11-05-17

Prikkelbare darmsyndroom zelf genezen

Het prikkelbare darmsyndroom is een veel voorkomend vervelend probleem en veroorzaakt heftige darmkrampen, diarree, darmverstopping, opgezette buik en winderigheid. De darmkrampen zijn vaak bijzonder pijnlijk. Velen weten niet dat dit geen darmprobleem, maar een stressprobleem is. Omdat de reacties en de pijn zo hevig kunnen zijn, denkt men snel aan een ernstig darmprobleem. Het verteringstel wordt door het parasympathicus gestuurd, dat is het zenuwstelsel dat voor rust en ontspanning zorgt. Onder stress verteren we heel moeilijk en blijft een deel van het voedsel vaak onvoldoend verteerd achter. Deze voedingsresten zetten zich bij koolhydraten (suikers) om in gisting en bij eiwitresten in rotting. In beide gevallen worden er darmgassen gevormd. Door stress of spanningen sluit zich de darm geheel of gedeeltelijk af zodat de darmgassen zich opstapelen en tegen de darmwand drukken wat pijnlijke darmkrampen veroorzaken. Soms zit er zoveel gassen in de buik dat die het middenrif omhoog drukt waardoor men moeilijk kan ademhalen. Men hoeft maar rondom zich te kijken en men merkt hoeveel mensen met een opgezette buik rondlopen. Het gegrom in de buik wijst op een ontsnappingspoging die niet wil lukken. Darmverstopping belet het vrijgeven van darmgassen en maakt het probleem alleen maar erger. Diarree is vervelend, maar maakt de darm leeg zodat de gassen ontsnappen, maar daarmee is het probleem niet opgelost.

 

Terugkerend en wisselend

Sommige mensen hebben slechts één probleem zoals bijvoorbeeld darmverstopping of diarree, anderen lijden aan een combinatie van meerdere symptomen. Een aantal beseft niet dat men aan het prikkelbare darmsyndroom lijdt en zij omschrijven hun klacht als een moeilijke vertering. In Europa lijdt een op vijf aan het prikkelbare darmsyndroom. Door het gebruik van industriële voedingsproducten waarin voedingsadditieven (E-nummers) zitten verwerkt, door de toegevoegde suikers die snel in gisting overgaan, door een te eiwitrijke voeding wordt de darmwand beschadigd. Dat is niet de oorzaak, maar een gevolg van een slecht voedingspatroon. De echte oorzaak is de stress die het sympathicus stimuleert en de vertering bemoeilijkt. Het is een combinatie van stress en een verkeerd voedingspatroon die aan de basis ligt. Zolang de stress niet wordt opgeheven zullen de vervelende en afwisselende symptomen terugkeren.

 

Stress aanpakken

Dat is rapper gezegd dan gedaan! We leven in een stressvolle samenleving, een dag is voor iedereen te kort want we hebben het allemaal toch zo druk. De eerste stap in de ontspanning is orde op zaken stellen. Begin meteen een onderscheid te maken tussen wat belangrijk en wat minder belangrijk is, wat noodzakelijk en wat bijkomstig is. Er zijn mensen die te veel orde hebben en in voortdurende spanning leeft dat hun programma niet uitgevoerd geraakt of dat er wijzingen in de planning zouden kunnen optreden. Er zijn mensen die nonchalant door het leven gaan en alles op zich laten afkomen. Zij lopen snel vast en worden geconfronteerd met stresstoestanden. Kies de gulden middenweg en zorgt dat u iedere dag een beetje tijd overhoudt. Dat kost aanvankelijk discipline, even doorbijten en volhouden, maar het wordt dan een gewoonte. Door al deze uitlokkende factoren uit te schakelen wordt het leven weer leefbaar.

Ontspanningsmechanisme

Iedere mens beschikt over een ontspanningsmechanisme, dit wil zeggen dat we van natuur uit op een spontane wijze kunnen ontspannen. De belangrijkste factor is afleiding. Door orde in uw dagdagelijkse leven te brengen, ontstaat er meer vrije tijd die u benut om afleiding te zoeken. Een hobby is belangrijk om tot ontspanning te komen. Tijdens fysieke inspanningen zoals tuinieren, joggen, zwemmen, fietsen enz. bent u niet in staat om te denken en verkeert u spontaan in een toestand van gedachteloosheid. U zult merken dat u beter inslaapt omdat het slaapmechanisme op hetzelfde principe werkt. Door spanningen belet u de werking van het parasympathicus.

 

Gezonde voeding

Bij een prikkelbare darmsyndroom is het belangrijk dat u voorkeur geeft aan caloriearme voeding omdat die beter verteerbaar is. Eet kleine hoeveelheden, maar eet meerdere malen per dag. Als het kan rust even voor en na het eten. Vermijd vooral vlees, vis, vaste kaas en peulvruchten, ze zijn zwaar verteerbaar. Eet niet alles door elkaar maar houdt rekening met de goede en slechte voedselcombinaties. Eet geen zetmeelrijke voeding zoals granen, deegwaren, brood of aardappelen met eiwitrijk voedsel zoals vlees, vis,kaas of noten. Eet geen zetmeelrijke voeding met toegevoegde suiker, honing, siroop, jam of confituur, dus geen zoet beleg op de boterham of een zoet dessert of fruit op volle maag. Als u deze twee slechte voedselcombinaties uitschakelt, komt uw verteringstelsel tot rust. Wat wel kan is zetmeelrijke voedingsmiddelen met vetrijk voedsel zoals margarine op de boterham, olie of een roomsaus bij deegwaren, mayonaise bij een aardappelgerecht. Eet fruit altijd apart en los van de maaltijd.

 

Darmflora

De darmflora is een verzameling van darmbacteriën die zich overwegend in de dikke darm bevinden. Ze hebben als taak de niet verteerbare voedselresten af te breken tot bruikbaar voedsel. Een goedwerkende darmflora zorgt voor een goede vertering, een vlotte stoelgang, voorkomt de vorming van darmgassen en verhoogt de immuniteit. Want de meeste afweercellen bevinden zich in de dikke darm. Om de darmflora te ondersteunen kunt u gebruikmaken van natuuryoghurt met een lepeltje honing of zoetfruit zoals een rijpe banaan, kefir, gefermenteerde melkjes (Yagult) of gefermenteerde voedingsmiddelen zoals zuurkool. Een probioticakuur is altijd aan te bevelen. U voegt dan levende bacteriën aan uw dikke darm toe. Als u door omstandigheden verplicht bent een antibioticakuur te volgen, gebruik dan vanaf de eerste dag yoghurt of andere middelen om uw darmflora te ondersteunen. Misschien is het volgen van een open cursus voeding aan te bevelen of een opleiding om anderen te helpen weer gezond te worden.

15:42 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-11-16

GROEIENDE BELANGSTELLING VOOR KRUIDEN EEN VOORDEEL VOOR ONTWIKKELINGSLANDEN

Doordat een deel van de bevolking zich openstelt voor een betere gezondheid en de vele kookprogramma’s op TV is de vraag naar verse en gedroogde kruiden sterk gestegen. De afstand tussen keukenkruiden en medicinale kruiden is erg klein. Wie eens van het heerlijk aroma van een kruid heeft genoten, beseft dat kruiden veel te bieden hebben. Deze nieuwe belangstelling biedt kansen voor de ontwikkelings-landen, mits de kwaliteitsnormen gerespecteerd blijven. De beste kruiden groeien nog steeds in het wild, in de vrije natuur, ver weg van de vervuilde steden en industrie. In de ontwikkelingslanden groeien bekende kruiden omdat ze vaak afkomstig zijn uit tropische en subtropische landen. Ze groeien in de meest ideale omstandigheden, op een gezonde bodem met de juiste relatieve vochtigheid en vooral veel zon (licht). Naast de bekende kruiden zijn er de typische inlandse kruiden met hun vreemde namen die het aanbod aan kruiden vergroten. Vaak hebben ze dezelfde eigenschappen als de gebruikelijke kruiden, maar soms gaat het om bijzondere krachtige medicinale kruiden. Uiteraard is kwaliteitscontrole noodzakelijk, want in sommige ontwikkelingslanden neemt men het niet zo nauw met de ecologische principes of kwaliteitsnormen. Zo worden er tropische wouden gekapt om plaats te maken voor plantages van palmolie of soja. Palmolie is erg omstreden vanwege het hoog gehalte aan verzadigde vetzuren (circa. 40%).

 

Keukenkruiden

Keukenkruiden zijn aromatische kruiden die enerzijds gebruikt worden om de smaak van een gerecht bij te sturen of te versterken, anderzijds om de vertering te verbeteren. Keukenkruiden zijn medicinale kruiden die omwille van hun smaakversterkende eigenschappen in de keuken worden gebruikt. Door kruiden in gerechten te verwerken is er minder behoefte aan zout dat nog altijd als smaakstof wordt gebruikt. De laatste jaren is de belangstelling voor verse keukenkruiden enorm toegenomen. In de keuken van veel gezinnen staan op het venstertablet potjes met allerlei verse kruiden of staan er kruidenbakken op het terras of is er ergens in de directe omgeving een kruidentuintje aangelegd. Verse kruiden worden niet alleen in salades, maar ook in gerechten verwerkt. Een groot deel van de bevolking is vertrouwd met ui, knoflook, basilicum, kervel, dragon, lavas, tijm, rozemarijn, kurkuma, gember, kaneel, bieslook, anijs, venkel, citroenmelisse, jeneverbes, oregano, saffraan of zuring. Ieder kruid roept een eigen aroma op en doet ons wegdromen van een fascinerend landschap waar de kruiden thuishoren.

 

Kruidenmiddelen

Geneeskrachtige kruiden worden gebruikt in de vorm van een infuus of kruidenthee. De geneeskrachtige inhoudsstoffen worden op het water overgedragen zodat ze via het bloed naar de cellen worden gevoerd om daar hun genezende werking mogelijk te maken. De kruidenthee is goed ingeburgerd en terug van weggeweest. De meeste geneeskrachtige kruiden worden verwerkt in kruidenmiddelen voor de gezondheid, natuurlijke cosmetica of verzorgingsmiddelen. De belangstelling voor kruidenmiddelen groeit van jaar tot jaar. Ze worden vaak verkocht onder de benaming ‘voedingssupplement’ hoewel de meeste voedingssupplementen geen kruidenmiddelen zijn. Voedingssupplement is een niet correcte term omdat deze middelen geen nutriënten en calorieën leveren of in te verwaarlozen hoeveelheden. De term komt nog uit de tijd dat men dacht dat vitaminen en mineralen in tabletvorm supplementair aan de voeding moesten worden toegevoegd om tekorten aan te vullen. Nu denkt men daar heel anders over en spreekt men liever van voedingsvitaminen uit verse voedingsmiddelen. Een tablet kan nooit een vitamine uit een voedingsmiddel vervangen. Het is niet de hoeveelheid die telt, maar de opneembaarheid en zijn biologische en metabolische werking op celniveau. Mineralen worden in actieve en inactieve mineralen ingedeeld. Landbouwkalk of ijzervijlsel zijn inactieve mineralen die door de cellen niet worden opgenomen. Als de landbouwkalk via de appelboom uiteindelijk in de appel beland, maakt deze anorganische stof deel uit van een levend organisme en wordt het een actief mineraal. Mens en dier kunnen alleen actieve mineralen opnemen.

 

Verwarring

Het begrip voedingssupplement zorgt voor verwarring omdat het een term is waar heel veel onder valt. Omdat er weinig informatie op het etiket wordt geplaatst en meestal geen bijsluiter aanwezig is, weet men als consument nauwelijks iets over de samenstelling. In voedingssupplementen worden, in tegenstelling tot kruidenmiddelen, geïsoleerde stoffen gebruikt alsook additieven om een structuur, de oplosbaarheid en de opneembaarheid mogelijk te maken. Er zijn goede voedingssupplementen, maar het is moeilijk het onderscheid in kwaliteit te maken. Juridisch gezien biedt de wet die de verkoop van voedingssupplementen regelt, veel voordelen omdat daardoor de mogelijkheid wordt geboden om naast de farmaceutische industrie een groot aantal alternatieve middelen vrij te koop aan te bieden en daar vallen kruiden en kruidenmiddelen eveneens onder. Toch is het belangrijk dat er een herkenbaar onderscheid wordt gemaakt tussen kruidenmiddelen en voedingssupplementen. Een kruid is een geneeskrachtige plant die van nature een specifieke samenstelling heeft van geneeskrachtige inhoudsstoffen en die in zijn geheel wordt gebruikt. Bij kruidenmiddelen worden een of meerdere kruiden aangevuld met natuurlijke hulpstoffen om deze middelen in een bruikbare vorm te gieten. Een kruidenmiddel biedt het grote voordeel dat het 100% natuurlijk is. Helaas worden aan heel wat middelen enkele druppeltjes etherische olie toegevoegd om ze als kruidenmiddelen te claimen en dat is niet correct. Kruiden en kruidenmiddelen onderscheiden zich duidelijk van voedingssupplementen, maar dat is vaak te weinig zichtbaar. Het is belangrijk dat er regels komen om de consument te beschermen.

11:22 Gepost door Jan Dries in Kruiden, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-16

Een opgezette buik kan snel verdwijnen

 

Ontzettend veel mensen, zowel mannen als vrouwen, lopen rond met een vreselijk opgezette buik vol darmgassen. Bij overschakeling op gezonde voeding of na een succesvolle afslankingskuur blijft de buik dik en dat vraagt om uitleg. Een opgezette buik ontstaat door gisting van suikers (koolhydraten) of door rotting van eiwit. In beide gevallen ontstaan er gassen in de darmen die zich uitzetten. Dit heeft te maken met slechte voedselcombinaties, voedingsmiddelen waarvoor men intolerant is of die men niet goed verdraagt. Gluten- en lactose-intolerantie zijn de meest voorkomende vormen. Men hoeft niet altijd intolerant te zijn. Vaak gaat het om een overgevoeligheid, een minder goede vertering of een slechte opname van het voedsel (absorptie) die voor de nodige gassen zorgen. Bij glutenintolerantie leidt men meestal aan coeliakie, wat een vervelende darmaandoening is. Men verdraagt geen gluten uit granen zoals tarwe, rogge, gerst en spelt. Gluten is een eiwitfractie dat coeliakiepatiënten niet kunnen afbreken en dan overgaat in rotting. De darm-slijmvliezen worden aangetast en op langere termijn worden de darmvlokken beschadigd. Men heeft een opgezette buik, aanhoudend diarree, buikpijn, overgeven, verminderde eetlust enz. Bij lactose-intolerantie kan men de melksuikers niet afbreken en ontstaat er gisting, opgezette buik, diarree enz. In beide gevallen gaat het om een duidelijk ziektebeeld dat klinisch kan vastgesteld worden. Men spreekt tegenwoordig over fructose-intolerantie of een overgevoeligheid voor suikers. Dat kan zowel voor natuurlijke suikers uit vruchten of honing zijn, maar vooral door toegevoegde suikers (industriesuiker). Los van fructose-intolerantie zijn de toegevoegde suikers de belangrijkste oorzaak van een opgezette buik. Aan haast alle voedingsproducten, frisdrank en genotsmiddelen voegt men suikers toe.

 

Overgevoeligheid

Het grote probleem ligt bij een overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen zonder dat men dit direct merkt of tot ernstige complicaties leidt. Deze overgevoe-ligheid voor gezonde voedingsmiddelen heeft verschillende oorzaken. Vaak gaat het om stress waardoor het verteringsstelsel onder druk staat, aantasting van het verteringsstelsel door jarenlange slechte voeding of een verstoorde darmflora. Het is niet zo eenvoudig om dit vast te stellen, maar het kan wel de oorzaak of medeoorzaak zijn van een opgezette buik. Er zijn mensen die last hebben van tomaten als ze die samen eten met aardappelen, brood of deegwaren, maar ze hebben er geen last van als ze tomaten eten met groente of bij een salade. De tomaat is een lichtzure vrucht en laat zich minder goed combineren met zetmeelrijke voedingsmiddelen. Personen met een sterk verteringsstelsel hebben daar geen last van. Peulvruchten en daarmee bedoelen we de vruchten zoals erwten, bonen, linzen enz. zijn voor iedereen zwaar verteerbaar en zorgen voor een opgezette buik en winderigheid. De peulen, zoals prinsessenboontjes, snijboontjes enz. zijn groenten en goed verteerbaar. Ui, zowel rauw als gekookt wordt niet door iedereen goed verdragen. Dat heeft vooral te maken met de aanwezigheid van mosterdzuur. Sommige personen reageren daar vrij snel op met darmkrampen en diarree. Plantaardige olie is zeer gezond en toch zijn er mensen die er overgevoelig voor zijn wat aanleiding geeft tot diarree of een niet gebonden stoelgang. Het probleem ligt niet in de gezonde voedingsmiddelen, maar in het overgevoelig en vaak vervuild verteringsstelsel. Schakel voedingsmiddelen uit die u niet goed kunt verdragen of waarvoor u intolerant bent. Na een jaar kan men ze meestal wel goed verdragen omdat het darmstelsel zich hersteld heeft.

