineralen, ballaststoffen enz. 
  • Het is een waterrijk dieet wat de vertering vergemakkelijkt en de waterhuishouding ten goede komt.
  • Alle nutriënten zijn onberispelijk, onaangetast en verkeren in de beste omstandigheden. 
  • De stofwisseling gaat door een optimale vertering uitzonderlijk goed functioneren en laat een minimum aan afvalstoffen achter die door het lichaam uitgescheiden worden zodat vervuiling of verzuring is uitgesloten.
  • Alle voedingsmiddelen zijn rijk aan biofotonen en activeren alle biochemische processen, inclusief het genezingsproces. 
  • De geselecteerde voedingsmiddelen zijn rijk aan bioactieve substanties of stoffen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij een kankerremmende werking hebben.
  •  Het ‘Dries-dieet’ scheidt na een chemokuur de afvalstoffen sneller uit het lichaam en maakt de nevenverschijnselen daardoor dragelijker. 
  • Het bloed verbetert op relatieve korte tijd wat gunstig is voor het genezingsproces.
  • Het ‘Dries-dieet’ levert een aantoonbare gunstige invloed op het genezingsproces.
  • Er is een vitaliserende werking vast te stellen, wat zeker belangrijk is tijdens de herstelfase.
  • Het toepassen van het ‘Dries-dieet’ verkleint de kans op een terugval.
  • Het ‘Dries-dieet’ heeft een gunstige invloed op het gedrag, de emotionaliteit en de strijdbaarheid dat bij kanker niet mag onderschat worden.

  

Als kanker toeslaat

Wie vermoedt aan kanker te lijden, doet er goed aan om zo snel mogelijk contact op te nemen met de huisarts en de oncoloog. Vaak lijden mensen aan carcinofobie of angst voor kanker en brengen ze iedere klacht in verband met kanker. Een grondig onderzoek geeft zekerheid en neemt de twijfel weg. Bij ieder vermoeden moet er zo snel mogelijk zekerheid worden geboden en dat kan alleen via grondig klinisch onderzoek.

Indien kanker wordt vastgesteld volgt men alle instructies die de oncoloog vooropstelt. Daarnaast beschikt iedere patiënt over het recht zelf te kiezen voor aanvullende of complementaire therapieën. Van alle alternatieve therapieën is voedingstherapie de meest efficiënte. In plaats van zijn slechte voedingsgewoonte voort te zetten, heeft de patiënt er alle belang bij om naast de reguliere behandeling het ‘Dries-dieet ‘ te volgen. Geen enkele voedingstherapie is bedoeld om de reguliere behandeling te vervangen, het is een aanvulling of ondersteuning.

Het ‘Dries-dieet’ staat uitvoerig beschreven met voorbeelden van dagmenu’s en vele adviezen in het boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’. Daarnaast kan men zich laten begeleiden door gediplomeerde gezondheidstherapeuten die een vierjarige opleiding hebben genoten aan de Europese Academie voor Natuurlijke Gezondheidszorg’ te Antwerpen, Gent, Leuven of Maastricht. Ze zijn door Jan Dries opgeleid in de biologische kankerbestrijding. Meestal gaat men om de vier weken op consultatie en wordt de toestand alsook het verloop van het dieet besproken en eventueel aangepast. Gesprekstherapie of een sessie Biorelaxatie is een goede aanvulling op het dieet. De meeste kankerpatiënten en hun familie hechten veel belang aan deze bijkomende ondersteuning. 

 

Waarschuwing en contra-indicatie

Voor kankerpatiënten die zonder enige begeleiding met het dieet starten, verwijzen we naar enkele waarschuwingen en contra-indicaties.

  •  Het ‘Dries-dieet’ is bedoeld als aanvulling en ondersteuning van een reguliere behandeling en kan deze niet vervangen.
  • Het dieet is niet geschikt voor suikerpatiënten omdat er veel fruit wordt gegeten dat rijk is aan enkelvoudige suikers.
  • Het dieet is niet geschikt voor mensen die aan magerzucht lijden met een BMI dat lager ligt dan 20.
  • Bij de aanvang van het dieet zal iedere patiënt lichaamsgewicht verliezen doordat het eerder een caloriearm dieet is dat rijk is aan kalium waardoor het overtollig lichaamsvocht wordt uitgescheiden, de bloeddruk en de waterhuishouding zich normaliseren. Na zes à acht weken stabiliseert het gewicht of kan licht stijgen.
  • Advies en begeleiding is aan te bevelen.

 

Voor meer informatie

 

Het boek ‘Er is nog HOOP als kanker toeslaat’ door Jan Dries is verkrijgbaar bij

Acenea

Wie het ‘Dries-dieet’ onder begeleiding van een Gezondheidstherapeut wil volgen, kan contact opnemen met de BBNa,  Beroepsvereniging Beoefenaars Natuurgeneeskunde

www.natuurgeneeskundigen.be

 

12:01 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

10-12-07

Confituur zonder cholesterol

F0014582ispi039211

Op een etiket van een potje ambachtelijk bereide confituur staat te lezen: Deze confituur bevat geen cholesterol en geen natrium en is dus goed voor de slanke lijn. Onzin, confituur bevat nooit cholesterol. Alleen dierlijke voedingsmiddelen bevatten cholesterol. Confituur bevat nooit natrium of zout. De fabrikant zet iets op het etiket dat niets met het product te maken heeft, maar zet bewust de onwetende consulent aan tot het eten van zijn confituur. Op het etiket stond wel vermeld dat de confituur 50% uit suiker bestaat. Er werd geen commentaar gegeven op suiker, het zoete vergif. Industriesuiker is schadelijk omdat het een geïsoleerd product is en ontdaan van al zijn natuurlijke componenten. Als suiker in het lichaam komt, ontstaat er een rooftocht naar de onbrekende componenten o.a. calcium, magnesium en vitaminen van het B-complex.

 

Industriesuiker bestaat uit dubbele suikers die snel afgebroken worden in enkelvoudige suikers. De grote hoeveelheid suiker die in het lichaam vrijkomt, doet de bloedsuikerspiegel stijgen. De pancreas is verplicht om daarop te reageren door insuline vrij te geven om de bloedsuikerspiegel op zijn normaal niveau terug te brengen. Door regelmatig grote hoeveelheden industriesuiker te gebruiken, geraakt de pancreas uitgeput. Dat is een van de vele oorzaken waardoor er tegenwoordig steeds meer suikerziekte wordt vastgesteld.  Suiker is voor de mens de belangrijkste voedingsstof die we, in tegenstelling tot eiwit en vet, in grote hoeveelheden nodig hebben. De reguliere voedingsleer zegt dat 60%  van de calorische waarde door suiker dient vertegenwoordigd te zijn en daar zijn we het roerend mee eens.  Natuurlijke suikers vinden we in fruit en honing, in geconcentreerde vorm als zetmeel in aardappelen, wortelgewassen en granen. We hebben geen industriesuiker nodig om deze dagelijkse behoefte te dekken.

 

10:30 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-10-07

Vrouwelijk en mannelijk voedsel

200128210-001
 

De grote Hippocrates, grondlegger van de natuurgeneeskunde, heeft tweeduizend vijfhonderd jaar geleden al gewezen op het belang van de voeding. Sinds die tijd weten we dat voedsel, net als kruiden, een genezende werking heeft. Modern wetenschappelijk onderzoek heeft een aantal stoffen of combinaties van stoffen achterhaald die een farmacologische werking hebben. Men noemt deze stoffen bioactieve substanties of fytochemicaliën. Een aantal voedingsmiddelen worden bij voedingstherapie aanbevolen bij mannelijke of vrouwelijke ziekten. Dat betekent niet dat er typisch mannen- en vrouwenvoedsel bestaat. Ieder levend wezen heeft behoefte aan eiwit, vet en koolhydraten, de drie onmisbare voedingstoffen die voor de nodige warmte-energie zorgen. Daarnaast zijn er hulpstoffen zoals water, vitaminen, mineralen, ballaststoffen en nog vele andere stoffen die in vrij kleine hoeveelheden voorkomen. Ze worden micronutriënten genoemd.

