27-06-07

Burn-out of opgebrand zijn

1773079V3008045V3008027

Het burn-out syndroom slaat niet van de ene op de andere dag toe. Het is een sluipend proces dat zich voordoet bij mensen die heel intens met hun beroepsleven bezig zijn. Aanvankelijk dacht men dat burn-out alleen voorkwam bij mensen met een sociaal of verzorgend beroep, maar nu blijkt dat in alle beroepen slachtoffers vallen. Het is vreemd dat alles wat deze mensen met zoveel enthousiasme en toewijding hebben gedaan, nu weg valt. Ze kunnen hun werk niet meer aan, worden geïrriteerd als ze er in contact mee worden gebracht. Het gaat hier vooral om gedreven, enthousiaste en ambitieuze mensen die niet gauw opgeven en blijven doorwerken tot de toelaatbare grens wordt overschreden. Het gaat hier vooral om het vuurtype en het vuur-aardetype. Specialisten zeggen dat men niet kan ‘opbranden’ als men niet eerst ‘ontvlamt’ is. Burn-outpatiënten vallen in een diep zwart gat waar ze moeizaam uitgeraken.

 

De natuurgeneeskunde behandelt men burn-out op een natuurlijke wijze, zonder medicamenten, door het verbroken evenwicht tussen lichaam en geest te herstellen. Dit gebeurt door middel van Biorelaxatie, DSR (Dermasegmentale reflexologie), aangepaste kruidengeneeskunde, voedingstherapie en andere eenvoudige en natuurlijke therapieën. Het succes van de natuurgeneeskunde bij het behandelen van stemmingsstoornissen en stressgerelateerde  klachten, ligt in het uitschaken van mentale therapieën en trainingen. De vermoeide geest wordt leeggemaakt, komt weer tot rust en krijgt de kans om zich te herstellen. Daarnaast staat de typologie centraal in de natuurgeneeskunde. Behandel de zieke in plaats van de ziekte is het basisprincipe. De typologie is de studie die zich bezig houdt met het bepalen van het temperament d.w.z. het geheel van de aangeboren persoonskenmerken. Bij burn-out zijn het vooral het vuurtype en het vuur-aardetype dat het meest vatbaar is, zoals alle studies dat aanduiden.

 

De psycholoog Herbert Freudenberger en zijn collega Gail North onderscheiden twaalf stadia. Die stadia hoeven elkaar niet noodzakelijk in deze volgorde op te volgen. Sommige patiënten slaan bepaalde stappen over, andere bevinden zich in verschillende stadia tegelijk. Ook de duur van de afzonderlijke fasen verschilt van persoon tot persoon.

 

1 De drang zich te bewijzen

Het begint vaak met een buitensporige ambitie: het verlangen zich in het werk te bewijzen slaat om in een verbeten, dwangmatige vastberadenheid. Mensen met een dergelijke ambitie voelen de sterke behoefte hun collega’s – en zichzelf – te laten zien dat ze hun werk in alle opzichten voortreffelijk doen.

 

2 Harder werken

Om aan de hooggestemde verwachtingen te voldoen, nemen ze extra werk op zich en zetten hun schouders eronder. Het wordt een obsessie alles zelf te doen, waaruit weer blijkt dat ze zichzelf als onvervangbaar beschouwen.

 

3 Behoefte verwaarlozen

In hun agenda is geen plaats meer voor andere dingen dan werken. Andere levensbehoeften – zoals slapen, eten en gezellig samen zijn met familie of vrienden – doen ze af als onbelangrijk. Ze maken zichzelf wijs dat deze opofferingen bewijzen dat ze een heroïsche prestatie leveren.

 

4 Verdringing van conflicten

Ze hebben wel in de gaten dat er iets niet in de haak is, maar zien de oorzaak van hun problemen niet in. Het onder ogen zien van de werkelijke oorzaak zou tot een crisis kunnen leiden, dus dat beschouwen ze als bedreigend. Vaak doen zich in dit stadium de eerste lichamelijke symptomen voor. Alles wordt opgeofferd aan het doel dat kost wat kost bereikt moet worden.

 

5 Herziening van waarden

Als gevolg van hun toenemend isolement, conflictvermijding en het veronachtzamen van fysieke basisbehoeften verandert hun perceptie van de werkelijkheid. Ze herzien hun waardesystemen: dingen die eens belangrijk waren, zoals vrienden of hobby’s, worden nu volstrekt onbenullig beschouwd. De enige standaard waaraan ze hun eigenwaarde afmeten is hun werk. Emotioneel raken ze steeds meer afgestompt. Bij het aardetype zijn emoties bijkomstig, hun gevoelsleven droogt op.

 

6 Ontkenning van problemen die de kop opsteken

Ze worden onverdraagzaam en gaan hun collega’s beschouwen als dom, lui, veeleisend of ongedisciplineerd. Sociaal contact ervaren ze als bijna onverdraaglijk. Ze vertonen steeds meer tekenen van cynisme en agressie. Ze wijten hun toenemende problemen aan tijdsdruk en de grote werklast – niet aan het feit dat zij zelf veranderd zijn.