 

Voedselcombinaties

Het is aan te raden om na te gaan voor welke voedingsmiddelen men overgevoelig is. Door deze uit het voedingspatroon te bannen, verloopt de vertering meestal goed en zwelt de buik niet direct op. De goede voedselcombinaties toepassen is het allerbelangrijkste. Zetmeelhoudende voedingsmiddelen laten zich goed combineren met vet (olie, mayonaise, boter, margarine, slagroom). Vet gaat uitstekend samen met zure voeding zoals azijn of citroensap in een oliesausje of mayonaise, slagroom bij fruit enz. Zure voedingsmiddelen met suikerrijk voedsel is een uitstekende combinatie omdat het zuur de suiker belet te gisten zoals honing of banaan in yoghurt. De slechte combinaties veroorzaken een opgezette buik zoals eiwitrijk voedsel met zetmeelrijk voedsel zoals brood met kaas, vlees met aardappelen, brood of deegwaren. Suikerrijke voeding met zetmeel is een veel voorkomende slechte voedselcombinatie zoals zoetbeleg op brood, chocolade en gebak. Eiwit met suiker en eiwit met vet zijn slechte voedselcombinaties die in voedingsproducten vrij veel voorkomen en een negatieve invloed hebben op het lichaamsgewicht. Zure voedingsmiddelen, samen met aardappelen, granen of deegwaren zijn een slechte voedselcombinatie. Naast de overgevoeligheid zijn slechte voedselcombinaties de belangrijkste oorzaak van een opgezette buik.

 

Voedingsproducten

Omdat veel mensen zich uitsluitend of overwegend voeden met voedingsproducten, dus verpakte en verwerkte voeding, is het te begrijpen dat een opgezette buik veel voorkomt. De voedingsindustrie houdt geen rekening met voedselcombinaties, maakt gebruik van voedingsadditieven en bewerkt het mechanisch en thermisch zodat het moeilijk verteerbaar is. Verteren is een enzymatisch proces en enzymen worden door warmte gedood. Eet zoveel mogelijk voedsel dat u zelf bereidt uit verse voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Bier kent een sterk gistende werking en veroorzaakt de bekende ‘bierbuik’. Sprankelend mineraalwater heeft geen invloed op darmgassen omdat het koolzuur zich in de maag in zuurstof omzet en de maaginhoud hiermee verrijkt. Sprankelend mineraal water kent geen enkel nadeel, het houdt het water langer fris en zorgt voor een aangenaam mondgevoel.

 

Winderigheid

In de darmen vormen zich gassen die zich opstapelen waardoor de buik uitzet. Vaak drukken de darmen tegen het middenrif waardoor men kortademig wordt of men kan zich moeilijk bukken omdat de buik in de weg zit. In het beste geval ontsnappen de gassen wat winderigheid wordt genoemd en dat zorgt voor een bevrijdend gevoel. Een onaangename geur wijst op rotting door eiwitresten. Niet ruikend gas wijst op gisting van koolhydraat. Gesloten winden ontstaan door een opstapeling van gassen die niet vrijkomen en dat zorgt eventueel voor darmkrampen of een blijvend opgezette buik. Een efficiënt middel is een eenvoudige kruidenthee die samengesteld is uit gelijke delen venkel, kummel en anijs. Deze drie zaadjes verdrijven de winden en worden daarom in de volkmond ‘platte-buik-thee’ genoemd. Meng de drie zaadjes door elkaar en gebruik van dit mengsel een koffielepeltje zaadjes per kopje, overgieten met kokend water, tien minuten laten trekken, laten afkoelen tot lichaamtemperatuur en drink hiervan 3 kopjes per dag, los van de maaltijd. Buikspieroefeningen zijn aan te raden omdat bij een uitgezette buik de spieren verzwakken. Dagelijkse beweging zorgt voor een betere darmperistaltiek en voor een regelmatige ontlasting.

11:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-10-16

Tegengif - Vermijd schadelijke stoffen in je dagelijkse leven

Dit is de titel van een nieuw boek van Elke Vanelderen, waarin ze op een zachte, maar bewuste manier de lezer met de neus op de feiten duwt. In het dagelijkse leven komen we met ontzettend veel gifstoffen in contact zonder dit altijd te beseffen. Elke Vanelderen is Gezondheidstherapeut en studeerde aan de Europese Academie in Leuven. Vanuit haar opleiding weet zij precies hoe gevaarlijk al deze giftige stoffen kunnen zijn voor de gezondheid, maar ze weet ook hoe men dit probleem kan aanpakken. Het is, zoals u uit de titel kunt afleiden, een positief boek dat tips aanreikt om het contact met giftige stoffen te vermijden of te verminderen en biedt gezonde en milieuvriendelijke alternatieven aan. Elke is moeder van twee kinderen en heeft een hoofdstuk speciaal voor (aanstaande) moeders voorzien. Prof. Dr. Marc Bogaert, toxicoloog die het boek inleidt zegt: ‘Dagelijks worden wij geconfronteerd met honderden lichaamsvreemde stoffen en organismen die onze gezondheid kunnen bedreigen. Dit kan gaan van een simpele allergie op de huid of de luchtwegen tot long- en hartaandoeningen, maar ook, schrikwekkender, tot allerlei vormen van kanker’. Het is een praktisch boek in een aangename en begrijpelijke taal geschreven met een leesvriendelijk lay-out. Het boek is opgebouwd rond acht thema’s.

1. Voeding

Het behoeft geen betoog dat de huidige voeding die door de moderne landbouw en voedingsindustrie wordt geleverd, nog weinig heeft te maken met onze oorspronkelijke verse voedingsmiddelen. Het is onvoorstelbaar dat op het voedsel pesticiden worden gespoten, giftige stoffen die niet alleen vernietigend zijn voor de insecten, onkruiden en schimmels, maar ook voor de mens. Het is wetenschappelijk aangetoond dat pesticiden de hormoonhuishouding verstoren. Het is niet altijd mogelijk om biologische voedingsmiddelen te kopen, daarom zijn er tips voorzien om veilig om te gaan met voedingsmiddelen van niet biologische kwaliteit. Verder is er gevaar voor bacteriën, schimmels en parasieten zodat een goede hygiëne in de keuken wenselijk is. Een bijkomend gevaar zijn de voedingsadditieven, beter bekend als E-nummers. Zij zijn niet allemaal gevaarlijk, maar we hebben ze niet nodig. Ze zijn alleen nodig om bepaalde productieprocessen mogelijk te maken en voedingsproducten langer in de verkoop te houden. Een aantal, en ze worden in het boek vermeld, zijn in grote hoeveelheden gevaarlijk. Men weet nog te weinig over de risico’s bij cumulatie van meerdere E-nummers in eenzelfde product of maaltijd. Verder voldoende aandacht voor geïsoleerde suikers, zoetstoffen, smaakstoffen en de nadelen van plastic verpakking, met tussendoor aandacht voor de gevaren van de anti-aanbakpan. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met goede voedingsadviezen en bruikbare tips, want als Gezondheidstherapeut weet Elke alles over gezonde voeding.

2. Kleding

Kleding is lang niet meer een noodzakelijk gebruiksvoorwerp. De mode heeft een enorme invloed op het gedrag van de mensen en bepaalt hoe we moeten uitzien. Kleding wordt nog hoofdzakelijk in lage loonlanden geproduceerd waar men het niet altijd zo nauw neemt met de sociale voorzieningen, maar ook niet met gifstoffen die erin verwerkt worden, dit ondanks de hoge eisen van de EU. In de kleding van bekende merken vindt men regelmatig te hoge concentraties aan giftige weekmakers, aminen en andere chemische stoffen en poly- en perflurokoolwaterstoffen in sportkleding. Vooral in de kinderkleding wordt nog al eens geknoeid met chemicaliën, terwijl kinderen juist hiervoor zo vatbaar zijn. De gezonde tips in het boek zijn onmisbaar voor wie zichzelf en zijn kinderen gezond wil kleden.

3. Huis en tuin

Het is moeilijk te begrijpen dat bijna alles wat in een huis staat giftige dampen afgeeft. Isolatie op basis van polyurethaan kunnen misselijkheid, hoofdpijn of allergie uitlokken. De spuitbussen om naden, voegen en scheuren te dichten kunnen nadat zij uitgehard zijn nog voor gezondheidsproblemen zorgen. Fijnstof dringt zelfs de huiskamer binnen, vooral als er gerookt wordt. Vocht- en schimmelplekken kunnen op langere termijn schadelijk zijn. In veel bouwmaterialen komt farmaldehyde voor, vooral in spaanplaten en meubels die daar van gemaakt zijn. Hoogspanningsdraden, wifi in huis, elektriciteit enz. worden de onzichtbare vervuilers genoemd. Op zich zijn al deze dingen niet zo gevaarlijk, maar de hoeveelheid en vooral de combinatie van meerdere stralingen verhoogt de risico’s. Er zijn heel wat giftige kamerplanten of giftige planten die de tuin versieren. In de tuin wordt flink omgesprongen met onkruidverdelgers om de paden en bloemperken onkruidvrij te houden. Het kan ook op een milieuvriendelijke manier zoals dit in het boek wordt beschreven.

4. Schoonmaakproducten

Wetenschappers vinden het zorgwekkend dat mensen thuis te lang worden blootgesteld aan een mix van schoonmaakmiddelen, welke op langere termijn een verhoogd risico veroorzaken voor de gezondheid. Tabletjes voor de vaatwasser bevatten milieuonvriendelijke fosfaten en stoffen die tot overgevoeligheid kunnen leiden. Wasmiddelen bevatten vaak bleekmiddelen, synthetische witmakers, wasverzachters, geurstoffen en oppervlakte actieve stoffen. Gelukkig komen er steeds meer ecologische producten op de markt. Bovendien biedt het boek talrijke alternatieven aan.

5. Verzorgingsproducten

In cosmetische producten worden parabenen, minerale oliën en petroleumderivaten gebruikt, kunstmatige parfums, weekmakers enz. Men gebruikt zonnecrèmes om de huid te beschermen tegen huidkanker terwijl daar vaak giftige stoffen in verwerkt zitten. Aan de Europese Academie wordt een opleiding tot Herborist gegeven, waar men gifvrije cosmetica en huishoudelijke producten leert bereiden, zelfs voor eigen gebruik (zie www.europesecademie.be). Op het einde van het hoofdstuk vindt u een aantal labels en logo’s van gifvrije cosmetische producten.

6. Speelgoed

In de media verschijnen regelmatig berichten over gifstoffen die in speelgoed zijn aangetroffen. Vooral plastic speelgoed, maar ook poppen en knuffels. Kleine kinderen nemen alles gemakkelijk in de mond waardoor overdracht wordt vergemakkelijkt. Ook hier labels en logo’s die u wegwijs maken in de wereld van het veilige speelgoed.

7. Medicatie

Chemische medicijnen zijn vaak nodig, zeker bij ernstige ziektes. We moeten er alleen anders mee leren omgaan. In dit hoofdstuk worden niet alleen alternatieve aangeboden, maar ook een andere manier om te leven zodat we minder medicijnen nodig hebben.

8. Speciaal voor (aanstaande) moeders

Dit positief boek wordt afgesloten met een heel bijzonder hoofdstuk met adviezen voor, tijdens en na de zwangerschap. Verder over voeding, vaccinaties en een gifvrij huis voor baby’s en kinderen.

 

Een prachtig boek dat in ieder gezin thuis hoort omdat het ons leert tegengif te gebruiken in een wereld vol gifstoffen.

Verkrijgbaar in de boekhandel

Titel: Tegengif

Auteur: Elke Vanelderen

Uitgeverij: Horizon, Overamstel Uitgevers, Amsterdam, 2016

ISBN: 978 94 921 5948 9, ook als E-book verkrijgbaar

12:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-08-15

De complementaire zorg, meer dan ooit noodzakelijk.

Naast de reguliere geneeskunde heeft zich sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw een complementaire zorg ontwikkeld, wat vroeger alternatieve geneeskunde werd genoemd. Heel wat patiënten hebben de weg gevonden naar de complementaire zorgverlener, hebben hun klachten overwonnen en zijn een andere mens geworden. Iedereen ziet het belang van de reguliere geneeskunde in, zeker bij ernstige en levensbedreigende ziekten. De moderne geneeskunde is enorme wereld op zich geworden, ziekenhuizen zijn gigantische complexen, de mogelijkheden zijn onbeperkt en de gebruikte medische toestellen overtreffen iedere verbeelding. Over het kunnen en de mogelijkheden van de medische specialisten staat iedereen perplex. De hoog opgeleide artsen doen dat niet voor hun plezier, maar uit diepere noodzaak. De volksgezondheid gaat erg achteruit, steeds meer mensen worden ziek of hebben permanente medische hulp nodig. Er sterven vooral veel mensen op jonge en middelbare leeftijd. Men beweert wel dat we steeds ouder worden en het aantal honderdjarigen is inderdaad toegenomen, maar het blijft een handvol uitzonderingen. Er worden medische problemen opgelost die men enkele jaren geleden nog voor onmogelijk werden gehouden. Als een vrouw zonder baarmoeder werd geboren, had zijn geen andere keuze dan kinderloos door het leven te gaan. Nu kan een baarmoeder die bij een gezonde vrouw niet meer nodig is, getransplanteerd worden. Dit is maar een van de vele mogelijkheden. Het is een technische geneeskunde geworden die alle lof en bewondering verdient en die meer dan ooit noodzakelijk is. Misschien schiet men het echte doel voorbij, namelijk de mensen weer gezond maken in plaats van ze op te lappen en met medicijnen de symptomen te onderdrukken.

 

De weg van de eenvoud

De complementaire zorgverlener werkt niet met ingewikkelde machines, niet met complexe technieken of met medicijnen die nevenwerkingen vertonen. De complementaire zorgverlener behandelt naar het voorbeeld van Hippocrates ‘de zieke’ in plaats van ‘de ziekte’. Uiteraard is de complementaire zorg beperkt tot het herstellen van de gezondheid en laat al het andere over aan de reguliere geneeskunde, vandaar doorverwijzing van patiënten met ernstige aandoeningen. De kracht van de complementaire zorg ligt juist in deze eenvoudige en fundamentele benadering van de patiënt. De gebruikelijke behandelingen munten uit in eenvoud en toch werken ze, zelf heel efficiënt. Hoe is dit te verklaren? Heel eenvoudig, de patiënt wordt als mens benadert en niet als een mechanisme waar een defect aan is en dat door een technische ingreep kan hersteld worden. De patiënt moet zichzelf genezen want hij bezit van natuur uit een zelf genezend mechanisme dat op een natuurlijke wijze en/of met natuurlijke middelen wordt gestimuleerd. Bij de meeste ziekten, die complementair behandeld worden, ligt de oorzaak direct of indirect bij de patiënt zelf. Meestal wordt men ziek omdat de patiënt zijn voeding en levenswijze niet heeft gerespecteerd of dat een negatieve ingesteldheid zijn leven domineert. Er zijn ziekten die geheel los van de patiënt ontstaan, maar die op een zelfde wijze met succes worden aangepakt omdat er altijd een link wordt gelegd tussen zieke en ziekte.

 

Deelnemen aan eigen genezingsproces

De patiënt is niet het lijdend voorwerp, maar speelt een actieve rol in zijn eigen genezingsproces. Door zijn inzichten in het leven, in zichzelf en zijn omgeving te verruimen, ziet de patiënt de noodzakelijke verbanden en weet hij meteen waar het mis is gelopen. Door al deze breuklijnen te herstellen ontstaat er een biologisch evenwicht zodat het zieke lichaam zich herstelt. Herstellen betekent dat lichaam en geest weer in evenwicht of harmonie is. Door de nauwe samenwerking tussen patiënt en zorgverlener, vindt men zichzelf weer terug en begrijpt men waar het fout is gelopen. In de complementaire zorg hecht men veel belang aan de persoonlijkheid, de gemoedstoestand, gezonde voeding, natuurlijke levenswijze en een harmonieuze omgeving waarbij men zich beschermd tegen de negatieve invloeden van het vervuilde milieu. Duizenden mensen vinden zichzelf en zijn gezondheid terug na een reeks behandelingen. Zijn komen er verstekt uit en zullen niet meer of minder hervallen in hun oude, ziekmakende levenswijze. Genezen betekent veranderen, verbeteren, een andere mens worden die gewapend is tegen de harde wereld waarin we leven. Het is opvallend dat patiënten die complementair behandeld zijn, nauwelijks een terugval kennen. Ze weten hun gezondheid te handhaven want complementaire zorg is een educatieve geneeskunde. Het gebeurt dat sommige patiënten een langere begeleiding nodig hebben, zeker als ze erg kwetsbaar zijn of chronisch ziek zijn of in een ongunstige omgeving wonen.