 

Het voedingspatroon van de mens is universeel of zou dat moeten zijn. Omdat er verschillen zijn in lichaamsbouw, energiebehoeften en lichaamsfuncties tussen man en vrouw, zijn er ook verschillen in het voedingspatroon. De man eet grotere hoeveelheden voedsel dan een vrouw, hoewel dit gerelativeerd moet worden. De voedingsbehoefte wordt bepaald vanuit het lichaamsgewicht. Een grote vrouw eet in principe meer dan een kleine man. Mannen hebben meer spiermassa en vrouwen meer lichaamsvet, vandaar verschillen in voedingsbehoeften tussen beide geslachten. Omdat zink een grotere rol speelt in de hormoonhuishouding van de man dan bij vrouwen is de behoefte aan dit mineraal 30% groter bij mannen dan bij vrouwen. Zink is een belangrijk bestanddeel van het mannelijk geslachtshormoon testosteron. Zink is ook betrokken bij het groeiproces bij kinderen. Zink komt in haast alle voedingsmiddelen in grote hoeveelheden voor. Het heeft geen zin om zink in tabletvorm te slikken. Zink uit volle granen wordt niet opgenomen door de aanwezigheid van fytinezuur, maar binnen een gevarieerde  voeding heeft men niets te vrezen. Alleen bij afgelegen bergvolkeren die een eenzijdige graanvoeding gebruikten werd ooit zink tekort vastgesteld, hetgeen er voor zorgde dat daar veel dwergen voorkwamen.

 

De behoefte aan ijzer is bij vrouwen groter dan bij mannen. Mannen hebben slechts 10 milligram per dag nodig, bij vrouwen ligt dit op 15 milligram. Deze behoefte blijft bestaan tot in de menopauze. Dit belangrijk mineraal komt voor in alle groene groenten. Er is een verband tussen ijzer uit groenten en de vitamine C. Wie een te kort heeft aan ijzer doet er goed aan om niet alleen groene groenten te eten maar gelijkertijd voldoende fruit omwille van de vitamine C. Een uitzonderlijke goede bron van ijzer is sesamzaad. Deze kleine harde zaadjes dienen wel vooraf gemalen te worden met een elektrische koffiemolen. Maal alleen wat u per dag nodig hebt, anders wordt het gemalen sesam snel ranzig. Strooi de gemalen sesam in de soep of op rauwe groenteschotel.

 

De  behoefte aan foliumzuur (vit. B.11) is eveneens van het geslacht afhankelijk. De behoefte bij de vrouw in haar vruchtbare leeftijd ligt dubbel zo hoog als bij de man. Foliumzuur vinden we voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen zoals spinazie, broccoli en spruitjes. Zo zijn er ook verschillen in behoeftes tussen man en vrouw bij  vit.E, vit. A, vit K en bij magnesium. Men hoeft zich hier geen zorgen over te maken omdat een gevarieerde voeding met voldoende groenten en fruit, zowel bij man als vrouw, voldoende nutriënten levert. Het lichaam weet wat het nodig heeft. Bij teveel worden deze stoffen uitgescheiden of geneutraliseerd, bij een te kort doen er zich bepaalde symptomen voor. Deze symptomen zijn door artsen en therapeuten goed herkenbaar.

12:15 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-07

De mythe rond de vitamine C

59312ispc032048

De mens is in tegenstelling tot de meeste diersoorten niet in staat zelf vitamine C aan te maken. Bij gevolg moet ze via de voeding worden aangevoerd. Wateroplosbare vit. C (L-ascorbinezuur) is absoluut nodig voor de stofwisseling en het immuunsysteem. De belangrijkste bronnen zijn vers fruit en groenten. Vit.C is echter gevoelig voor zuurstof en voor warmte. Tijdens het koken of bakken van voedsel wordt deze vitamine voor een  groot deel vernietigd. Vandaar het belang dat er dagelijks ook rauwe dingen worden gegeten. De dagelijkse behoefte ligt volgens de reguliere voedingsleer op 75 mg per dag, een hoeveelheid die gemakkelijk is te bereiken. Mensen die gezond eten krijgen minstens het dubbele binnen.

 

  • Rozenbottel, rauw: 1250 mg/ 100 g.
  • Rozenbottel, vruchtvlees en schaal: 1500 mg.
  • Acerola, rauw: 1500 mg
  • Acerolasap: 1000 mg.
  • Duindoornbes: 450 mg.
  • Duindoorbessap: 266 mg.
  • Peterselieblad, rauw: 166 mg.
  • Paprika (rood, geel, groen): 140 mg.
  • Paprika gestoomd: 105 mg.
  • Broccoli, rauw: 110 mg.
  • Spruiten: 102 mg.
  • Gekookte spruiten: 87 mg.
  • Groene kool, rauw: 105 mg.
  • kiwi: 100 mg.
  • Papaya: 70 mg.
  • Bloemkool: 69 mg.
  • Koolrabie: 66 mg.
  • Aardbei: 62 mg.
  • Tuinkers: 60 mg.
  • Citroen: 53 mg
  • Citroensap: 51 mg.
  • Spinazie, rauw: 51 mg.
  • Sinaasappelsap, vers geperst: 52 mg.
  • Sinaasappel, rauw: 50 mg.
  • Rode kool, rauw: 50 mg.
  • Savooikool, rauw: 50 mg.
  • Witte kool: 47 mg.
  • Grapefruit, ruwe pompelmoes: 41 mg.
  • Pompelmoessap: 40 mg.

 

U merkt dat vit. C in groenten en fruit massaal voorkomt en dat zich niemand zorgen hoeft te maken om aan een te kort aan vit. C te lijden. Het gebruik van vit.C tabletten is daarom onzinnig.

Prof. Linus Pauling gebruikte tot aan zijn dood in 1994 per dag 10 gram in poedervorm. Hij werd 95 jaar oud. Er is geen aantoonbaar verband tussen zijn hoge leeftijd en het gebruik van vit.C in tabletvorm. Hij was genetisch bevoordeeld waardoor hij zijn dwaze remedie vrij lang heeft overleefd. Zonder vit.C tabletten zou hij ongetwijfeld ouder zijn geworden. De mythe rond de vitamine C is door hem gelanceerd en daar heeft de vitamine-industrie gretig op ingespeeld. Volgens  Dr. Helmut Oberreiter, wetenschappelijke leider van het Deutschen Gesellschaft für Ernährung (DGE)  neemt vit. C geen bijzondere plaats in binnen de groep van deze stoffen. Alle vitaminen zijn van levensbelang. Volgens hem is er geen enkel wetenschappelijk bewijs aan te voeren dat het slikken van vitaminetabletten de gezondheid ten goede komt. Er moet een grondig onderscheid gemaakt worden tussen natuurlijke vitamine C zoals deze in voedingsmiddelen voorkomt en deze die in een laboratorium geproduceerd worden als ascorbinezuur of vrijkomt bij de productie van suiker of andere industriële processen. Vit C is lang een geliefd voedingssupplement geweest, maar daar worden nu vele vragen rond gesteld.

 

De natuurlijke vitamine C remt, volgens Dr. Oberreiter de vorming van nitrosaminen in de maag en biedt daarbij een bescherming ter voorkoming van maagkanker. Vit. C is een belangrijk antioxidant en vernietigt vrije radicalen. Vandaar dat fruit en groenten een goede bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten, maar ook tegen maagkanker. Een vitaminetablet kan deze werking niet vervangen en zeker niet evenaren. Zij helpen ook niet bij verkoudheden volgens deze wetenschapper. Hij wijst er op dat de immuniteit door het eten van fruit en groenten wel degelijk versterkt wordt. Op de vraag of een overdosis gevaarlijk kan zijn, antwoordde hij: te veel aan natuurlijke vit. C wordt via de nieren en de darm afgevoerd. Bij het gebruik van tabletten in hogere dosis is de vorming van nierstenen niet uit te sluiten. Een te kort aan vit. C zorgt voor vermoeidheid, bloedend tandvlees en verhoogde vatbaarheid van infecties.