 

7 Zich terugtrekken

Ze beperken hun sociale contacten tot een minimum, raken geïsoleerd en sluiten zich af. In toenemende mate verliezen ze elke hoop of het gevoel dat hun leven ergens toe leidt. Ze gaan steeds meer ‘volgens het boekje’ werken. Vaak zoeken ze hun heil in alcohol of drugs.

 

8 Merkbare gedragsveranderingen

De mensen in hun directe sociale omgeving merken nu duidelijk dat hun gedrag is veranderd. De eens zo opgewekte en toegewijde slachtoffers van te hard werken zijn nu angstig, in zichzelf gekeerd en apathisch geworden. Innerlijk voelen ze zich steeds waardelozer.

 

9 Depersonalisatie

Ze verliezen het contact met zichzelf. Ze zien zichzelf en anderen niet langer als waardevol en hebben geen oog meer voor de eigen behoeften. Hun tijdsperspectief verengt zich tot het heden. Het leven wordt een aaneenschakeling van mechanische functies.

 

10 Innerlijke leegte

De innerlijke leegte breidt zich meedogenloos uit. Om dit gevoel te bestrijden, gaan ze wanhopig op zoek naar kicks. Dit kan leiden tot vormen van overactiviteit, zoals seksverslaving, overmatig eten en alcohol- of drugsmisbruik. Vrije tijd ervaren ze als dode tijd.

 

11 Depressie

In deze fase komt het burn-out syndroom in feite overeen met een depressie. De patiënten voelen zich zo overstelpt door hun problemen dat ze totaal onverschillig, wanhopig en uitgeput zijn en denken dat ze van de toekomst niets meer te verwachten hebben. Ze kunnen alle symptomen van een depressie vertonen, variërend van agitatie tot apathie. Het leven heeft elke zin verloren.

 

12 Burn-outsyndroom

Op dit punt aangekomen hebben bijna alle burn-outpatiënten suïcidale neigingen: ze zien geen andere mogelijkheid meer om aan hun situatie te ontsnappen. Sommigen doen inderdaad een zelfmoordpoging. Uiteindelijk storten ze volledig in, lichamelijk en geestelijk. Patiënten die dit stadium hebben bereikt, hebben onmiddellijk medische hulp nodig.

   

 

Deze burn-outcyclus toont precies het verloop aan. In fase een wordt de oorzaak aangegeven: de gedreven persoon met veel ambities die iets moet bewijzen. We vinden hierin de volgende kwaliteiten:

 

  • Buitensporige ambitie: een vuurtype gaat voor zijn idealen, ambitie is voor hem een vorm van passie. Hij is enorm gedreven en weet van geen ophouden.
  • Het verlangen iets te bewijzen: Het vuurtype is angstig om zijn verworven machtspositie te verliezen en zal aan zijn omgeving zijn bekwaamheid bewijzen.
  • Verbeten vastberadenheid: eenmaal een doel gesteld moet dat gehaald worden, niets houdt hem tegen. Een vuurtype is een doordrammer.
  • Doen hun werk voortreffelijk: Het aardetype is een perfectionist, alles wat hij doet, zeker op professioneel vlak, is voortreffelijk.

 

In de volgende fase vinden we eveneens een aantal kwaliteiten, die bij het vuur-aardetype veelvuldig voorkomen zoals:

 

  • Obsessie alles zelf te doen: Het aardetype geeft het werk niet snel uit handen. Als men het zelf doet is het zeker goed want niemand doet het zo goed.
  • Alleen maar werken: Het aardetype wordt beschreven als harde werker, want werken geeft hem zekerheid. Bovendien is het aardetype op concrete en materiële doelen gericht.
  • De problemen niet onder ogen durven zien: Het aardetype is erg realistisch, maar kan niet tegen veranderingen. Het accepteren van de problemen kan een crisis uitlokken met veranderingen als gevolg.
  • Behoeften verwaarlozen: Bij het aardetype domineert het eindresultaat. Dit type is daar zo intens mee bezig dat alle andere behoeften verwaarloosd worden. Emoties, ontspanning, hobby’s of vrije tijd zijn ondergeschikt.

 

Het is de combinatie van de elementen vuur en aarde in het temperament wat bij deze mensen tot burn-out leidt. Vuur zorgt voor de gedrevenheid en aarde voor de werklust. Depressie komt hoofdzakelijk voor bij het watertype, maar burn-out is een stemmingstoornis en staat heel dicht bij depressie. Eenvoudig uitgedrukt kunnen we zeggen dat als een manager depressief wordt, hij/zij aan burn-out lijdt.

 

De natuurgeneeskunde is erg geschikt om psychische en emotionele stoornissen te behandelen omdat er vanuit een heel ander visie wordt gewerkt dan de reguliere psychotherapie. Ook u kunt mensen helpen door een praktijkgerichte opleiding tot gezondheidstherapeut te volgen aan een van de vier scholen van de Europese Academie voor Natuurlijke gezondheidszorg te Antwerpen, Gent, Leuven of Maastricht. Surft even naar www.europeseacademie.be