 

Vrije handelingen

Niemand verlangt dat de complementaire zorg de reguliere geneeskunde vervangt. Zowel de reguliere als de complementaire zorg zijn noodzakelijk en ieder heeft zijn afgebakend terrein. Complementair betekent trouwens aanvullend, dus aanvullend op de reguliere geneeskunde. De complementaire zorg legt het accent op het herstellen van de gezondheid. Duidelijke taal is belangrijk want we leven in een harde wereld waarin de intellectuele radicalisering steeds groter wordt. Er zijn mensen en groepen die niet meer naar elkaar luisteren en te snel beoordelingen pro of contra uitspreken terwijl er geen enkel onderzoek vooraf is gegaan of argumenten worden aangevoerd. Het belang en de noodzaak van de complementaire zorg werd gedurende de laatste vier decennia aangetoond aan de hand van de schitterende resultaten die er bereikt werden. Bovenden groeit het draagvlak nog steeds. Binnen de EU zijn er regelingen getroffen of wetten aangenomen die de complementaire zorg beschermd. Het principe is heel eenvoudig. De reguliere geneeskunde en hun beoefenaars zijn door de wet beschermd. In België is dit het KB 78 en in Nederland de wet BIG. Daarin zijn de ‘voorbehouden handelingen’ vast gelegd die enkel door artsen en paramedici worden toegepast. De structuur van de reguliere geneeskunde zit op vele vlakken verweven met officiële stellingen, sociale wetgeving, zorgverzekeraars enz. zodat voorbehouden handelingen niet door anderen kunnen gesteld worden. Misbruik op dat vlak is totaal onbekend. Naast de voorbehouden handelingen zijn er de ‘niet voorbehouden’ of ‘vrije handelingen’ die door iedereen kunnen gesteld worden op voorwaarde dat men geen schade toebrengt. De complementaire zorgverlener maakt enkel gebruik van deze vrije handelingen, natuurlijke middelen en eenvoudige behandelingen.

 

Plato-eindtermen

Binnen een democratie geldt ‘therapievrijheid’ dat gezien wordt als een fundamenteel mensenrecht. De patiënt kiest zelf voor een reguliere of een complementaire behandeling. De complementaire zorgverlener is zodanig opgeleid dat als de patiënt nood heeft aan een reguliere behandeling deze meteen wordt doorverwezen. Er wordt in het belang van de patiënt nooit getreuzeld omdat daardoor kostbare tijd kan verloren gaan. Om de kwaliteit van de complementaire zorg te garanderen heeft de Universiteit van Leiden (NL) in opdracht van de zorgverzekeraars de Plato-eindtermen uitgewerkt. Alle opleidingen zijn verplicht zich daar aan te houden. Deze eindtermen bepalen de medische basiskennis op cognitief niveau en de psychosociale basiskennis zodat een patiënt de garantie heeft op professionele wijze behandeld te worden. De overheid of zorgverzekeraars wensen zich niet in te laten met de specifieke geneeswijzen die tot de complementaire zorg worden gerekend omdat dit deel uitmaakt van de eigenheid en de doelstellingen van de complementaire zorg. De vzw Europese Academie leidt complementaire zorgverleners op zoals de vierjarige opleiding tot Gezondheidstherapeut. Dit is een beoefenaars van de natuurgeneeskunde in zijn oorspronkelijke vorm, maar aangepast aan onze huidige medische kennis en gezondheidzorg. Deze opleiding steunt volledig op de Plato-eindtermen en is als zodanig geaccrediteerd door CPION. Het gaat om een opleiding van goede kwaliteit met betaalbare studiekosten. Voor meer informatie, surf naar www.europeseacademie.be

15:01 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-06-15

De complementaire zorg zit in de lift

Kranten en weekbladen spenderen hele pagina’s aan gezondheid want gezondheidsthema’s zijn in. De reden ligt voor de hand: de gezondheid van de moderne mens is erg bedreigd in deze jachtige en vervuilde wereld. De Belgische overheid heeft onlangs nog bevestigd dat de 5 doelstellingen die men in 2008 voorop had gesteld, niet worden gehaald. De mensen eten nu nog ongezonder dan zeven jaar geleden, men beweegt nog minder, borstvoeding is met 10% achteruit gegaan en overgewicht is flink toegenomen. Met allerlei onderzoeksrapporten en opiniepeilingen probeert men aan te tonen hoe gelukkig en gezond we hier in het rijke westen zijn met al onze weelde en comfort. Ziekenhuizen worden steeds groter, het aanbod aan medicijnen neemt toe en het percentage dat er gebruik van maakt stijgt. Het aantal honderdjarigen mag dan wel stijgen, maar steeds meer mensen op jongere en middelbare leeftijd overlijden aan allerlei ziekten. We zijn geen pessimisten of onheilsprofeten, maar realisten die mensen bewust maken dat er dringend moet worden ingegrepen.

De overheid, en dat geldt voor heel Europa, haalt enorm veel geld uit al wat ongezond is. Het zijn de rokers die het gat in de begroting helpen dichten. De overheid verdient fortuinen aan alcoholgebruik, chocolade, koffie, toegevoegde suikers, de frisdrankindustrie, de vervuilende auto’s en noem maar op. De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie ) beveelt 350 gram vlees per week en per persoon aan, de Hoge Raad voor de Gezondheid (B) houdt het op 500 gram per week, terwijl het gemiddeld verbruik in België en Nederland op 1,650 kilogram/per persoon/per week ligt. Dat komt neer op 86 kg per persoon per jaar. Dat is veel als we rekening houden met het groot aantal vegetariërs en met een vrij grote groep van matige vleeseters. Het is niet te verwonderen dat het aantal darmkankers sterk toeneemt. Er is een duidelijk verband tussen de toename van fijnstof en de stijging van ademhalingsproblemen. Het vervuilde milieu, de ongezonde levenswijze, het massaal gebruik van voedingsproducten, de toenemende stress en de zware emotionele belasting liggen aan de basis van een steeds slechter wordende gezondheid. Bovendien is de gezondheidszorg onbetaalbaar geworden en komen er steeds meer mensen in de kou te staan. De afbraak van de sociale zekerheid is volop bezig. 

Stilaan begint men in te zien dat binnen deze chaotische samenleving een groep is die voldoende weerstand biedt tegenover al deze zware bedreigingen. Het zijn de mensen die gebruik maken van de complementaire zorg, wat vroeger alternatieve geneeskunde werd genoemd. Meestal komen ze via ziekten of ongemakken, waar ze geen oplossing voor vinden, terecht bij een complementaire zorgverlener. Deze zoekende mensen zien in dat hun ziekte, klacht of ongemak in verband staat met hun slechte voedingswijze, hun onnatuurlijke levenswijze of negatieve ingesteldheid. Zolang men daar niets aan doet, kan er geen verbetering optreden. In de complementaire zorg besteedt men ruime aandacht aan gezondheidseducatie terwijl de cliënten degelijk begeleid worden. Voldoende aandacht, de nodige tijd en vooral de individuele benadering van de cliënt is doorslaggevend. 

De complementaire zorg vervangt niet de reguliere gezondheidszorg, maar biedt een nuttige en waardevolle aanvulling aan. Preventie en zelfzorg staan in de complementaire zorg centraal. Steeds meer mensen kiezen voor deze mogelijkheden. Binnen de complementaire zorg wordt uitsluitend gebruik gemaakt van gerichte adviezen, natuurlijke middelen en eenvoudige behandelingen die risicovrij zijn. De wetgeving in Europa maakt een onderscheid tussen de ‘voorbehouden handelingen’ die alleen door artsen en paramedici worden uitgevoerd en de ‘niet voorbehouden of vrij handelingen’ die door iedereen kunnen worden toegepast op voorwaarde dat men de gezondheid niet in gevaar brengt

De overheid heeft er belang bij om de complementaire zorg te ondersteunen omdat diegenen die er gebruik van maken geen of minder beroep doen op dure reguliere behandelingen. Als ze toch ziek worden, wat niet is uit te sluiten, zullen ze sneller genezen en gezond blijven. De complementaire zorg levert een directe bijdrage aan de besparing van de overheid. Bovendien kan de overheid ook geld verdienen aan gezonde initiatieven. In deze wereld met een groeiende ontevredenheid worden voortdurend grenzen overschreden en wordt ons ieder brokje zekerheid ontnomen. De complementaire zorg geeft weer hoop. Deze groeiende sector heeft behoefte aan zorgverleners, die professioneel worden opgeleid om een concrete bijdrage te leveren. De vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg werd in 1988 opgericht met als doel zorgverleners op te leiden door deeltijdse opleidingen zonder werkonderbreking aan een van haar vier scholen te Antwerpen, Gent, Leuven en Maastricht. Er zijn vier verschillende opleidingen die tot de complementaire zorg behoren.

 

Herborist

Een herborist is een artisanaal beroep, maar door zijn kruidenkennis en vooral door de bereidingen van talrijke gezondheidsproducten op basis van kruiden, levert de herborist indirect een bijdrage tot de complementaire zorg.

 

V.G.L. Gezondheidsconsulent – Gewichtsconsulent

Is een belangrijke complementaire zorgverlener die cliënten begeleidt op het vlak van Voeding, Gezondheid en Levenswijze en daarnaast een concrete bijdrage levert door cliënten met overgewicht te begeleiden. Deze opleiding is in Nederland geaccrediteerd zodat de cliënten kunnen rekenen op terugbetaling door de zorgverzekeraars.

 

Persoonlijkheidscoach

Is een complementaire zorgverlener die de cliënten coacht met psychische en emotionele problemen zowel privé als in het bedrijfsleven. Veel problemen zijn terug te voeren op verzwakking van de persoonlijkheid die opgespoord en versterkt worden.

 

Gezondheidstherapeut

Dit is de meest uitgesproken complementaire zorgverlener die de natuurgeneeskunde beoefent. De opleiding is voor Nederland door CPION geaccrediteerd en beantwoordt aan de PLATO-eindtermen. Een complete opleiding met veel professionele mogelijkheden.

18:37 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-05-15

Propolis, de genezende kracht van bijen

Propolis behoort tot de apitherapie en heeft zijn gunstige werking al lang bewezen. Het is de Deense imker K. Lund Aagaard die in de vorige eeuw de propolis heeft herontdekt. De bijen produceren een lijmachtige substantie uit de knoppen en het sap van planten en bomen. Het zijn vooral harsachtige stoffen. De bijen gebruiken propolis om ongewenste openingen, kieren en spleten van hun korven of kasten te dichten. Propolis heeft binnen de bijenkolonie talrijke functies, maar de belangrijkste is ziektekiemen buiten te houden zoals bacteriën, virussen en schimmels. De minste infectie in een bijenkolonie zou fataal zijn. De samenstelling van propolis verschilt van streek tot streek, maar ook volgens de seizoenen en is afhankelijk van de soort planten. De meest voorkomende kleur is bruin, maar kan ook groen, rood, zwart, geel of wit zijn. Propolis bestaat voor meer dan 50% uit balsem, 30% uit was, 10% etherische olie en 5% pollen.

 

De balsem is samengesteld uit flavonoïden, eiwitten, suikers, vitamine en mineralen. De flavonoïden vormen een grote groep van gele geneeskrachtige kleurstoffen die de bijen in de harsen op de knoppen van de bomen vinden. De samenstelling verschilt van boom of struik. Vooral de knoppen van de populier en de berk zijn belangrijke leveranciers van flavonoïden. Er zijn meer dan 26 verschillende soorten flavonoïden in propolis ontdekt. De belangrijkste zijn acacetin, kaempferide, pinostrobine, rhamnocitrine, apigenine en nog vele andere. De aanwezigen eiwitten, suikers, vitaminen en mineralen zijn te gering voor hun voedingswaarden, maar hebben een farmacologische werking die bijdraagt aan het genezingsproces.

 

De was bestaat uit lipoïden, een verzamelnaam voor een zeer heterogene groep van vetachtige verbindingen. De etherische oliën zorgen voor de geur en de smaak van propolis en een goede werking tegen bacteriën en schimmels. Het gaat om een achttal aromatische verbindingen zoals benzoëzuur, cafeïnezuur, eugenol, ferulazuur, pterostilbeen en sorbinezuur. Sorbinezuur staat bekend voor zijn goede conserverende werking. Omdat propolis in zijn natuurlijke vorm niet zo handig in gebruik is, wordt het verwerkt in siroop, tinctuur, crème, zalf, tablet, dragee of capsule en in deze vormen te koop aan geboden. Bij siroop worden vaak ondersteunende kruiden toegevoegd zoals tijm, salie, eucalyptus, anijs, heemst, zoethout, vlier enz.

 

Eigenschappen van propolis

Door zijn grote diversiteit aan inhoudsstoffen bezit propolis een breed spectrum aan genezende eigenschappen. Propolis staat vooral bekend als natuurlijke antibioticum en werkt op bacteriën, virussen en schimmels. Het heeft een ondersteunende werking bij het toepassen van een noodzakelijke antibioticakuur. Propolis wordt gebruikt bij allerlei ontstekingen van de luchtwegen, keelpijn en virale infecties, maar zijn werking en toepassingen gaan veel verder. Propolis wordt toegepast bij reumatische aandoening vooral bij artritis en remt ontstekingsreacties af. Het wordt aanbevolen bij hart- en vaatziekten zoals slagaderverkalking, trombose of bij slechte doorbloeding. Wordt verder ingezet bij het behandelen van allergie, krampstillende werking op de darmspieren (spastisch colon), bij galproblemen, zwakke immuniteit, maagzweer, als verzorgingsmiddel voor mondhygiëne  en tegen pijn en jeuk. Propolis zou het risico op cataract verminderen en wordt gebruikt door zangers of sprekers met pijnlijke stembanden. Propolis is een vrij universeel middel dat direct of indirect wordt ingezet bij de meest uiteenlopende klachten. Het gebruik van propolis is zeer algemeen en is vooral geschikt voor zelfzorg. De meeste medische eigenschappen zijn door wetenschappelijk onderzoek bevestigd.

 

Complementaire zorg

Propolis is zeer geschikt bij het behandelen van brandwonden. Er loopt een onderzoek om propolis in te zetten in de tandheelkunde. Er zijn aanwijzingen dat propolis kan helpen tegen cariës. Het is een goed middel tegen aften. Propolis is een uitstekend middel dat alleen in de zelfzorg wordt toegepast en in de complementaire zorg wordt aanbevolen. Dat lijkt vreemd, maar is wel logisch. Natuurlijke middelen kunnen geen medicijnen vervangen omdat de dosering van de inhoudsstoffen niet bekend is. Iedere propolis kan afhankelijk van de plant, de streek en het seizoen anders van samenstelling zijn. Daarom wordt in de complementaire zorg altijd een omkadering aanbevolen. Indien iemand een keelontsteking met propolis wil behandelen, is het aan te bevelen dat men zijn voeding en levenswijze verzorgt of eventueel propolis ondersteunt met knoflook en/of een kruidenthee met honing. Het natuurlijk middel is een onderdeel van meerdere factoren die worden ingezet bij het genezingsproces. Het is de synergetische werking die het goede resultaat verzekert. Binnen een ruimere natuurgeneeskundige aanpak kan men met propolis veel bereiken. In de complementaire zorg hechten we veel belang aan het educatieve aspect. Propolis staat bekend als een goed natuurlijk antibioticum, maar ook als antimycoticum of schimmelwerend middel. Omdat de factor tijd een doorslaggevende rol speelt bij ernstige infecties, is het niet altijd verantwoord om alleen propolis in te zetten en is men aangewezen op medische hulp. We moeten een onderscheid maken tussen gezondheidsproblemen die men zelf kan behandelen of met de steun van een complementaire zorgverlener en medische problemen waarbij een medische interventie nodig is.

 

Geen resistentie

Het grote nadeel van antibioticum is de resistentie tegen bepaalde bacteriën. De bacteriën die de ziekte veroorzaken worden er door gedood waardoor de ontsteking ophoudt. Dat is geen genezing maar een uitschakeling van een symptoom. Vooral de vernietigende werking op de darmflora is verontrustend. Zowel in medische kringen als door de overheid wordt gewaarschuwd om niet te snel op antibiotica over te schakelen. Uit talrijke wetenschappelijke onderzoeken kan men afleiden dat bij propolis geen dergelijke resistentie optreedt. Onderzoek heeft aangetoond dat bacteriën die resistent waren voor antibiotica met propolis wel konden behandeld worden. Propolis lijkt ons een ideaal middel om bij talrijke kwalen met een laag risico te gebruiken ter vervanging van antibioticum. De bevolking moet zich bewust worden dat men zelf heel veel aan zijn gezondheid kan doen, zeker door meer aandacht te vestigen op zelfzorg en complementaire zorg.

10:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-15

Angiogenese of hoe een kankergezwel zich voedt!