 

Dr. Markus Horneber is een kankerspecialist en verbonden aan het Klinikum Nord in Nürnberg en heeft zijn twijfels over een onderzoek van het National Cancer Institutes in de VS waar beweerd wordt dat hoge doseringen vit C kankercellen zou doden en gezonde cellen onaangeroerd laat. Vooreerst is dit onderzoek  nog in een te vroeg stadium en mochten er  positieve resultaten bereikt worden, dan is dit slechts een fractie in het hele genezingsproces. Een paar tonen leveren nog geen melodie op, lacht hij sceptisch. Kankeronderzoek is erg complex, zegt hij en zelden gaat het om één vitamine. Daarmee bedoelt hij dat voeding een hele groep vitaminen levert samen met mineralen en andere stoffen. Het is het geheel van al deze stoffen die een kankerremmende werking hebben. Ten slotte wijst Dr. Horneber er op dat er de laatste tijd steeds meer irriterende studieonderzoeken worden gepubliceerd waaruit zou blijken dat voedingssupplementen de kans op kanker zou vergroten. Hij raadt iedereen aan niet te geloven in de slogan: ‘meer vitaminepillen, minder kanker’ want dat is een grote leugen.    

10:00 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gezondheid, vitamine c, voeding |  Facebook |

19-06-07

Asperges

AA051032AA042885u10057813

 

Van april tot juni is het de aspergestijd. Asperge (Asparragus officinalis L) is een verrukkelijke groente en de teelt is erg eenvoudig maar arbeidsintensief. Er zijn groene en witte asperges. In feite gaat het om dezelfde plant. Bij witte asperges maakt men een zandrug van ongeveer 30 cm over de plant heen. Op de wortel ontstaat een stengel die naar het licht groeit en zich door de zandrug heen drukt. Als de kop van de stengel zichtbaar wordt, steekt men de asperge. Groene asperge wordt niet afgedekt en krijgt onder invloed van het licht een groene kleur.

 

Fijne dunne asperge kan men rauw eten en heeft een lichte zoete smaak. Meestal wordt asperge gekookt, maar mag niet opnieuw worden opgewarmd omdat het een nitraathoudende plant is.  De gekookte asperge verliest uiteraard vitaminen, maar behoudt een groot deel van zijn geneeskrachtige werking. Ze is erg rijk aan provitamine A,  vitaminen van het B complex zoals B1, B2, B3, B6 en bevat zelfs foliumzuur. De aanwezigheid van kalium werkt waterafdrijvend, bovendien bevat deze groente zink, een mineraal dat betrokken is bij de werking van een groot aantal enzymen.

 

Geneeskrachtige werking

 

  • Heeft een sterk waterafdrijvende werking.
  • Werkt ontzurend.
  • Stimuleert de nierwerking.
  • Versterkt de ogen en goed tegen nachtblindheid.
  • Versterkt de slijmvliezen.
  • Heeft een gunstige invloed op het stressmechanisme.
  • Goed tegen concentratieproblemen.
  • Activeert de stofwisseling van eiwit, vet en koolhydraten.
  • Verhoogt de kwaliteit van de huid, het haar en het bindweefsel.
  • Goed bij slaapproblemen.
  • Werkt celverjongend.
  • Stimuleert de bloedvorming en zuurstofverzorging.
  • Versterkt de immuniteit en heeft een antiseptische werking.
  • Goed tegen darmverstopping en trage darmwerking.

 

Door zijn sterk onzurende en waterafdrijvende werking helpt asperge bij zwaarlijvigheid, oedeemvorming, hartproblemen, blaas- en nierklachten. Als u asperges eet, geniet dan niet alleen van deze prachtige groente maar besef ook zijn opvallende genezende werking.

09:30 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (7) | Tags: asperges, waterafdrijvend, ontzuring, dieet |  Facebook |

17-06-07

Fruit of fruitsap!

6708673348056ispc032048

Fruit is ons basisvoedsel en fruitsap is een gemakkelijke manier om het te gebruiken. De mens is van nature een fructivoor of vruchteneter. Ondanks ons gewijzigd voedselpatroon bezit ons spijsverteringstelsel nog alle kenmerken van een vruchteneter. Degenen die de soort of het ras bepalen, wijzigen zich uiterst moeizaam, dat zien we ook in de dierenwereld. Toen ik vijfendertig jaar geleden het fruitontbijt introduceerde en de mensen aanraadde om meer fruit te eten werd ik vaak op hoongelach onthaald. De tijden zijn nu veranderd, fruit wordt steeds meer en meer als belangrijk beschouwd. Veel mensen vragen zich af of fruit door fruitsap kan vervangen worden? Ik ga even proberen het onderscheid tussen beide te verduidelijken.

 

Fruit is een sappige vrucht, bevat eiwit en vet, redelijk veel natuurlijke suikers, ruwe vezels en andere ballaststoffen, veel water en erg veel vitaminen, mineralen, natuurlijke kleurstoffen en bijzondere stoffen zoals antioxidanten en bioactieve substanties. Er zijn voldoende wetenschappelijke argumenten aan te voeren dat fruit erg gezond is en dagelijks nodig is ter voorkoming van ziekten. Uiteraard is fruit arm aan eiwit en vet, maar vergeet niet dat men er veel van kan eten zodat de hoeveelheid eiwit en vet niet verwaarloosd mag worden. Als u fruit traag eet, voldoende kauwt haalt u ontzettend veel uit fruit. Vooral de ballaststoffen zorgen voor een goede ontlasting en herstelt een verzwakte darm.

 

Fruitsap ontstaat door fruit te persen. Aan de ene kant krijgen we het sap en aan de andere kant de pulp. Deze pulp bevat nog heel veel voedingsstoffen. Het persen van fruit levert altijd verlies op. U moet verschillende appels persen om een glas appelsap over te houden. Bij sinaasappelsap is dit verlies het geringste omwille van zijn waterachtige structuur. Sap dat blootgesteld wordt aan licht en zuurstof verliest aan waarden. En toch heeft fruitsap ook belangrijke voordelen. Fruitsap is bijzonder licht verteerbaar, net als moedermelk is het een vorm van vloeibaar voedsel. Een baby gebruikt moedermelk of eventueel koemelk omdat het spijsverteringstelsel te zwak is voor vast voedsel. Dat wijst er op dat vloeibaar voedsel geen of zeer weinig beroep doet op het verteringstelsel. Als u een glas sap drinkt, vloeit dat via de maagstraat naar de darm en wordt daar meteen door de darmvlokken opgenomen. Het gebruik van sap verlicht de vertering en geeft een hoog verteringsrendement m.a.w. u haalt er ontzettend veel uit. Ondanks verlies aan voedingsstoffen blijft het gebruik van fruitsap aanbevolen.

 

Vers geperst fruitsap overtreft alle kwaliteiten. Een goede fruitpers is noodzakelijk, vooral een traag werkende pers is aan te bevelen. Het fruit dat u perst moet van goede kwaliteit zijn en vooral goed rijp. Het nadeel van persen is het schoonmaken van de pers. De pulp kan eventueel gebruikt worden in andere gerechten zoals in yoghurt. U kunt ook meerdere fruitsoorten samen persen. De smaak wordt daardoor aantrekkelijker en het werkingsspectrum of de invloed van het sap op de organen, wordt er door vergroot. Pers geen fruit en groenten samen tot één sap. Fruit en groenten hebben een heel andere samenstelling en door ze samen te persen wordt de onderlinge verhouding verstoord, wat invloed heeft op de vertering. Fruitsap dient u langzaam op te drinken of op te zuigen met een rietje, liefst voor of los van de maaltijd.