De moderne oncologie heeft de genezingskansen voor een aantal kankers opvallend verbeterd terwijl een aantal vormen niet of moeilijk te behandelen zijn. Het probleem is echter dat men het aantal nieuwe kankergevallen niet kan terugdringen. Men slaagt er in de ziekte beter te behandelen, maar men krijgt kanker niet uitgeroeid. Dat heeft vooral te maken met het vervuilde milieu, het massaal gebruik van industriële voedingsproducten en een aantal psychische en emotionele problemen. De wortel van het kwaad bevindt zich in de cel. Kanker ontstaat door ontsporing van bepaalde functies van de cel, vandaar dat kanker medisch gezien wordt omschreven als een celziekte. Gedurende ons hele leven worden de cellen van buitenaf bedreigd door virussen, vrije radicalen, kankerverwekkende stoffen, enz. maar iedere bedreiging wordt onder normale omstandigheden afgeslagen. Sommige cellen slagen er in om hun genen zodanig te muteren dat deze een kankercel vormen. Dat betekent niet dat zo’n kankercel meteen een gezwel wordt. Daarvoor zijn een aantal specifieke voorwaarden nodig. De cel moet o.a. steeds meer eigenschappen krijgen die hem in staat stellen om te groeien en weefsel te vormen. Een kankercel gaat zich eerst innestelen en gaat dan op zoek naar voedsel via het proces van de angiogenese of de vorming van nieuwe bloedvaten. Een kankergezwel kan zich niet vermeerderen zonder permanente aanvoer van voedsel en zuurstof.

 

Angiogenese is de vorming van nieuwe bloedvaten vanuit bestaande bloedvaten. Dat is een bekend en goed bestudeerd fysiologisch proces. Dit proces vindt bijvoorbeeld plaats tijdens de embryogenese en embryo-implantatie in het endometrium of het slijmvlies van de baarmoeder. Het ontstaan van kanker wordt vergeleken met een bevruchte eicel. Aanvankelijk begint de bevruchte eicel zich vanuit zijn eigen energie te vermenigvuldigen, maar die is beperkt. Om aan voedsel te geraken worden er bloedvaten gevormd zodat er bloed van de moeder naar de vrucht stroomt. Bloed voert voedsel, warmte en zuurstof aan en voert afvalstoffen af. Door het proces van angiognese kan de bevruchte cel zich ontwikkelen van embryo naar foetus. Angiogenese ontstaat eveneens bij wondheling en bij een kankergezwel. Een tumor zorgt er voor dat er nieuwe bloedvaten ontstaan door groeifactoren voort te brengen die zich tot in het dichtstbijzijnde bloedvat verspreiden. Deze hechten zich op de cellen van de vaatwand en zorgen ervoor dat zij zich delen en uiteindelijk nieuwe vaten vormen om de tumor van voedsel te voorzien. Zo kan de tumor blijven groeien. Hij begint eerst binnen te dringen in het omliggende, gezonde weefsel, maar kankercellen kunnen zich ook losmaken van de primitieve tumor en met behulp van de bloedsomloop zich in andere organen vestigen wat uitzaaiing of metastase wordt genoemd.

 

Biologische kankerbestrijding

Bij het behandelen van kanker probeert men de tumorgroei tegen te gaan door de vorming van nieuwe bloedvaten te verhinderen, m.a.w. men probeert de tumor uit te hongeren. Om te kunnen groeien heeft de tumor een constante toevoer van voedsel en zuurstof nodig. Anti-angiogenesemedicatie wordt vooral gebruikt in combinatie met chemotherapie in de behandeling van dikke darmkanker met uitzaaiing in de lever of bepaalde vormen van long- of borstkanker. Deze behandeling gaat gepaard met bijwerkingen. In de biologische kankerbestrijding, als aanvulling op de reguliere behandeling, gaan onderzoekers er vanuit dat bepaalde vruchten een anti-angionese werking hebben. Door het eten van gezonde voedingsmiddelen zoals fruit en groenten worden aan het organisme kleine hoeveelheden kankerremmende stoffen toegediend. Dat kan zowel ter voorkoming van kanker als ter ondersteuning van het genezingsproces. Door het verhinderen van de vorming van nieuwe bloedvaten wordt de toevoer van voedsel en zuurstof afgesneden en sterft de tumor.

 

Kurkuma

Sommige onderzoekers suggereren dat curcumine, een stof uit Kurkuma, de vorming van nieuwe bloedvaten door angiogenese kan verhinderen, waardoor de kankercellen worden beroofd van hun eigen energiebron. Uit onderzoek op dieren en in laboratoria gekweekte kankercellen is gebleken dat curcumine de groei van een groot aantal kankercellen kan stoppen, vooral die van leukemie, dikke darmkanker, borstkanker en kanker aan de eierstokken.

 

Frambozen en aardbeien

Beide vruchten zijn in staat om de celgroei van tumoren af te remmen, afhankelijk van de hoeveelheid polyfenolen. Dierproeven hebben uitgewezen dat het eten van beide vruchten (5% van de maaltijd) een belangrijke vermindering teweeg brengt van tumoren in de slokdarm. Ellaginezuur, een stof die in deze twee vruchten en nog vele andere voor komt, wordt gezien als een krachtige remmer van twee eiwitten die van wezenlijk belang zijn bij het ontwikkelen van bloedvaten bij tumoren, dus bij het proces van angiogenese.

 

Anthocyanidinen

Anthocyanidinen zijn een groep van polyfenolen die zorgen voor de meeste kleuren rood, roze, paars, oranje en blauw in allerlei bloemen en vruchten. Deze pigmenten zijn overvloedig aanwezig in frambozen en rode bessen, maar ook in aardbeien, cranberry’s en in talrijke vruchten en groenten. Ook deze polyfenolen zorgen voor het afremmen van angiogenese. De blauwe bes bevat bovendien delfidine die eveneens een afremmende werking van angiognese kent. Zelfs de vitamine C uit vruchten en groenten heeft een dergelijke werking.

 

In de biologische kankerbestrijding hecht men veel belang aan specifieke voedingsmiddelen bij het behandelen van kankers. Dit betekent niet dat voeding een reguliere behandeling overbodig maakt. Specifieke voeding kan het genezingsproces gunstig beïnvloeden en de nevenwerkingen van de zware chemotherapie draaglijk maken. Fruit, groenten, noten, bepaalde zaden en pitten, honing, stuifmeel, tarwekiemen en nog vele andere voedingsmiddelen bezitten, zoals onderzoeken aantonen, kankerremmende stoffen die een bijdrage leveren in de strijd tegen kanker. Al deze voedingsmiddelen moeten tijdens het genezingsproces rauw worden gegeten omdat deze stoffen zeer kwetsbaar zijn voor warmte, inwerking van zuurstof, maar in minder mate van mechanische bewerking zoals het fijn snijden, raspen of persen. In geïsoleerde vorm werken deze stoffen niet. Het is belangrijk om in het kader van kankerpreventie regelmatig deze voedingsmiddelen te gebruiken.

13:24 Gepost door Jan Dries in Gelaatkunde, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-15

Sint-Janskruid, het behandelen van een depressie

Sint-Janskruid is een zeer begeerd kruid en heeft zijn naam te danken aan het feit dat het op 24 juni, het feest van Sint Jan, bloeit. Sint-Jansolie wordt vooral voor veel uitwendige klachten gebruikt. Het is heel bekend omwille van zijn gunstige invloed bij het behandelen van een depressie. Het is een uitgesproken antidepressivum. Zeker in deze tijd waar men zich heel wat vragen stelt over het langdurig gebruik van chemische antidepressiva bij het behandelen van depressie, kiest men graag voor een alternatief.

Kinderen die antidepressiva gebruiken, kunnen later te kampen krijgen met angst, depressie en suïcidaal gedrag. Tot voor kort werd nog aangenomen dat langdurig gebruik van Prozac of gelijkaardige geneesmiddelen geen schadelijke gevolgen met zich meebracht. Amerikaanse onderzoekers kwamen er achter dat jonge muizen die met Prozac werden behandeld als volwassene abnormaal angstig en depressief gedrag vertoonden. De wetenschappers vermoeden dat het gebruik van antidepressiva tijdens de ontwikkeling van het brein de natuurlijke aanmaak en circulatie van serotonine in de hersenen verstoort. Serotonine, een chemische boodschapper tussen de zenuwcellen en het brein, regelt de gemoedstoestand. Bij een te kleine hoeveelheid leidt dit tot een minderwaardig zelfbeeld, depressie en soms tot zelfmoord. Antidepressiva vertragen de heropname van serotonine door de zenuwcellen, waardoor het serotoninegehalte langer in de hersenen blijft en men zich tijdelijk beter voelt. Prozac wordt niet bij het behandelen van kinderen gebruikt. Men kan zich wel de vraag stellen wat de gevolgen zijn van andere antidepressiva op kinderen en hun toekomst!

Depressie is een zwarte wolk die traag voorbij trekt, zo traag dat sommigen zich afvragen of het wel ooit zal verbeteren. Het is te begrijpen dat men in een dergelijke toestand medische hulp inroept en zware medicijnen gebruikt. Het is niet mogelijk, zelfs niet verantwoord om deze medicijnen meteen door Sint-Janskruid te vervangen. Antidepressiva dienen altijd op een verantwoorde wijze door de arts of psychiater te worden afgebouwd. Toch kan Sint-Janskruid goed worden gebruikt bij het behandelen van een depressie omdat in de natuurgeneeskunde depressiviteit in een veel ruimer perspectief wordt geplaatst. Men gaat eerst op zoek naar de oorzaak en naar mogelijke uitlokkende factoren. Door een goed uitgevoerde duiding krijgt de therapeut een totaalbeeld van zijn patiënt en dat geeft hem een beter zicht op het persoonlijkheidsbeeld en het klachtenpatroon. Er wordt meteen nagegaan in welke mate de patiënt zelf een eigen bijdrage kan leveren aan zijn uitzichtloze situatie. Er rijzen dan vragen als: wat moet er veranderen in zijn dagelijkse leven of zijn omgeving en hoe kan hij dat verwezenlijken? In welke mate kan de zorgverlener hem daarbij helpen?

Het klinkt misschien vreemd, maar een prachtig middel om iemand vrij snel door zijn depressie heen te helpen is het lichaam ontgiften. Dat kan door talrijke gastro-intestinale therapieën zoals colon hydrotherapie (hoge darmspoeling), een specifieke kruidenthee of aangepaste voeding. Vervuilde darmen vergiftigen het hele lichaam. Deze gifstoffen, homotoxinen genoemd, prikkelen in grote mate het zenuwstelsel en verstoren de gemoedstoestand en een aantal belangrijke biochemische processen. Naast het ontgiften wordt het zenuwstelsel opgebouwd met gezonde voeding die rijk is aan natuurlijke suikers, magnesium en vitaminen van het B-complex. Bananen zijn uistekende natuurlijke antidepressiva. De banaan stimuleert de aanmaak van serotonine. Natuurlijke voedingsmiddelen hebben een krachtige genezende werking en dat mag men niet onderschatten.

Bij het behandelen van een depressie bereikt men door toepassing van Dermasegmentale reflexologie (DSR) uitstekende resultaten. Dit is een manuele behandeling gericht op de huid, het spierweefsel en het bindweefsel en heeft een reflectorische werking. Hierdoor worden spanningen en blokkades die vaak aan de basis van een depressie liggen,  opgeheven. De reflectorisch werking bij DSR gebeurt via het stimuleren van de huid, de onderhuid, de huidzenuw, het bindweefsel en het bot. Het is vooral de verhoging van de huidtemperatuur die erg gunstig is. Daardoor komt het hormoon oxytocine vrij dat als een antistresshormoon bekend staat. DSR geeft achteraf een rustgevend gevoel en maakt de patiënt stressbestendig. Daarnaast wordt de productie van endorfine gestimuleerd, een stof die bekend staat als het gelukshormoon. De behandeling heeft een antidepressieve werking. De verhoogde temperatuur is te wijten aan een betere doorbloeding. Bloed voert voedsel, warmte en zuurstof aan tot in de uiteinden van het lichaam en voert gifstoffen af. Door een intense doorbloeding functioneren de organen beter en verlopen een aantal biochemische processen optimaal. In combinatie met relaxatie (Biorelaxatie) is DSR een uitstekende therapie voor het behandelen van een depressie.

Binnen een dergelijke totale aanpak kan Sint-Janskruid een prachtige en zelfs doorslaggevende bijdrage leveren. Veel mensen maken de fout om een medicijn door een kruid te vervangen, maar dat kan niet. De werking van kruiden, kruidenextracten en kruidenpreparaten zijn niet vergelijkbaar met deze van hoog gedoseerde chemische medicamenten. Binnen een natuurgeneeskundige aanpak werken kruiden bijzonder goed. De kracht van de natuurgeneeskunde ligt in zijn totale aanpak: constitutie, temperament, dispositie en expositie vormen de vertrekbasis. Van daaruit wordt het ziektebeeld geïndividualiseerd en het therapieplan uitgewerkt. In de natuurgeneeskunde wordt altijd multi-therapeutisch gewerkt d.w.z. dat er meerdere therapieën worden gebruikt die elkaar prachtig aanvullen en zo voor een synergetische werking zorgen. Voor meer informatie over het behandelen van depressie, surf naar www.natuurgeneeskundigen.be 

17-07-14

Artrose Een aftakelingsproces op alle leeftijden

Artrose is een vorm van reuma en wordt door slijtage van het kraakbeen veroorzaakt. Artritis behoort tot de ontstekingsreuma, zowel een als meerdere gewrichten kunnen ontstoken zijn. Er is nog een derde groep van reumatische doeningen met aantasting van de weke delen. Men krijgt dan last van de spieren, pezen en aanhechtingsbanden. Het gaat om slijmbeursontsteking, peesontsteking en fibromyalgie, ook spierreuma genoemd. Artrose is een veel voorkomende klacht waarbij het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruitgaat. Artrose komt voornamelijk voor in de nek, de schouders, de onderrug, heupen, knieën en handen. Het is zorgelijk dat een op de drie volwassenen lijdt aan een of andere vorm van artrose en dat dit nog zal toenemen. Artrose treedt op jongere leeftijd op en komt opvallend steeds meer voor bij vrouwen.

Volgens sommige reumatologen heeft dat te maken met het feit dat vrouwen nu net als mannen intensief sport bedrijven. Er wordt te veel druk op de gewrichten uitgeoefend wat de slijtage van het kraanbeen verhoogd. Intensief sporten is niet gezond in tegenstelling tot de vele vormen van bewegen. Intensief sporten wordt door de meeste wetenschappelijke onderzoekers als belangrijke oorzaak van artrose gezien. Tot de meest schadelijke sporten worden voetbal, marathon lopen, gevechtssporten en tennis gerekend. Uiteraard zijn er nog andere oorzaken zoals erfelijke belasting, slechte doorbloeding, stress enz. Artrose komt bij bepaalde families voor, maar ook bij bepaalde beroepen zoals pianist, danser, machinist, sportbeoefenaars enz. Bij chronische of aanhoudende stress treden er zware spierspanningen op die gewrichten onder druk zetten waardoor het kraakbeen beschadigd geraakt. Door spierspanningen wordt de bloedtoevoer afgeremd zodat het gebied waar zich de artrose vormt, minder doorbloed is. Dat betekent minder aanvoer van zuurstof, voedsel en warmte en minder afvoer van gifstoffen. Heupen en schouders, waar zich vaak artrose vormt, zijn meestal koude gebieden, wat wijst op een onvoldoende doorbloeding. Het kraakbeen is niet van bloedvaten voorzien, maar er is wel een zekere doorbloeding aanwezig. Een verminderde doorbloeding zorgt voor minder toevoer van noodzakelijk voedsel en vermindert de werking van de stamcellen.

Kraakbeen is een zacht botweefsel dat zich tussen de gewrichten bevindt en als functie heeft de beweeglijkheid mogelijk te maken. Gewrichten zijn te vergelijken met een scharnier en maken bewegingen mogelijk. Doordat het bot bedekt is met een laagje kraakbeen gebeurt de scharnierwerking vrij soepel. De kraakbeenlaagjes zijn super glad en elastisch en worden optimaal gesmeerd. In normale omstandigheden blijft het kraakbeen tot op hoge leeftijd zijn functie vervullen. We zien helaas dat het kraakbeen vroegtijdig wordt aangetast en geleidelijk aan verdwijnt wat aanleiding geeft tot artrose. Vooral knieën en heupen, maar ook de schouders, de nek, de ruggenwervels en de vingerkootjes zijn vaak aangetast. Een belangrijk probleem is dat de stamcellen in de onderste lagen van het kraakbeen zijn uitgeput. De stamcellen zorgen voor groei en herstel. Het zelf-herstellend mechanisme werkt niet meer. Daardoor verdwijnt het kraakbeen en schuren de botten op elkaar zodat de bewegingen stroef en pijnlijk verlopen. Wanneer door een verkeerde ontwikkeling, groei, fysieke belasting of een ongeval de stand van het gewricht niet meer optimaal is, verloopt het kraakbeenverlies door overbelasting nog sneller. Het kraakbeen vangt de schokken op als we ons bewegen. Kraakbeen is een heel bijzondere stof die als een extra binnenbekleding van de gewrichten kan omschreven worden.

In de reguliere geneeskunde staat men haast machteloos bij het behandelen van artrose. Men kan wel pijnstillers slikken, maar dat is geen behandeling. Dat zorgt alleen maar voor wat meer comfort. Meestal beperkt men zich tot hulpmiddelen zoals het dragen van een brace dat het gewricht gedeeltelijk ontlast. Een operatie wordt gezien als de laatste stap. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo worden er soms gaatjes geboord in het kraakbeen om er bloed in te brengen en dat kan zorgen voor de aanmaak van nieuw kraakbeen. Het plaatsen van een nieuwe heup of een paar nieuwe knieën behoort tegenwoordig tot de meest voorkomende ingrepen. Bij de meeste reumatische aandoeningen doen de gewrichten tijdens de nacht pijn, ze zwellen gemakkelijk op en men heeft last van ochtendstijfheid. Bij artrose is het net omgekeerd, de nachtrust verzacht en ontspant de spieren zodat in de ochtend de gewrichten vlot bewegen. Tegen de avond of na inspanningen treedt de stramheid op. Rust, afgewisseld met aangepaste beweging kan het lijden verzachten. De natuurgeneeskunde heeft enkele afdoende behandelingen.

 

Massagetherapie

Massagetherapie brengt genezing. Men kan de toestand verbeteren en de pijnen verzachten. Vooral een zachte massage is aan te bevelen om de levenskwaliteit te verbeteren.

 

Natuurgeneeskundige manuele therapieën DSR en PSR

DSR (Dermasegmentale Reflexologie) en PSR (Podosegmentale Reflexologie) zijn twee efficiënte behandelingsmethode die elkaar goed aanvullen. DSR is gericht op de spieren, de huid en de gewrichten en verhoogt de doorbloeding in de aangetaste delen van het lichaam. PSR werkt langs reflectorische weg in op de vele processen die een bijdrage kunnen leveren bij het herstel van het aangetaste kraakbeen, o.a. door het stimuleren van de stamcellen.

Bent u op zoek naar een Gezondheidstherapeut die DSR en PSR uitoefent, surf dan naar www.natuurgeneeskundigen.be

 

Warmtetherapie

Warmte werkt verzachtend, zet de haarvaten uit en verhoogt de doorbloeding en maakt de aangetaste gewrichten soepel. Warmtetherapie kan men zelf toepassen door middel van een warmwater kruid, een appelpitkussentje of een infrarode lamp.

 

Kruidengeneeskunde

Kruidenthee is een eenvoudige en doelgerichte behandeling. We geven twee recepten die per 100 g zijn berekend. Laat deze kruiden bij de apotheek of kruidenwinkel mengen of meng ze eventueel zelf. Neem van dit mengsel 1 koffielepeltje per kop, overgiet ze met kokend water, 10 minuten laten trekken, zeven en verspreidt over de dag 3 kopjes per dag van drinken. Niet te laat drinken om nachtelijk plassen te voorkomen. Eventueel zoeten met honing. Dit versterkt de werking.

 

Recept 1

30 g Berken-blad

25 g Brandnetel-kruid

25 g Akkerhoningklaver-kruid

20 g Moerasspirea-bloem met kruid

 

Recept 2 (met veel spierpijn)

40 g Moerasspirea-bloem met kruid

30 g Vlier-bloesem

30 g Passiebloem-kruid

 

In de kruidenwinkel vindt u ook kruidenpreparaten zoals tinctuurs, etherische olie en andere middelen die een kruidenthee kunnen vervangen. We voegen er wel aan toe dat een kruidenthee wel erg krachtig werkt.

11:50 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-07-14

Schuldgevoel, zorgt voor emotionele pijn

Een schuldgevoel is een cruciaal signaal dat ons zegt dat er iets fout is gegaan in onze belevingswereld, dat we iets verkeerd hebben gedaan, een onjuiste beslissing hebben genomen of anderen hebben gekwetst. Een schuldgevoel helpt ons de gemaakte fouten te herstellen door verontschuldiging aan te bieden en goede voornemens te maken. Op die manier zullen we onze gedragsnormen in standhouden en zowel onze professionele als persoonlijke relaties beschermen. Een schuldgevoel kan ons helpen om dergelijke gedragsproblemen of conflicten in de toekomst te voorkomen. Het is niet slecht om af en toe met een schuldgevoel geconfronteerd te worden. In deze harde samenleving proberen steeds meer mensen hun schuldgevoelens te onderdrukken, eraan te ontsnappen of te relativeren. Hoe vaak hoort men niet de uitdrukking: ‘dit is niet mijn schuld!’. Dit zijn angstwekkende symptomen van een samenleving die steeds meer onverschillig wordt, waar het egoïsme domineert en waar ieder gevoel van samenhorigheid verloren gaat.

We hebben het hier over een ander schuldgevoel dat buitengewoon veel voorkomt en zorgt voor emotionele pijn. Het wordt veroorzaakt door de overtuiging dat we iets verkeerd hebben gedaan of een ander schade hebben berokkend. Het is een negatief gevoel dat berust op veronderstelling en waarbij we de neiging hebben dit te dramatiseren. Als dit schuldgevoel van voorbijgaande aard is, hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. Het is anders als dit een blijvende vorm aanneemt, als we dit als een last ervaren of het ons belet om relationeel goed te functioneren. Volgens Dr.Edward Bach, de grondlegger van de Bach Bloemenremedies, behoren deze mensen tot het ‘Grove dentype.’ Hij zegt: ‘Het zijn harde werkers die veel lijden onder de fouten die zij aan zichzelf toeschrijven. Zelfs als de vergissing aan een ander te wijten is, zullen zij de verantwoordelijkheid daarvoor op zich nemen.’ Het gaat hier om mensen die een te grote verantwoordelijkheid op zich nemen, naar perfectionisme streven en niet gemakkelijk tevreden zijn. Vanuit een dergelijke instelling kan er veel mis gaan en is het niet zo moeilijk om zichzelf met schuldgevoelens te beladen. Het schuldgevoel ontstaat zonder dat er reële fouten zijn begaan. Men gaat er vanuit dat men het had kunnen voorkomen door de zaak beter aan te pakken, door de situatie beter onder controle te houden of door nog meer verantwoordelijkheid te nemen. Zo blijft men zich pijnigen en boort men zich steeds dieper de grond in.

Deze mensen zijn voortdurend bezig zichzelf te veroordelen door de feiten te dramatiseren. Hun schuldgevoel kan zo’n ernstige vormen aannemen dat ze daar psychisch en emotioneel onder lijden. Het wordt gevaarlijk als men met een onophoudelijk of excessief schuldgevoel worstelt en niet meer van het leven kan genieten. Het wordt nog erger als een dergelijk gedrag invloed heeft op de directe relaties zowel thuis als op het werk. Er zijn praktijkvoorbeelden bekend waarbij mensen met schuldgevoelens contacten met anderen vermeden of een reden verzonnen om bij familieverplichtingen weg te blijven. Er is vaak sprake van een toenemende vermijdingsgedrag, men vermijdt niet alleen zijn schuldgevoelens, maar ook andere aspecten van het leven. Ze bouwen een schuldgevoel op dat op zeker moment ondraaglijk wordt. Er ontstaat een vicieuze cirkel van gekwetstheid, schuldgevoel en vermijdingsgedrag zodat het onmogelijk wordt om nog gezonde relaties met zijn omgeving aan te gaan. Als het probleem escaleert, komt men in een hopeloze situatie terecht.

Om een oplossing aan te bieden, moeten we de vraag stellen: hoe is het zo ver kunnen komen? Het antwoord moet gezocht worden in de persoonlijkheid. Dr. Bach sprak van het Grove dentype, wat in zijn typologie overeenstemt met het ‘overbezorgde type’ of het Aardetype. Mensen die tot dit type behoren, zijn erg beleefd, heel verzorgd, zijn zeer trouw, respecteren hun afspraken en wijken nooit van de normen af. Ze worden erg gewaardeerd als harde en trouwe werkers met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ze streven naar perfectionisme en leggen de lat abnormaal hoog. In een dergelijk georganiseerd leven met zo’n hoge eisen loopt er snel iets mis en dat reflecteert zich in een schuldgevoel. Het schuldgevoel vergroot en neemt het abnormale verhoudingen aan.

 

Het Grove dentype (A) moet leren relativeren en vooral inzien dat men in alles overdrijft. Het is belangrijk de ontstaansgeschiedenis van het schuldgevoel te reconstrueren. Welk feit heeft de aanleiding gegeven en in welke situatie? Was het wel de moeite waard om dit als schuldgevoel te ervaren? Is er een gesprek geweest met de persoon die benadeeld werd en hoe heeft die dit ervaren en beoordeeld? Vaak berust een schuldgevoel alleen op veronderstelling. Men denkt de ander te hebben beledigd of benadeeld, maar is dat wel zo? Waarom werd dat niet uitgepraat of waarom heeft men zijn verontschuldiging niet aangeboden? Er zijn ontzettend veel mensen die vanuit een pure veronderstelling het zichzelf heel moeilijk maken. We veronderstellen allemaal weleens, daar is niets op tegen, behalve als de veronderstelling een eigen leven gaat leiden zoals dat gebeurt bij het ontstaan van een schuldgevoel.

 

Het in zichzelf vastgeroeste en haast versteende Grove dentype (A) heeft behoefte aan beweging, aan een frisse wind die het schuldgevoel verdrijft. Tegenover het stabiele Aardetype dat naar perfectie streeft, staat het beweeglijk Luchttype dat te gemakkelijk relativeert en ieder schuldgevoel van zich weet af te werpen. Het Grove dentype (A) heeft behoefte aan een Lucht-remedie zoals bijvoorbeeld de Ratelpopulier (L) of de Agrimonie (L). Dit zijn remedies die beweeglijkheid uitstralen, die alles losmaken en de cliënt in staat stellen om te relativeren. Het Grove dentype (A) met zijn schuldgevoelens moet nagaan of het schuldgevoel enkel gebaseerd is op veronderstelling of naar aanleiding van een concreet conflict. In het eerste geval is het een gevecht met zichzelf en moet de cliënt met zichzelf in het reine te komen door te aanvaarden dat de veronderstelling onvoldoende gegrond was. In dit laatste geval is het nuttig dit met de betrokken persoon te bespreken en vooral door deze zijn verhaal te laten doen. Misschien heeft die het conflict op een heel andere wijze beleefd en kwam het minder ernstig over. In dat geval kan men zijn verontschuldiging aanbieden en de opgelopen schade herstellen. Dit is voor een Aardetype geen eenvoudige opdracht omdat trots en eergevoel zo sterk aanwezig zijn. Toegeven dat men gefaald heeft is voor iemand die naar perfectie streeft een uiterst moeilijke opgave. Toch is er geen weg terug. Aanhoudende schuldgevoelens zorgen voor emotionele pijn. Hoewel de beleving van fysieke en emotionele pijn heel anders verloopt, tonen hersenscans aan dat in beide gevallen dezelfde hersengebieden geactiveerd worden. Lichaam en geest vormen een eenheid en daardoor is het logisch dat we emotionele pijn fysiek ervaren.     

 

Wenst u meer te weten over de Bach Bloemenremedies lees dan het boek ‘Emotionele problemen overwinnen’ door Jan Dries.

Prijs: 18,50 Euro, verkrijgbaar bij uitgeverij Acenia.

 

Voor een Opleiding tot Bach Bloemen Consulent surf naar www.europeseacademie.be        

12-06-14

Zegepalm, een nieuw kruid in het Westen

Eeuwenlang is het Westen trouw gebleven aan zijn inlandse kruiden die in de eigen omgeving groeien en in de kruidenboeken staan beschreven. De laatste jaren maken we steeds meer kennis met kruiden uit vreemde landen. Dat mag geen probleem zijn op voorwaarde dat deze kruiden door hun goede eigenschappen een aanvulling zijn op onze inlandse kruiden. Een van deze nieuwe kruiden is de ‘Zegepalm’ (serenoa repens (Bartram) Small). De zegepalm behoort tot de palmachtige en bloeit van februari tot half april. De bloemen zijn meermalen vertakt en crèmekleurig. Deze palm komt vooral voor in de kustgebieden van de zuidelijke staten van Amerika. De donkerrode vrucht, zo groot als een olijf, zit in het midden van de geelgroene veren. De palm heeft een geringe hoogte. Aan de Nederlandse naam ‘Zegepalm’ mag getwijfeld worden omdat men in Duitsland spreekt van Sägepalm wat zaagpalm betekent. In sommige kruidenboeken wordt de juiste Nederlandse naam ‘zaagpalm’ of ‘zaagbladpalm’ gebruikt. Andere namen zijn dwergpalm of Sabal.  Vroeger werd het Latijnse woord serrulata gebruikt, wat fijn gezaagd betekent en wijst op de gekartelde bladeren van de palm.

Voor de Indianen had deze plant eeuwenlang een veelvuldig gebruik. Van de bladeren werden de daken van de hutten gemaakt, maar ook matten en allerlei vlechtwerk. Ze leverden vezels voor borstels en kussens. De eetbare vruchten werden bewaard en als wintervoeding gebruikt. De Indianen persten de vruchten en vermengden het sap met anijswortel om er een afrodisiacum van te bereiden. De vruchten hebben een ruim werkingsspectrum en worden als genezend kruid gebruikt. Het aroma van de vruchten doet denken aan de smaak van noten en vanille. De vruchten bevatten talrijke geneeskrachtige inhoudsstoffen zoals diverse fytosterolen, vette olie zoals palmetto-olie, triglyciriden en vrije vetzuren, maar ook oleïnezuur, laurinezuur, myristinezuur en nog vele nadere inhoudsstoffen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de Indianen dit kruid op een juiste manier gebruikten. De vruchten worden gebruikt bij plasproblemen als gevolg van een vergrote prostaat. Het zijn vooral de olieachtige bestanddelen van de vruchten zoals vette olie met sterinen die verantwoordelijk zijn voor het positief effect bij een vergrootte prostaat. Aan de lange keten koolhydraten wordt een ontstekingsremmende werking toegeschreven zoals bij ontstekingen van de blaas, urineleider, teelbal en prostaat.

Het is tegelijkertijd een goed vrouwenkruid en helpt bij borstklierontsteking, incontinentie, eierstokproblemen en ontsteking van de urineleider. Zegepalm wordt niet gebruikt door zwangere vrouwen omwille van zijn hormonale werking alsook niet bij kinderen onder de twaalf jaar. De olie wordt gebruikt tegen bronchitis, hardnekkige hoest, slapeloosheid en haaruitval. Volgens Dr. Siegfried Bäumler helpt dit kruid vooral bij goedaardige prostaatvergroting door vermindering van cellen in het prostaatweefsel. De werking van bepaalde enzymen worden er door afgeremd en brengt hierdoor de hormoonwerking in balans. Het nachtelijk plassen of de overmatige drang tot plassen wordt er door afgeremd terwijl de straal er krachtiger van wordt.

De zegepalm is niet geschikt voor het bereiden van een kruidenthee, maar wordt hoofdzakelijk in diverse kruidenpreparaten gebruikt. Voor de juiste toepassing zijn er kant-en-klaar preparaten verkrijgbaar in de natuurvoedingswinkel of apotheek. Op het etiket of de bijsluiter vindt u de juiste gebruiksaanwijzing. Men gaat er vanuit dat de dagelijkse dosis droge stof 320 mg bedraagt. Bij prostaatkanker of een andere vorm van hormonale kanker is het aanbevolen om een arts te raadplegen en het gebruik van Zegepalm samen te bespreken. Zegepalm wordt over het algemeen goed verdragen en kent weinig of geen bijwerkingen. In eerder zeldzame gevallen treden er maagklachten op als mogelijke bijwerking. Er zijn geen risico’s bekend, zelfs niet bij langdurig gebruik. Uit divers onderzoek is gebleken dat kruidenpreparaten op basis van zegepalm wel degelijk een gunstige werking hebben bij allerlei plasproblemen. Dat werd door 18 klinische onderzoeken bevestigd. Laten we er nog aan toevoegen dat de zegepalm zich niet laat kweken zodat uitsluitend de wilde planten worden gebruikt voor medicinaal gebruik. De gekweekte exemplaren leverde slechts 5% inhoudsstoffen op.

Door Jan Dries

08:52 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-05-14

Bewegen … hoeft geen pijn te doen

Het leven is beweging, dood is stilstand. De mens is een beweeglijk wezen, bewegen doet bij veel mensen pijn, maar dat hoeft niet. Door allerlei omstandigheden neemt de mobiliteit af, vooral door ziekte en door het verouderingsproces waardoor de gewrichten en spieren stram worden. Reuma is een verzamelnaam van alle ziekten die te maken hebben met beweging of anders uitgedrukt, ziekten die de beweging bemoeilijken en pijn veroorzaken. Beweging hangt nauw samen met de spieren, pezen, banden en bindweefsel, maar ook met gewrichten en botten. De hersenen en het zenuwstelsel zorgen voor de besturing van de beweging en dat gebeurt via het neuromusculair systeem. De zenuwimpulsen worden overgedragen op de spieren die via de gewrichten zorgen voor de nodige beweging. Gewrichten zijn perfecte scharnieren die zichzelf smeren en onderhouden en we hebben er ontzettend veel. Bij beweging is de doorbloeding en de ademhaling betrokken. Om te bewegen hebben we energie nodig en die halen we uit voeding. Bij een bewegingsziekte zijn, zoals aangetoond, talrijke processen betrokken en daarom is het niet eenvoudig om reumatische aandoeningen met een eenvoudig middel te behandelen. Er is een totale aanpak nodig. Om het eenvoudig te houden kunnen we reuma in vier groepen indelen:

- Ontstekingsreuma, zoals artritis.