 

Kant en klare sappen zijn niet vergelijkbaar met vers geperst sap, hoewel ook daar er verschillende kwaliteiten worden aangeboden. In de natuurvoedingswinkel vindt u vaak kwaliteitssappen. Sommige sappen zijn afkomstig van biologisch fruit en dat is een belangrijk argument. Andere fabrikanten gebruiken fruit uit de gewone teelt maar garanderen dat er geen additieven zijn toegevoegd. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen sappen die na het persen in flessen worden verpakt en sappen op basis van fruitconcentraat. Fruitsap uit de supermarkt is altijd op basis van concentraat. In gespecialiseerde bedrijven wordt van fruit een soort siroop gemaakt door het water er zoveel mogelijk uit te verwijderen. De fruitsapfabrikanten kopen dit concentraat aan en vermengen het met water en voegen er meestal industriesuiker, zoetstof, kleur- en smaakstoffen aan toe. Er zijn fabrikanten die het concentraat alleen met water oplossen en geen additieven gebruiken. De kwaliteit van het water is doorslaggevend. De laatste tijd wordt, als verkoopargument, fruitsap verrijkt met geïsoleerde vitaminen en mineralen. Dat is geen goede oplossing en moet vermeden worden. Het toevoegen van mineralen kan belastend zijn voor de nieren.

 

Voor het verbeteren van de gezondheid of ter voorkoming van ziekten is vers geperst fruitsap een absolute aanrader. Een kwaliteitssap uit de natuurvoedingswinkel kan een goed alternatief zijn. Het geïndustrialiseerd fruitsap op basis van fruitconcentraat en zonder toevoeging van additieven kan als drank gebruikt worden. Fruitsap dat verrijkt is met vitaminen en mineralen moet vermeden worden. Soms is fruitsap een verdekte vorm van frisdrank en dat moet u in de gaten houden. Frisdrank is geen gezonde drank.

 

09:30 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fruit, ontbijt, gezondheid, fruitsap |  Facebook |

11-06-07

Een stevig ontbijt, maar niet voor iedereen!

5656975357305900

 

Volgens sommige voedingsdeskundigen is het ontbijt de belangrijkste maaltijd. Maag en darmen worden tijdens de nacht helemaal leeg gemaakt. De ochtendontlasting zorgt dat de opgestapelde faeces uit de endeldarm wordt verwijderd. Het geledigde spijsverteringstelsel is weer ontvankelijk voor voedsel. Theoretisch is dit juist, maar in werkelijkheid ligt het wel anders. Niet iedereen staat in de ochtend uit te kijken naar een stevig ontbijt, sommigen krijgen niets over hun lippen of het volstaat even om iets te drinken. De weg naar het ontbijt ligt bezaaid met obstakels en die moeten eerst worden opgeruimd.

 

Het darmstelsel, waar de vertering van het voedsel plaats vindt, is via de bloedbanen verbonden met de rest van het lichaam en is gekoppeld aan de stofwisseling. Als we tijdens de nacht slapen, is het organisme druk bezig om afvalstoffen op te ruimen, te neutraliseren en uit te scheiden. Deze afvalstoffen, ook slakken genoemd, zijn afkomstig van de vertering, de stofwisseling, de ademhaling en van vele andere fysiologische processen die in ons lichaam plaats vinden. Door het vervuilde milieu, de geïndustrialiseerde levenswijze, stress, restanten van spuitmiddelen uit de landbouw, voedingsadditieven, genotsmiddelen en het slikken van chemische medicijnen en voedingssupplementen krijgt de moderne mens heel wat ongewenste stoffen in zijn lichaam. Voor veel mensen is de nacht te kort om alles op te ruimen. De aanvoer is immers groter dan de afvoer. Wat niet kan worden afgevoerd stapelt zich op in het vetweefsel en het bindweefsel, maar een groot deel blijft rond dwarrelen en zorgt voor heel wat ongemak en verzuurt langzaam aan het hele organisme.

 

Vooral avondmensen kennen een minder goede uitscheiding en lijden daardoor aan ochtendhumeur. Ze geraken moeizaam op dreef, voelen zich niet erg fut omdat ze geen afscheid kunnen nemen van de nachtrust. De verzuring is zo sterk dat ze geen eetlust hebben en het ontbijt meestal overslaan. Het heeft weinig zin aan deze mensen een ontbijt op te dringen. In de voormiddag, als ze voldoende beweging hebben gehad en de ontzuring zich voor een deel heeft voltrokken, komt de eetlust opzetten. Een gezonde voedselkeuze met minder verzurende voedingsmiddelen zoals vlees, vis, kaas, brood en peulvruchten, maar meer ontzurende voeding zoals fruit, bessen, watervruchten, aardappelen, groenten kan voor een ommekeer zorgen. Dagelijkse beweging en een regelmatig levensritme helpen hierbij. Vooral de nachtrust moet goed verzorgd worden.

 

Wie onvoldoende nachtrust heeft, moe opstaat of gestresst de dag begint, zal weinig behoefte hebben aan een ontbijt. Veel mensen die het ontbijt overslaan of erg verwaarlozen, zullen tijdens hun vakantie daar wel gebruik van maken. De belangrijkste voorwaarde voor een gezond ontbijt is over voldoende tijd beschikken. Mensen met een stabiele bloedsuikerspiegel zullen gemakkelijker het ontbijt of zelfs een maaltijd overslaan. De lever zet spontaan glycogeen om in glucose of bruikbare suikers, zodat ook het hongergevoel uitblijft. Mensen met een onstabiele bloedsuikerspiegel hebben een veel grotere behoefte aan vaste maaltijden en slaan nooit het ontbijt over. Een gouden regel is de hoeveelheid voedsel van een hele dag te spreiden over drie tot vijf maaltijden. Regelmatig kleine hoeveelheden voedsel gebruiken is een ontlasting van de vertering, de pancreas en de stofwisseling. Wie de dag begint met een ontbijt versterkt daarmee zijn gezondheid. Verwaarloost men het ontbijt, dan moet de oorzaak worden aangepakt.

 

Het ontbijt is ook cultureel gebonden. De Britten en de Nederlanders staan bekend om een stevig, soms wel te stevig ontbijt. De Franse echter beginnen de dag met een croissant of ontbijtkoek. Er zijn zoveel factoren die een ontbijt gezond maken en die moeten worden aangepakt. Het ontbijt gaat verder dan de ontbijttafel.

 

09:50 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (1) | Tags: ontbijt, voeding, gezondheid |  Facebook |

15-05-07

Vegetarisme

FR18194STK21997CCFSTK21999CCF

 

 

Vegetarisme

 

Vegetarisme heeft nog nooit zoveel belangstelling gekend. In ieder restaurant of eethuisje staan vegetarische gerechten op de menukaart. Wie op vakantie gaat, hoeft maar aan het reisbureau een signaal te geven en in het hotel krijgt men vegetarische maaltijden aangeboden. Vegetarisme is in, is bekend en algemeen aanvaard. Toch zijn er nog heel wat misverstanden rond dit begrip.

 

Vegetarisme is een ethische beweging gebaseerd op geweldloosheid, vandaar het niet gebruik van voedsel afkomstig van gedode dieren. Voedsel van levende dieren zoals melk, melkproducten, eieren en honing worden getolereerd. Sommige vegetariërs onthouden zich ook daarvan en noemen zich veganisten. Ze zijn erg consequent en principieel en gebruiken geen wol en leer. Omdat een vlees- en visloze voeding erg gezond is, evolueerde het vegetarisme tot een internationale en erg gewaardeerde voedingsbeweging. Het is nu wereldwijd door de voedingswetenschap aanvaard en erkend dat een vegetarische voedingswijze gezond is en zelfs gezonder dan traditionele voeding.

 

Talrijke internationale onderzoeken tonen onomkeerbaar aan dat vegetariërs minder vatbaar zijn voor hart- en vaatziekten, diabetes en kanker. Indien zij er toch mee geconfronteerd worden, ligt de kans op genezing veel hoger. Dit lijkt logisch omdat vlees en vis geen voedsel is voor de mens. Ons spijsverteringsstelsel kent geen enkele overeenkomst met dit van een vleesetend dier of carnivoor. De uiterlijke kenmerken van bekende carnivoren zoals katten en honden tonen dit aan. Ze kunnen hun muil alleen verticaal bewegen, terwijl een mens dit zowel verticaal als horizontaal kan. Het gebit is totaal anders samengesteld en de tanden staan ver uit elkaar zodat er geen vezels tussen de tanden blijven zitten. Vleesetende mensen hebben een tandenstoker nodig. Carnivoren zweten niet, transpireren via de tong en hun voetzolen. Ze hebben een kort, glad darmstelsel en een snelle vertering omdat vlees en vis van nature gifstoffen bevatten, m.a.w. het voedsel mag bij hen niet te lang in het darmstelsel verblijven. De bloeddoorstroming naar de lever gaat sneller waardoor het ontgiften veel sneller gebeurt. De uitwerpselen worden nog altijd door de kat spontaan ondergestopt uit hygiënische gronden.

 

De mens is, fysiologisch gezien, niet in staat om vlees te verteren. Het spijsverteringsstelsel wordt er extra door belast. Vlees bevat geen ballaststoffen of ruwe vezels en blijft te lang in het lange en geprofileerde darmstelsel zitten, gaat door de lichaamstemperatuur over in rotting, tast de darmflora aan, vormt darmgassen en bemoeilijkt de stoelgang. Vlees bevat harde vetten die tot de groep van de verzadigde vetzuren behoren, verhoogt de cholesterol, doen de aders dichtslibben en belast het hart. Vleesetende mensen hebben te veel eiwit in hun voeding, bovendien is het voor hen moeilijk om dierlijk eiwit af te breken. De eiwitstofwisseling laat veel afvalstoffen achter die via de nieren uitgescheiden worden. Het lichaam wordt er door verzuurd en de nieren belast. Er is een nauw verband tussen het eten van vlees en een aantal reumatische aandoeningen. Vlees en vis bevatten geen of hooguit sporen van koolhydraten. We hoeven niet in te gaan op de nadelen van bio-industrie. De dieren die voor de vleesconsumptie zijn bestemd, worden op zeer korte tijd vetgemest en kunnen niet als gezond beschouwd worden, ook al voldoen ze aan alle wettelijke voorschriften.

   e  als n van orenet spijsverteringstelsel van de mens geen enkele overeenkomst toont met dit van een vleestened                

Sommige onderzoekers zijn van mening dat de mens vette vis nodig heeft omwille van de Omega-3-vetzuren. Dit is een misverstand van formaat omdat deze vetzuren in veel grotere hoeveelheden voorkomen in plantaardige voedingsmiddelen en in melk. Veel mensen lopen nog steeds met de overtuiging rond dat vis gezonder is dan vlees. Afgezien van het feit dat zeevis door de milieuvervuiling erg veel zware metalen bevat, bederft vis sneller dan vlees. Verse vis is moeilijk te verkrijgen, tenzij men zelf gaat vissen. Vlees en vis horen niet thuis in een gezonde voedingswijze. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die graag vlees en/of vis eten, maar dat wil nog niet zeggen dat we dat nodig hebben om gezond te worden. Voorstanders van vleesvoeding hebben altijd twee argumenten : waar haalt u uw eiwitten vandaan en wat met de B12? Het antwoord is eenvoudig en voldoende overtuigend. In alle plantaardige voedingsmiddelen zit eiwit, zelfs veganisten hebben er geen tekort aan. Te veel aan eiwit, vooral dierlijk eiwit is een ernstig probleem. Omdat een vegetariër over een beter werkende dikke darm beschikt, maakt hij zelf zijn B12 aan. Beide aangevoerde argumenten houden dus geen steek en zijn door de voedingswetenschap achterhaald.

 

Minder vlees en minder vis zorgen voor een betere vertering en dat leidt naar een goede gezondheid. Schakel langzaam over op een vegetarische voeding door het vleesverbruik bewust te beperken. Als mens hebben wij geen vlees nodig, dus ook geen vleesvervangers. Die zijn meestal door hun samenstelling zwaar verteerbaar. Door over te schakelen op een vegetarische voeding hebt u zeker geen tekorten, integendeel, u krijgt veel meer voedingsstoffen binnen en haalt meer uit uw voeding. Vegetarische voeding is heel aantrekkelijk, fris, smaakvol en geeft een verzadigingsgevoel. In de vegetarische voeding wordt veel aandacht besteed aan keukenkruiden met hun prachtig aroma, wijnazijn, kruidenazijn, echte natuurmosterd, heerlijke tafelolie en vele gezonde lekkernijen. Er bestaat zelfs een vegetarische gastronomie : vegetarisme met stijl. Vegetarische voeding opent de weg naar gezond fruit, bessen, watervruchten, noten, zaden, pitten, paddestoelen. Vegetarische voeding is gezond, milieuvriendelijk en…ethisch verantwoord!

 

Voor meer informatie en kookboeken, raadpleeg de boekenlijst.

 

 

18:00 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (2) | Tags: vegetarisme, vegetarier, gezonde voeding, groenten |  Facebook |

10-05-07

Jojo-effect

42-1747956267041PAA30400004276087

 

 

Het gevreesde jojo-effect

 

Het wordt steeds duidelijker dat de afslankingsrage de verkeerde richting uitgaat. Al eerder heb ik gewezen op het feit dat afslankingsspecialisten geen onderscheid maken tussen een exogene en endogene zwaarlijvigheid. Er wordt ook geen rekening gehouden met het lichaamsvocht dat bij zwaarlijvigheid vaak even belangrijk is als het vet. Bovendien zijn bijna alle diëten gebaseerd op de calorieëntheorie. Door bij een exogene zwaarlijvigheid caloriearm te eten, wordt de vetreserve aangesproken en daalt het lichaamgewicht. Dit proces kan gestimuleerd worden door intensief te sporten.

 

Hoe vaak leest u niet in een advertentie: ‘Het vet smelt als sneeuw voor de zon, nadien kunt u weer alles eten.’ Dat is fundamenteel fout. Wie na een afslankingskuur niet meteen overschakelt op een gezonde, natuurlijke voeding, loopt het gevaar om snel weer bij te komen. Dit is het zo gevreesde jojo-effect. Tijdens een afslankingskuur is de stofwisseling op een zodanig laag pitje, dat het lichaam met weinig calorieën toekomt. Dat is vergelijkbaar met reeën, die de winter met weinig voedsel doorkomen. Door terug over te schakelen op normale porties stijgt bij meer dan 2/3 van de afvallers heel snel het gewicht. Meestal bereiken deze mensen een gewicht dat hoger ligt dan toen ze met het dieet begonnen. Vandaar de bekende uitdrukking: afslanken kent een zwaar einde!

 

Het jojo-effect is niet zonder gevaar, het verhoogt de risico’s op hartaandoeningen en diabetes, zeker als men daar aanleg voor heeft. Uit een onderzoek, uitgevoerd aan de universiteit van Californië op duizenden mannen en vrouwen is gebleken dat een vrouw gemiddeld in haar leven 36 kg verliest en er weer 98 kg bijkomt. Een kleine groep, die het lichaamsgewicht onder controle kan houden, heeft dit te danken aan een gezonde voeding en een levenswijze met beweging. Helaas zijn er ook die een constant laag gewicht weten te behouden door té weinig en té eenzijdig te eten. Zij lijden permanent aan ondergewicht en putten op langer termijn hun lichaam uit waardoor ze vatbaar zijn voor allerlei ziekten.

 

Het jojo-effect kan voorkomen worden door in fasen af te vallen en periodes in te bouwen met gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze. Bereken eerst het gewicht dat u zeker niet mag overschrijden. Dit wil zeggen dat u een BMI van 25 moet nastreven. Dit gewicht wordt bepaald door lengte x lengte x 25. Is iemand bijvoorbeeld 1,68 m groot, dan is het maximum gewicht (1,68 x 1,68) x 25 = 70, 56 kg, afgerond 70 Kg. Indien deze persoon 91 kg weegt, is er een overgewicht van 21 kg. Het afslanken gebeurt in drie fasen van telkens 7 kg. Tussen iedere fase schakelt men over op een algemene gezonde voeding met veel fruit en groenten en weinig brood, deegwaren, gebak enz. U bepaalt zelf hoelang deze tussenfasen duren. Meestal rekenen we op 3 à 6 weken. Op deze wijze voorkomt u het jojo-effect terwijl u geleidelijk overschakelt op een gezonde voeding. Uw gewicht blijft hierdoor relatief constant.

18:00 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dieet, jojo effect, bmi, afslanken, verdikken, zwaarlijvig |  Facebook |

07-05-07

waarom mensen te veel eten!

42-1611043042-1652051142-16856858ks75952

Wachten op het verzadigingsgevoel

waarom mensen te veel eten!

 

De drang naar voedsel is een instinctieve drang dat hoort tot de lagere of de primaire gevoelens. Zonder eten is leven niet mogelijk, vandaar dat onze hersenen uitgerust zijn met een hongercentrum. Als de maag leeg is of de bloedsuikerspiegel daalt onder zijn normale waarde, ontstaat er een sterke behoefte aan eten. Het is een vervelend gevoel dat vaak wordt uitgedrukt met de woorden: ik scheur van de honger of ik ben scheel van de honger. Het hongergevoel is verbonden met de instinctieve drang naar overleving. Sommige mensen hebben het zo druk dat ze deze sterke drang naar voedsel onderdrukken en vergeten te eten. Ook stress, verdriet en andere negatieve emoties onderdrukken het hongergevoel en veroorzaken een gebrek aan eetlust.

 

Tegenover het hongercentrum staat het verzadigingscentrum, beide centra werken als antagonisten, d.w.z. ze houden elkaar in evenwicht. Als we aan een rijk gevulde tafel zitten en met begerige ogen naar de gerechten kijken, komt het water in de mond. Het zien en het ruiken van voedsel brengt de werking van de speekselklieren en de maag- en darmklieren op gang en stimuleert de maag- en darmbeweging. Dit wijst er op hoe onze zintuigen verbonden zijn met het spijsverteringsstelsel. Toch merken we dat er op zeker ogenblik een verzadigingsgevoel optreedt waardoor de behoefte aan voedsel volledig afneemt. Als we suikerrijk voedsel zoals fruit langzaam eten, dan treedt er snel een verzadiging op doordat de bloedsuikerspiegel begint te stijgen. Als we trage suikers gebruiken zoals zetmeel uit brood, pasta, gebak of aardappelen, stijgt de bloedsuikerspiegel uiterst traag omdat deze complexe suikers heel langzaam worden afgebroken tot dubbele en nadien tot enkelvoudige suikers. Door de trage stijging van de bloedsuikerspiegel wordt er geen signaal doorgegeven aan het verzadigingscentrum en treedt er bijgevolg geen verzadiging op. Pas als de maag meer dan gevuld is met voedsel en uitzet, reageert het verzadigingscentrum. Vandaar dat veel mensen te veel eten door het uitblijven van dit signaal. De uitgezette maag vraagt meer voedsel en zet zich daardoor verder uit waardoor het verzadigingsgevoel steeds langer uitblijft.

 

Onder voedingsdeskundigen zijn er nogal wat meningsverschillen. Zo wordt door sommigen een zetmeelrijke voeding aangeprezen juist omwille van de traag afbrekende suikers. Wie een traditioneel ontbijt neemt met belegde boterhammen, ontbijtkoeken of graanvlokken heeft heel de voormiddag nodig om het zetmeel af te breken tot enkelvoudige suikers. Het duurt immers drie à vier uren eer de maag leeg is en al de suikers zijn vrijgekomen. Dit is een belasting van het spijsverteringsstelsel en vooral van de pancreas en de suikerstofwisseling. Suikerziekte is een zeer oude ziekte die bij de eerste boeren meer tienduizend jaar geleden al bekend was. De grootschalige consumptie van graanvoeding werd pas mogelijk op het ogenblik dat de mens de granen zelf ging verbouwen. Door een trage suikervertering wordt het eerste signaal van het verzadigingscentrum onderdrukt en moet men wachten tot de maag gevuld is en begint uit te zetten.

 

Begint u de dag met een fruitontbijt, dan worden de enkelvoudige suikers onmiddellijk vrijgegeven en opgenomen. Er is geen verteringsenergie nodig, geen belasting van de spijsvertering of van de pancreas. Omdat deze enkelvoudige suikers snel in het bloed terecht komen, stijgt de bloedsuikerspiegel en wordt meteen het verzadigingscentrum ingeschakeld. U kunt zelf de proef doen. Neem een appel, snijdt die in dunne schijfjes of blokjes en eet deze langzaam op. U bent met zo een appel wel een tijdje bezig, maar zodanig verzadigd dat u geen tweede appel binnen krijgt. U zult de opmerking maken dat u na een uur opnieuw honger hebt. Dat is logisch omdat uw lichaam gewoon is volgepropt te worden met traag afbrekende suikers uit zetmeelrijke voeding. Uw bloedsuikerspiegel reageert onstabiel, dat is een tijdelijk verschijnsel en geldt alleen bij de overschakeling van een traditioneel ontbijt naar een fruit ontbijt. Door de dag met een fruitontbijt te beginnen, versterkt u uw suikerstofwisseling en wordt uw bloedsuikerspiegel gestabiliseerd en heeft u minder behoefte aan grote hoeveelheden voedsel.

 

Duizenden mensen hebben mijn advies gevolgd en zijn overgeschakeld op een fruitontbijt en schakelen regelmatig een fruitmaaltijd in of eten tussendoor wat fruit. Zij eten opvallend minder zetmeelrijke voeding zoals brood, deegwaren, rijst, aardappelen en peulvruchten. Hun honger- en verzadigingscentrum werd er door genormaliseerd, het spijsverteringsstelsel versterkt en wordt vooral de suikerstofwisseling hierdoor minder belast. U zult opmerken dat in alle sportboeken zetmeelrijke voeding wordt aanbevolen. Bij uithoudingssporten kan het nuttig zijn om over trage suikers te beschikken omdat de spieren gedurende een langere periode intens gebruikt worden. Tijdens het sporten is er een voortdurende behoefte aan suikers. Extreme sporten beoefenen heeft niets te maken met een natuurlijke levenswijze met bijbehorende gezonde voeding. In normale omstandigheden is de mens beter gediend met enkelvoudige suikers dan met zetmeel. Uitzondering hierop is het slanke sportieve type dat voortdurend in beweging is. Zij die tot dit type behoren kunnen niet zonder zetmeelrijke voeding, zij hebben vulling nodig. Zetmeel heeft de eigenschap om vocht vast te houden, vandaar dat ik magere mensen altijd zetmeelrijke voeding aanbeveel. Mollige mensen doen er echter goed aan weinig zetmeel te gebruiken.

17:00 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) | Tags: verzadiging, honger, eten, dieet, gezondheid |  Facebook |

06-05-07

De ui zorgt niet alleen voor tranen

PAA282000014574437015744370342-17371064

De ui zorgt niet alleen voor tranen

maar heeft ook een helende werking

 

Bij het pellen van een ui tranen de ogen. De ui, maar ook de sjalot, prei, bieslook en knoflook behoren tot het geslacht Allium. De pootui (Allium cepa) wordt al heel lang in de keuken gebruikt. De geschiedenisboeken staan er vol van. De ui wordt in de keuken als kruid gebruikt omwille van zijn prachtig en krachtig aroma. Daarom kunnen we er ook maar weinig van eten. De ui staat vooral bekend voor zijn geneeskrachtige werking. De tranen worden veroorzaakt door de etherische oliën die aminozuursulfoxides bevatten en aan deze plantenfamilie hun specifieke smaak geven. Wanneer we een ui versnijden, komt allinase vrij. Dit is een enzym dat sufloxides omzet in sulfeenzuur dat een soort gas vormt en de ogen doet tranen. Datzelfde sulfeenzuur kan zich condenseren tot thiosulfinaten die de neus prikkelen en een verstopte neus moeiteloos open maken. Het is een straatoude remedie om bij een neusverkoudheid een opengesneden ui op zijn nachttafeltje te leggen. De thiosulfinaten maken de neus weer helemaal open.

 

De ui kent nog meer geneeskrachtige toepassingen. Allisine en andere zwavelhoudende verbindingen vormen een soort natuurlijke antibioticum. Ui heeft een betrekkelijke grote antibacteriële werking die zich via het inademen doorheen het lichaam verspreidt tot in het gebied van de nieren, blaas en urinewegen. Ui is een onmisbaar kruid ter voorkoming en genezing van talrijke ontstekingsziekten. Daarnaast bevat de ui flavonoïden, de rode en gele ui is rijk aan quercetine, en werkt beschermend bij hart- en vaatziekten. Ui doet de bloeddruk dalen, verlaagt de cholesterolspiegel, verbetert de doorbloeding, voorkomt veroudering van de vaten en stimuleert de immuniteit. De ui is betrokken bij het zuurstoftransport naar de cellen en heeft een kankerremmende werking. Ik vat even de gunstige werkingen van de ui voor u samen.

 

  • Voorkomt en geneest infecties
  • Versterkt de immuniteit.
  • Maakt een verstopte neus weer open.
  • Versterkt de slijmvliezen in maag en darmen.
  • Voorkomt ontsteking van de nieren, blaas en urinewegen.
  • Doet de bloeddruk dalen.
  • Verbetert de vetwaarde in het bloed (cholesterolverlagend).
  • Stimuleert de doorbloeding.
  • Voorkomt aderverkalking.
  • Heeft een gunstige invloed op de vorming van het bloed.
  • Voorkomt vaatziekten en spataders.
  • Wekt de eetlust op bij slechte eters.
  • Stimuleert de productie van anti-stresshormonen.
  • Ondersteunt een positieve gemoedstoestand.
  • Verbetert de libido.

 

Contra-indicatie: Ui, en dat geldt voor de aanverwante soorten, bevat mosterdolie en wordt door mensen met een gevoelige maag en darmen niet goed verdragen. Wees voorzichtig met ui mocht dit bij u het geval zijn.

15:45 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (1) | Tags: ui, ontsteking, vaten, infecties, immuniteit, uinewegen, hart, libido |  Facebook |

04-05-07

Avocado

F000383656568742AA051574

Avocado

Een lekkernij met geneeskrachtige werking

 

 

Avocado behoort tot de familie van de laurierachtigen (Lauracea). Oorspronkelijke was de avocado de vrucht van een twintig meter hoge boom, die uitsluitend in tropisch Zuid- en Midden-Amerika voorkwam. Er zijn thans talrijke gekweekte rassen en variëteiten die in tal van tropische gebieden worden verbouwd op eerder lage stammen om het plukken te vergemakkelijken. Het gaat hier om groene, paarse of bijna zwarte vruchten met een gladde, ruwe of bobbelige schil, tussen de 5 en 20 cm lang en rond of een peervormige structuur. Het vruchtvlees is groenachtig wit of enigszins geel getint. Het is dit romige en crèmeachtige vruchtvlees dat de avocado zo aantrekkelijk maakt. Het vruchtvlees heeft een vrij neutrale smaak dat doet denken aan noten. Midden het vruchtvlees ligt een grote pit, die gemakkelijk  verwijderd kan worden.

 

Snij de vrucht in de lengte door tot op de dikke, harde pit. Door beide helften voorzichtig in tegengestelde richting te draaien komen ze los van de pit. Het vruchtvlees kan met een lepel uit de schil worden gehaald. Door het toevoegen van een weinig zout en strooikruiden wordt de neutrale smaak pittiger. Omwille van het hoge vetgehalte is het goed er wat citroensap over te sprenkelen of er aan toe te voegen. Het vruchtvlees kan in reepjes worden gesneden bij rauwe groenten en salades of geplet als broodbeleg. De avocado kent talrijke toepassingen in de gezonde keuken. De Azteken noemden de vrucht ‘boter uit het bos’. De avocado laat zich gemakkelijk combineren met andere fruitsoorten, champignons, groenten, groenten die in melkzuur of azijn worden bewaard, tomaten of aardappelen.

 

De avocado is rijk aan plantaardig vet (23,5 %) dat van zeer goede kwaliteit is. Deze erg geprezen vrucht bevat slechts 0,4 % koolhydraat, maar met een hoge concentratie aan een uitzonderlijk suiker, namelijk mannoheptulose. Een stof die de bloedsuikerspiegel normaliseert en hyperglycemie doet dalen. Avocado speelt een grote rol bij het voeden van de zenuwcellen en de hersenen. De avocado heeft een gunstige invloed op de insulineproductie, die bij veel mensen te hoog ligt. Door zijn afremmende werking loopt men minder gevaar om suikerziekte te krijgen en wordt het reservevet beter gebruikt. Avocado hoort thuis in een gezond en verantwoord vermageringsdieet. De aanwezigheid van lecithine is gunstig voor het zenuwstelsel, terwijl koper (210 microgram) instaat voor de productie van rode bloedlichaampjes.

 

  • Avocado helpt bij vele kwaaltjes.
  • Heeft een gunstige invloed op het zenuwstelsel, de gemoedstoestand en is onmisbaar in de strijd tegen stress.
  • Helpt bij menstruatieproblemen.
  • Stimuleert de maagzuurproductie voor een betere eiwitvertering. Vooral bij een te lage maagzuurproductie werkt avocado erg goed, dus bij een te traag werkende maag.
  • Stimuleert de productie van rode bloedlichaampjes.
  • Ideale vet- en eiwitleverancier voor moeders die borstvoeding geven.
  • Door de aanwezigheid van vitamine B6 heeft avocado een gunstige invloed op de immuniteit, eiwitstofwisseling en bij de aanmaak van neurotransmitters (depressie).
  • Wordt uitwendig gebruikt als voedzaam masker bij droge huid (vit. E).

 

Sommige mensen schrikken van het hoge vetgehalte, maar zij vergeten dat plantaardig vet noodzakelijk is voor een goede gezondheid en het beheersen van de cholesterolspiegel. Ondanks zijn hoge calorische waarde speelt avocado een gunstige rol bij het streven naar minder gewicht. Avocado hoort ook thuis in het ‘Dries Kankerdieet’ en neemt daar zelfs een belangrijke plaats in. Regelmatig avocado eten beschermt u tegen kanker. U kunt de pit in een glas water leggen, op de vensterbank zetten en na enige tijd ontstaat er een kiem. Plant de gekiemde pit in een bloempot en plaatst deze op een zonnige plaats. U krijgt een prachtige kamerplant!

28-04-07

Aardbeienkuur

4242-16534437

 

Aardbeien zijn erg gezond

 

Aardbeien zijn heel gezond op voorwaarde dat ze goed rijp zijn, van biologische kwaliteit of niet al te veel bespoten zijn. Na de lange winter kijkt iedereen uit naar het voorjaar, een van de eerste vruchten die de lente voorbrengt. Het is een caloriearme bes zodat men er ongehinderd erg veel van kan eten zonder zich schuldig te voelen. Trouwens van bessen, fruit en watervruchten kan het lichaamsgewicht niet toenemen, integendeel zij horen tot de beste afslankmiddelen. Met zijn 33Kcal per 100g heeft de aardbei nauwelijks invloed op onze calorieënbehoefte. De aardbei (fragaria) behoort tot rozenfamilie (Rossacea). Ze is inheems. De aardbei is een schijnvrucht, dit wil zeggen dat zij is samengesteld uit een zeer groot aantal kleine vruchtjes, vandaar de pitjes op de buitenkant. Het is een geneeskrachtige vrucht en bevat anthocyanine, dit is een kleurstof die we ook in de befaamde blauwe bosbes terugvinden en in talrijke andere vruchten. Ze bevat eveneens katechine, een ontstekingsremmende stof en is bijgevolg een natuurlijk antibioticum. Beide stoffen hebben een gunstige werking op de darmen, ze verwijderen zware metalen en andere gifstoffen, zorgen voor een betere darmwerking, het verdrijven van darmgassen en voorkomen of genezen diarree. De aardbei is bijzonder rijk aan foliumzuur, niet alleen belangrijk voor zwangere vrouwen maar ook voor de bloedvorming en de celgroei. Ze bevat 62 mg/100 g vit. C wat erg veel is.  Vit. C heeft een gunstige invloed op de immuniteit. De aardbei is rijk aan kalium met zijn waterafdrijvende en bloeddrukverlagende werking. Mangaan komt er vrij veel in voor, dit supermineraal speelt een rol in de stofwisseling, de vorming van de botten, hersenen en zenuwstelsel en is betrokken bij de kleurvorming van het haar en de huid. Er wordt beweerd dat de aardbei de libido verhoogt. De aardbeibladeren en de wortels worden in de kruidengeneeskunde gebruikt.

 

De aardbei behoort bij de groep van onze beste vruchten en zijn genezende werking kan ik als volgt samenvatten;

 

  • Ontgift de darmen en verlicht de darmwerking.
  • Versterkt de immuniteit en de stofwisseling.
  • Werkt gunstig in op de bloedvorming en de celgroei.
  • Werkt wateruitscheidend en bloeddrukverlagend.
  • Versterkt het bot, haar en huid.
  • Verhoogt de libido.

 

Ik raad u aan te genieten van het aardbeienseizoen. Begin eens met een aardbeiontbijt, dat is heel wat anders dan boterhammen met confituur of jam. Doe eens een aardbeienkuur. Het volstaat om 1 à tot max. 2 kg aardbeien, verdeelt over vijf porties, per dag te eten gedurende 3 à 5 dagen. Tijdens zo een aardbeienkuur eet u niets anders, u drinkt geen koffie, alleen bronwater en/of kruidenthee. Het is een prachtige lentekuur, een echte schoonmaakkuur, uw darmen en uw bloeddruk varen er goed bij. Lijdt u aan een te laag lichaamsgewicht (BMI 18 of minder) of te lage bloeddruk dan is deze kuur voor u een contra-indicatie, d.w.z. niet geschikt.

 

Omdat aardbeien niet zoveel natuurlijke suikers bevatten, hebben veel mensen de slechte gewoonte om er suiker aan toe te voegen. Dat is niet goed. Leer de typische smaak van aardbeien ontdekken en geniet daarvan. Aardbeien kunnen gecombineerd worden met alle soorten fruit, ook met yoghurt en zelfs met slagroom. Slagroom is een melkvet met een laag smeltpunt en is minder schadelijk dan de harde, dierlijke vetten. Een beetje slagroom kan voor gezonde mensen geen kwaad.

17:00 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aardbei, dieet, kuur, libido, calorie |  Facebook |

24-04-07

Zwaarlijvigheid

scales
 
Algemeen wordt gevreesd dat zwaarlijvigheid, net als in Amerika, ook bij ons sterk zal toenemen wat een ernstige bedreiging voor de gezondheid betekent. Ondanks er een hele afslankindustrie op volle toeren draait, neemt het probleem met de dag toe. Zelf heb ik mij jarenlang in dit probleem verdiept en in mijn praktijk met succes zowel vrouwen, mannen als kinderen voor zwaarlijvigheid behandeld. Dit succes heb ik vooral te danken aan het feit dat ik altijd een onderscheid heb gemaakt tussen gewone of exogene zwaarlijvigheid en constitutionele of endogene zwaarlijvigheid.

Gewone of exogene zwaarlijvigheid wordt veroorzaakt door enerzijds een te calorierijke voeding en anderzijds een gebrek aan beweging. Het overwegend gebruik van gekookt voedsel van bedenkelijke kwaliteit doet hongeren. De moderne voedingsproducten leveren door hun industriële verwerking niet meer de levenskracht die het oorspronkelijke voedingsmiddel wel bevatte. Vandaar dat het volume steeds groter wordt, m.a.w. de mensen moeten meer eten om verzadigd te zijn. Bovendien stimuleren de voedingsadditieven, vooral de toegevoegde smaakstoffen, het hongergevoel. Doordat ik iedereen de basisprincipes van een gezonde voeding bijbracht en wees op het belang van beweging, werd hun gewicht snel genormaliseerd.

Bij constitutionele of endogene zwaarlijvigheid ligt het anders. De oorzaak van de zwaarlijvigheid ligt binnen henzelf en is daardoor moeilijker te behandelen. De constitutie of lichamelijke gesteldheid is bepalend voor het lichaamsvolume, maar ook voor een groot aantal persoonseigenschappen.  In de typologie spreken we van het watertype dat gekenmerkt wordt door brede heupen en brede knieën. Dit type geeft de voorkeur aan een zoute smaak en heeft de neiging vocht vast te houden. Stressgevoelige mensen hebben een verhoogde behoefte aan suiker en grijpen gemakkelijk naar zoete dingen. Het watertype wordt ook het gevoelstype genoemd, kan niet gemakkelijk ‘neen’ zeggen en houdt niet alleen water maar ook emoties vast. Zij eet vaak weinig terwijl het gewicht ernstig toeneemt. Onlangs toonde een Brits-Finse studie aan dat endogene zwaarlijvigheid genetisch is bepaald. Dat bevestigt de juistheid van mijn zienswijze in deze problematiek. De boosdoener is het FTO-gen. Het gaat om een ernstig onderzoek dat uitgevoerd werd op 40 000 mensen. Bij een aantal mensen komt dit gen niet voor. Ik ben er zeker van dat dit het geval is bij het slanke luchttype, dat grote hoeveelheden eet en niet bijkomt. Personen die drager zijn van het gen hebben 30% meer kans zwaarlijvig te worden en zij die een dubbele FTO-gen hebben, maken 70% meer kans aan overgewicht te lijden.

Toch mag men niet wanhopen. Iedereen kan een gezond gewicht bereiken, maar voor sommigen is afslanken moeilijker. Bovendien moet afslanken in verschillende fasen verlopen en over een langere periode. Wil men bijvoorbeeld 21 kg afslanken dan dient dit te gebeuren in drie fasen van telkens 7 kg. Tussen iedere fase schakelt u over op een algemene gezonde voeding waardoor het zogevreesde jojo-effect wordt voorkomen. Afslanken is meer dan calorieën tellen, meer dan op de weegschaal staan, afslanken moet in zijn geheel worden aangepakt. Wilt u meer weten over mijn manier van afslanken, dan raad ik u mijn boek ‘Het Tri-actief Afslankingsprogramma’ aan. U kunt ook een open cursus volgen over afslanken of zelf een opleiding volgen tot V.G.L-Consulent aan de Europese Academie zodat u ook mensen kunt begeleiden bij het afslanken.

 

17:30 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (4) | Tags: voeding, afslanken, opleiding, dieet |  Facebook |