- Reuma in de vorm van slijtage, zoals artrose.

- Reumatische aandoeningen van de weken delen zoals een tenniselleboog of een stijve nek.

- Stofwisselingsaandoeningen, zoals jicht of osteoporose.

Reumatische aandoeningen hebben veel oorzaken. Er is de aanleg of dispositie, d.w.z. dat bepaalde mensen en soms een hele familie daar vatbaar voor zijn. Een andere oorzaak is de immuniteit. Mensen met een zwakke weerstand zijn vatbaar voor ontstekingen. Vaak veroorzaakt een fysieke belasting door overdreven te sporten of bij zware lichamelijke inspanningen dergelijke problemen.

Een onjuiste voeding kan een belangrijke oorzaak zijn. Jarenlang onderzoek heeft aangetoond dat reumapatiënten veel brood, vlees en/of kaas eten. Twee van de drie voedingsmiddelen komen dagelijks in hun voedingspatroon voor, vaak ook alle drie. Dit zijn drie sterk verzurende voedingsmiddelen, want reumatische aandoeningen zijn verzurende klachten. Verzurende voeding heeft niets te maken met de zure smaak, maar wel met de verhouding tussen voedingsmiddelen met een zuur- en een basenoverschot. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwit zoals vlees, kaas en in mindere mate graanvoeding hebben een zuuroverschot dat tijdens de stofwisseling ontstaat en in normale omstandigheden spontaan wordt afgevoerd. Indien de aangevoerde hoeveelheid groter is dan de capaciteit om het af te voeren, ontstaat er een opstapeling van zuren die de gewrichten en botten aantasten. Tot de basenrijke voedingsmiddelen behoren fruit, bessen, meloenen, groenten, aardappelen en haast alle voedingsmiddelen die weinig eiwit, veel water en veel mineralen bevatten. Ze zijn licht verteerbaar, hebben een lage calorische waarde en men kan er grote hoeveelheden van eten.

We zullen hiervan 80% gebruiken en slechts 20% voedingsmiddelen met een zuuroverschot. Reumapatiënten eten te veel zuurvormende voeding waardoor hun voedingspatroon te sterk geconcentreerd is en het lichaam verzuurt. Een verzuurd lichaam wil zichzelf ontzuren door op zoek te gaan naar basische stoffen zoals calcium of magnesium die uit het bot worden geroofd. Zo ontstaat artrose of osteoporose. Door fysieke belasting verergert de toestand. Bij reumatische aandoeningen spelen vervuilde darmen een grote rol. Verzuurde voeding bevat weinig ballaststoffen zoals ruwe vezels en blijft daardoor te lang in de darm opgestapeld. Dit geeft aanleiding tot allerlei ontstekingshaarden en verzwakking van de immuniteit want de meeste afweercellen bevinden zich juist in de dikke darm.

Wie aan reumatische klachten lijdt, doet er goed aan om meer waterrijke voedingsmiddelen te gebruiken en verzurende voeding zoveel mogelijk uit te schakelen. Reumatische aandoeningen komen weinig voor bij vegetariërs. Wie in een acute fase verkeert, doet er goed aan om zich gedurende een bepaalde periode geheel te onthouden van vlees, vis en kaas. Er treedt dan meestal snel een verbetering op. Jicht is een stofwisselingsziekte met een verstoorde purinehuishouding. Purine zit in een aantal voedingsmiddelen zoals alles wat uit de zee komt, vlees, peulvruchten en vooral soja. Jicht wordt goed behandeld met een purinevrij dieet. Artritis is de meest pijnlijke reumatische aandoening omdat vaak meerdere gewrichtjes ontstoken zijn en aanleiding geven tot vergroeiing. Iedere beweging doet dan pijn.

Osteoporose komt steeds meer voor tijdens de menopauze en kan het beste bestreden worden door kalkrovers zoveel mogelijk uit te schakelen. Dat kan door te letten op een goed zuur-base evenwicht in de voeding. Aardappelen, komkommers, pompoen, watermeloen, fruit en groenten hebben een sterk ontzurende werking en horen thuis in ieder voedingspatroon in de strijd tegen reumatische aandoeningen. Het gebruik van amandelen is erg aan te bevelen om het aangetaste bot weer te herstellen. De amandel is een zuurvormend voedingsmiddel, maar binnen een evenwichtige voeding is dit geen bezwaar. De amandelen worden gedurende de nacht in bronwater (flessenwater) geweekt, zwellen lichtjes, smaken vers en verfrissend en leveren de bouwstenen van het bot. Men gebruikt 15 tot maximum 30 gram per dag. Fibromyalgie wordt ook spierreuma genoemd en komt vaak voor in combinatie met CVS (Chronisch vermoeidheidssyndroom). De oorzaak moet vooral gezocht worden in een langdurige overbelasting van het spierweefsel door fysieke inspanning, door aanhoudende stress of emotionele aandoeningen. De pijn manifesteert zich bij haast iedere beweging en verspreidt zich over heel het lichaam. Stress zet zich vooral vast op nek en schoudergordel en uit zich in lage rugklachten, bekkengebied en ledematen. Bij alle reumatische aandoeningen verergert pijn bij stress of negatieve emoties. Te vaak vergeet men dat stress een uitlokkende factor is en het genezingsproces afremt. Bewegen hoeft geen pijn te doen op voorwaarde dat men rekening houdt met voeding, levenswijze en ingesteldheid. Genezing is enkel mogelijk door over heel de lijn, zowel op fysiek als psychisch en emotioneel vlak alle obstakels op te ruimen. Ontzuren is daarbij de grote boodschap.

09:16 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

04-12-13

De zoete vertwijfeling, deel 2.

Over suiker, suikerziekten, suikerverslaving, zwaarlijvigheid, glycemische index, natuurlijke en onnatuurlijke zoetmiddelen

Door Jan Dries


De glycemische index (GI)

De glycemische index van een voedingsmiddel is een getal dat aangeeft in welke mate het voedingsmiddel dat gegeten wordt de bloedsuikerspiegel doet stijgen. Het concept steunt op de soort en de hoeveelheid suikers (koolhydraat) in een voedingsmiddel en afremmende factoren zoals het gehalte aan vet en ballaststoffen of ruwe vezels. Deze theorie vertrekt vanuit een glucose index 100. Suikerbevattende voedingsmiddelen worden in deze schaal onderverdeeld. Men gaat van de veronderstelling uit dat voedingsproducten en eventueel ook verse voedingsmiddelen met snel opneembare suikers, die de bloedsuikerspiegel doen stijgen ongezond zijn en dat voedingsmiddelen met traag opneembare suikers gezond zijn. Het is een zwart-wit voorstelling waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten en waarbij iedere kwalitatieve referentie ontbreekt.

 

Zinvol of zinloos!

Men kan zich afvragen in hoeverre een dergelijke indeling van voedingsmiddelen relevant is. Er zijn talrijke afslankingsdiëten op geënt en naast het calorieën tellen is er nu weer eens iets anders waar veel mensen zich blind op staren. De GI is erg omstreden en wordt in de reguliere voedingsleer kritisch bekeken. Indien de GI zinvol zou zijn, dan blijft het een eenzijdige benadering van de voeding. Het is trouwens onverantwoord zich enkel en alleen door de GI te laten leiden of misleiden.

Het grote nadeel van dit concept is dat de consument het gevoel krijgt dat alle voedingsproducten met een lage GI gezond zijn. De voedingsindustrie profiteert van deze verwarring. Boterkoekjes hebben een lage GI en zijn volgens deze theorie gezond. De trage opname van de suikers is te wijten aan de aanwezigheid van boter (vet). Dergelijke koekjes bestaan uit wit meel, suiker, boter en een aantal voedingsadditieven om kleur, geur en smaak zolang mogelijk te behouden. Het gaat hier trouwens om een genotsmiddel. De combinatie bloem met suiker is een slechte voedselcombinatie alsook de combinatie suiker met vet. Dergelijke koekjes, ook al hebben ze een gunstige GI geven aanleiding tot gisting in de darmen en brengen geen meerwaarde aan de gezondheid. De consument onthoudt echter de lage GI en bijgevolg wordt men er niet dik van. De GI zet aan tot snoepen en het gebruik van slechte voedingsproducten.

Een ander voorbeeld van zinloosheid is de banaan. De banaan is bijzonder rijk aan enkelvoudige suikers (21 à 23%) en daardoor de meest voedzame vrucht. Naast suiker is deze vrucht bijzonder rijk aan vitaminen en mineralen, vooral magnesium en kalium. Ze neemt omwille van haar breed werkingsspectrum in de voedingstherapie een bijzondere plaats in. Door de aanwezigheid van grote hoeveelheden korte suikers varieert de GI van 48 à 62. Op zich is dat geen probleem, maar een onrijpe banaan heeft een veel lagere GI omdat de suikers nog niet volledig gevormd zijn. Volgens deze theorie is het gezonder onrijp fruit te eten wat natuurlijk niet het geval is. Onrijp fruit is moeilijk verteerbaar en ongezond en veroorzaakt vaak darmproblemen. Groenten hebben door hun laag suikergehalte uiteraard een lage GI. Dat wekt de indruk dat groenten gezonder zijn dan fruit en ook dat is niet zo. De glycemische index zorgt voor de onwetende consument voor enorme verwarring. Het is niet vreemd dat de belangstelling hiervoor zich beperkt tot het commerciële afslankingswereldje.

De aangegeven GI verschilt sterk van auteur tot auteur. Sommige auteurs vermelden een getal, vermoedelijk een gemiddelde waarde, anderen geven een gevarieerd getal tussen een minimum en een maximum waarde. Het probleem is dat de consument niet weet welke GI zijn product heeft. Zo heeft zuivere bijenhoning in de ene lijst 32 à 64 GI en in een andere lijst 95. Gedroogd fruit heeft in zijn gedroogde vorm een hoog suikerpercentage en daardoor een hoge GI zoals rozijnen met een GI van 75. Men vergeet echter dat gedroogd fruit in water wordt geweekt en daardoor een heel andere suikerconcentratie heeft.

Bij een natuurlijke gezonde voeding zoals de bio-energetische voedingswijze, waar geen gebruik wordt gemaakt van snel opneembare suikers, is deze index overbodig. In sommige landen wordt, wegens gebrek aan goed inzicht in de voedingsleer, er rekening mee gehouden bij het verstrekken van voedingsadviezen voor suikerpatiënten. Critici merken op dat er in een voedingspatroon talrijke factoren zijn die de glycemische index zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden o.a. door de aanwezigheid van andere voedingsmiddelen in dezelfde maaltijd, het vetgehalte en de al dan niet aanwezigheid van ballaststoffen. Als theorie sluit ze aan bij de opvatting dat een bewerkt voedingsmiddel zijn suikers sneller vrij geeft en dat is een positieve vaststelling.

Rauwe worteltjes hebben een zeer lage GI, namelijk 15. Bij vers geperst wortelsap stijgt de GI tot 45, dus driemaal hoger wat nog als aanneembare waarde mag beschouwd worden. Tomaat varieert tussen 15 à 25 terwijl tomatensap stijgt tot 34 à 42. Volkorenbrood heeft een GI van 53 à 69 terwijl wit brood een GI heeft van 71 à 90, een aanmerkelijke stijging. Zo kunnen we nog talrijke andere voorbeelden geven. Er zijn echter factoren die de stijging afremmen. Vooral de aanwezigheid van vet werkt afremmend, zoals bekend is vanuit de voedselcombinaties. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan ballaststoffen geven hun suikers trager af. Bij veel industriële bereidingen wordt vet, vaak van bedenkelijke kwaliteit toegevoegd, wat een gunstige GI geeft. Dat betekent niet dat deze voedingsmiddelen daarom gezonder zijn. Boterkoekjes hebben door de aanwezigheid van boter een GI van 47 wat erg laag is, Dat geldt ook voor haverkoekjes, gebak, taart of wafels. Deze voedingsproducten zijn bereid met wit meel en bevatten industriesuiker. Het kan niet de bedoeling zijn dat de GI gebruikt wordt om de verkoop van industrieel bereid voedsel te promoten. We moeten met een kritisch oog de gepubliceerde lijsten van voedingsmiddelen met hun GI bekijken. Het is immers maar één aspect van de vele die bij een gezonde voeding worden gesteld.

Als een nutriënt zoals suiker (koolhydraat) uit een voedingsmiddel wordt geïsoleerd of via biochemische processen wordt bereidt, is het vanzelfsprekend dat deze pure suikers enorm snel worden opgenomen en de bloedsuikerspiegel doen stijgen. Tot deze groep behoren vooral witte meelproducten (bloem), ontbijtgranen, genotsmiddelen zoals chocolade, chips, popcorn en uiteraard suiker en zoetstoffen. Vaak wordt de GI verlaagd door minder suiker toe te voegen en te vervangen door synthetische zoetstoffen. Zij horen niet thuis in een gezonde voeding. Tot de matig opneembare suikers behoren de gezonde voedingsmiddelen zoals fruit, bessen, groenten, sappen, yoghurt en kwark.


De appel als uitgangspunt

Omdat de mens van nature een vruchteneter is, lijkt het ons logisch dat we vertrekken vanuit een veel gebruikte vrucht, de appel. Een gezonde appel, liefst van biologische kwaliteit, bevat ongeveer 10 à 11% suiker. Het gaat hier om enkelvoudige suikers, dus korte suikers, die moeiteloos en direct worden opgenomen. De GI varieert tussen 36 à 40 wat gunstig genoemd mag worden. De meeste fruit- en bessensoorten blijven trouwens onder de 50 GI. Fruit en bessen doen de bloedsuikerspiegel niet sterk stijgen en dat komt omdat ze rijk zijn aan water. De suiker is als het ware opgelost in het vocht en verkeert daardoor in lage concentratie. Er is trouwens een natuurlijk verband tussen water en koolhydraten. Fruit is bovendien extra rijk aan ballaststoffen zoals ruwe vezels, maar ook pectine, wat een afremmende werking heeft op het vrijgeven van de suikers. Bij het eten van fruit is er geen belasting van de pancreas, geen al te grote insulineproductie, geen extreme schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Bovendien geeft fruit, dat traag wordt gegeten, een snelle verzadiging. Laten we niet vergeten dat alle hulpstoffen zoals vitaminen en mineralen aanwezig zijn in hun meest natuurlijke vorm.

Bananen en druiven zijn de suikerrijkste vruchten. Hun GI ligt daardoor iets hoger, maar nog altijd binnen de grens van de matig opneembare suikers. Het is vreemd dat de watermeloen met slechts 8% suiker een GI heeft van 70 à 72, dat overeenstemt met limonade. Dit is te verklaren door het feit dat een watermeloen minstens 90% water bevat en slechts 0,2% ballaststoffen. De glycemische index levert het zoveelste bewijs dat de mens van nature een vruchteneter is en het best gediend is met korte suikers. Fruit is voor de mens het beste voedingsmiddel. ‘Geen dag zonder fruit’ is een absolute aanbeveling. Dagelijks fruit eten als fruitontbijt, fruitmaaltijd of als tussendoortje is aan te bevelen en krijgt vanuit de reguliere voedingsleer steeds meer aandacht. Het is het beste middel om te voorkomen dat men suikerziekte krijgt.

Opgelet!

Voor suikerpatiënten die insuline spuiten kan fruit in kleine hoeveelheden, verspreid over de dag, gebruikt worden. Controle van de bloedsuikerspiegel is noodzakelijk. Voor hen is het niet mogelijk om op fruitvoeding over te schakelen.

 

Indeling van de voedingsmiddelen volgens de GI

Aanhangers van de GI gaan er vanuit dat een lage GI het beste is, maar zoals al gezegd, zal men dat kritisch bekijken. Peulvruchten behoren op enkele uitzonderingen na tot de laagste GI. Nochtans weet men dat peulvruchten bijzonder moeilijk te verteren zijn. Rauw zijn ze giftig en dienen altijd gekookt te worden. Peulvruchten bevatten zowel eiwit als zetmeel en dat is een slechte voedselcombinatie. De zwaar verteerbare peulvruchten zorgen daarom voor heftige winderigheid. Dat kan met bonenkruid worden afgeremd, maar lost het probleem niet op.

Het is opvallend dat het verschil tussen volkoren producten en wit meelproducten niet eens zoveel is. Volkoren spaghetti en witmeel spaghetti hebben respectievelijk 32 en 38 GI. Bij andere volkoren producten is het verschil groter, wat toe te schrijven is aan hun ballaststoffen.

Aardappel zou een ongunstige GI hebben variërend van 59 tot 88 en dat is vreemd. Het zetmeel in aardappelen is niet vergelijkbaar met die van diverse soorten graan. Het is licht verteerbaar en komt in geringe hoeveelheden -15%- voor. Gebruikt men bij de aardappel een vetrijke saus op basis van plantaardige olie, dan verlaagt de opname van suikers. Graanvoeding is vochtvasthoudend terwijl de aardappel door zijn grote hoeveelheid kalium, wateruitdrijvend is. De aardappel is te verkiezen boven de granen.

Een indeling van voedingsmiddelen vanuit de GI is niet wenselijk. De consument kiest dan alles vanuit een lage GI en dat is niet verstandig. Het lijkt ons beter een indeling te maken volgens de kwaliteit van de voedingsmiddelen met vermelding van hun GI. De GI is een aanvullende informatie en is van secundair belang. De Gezondheidsraad in Nederland verwerpt het hele systeem en vindt dat GI niet gebruikt kan worden bij voedingsadviezen. Zij vindt dat er geen of onvoldoende bewijs is dat een voedingsmiddel met een lage GI het risico op ziekten vermindert. Ook internationaal is lang niet iedereen het hierover eens.

 

Fruitvoeding beter dan zetmeelrijke voeding

Omdat graan al vele eeuwen het voedingspatroon heeft bepaald, wordt zetmeel in de voedingsliteratuur aanbevolen. Vanuit de landbouw en de economie gezien is deze stelling juist omdat granen praktische voordelen bieden. Voedingskundig ligt dit anders. Zetmeel is een moeilijk afbreekbare suiker en vraagt ontzettend veel energie en heeft vitaminen en mineralen nodig om dit proces te voltrekken. Omdat deze suikers traag worden afgegeven worden ze aanbevolen bij het beoefenen van uithoudingssporten, maar ook voor de dagelijkse voeding van iedereen. Men uit gemakkelijk kritiek op het eten van fruit omdat deze enkelvoudige suikers sneller worden opgenomen. Uit het concept van de glycemische index stellen we echter vast dat wat de snelheid van opname en de invloed op de bloedsuikerspiegel betreft, fruit en bessen er eerder beter uitkomen. De mythe dat graanvoeding beter is dan fruitvoeding wordt hier definitief doorgeprikt.

 

Fruit en bessen

Kers: 23

Appel: 36 à 40

Peer: 36 à 40

Pruim: 24 à 53

Aardbeien: 33 à 47

Pompelmoes: 25 à 48

Perzik: 28 à 56

Sinaasappel: 39 à 54

Druiven: 46 à 53

Kiwi: 47 à 59

Mango: 49 à 56

Banaan: 48 à 62

Abrikoos: 57

Papaya: 56 à 60

 

Volkorenproducten

Pumpernickel: 41 à 46

Haverzemelenbrood: 44

Volkorenbrood: 30 à 45

Zuurdesembrood: 53 à 57

Volkoren speltbrood: 63

Havervlokken: 40

Ontbijtgranen met zemelen: 38 à 47

Wilde rijst: 48 à 55

Zilvervliesrijst: 45 à 69

Boekweit, gekookt: 50 à 59

 

Bron: Dr. Geert Verhelst ‘Suiker & zoetstoffen’.


Het verschil tussen fruit en granen is wat de GI betreft te verwaarlozen. Door meer fruit te eten en minder graanvoeding verlicht men zijn vertering, ontstaat een betere darmwerking, een goede waterhuishouding en een rijkdom aan vitale stoffen.


Nadelen van geïsoleerde suikers

Het gebruik van industrie suiker, zowel riet- als bietsuiker, geraffineerd of ongeraffineerd is schadelijk. Het gaat hier immers om geïsoleerde suikers die uit hun natuurlijke structuur zijn gehaald en ontdaan van hun vitale stoffen. Dat geldt voor alle zoetstoffen die langs chemische of biochemische weg bereid zijn en aan voedingsproducten worden toegevoegd. De natuurlijke suikers (zetmeel) die zich in geraffineerde graanproducten bevinden zoals voedingsproducten uit witmeel of bloem bereid, zijn in zekere mate schadelijk omdat de belaststoffen en andere vitale stoffen ontbreken en moeilijker worden verteerd. Wij vermelden hier de belangrijkste nadelige gevolgen.

  • Hyperglycemie: is een verhoogde bloedsuikerspiegel die door intensieve uitscheiding van insuline kan verlaagd worden. Een aanhoudende toestand van hyperglycemie kan suikerziekte veroorzaken.
  • Hypoglycemie: is een verlaagde bloedsuikerspiegel, meestal veroorzaakt door een te veel aan insuline. Door veelvuldig gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten wordt de pancreas onregelmatig gestimuleerd en treedt er gemakkelijk een toestand op van een te hoge (hyper) of te lage (hypo) bloedsuikerspiegel. Een te lage bloedsuikerspiegel zorgt er voor dat men zich snel uitgeput en krachteloos voelt. Er treedt een flauwte op die na het eten van zoete dingen verdwijnt. Toestanden van hyper- of hypoglycemie zorgen voor onrust, angst, stressgevoeligheid en emotionele prikkelbaarheid.
  • Uitputting van de bijnieren: de verhoogde stressgevoeligheid is te wijten aan uitputting van de bijnieren. Er wordt extra adrenaline uitgescheiden met als doel de bloedsuikerspiegel te normaliseren door glycogeen om te zetten in glucose. Aanhoudende vermoeidheid is hiervan het gevolg.
  • Ouderdomsdiabetes: komt steeds meer voor. Men blijft er niet bij stilstaan dat het jarenlange gebruik van suiker en suikerrijke voedingsproducten aan de basis ligt. Ouderdomsziekte kondigt zich meestal vele jaren vooraf aan, maar mensen kunnen deze symptomen niet duiden en blijven op de verkeerde weg zitten. Ze vinden dat confituur of jam bij het ontbijt behoren en dat cola een doodgewone drank is zonder het gevaar ervan in te zien.
  • Tekorten aan nutriënten: door het feit dat geïsoleerde suikers worden gebruikt die ontdaan zijn van hun vitale begeleidende stoffen, geraakt het organisme in paniek en gaat op zoek naar de ontbrekende componenten. Verlies aan calcium waardoor de botmassa afneemt is een direct gevolg. De toename van osteoporose is hier niet vreemd aan. Vooral het gebrek aan vitaminen en mineralen is doorslaggevend. Het is naïef te menen dat het verlies aan deze vitale stoffen door voedingssupplementen kan worden aangevuld.
  • Overgewicht: het verband tussen massaal gebruik van suiker en zwaarlijvigheid is bekend. Suikers zetten zich om in lichaamsvet en doet de reservevetten toenemen. Het is een toenemend probleem in de westerse wereld.
  • Verhoogde bloedvetten: er is een verband tussen geïsoleerde suikers en vetopslag in het vetweefsel, maar ook een verband tussen een te hoog verbruik van deze suikers en verhoogde bloedvetten zoals cholesterol en triglyceriden. Cholesterol wordt niet alleen verhoogd door het gebruik van dierlijk voedsel, maar ook door het gebruik van geïsoleerde suikers. Een verhoogde cholesterol wordt altijd in verband gebracht met de lever en de darm en beide worden door deze suikers belast.
  • Tandbederf: door een verstoord evenwicht in de mondholte, wat vooral te wijten is aan gekookt voedsel, worden de korte suikers omgezet in agressief zuur dat het tandglazuur aantast en voor tandbederf zorgt.
  • Suikerverslaving: geïsoleerde suikers werken als drugs, vooral door de sterke schommelingen van de bloedsuikerspiegel ten gevolge van een verkeerde voeding. Als de bloedsuikerspiegel daalt worden veel mensen onrustig en zoeken spontaan suiker op. Vooral chocolade speelt hierbij een belangrijke verslavende rol.
  • Snelle veroudering: een direct gevolg van overmatig gebruik van suikerrijke voedingsproducten is een te snelle veroudering. Uitgeputte en verkrampte spieren, botmassa die afneemt, gebrek aan belangrijke nutriënten, verstoring en uitputting van het zenuwstelsel nemen de vitaliteit en mobiliteit weg. De hersenen worden onvoldoende gevoed en zorgen voor concentratieproblemen, vergeetachtigheid en verhogen het risico op dementie of Alzheimer.
  • Ondermijning van de gezondheid: het massaal gebruik van geïsoleerde suikers en voedingsproducten die daarmee verrijkt zijn zorgen voor een ondermijning van de lichamelijke en geestelijke gezondheid.


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be


18:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

20-11-13

Lichtvoeding voor de winter

In een Duits tijdschrift werd het belang van licht of biofotonen aangetoond. In het artikel werd Prof. Dr.Popp, pionier op het vlak van biofotonenonderzoek geïnterviewd. Zijn theorie kennen we vanuit de voedingsleer en de bio-energetische kruidengeneeskunde. De kwaliteit van een voedingsmiddel dient volgens Prof. Popp bepaald te worden volgens zijn hoeveelheid licht. Het is immers de lichtenergie die de inhoudsstoffen activeert en de vertering en stofwisseling optimaal laat verlopen. Men mag aannemen dat biologisch geteelde groenten en fruit rijker zijn aan biofotonen dan deze uit de reguliere handel. Uit het onderzoek blijkt dat de versheid doorslaggevend is. Indien biologische voedingsmiddelen te lang of niet goed bewaard worden verliezen ze veel fotonen en daalt de kwaliteit. Biologische voedingsmiddelen werden vergeleken met deze uit de biosupermarkt, de wekelijkse markt en de gewone supermarkt. De hoeveelheid lichtenergie werd gemeten op 10 verschillende voedingsmiddelen. Het gaat hier om veel gebruikte voedingsmiddelen zoals rode paprika, tomaten, appel, ananas, aubergine, kiwi, sinaasappel, witte druiven, mango en courgette.

Uit het onderzoek blijkt dat de voedingsmiddelen uit de biosupermarkt de beste resultaten haalden in tegenstelling tot deze uit de gewone supermarkt en de wekelijkse markt. Verse voedingsmiddelen van biologische teelt scoren het best. Door intensieve landbouw geraakt de bodem uitgeput en krijgen de gewassen het steeds moeilijker om volwaardige kwaliteit te leveren. Volgens recente onderzoeken, zoals de voedingsmiddelentabellen aantonen, bevatten de gewassen nog voldoende voedingsstoffen en hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, spoorelementen en bioactieve substanties. Dat is logisch omdat een plant een genetisch programma bezit dat enerzijds alle noodzakelijke stoffen uit de bodem opneemt, voornamelijk mineralen, spoorelementen, stikstof en water en anderzijds onder invloed van licht (fotosynthese) eiwit, vet, koolhydraat en vele andere substanties vormt. Indien de bodem onvoldoende stoffen bevat kan een plant zich niet ontwikkelen en sterft vroegtijdig af. Dat neemt niet weg dat de bodem flink moet verbeterd worden door het aanbrengen van humus. 

Het grootste probleem is echter het gebrek aan biofotonen waardoor de kwaliteit van de voedingsstoffen sterk achteruit gaat. Dat is de reden waarom men steeds meer voedsel moet consumeren om een voldaan gevoel te krijgen met zwaarlijvigheid tot gevolg. De hoeveelheid verse voedingsmiddelen moet in het voedingspatroon verhoogd worden. Dat geldt niet alleen voor wat we rauw eten, ook gekookt voedsel moet uit verse ingrediënten bereid worden. Het heeft geen zin vitaminen en mineralen aan voedingsproducten toe te voegen, zoals dat nu gebeurt met de functionele voedingsproducten. Deze stoffen, die in een labo worden bereid, verhogen niet de levenskracht. Biofotonen zijn kleine batterijtjes die energie uitstralen naar alle stoffen die in de voedingsmiddelen aanwezig zijn. Het is jammer dat deze nieuwe inzichten nog zo weinig weerklank vinden. Het grote probleem is dat wetenschappers, voedingsdeskundigen en de consument te veel denken in stoffen en te weinig in energie. 


Blog in samenwerking met:

www.europeseacademie.be

www.natuurgeneeskundigen.be en

natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

19:07 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-08-13

Parallelgeneeskunde // Wierookstokjes // Frambozen

Parallelgeneeskunde

Aanvankelijk werd het woord ‘alternatieve geneeskunde’ gebruikt om niet conventionele geneeswijzen te duiden. Dit begrip was niet alleen vaag, maar sloot de reguliere geneeskunde uit, m.a.w. de patiënt werd voor de keuze gesteld te kiezen tussen regulier of alternatief. Dat kan natuurlijk niet omdat medische hulp vaak noodzakelijk is. Daarom werd steeds meer voor het begrip ‘complementaire geneeskunde’ gekozen. Dit is een duidelijke verbetering omdat de patiënt aanvullend wordt behandeld. Naast zijn reguliere behandeling, indien nodig, kiest de patiënt voor een aanvullende therapie.  Het woord complementair houdt een vorm van ondergeschiktheid in. Vaak heeft de patiënt de indruk dat er altijd een reguliere behandeling nodig is om aanvullend te kunnen werken. Taalkundig gezien is dat ook zo. De Fransen spreken van ‘parallelgeneeskunde’. Parallel betekent samen of evenwijdig lopend, maar betekent ook evenwaardig. De patiënt heeft het recht te kiezen tussen therapieën die evenwijdig en dus ook evenwaardig zijn aan elkaar. Om dit acceptabel te maken, is het nodig dat de sector zich ontdoet van de vele alternatieve beoefenaars van speculatieve therapieën. Het standpunt van de overheid is dat een therapie wetenschappelijk moet onderbouwd zijn en dat het genezende effect ook wetenschappelijk aantoonbaar moet zijn. De natuurgeneeskunde voldoet aan beide voorwaarden. Dr. Goderis van de Universiteit van Leuven heeft aangetoond dat de Hippocratische geneeskunde, de basis van de moderne natuurgeneeskunde, wel degelijk wetenschappelijk onderbouwd is. Daarnaast zijn de genezende effecten van de natuurgeneeskundige therapieën wetenschappelijk aantoonbaar. Heel wat alternatieve therapieën berusten op suggestie. Er is niets tegen suggestietherapie maar dan moet men dat ook kunnen aantonen. De patiënt heeft recht op correcte informatie. Natuurlijke gezondheidszorg is een ruimer begrip en slaat op de zorg die door therapeuten, maar ook door consulenten, herboristen en andere hulpverleners wordt aangeboden vanuit een natuurgeneeskundige achtergrond.

 

Wierookstokjes zijn ongezond

Na internationaal onderzoek komt nu ook het VITO (Vlaamse Instelling Technologisch Onderzoek) tot de vaststelling dat geregeld wierookstokjes laten branden, kankerverwekkend kan zijn. Het is de federale overheid die op dit onderzoek heeft aangedrongen. ‘Wie een jaar lang twee keer per dag een wierookstokje brandt, zit in de gevarenzone’ klinkt het bij het VITO. De hoeveelheid benzeen in de stokjes is te klein om ze uit de handel te nemen. Volgens sommige herboristen zou het mogelijk zijn om gezonde wierookstokjes te produceren. Andere onderzoeken wijzen dan weer op zijn verslavende en verdovende werking. Wierook wordt immers gemaakt op basis van hars dat tot de familie van hasj behoort. Het gebruik van wierookstokjes is in de laatste twee decennia erg toegenomen, vooral in alternatieve middens. Sommige onderzoekers zien dit gebruik als een soort vlucht uit de werkelijkheid en wijzen er op dat er grote nood is aan zekerheid, zelferkenning en zingeving. Het gebruik van wierookstokjes kan helaas deze nood niet opvangen.

 

Framboos is de gezondste vrucht

De framboos is in de voedingstherapie altijd al een zeer geliefd voedingsmiddel geweest. Door zijn zachte structuur en vooral zijn grote natuurlijkheid, is deze vrucht bijzonder rijk aan biofotonen en heeft een hoge bio-energetische waarde. Dit komt omdat ze weinig of niet is veredeld. De bio-energetische waarde van deze bes ligt bijzonder hoog. Dat wordt nu door een onderzoek uit Wageningen bevestigd. Frambozen zijn enorm gezond, klinkt het.  De vruchtjes bevatten veel meer gezonde stoffen dan bijvoorbeeld tomaten, kiwi en broccoli, die al eerder door wetenschappers werden geprezen als zeer gezonde voedingsmiddelen. Dat beweren Nederlandse wetenschappers in het tijdschrift Bio Factors. De framboos bevat onder meer een geneeskrachtige stof, die in die hoeveelheden in geen enkel ander voedingsmiddel is gevonden. Ook bevat de framboos tien keer meer beschermende anti-oxidanten dan tomaten. Anti-oxidanten neutraliseren agressieve moleculen in het lichaam en voorkomen celbeschadiging. Het nadeel is dat frambozen erg duur zijn en slechts in kleine hoeveelheden tijdens een kort seizoen op de markt komen. De wetenschappers pleiten dan ook voor onderzoek naar de verhoging van de opbrengst per struik en naar verbetering van de smaak. Want lang niet iedereen vindt frambozen lekker. Deze wetenschappers vergeten echter dat het verhogen van de opbrengst en het veranderen van de smaak deze uitzonderlijke gezonde vrucht degenereert tot een doorsnee vrucht, waardoor deze uitzonderlijke eigenschappen sterk worden afgezwakt. De natuur is niet te verbeteren, wel te veranderen.

 

Blog: In samenwerking met www.europeseacademie.be, www.natuurgeneeskundigen.been natuur-en-gezondheid.skynetblogs.be

 

OPEN DAGEN OPLEIDINGEN EUROPESE ACADEMIE

 

Antwerpen-Deurne:

Campus Atheneum Deurne, Frank Craeybeckxlaan 22.

Donderdag, 5 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Maastricht:

Sint-Maartenscollege, Noormannensingel 50,
achterkant van het Centraal Station.

Zondag, 8 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Leuven:

Sint Pieterscollege, Minderbroedersstraat 13.
Ingang, metalen zwart hek, parkeren kan op de speelplaats.

Zaterdag, 14 september 2013 van 10.00 tot 12.00 uur.

Om 10.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

Gent:

KaHo Sint Lieven, Gebroeders de Smetstraat 1.

Dinsdag, 17 september 2013 van 19.00 tot 21.00 uur.

Om 19.30 uur voorstelling van de opleidingen en inzage van de cursusboeken.

 

KENT U FAMILIELEDEN OF VRIENDEN DIE BELANGSTELLING HEBBEN VOOR DE NATUURGENEESKUNDE MAAK HEN DAN ATTENT OP DEZE OPEN DAGEN.

 

18-07-13

Acetotherapie

Acetotherapie is de verzamelnaam van een aantal remedies op basis van organisch of natuurlijk zuur. De naam is afgeleid van het Latijnse woord acetum, dat azijn betekent. Een acetometer is een zuurmeter en acetaat is azijnzuur zout. Het is niet vreemd dat in de acetotherapie de belangrijkste toepassing op basis van azijn is. De geneeskrachtige werking van azijn is al eeuwenlang bekend en geprezen. Naast azijn zijn er ook andere organische zuren die in aanmerking komen zoals melkwei, Molkosan, yoghurt, zuurkool, citroenzuur, komboucha en enkele andere. Wij gaan even dieper in op de therapeutische toepassing van azijn.


Acetotherapie hoort thuis in de natuurgeneeskunde. Hippocrates gebruikte azijn bij het behandelen van wonden en allerlei vormen van infecties, bij oorklachten en huidaandoeningen. Zelfs bij suikerpatiënten bracht hij er verlichting mee. Het gaat hier om een natuurlijk middel waarbij de geneeskracht terug te voeren is tot de grondstof waaruit het middel is bereid. Naar Hippocratische opvattingen geneest alleen de natuur en dat betekent dat de geneeskracht altijd in de grondstof aanwezig moet zijn. Het prepareren tot een middel gaat de geneeskrachtige werking verhogen of de opname ervan vergemakkelijken.

Azijn is een zure vloeistof die gemaakt wordt van wijn, cider of van bier zoals in Engeland. In principe kan men van iedere zwak alcoholische drank door middel van een zogenaamde ‘aceto-fermentatie’ azijn maken. Alcohol verbindt zich met zuurstof in de lucht en wordt dan omgezet in azijn en water. Door de aanwezigheid van azijnzuur heeft azijn een karakteristieke zure en wrange smaak met een samentrekkende werking. De aceto-fermentatie vindt plaats door de aanwezigheid van een micro-organisme, de azijnbacil. Deze bacterie komt overal van nature voor in de lucht.

Pas in 1878 heeft een microbioloog, Hansen genaamd, het chemisch proces van azijnbereiding verklaard. Hij beschreef de drie soorten azijnbacillen. De micro-organismen verteren de alcohol en scheiden zuurstof af. Nochtans behoort azijn tot een zeer oud huismiddel dat volgens sommige onderzoekers al tienduizend jaar werd gebruikt bij het bewaren van voedingsmiddelen en het behandelen van talrijke klachten. Azijn is het eindproduct van een fermentatieproces dat verdund azijnzuur bevat. Daarnaast komen er een aantal natuurlijke bestanddelen in voor die afkomstig zijn van de grondstof waaruit de azijn wordt bereid. Appelazijn bevat bijvoorbeeld pectine, bèta-caroteen, kalium, enzymen en aminozuren afkomstig van de appels waarvan de azijn is gemaakt. Tijdens het gistingsproces worden er complexe proteïne-bouwstenen (aminozuren) gevormd. De geneeskrachtige werking van appelazijn is algemeen bekend. Aan azijn worden vaak de meest wonderbaarlijke eigenschappen toegeschreven. Het onderzoek, dat de acetotherapie is vooraf gegaan, heeft een groot aantal geneeskrachtige eigenschappen bevestigd.

De meest gebruikte azijnsoorten zijn: wijnazijn, appelazijn of ciderazijn, bierazijn en Japanse rijstazijn. In Italië kent men de beroemde Balsamico, een azijn van bijzondere samenstelling die vele jaren oud is. Zijn culinaire waarde staat hoog aangeschreven, maar er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de therapeutische mogelijkheden. Vermoedelijk is Balsamico, die vaak 25 jaar oud is, te duur om therapeutisch te gebruiken. Naast deze verschillende soorten azijn is er ook de kruidenazijn. De bereiding van een kruidenazijn is vrij eenvoudig. Men brengt een bepaalde hoeveelheid gedroogd of vers kruid in een liter azijn en laat dat, afhankelijk van het kruid, twee dagen tot acht weken trekken. Kruidenazijn wordt zowel culinair als therapeutisch gebruikt. De geneeskrachtige werking van het kruid wordt gecombineerd met die van azijn en heeft daardoor een dubbele werking. Het is niet duidelijk of appelazijn een betere geneeskrachtige werking heeft dan de andere soorten. Appelazijn is erg bekend omdat daar het meeste onderzoek naar werd gedaan. Rijstazijn heeft in het Verre Oosten eveneens een goede reputatie, maar is in Europa nauwelijks bekend.

 

Azijn en wetenschappelijk onderzoek

Het staat vast dat azijn een dodende werking heeft op een pathogeen of ziekteverwekkend stof. Zo is aangetoond dat azijn parasieten sneller vernietigt dan welk ander middel ook. Azijn wordt in de natuurgeneeskunde gebruikt tegen infecties. Zwemmers klagen vaak over geïnfecteerde en jeukende oren. Een afdoende preventie is de oren na het zwemmen te spoelen met een mengsel van 1 deel azijn op 1 deel bronwater. Een oplossing die het oor nog beter droog maakt, is azijn met dezelfde hoeveelheid alcohol. Dit helpt zowel tegen bacteriën als tegen schimmels. Azijn is een uitstekend middel om de huid te behandelen. Een azijnkompres herstelt de zuurtegraad van de huid omdat deze overeenstemt met de pH-waarde van de huid.

Sommige gynaecologen gebruiken bij het opsporen van baarmoederhalskanker naast het bekende uitstrijkje ook een azijntest. Zij beweren hiermee vroegtijdig te kunnen opsporen welke vrouwen een groter risico lopen op baarmoederhalskanker. De azijntest is eenvoudig, niet duur, niet ingrijpend en veilig voor de patiënt. De juiste samenstelling en toepassingstechnieken zijn ons niet bekend.

Onderzoek toont aan dat appelazijn een goede bron is van borium. Borium is een spoorelement dat betrokken is bij de vorming en het onderhoud van het bot. De kwaliteit van de botvorming is voor een groot deel afhankelijk van de aanwezigheid van borium. Planten die een tekort hebben aan dit spoorelement groeien minder hard, blijven klein en zien er misvormd uit. Een goede vorming van calcium is afhankelijk van de aanwezigheid van borium. Zonder dit spoorelement kan calcium, ook al is het voldoende aanwezig, geen stevige bot vormen of deze in stand houden. Borium uit appelazijn, dat in het lichaam vrijkomt, heeft invloed op de steroïde hormonen. Vervolgens reguleert het de werking en de duur van de activiteit in het organisme. Er is nog niet zoveel bekend over het werkingsmechanisme tussen borium en calcium. Wel weet men dat er een verband bestaat tussen borium en de hormonen dat van vitaal belang is bij de vorming van de botten. Zo stelt men vast dat bij voldoende aanwezigheid van borium bepaalde steroïde hormonen, zoals oestrogeen en testosteron, enorm stijgen. Ze zijn alle noodzakelijk om de groeicyclus van het bot te vervolmaken. Het verband tussen hormonen, borium en calcium is bekend in de behandeling van osteoporose. Andere spoorelementen die nodig zijn om de botmassa te behouden zijn mangaan, silicium en magnesium. Zij komen in appelazijn in beperkte mate voor zodat ze door een gevarieerde voeding dienen aangevuld te worden. Tijdens de menopauze is een uitgebalanceerd dieet op zijn plaats. Appelazijn kan uiteraard het probleem van osteoporose niet oplossen, maar kan wel een bijdrage leveren.

Australisch onderzoek heeft aangetoond dat een beet van een kwal het best met azijn kan worden behandeld. Men ziet het als een essentieel onderdeel van de eerste hulp bij de beet van een kwal. Het College voor Farmacie en aanverwante Gezondheidswetenschappen onderschrijft dit. Deze wetenschappers gaan er vanuit dat als een beet van een kwal niet onmiddellijk wordt behandeld, dit leidt tot misselijkheid, hoofdpijn, koude rillingen of in uitzonderlijke gevallen zelfs kan leiden tot een dodelijke hartstilstand. Zij concluderen dat gif onschadelijk kan gemaakt worden met azijn. Azijn is in de volksgeneeskunde een veel gebruikte en uitstekende remedie tegen allerlei beten en steken. De gevolgen van bijensteken, wespensteken en andere insectenbeten worden verlicht door de pijnlijke plek te laten weken in onverdund azijn. Hoe sneller de azijn wordt aangebracht, hoe beter het resultaat.

 

Azijn en artritis

Artritis is een veel voorkomende vorm van reuma. Het is een ziekte waarbij een of meerdere gewrichten ontstoken zijn. Als er geen directe verbetering optreedt, loopt de patiënt het gevaar dat de ziekte chronisch wordt. De ontstoken gewrichten voelen pijnlijk aan bij de minste beweging. Een stabiel en gezond lichaamsgewicht, vitale voeding en een natuurlijke levenswijze zijn de belangrijkste factoren in de behandeling.

  • Als pijnstillend drankje vermengt men appelazijn met appel- en druivensap. Zo verkrijgt men een gezondheidsdrankje dat niet alleen pijnstillend werkt bij artritis, maar ook de bloedcirculatie verbetert en een goede ondersteuning is voor het hart. De geneeskrachtige werking wordt toegeschreven aan de aanwezigheid van kalium en zijn antiseptische werking.
  • Bij artritis wordt ook vaak dagelijks een glas water gedronken waaraan een theelepel azijn en een theelepel acaciahoning worden toegevoegd. Twee theelepels azijn in een glas water volstaan ook en hebben ongeveer dezelfde werking.
  • Pers 2 stengels selderij tot sap, voeg er het sap van een sinaasappel aan toe, het sap van een halve grapefruit en 1 citroen, 4 glazen bronwater, een weinig azijn en eventueel wat natriumsulfaat. Het natriumsulfaat geeft aan dit drankje een darmstimulerende werking. Bij artritis is het reinigen van de darmen belangrijk. Om de smaak minder zuur te maken voegt men er water aan toe.

 

Azijn en de spijsvertering

Azijn heeft, net als alle zure producten, een invloed op de maagwerking. De ervaring leert ons dat mensen met een te hoge maagzuurproductie spontaan de neiging hebben om naar zure middelen te grijpen. In de natuurgeneeskundige praktijk wordt bij dergelijke problemen acetotherapie aanbevolen. In de volksmond zegt men daarom gemakkelijk: zuur remt zuur af, dat geeft echter geen verklaring voor de werking ervan. Het gelijkheidsprincipe is in de natuur onbestaande. Fysiologische processen verlopen steeds volgens het contraria-principe. Japanse wetenschappers vermoeden dat het zuur de productie stimuleert van de vloeistof die instaat om de maagwand te beschermen waardoor het overtollige maagzuur geneutraliseerd wordt. Azijn zou ook de maagwand beschermen tegen veelvuldig alcoholgebruik.

Azijn herstelt het bacteriële evenwicht, ruimt ontstekingshaarden op en neutraliseert voedselvergiftiging. Het is vooral het bereiden van voedsel met azijn dat de vertering ten goede komt. Azijn is niet alleen een goed bewaringsmiddel, het verhoogt de verteerbaarheid van sommige voedingsmiddelen. Azijn werkt in op vezelachtige structuren en maakt deze zacht. Bij het bereiden van peulvruchten voegt men een beetje azijn toe aan het kookvocht. Peulvruchten zijn zwaar verteerbaar. Appelazijn bevat veel pectine en dat is een ballaststof met een gunstige invloed op de stoelgang. Pectine speelt een belangrijke rol bij de afvoer van cholesterol. Bij het bereiden van mayonaise of een oliesausje gebruikt men azijn om het vet af te breken waardoor het beter verteerbaar wordt.

 

Azijn en de huid

In de oude natuurgeneeskunde werden infecties aan het gezicht, in de oren en rond de ogen behandeld met een oplossing van azijn en water. Azijn is antiseptisch, doodt bacillen, schimmels en andere schadelijke micro-organismen waarmee het in aanraking komt en is een natuurlijk antibioticum. Bij middenoorontsteking, die erg pijnlijk kan zijn, worden spoelingen met azijn toegepast. Om de handen te ontsmetten volstaat het een beetje azijn aan het water toe te voegen.

Bij heel wat huidaandoeningen is de toepassing van azijn aan te bevelen, vooral als het om infectiehaarden gaat. Azijn wordt heel vaak met honing gecombineerd en dat is zeker ideaal bij het behandelen van huidproblemen. Honing heeft net als azijn een antiseptische werking. Het is een ideaal product bij het behandelen van wonden (zie Apitherapie). Bij brandwonden wordt de verbrande plek met azijn besprenkeld of gedept. Een kompres met azijn is een afdoend middel bij jeuk. Bij anale jeuk bevochtigt men een gaasje met appelazijn dat voorzichtig wordt aangebracht. Bij het behandelen met azijn zal men voorzichtig zijn in de omgeving van de ogen of andere gevoelige plekken. Men gebruikt meestal 1 deel azijn op 4 à 6 delen water.

Bij een azijnbad gebruikt men 2 à 3 glazen azijn op een vol bad. Hier wordt vaak de voorkeur gegeven aan een kruidenazijn. Het toevoegen van azijn aan het badwater doet de warmte beter verdragen. Vooral bij warme of hete baden is toevoeging van azijn altijd aan te bevelen. Een azijnbad heeft het grote voordeel dat het de zuurgraad van de huid normaliseert. Bij veel okselzweet gebruikt men een met azijn bevochtigd doekje om de oksels te wassen. De oksels daarna niet afspoelen. De onaangename geuren verdwijnen meteen. Om verkoeling te krijgen na zonnebrand, neemt men een lauw bad waaraan een glas appelazijn wordt toegevoegd.

 

Huismiddeltjes

Azijn is al eeuwenlang een voortreffelijk huismiddel tegen allerlei kwalen. Hoewel de werking bij de meeste toepassingen verklaarbaar is, zijn er ook heel wat toepassingen die enkel steunen op volksgeloof en suggestie. Wij vermelden hier een aantal van deze toepassingen.

  • Als u ’s nachts uit uw slaap gehouden wordt door een schor hoestje, leg uw hoofd dan te rusten op een doek die u in azijn hebt gedompeld.
  • Een pijnlijke keel kunt u verzachten door te spoelen met water, waaraan een scheutje azijn is toegevoegd.
  • Moeilijkheden met de ademhaling worden verlicht door met azijn doordrenkte witte doeken om de polsen te wikkelen.
  • Het lichaam wordt gereinigd als u een drankje neemt dat is samengesteld uit bronwater, een theelepel azijn en een flinke lepel honing.
  • U kunt de brand uit de jeuk halen door de plek regelmatig met azijn te behandelen.
  • Verlicht het ongemak van pijnlijke benen door een wikkel van azijn aan te brengen. Een wikkel is een doek die in azijn wordt gedompeld en daarna uitgewrongen. Leg deze natte doek op de benen en dek deze af met een droge doek. Een wikkel kan herhaald worden (zie Volksgeneeskunde).
  • Bij overgeven of braakneigingen legt men een warme wikkel (verwarmd azijn) op de maagstreek.
  • Grove, taaie groenten verteren beter als u deze voor het koken een tijdje laat staan in water met een scheutje azijn.
  • Om uw kunstgebit goed te ontsmetten, legt u het gedurende de hele nacht in een glas met azijn, puur of verdund.

 

Acetotherapie biedt heel wat mogelijkheden in een natuurgeneeskundige praktijk, maar een groot aantal remedies behoort tot de volksgeneeskunde of de natuurgeneeskundige zelfhulp. Patiënten kunnen aangespoord worden zelf mee te werken aan hun genezingsproces, natuurgeneeskunde is immers een actieve geneeswijze!

 

Geraadpleegde werken

E. Thacker Het grote azijnboek, Reuille/Bodywell Benelux 1995 

Barbara Wurzel Hausmittel, Südwest Kompakt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11:53 Gepost door Jan Dries in Natuurgeneeskunde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |