19-09-17

Veganistische kinderen ondervoed Wat doen ze verkeerd!

Kinderartsen en diëtisten luiden volgens de media de alarmbel omdat er regelmatig kinderen in het ziekenhuis zouden worden opgenomen met ondervoeding. De oorzaak is een extreem veganistisch eetpatroon dat door de ouders wordt opgedrongen. Veganisme is nochtans de gezondste voedingswijze omdat men uitsluitend plantaardig voedsel gebruikt. Er wordt gewezen naar een mogelijk tekort aan vitamine B12 die alleen in vlees of melkproducten voorkomt, maar deze belangrijke vitamine wordt in de darm aangemaakt. Bij een goede darmwerking met een gezonde darmflora is er geen probleem. Alles wat we eten, wordt in ons lichaam tijdens de stofwisseling omgezet in menselijk voedsel. Zo wordt dierlijk vet omgezet in menselijk vet en plantaardig eiwit in menselijk eiwit. Het verschil is dat vleesvoeding zwaar verteerbaar is, veel afvalstoffen achterlaat en het risico verhoogt op overgewicht, hart- en vaatziekten en kanker zoals door het WHO wordt bevestigd. Een louter plantaardige voeding verteert gemakkelijk, kent een efficiënte stofwisseling en laat weinig afvalstoffen achter die we gemakkelijk uitscheiden of neutraliseren. Trouwens, ons verteringsstelsel is afgestemd op plantaardige voedingsmiddelen.

 

Ondervoeding kent verschillende oorzaken zoals een te geringe aanvoer van nutriënten, een moeilijke vertering, een slechte absorptie van de micro- en macronutriënten, een ziekte of een negatieve emotionele toestand. Voor de vleesindustrie is ieder geval van ondervoeding door veganisme een zegen. Dat wordt in de media ook flink uitvergroot want nu denkt men het bewijs te hebben gevonden dat kinderen die geen vlees eten ondervoed geraken. Traditioneel denkende kinderartsen, diëtisten, professoren en voedingsdeskundigen staan achter dergelijke ongegronde uitspraken. Het gaat vermoedelijk om een zeer kleine groep kinderen die ondervoed is geraakt vanuit een marginale omgeving, maar ieder ondervoed kind is er één te veel en had vermeden kunnen worden. Over de vele veganistische en vegetarische kinderen die blaken van gezondheid praat niemand.

 

Ondervoeding bij kinderen is ernstig

De belangrijkste ontwikkeling van een kind ligt tussen 0 en 5 jaar omdat dan de groei van de organen en de hersenen plaatsvindt. Tijdens deze periode is het kind erg kwetsbaar en is voor zijn ontwikkeling aangewezen op de directe aanvoer van de nodige nutriënten in de juiste hoeveelheid. Niet alleen de groeiachterstand is een probleem, ook organen en hersenen die in hun ontwikkeling achterblijven, zorgen achteraf voor een verhoogd risico op fysieke, mentale en emotionele achterstand. Ondervoeding bij kinderen zorgt vaak voor een tekort aan ijzer, bloedarmoede en een verzwakte immuniteit waardoor ze een te lage weerstand hebben tegen infectieziekten. Het is vreemd dat in een samenleving die uitpuilt van voedsel er ondervoeding optreedt. Ik spreek me niet uit over de gevallen die in de media zijn gekomen omdat de gegevens ontbreken. Ik ben vele jaren actief geweest als voorzitter van de Vegetariërsbond in België en was lid van de EVU, Europese Vegetarische Unie, zodat ik voldoende ervaring heb opgebouwd in deze kringen.

 

Melk is onontbeerlijk

Moedermelk is dierlijk voedsel, maar onontbeerlijk, ook voor de kleine veganist. Veganistische moeders hebben geen bezwaar tegen borstvoeding, maar het problemen stelt zich op het ogenblik dat om welke reden ook er mee gestopt wordt. Het enige alternatief voor borstvoeding is melk van de koe, de geit of het schaap. Veganisten hebben ethische bezwaren tegen het gebruik van melk en schakelen daarom over op sojamelk. Maar dat is geen melk en mag wettelijk niet als melk genoemd worden. Het is een imitatiemelk (kunstmelk) die uit een boon via een ingewikkeld productieproces wordt verkregen en uit een witte vloeistof bestaat die op melk lijkt. Omdat sojamelk niet voldoet aan de norm van dierlijke melk wordt ze verrijkt met synthetische vitaminen, inactief ijzer en calcium wat de zaak nog slechter maakt. Volwassen veganisten zoeken te veel hun heil in sojaproducten en daar loopt het fout. Ze leven met het idee dat vlees moet vervangen worden en grijpen daarom naar allerlei vleesvervangers. Er zijn ouders die de moedermelk vervangen door een afkooksel van granen, wat helemaal niet kan. De twee eerste levensjaren heeft ieder kind echte melk nodig als vervanging van moedermelk. De organen zijn nog erg kwetsbaar en het verteringsstelsel is niet in staat om grove en harde voeding te verteren.

 

Ethisch fanatisme

Wij respecteren de ethische houding van veganisten tegenover de dieren, maar veganisten stellen het ethisch standpunt voorop en hebben vaak te weinig inzicht in gezonde voeding. Ik heb altijd het ‘gezondheidsvegetarisme’ vertegenwoordigd omdat het ethisch aspect een gevolg is van een diervriendelijke voedingswijze, maar het is geen doel op zich. Ik heb veel ruimdenkende veganisten ontmoet, maar ook fanatici die vanuit een tunnelvisie, zonder het zelf te beseffen, een ethisch fanatisme nastreven. Ik kan me de ouders van deze ondervoede kinderen voorstellen. Ze dringen hun kinderen een voedingspatroon op vanuit een dogmatisch denken zonder rekening te houden met de basisprincipes van een gezonde voeding. Een kind staat nog sterk onder invloed van zijn voedingsinstinct en weigert wat niet goed is. Voedsel op basis van soja, graan en peulvruchten roept op jonge leeftijd weerstand op. Een kind heeft behoefte aan sappige rijpe vruchten en zachte noten en zaden, afgewisseld met groenten, wortels en knolgewassen. Als kinderen de groeicurve volgen en actief zijn, is er niets aan de hand, terwijl eventuele tekorten via bloedanalyse zijn op te sporen.

 

Emotionele problemen

De ondervoeding ligt aan de basis vanuit een verzet tegen dit lichaamsvreemd voedsel. Daardoor nemen ze te weinig voedsel op, hebben ze een tekort aan calorieën, eiwit, vet en koolhydraat, maar ook aan vitale stoffen zoals vitaminen, mineralen en spoorelementen. Bovendien remmen negatieve emoties en stress de vertering af. We verteren alleen in rusttoestand omdat het parasympathicus de vertering regelt. Als kinderen bruine graanpapjes, verrijkte sojamelk en vleesvervangers voorgeschoteld krijgen, is hun eetlust ver te zoeken. Echte vegetariërs hebben geen behoefte aan imitatievlees op basis van soja, granen of gluten. Het zijn industriële producten die met veel reclame te koop worden aangeboden. Ik nam eens deel aan een vergadering van EVA (Vegetarisch Ethisch Alternatief) toen iemand van het hoofdkantoor gratis sojaproducten begon uit te delen. Ik had een andere boodschap van gezonde voeding verwacht.

 

Ovo-lacto vegetariërs

Vegetariërs eten in beperkte mate voedsel afkomstig van levende dieren zoals eieren, melk, melkproducten en honing. Daardoor hebben ze een gevarieerde voeding, meer mogelijkheden in de keuken en een normale sociale omgang. In principe eet een vegetariër alles, behalve vlees en vis, maar respecteert voedingsregels en dat is belangrijk. Kinderen, noch volwassenen geraken er door ondervoed tenzij het om een pathologisch probleem gaat. Wil u meer weten over gezonde vegetarische voeding, volg dan eens de open cursus ‘Vegetarisch koken” aan een van de vier leslocaties van de vzw Europese Academie. Meer informatie op: www.europeseacademie.be

16:35 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Vegetarisme, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-09-17

Kopen bij de boer, vers, goedkoop en gezond

De consument wordt steeds kritischer tegenover de voedingsindustrie. In de media verschijnen er regelmatig berichten over schadelijk stoffen in voedingsproducten zoals fipronil in eieren of voedingsproducten waarin eieren zijn verwerkt. Volgens de Overheid is er niets aan de hand en is alles veilig, maar wie gelooft dat. Het is een aaneenschakeling van voedingscrises. Ofwel breekt er een ziekte uit bij de landbouwdieren, in de gewassen of wordt er ergens geknoeid. Het aanbod aan voedsel is nog nooit zo groot geweest en de diversiteit kent geen grenzen. In enkele decennia tijd is er een compleet nieuwe voedingscultuur ontstaan. De hightech-voeding lijkt fascinerend en biedt een ruim aanbod aan van snel te bereiden voedsel tot kant-en-klare gerechten. Toch stellen bewuste consumenten, maar ook artsen, onderzoekers, gezondheidswerkers en vele anderen zich de vraag: wat heeft het huidig voedingsaanbod nog met echte voeding te maken? Is men niet te ver afgeweken van de essentie? Voeding is geïndustrialiseerd en gecommercialiseerd geworden en maakt de mens steeds meer afhankelijk van de supermarkt. Het ontbreken van echt en puur voedsel met heerlijke natuurlijke smaken en aroma’s heeft de bewuste consument terug bij de boer gebracht.

 

Terug naar de boer

Steeds meer consumenten kunnen zich niet verzoenen met het nutteloos dierenleed in de megastallen, noch met de chemische landbouw met zijn kunstmeststof, pesticiden, mestoverschotten en milieuvervuiling. Er worden talrijke burgerinitiatieven genomen om terug te keren naar kleinschalige initiatieven, waar voedsel nog echt voedsel is en waar de bewerking nog op een ambachtelijke wijze gebeurt. Terug naar de boer in eigen streek is een merkwaardig Europees initiatief dat bekend staat als ‘Boeren&Buren’. Steeds meer boeren lopen verloren in de grootschaligheid die hun wordt opgedrongen. Ze worden gedwongen zwaar te investeren om steeds meer te produceren om er financieel nog iets aan over te houden. Veel boeren gaan over kop of stoppen ermee. Ze worden meteen overgenomen in een groter geheel. Er zijn steeds minder boeren terwijl de productie stijgt. Er zijn boeren die het liever kleinschalig en beheersbaar houden en zij hebben een stille samenwerking gevonden met de consument, de buren. Er is een directe en korte afstand tussen boer en consument tot stand gekomen waarbij eerlijke prijzen worden gehandhaafd. Zowel de boeren als buren zijn tevreden.

 

Verhoogde kwaliteit

De boer teelt zijn gewassen met liefde en zorg en houdt rekening met de seizoenen en de streekgebondenheid. Kleinschaligheid verhoogt de kwaliteit omdat er een betere controle is door directe opvolging. De boer levert voedingsmiddelen die na de oogst direct aan de klant worden geleverd of ambachtelijk bereide voedingsproducten zodat men weet wat men eet. Voedingsmiddelen zijn vers en rijk aan levenskracht en dat is men in de moderne voedingsleer vergeten. Daar wordt alles in stoffen (nutriënten) uitgedrukt: eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen omdat men die gegevens op de verpakking terugvindt en voor een vals gevoel van veiligheid zorgt. De mens eet geen stoffen, maar voedingsmiddelen die in hun ongereptheid deze belangrijke stoffen leveren en dat is een ander uitgangspunt. Bij een grootschalige productie zijn voedingsadditieven (E-nummers) noodzakelijk om massabereidingen mogelijk te maken, om de houdbaarheid te verlengen en de bruikbaarheid van de voedingsproducten aantrekkelijk te houden. De duur van de lange transporten, de tijd dat voedingsmiddelen liggen opgeslagen en het lange distributiekanaal moeten volgen zijn aanslagen op de kwaliteit. Kopen bij de boer betekent versheid in de keuken halen. De voedingsproducten die de boer verkoopt zijn ambachtelijk bereid en bevatten alleen gezonde ingrediënten en natuurlijke hulpmiddelen. Geen gemodificeerd zetmeel als vulstof om de prijs te drukken. Een ambachtelijk product bevat ingrediënten die vers verwerkt worden.

 

Missie en Waarden

Als consument is men vooral begaan met de gezondheid. Vanuit dit gezondheids-bewustzijn kiezen steeds meer mensen voor kleinschalige boeren en ambachtelijke bereidingen, maar er zit veel meer achter dergelijk initiatieven. De consument en de boer groeien naar elkaar toe en verwezenlijken een sociale, economische en filosofische transitie. Samenwerken zorgt voor een collectieve dynamiek waarbij fundamentele hefbomen zorgen voor economische en sociale veranderingen en een concrete bijdrage leveren aan de deeleconomie. De wisselwerking tussen producent en consument gebeurt op een transparante wijze wat het vertrouwen versterkt. Terwijl de moderne landbouw en veeteelt tot de grootste vervuilers worden gerekend, dienen juist deze kleinschalige boeren de ecologie en verkleinen ze de ecologische voetafdruk. Men spreekt over een snelgroeiende samenleving, maar in feite gaat het om een op holgeslagen samenleving. Politici en wereldleiders zoeken naar oplossingen, maar deze zijn alleen te vinden in de vele kleinschalige burgerinitiatieven. Democratie groeit van onderuit en kan niet van bovenuit opgelegd worden. Boeren&Buren is een goed voorbeeld hoe we vanuit creativiteit uit de complexiteit van de voedingsindustrie en de samenleving kunnen geraken.

 

Micro-ondernemingen

Het concept komt uit Frankrijk, maar is snel overgewaaid naar België, Spanje, Groot- Brittannië, Duitsland en nu ook naar Nederland. Het is een sociaal ondernemingsschap met de spitsvondigheid van de digitale innovatie. Een boer kan niet alles leveren, maar door uitwisseling vullen ze elkaar aan zodat men toch aan alles kan geraken. Er is een rijk aanbod aan fruit en groenten, keukenkruiden, gezonde sappen, diverse soorten paddenstoelen, granen en peulvruchten, brood, melkproducten, ambachtelijke kazen enz. U vindt er alles wat u nodig hebt om gezond te blijven. Online bestellen kan, want de boeren gaan met hun tijd mee.

 

Boeren&Buren is een merkwaardig initiatief waar we helemaal achterstaan en met plezier aan onze 45.000 lezers voorstellen. Onze samenleving verkeert in een diepe crisis, maar zoveel nieuwe initiatieven doen ons in een betere toekomst geloven. Zij tonen aan dat het anders kan. Windmolens en zonnepanelen zorgen voor hernieuwbare energie, straks zullen er alleen nog elektrische auto’s rijden en voedsel halen wij zoveel mogelijk bij de boer in plaats vanuit de supermarkt.

 

Voor meer informatie:

www.boerenenburen.be

www.boerenenburen.nl

16:17 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-05-17

Prikkelbare darmsyndroom zelf genezen

Het prikkelbare darmsyndroom is een veel voorkomend vervelend probleem en veroorzaakt heftige darmkrampen, diarree, darmverstopping, opgezette buik en winderigheid. De darmkrampen zijn vaak bijzonder pijnlijk. Velen weten niet dat dit geen darmprobleem, maar een stressprobleem is. Omdat de reacties en de pijn zo hevig kunnen zijn, denkt men snel aan een ernstig darmprobleem. Het verteringstel wordt door het parasympathicus gestuurd, dat is het zenuwstelsel dat voor rust en ontspanning zorgt. Onder stress verteren we heel moeilijk en blijft een deel van het voedsel vaak onvoldoend verteerd achter. Deze voedingsresten zetten zich bij koolhydraten (suikers) om in gisting en bij eiwitresten in rotting. In beide gevallen worden er darmgassen gevormd. Door stress of spanningen sluit zich de darm geheel of gedeeltelijk af zodat de darmgassen zich opstapelen en tegen de darmwand drukken wat pijnlijke darmkrampen veroorzaken. Soms zit er zoveel gassen in de buik dat die het middenrif omhoog drukt waardoor men moeilijk kan ademhalen. Men hoeft maar rondom zich te kijken en men merkt hoeveel mensen met een opgezette buik rondlopen. Het gegrom in de buik wijst op een ontsnappingspoging die niet wil lukken. Darmverstopping belet het vrijgeven van darmgassen en maakt het probleem alleen maar erger. Diarree is vervelend, maar maakt de darm leeg zodat de gassen ontsnappen, maar daarmee is het probleem niet opgelost.

 

Terugkerend en wisselend

Sommige mensen hebben slechts één probleem zoals bijvoorbeeld darmverstopping of diarree, anderen lijden aan een combinatie van meerdere symptomen. Een aantal beseft niet dat men aan het prikkelbare darmsyndroom lijdt en zij omschrijven hun klacht als een moeilijke vertering. In Europa lijdt een op vijf aan het prikkelbare darmsyndroom. Door het gebruik van industriële voedingsproducten waarin voedingsadditieven (E-nummers) zitten verwerkt, door de toegevoegde suikers die snel in gisting overgaan, door een te eiwitrijke voeding wordt de darmwand beschadigd. Dat is niet de oorzaak, maar een gevolg van een slecht voedingspatroon. De echte oorzaak is de stress die het sympathicus stimuleert en de vertering bemoeilijkt. Het is een combinatie van stress en een verkeerd voedingspatroon die aan de basis ligt. Zolang de stress niet wordt opgeheven zullen de vervelende en afwisselende symptomen terugkeren.

 

Stress aanpakken

Dat is rapper gezegd dan gedaan! We leven in een stressvolle samenleving, een dag is voor iedereen te kort want we hebben het allemaal toch zo druk. De eerste stap in de ontspanning is orde op zaken stellen. Begin meteen een onderscheid te maken tussen wat belangrijk en wat minder belangrijk is, wat noodzakelijk en wat bijkomstig is. Er zijn mensen die te veel orde hebben en in voortdurende spanning leeft dat hun programma niet uitgevoerd geraakt of dat er wijzingen in de planning zouden kunnen optreden. Er zijn mensen die nonchalant door het leven gaan en alles op zich laten afkomen. Zij lopen snel vast en worden geconfronteerd met stresstoestanden. Kies de gulden middenweg en zorgt dat u iedere dag een beetje tijd overhoudt. Dat kost aanvankelijk discipline, even doorbijten en volhouden, maar het wordt dan een gewoonte. Door al deze uitlokkende factoren uit te schakelen wordt het leven weer leefbaar.

Ontspanningsmechanisme

Iedere mens beschikt over een ontspanningsmechanisme, dit wil zeggen dat we van natuur uit op een spontane wijze kunnen ontspannen. De belangrijkste factor is afleiding. Door orde in uw dagdagelijkse leven te brengen, ontstaat er meer vrije tijd die u benut om afleiding te zoeken. Een hobby is belangrijk om tot ontspanning te komen. Tijdens fysieke inspanningen zoals tuinieren, joggen, zwemmen, fietsen enz. bent u niet in staat om te denken en verkeert u spontaan in een toestand van gedachteloosheid. U zult merken dat u beter inslaapt omdat het slaapmechanisme op hetzelfde principe werkt. Door spanningen belet u de werking van het parasympathicus.

 

Gezonde voeding

Bij een prikkelbare darmsyndroom is het belangrijk dat u voorkeur geeft aan caloriearme voeding omdat die beter verteerbaar is. Eet kleine hoeveelheden, maar eet meerdere malen per dag. Als het kan rust even voor en na het eten. Vermijd vooral vlees, vis, vaste kaas en peulvruchten, ze zijn zwaar verteerbaar. Eet niet alles door elkaar maar houdt rekening met de goede en slechte voedselcombinaties. Eet geen zetmeelrijke voeding zoals granen, deegwaren, brood of aardappelen met eiwitrijk voedsel zoals vlees, vis,kaas of noten. Eet geen zetmeelrijke voeding met toegevoegde suiker, honing, siroop, jam of confituur, dus geen zoet beleg op de boterham of een zoet dessert of fruit op volle maag. Als u deze twee slechte voedselcombinaties uitschakelt, komt uw verteringstelsel tot rust. Wat wel kan is zetmeelrijke voedingsmiddelen met vetrijk voedsel zoals margarine op de boterham, olie of een roomsaus bij deegwaren, mayonaise bij een aardappelgerecht. Eet fruit altijd apart en los van de maaltijd.

 

Darmflora

De darmflora is een verzameling van darmbacteriën die zich overwegend in de dikke darm bevinden. Ze hebben als taak de niet verteerbare voedselresten af te breken tot bruikbaar voedsel. Een goedwerkende darmflora zorgt voor een goede vertering, een vlotte stoelgang, voorkomt de vorming van darmgassen en verhoogt de immuniteit. Want de meeste afweercellen bevinden zich in de dikke darm. Om de darmflora te ondersteunen kunt u gebruikmaken van natuuryoghurt met een lepeltje honing of zoetfruit zoals een rijpe banaan, kefir, gefermenteerde melkjes (Yagult) of gefermenteerde voedingsmiddelen zoals zuurkool. Een probioticakuur is altijd aan te bevelen. U voegt dan levende bacteriën aan uw dikke darm toe. Als u door omstandigheden verplicht bent een antibioticakuur te volgen, gebruik dan vanaf de eerste dag yoghurt of andere middelen om uw darmflora te ondersteunen. Misschien is het volgen van een open cursus voeding aan te bevelen of een opleiding om anderen te helpen weer gezond te worden.

15:42 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-04-17

Complementaire sector ijvert voor een betere samenleving

Onder de complementaire sector verstaat men het geheel van organisaties en verenigingen die als doel hebben aanvullend op de reguliere samenleving een bijdrage te leveren op basis van eigen inzichten en visie. Het gaat om een groot aantal particuliere initiatieven die een waardevolle bijdrage leveren aan een betere samenleving. De complementaire gezondheidszorg is goed gekend initiatief en binnen de EU algemeen aanvaard. Naast de reguliere gezondheidzorg, die door de overheid wordt beheerd, heeft iedere patiënt/cliënt het recht aanvullend gebruik te maken van complementaire zorgverlening op basis van therapievrijheid en patiëntenrechten. De complementaire sector gaat veel verder, is zeer ruim en neemt een steeds en belangrijke plaats binnen de moderne samenleving. De natuurvoedingswinkels zijn een aanvulling op de bestaande winkels en warenhuizen. Ze leveren een betere kwaliteit aan mensen die bewust met voeding en gezondheid omgaan. De Biologische land- en tuinbouw is een belangrijke complementaire sector die aantoont dat het zonder kunstmeststof en pesticiden kan en levert gifvrije voedingsmiddelen en dat is goed voor de gezondheid en het milieu. Het vegetarisme is een complementaire voedingswijze, een combinatie van gezonde voeding en respect voor de dieren. De methodescholen leveren eveneens een zinvolle complementaire bijdrage op het vlak van onderwijs en kennen een steeds groeiend succes. Tot de complementaire sector behoren ongetwijfeld nog vele andere particuliere initiatieven. In deze onrustige samenleving is het belangrijk dat al deze complementaire initiatieven hun krachten bundelen .

 

De reguliere samenleving

Een samenleving wordt beheerd door de overheid met de regering als de belangrijkste democratisch structuur. Om de zoveel jaren kiest de bevolking hun vertegenwoordigers in het parlement, senaat, provincieraden en gemeenteraden. Een regering wordt gevormd vanuit een meerderheid (50+1). Als kiezer geeft men zijn blindvertrouwen aan de politici en wie het niet goed doet, wordt bij een volgende verkiezing afgestraft. Het is een goed bestuurlijk systeem dat beantwoordt aan de principes van de democratie. Uiteraard zijn er zwakheden zoals de minderheid (49%) die geen enkel garantie heeft dat er met hun mening of standpunten rekening wordt gehouden. De oppositie is zeer beperkt in zijn mogelijkheden. Vandaar dat er regelmatig burgerinitiatieven worden genomen om bijsturingen mogelijk te maken.

 

Het referendum en burgerinitiatief

Het referendum is een instrument dat aan de burgerinitiatieven de mogelijkheid biedt om concrete beslissingen af te dwingen. Het referendum kent zijn zwakheden, het moet aangevraagd worden op basis van voldoende handtekeningen en staat enkel in verband met besluitvorming. Vaak is een referendum alleen advieserend en niet bindend en dan is het meestal een maat voor niets. Het behoudt wel zijn morele waarde, maar leidt niet tot concrete oplossingen. Er zijn andere methodes op basis van overleg die doeltreffender zijn. Een andere mogelijkheid is het burgerinitiatief d.w.z. dat burgers zelf initiatieven nemen om aandacht te vestigen op bepaalde aspecten die voor verbetering of wijzing vatbaar zijn. Burgerinitiatieven leiden meestal tot actiegroepen die hun doelen weten te bereiken door een grote groep van de bevolking achter hun te krijgen. Complementaire initiatieven gaan verder dan actiegroepen en hebben een blijvend karakter.

 

Autonome werking

In tegenstelling tot drukkingsgroepen, referenda of burgerinitiatieven werken complementaire initiatieven autonoom en hebben een blijvend karakter d.w.z. dat zij onafhankelijk en continu werkzaam zijn, meestal in de vorm van dienstverlening, informatie en netwerken. Ze zijn niet tegen iets, vervangen niets, maar vullen alleen aan. Men ontneemt niemand iets, integendeel men ontwikkelt voor iedereen nieuwe mogelijkheden. De complementaire sector staat niet naast, maar in de samenleving en maakt er volwaardig deel vanuit. Naast de reguliere landbouw is er de biologische landbouw, omdat binnen een democratie iedereen het recht heeft te kiezen voor onbespoten en gifvrij voedsel en dat geldt voor alle complementaire initiatieven. Naast het reguliere onderwijs zijn er de vrije scholen en de methodescholen. Binnen de EU steunt de overheid voornamelijk de reguliere initiatieven, maar men ziet in dat alle burgers belastingen betalen en daardoor recht hebben op herkenning en steun van de overheid.

 

Vrijheid in gebondenheid

Particuliere initiatieven versterken de democratie en verbeteren de samenleving. Trouwens zonder particuliere initiatieven is geen democratie mogelijk. Het is aan de basis waar de initiatieven worden genomen en niet aan de top. In niet democratische systemen zoals de vroegere DDR of de Sovjet-unie werden alle beslissingen uitsluitend aan de top genomen en waren particuliere initiatieven strafbaar. In een democratie is dit ondenkbaar. Particuliere initiatieven steunen op vrijheid, maar vrijheid in gebondenheid. Bijvoorbeeld, de reguliere geneeskunde is beschermd door voorbehouden handelingen die wettelijk zijn vastgelegd en alleen door artsen of paramedici gesteld mogen worden. In de complementaire gezondheidszorg maakt men uitsluitend gebruik van niet voorbehouden, dus vrije handelingen. Dit is logisch omdat het om een aanvulling gaat op de voorbehouden handelingen.

 

Milieuwetgeving

De overheid neemt ideeën en initiatieven over als daar een draagvlak voor is. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw hebben particulieren uit idealisme en verantwoordelijkheidszin het initiatief genomen om aandacht te vragen voor de milieuproblemen en voor de bescherming van de natuur en het milieu. Er werden verschillende verenigingen opgericht om bepaalde doelstellingen na te streven. Aanvankelijk werd er voor de groene jongens weinig begrip getoond, maar de strijd werd verder gezet. Nu beschikt de overheid over een omvangrijke milieuwetgeving, een milieuminister en milieuambtenaren. De huidige wetgeving en aanbevelingen rond het gebruik van alcoholische dranken steunen op het particulier initiatief van de geheelonthouders. Er zo zijn er talrijke initiatieven die overgenomen zijn en dat is een gunstige ontwikkeling. Het is wenselijk dat de vele initiatieven die de complementaire sector vormt nauwer gaat samenwerking en een front vormt tegen hen die laagdunkend neerkijken op al wat complementair is.

09:30 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-04-17

Nepinformatie over gezonde voeding.

Er verschijnen in de media de laatste tijd regelmatig vijandelijke berichten die het belang en betrouwbaarheid van gezonde voeding in twijfel trekken. De consument toont steeds meer een bewust koopgedrag en kiest liever kwaliteit dan kwantiteit. Alles wordt duurder terwijl de lonen stabiel blijven en dat is bepalend voor een veranderend koopgedrag. Daarnaast tonen wetenschappers aan dat het huidig voedingssysteem met het gebruik van voedingsadditieven (E-nummers), zoetstoffen en industriële bereidingen het risico op kanker, suikerziekte, Alzheimer of andere aandoeningen vergroot. De verspreiders van nepinformatie kennen maar één argument: niet wetenschappelijk bewezen, maar dat maakt al lang geen indruk meer. De macht ligt bij de consument, want wat niet langer geaccepteerd wordt, blijft in de rekken onaangeroerd liggen. Hersenonderzoekers leggen een verband tussen milieuvervuiling en Alzheimer, ADHD en autisme.

 

Schaamteloos

Wij zijn in een stadium gekomen dat steeds meer mensen preventief handelen en geen risico’s nemen in afwachting dat wetenschappers het wel eens geraken. In de voedingsindustrie merkt men de gevolgen van dit groeiend bewustwordingsproces, ook al is dat nog niet algemeen. Men beseft dat door de moderne communicatie-mogelijkheden een opmerking of een waarschuwing heel snel en massaal verspreid wordt. Een druk op de knop volstaat om aan honderdduizend mensen of meer een kritische boodschap over te brengen. Als men de media een beetje volgt, valt men van de ene verbazing in de andere. Het verspreiden van nepinformatie is wel in, maar is onaanvaardbaar. De schaamteloosheid kent geen grenzen meer. Wat vind u van titels als: Biovoeding heeft geen nut, lokaal niet altijd beter, snacks zijn ongezond maar milieuvriendelijk, met bio help je het milieu niet vooruit, vegetarisch eten niet perse goed voor het klimaat, dagen zonder vlees, het privilege van wie het kan betalen, hoogmoed op een bedje sla, natuurlijke suiker bestaat niet, honing is ongezond, obesitas is geen teken van luiheid, maar van gulzigheid enz.

 

Positieve geluiden

Prof. Dr. Johan Albrecht is als Milieueconoom verbonden aan de universiteit van Gent en schreef onlangs in de krant een positief artikel over ‘Tournée Minerale’ en ‘Dagen zonder vlees’. Hij zegt: ‘Ik zie de acties ‘Dagen zonder vlees’ eerder als een voorbode van de rendabelste transitie die we als maatschappij kunnen maken. Voor elke verandering zijn er twee hefbomen essentieel: informatie en netwerken. De zoektocht naar een optimale levensstijl zal altijd een open einde kennen, maar het grote plaatje is intussen wel duidelijk. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie kan 80% van de voortijdige sterfgevallen als gevolg van hartaandoeningen, beroertes of diabetes vermeden worden door te kiezen voor een gezonde levensstijl.’ Professor Albrecht ondersteunt zijn artikel met een overtuigende uitspraak: ‘Bill Clinton koos voor een plantaardig dieet na een derde hartoperatie en kon daardoor zijn hartproblemen oplossen en de medicatie afbouwen.’

 

Tegenaanval

Twee dagen later verscheen in dezelfde krant een artikel met als titel ‘Hoogmoed op een bedje sla’ door Dr. Hans Van Brabant, cardioloog die meent met vage onzin dit prachtige artikel te moeten ontkrachten. Hij zegt: ‘Het is overigens niet moeilijk om voedingsstudies te vinden die tot tegengestelde conclusies komen. Een belangrijke reden daarvoor is dat het nagenoeg niet mogelijk is om een betrouwbare studie te doen die de impact van de voeding op de gezondheid bewijst.’ En verder zegt hij: ‘Het valt wetenschappelijk niet aan te tonen of een redelijk gebruik van vetten, koolhydraten, zout, alcohol of andere voedingsmiddelen, nuttig, neutraal of zelfs schadelijk is voor de gezondheid. Het getuigt daarom van hoogmoed om op grote schaal mensen aan te zetten om bepaalde gangbare voedingsgewoonten te verlaten ‘omdat het goed is voor de gezondheid.’ Onder het motto van vrije meningsuiting krijgt men iedere vorm van nepinformatie verkocht, maar mag een democratische pers zich laten misbruiken? Het lijkt allemaal op een georkestreerde tegenaanval om de kritische consument de mond te snoeren. De een reageert vanuit zijn intellectuele bekrompenheid, de ander als verdediger van de voedingsindustrie. Iedere kritische houding van de verbruiker houdt voor de producenten gevaren in. We begrijpen hun onrust, maar met nepinformatie lost men het probleem niet op. Het is de consument die bepaalt wat in de rekken ligt.

 

Waardeloos voedsel

We gaan er vanuit dat de voeding die in de supermarkt wordt aangeboden, nog weinig met voedsel heeft te maken. De basis van het voedsel is de plant die enerzijds uit de aarde zijn voedingsstoffen en water haalt en anderzijds via het proces van de fotosynthese lichtenergie. Door deze wisselwerking worden de voedingsstoffen eiwit, vet en koolhydraten gevormd alsook een aantal hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, bioactieve substanties enz. In een voedingsmiddel zijn deze nutriënten in ongeschonden toestand aanwezig. Tijdens de bereiding in eigen keuken worden beschadigingen aangebracht, maar die zijn niet vergelijkbaar met de grootschalige industriële bereidingen. Voedingsmiddelen worden in de fabrieken verwerkt tot voedingsproducten en op diverse wijze verpakt met een ruime vervaldatum die over meerdere jaren gaat. Om dit mogelijk te maken zijn er voedingsadditieven (E-nummers) nodig die niet altijd onschuldig zijn. Om de kritische consument de pas af te snijden worden de E-nummers op het etiket vaak weggelaten en vervangen door hun wetenschappelijke naam zodat de consument niet weet dat het om additieven gaat. Voedingsproducten hebben totaal geen versheid en dienen voor het gebruik nog eens opgewarmd te worden, waardoor de nutriënten nog meer beschadigd geraken. Men moet steeds grotere hoeveelheden eten om er het nodige uit te halen, wat overgewicht veroorzaakt.

 

Om het eenvoudig te houden, maak een onderscheid tussen voedingsmiddelen die vers te koop worden aangeboden en die uzelf bereidt en voedingsproducten die al verwerkt en verpakt zijn. Geef in de mate van het mogelijke de voorkeur aan voedingsmiddelen. De Europese Academie doet al jaren aan voedingsonderzoek en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan gezonde voeding. Volg eens een open cursus ‘Algemene voedingsleer’ of ‘Bijzondere voedingsleer’ of volg een opleiding waarin het vak voeding is opgenomen. Surf naar www.europeseacademie.be

11:38 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-03-17

Biologische voeding, goed voor mens en milieu

Biologische landbouw betekent respect tonen voor het natuurlijk groeiproces van de plant en is meer dan gifvrij gewassen kweken. De residu’s van pesticiden die op of in de gewassen achterblijven, verhogen het risico op ziekten. Het grote nadeel van de chemische landbouw is de té snelgroeiende gewassen. Het zijn zieke planten die door schimmels en insecten worden aangetast waardoor het gebruik van insecticiden en herbiciden noodzakelijk zijn. Omdat de consument steeds bewuster omgaat met voeding en gezondheid komt er vanuit de voedingsindustrie en de chemische landbouw steeds meer nepinformatie die erg verwarrend is. Zo wordt de biologische voeding ten onrechte in twijfel getrokken. Men beweert dat de voedingswaarden, namelijk de hoeveelheid eiwit, vet en koolhydraat bij chemische of biologisch geteelde gewassen dezelfde zijn. Dat is min of meer correct omdat de hoeveelheid voedingsstoffen in een gewas genetisch is bepaald en daar heeft de landbouwmethode geen invloed op. Men stelt wel vast dat bij bioteelt de kwaliteit van de macronutriënten hoger ligt en de micronutriënten in grotere hoeveelheden voorkomen. Het verschil tussen biologisch en niet biologisch ligt op het kwalitatief terrein en daar wordt met opzet geen rekening mee gehouden.  

 

Organische groei

In de biologische landbouw groeit een plant organisch, d.w.z. traag en is er voldoende ruimte om zich te ontwikkelen. Er wordt voorkeur gegeven aan de wisselcultuur om het natuurlijk biotoop min of meer te benaderen. De voedingsbestanddelen worden via het wortelstelsel uit de bodem opgenomen en onder invloed van fotosynthese verwerkt tot macro- en micronutriënten. Planten in de vrije natuur weten hoe ze zich tegen de gevaren uit hun omgeving moeten beschermen door het produceren van specifieke afweerstoffen. Deze worden fytochemicaliën of bioactieve substanties genoemd. Van deze stoffen weet men dat zij net als kruiden een geneeskrachtige werking hebben, o.a. een kankerremmende, een antibacteriële of bloeddrukverlagende werking, enz. Omdat in de biolandbouw geen pesticiden worden gebruikt, moet de plant zichzelf beschermen door voldoende beschermende fytochemicaliën te vormen. Chemisch geteelde gewassen hebben nauwelijks vijanden omdat deze door pesticiden worden vernietigd en daardoor bijzonder arm zijn aan deze belangrijke geneeskrachtige stoffen.

 

Versneld groeiproces

In de chemische landbouw groeien planten dicht bij elkaar in de vorm van monocultuur. Men streeft naar grote opbrengsten op steeds minder grondoppervlakte, maar dat is niet in het voordeel van de kwaliteit van de gewassen. Kunstmeststof heeft als functie het groeiproces abnormaal te stimuleren. Deze gewassen groeien te snel en houden meer water vast waardoor het volume aanzwelt en het gewicht toeneemt. In de volksmond spreekt men terecht van ‘waterzakken’. Met dergelijke zwakke gewassen kan men onmogelijk de gezondheid ondersteunen. Biologische gewassen zijn voedzamer, hebben een natuurlijke smaak, zorgen voor een efficiënte vertering en stofwisseling en geven snel een verzadigingsgevoel, m.a.w. men eet er minder van. Bovendien is biovoeding rijk aan natuurlijke kleur- en smaakstoffen die van grote betekenis zijn voor de gezondheid omwille van hun farmacologische werking. Stijn Bruers is moraalwetenschapper en zegt: ‘Als we biovoeding eten, hebben we meer grond nodig. Dat leidt tot ontbossing.’ Deze bewering is niet correct. De opbrengst ligt 20% lager, maar compenseert zich door een hogere voedzaamheid. De consument die voor bio kiest, heeft minder of geen behoefte aan dierlijk voedsel. Het is immers de intensieve veehouderij die de grootste vervuiler is. Ontbossing heeft vooral te maken met de teelt van soja voor veevoeders. Onderzoekers vertrekken te gemakkelijk vanuit de klassieke vleesvoeding. Indien de bevolking morgen overschakelt op een vegetarische voeding, dan klaart de hemel helemaal op. Een consequente milieuactivist kiest voor een plantaardig voedingspatroon.

 

Groot verschil

In een Duits laboratorium wordt vergelijkend onderzoek gedaan tussen biologische en niet biologische voedingsmiddelen. Om de onderzoekers niet te beïnvloeden worden de te onderzoeken voedingsmiddelen van een merkteken voorzien. Al voor het onderzoek start, herkennen de onderzoekers het verschil aan de uiterlijke kenmerken zoals de structuur, consistentie, de kleur en de geur door de aanwezigheid van een rijk aroma. Men hoeft geen wetenschapper of milieudeskundige te zijn om het verschil tussen bio en niet bio te onderscheiden. Chemisch geteelde gewassen bieden alleen praktische voordelen zoals meer stevigheid, een grotere houdbaarheid, lage verkoopprijs, massaproductie, maar deze voordelen gaan ten koste van de kwaliteit. In het belang van de chemische landbouw en de voedingsindustrie probeert men kost wat kost de indruk te wekken dat bio waardeloos is. Stijn Bruers zegt: ‘Het is zeer onwaarschijnlijk dat je vijf jaar minder lang leeft als je geen biovoeding consumeert.’ Een dergelijke uitspraak is zinloos omdat de behaalde leeftijd afhangt van heel wat factoren.

 

Biologische voeding is meer dan een gifvrije voeding, ze is goed voor de gezondheid en het milieu. Wie hieraan twijfelt, heeft slechte bedoelingen. De chemische landbouw heeft de bodem, het grondwater en de lucht vervuild. Onderzoekers leggen steeds meer een verband tussen de stijging van een groot aantal ziekten en de vervuiling door de landbouw. In heel Europa zien we een sterke toename van de bioboeren en een steeds grotere waardering voor échte voeding die ons van de nodige energie voorziet, beschermt tegen ziekten en de immuniteit verhoogt. Met nepinformatie is de consument niet gediend.

10:28 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-16

Een opgezette buik kan snel verdwijnen

 

Ontzettend veel mensen, zowel mannen als vrouwen, lopen rond met een vreselijk opgezette buik vol darmgassen. Bij overschakeling op gezonde voeding of na een succesvolle afslankingskuur blijft de buik dik en dat vraagt om uitleg. Een opgezette buik ontstaat door gisting van suikers (koolhydraten) of door rotting van eiwit. In beide gevallen ontstaan er gassen in de darmen die zich uitzetten. Dit heeft te maken met slechte voedselcombinaties, voedingsmiddelen waarvoor men intolerant is of die men niet goed verdraagt. Gluten- en lactose-intolerantie zijn de meest voorkomende vormen. Men hoeft niet altijd intolerant te zijn. Vaak gaat het om een overgevoeligheid, een minder goede vertering of een slechte opname van het voedsel (absorptie) die voor de nodige gassen zorgen. Bij glutenintolerantie leidt men meestal aan coeliakie, wat een vervelende darmaandoening is. Men verdraagt geen gluten uit granen zoals tarwe, rogge, gerst en spelt. Gluten is een eiwitfractie dat coeliakiepatiënten niet kunnen afbreken en dan overgaat in rotting. De darm-slijmvliezen worden aangetast en op langere termijn worden de darmvlokken beschadigd. Men heeft een opgezette buik, aanhoudend diarree, buikpijn, overgeven, verminderde eetlust enz. Bij lactose-intolerantie kan men de melksuikers niet afbreken en ontstaat er gisting, opgezette buik, diarree enz. In beide gevallen gaat het om een duidelijk ziektebeeld dat klinisch kan vastgesteld worden. Men spreekt tegenwoordig over fructose-intolerantie of een overgevoeligheid voor suikers. Dat kan zowel voor natuurlijke suikers uit vruchten of honing zijn, maar vooral door toegevoegde suikers (industriesuiker). Los van fructose-intolerantie zijn de toegevoegde suikers de belangrijkste oorzaak van een opgezette buik. Aan haast alle voedingsproducten, frisdrank en genotsmiddelen voegt men suikers toe.

 

Overgevoeligheid

Het grote probleem ligt bij een overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen zonder dat men dit direct merkt of tot ernstige complicaties leidt. Deze overgevoe-ligheid voor gezonde voedingsmiddelen heeft verschillende oorzaken. Vaak gaat het om stress waardoor het verteringsstelsel onder druk staat, aantasting van het verteringsstelsel door jarenlange slechte voeding of een verstoorde darmflora. Het is niet zo eenvoudig om dit vast te stellen, maar het kan wel de oorzaak of medeoorzaak zijn van een opgezette buik. Er zijn mensen die last hebben van tomaten als ze die samen eten met aardappelen, brood of deegwaren, maar ze hebben er geen last van als ze tomaten eten met groente of bij een salade. De tomaat is een lichtzure vrucht en laat zich minder goed combineren met zetmeelrijke voedingsmiddelen. Personen met een sterk verteringsstelsel hebben daar geen last van. Peulvruchten en daarmee bedoelen we de vruchten zoals erwten, bonen, linzen enz. zijn voor iedereen zwaar verteerbaar en zorgen voor een opgezette buik en winderigheid. De peulen, zoals prinsessenboontjes, snijboontjes enz. zijn groenten en goed verteerbaar. Ui, zowel rauw als gekookt wordt niet door iedereen goed verdragen. Dat heeft vooral te maken met de aanwezigheid van mosterdzuur. Sommige personen reageren daar vrij snel op met darmkrampen en diarree. Plantaardige olie is zeer gezond en toch zijn er mensen die er overgevoelig voor zijn wat aanleiding geeft tot diarree of een niet gebonden stoelgang. Het probleem ligt niet in de gezonde voedingsmiddelen, maar in het overgevoelig en vaak vervuild verteringsstelsel. Schakel voedingsmiddelen uit die u niet goed kunt verdragen of waarvoor u intolerant bent. Na een jaar kan men ze meestal wel goed verdragen omdat het darmstelsel zich hersteld heeft.

 

Voedselcombinaties

Het is aan te raden om na te gaan voor welke voedingsmiddelen men overgevoelig is. Door deze uit het voedingspatroon te bannen, verloopt de vertering meestal goed en zwelt de buik niet direct op. De goede voedselcombinaties toepassen is het allerbelangrijkste. Zetmeelhoudende voedingsmiddelen laten zich goed combineren met vet (olie, mayonaise, boter, margarine, slagroom). Vet gaat uitstekend samen met zure voeding zoals azijn of citroensap in een oliesausje of mayonaise, slagroom bij fruit enz. Zure voedingsmiddelen met suikerrijk voedsel is een uitstekende combinatie omdat het zuur de suiker belet te gisten zoals honing of banaan in yoghurt. De slechte combinaties veroorzaken een opgezette buik zoals eiwitrijk voedsel met zetmeelrijk voedsel zoals brood met kaas, vlees met aardappelen, brood of deegwaren. Suikerrijke voeding met zetmeel is een veel voorkomende slechte voedselcombinatie zoals zoetbeleg op brood, chocolade en gebak. Eiwit met suiker en eiwit met vet zijn slechte voedselcombinaties die in voedingsproducten vrij veel voorkomen en een negatieve invloed hebben op het lichaamsgewicht. Zure voedingsmiddelen, samen met aardappelen, granen of deegwaren zijn een slechte voedselcombinatie. Naast de overgevoeligheid zijn slechte voedselcombinaties de belangrijkste oorzaak van een opgezette buik.

 

Voedingsproducten

Omdat veel mensen zich uitsluitend of overwegend voeden met voedingsproducten, dus verpakte en verwerkte voeding, is het te begrijpen dat een opgezette buik veel voorkomt. De voedingsindustrie houdt geen rekening met voedselcombinaties, maakt gebruik van voedingsadditieven en bewerkt het mechanisch en thermisch zodat het moeilijk verteerbaar is. Verteren is een enzymatisch proces en enzymen worden door warmte gedood. Eet zoveel mogelijk voedsel dat u zelf bereidt uit verse voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Bier kent een sterk gistende werking en veroorzaakt de bekende ‘bierbuik’. Sprankelend mineraalwater heeft geen invloed op darmgassen omdat het koolzuur zich in de maag in zuurstof omzet en de maaginhoud hiermee verrijkt. Sprankelend mineraal water kent geen enkel nadeel, het houdt het water langer fris en zorgt voor een aangenaam mondgevoel.

 

Winderigheid

In de darmen vormen zich gassen die zich opstapelen waardoor de buik uitzet. Vaak drukken de darmen tegen het middenrif waardoor men kortademig wordt of men kan zich moeilijk bukken omdat de buik in de weg zit. In het beste geval ontsnappen de gassen wat winderigheid wordt genoemd en dat zorgt voor een bevrijdend gevoel. Een onaangename geur wijst op rotting door eiwitresten. Niet ruikend gas wijst op gisting van koolhydraat. Gesloten winden ontstaan door een opstapeling van gassen die niet vrijkomen en dat zorgt eventueel voor darmkrampen of een blijvend opgezette buik. Een efficiënt middel is een eenvoudige kruidenthee die samengesteld is uit gelijke delen venkel, kummel en anijs. Deze drie zaadjes verdrijven de winden en worden daarom in de volkmond ‘platte-buik-thee’ genoemd. Meng de drie zaadjes door elkaar en gebruik van dit mengsel een koffielepeltje zaadjes per kopje, overgieten met kokend water, tien minuten laten trekken, laten afkoelen tot lichaamtemperatuur en drink hiervan 3 kopjes per dag, los van de maaltijd. Buikspieroefeningen zijn aan te raden omdat bij een uitgezette buik de spieren verzwakken. Dagelijkse beweging zorgt voor een betere darmperistaltiek en voor een regelmatige ontlasting.

11:49 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-10-16

Alzheimer kan men overwinnen

Nieuwe hoopgevende inzichten.

Het is niet normaal dat tegenwoordig zoveel mensen en vaak op jongere leeftijd getroffen worden door dementie. De angst om aan Alzheimer te lijden, is algemeen verspreid. Daarbij heerst nog steeds de verkeerde opvatting dat dit een gevolg is van de vergrijzing en dat wie er door getroffen wordt, hopeloos verloren is. Van nature verliest de mens zijn geheugen niet omdat dit deel uitmaakt van een reeks elementaire veiligheidssystemen. De menselijke hersenen zijn er op ingesteld om alle herinneringen op te slaan en te allen tijden te reproduceren. Het verleden blijft deel uitmaken van het leven, zeker op hoge leeftijd als men met een gerust gemoed terug mag blikken op een rijk gevuld leven. Tijdens een tv-uitzending over het verzet tijdens de 2de Wereldoorlog kwamen verzetslieden aan het woord, mannen en vrouwen van in de negentig, zelfs iemand van over de honderd. Opvallend was hun helderheid van geest. Dramatische gebeurtenissen blijven in het geheugen gegriefd. Dit waren geen uitzonderingen. Heel wat oudere mensen hebben een glashelder geheugen. Uiteraard zal iemand die fysiek aftakelt, meer kans hebben dat zijn mentale vermogens achteruitgaan. Het heeft geen zin te beweren dat dementie een normaal verschijnsel is bij het ouder worden. Er zijn op alle leeftijden mensen met een olifantgeheugen en er zijn er die hun geheugen met een zeef vergelijken. Een minder goed geheugen is geen dementie en is geen verhoogd risico op dementie. 

Alzheimer is een van de vele soorten dementie, maar wel de meest voorkomende. Vasculaire dementie ontstaat door verstopping of degeneratie van bloedvaten in de hersenen. Alzheimer ontstaat doordat de cellen in de hippocampus afsterven. Het risico daalt als in dit gebied nieuwe cellen worden aangemaakt. Alzheimer kan afgeremd worden of genezen indien de celgroeiactiviteiten in dit gebied van de hersenen gestimuleerd worden. Men kan zelfs tijdens het aftakelingsproces door een gezonde en actieve levenswijze een ommekeer brengen in deze gevreesde ziekte. Op het ogenblik dat er weer celgroei in de hippocampus aanwezig is, verdwijnt Alzheimer. Het probleem is echter dat, op het ogenblik dat men zelf of de omgeving merkt dat er iets mis is, de ziekte al flink gevorderd is. Sommige neurologen beweren dat bij de eerste zichtbare symptomen de ziekte al 10 à 15 jaar sluimerend aanwezig is.

Prof. Dr. Dale Bredesen van de Californische universiteit in Los Angeles (VS) zegt dat Alzheimer geneesbaar is als de patiënt er in slaagt de negatieve factoren in zijn individuele levenswijze op te heffen. Na een intensieve omschakeling in de levenswijze van ongeveer 6 maanden waren 8 op 10 patiënten die aan Alzheimer in aanvangstadium leden, genezen. Critici zullen dit voorstel meteen van tafel vegen en spreken over het geven van valse hoop. Toch is dit experiment waardevol en opent nieuwe mogelijkheden op het vlak van preventie en het afremmen van Alzheimer, terwijl genezing in een vroeg stadium mogelijk wordt. Overschakelen op een gezonde voeding en natuurlijke levenswijze lijkt voor veel mensen een grote opgave, maar dat is niet zo. Iedere verandering kost aanvankelijk veel moeite, maar in de strijd tegen Alzheimer is niets te veel.

Een zekere verklaring voor de toename van dementie is ongetwijfeld de milieuvervuiling, het massaal gebruik van pesticiden, voedingsadditieven, bepaalde medicijnen en de vele andere gifstoffen waarmee iedereen in contact komt. Er is altijd een individuele factor, want niet iedereen in dezelfde situatie krijgt Alzheimer. Er treedt een vergiftiging op in de hersenen waardoor de celvernieuwing wordt afgeremd. Sint Janskruid wordt vermeld als mogelijk tegengif. Stress werkt neurotoxisch en vermindert de vorming van nieuwe hersencellen. Een positieve instelling gaat samen met het in standhouden van sociale vaardigheden. Een grote rol in de strijd tegen Alzheimer. Actief leven, goed waarnemen, bewust met alles omgaan is de opdracht, want we kunnen alleen onthouden wat we goed hebben opgeslagen. De kwaliteit van de slaap speelt een belangrijke rol in de preventie tegen dementie. Tijdens een diepe slaap ontstaat er een regeneratieve groei van de hippocampus. Onderzoekers hebben al vaker gewezen op het belang van beweging, echter zonder te overdrijven. Meer bewegen betekent een betere doorbloeding, dus ook een betere doorbloeding van de hersenen en dat betekent een betere afvoer van homotoxines en neurotoxines.

Een belangrijke pijler in de Alzheimer-therapie is de voeding. Gezonde voeding is de basis van het leven, maar om dementie te voorkomen of te genezen heeft men meer nodig dan een algemene gezonde voeding. Welke voedingsmiddelen hebben een invloed op de hersenen? De hersenen voeden zich met natuurlijke suikers uit fruit en honing, maar ook met suikers die omgezet worden uit zetmeel zoals uit wortel- en knolgewassen of volle granen. Noten staan bekend om hun gezonde vetten, maar bevatten eveneens natuurlijke suikers. Deze suikers zijn zo belangrijk omdat ze samen met vitaminen van het B-complex en mineralen zoals calcium en magnesium worden opgenomen en zorgen voor een verhoogde energiestofwisse-ling. De grootste vijand voor onze hersenen is de industriesuiker, ook toegevoegde suikers genoemd. Hoewel het om dezelfde suiker gaat, de afwezigheid van vitaminen en mineralen is fataal voor onze gezondheid. Zoetstoffen vervangen alleen de zoete smaak, maar niet de suiker. Het vervuild milieu, de vele gifstoffen waarmee we ongewild in aanraking komen, het gebrek aan verse voedingsmid-delen, het massaal gebruik van industrievoeding, de toegevoegde suiker, stress en vele individuele en maatschappelijke problemen leveren een bijdrage aan het ontstaan van dementie, naast erfelijke en individuele factoren. We leven allemaal in een vervuilde en vergiftigde wereld vol stress en spanningen en toch lijdt niet iedereen aan dementie. De individuele weerstand speelt bij alle ziektes een rol. Alzheimer verloopt in 3 fasen.

Fase 1.

Licht geheugenverlies, humeurwisseling, subjectieve verhoogde geestelijk spanning, zelfs bij gewone taken. Men reageert trager dan voorheen. Patiënt is zich bewust van zijn mentale achteruitgang.

Fase 2.

Herinnert zich alleen nog dingen uit het verre verleden, maar geen recente gebeurtenissen. Het oriëntatievermogen gaat sterk achteruit. Er treedt onrust en ongeduld op, men voelt zich overspannen.

Fase 3.

Dit wordt de terminale of eindfase genoemd. Men verliest zijn persoonlijkheid. Het geheugenverlies alsook het herkenningsvermogen wordt compleet. Patiënt heeft permanent hulp nodig.

Laat het zover niet komen.

09:51 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-10-16

Tegengif - Vermijd schadelijke stoffen in je dagelijkse leven

Dit is de titel van een nieuw boek van Elke Vanelderen, waarin ze op een zachte, maar bewuste manier de lezer met de neus op de feiten duwt. In het dagelijkse leven komen we met ontzettend veel gifstoffen in contact zonder dit altijd te beseffen. Elke Vanelderen is Gezondheidstherapeut en studeerde aan de Europese Academie in Leuven. Vanuit haar opleiding weet zij precies hoe gevaarlijk al deze giftige stoffen kunnen zijn voor de gezondheid, maar ze weet ook hoe men dit probleem kan aanpakken. Het is, zoals u uit de titel kunt afleiden, een positief boek dat tips aanreikt om het contact met giftige stoffen te vermijden of te verminderen en biedt gezonde en milieuvriendelijke alternatieven aan. Elke is moeder van twee kinderen en heeft een hoofdstuk speciaal voor (aanstaande) moeders voorzien. Prof. Dr. Marc Bogaert, toxicoloog die het boek inleidt zegt: ‘Dagelijks worden wij geconfronteerd met honderden lichaamsvreemde stoffen en organismen die onze gezondheid kunnen bedreigen. Dit kan gaan van een simpele allergie op de huid of de luchtwegen tot long- en hartaandoeningen, maar ook, schrikwekkender, tot allerlei vormen van kanker’. Het is een praktisch boek in een aangename en begrijpelijke taal geschreven met een leesvriendelijk lay-out. Het boek is opgebouwd rond acht thema’s.

1. Voeding

Het behoeft geen betoog dat de huidige voeding die door de moderne landbouw en voedingsindustrie wordt geleverd, nog weinig heeft te maken met onze oorspronkelijke verse voedingsmiddelen. Het is onvoorstelbaar dat op het voedsel pesticiden worden gespoten, giftige stoffen die niet alleen vernietigend zijn voor de insecten, onkruiden en schimmels, maar ook voor de mens. Het is wetenschappelijk aangetoond dat pesticiden de hormoonhuishouding verstoren. Het is niet altijd mogelijk om biologische voedingsmiddelen te kopen, daarom zijn er tips voorzien om veilig om te gaan met voedingsmiddelen van niet biologische kwaliteit. Verder is er gevaar voor bacteriën, schimmels en parasieten zodat een goede hygiëne in de keuken wenselijk is. Een bijkomend gevaar zijn de voedingsadditieven, beter bekend als E-nummers. Zij zijn niet allemaal gevaarlijk, maar we hebben ze niet nodig. Ze zijn alleen nodig om bepaalde productieprocessen mogelijk te maken en voedingsproducten langer in de verkoop te houden. Een aantal, en ze worden in het boek vermeld, zijn in grote hoeveelheden gevaarlijk. Men weet nog te weinig over de risico’s bij cumulatie van meerdere E-nummers in eenzelfde product of maaltijd. Verder voldoende aandacht voor geïsoleerde suikers, zoetstoffen, smaakstoffen en de nadelen van plastic verpakking, met tussendoor aandacht voor de gevaren van de anti-aanbakpan. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met goede voedingsadviezen en bruikbare tips, want als Gezondheidstherapeut weet Elke alles over gezonde voeding.

2. Kleding

Kleding is lang niet meer een noodzakelijk gebruiksvoorwerp. De mode heeft een enorme invloed op het gedrag van de mensen en bepaalt hoe we moeten uitzien. Kleding wordt nog hoofdzakelijk in lage loonlanden geproduceerd waar men het niet altijd zo nauw neemt met de sociale voorzieningen, maar ook niet met gifstoffen die erin verwerkt worden, dit ondanks de hoge eisen van de EU. In de kleding van bekende merken vindt men regelmatig te hoge concentraties aan giftige weekmakers, aminen en andere chemische stoffen en poly- en perflurokoolwaterstoffen in sportkleding. Vooral in de kinderkleding wordt nog al eens geknoeid met chemicaliën, terwijl kinderen juist hiervoor zo vatbaar zijn. De gezonde tips in het boek zijn onmisbaar voor wie zichzelf en zijn kinderen gezond wil kleden.

3. Huis en tuin

Het is moeilijk te begrijpen dat bijna alles wat in een huis staat giftige dampen afgeeft. Isolatie op basis van polyurethaan kunnen misselijkheid, hoofdpijn of allergie uitlokken. De spuitbussen om naden, voegen en scheuren te dichten kunnen nadat zij uitgehard zijn nog voor gezondheidsproblemen zorgen. Fijnstof dringt zelfs de huiskamer binnen, vooral als er gerookt wordt. Vocht- en schimmelplekken kunnen op langere termijn schadelijk zijn. In veel bouwmaterialen komt farmaldehyde voor, vooral in spaanplaten en meubels die daar van gemaakt zijn. Hoogspanningsdraden, wifi in huis, elektriciteit enz. worden de onzichtbare vervuilers genoemd. Op zich zijn al deze dingen niet zo gevaarlijk, maar de hoeveelheid en vooral de combinatie van meerdere stralingen verhoogt de risico’s. Er zijn heel wat giftige kamerplanten of giftige planten die de tuin versieren. In de tuin wordt flink omgesprongen met onkruidverdelgers om de paden en bloemperken onkruidvrij te houden. Het kan ook op een milieuvriendelijke manier zoals dit in het boek wordt beschreven.

4. Schoonmaakproducten

Wetenschappers vinden het zorgwekkend dat mensen thuis te lang worden blootgesteld aan een mix van schoonmaakmiddelen, welke op langere termijn een verhoogd risico veroorzaken voor de gezondheid. Tabletjes voor de vaatwasser bevatten milieuonvriendelijke fosfaten en stoffen die tot overgevoeligheid kunnen leiden. Wasmiddelen bevatten vaak bleekmiddelen, synthetische witmakers, wasverzachters, geurstoffen en oppervlakte actieve stoffen. Gelukkig komen er steeds meer ecologische producten op de markt. Bovendien biedt het boek talrijke alternatieven aan.

5. Verzorgingsproducten

In cosmetische producten worden parabenen, minerale oliën en petroleumderivaten gebruikt, kunstmatige parfums, weekmakers enz. Men gebruikt zonnecrèmes om de huid te beschermen tegen huidkanker terwijl daar vaak giftige stoffen in verwerkt zitten. Aan de Europese Academie wordt een opleiding tot Herborist gegeven, waar men gifvrije cosmetica en huishoudelijke producten leert bereiden, zelfs voor eigen gebruik (zie www.europesecademie.be). Op het einde van het hoofdstuk vindt u een aantal labels en logo’s van gifvrije cosmetische producten.

6. Speelgoed

In de media verschijnen regelmatig berichten over gifstoffen die in speelgoed zijn aangetroffen. Vooral plastic speelgoed, maar ook poppen en knuffels. Kleine kinderen nemen alles gemakkelijk in de mond waardoor overdracht wordt vergemakkelijkt. Ook hier labels en logo’s die u wegwijs maken in de wereld van het veilige speelgoed.

7. Medicatie

Chemische medicijnen zijn vaak nodig, zeker bij ernstige ziektes. We moeten er alleen anders mee leren omgaan. In dit hoofdstuk worden niet alleen alternatieve aangeboden, maar ook een andere manier om te leven zodat we minder medicijnen nodig hebben.

8. Speciaal voor (aanstaande) moeders

Dit positief boek wordt afgesloten met een heel bijzonder hoofdstuk met adviezen voor, tijdens en na de zwangerschap. Verder over voeding, vaccinaties en een gifvrij huis voor baby’s en kinderen.

 

Een prachtig boek dat in ieder gezin thuis hoort omdat het ons leert tegengif te gebruiken in een wereld vol gifstoffen.

Verkrijgbaar in de boekhandel

Titel: Tegengif

Auteur: Elke Vanelderen

Uitgeverij: Horizon, Overamstel Uitgevers, Amsterdam, 2016

ISBN: 978 94 921 5948 9, ook als E-book verkrijgbaar

12:08 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-16

Broccoli, een supergezonde groente

Broccoli heeft de laatste decennia een vaste plaats in de keuken veroverd en is uitgegroeid tot een populaire groente. Ze is supergezond en geniet in wetenschappelijke kringen veel aandacht. Wat maakt broccoli zo bijzonder? Heel eenvoudig, het is een bloem en bloemen zijn al eeuwenlang de beste kruiden. Bloemen zijn bijzonder fijn van structuur en nemen grote hoeveelheden licht op en zijn daardoor rijk aan lichtenergie. De planten bloeien met gele en witte bloemetjes. Elke plant vormt tussen de honderd en vierhonderd bloemen en elke bloem heeft vier kelkblaadjes en vier kroonblaadjes die kruisgewijs tegenover elkaar staan. De bloem gaat over in een vrucht. De broccoli is een soort groene bloemkool die uit honderden kleine vruchtjes bestaat. Het is een groente die heel dicht bij het fruit staat. Er is zomerbroccoli en winterbroccoli.

 

Een rijkdom aan inhoudsstoffen

Broccoli stampt af van de wilde kolen die nu nog in het Middellandse Zeegebied groeien. Broccoli behoort tot de familie van de kruisbloemigen en tot het geslacht Brassica waartoe ook de kolen, rapen en mosterd behoren. Broccoli vormt een stronk met bladeren die in de hoofdknop eindigt in dicht op elkaar staande bloemknopjes, maar vaak vormen de planten veel okselscheuten die elk in een bloemstengel eindigen. De kleur van de gesloten bloemknoppen is meestal groen, maar kan ook paars, roodachtig, geel of roomwit zijn. Broccoli is een ideaal gewas voor onze gematigde regio, maar kan niet goed tegen hoge zomertemperatuur. Broccoli is rijk aan kalium en dat is gunstig bij hoge bloeddruk en bevat redelijk veel calcium, fosfor en magnesium, de bouwstenen van de botten. Het is een goede bron van ijzer en vooral van vitamine A en levert verder de vitamine B1, B2, B3, B5, B6, B7 en vooral bijzonder veel vitamine C. namelijk 110 mg, dat is het dubbele van citroen. Verder bevat broccoli caroteen, vitamine K, foliumzuur, jodium, zink, koper, mangaan en chroom.

 

Kankerremmende werking

Tijdens de vertering van broccoli wordt er een zwavelhoudende verbinding in contact gebracht met het enzym myrosinase. Hierbij komen hoog reactieve verbindingen vrij, die isothiocyanaten worden genoemd. Daarnaast bevat broccoli sulforafaan, een stof die tot de groep van de indolen wordt gerekend en waarvan men weet dat ze een kankerrem-mende werking hebben. Recent onderzoek toont aan dat deze verbindingen de celgroei afremmen, voornamelijk in oestrogeengevoelige borstcellen. Verder verhoogt het gehalte aan een oestrogeen meteen een beschermende werking tegen kanker. Er werd aangetoond dat indol-3-carbinol de migratie van kankercellen naar andere lichaamscellen onderdrukt, zegt Dr. Ir. Eric De Maerteleire. Dat betekent dat broccoli de kans op metastase verkleint. Broccoli heeft eveneens een kankerremmende werking bij prostaatkanker, darmkanker, longkanker en vermoedelijk bij nog vele andere kanker-soorten. Dat geldt niet alleen voor broccoli maar voor alle koolsoorten. Binnen een gezonde voeding en levenswijze speelt broccoli een belangrijke rol in de preventie tegen kanker. Broccoli neemt naast een groot aantal andere voedingsmiddelen een plaats in bij een dieet tegen kanker. Een voedingstherapie kan de reguliere behandeling niet vervangen, maar het genezingsproces wel ondersteunen.

 

Positieve ontwikkelingen

Het is verheugend vast te stellen dat wetenschappers zich open stellen voor wat in de complementaire zorg al decennialang bekend was en werd toegepast. Plinius de oudere, een Romeinse arts heeft al een gedetailleerde beschrijving van broccoli gegeven en deze groente aanbevolen. Wat vroeger langs intuïtieve weg of door organoleptisch of zintuiglijk onderzoek werd vastgesteld, wordt nu door wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Zo zijn er sinds 2000 wereldwijd meer dan 35.000 onderzoeken op kruiden uitgevoerd en gerapporteerd. Men komt steeds meer tot de overtuiging dat de complementaire zorg veel heeft te bieden. Aan de andere kant komt er veel kritiek op de reguliere geneeskunde omdat er te veel antibiotica wordt voorgeschreven, te veel onderzoeken worden uitgevoerd of dat de geneeskunde te technisch is geworden en steeds verder van de patiënt is verwijderd. In de natuurgeneeskunde zegt men ‘behandel de zieke in plaats van de ziekte’, dat betekent niet dat de ‘ziekte’ wordt verwaarloosd, maar wel dat de ‘zieke’ het uitgangspunt is. De natuurgeneeskunde is een totaal concept waarbij voeding en levenswijze betrokken zijn. De patiënt wordt opnieuw op de rails gezet en leidt een totaal ander leven waardoor de kans om te hervallen gering is.

 

Complementaire zorg

Uiteraard kan de natuurgeneeskunde de reguliere geneeskunde niet vervangen, dat is trouwens niet de bedoeling. Er zullen altijd mensen zijn die medische hulp nodig hebben. Bovendien zijn levensbedreigende ziektes alleen al door tijdsdruk enkel via de reguliere geneeskunde te behandelen. Natuurgeneeskunde is een onderdeel van de complementaire zorg en complementair betekent ‘aanvullend’ op de reguliere geneeskunde. De huisarts neemt in de gezondheidszorg een centrale plaats in en verwijst een groot aantal patiënten door naar de gespecialiseerde geneeskunde, terwijl er patiënten zijn die kiezen voor complementaire zorg. De complementaire zorg wordt steeds meer door de reguliere gezondheidszorg gewaardeerd en dat geldt in heel de EU. Het is juridisch duidelijk geworden waar de scheidingslijn ligt. De wet op het uitoefenen van de geneeskunde beschermt de voorbehouden handelingen. Binnen de complementaire zorg wordt uitsluitend gebruik gemaakt van niet voorbehouden handelen, die ‘vrije handelingen’ worden genoemd. Een groot aantal van deze vrije handelingen valt onder ‘welzijn’.

 

Gezondheidstherapeut

Al bijna dertig jaar biedt de Europese Academie in haar scholen in Antwerpen, Gent en Maastricht een opleiding aan tot Gezondheidstherapeut. Een Gezondheidstherapeut is een beoefenaar van de moderne natuurgeneeskunde die enerzijds steunt op modern medisch onderzoek en anderzijds teruggaat naar de basisprincipes van Hippocrates en Galenus. De grote waarde van deze opleiding ligt in de persoonlijkheidsanalyse. Door eerst de persoonlijkheid van de patiënt te doorgronden, kan men een verband leggen tussen persoonlijkheid en ziekte en wordt er een individueel behandelingsplan opgesteld. Een originele aanpak die eigen is aan de Europese Academie. De opleiding voldoet aan de PLATO-eindtermen, een kwalificatiesysteem dat vanaf 2017 in Nederland inwerking treedt.

09:15 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-06-16

Misverstand rond gezonde voeding

We worden overspoeld met informatie over voeding, maar informatie is geen ‘kennis’ en dat zorgt voor de verwarring en de misverstanden. Men mist houvast in deze snel groeiende samenleving of anders gezegd, in deze op holgeslagen wereld. Al te gemakkelijk hanteert men de claim ‘wetenschappelijk bewezen’ maar dat is niet altijd correct en biedt weinig garantie. De bewuste consument laat steeds luider zijn protest horen en dat merkt de voedingsindustrie omdat de media zich daarbij aansluiten. Bepaalde producten liggen langer in de rekken. De voedingsindustrie doet er alles aan om verwarring te zaaien. Zo maakt men geen onderscheid meer tussen goede en slechte suikers, want zo redeneert men, het gaat precies om dezelfde suiker. Theoretisch is dat zo, maar het maakt veel uit of we suiker in geïsoleerde en hoog geconcentreerde vorm tot ons nemen of via een voedingsmiddel waar suiker deel uitmaakt van een levend organisme met de nodige vitaminen en mineralen erbij. Om de verwarring aan te moedigen wordt de hoeveelheid suiker uitgedrukt in een aantal klontjes suiker (5 gram/ klontje). Een banaan bevat 23% natuurlijke suikers en weegt ongeveer 200 gram, dat stemt overeen met 9 klontjes suiker terwijl een blikje cola maar 7 klontjes suiker bevat. Het is afschuwelijk en zelfs crimineel om een blikje cola te vergelijken met een gezonde banaan, maar sommigen trappen daar wel in.

Sommige auteurs volgen de redenering van de voedingsindustrie. Martijn Katan is een gepensioneerd voedingswetenschapper die een boek heeft geschreven met als titel ‘Voedingsmythes, over valse hoop en nodeloze vrees’ (Uitgeverij Bert Bakker). Het boek is samengesteld uit eerder gepubliceerde krantenartikels. Volgens Katan is niets bewezen en wat bewezen is, komt niet geloofwaardig over want het onderzoek is dan volgens hem slecht uitgevoerd. Het boek is in spreektaal geschreven waardoor zijn verwarrende boodschap gemakkelijker overkomt bij de gewone man. Over aspartaam zegt hij: ‘Aspartaam bestaat uit kleine, zoet smakende stukjes eiwit. Die worden verteerd en daarna is er geen verschil meer met eiwit uit melk, vlees of bonen. Verder zit in aspartaam methanol. Maar giftigheid is een kwestie van hoeveelheid. In fruit zit ook methanol maar niet genoeg om schade te doen, ons lichaam breekt dat probleemloos af. Een liter light frisdrank met aspartaam levert evenveel methanol als een halve appel.’ Hij maakt een misleidende vergelijking, want 1 appel levert evenveel methanol als 2 liter light frisdrank. Geen nodeloze vrees is zijn boodschap. Om uit deze verwarring te geraken, is het slechts nodig dat we logisch denken. Gezond verstand lost veel problemen op en geeft duidelijkheid aan wat gezond en ongezond is. We beperken ons tot vier grote misverstanden.

 

De voedselkeuze

Men gaat er vanuit dat de mens een ‘alleseter’ of ‘omnivoor’ is. Dat is hij inderdaad geworden maar het verteringsstelsel dat we hebben, is al miljoenen jaren ongewijzigd gebleven. Alle dierlijke wezens, inclusief de mens, voeden zich met eiwit, vet en koolhydraat. Er zijn immers maar drie voedingsstoffen die calorieën leveren. De wijze waarop en in welke vorm deze worden geleverd spelen voor de meeste voedingsdeskundigen geen enkele rol. Nochtans weet iedereen dat sommige voedingsmiddelen licht en andere zwaar verteerbaar zijn omdat ze al dan niet geschikt zijn voor ons verteringsstelsel. Het verteringsstelsel van de mens stemt helemaal overeen met dit van de ‘fructivoor’ of ‘vruchteneter’ zoals bij de primaten. Dat betekent niet dat we ons uitsluitend met vruchten moeten voeden, maar vanuit de verteerbaarheid stellen we vast dat vruchten zoals rijp fruit, bessen, noten, zachte zaden enz. beter verteerbaar zijn dan peulvruchten, vlees of harde kazen. Hoe dichter ons voedsel aansluit op de anatomie en de fysiologie van het verteringsstelsel, des te beter is het verteerbaar. We noemen dit de voedselkeuze. We kunnen niet alles door elkaar eten, vandaar dat er goede en slechte voedselcombinaties zijn. De reguliere voedingsvoorlichting en voedingsfabrikanten houden daar geen rekening mee.

 

Goede en slechte vetten

Hart- en vaatziekten vormen nog altijd doodsoorzaak nummer 1 en dat heeft vooral te maken met het gebruik van ‘harde vetten’ die rijk zijn aan cholesterol. Het zijn de dierlijke vetten, afkomstig uit vlees die overwegend uit verzadigde vetzuren bestaan en nauwelijks meervoudige onverzadigde vetzuren bevatten. Men kan de vetconsumptie niet terugdringen zonder het vleesgebruik te beperken en daar ligt een fundamenteel misverstand. Bij light producten verlaagt men het vetgehalte, maar dat is geen goede oplossing omdat het verzadigingsgevoel uitblijft. M.a.w. men eet er meer van en daardoor krijgt men meer calorieën binnen zodat light producten hun effect missen. Van nature is vet altijd gecombineerd met eiwit. Eiwit is moeilijk verteerbaar en vet heeft de eigenschap het voedsel langer in de maag te houden zodat het enzym pepsine het eiwit voldoende verteert. Bij light producten wordt dit gunstig effect ongedaan gemaakt.

Naast dierlijk vet kennen we ‘melkvet’ dat tot de ‘zachte vetten’ wordt gerekend en op kamertemperatuur vloeibaar wordt. Net als dierlijk vet bevat melkvet cholesterol, maar het is minder gevaarlijk omdat de samenstelling anders is. Met uitzondering van de harde kazen ligt het eiwit- en vetgehalte relatief laag. Naast deze twee soorten vet, hebben we ‘plantaardig vet’ ook ‘vloeibaar vet’ genoemd zoals olie of vetten in plantaardige voedingsmiddelen zoals in noten, zaden, pitten en vruchten (avocado). Ze zijn rijk aan onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetzuren en bevatten geen cholesterol maar wel omega 3 en 6 vetzuren. Het zijn zeer gezonde vetten die we absoluut nodig hebben zoals voor de vitaminen K, A, D en E. Uiteraard levert olie veel calorieën, maar dat is binnen een evenwichtige voeding geen probleem. Calorierijke voedingsmiddelen zijn even gezond als caloriearme, behalve dat we er minder van nodig hebben en het gebruik ervan bewust beperken. In de voedingsvoorlichting spreekt men alleen maar van vet en alle vetten zijn slecht. Dat is onzin en getuigt van een tunnelvisie. Dierlijke vetten zal men beperken door de vleesconsumptie drastisch te verminderen zoals de WHO dit aanbeveelt. Melkvetten gebruiken we matig terwijl de vloeibare plantaardige vetten juist meer moeten gebruikt worden in de vorm van olie, oliesaus of mayonaise. België was het laatste land waar mayonaise 80% olie moest bevatten. Dat is nu veranderd om te kunnen concurreren met de andere landen waar maar 70% olie is toegestaan. De 10% kostbare olie wordt nu vervangen door een goedkope vulstof. Plantaardige vetten hebben veel gezondheidsbevorderende eigenschappen en dat is te weinig bekend. Als we te weinig vet gebruiken, moet het lichaam suiker in vet omzetten en dat zorgt altijd voor afvalstoffen. Bovendien lijden deze mensen vaak aan darmverstopping of hebben een te droge huid.

 

Suiker

Zoals ik bij de inleiding al heb aangegeven verkeert de suikervoorlichting in een fase van hysterie. Er is wel degelijk een verschil tussen natuurlijke suikers die door voedingsmiddelen worden geleverd als organische eenheid en onnatuurlijke suikers die uit riet of biet geïsoleerd zijn en aan het voedsel worden toegevoegd. Suiker (koolhydraat) is voor de mens de belangrijkste voedingsstof omdat die onze hersenen, zenuwen en spieren voedt. Moedermelk bevat 7,1% lactose of melksuiker en slechts 1,2% eiwit en 3,7% vet. Dit toont aan dat de natuur bij de mens een behoefte aan suiker al bij de geboorte heeft vastgelegd. Het is logisch dat iedereen behoefte heeft aan zoet. De industrievoeding zet de mens op een verkeerd been door overal geïsoleerde suiker toe te voegen die geen hulpstoffen bevatten en het lichaam totaal verstoren, o.a. van de bloedsuikerspiegel en de mineraalhuishouding. Geïsoleerde suiker ondermijnt de gezondheid ernstig en veel ziektes worden er door veroorzaakt. Terecht noemen we deze suikers ‘het zoete vergif’. Het wordt hoog tijd dat de voedingsvoorlichtingsdiensten en alle organisaties die begaan zijn met de gezondheid van de bevolking een onderscheid maken tussen de levensnoodzake-lijke natuurlijke suikers uit voedingsmiddelen en levensvernietigende toegevoegde suikers. Zoetstoffen vervangen de suikers niet, alleen de zoete smaak. De verontrustende stijging van suikerziekte en psychische stoornissen zoals depressie en burn-out heeft daarmee te maken. Natuurlijke suikers komen in overvloed voor in voedingsmiddelen zoals in fruit, bessen, watervruchten, wortel en knolgewassen, honing, siroop, melasse, maar ook in melk en melkproducten, noten, zaden en pitten (8 à 12%) en als zetmeel (complexe suikers) in granen. Het is schandalig dat men de bevolking zo eenzijdig voorlicht en de indruk wekt dat alle soorten suikers schadelijk zijn.

 

Voedingsmiddelen en voedingsproducten

Het is onbegrijpelijk dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten. Voedingsmiddelen worden door de land- en tuinbouw geleverd als vers voedsel dat rauw kan gegeten worden of net voor het gebruik in de keuken bereid wordt. Vers betekent dat deze voedingsmiddelen ‘levenskracht’ bezitten. Voedings-producten worden in de fabriek mechanisch en thermisch bereid en nadien verpakt in blikjes, bokaaltjes, doosjes en potjes of ingevroren. Er staat een vervaldatum op vermeld en dat betekent dat de inhoud maanden tot jaren houdbaar blijft door toevoeging van conserveringsmiddelen. Het is geen ‘dood voedsel’ maar wel van zeer lage kwaliteit. Mensen voeden zich met opgewarmde kost en daarmee kan men onmogelijk zijn gezondheid handhaven. Voedingsproducten bevatten vreselijk veel voedingsadditieven (E-nummers). De hoeveelheden beantwoorden aan de wettelijke normen, maar over de combinatie van al deze vreemde stoffen en de opstapeling in het lichaam spreekt niemand. Voedingsadditieven zijn alleen nodig voor de voedingsfabrikant, maar de consument krijgt ze wel binnen.

 

 

 

 

13:38 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-05-16

Eiwit in de dagelijkse voeding. Mag geen probleem zijn.

Jarenlang en nu nog wordt er een strijd gevoerd tegen voedingsvetten, want gezonde voeding betekent voor de consument een vetarme voeding. Niet alleen de consument, maar zelfs heel wat voedingsdeskundigen en diëtisten maken geen verschil tussen dierlijk en plantaardig vet. Voor hen is vet altijd ongezond, levert veel calorieën en moet beperkt blijven. Dat is een fundamentele denkfout. Hetzelfde gebeurt er met suiker, want suiker is volgens hen altijd slecht. Men maakt geen onderscheid tussen natuurlijke suiker en industriesuiker die uit riet of biet geïsoleerd is en alleen maar suiker bevat zonder begeleide stoffen. Natuurlijke suiker is het voedsel van de hersenen, de zenuwen en de spieren en is van levensbelang. Het gebruik van toegevoegde suikers moet vermeden worden, dat is logisch, terwijl natuurlijke suiker uit voedingsmiddelen meer aandacht moet krijgen. Terwijl vet en suiker (koolhydraat) onterecht op de zwarte lijst staan, blijft alleen eiwit nog over, want er zijn maar drie voedingsstoffen (E, V, Kh.). Eiwit krijgt nu enorm veel aandacht. Gelukkig wordt er gewezen op het gevaar van dierlijk eiwit, maar een teveel aan eiwit is altijd verkeerd en gevaarlijk. Eiwitrijke drankjes zijn in, ze worden massaal gebruik om af te slanken, bij fitness en sportbeoefenaars. Het is allemaal plantaardig en toch niet zonder gevaar.

 

Teveel eiwit is schadelijk

Prof. Dr. Valter Longo van de universiteit van South California zegt: ‘Het risico op kanker neemt met 400% toe als je dagelijkse voedingsinname uit meer dan 20% eiwit bestaat.’ Dat kan overdreven klinken, maar er zit wel een gegronde waarschuwing in. We hebben het al eerder gehad over de dagelijkse behoefte aan eiwit die erg moeilijk is te bepalen omdat zoveel factoren daar invloed op hebben. Er is een vaste regel: overdrijf niet met eiwitrijke voedingsmiddelen. Het gaat vooral om de verhouding tussen eiwit, vet en koolhydraat. Al jaren passen we, rekeninghoudend met de verteringsfysiologie en de stofwisseling van de mens, met succes de volgende verhouding aan:

 

1 deel eiwit

1 à 2 delen vet

5 à 7 delen koolhydraat

 

Als we kiezen voor een vleesloze voeding, waarin een deel rauw wordt gegeten en met toepassing van voedingsregels, gaan we er vanuit dat 50 gram eiwit per dag meer dan voldoende is bij een voedingspatroon van ongeveer 2.000 à 2.500 Kcal. Dit is echter een theoretisch gegeven, maar wel een richtlijn om het eiwit te beperken. Prof. Dr. Valter Longo gaat er vanuit dat 10% een aanvaardbare hoeveelheid is. Hij pleit eigenlijk voor een halvering van het huidig eiwitgebruik.

 

Plantaardig eiwit

Plantaardig eiwit dat via een voedingsmiddel wordt aangereikt is altijd goed, hoewel men niet mag overdrijven. Plantaardig eiwit dat door een voedingsproduct wordt geleverd, is door zijn thermische en industriële verwerking minder van kwaliteit. De lange houdbaarheid doet de kwaliteit afnemen. Peulvruchten zijn bijzonder rijk aan eiwit, maar arm aan vet en bevatten bovendien vrij veel zetmeel (koolhydraat) waardoor de vertering bijzonder moeilijk verloopt. Peulvruchten zorgen voor darmgassen met opgezette buik en bemoeilijken de stoelgang. Vandaar dat peulvruchten matig worden aanbevolen. Bij de overschakeling op een vleesloze voeding hebben beginnende vegetariërs de neiging veel peulvruchten te eten uit angst voor een tekort aan eiwit, maar dat is niet gegrond. Men loopt nog altijd met het idee rond dat vlees moet vervangen worden, maar dat is niet zo. Vleesvervangers zijn trouwens overbodig. Soja is een peulvrucht die 37% eiwit en 24% plantaardig vet bevat, een erg mooie verhouding E/V. Zoals alle peulvruchten bevat soja echter zetmeel (23%). Dit is aanzienlijk minder dan bij andere peulvruchten, maar voldoende om voor gisting in de darmen te zorgen. Tofu is een bewerkte vorm van soja, bevat slechts 8% eiwit en 4% vet en slechts 0,5% zetmeel (koolhydraat) en is daardoor licht verteerbaar. Soja wordt verwerkt tot allerlei namaakvoeding zoals vleesvervangers, sojaworstjes, sojamelk, sojakaas enz. Het zijn de meest geïndustrialiseerde voedingsproducten en horen niet thuis in een gezond voedingspatroon. Groenten behoren tot de groep van voedingsmiddelen met een laag gehalte aan eiwit en dit varieert van 1 tot 4%. Als men dagelijks groente eet, mag men de hoeveel eiwit die men binnenkrijgt niet onderschatten. Groenten bevatten weinig vet, maar dat kan gecompenseerd worden met plantaardige olie. Noten, zaden en pitten zijn bijzonder rijk aan eiwit en plantaardig vet. Ze worden gezien als de beste vorm van plantaardig eiwit.

 

Melkeiwit

Melkeiwit is geen weefseleiwit en is daarom niet vergelijkbaar met dierlijk eiwit zoals vlees of vis. Melk is het voedsel voor het jonge dier omdat het verteringsstelsel nog niet volgroeid is om vast voedsel te verteren en is daardoor licht verteerbaar. 100 gram koemelk bevat 3,3 gram eiwit en 3,5 gram vet wat een goede eiwit/vetverhouding is. Vooral het melkeiwit in kwark, yoghurt en kefir is licht verteerbaar en daardoor waardevol. Een potje yoghurt levert 5,25 gram eiwit, dat is 10 à 11% van de dagelijkse behoefte. Dat geldt evenzeer voor verse kazen (Cottage cheese, dubbele roomkas, Feta) en voor zachte kazen. De harde kazen zijn bijzonder rijk aan eiwit en vet, maar door hun hoge concentratie zijn ze zwaar verteerbaar. Deze kazen zal men in kleine hoeveelheden gebruiken. Het ei is eveneens een goede bron van eiwit (13% eiwit en 12% vet). Een eitje levert al 7 gram eiwit.

 

Eiwitshake

Eiwitshakes zijn razend populair om af te vallen, bij de fitness en bij het beoefenen van sport. De aminozuren herstellen beschadigd spierweefsel en zorgen voor spiergroei. Het gaat om een wit poeder op basis van melkwei dat in water wordt opgelost. Om de houdbaarheid te verzekeren en om de smaak aantrekkelijk te houden worden er bewaringsmiddelen, geraffineerde suiker, synthetische zoetstoffen, genetisch gemanipuleerde soja, kleur-, geur- en smaakstoffen aan toegevoegd. Verder inferieure eiwitten, o.a. van gelatine en andere afvalstoffen. Men beveelt 2 à 2,5 gram eiwit per dag per kilo lichaamsgewicht aan, terwijl 0,8 gram al aan de hoge kant is. Het is onbegrijpelijk dat dergelijke praktijken zijn toegestaan.

 

Een tekort aan eiwit komt in Europa zelden voor, men lijdt eerder aan een te veel aan dierlijk eiwit. We hebben geen eiwitrijke wormen of insecten nodig, noch lupine (38% eiwit), soja of andere dure gewassen en zeker geen eiwitshake. Kies voor een vleesloze voeding of beperk in ieder geval zoveel mogelijk dierlijk voedsel zoals vlees en vis. Dat is goed voor uw gezondheid, minder dierenleed en beter voor het milieu.

Wenst u zich te verdiepen in de gezonde en natuurlijke voedingsleer, volg de open cursus ‘Vitaal door voeding’ of ‘Voedingspraktijk’, zie www.europeseacademie.be

 

 

14:05 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-05-16

Plantaardig eiwit 1

In de voedingsleer is eiwit altijd een omstreden onderwerp geweest. Eerst was er de angst voor een tekort, later voor een teveel aan eiwit. Op dit ogenblik gaat veel aandacht naar de nadelen van dierlijk eiwit, vandaar een groeiende belangstelling voor de plantaardige variant. Decennialang leefde er de mythe dat dierlijk eiwit, afkomstig van vlees, het meest ideale eiwit is omdat het overeenstemt met het menselijk eiwit. Dat is een onwetenschappelijk standpunt dat meer dan vijftig jaar heeft standgehouden en vermoedelijk op vooringenomenheid berust ten voordele van de vleesindustrie.

Het eiwit van rundvlees bevat alle belangrijke aminozuren en is daardoor een hoogwaardig eiwit, maar dat betekent niet dat dit voor de mens een ideaal voedings-eiwit is. Het rund is een herbivoor en voedt zich uitsluitend met plantaardig eiwit, m.a.w. het plantaardig eiwit wordt via de stofwisseling omgezet in dierlijk eiwit. Alleen carnivoren zetten dierlijk voedingseiwit om in dierlijk weefseleiwit. Zij beschikken over een specifiek verteringsstelsel en gespecialiseerde stofwisseling, waardoor dit mogelijk is. Zij beschikken over een kort, glad darmstelsel om de darminhoud snel te laten passeren terwijl hun lever een veel grotere capaciteit bezit om te ontgiften dan de herbivoren, granivoren of fructivoren. Daardoor worden de homotoxines sneller uit het lichaam gedreven of geneutraliseerd. Het verteringsstelsel van de mens heeft geen enkel eigenschap of kernmerk van een carnivoor. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het menselijk verteringsstelsel geheel overeenstemt met dit van de fructivoren, een groep primaten. Net als de herbivoren beschikt de mens over het vermogen om plantaardig eiwit om te zetten tot lichaamseigen eiwit, dus dierlijk eiwit.

Een hoogwaardig lichaamseigen eiwit kan alleen verkregen worden door het gebruik van plantaardig voedingseiwit. Het is niet vreemd dat de WHO en andere betrouwbare gezondheidsinstituten voorkeur geven aan plantaardig eiwit.

 

De dagelijkse behoefte aan eiwit

Het is het belangrijk dat we het eiwitverhaal anders bekijken. Voedingsdeskundigen hebben de neiging om in hoeveelheden te denken. Als men het over plantaardig eiwit heeft, wordt meteen alle aandacht gevestigd op de peulvruchten. Ze zijn inderdaad rijk aan eiwit, maar moeilijk verteerbaar. We moeten ons niet blindstaren op de hoeveelheid, maar eerder op de verteerbaarheid. Licht verteerbare voedingsmiddelen geven hun eiwitten gemakkelijker vrij en laten minder homotoxines achter. Verder moeten we beseffen dat alle voedingsmiddelen eiwit bevatten. De eiwitarme voedingsmiddelen bezitten een laag percentage, maar ze worden meestal in grote hoeveelheden gegeten. Ze vertegenwoordigen soms 15 à 30 % van de dagelijkse behoefte, wat niet onderschat mag worden. Na jarenlange discussie weet men nog steeds niet hoeveel eiwit een mens per dag nodig heeft. Men gaat er vanuit dat 1 gram per lichaamsgewicht absoluut te veel is. De meeste voedingsinstituten houden het voorzichtigheidshalve op 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Met een lichaamsgewicht van 70 kg heeft men 56 gram eiwit per dag nodig.

 

Een theoretische benadering

Dit is een louter theoretische benadering waarbij men geen rekening houdt met de samenstelling van de aminozuren, noch een onderscheid maakt tussen dierlijk en plantaardig eiwit, noch tussen gekookt en rauw voedsel. Er wordt geen rekening gehouden met eiwit dat geleverd wordt door eiwitarme voedingsmiddelen of andere factoren die een rol spelen bij het bepalen van de dagelijkse behoefte zoals de kwaliteit van het verteringsstelsel en de stofwisseling, het toepassen van voedingsregels, de fysieke inspanningen die men levert, klimatologische invloeden enz. Bovendien is er niemand die naast zijn bord een weegschaaltje, een rekenmachine en een voedingsmiddelentabel heeft liggen, m.a.w. niemand weet hoeveel gram eiwit men per dag eet. Bovendien eten we niet alleen eiwit, maar voedingsmiddelen die naast eiwit ook vet en koolhydraat bevatten. De onderlinge verhouding van deze drie voedingsstoffen zijn doorslaggevend. De hulpstoffen zoals vitaminen, mineralen, enzymen, ballaststoffen, water enz. spelen eveneens een rol bij de vertering, de absorptie en stofwisseling en zijn medebepalend voor de juiste behoefte aan eiwit, vet en koolhydraat. Door rekening te houden met meerdere factoren wordt er eerder gepleit voor 0,5 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag als richtlijn. Laten we niet vergeten dat het lichaam zelf signalen uitzendt om de behoefte aan nutriënten te regelen, maar niemand luistert naar zijn lichaam.

 

Eiwit en vet

Wie over een elementaire kennis van de voedingsleer beschikt, weet dat voedingsmiddelen die veel eiwit bevatten eveneens rijk zijn aan vet zoals vlees, gevogelte, noten, zaden, kaas enz. Er is een voedingsfysiologisch verband tussen eiwit en vet zoals er een verband is tussen koolhydraat en water. Koolhydraatrijke voedingsmiddelen bevatten veel water zoals fruit, bessen, watervruchten, groente, wortel-, knol- en bolgewassen. Granen maken daarop een uitzondering, maar bij de bereidingen wordt er vrij veel water toegevoegd. De voedingsfysiologie leert ons dat eiwit moeilijk verteerbaar is en daarom langer in de maag moet blijven om de werking van het eiwitafbrekend enzym pepsine te garanderen. Vet heeft de eigenschap de maagwerking te vertragen, vandaar dit fysiologisch verband. Al jaren pleit men voor een beperking van dierlijke vetten (harde vetten) omwille van zijn negatieve invloed op hart- en vaatziekten, kanker, obesitas en andere ernstige aandoeningen. Omdat dierlijk eiwit gekoppeld is aan dierlijk vet krijgt men te veel dierlijk vet binnen. De voedingsindustrie vermindert daarom het vetgehalte in talrijke voedingsproducten terwijl de hoeveelheid eiwit onveranderd blijft waardoor de verhouding eiwit-vet verstoord is zoals bij lightproducten. Bij het eten van vetarme producten blijft het voedsel niet lang genoeg in de maag en wordt het eiwit onvoldoende afgebroken, zorgt voor een belasting van de nieren en extra afvalstoffen. Door de voorkeur te geven aan plantaardig eiwit, krijgt men plantaardig vet binnen, wat erg gezond is. Vandaar het grote voordeel om voor plantaardig eiwit te kiezen.

 

Dierlijk, plantaardig en melkeiwit!

Wij delen de eiwitten in drie groepen in: dierlijk, plantaardig en melkeiwit. Veganisten gebruiken geen melkeiwit en beperken zich tot plantaardig eiwit, dat is op zich geen probleem bij een uitgebalanceerd voedingspatroon. Over de praktische toepassingen van eiwit binnen de dagelijkse voeding gaat een volgend artikel.

 

Uitkijken naar het volgend artikel.

‘Eiwit, in de dagelijkse voeding’ is het onderwerp van het volgend artikel. Daarin gaan we in op de praktische aspecten van het eiwit in een gezond voedingspatroon. Verder besteden we aandacht aan het misbruik van plantaardig eiwit en de waanzinnige theorieën over allerlei eiwitrijke drankjes om af te slanken, bij fitness en sportbeoefening.

09:24 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-16

Rauwkost is het allerbeste voor wie het kan verdragen.

Het is logisch dat rauw voedsel het meest ideale voedsel is voor de mens. Alleen rauw voedsel bevat ongerepte en onbeschadigde voedingsstoffen. De vertering is een enzymatisch proces en enzymen kunnen niet tegen hoge temperaturen, maar werken goed op lichaamstemperatuur en in een zuur of alkalisch milieu, afhankelijk van de soort en de plaats in het verteringsstelsel. Gekookt voedsel bevat nog weinig enzymen en is aangewezen op de enzymen die het lichaam zelf aanmaakt. Veel voedingsstoffen zijn geheel of gedeeltelijk beschadigd. De vertering verloopt moeizaam en onrendabel. Dit betekent dat men veel moet eten om er nog wat uit te halen, vandaar de steeds toenemende obesitas. In de biologische tuinbouw zegt men: smijt nooit gekookt voedsel op een composthoop want dan neem je haar werking weg. Een composthoop werkt net als onze darm door middel van enzymen.

 

Toch zijn er mensen die met het overschakelen op rauwkost geen al te beste ervaring hebben of er zelfs verteringsproblemen aan hebben overgehouden. Het probleem ligt niet bij de rauwkost, maar bij henzelf. Meestal maakt men geen onderscheid tussen vruchten en groente en dat is een fundamentele fout. De mens heeft een verteringsstelsel van een fructivoor of vruchteneter zodat men met rijp fruit, watervruchten, noten, zaden en pitten meestal weinig problemen ondervindt bij overschakeling, behalve als het verteringsstelsel zodanig slecht functioneert dat er te veel gisting ontstaat of dat de zieke darmen te sterk geprikkeld geraken. De zwakke darmen bevrijden zich van hun inhoud in de vorm van een heftige diarree. Wie geleidelijk aan overschakelt en het verteringsstelsel de tijd gunt zich aan te passen, ondervindt nauwelijks problemen. Ik heb gedurende 25 jaar kankerpatiënten begeleid op basis van een rauwkostdieet met twee fruitmaaltijden en een groentemaaltijd. Er deden zich zelden of nooit verteringsproblemen voor en als ze zich voordeden was het van voorbijgaande aard.

 

Bij groente ligt het iets anders omdat we niet het verteringsstelsel van een herbivoor hebben. Vooral bladgroente zijn rauw moeilijk te verteren omdat ons gebit dat niet kan kauwen. Daarom raden we iedereen aan om bladgroente, zoals diverse soorten sla, witloof, kolen enz. op het bord voor het gebruik fijn te snijden en er een oliesausje, vinaigrette of mayonaise aan toe te voegen. Vet zorgt er voor dat het voedsel langer in de maag blijft en dus beter verteerd wordt. Voor wortel-, knol- en bolgewassen zijn er geen problemen omdat we daar beter op kunnen kauwen. Fruit en groente hebben het grote voordeel dat ze veel vezels leveren (ballaststoffen) en dat is een vorm van prebiotica of een voorstadium van probiotica. Rauwkost heeft een directe invloed op de vorming van de darmflora. Een goede werking van de darm wordt door de darmflora gegarandeerd.

 

Veel mensen zijn zo enthousiast dat ze te snel overschakelen, aanvankelijk te grote hoeveelheden eten en hun verteringsstelsel daardoor overbelasten. Zieke darmen moeten eerst gereinigd en versterkt worden, dat geldt evenzeer voor gekookt voedsel. Rauwe voeding, zowel fruit als groente heeft veel voordelen. De vertering verloopt optimaal, men heeft minder voedsel nodig, de rauwkost versterkt en reinigt het verteringsstelsel, maar ook het bloed en daardoor de cellen. Met rauwkost ontstaat er een betere stofwisseling, de immuniteit wordt er door versterkt, o.a. door een betere darmflora.

 

Er zijn mensen die zo’n akelige ervaring met rauwkost hebben meegemaakt, dat ze er niets meer van willen weten. We herhalen het, het probleem ligt niet in de rauwkost, maar bij hun gebrek aan inzicht in voeding en de werking van het verteringsstelsel. Veel mensen en zelfs voedingsdeskundigen menen dat gekookt voedsel beter verteerbaar is. Dat is een verkeerde opvatting. Het enige voordeel van gekookt voedsel is, als we dat een voordeel willen noemen, dat dit geen weerstand meer heeft. Het is een gekookte zachte brij die met weinig moeite door het verteringskanaal wordt geleid. Dit soort voedsel vraagt weinig inspanning van het verteringsstelsel. Een echte enzymatische vertering zoals bij rauwkost vindt er niet plaats. Gekookt voedsel geeft veel afvalstoffen, vervuilt het darmstelsel, het bloed, weefsel en andere lichaamsvochten. Gekookt voedsel heeft zijn vitaliteit verloren. Rauwkost is zoals Dr. Nolfi het noemde ‘levend voedsel’ en levert levenskracht. Dit voedsel is rijk aan lichtenergie waardoor de voedingsstoffen (nutriënten en micronutriënten) beter verwerkt worden tijdens de stofwisseling.

 

Eetcultuur

Hoewel er niets boven rauwkost gaat, zijn er weinig mensen die kiezen voor een uitsluitend rauwkostdieet. Voedselkundig gezien is een dergelijk dieet uitstekend. De kankerpatiënten die ik heb begeleid volgden een dergelijk dieet gedurende 3 tot 6 maanden, sommigen iets langer omdat alles afhankelijk was van het genezingsproces. Wie eenmaal was overgeschakeld waardeerde de natuurlijke smaken van het voedsel, de bijzondere lichte vertering, geen sprake van een opgezette buik of opgeblazen gevoel, geen last van overgewicht, alleen maar voordelen. Het enige nadeel dat ze ondervonden was de isolatie. Zij waren de enige binnen hun gezin die uitsluitend rauw voedsel aten. Omwille van de eetcultuur, want voeding betekent ook samen zijn, het voedsel maar ook de gezelligheid met elkaar delen. Men kan nooit eens gezellig naar een restaurant gaan of bij familie of buren mee aan tafel schuiven. Daarom ben ik er voorstander van om een deel, en dat mag zelfs een groot deel zijn, van het voedsel rauw te eten en aan te vullen met gekookt voedsel. Ik heb mensen gekend die heel enthousiast en met veel overtuiging op 100% rauwkost zijn overgeschakeld, maar naar een jaar alles hebben opgegeven en dan vaak weer zijn overgeschakeld op ongezonde voeding. Eet iedere dag een deel van uw voedsel rauw, dan vangt u de nadelen van het gekookt voedsel voor een groot deel op.

 

Wat wordt rauw niet gegeten?

Peulvruchten zoals erwten, bonen, soja kunnen we rauw niet eten. Ze zijn rauw trouwens giftig. Ze zijn bovendien te hard en hebben rauw geen aantrekkelijke smaak. Granen kunnen we eveneens niet rauw eten. We zijn immers geen granivoren zoals de ratten. De korrels kunnen we met onze tanden niet malen. Zelfs als we granen vooraf laten weken, zijn we niet in staat om het zetmeel af te breken. Granen kan men laten kiemen, het zijn dan jonge plantjes. Granen worden gemalen tot meel en dan tot allerlei voedsel bereid. De graankorrel kan gekookt worden, zoals rijst. De aardappel kan rauw gegeten worden, maar heeft weinig smaak. Vlees is nooit gezond, maar rauw vlees wordt niet aangeraden omwille van de aanwezige rottingsbacteriën en het risico op darmontsteking. Al het voedsel dat we niet rauw kunnen eten is van nature niet voor de mens bestemd. Een goede raad: leer rauw voedsel eten en zorg dat een deel van de dagelijkse voeding uit rauwkost bestaat.

12:16 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-01-16

Wat mogen we nog eten? Tegenstrijdige voedingsadviezen

De ene keer is vlees, koffie of dierlijk vet gezond en dan juist weer niet. Wat de ene beroemde professor van een gerenommeerde universiteit beweerd, wordt door zijn even beroemde collega tegengesproken. De ene voedingsdeskundige spreekt alleen maar over stoffen, terwijl de ander een ruimere visie over voeding heeft. Tegenstrijdige voedingsadviezen zorgen voor twijfels bij de consument en helpen ons geen stap verder op de hobbelige weg naar gezonde voeding. Nochtans, wie logisch redeneert en de mens beschouwt als een natuurlijk wezen dat onderworpen is aan de natuurwetten, heeft snel door wat gezonde voeding is. In dit artikel ga ik even in op enkele veel voorkomende misverstanden en je krijgt meteen de goede oplossing.

 

Drink als je dorst hebt.

We kennen ze wel, de mensen die altijd en overal met een flesje water rondlopen, bang dat zij zonder water zouden vallen. Zij lijden aan waterverslaving. Twee liter water lijkt voor sommigen het verplichte minimum, maar is dat wel zo? De waterhuishouding is belangrijk en ons lichaam bestaat ongeveer uit 68% water. Theoretisch scheiden we 2,5 liter uit via urine, zweet, stoelgang en ademhaling. Dat vocht moet per dag aangevuld worden. Vocht halen we op de eerste plaats uit de voeding. Een vochtrijke voeding is altijd aan te bevelen, soep is een extra vorm van vocht. Daarnaast is het nodig dat we vocht toevoegen in de vorm van drank zoals bronwater, vers sap, kruidenthee en andere gezonde dranken. Cafeïne- en alcoholhoudende dranken leveren eveneens vocht, maar zijn niet gezond. Mensen die ongezond eten of medicijnen gebruiken, hebben extra vocht nodig om de afvalstoffen door te spoelen. Sporters verliezen veel vocht en moeten daarom meer drinken. De hoeveelheid vocht die we nodig hebben wordt individueel bepaald. Mensen die te weinig drinken, moeten zichzelf goed controleren. De blaas geraakt onvoldoende gevuld en verliest haar plasticiteit. Dat kan bij het ouder worden voor problemen zorgen om de blaas te ledigen.

 

Eet verse groenten.

Groenten in onze voeding zijn belangrijk en worden terecht overal aanbevolen. Ze zijn relatief goedkoop, heel het jaar door verkrijgbaar, leveren heel wat voedingsstoffen en weinig calorieën. Groenten kunnen rauw en/of gekookt gegeten worden en vooral in combinatie met keukenkruiden smaken ze heerlijk. Er wordt wel beweerd dat groenten in blik of diepvries even gezond zijn, maar dat is niet zo. Verse groenten, ook al worden ze in de keuken warm bereid, bevatten levenskracht in de vorm van lichteenheden (biofotonen). We kunnen niet genoeg het accent leggen op verse voedingsmiddelen. Bladgroenten verteren rauw moeilijk omdat we er niet op kunnen kauwen. Daarom is het raadzaam ze op het bord fijn te snijden en te vermengen met een oliesausje, vinaigrette of mayonaise. Vet houdt het voedsel langer in de maag. Eet altijd een deel van de groenten rauw.

 

Eet fruit altijd afzonderlijk.

Fruit is voor de mens heel belangrijk. We hebben nog altijd een verteringsstelsel van een fructivoor of vruchteneter. Wie traag rijp fruit eet merkt nauwelijks het verteringsproces. Sommige mensen verteren fruit moeilijk omdat hun darmstelsel verzwakt en vervuild is. Daarom zal men kleine hoeveelheden fruit eten, los van de maaltijd. Fruit is een belangrijke leverancier van natuurlijke suikers die de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren nodig hebben. Naast natuurlijke suikers levert fruit belangrijke vitaminen, mineralen en vooral bioactieve stoffen. Er wordt beweerd dat de volgorde waarin het voedsel binnen komt, geen enkele rol speelt. Dat is grote onzin. Eet eens een banaan op een volle maag en je krijgt meteen een opgezette buik. Voedselcombinaties zijn onontbeerlijk.

 

Plantaardig vet is gezond.

Jarenlang heeft men gepleit voor een vetarme voeding en nu begint men in te zien dat dit een verkeerd uitgangspunt is. Men heeft de grote fout gemaakt door alle vetten als slecht en gevaarlijk te beschouwen. Dierlijke vetten, ook harde vetten genoemd, bestaan hoofdzakelijk uit verzadigde vetzuren en zijn daarom niet goed. Plantaardige vetten komen voor in olie, noten, zaden en pitten en bestaan uit enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren en zijn uitstekend voor onze gezondheid. Vet en eiwit horen samen en zorgen er voor dat het voedsel langer in de maag blijft en beter verteerd wordt. Vetten hebben een snel verzadigingsgevoel, maar toch moet men matig zijn in het gebruik omwille van de hoge calorische waarde.

 

Lightproducten zijn niet goed.

Vanuit de strijd tegen vetconsumptie heeft de voedingsindustrie lightproducten ontwikkeld die minder vet bevatten en vaak de voorkeur genieten. Veel mensen denken immers dat light de gezondheid bevordert, maar dat is niet zo. Vermindert men in een product het vetgehalte en niet de hoeveelheid eiwit dan verstoort men de vet/eiwit-verhouding en blijft het verzadigingsgevoel uit en eet men er meer van. De toegevoegde suiker wordt vervangen door zoetstoffen, maar zoetstoffen zijn geen suikervervangers. Registreren de smaakpapillen een zoete smaak, dan wordt dat onmiddellijk naar de hersenen doorgeseind zodat het verteringsstelsel en de stofwisseling in werking worden gezet, o.a. door de productie van insuline op gang te brengen. Bij zoetstoffen wordt echter geen suiker geleverd zodat de vrijgemaakte insuline de bestaande bloedsuikerspiegel naar beneden brengt. Dat wekt een hongergevoel op en zet aan om meer te eten. Lightproducten verhogen het risico op suikerziekte en overgewicht. Na dertig jaar ervaring weet men dat lightproducten geen bijdrage leveren aan de gezondheid.

 

Melk kan, maar niet voor iedereen.

De melkproducerende landen hebben melk altijd aangeprezen. Melk daar wordt je groot en sterk van, zit in het collectief geheugen opgeslagen en krijgt men er niet gemakkelijk uit. Melk is het vloeibaar voedsel voor het jonge zoogdier en dus ook voor de mens. Melk zorgt ervoor dat de baby (borstvoeding) alles op een gemakkelijke manier binnen krijgt zonder het verteringsstelsel te belasten. Als volwassenen hebben we geen melk nodig, maar we kunnen profiteren van de goede eigenschappen van melk. Melk bevat gemakkelijk verteerbaar eiwit, is rijk aan vitaminen en mineralen en heeft een sterk waterafdrijvende werking, wat gunstig is voor de waterhuishouding. Er is geen bezwaar tegen het drinken van melk, maar door melk in allerlei gerechten te verwerken, hebben sommige mensen daar wel degelijk last van. Voor mensen die gemakkelijk in de luchtwegen slijm aanmaken is melk af te raden alsook voor wie er allergisch voor is. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat melk een vrij neutrale invloed heeft. Men wordt er niet ouder of gezonder van, maar ook niet ziek of men gaat er niet sneller van dood.

14:16 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

15-12-15

Nano Foods, wat is dat nu weer?

Haast iedere dag wordt de consument overladen met nieuwe informatie. Het probleem is echter dat deze niet altijd objectief en transparant is zodat men niet weet of er voor- of nadelen aan verbonden zijn. Als consument staat men machteloos omdat meestal inzicht en kennis ontbreekt om een juist oordeel te vellen. Nanotechnologie is zeker niet nieuw, maar de toepassing in de voedingsindustrie is in volle ontwikkeling. Nano staat voor heel klein en is afgeleid uit het Grieks wat ‘dwerg’ betekent. 1 nm is een miljardste van een meter en is veel kleiner dan een virus. In Nederland en vermoedelijk ook in België zijn al minstens 119 producten op de markt waarin mogelijk nanodeeltjes zijn verwerkt. Dit zijn bijvoorbeeld schoonmaakproducten, textiel, verpakking, maar ook cosmetica, zonnebrandcrème en voedingsproducten, waaronder mayonaise. Niet alleen de consument, ook heel wat wetenschappers stellen zich vragen over eventuele nadelige gevolgen op langere termijn. Nanodeeltjes komen in gezonde, natuurlijke voedingsmiddelen voor, maar er is een groot verschil of deze kleine deeltjes deel uitmaken van een levend organisme of door de mens zelf tijdens een productieproces worden toegevoegd.

 

High tech

Na genetische engineering is de nanotechnologie de nieuwe high tech poging om ons voedsel te infiltreren. Wetenschappers waarschuwen terecht dat nanotechnologie, d.w.z. de manipulatie van stoffen op de schaal van atomen en moleculen, ernstige nieuwe risico’s voor de gezondheid van de mens en het milieu kan veroorzaken. Dat er ongerustheid ontstaat tegenover deze toch vrij vreemde technologie lijkt ons logisch. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om te beseffen dat, als er op genetisch en moleculair vlak wordt ingegrepen, de gevolgen niet te overzien zijn. Het gebruik van bepaalde kleurstoffen of andere additieven in voedingsproducten kunnen beschadigingen veroorzaken aan organen of weefsel. Bij nanotechnologie veroorzaken deze uiterst kleine deeltjes beschadigingen in onze cellen of in delen van cellen. De inbreuk gebeurt op een totaal ander niveau.

 

Nanotechnologie heeft als doel de natuur uit elkaar te halen en opnieuw naar eigen inzicht in elkaar te zetten. Dit is het principe van de alchemie die daar nooit in geslaagd is, maar met de huidige kennis en mogelijkheden lukt dat voor een groot deel wel. Het doel is niet om betere producten op de markt te brengen, maar wel om productieprocessen te verbeteren en te versnellen, de houdbaarheidstijden te verlengen, het uitzicht te verfraaien of om geuren en smaken aantrekkelijker te maken enz. Nanotechnologie staat louter in dienst van de economische belangen. De voorstanders proberen met mooie verhalen de mond van de consument te snoeren door te spreken over ‘design voedsel’, voedsel dat men zelf ontworpen heeft door de vorming van atomen en moleculen. Deze voedingsproducten worden verpakt in een veiligheidsverpakking die bederf of schadelijke verontreinig zou kunnen opsporen. De voedingsproducten worden samengesteld volgens de behoefte van de cliënt of de ziekte waaraan men lijdt. Zelfs het mondgevoel wordt naar wens aangepast. Te mooi om waar te zijn. Men kan hiermee voedingsproducten vloeibaarder of vaster maken, de smaak of kleur aanpassen, schadelijke ingrediënten zoals zout, zoet of vet neutraliseren. De mogelijkheden lijken onbegrensd, maar over de gevaren wordt geen woord gerept. Nanotechnologie en genetische manipulatie vullen elkaar aan, maar verhogen juist daardoor de risico’s.

 

Alchemie

Men hoeft geen wetenschapper te zijn om te beseffen dat niemand met deze moderne vorm van alchemie gediend is. De wetenschappers moeten eindelijk gaan beseffen dat de natuur zich niet laat manipuleren. Wij kunnen de natuur een handje toesteken door bijvoorbeeld de omgeving van akkers en tuinen van een natuurlijke beschutting te voorzien of door snoeitechnieken toe te passen. Door aan de bodem kompost of mineralen toe te voegen of de waterhuishouding technisch te beheren door te zorgen dat de bodem voldoende vochtig blijft en de gewassen zich in de juiste gewenste vochtigheidsgraad ontwikkelen. Wij kunnen enorm veel doen zonder de natuurwetten brutaal te overtreden. Een ander belangrijk aspect dat men uit het oog verliest is dat de mens nog altijd een lichaam heeft dat opgebouwd is en functioneert zoals miljoenen jaren geleden en dat we juist daardoor deelachtig zijn aan de natuur en onderworpen zijn aan de natuurwetten. De smaakpapillen worden door fastfood zodanig geprikkeld dat men zich daar mentaal op aanpast. Men vindt het na enige tijd lekker zoals een roker van zijn nicotine kan genieten. Maar juist daar ligt het gevaar van iedere vorm van verslaving. Het verteringsstelsel haalt zoveel mogelijk bruikbare substanties uit alles wat we in onze mond steken, anders zouden veel mensen niet meer overleven. De gevolgen van deze onverantwoorde voedingswijze zijn echter catastrofaal. Ziekenhuizen worden steeds groter, mensen slikken medicijnen in overvloed, de gezondheidskosten zijn voor de overheid ondraaglijk geworden. Toch willen politici niet inzien dat niet de mensheid, maar alleen het grootkapitaal er baat bij heeft. Waarom laten politici genetisch gemanipuleerde gewassen alsook nanotechnologie toe?

 

De trein van de vooruitgang

Men kan de trein van de vooruitgang niet tegenhouden, wordt er beweerd. Als deze trein een vernietigende lading vervoert, is het onze plicht deze tegen te houden. Er zijn twee soorten wetenschappers. Enerzijds een groep die zoekt buiten de natuur en gelooft in de eigen mogelijkheden, anderzijds een groep die juist zoekt binnen de natuurlijke wetmatigheid. Zonnepanelen en windmolens zijn twee voorbeelden hoe de natuur benut kan worden. Biologische land- en tuinbouw toont aan dat het op een natuurlijke wijze kan. Er zijn nog andere ontwikkelingen te melden die de natuur als voorbeeld gebruiken, zoals het gebruik van schimmels en zwammen om industrieel vervuilde bodem te saneren of om woestijnen weer vruchtbaar te maken. We kunnen de natuur inschakelen voor ons eigen belang zonder schade aan te brengen. Dat is de trein van de toekomst die we welkom heten.

 

Kiezen voor voedingsmiddelen in plaats van voedingsproducten zorgt er voor dat nanotechnologie overbodig wordt. Indien de consument de voedingsproducten in de rekken van de supermarkt laat liggen en hoofdzakelijk kiest voor verse en gezonde voedingsmiddelen, zal men niet verder investeren in deze dure nanotechnologie, hoewel ze ook in de landbouw wordt toegepast. Genetisch modificeren van de landbouw gebeurt op het niveau van atomische modificatie. Daardoor kan het DNA van zaden naar wens gerangschikt worden om andere eigenschappen te verkrijgen zoals kleur, vorm, groeiseizoen, opbrengst, houdbaarheid enz. Zo droomt men ervan om in de nabije toekomst een nanocoating op fruit aan te brengen zodat de vruchten langer houdbaar blijven en er mooi en aantrekkelijk blijven uitzien. We hebben geen nanotechnologie nodig om ons gezond te voeden en zeker niet om het wereldvoedselprobleem op te lossen. Door een onjuiste aanpak van de landbouw en de voeding is er een te laag rendement. We hebben alleen een stukje gezond verstand nodig zodat we opnieuw logisch kunnen denken. We kunnen de natuur een handje toesteken, maar niet veranderen of vervangen omdat we zelf een stuk levende natuur zijn dat onderworpen is aan de natuurwetten. Alles wat we tegen de natuur doen, doen we tegen onszelf en tegen het milieu.

15:46 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-12-15

Het zuur-base evenwicht in het bloed.

Er wordt vaak de vraag gesteld of voeding het bloed al dan niet kan verzuren. Het zuur-base evenwicht is een ingewikkelde theorie die we heel eenvoudig kunnen uitleggen. Laten we voorop stellen dat de zure smaak niets te maken heeft met het zuur-base evenwicht. Citroensap is erg zuur, maar heeft een ontzurende werking. Tomaat is licht zuur van smaak en heeft eveneens een ontzurende werking. Dat zorgt vaak voor verwarring. Voedingsmiddelen met een zuuroverschot zijn geconcentreerd en rijk aan calorieën. Ze bevatten veel voedingsstoffen (eiwit, vet, koolhydraat) en weinig water, met uitzondering van vlees. Deze voedingsmiddelen kennen we als granen, peulvruchten, noten, zaden, pitten, kaas, vlees, vis enz. Ze zijn vooral rijk aan eiwit en niet-metalen (mineralen). Deze niet-metalen zetten zich om in zuren zoals fosfor dat fosforzuur wordt. Dit betekent niet dat al deze voedingsmiddelen ongezond zijn, integendeel. We hebben er weinig van nodig en ze geven snel een verzadigingsgevoel.

 

Daarnaast hebben we voedingsmiddelen met een base-overschot. Ze zijn arm aan calorieën doordat ze weinig voedingsstoffen en veel water bevatten. Tot deze voedingsmiddelen behoren fruit, bessen, watervruchten, bladgroente, wortel- en knolgewassen en melk. Ze zijn rijk aan metalen (mineralen) die zich in base omzetten. We eten er grote hoeveelheden van voor er een verzadiging optreedt. In feite leert de natuur ons omgaan met het zuur-base evenwicht. Als vuistregel gaat men er vanuit dat we maximaal 20% voedingsmiddelen met een zuuroverschot nodig hebben tegenover minimaal 80% voedingsmiddelen met een base-overschot. Bij de meeste mensen is deze verhouding verstoord. Zij zitten eerder op 30 à 40% verzurende voeding tegenover slechts 60 à 70% ontzurende voeding. Deze verkeerde verhouding verzuurt het lichaam en verhoogt daardoor het risico op talrijke ziekten zoals hart- en vaatziekten, nierklachten, reumatische aandoeningen, kankers enz.

 

We komen even terug op de vraag of een verstoord zuur-base evenwicht het bloed verzuurt.

 

Het antwoord is duidelijk: Nee. Een afwijking van de zuurgraad van het bloed bij 6.8 ph voert al meteen tot de dood. Gezonde personen zijn, onafhankelijk van hun verkeerd voedingspatroon, in staat om hun bloed niet te laten verzuren. Men gaat er vanuit dat het bloed een zuurgraad moet hebben tussen 7,35 en 7,45, dit betekent licht alkalisch. Er zijn immers buffersystemen in het bloed ingebouwd die dit garanderen. Bij een verkeerd voedingspatroon is het lichaam verplicht om de zuurgraad van het bloed te handhaven door de nieren te stimuleren om voldoende zuur uit te scheiden. Dit betekent een extra belasting van de nieren. Het is niet vreemd dat steeds meer mensen te kampen krijgen met nierproblemen en dat het aantal mensen dat gebruik moet maken van nierdialyse of niertransplantatie steeds groter wordt. Dit wordt veroorzaakt door een hoge consumptie verzurende voedingsmiddelen en voedingsproducten. Niet het bloed, maar het lichaam verzuurt.

 

In tegenstelling tot het bloed heeft het voedingspatroon wel degelijk invloed op de zuurgraad van de urine. Deze varieert van pH 5 tot 8, van zuur tot alkalisch. De ochtendurine is meestal zuur terwijl deze door de dag alkalisch of basisch wordt. Eten we te veel calorierijke voeding en in verhouding te weinig caloriearme voeding, dan is de zuurgraad van de urine laag. Dat wijst erop dat in het lichaam een overschot aan zuur aanwezig is die het lichaam uit veiligheid zoveel mogelijk wil uitscheiden. Als dit niet gebeurt, is dit een belasting van het organisme en het verhoogt het risico op ziektes en gezondheidsproblemen. Naast voeding spelen stress, medicijnen en overmatige spierbelasting eveneens een rol in de verzuring van de urine en van het lichaam.

 

Het zuur-base evenwicht werd voor het eerst door Prof. Dr. Ragnar Berg (1873-1956) bestudeerd. Hij heeft in zijn tijd een poging ondernomen om tabellen uit te werken. Deze tabellen zijn niet meer relevant. Het is uit praktische overwegingen niet mogelijk om dergelijke tabellen te berekenen op basis van de hoeveelheid metalen en niet-metalen. Deze bevinden zich hoofdzakelijk in de aminozuren. Indien we ons laten leiden door de verhouding calorierijke en caloriearme voedingsmiddelen hebben we trouwens geen tabellen nodig. Het komt er op aan dat we spontaan in de dagelijkse voeding grote hoeveelheden caloriearme of waterrijke voedingsmiddelen gebruiken (80%) en de calorierijke voedingsmiddelen (20%) beperken. Bij een reinigingskuur wordt gebruik gemaakt van sap of een monodieet dat uitsluitend een base-overschot heeft. Als kuur is daar geen bezwaar tegen, maar niemand voedt zich uitsluitend op deze wijze, dat zou op langere termijn een tekort aan eiwit opleveren.

 

Er is nog een andere methode die steunt op de zuuruitscheiding van voedingsmiddelen in de urine. Dat is slechts één aspect van het zuur-base evenwicht. Dergelijke tabellen zorgen vaak voor misverstand en verwarring. Iemand die dagelijks fruit, groenten en aardappelen eet, melk of yoghurt gebruikt en het gebruik van vlees, vleesvervangers, kaas, peulvruchten en granen beperkt, hoeft zich geen zorgen te maken. Overtollige zuren worden uitgescheiden via de nieren, de ademhaling en tijdens het zweten (beweging). Het wordt een probleem als de aanvoer van zuren groter is dan de capaciteit om ze uit te scheiden of te neutraliseren. Spontaniteit is het beste middel om tot een goed zuur-base evenwicht te komen.

13:46 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-11-15

Labels op voedingsproducten deugen niet.

De commerciële wereld is op leugens en misleiding gebouwd. In de auto-industrie heeft VW aangetoond hoever men met bedrieglijke praktijken kan en durft te gaan. De kwaliteitslabels van huishoudelijke toestellen lijken niet te kloppen en die op voedingsproducten zijn meer dan misleidend. In wat een wereld leven we? Iedereen vindt het normaal dat er bij officiële instellingen gelobbyd wordt en dat daardoor de grenzen van het fatsoen niet worden overtreden, maar is dat wel zo? Zelfs de consumentenverenigingen staan vaak machteloos tegenover de machtige bedrijven die alles naar hun hand zetten. De laatste jaren worden we overrompeld met labels en keurmerken op voedingsproducten om de steeds luider wordende kritiek te neutraliseren. Het grote probleem is dat al deze labels niet gecontroleerd worden, maar steunen op het principe van vrije meningsuiting want het gaat hier om de mening van de fabrikant. De voedingsindustrie huurt dure reclamespecialisten in die deze slogans bedenken terwijl grafici er een kleurrijk en opvallend ontwerp bij bedenken. Laten we enkele van deze labels bekijken.

 

Belgisch vlagje

Het is niet verboden om de Belgische vlag op een verpakking af te drukken, maar iedereen denkt meteen dat het om een Belgisch product gaat. Daar zit nu precies de bewuste misleiding in. Het zet aan om dergelijke producten te kopen omdat de consument veronderstelt dat het een product van eigen bodem is met een beperkt transport, wat milieuvriendelijke consequenties heeft. Bij nader toezicht blijkt dat het niet om Belgische maar om Duitse melk gaat.

 

Bewuste keuze

Dit blauwe vinkje met blauwe cirkel moet aanduiden dat het product een betere keuze is binnen een groep van ongezonde voedingsproducten zoals frisdrank, roomijs of snacks. De fabrikant schuift de verantwoordelijkheid in de schoenen van de consument, want het is zijn bewuste keuze. De producten met een dergelijk label zijn meestal iets duurder, want er meer geld aan uitgeven is eveneens een bewuste keuze.

 

Gezondere keuze

Het blauwe vinkje met groene cirkel moet aangeven dat het om een gezond product gaat, met voedingsstoffen uit de zogenaamde ‘schijf van vijf’. Groen staat immers voor veilig en veilig roept gezondheid op. Het zoutgehalte wordt meestal iets verlaagd, suiker wordt door zoetstof vervangen of men voegt er wat extra vezels aan toe. Net als bewuste keuze is ook deze label waardeloos en misleidend.

 

Dolfijn vriendelijk gevangen

Dit keurmerk staat op vis in blik en moet garanderen dat er tijdens de visvangst geen dolfijnen zijn gesneuveld. Dit label biedt absoluut geen garantie op duurzaamheid en zegt niets over overbevissing of andere bedreigde vissoorten. Tonijn leeft meestal niet in een gebied waar dolfijnen zwemmen. Het is gewoon krankzinnig om op een dergelijke wijze de consument te misleiden.

 

Betrouwbare labels

Er zijn slechts een handvol betrouwbare labels zoals ‘Fairtrade’ dat belooft eerlijke handel met het zuiden, goede arbeidsomstandigheden en eerlijke prijzen. Verder omvat het een aantal milieucriteria. Het label wordt gecontroleerd door onafhankelijke instanties, zoals het ook hoort. Dit label heeft niet als doel gezondheid te garanderen. Wijn, koffie en chocolade worden op een eerlijke wijze geproduceerd en verhandeld, maar het blijven ongezonde producten. ‘Flandria’ is een keurmerk van duurzaam geteelde groenten en fruit, maar is geen garantie voor biologische kwaliteit. ‘Streekproduct’ staat op ambachtelijke voedingsproducten. ‘V-label‘ wijst op vegetarische voedingsproducten en biedt de garantie dat het geen ingrediënten bevat afkomstig van gedode dieren.

 

Naast al deze labels zijn er de bedenkelijke vermeldingen van ingrediënten, voedingsstoffen en voedingsadditieven op het etiket. De gegevens zijn erg summier en even misleidend. De consument moet uiterst kritisch zijn en heel bewust zijn aankopen doen. Het is raadzaam de voorkeur te geven aan verse voedingsmid-delen die men zelf in de eigen keuken bereidt. Dan ligt men niet wakker van al deze misleidende labels. Voedingsproducten, met of zonder labels, zal men zo weinig mogelijk gebruiken. We krijgen regelmatig reacties binnen van gezinnen die deze raad opvolgen en steeds minder voedingsproducten kopen. Het is een beetje wennen en organiseren, maar wie de natuurlijke smaken van verse voedingsmiddelen herontdekt heeft, staat weigerachtig tegenover al deze voorverpakte voedingsproducten.

10:21 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-11-15

Rood vlees Even gevaarlijk als sigaretten en astbest

Een nieuw rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigt dat de vegetariers gelijk hebben: vlees is ongezond en kankerverwekkend. Daarin staat onomstotelijk dat bewerkt vlees darmkanker kan veroorzaken en rood vlees waarschijnlijk ook. Het is vooral het bewerkte vlees zoals worst, gehakt, hamburgers en vleeswaren (charcuterie) die het risico verhogen, zelfs zo ernstig dat het gelijk wordt gesteld aan nicotine en asbest. Dit is logisch omdat bewerkt voedsel (voedingsproducten) niet vers is en bijna altijd veel voedingsadditieven bevat. Het rapport steunt op 800 internationale studies. In feite bevestigt de WHO wat onderzoekers al decennia weten. Waarom komt men er nu pas zo uitdrukkelijk mee in de media? Het aantal gevallen van darmkanker is de laatste jaren onrustwekkend gestegen. In Nederlandstalig België (6 miljoen inwoners) komen er per dag 13 nieuwe gevallen bij en is daarmee een van de meest voorkomende tumoren. Wie iedere dag 50 gram bewerkt vlees eet, verhoogt volgens de onderzoekers het risico op kanker met 18%. Dr. Eric Van Cutsem, gastro-enteroloog (UZ. Leuven) is ervan overtuigd dat door te stoppen met roken en minder vlees te eten kanker kan worden teruggedrongen.

In welke mate de consument door deze waarschuwing zijn eetgedrag gaat veranderen, weet men niet. De laatste twee decennia is er rond vlees een soort bewustzijn ontstaan zowel wat de gezondheid betreft als de ecologie. Het is al lang niet meer het noodzakelijk voedingsmiddel. Er wordt minder vlees geconsumeerd dan dertig jaar geleden. Het aantal vegetariërs is sterk toegenomen, niet-vegetariërs hebben het vleesgebruik sterk gereduceerd. Tijdens de voorbije vastentijd hebben meer dan 50.000 mensen deelgenomen aan een actie om 42 dagen geen vlees te eten. Nu vlees op de lijst staat van de kankerverwekkende producten en even gevaarlijk is als het roken van sigaretten, is het logisch dat er bij de slager, in de supermarkt of op de verpakking van vleeswaren dezelfde waarschuwing moet komen als op een pakje sigaretten. In de varkenskwekerij en veehouderij is er veel aan het veranderen. Vele bedrijven sluiten hun deuren. Er is een tijd geweest dat er in de meeste landen van de EU meer varkens dan inwoners waren. Dieren met antibiotica en industrieel voeder vetmesten in een minimum van tijd in een dieronvriendelijke omgeving, is onverantwoord. Het zijn zieke dieren die vlees leveren van slechte kwaliteit.

 

Rood of wit vlees!

Rood vlees is afkomstig van runderen, varkens, schapen, geit, ree, hert, paarden enz. Wit vlees is afkomstig van gevogelte en pluimvee zoals kip, kalkoen, kwartels, fazant maar ook kalfsvlees en konijn. Het verschil tussen rood en wit vlees ligt aan de hoeveelheid heemijzer en myoglobine (zuurstofbindend eiwit). Bij overmatig gebruik van rood vlees krijgt men te veel heemijzer binnen en deze stof ligt aan de basis van de vorming van kankercellen. De aanwezigheid van het eiwit myoglobine zou eveneens het risico op kanker verhogen. Terwijl de WHO het verband legt tussen rood vlees en darmkanker zijn er onderzoekers die van mening zijn dat vlees het risico verhoogt op borstkanker, leverkanker, longkanker en slokdarmkanker. Overschakelen op wit vlees is geen oplossing omdat vlees nog heel wat meer nadelen kent. Vlees bevat cholesterol, verzadigde vetten, bevat geen ruwe vezels en veroorzaakt gemakkelijk darmverstopping. Door de aanwezigheid van rottingsbacteriën wordt de darmflora aangetast en dat zorgt voor een te trage darmwerking. Alle voedingsstoffen die in wit of rood vlees aanwezig zijn, vinden we evenzeer in plantaardig voedsel met uitzondering van de vitamine B12, die enkel in dierlijk voedsel voorkomt. B12 wordt in een gezonde darm zelf aangemaakt en komt evenzeer voor in melk, melkproducten en eieren. Er is geen enkele reden om vlees te eten om gezond te zijn.

 

Vleesvervangers

Dit WHO-rapport zal ongetwijfeld invloed hebben op het economisch leven en op het verstrekken van voedingsadviezen. Er gaat zeker een verschuiving komen van rood naar wit vlees, maar dat lost het probleem niet op. Iedere vorm van vlees belast het darmstelsel en verhoogt het risico op kanker en andere ziekten. We moeten er vanuit gaan dat we als mens een verteringsstelsel hebben dat niet gemaakt is om vlees te eten. Als we een vergelijking maken met het verteringsstelsel van een carnivoor (vleeseter), merken we meteen het onderscheid. Een carnivoor (kat of hond) kan zijn gebit maar in één richting bewegen terwijl wij het zowel horizontaal als vertikaal bewegen. In tegenstelling tot de carnivoor beschikken we over een redelijk lang en ingewikkeld darmstelsel terwijl een carnivoor over een kort en glad darmstelsel beschikt en een snel werkende lever. De darminhoud (feces) die door de niet opgenomen vleesresten wordt gevormd, is rijk aan rottingsbacteriën en moet daarom het lichaam snel verlaten. Bij de mens kan dat niet en blijft alles te lang in het darmstelsel achter. De gevormde gifstoffen worden via het bloed door heel het lichaam verspreid. 

We zijn geen vleeseters, hebben geen vlees nodig en hebben geen behoefte aan vleesvervangers zoals kunstvlees, namaakvlees, namaak hamburgers, worst enz. We moeten af van het foutieve idee dat we vlees nodig hebben en dat op het bord of op de boterham iets moet zijn dat ons aan vlees doet denken. Dat is een totaal verkeerde voorstelling die helaas bij veel vegetariërs nog altijd aanwezig is. De meeste vleesvervangers zijn gemaakt op basis van soja, het meest geïndustrialiseerd voedingsproduct. Leer eten zonder vlees en zonder vleesvervangers. Geef de voorkeur aan verse voedingsmiddelen en beperk het gebruik van voedingsproducten. Door geen vlees of vis te eten, komen veel meer ingrediënten aan bod en krijgt voeding een heel andere inhoud.

 

Overgangsfase

Hoe krachtig de waarschuwing van het WHO ook mag zijn, er gaan nu al allerlei speculaties en adviezen rond hoe men toch gezond en met minder risico vlees kan eten. De voedingsindustrie zal met agressieve reclameboodschappen de kracht van het rapport proberen te ondermijnen. Iedereen kent wel in zijn omgeving grote vleeseters die stokoud zijn geworden en nooit kanker hebben gekregen. Kanker is een ingewikkelde ziekte waarbij zoveel factoren betrokken zijn. Vooral individuele factoren spelen een grote rol. Wie zich gezond voedt en dat betekent geen of weinig vlees eet, heeft geen garantie nooit kanker te krijgen. Als de ziekte echter toeslaat, hebben deze mensen een grotere kans de ziekte te overwinnen. Een gezonde voeding en een natuurlijke levenswijze is een goede preventie tegen kanker, daar is iedere kankerspecialist het mee eens. Dit rapport gaat zijn invloed hebben, mensen gaan minder vlees eten, worden kieskeurig en evolueren langzaam naar een betere voeding. Wie minder vlees eet verkleint zijn ecologische voetafdruk en vermindert het dierenleed.

10:04 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-10-15

Bruiswater heeft veel voordelen.

Heel lang heeft men gemeend dat plat water (bronwater) gezonder zou zijn dan bruiswater, maar dat is niet zo. Er werd zelfs beweerd dat bruiswater ongezond zou zijn omdat het koolzuur bevat. Velen dachten dat koolzuur verzurend zou werken. Dit is onzin want dit heeft niets met het zuur-base evenwicht te maken. Fruit en bessen bevatten vruchtzuren die geen invloed hebben op het verzuringsproces, integendeel, ze werken sterk ontzurend. Er is immers een verschil tussen gebonden en vrije zuren. Laten we duidelijk zijn, plat water is gezond, het is niet beter, maar ook niet slechter dan bruiswater. Het enige verschil is dat bruiswater een aantal bijkomende goede eigenschappen bezit. Het is onze bedoeling om bruiswater uit zijn onterecht negatief imago te halen en alle liefhebbers van dit sprankelend water gerust te stellen. Drink met een zuiver geweten verder, want je bent goed bezig.

Koolzuur of koolzuurgas (CO2) is een kleurloos, niet giftig gas met een prikkelende reuk en smaak. Het komt van nature voor in de lucht die we inademen. Het is o.a. een eindproduct van koolstof zoals koolhydraat (natuurlijke suikers), eiwit en vet. Het is een stof die eigen is aan het menselijk lichaam. Koolzuur komt van nature voor in sommige bronwaters (flessenwaters) of wordt er aan toegevoegd. Koolzuurhoudende waters hebben geen enkel nadeel voor de gezondheid, maar er zijn wel heel wat misverstanden die bij veel mensen zijn ingeburgerd. We bespreken de extra goede eigenschappen die bruiswater bezit tegenover plat water.

Langer houdbaar
Koolzuur heeft een conserverende werking doordat bacteriën gedood worden en houdt de zuurgraad lager wat besmetting voorkomt. Bruiswater blijft daardoor langer vers dan plat water.

Aangenaam mondgevoel
Omdat koolzuur aan het water een sprankelend karakter geeft, is het mondgevoel aangenaam, prikkelend en verfrissend. Men krijgt meer volume in de mond.

Tast de tanden niet aan
Koolzuurhoudend water heeft een zuurgraad van ongeveer 4 pH en is daardoor een zwak zuur dat geen invloed heeft op het glazuur van de tanden. Koolzuurhoudend water bevat geen toegevoegde suikers en houdt het bacterieel evenwicht in stand. Koolzuurhoudend water smaakt licht zuur en heeft een zeer lage buffercapaciteit waardoor het zwakke zuur meteen in de mond geneutraliseerd wordt door het speeksel.

Betere maagwerking
Koolzuurgas stimuleert de maagsecretie wat de maagwerking verhoogt en bevordert de absorptie van het voedsel via de darmmucosa (slijmvliezen). Vooral mensen met een trage maagwerking hebben er veel voordeel aan. De maag werpt op en geraakt zo weer in beweging.

Verbetert de opname van medicijnen
Artsen en deskundigen bevelen bruiswater aan bij bepaalde medicijnen die eerst in water moeten opgelost worden. Bruiswater zorgt voor een betere oplossing dan plat water.

Remt het hongergevoel af
Mensen die aan overgewicht lijden, hebben er voordeel bij om bruiswater te drinken omdat er sneller een vol gevoel optreedt. De hoeveelheid koolzuur heeft wel degelijk invloed op het verzadigingsgevoel.

Geen invloed op de calciumhuishouding
Uit onwetendheid werd door sommige mensen verondersteld dat koolzuur zou zorgen voor botontkalking (osteoporose) en artrose. Deze bewering is op niets gebaseerd. Koolzuur heeft geen invloed op de vorming van het bot, noch op de calciumopname uit voedingsmiddelen.

Bruiswater drinkt gemakkelijker
Er zijn mensen die het moeilijk hebben om water te drinken. De ervaring heeft aangetoond dat bruiswater gemakkelijker drinkt.

Bruiswater is gezond
Er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er nadelen zijn voor de gezondheid, integendeel, de hier vermelde eigenschappen leveren alleen voordelen op. Het koolzuur wordt opgenomen door de maagwand of door de dunne darm en wordt omgezet in bicarbonaat. Bicarbonaat is de belangrijkste buffer in het bloed om verzuring te voorkomen.

De laatste jaren werd veel aandacht besteed aan het belang om dagelijks water te drinken. We herhalen wat we in voorgaande artikelen al eens gezegd hebben: overdrijf niet. Schakel iedere vorm van frisdrank uit waaraan suikers of zoetstoffen zijn toegevoegd. Drink water, vruchtensap met natuurlijke suikers, groentesap, kruidenthee en andere natuurlijke dranken. De hoeveelheid water (drank) die je per dag nodig hebt, wordt door vele factoren bepaald. Wie gezond eet, krijgt door waterrijke voedingsmiddelen al een grote hoeveelheid water binnen. Wie geen koffie of alcoholische dranken drinkt, geen medicijnen slikt, niet al te veel voedingsproducten eet, heeft weinig door te spoelen. Dit in tegenstelling tot mensen die niet met gezondheid bezig zijn. Fixeer je niet op de hoeveelheid, maar op de behoefte die je lichaam kent. Bij sporten en veel bewegen zweet men meer en moet het uitgescheiden vocht vervangen worden. De hoeveelheid drank staat in verhouding met het functioneren van het lichaam.

10:01 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-10-15

Voeding, pure emoties

‘Wat eten we vandaag?’ vroeg het zoontje van Linda. ‘Haal maar wat bij de Chinees, want ik heb geen tijd om iets klaar te maken!’ antwoordt de moeder terwijl ze druk bezig is met een huishoudelijke taak af te werken. Het gebeurt steeds vaker dat men iets uit het vuistje eet terwijl men tv kijkt of met de computer bezig is. De afhaalchinees, het frietkot om de hoek, de Kebab, de pizzeria en de kant-en-klaar maaltijden uit de supermarkt doen het goed. Zij spelen in op het fenomeen tijdgebrek in onze moderne samenleving. Eten is meer dan het aanvoeren van voedingsstoffen of het stillen van een hongergevoel, het is een diep ingrijpende gebeurtenis, het is een beleving, het is pure emotie. Voor veel gezinnen lijkt dit allemaal geromantiseerd en geïdealiseerd omdat dit voor hen utopisch is. Is dat wel zo? Iedereen draagt de warme herinnering met zich mee van die gelukzalige momenten toen men nog samen gezellig aan tafel zat en genoot van spijs en drank, maar vooral van die onvervalste gezelligheid met uitwisseling van gedachten en gevoelens. Dat kan nu nog altijd, driemaal per dag, maar we moeten ons bewust zijn van het belang om samen aan tafel te eten. Daarom moeten we anders met tijd leren omgaan en de gezinsactiviteiten herorganiseren. Dat schrikt een beetje af want het kost moeite en aanpassing, maar probeer het en streef er naar om minstens eenmaal per dag samen aan tafel te zitten en tijdens het weekeinde iets vaker.

Het lijkt wel of in deze verwarde wereld alles gericht is op het uitbuiten van onze zwakheden. Er wordt ontzettend veel aangeboden voor mensen die denken dat ze geen tijd hebben. De groenten in de supermarkt zijn al gewassen en gesneden, de sauzen zijn handig verpakt en veel gerechten hoeven alleen maar opgewarmd te worden. Gemakkelijker kan het niet. Heel wat mensen nemen hun ontbijt buitenhuis want ze hebben geen tijd om zelf iets klaar te maken. ’s Middags staan mensen in lange rijen aan de eethuisjes aan te schuiven en ’s avonds wordt er gezellig uitgebreid in het restaurant gegeten. Buitenhuis eten is gezellig en is meestal een fijne beleving, behalve als het een dagelijkse routine wordt. Het kost veel geld voor een lage kwaliteit. Er is een tendens waar te nemen dat jonge gezinnen steeds meer de voorkeur geven om thuis samen aan een gezellige tafel een zelfbereide maaltijd te nemen. Het is goedkoper, gezond, men weet wat men eet en het is super gezellig. De verbondenheid tussen ouders en kinderen wordt er door versterkt.

Samen gezellig aan tafel eten mag geen opgave zijn, maar een vanzelfsprekendheid. Creatief omgaan met voedsel is doorslaggevend. Gezonde en bewuste voeding is de sleutel van een harmonieuze levensstijl, ontspanning en welzijn. Dat is de reden waarom steeds meer mensen bewust en actief omgaan met voeding en gezondheid. Het bereiden van voedsel is een creatieve bezigheid waarbij de kinderen betrokken zijn. Kinderen zijn vaak erg handig in de keuken en hebben goede en gezonde ideeën. Door deze betrokkenheid gaan ze bewust met gezondheidsaspecten om. Voeding en vrije tijd zijn gemakkelijk te combineren. Er zijn mooie voorbeelden van ouders die samen met hun kinderen boerenmarkten bezoeken, biologische appelen plukken in verlaten boomgaarden, deelnemen aan kruidenwandelingen, een bezoek brengen aan artisanale kaasbedrijfjes of aan een imker om het geheim van de honingbij te leren kennen. Hierdoor krijgt voeding een andere inhoud en maakt deel uit van een gezonde levenswijze. Begin met kleine verbeteringen die geleidelijk aan uitgroeien tot een sterke verbondenheid tussen ouders en kinderen.

15:22 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-10-15

Wintervoeding Het kan ook anders!

Bijna iedereen stelt vast dat men tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomt. Bovendien vallen de eindejaarsfeesten in hartje winter. Dit is logisch omdat we de neiging hebben om meer te eten dan in de zomer terwijl we ons minder bewegen en veel tijd binnenshuis doorbrengen. Dieren in de vrije natuur zoals reeën en elanden in het Noorden bouwen in de zomer voldoende vetreserve op om deze in de winter als er weinig voedsel voorradig is, te gebruiken. Dit is voor hen de enige manier om met weinig voedsel te overwinteren. Vet bevat meer dan het dubbele aan calorieën waardoor deze dieren minder gewicht meesleuren. Net als deze dieren bouwt de mens een vetreserve op, maar blijft heel de winter door verder eten. Daardoor maakt de mens nog meer vetweefsel aan en stijgt zijn lichaamsgewicht. We zouden in de winter minder moeten eten omdat we minder bewegen, minder actief zijn en minder vet verbranden. Er bestaan heel wat misvattingen, want men denkt omdat het koud is dat we meer voedsel nodig hebben.

 

Deze redenering klopt voor de moderne mens niet omdat er door de centrale verwarming in ieder huis een constante temperatuur heerst terwijl we warme winterkleding dragen. De invloed van het koude weer heeft, in tegenstelling tot de rendieren, een veel geringere invloed op ons. Als we ons buiten verplaatsen dragen we een dikke winterjas, warme sjaal, muts en handschoenen terwijl we ons met een verwarmde auto of openbaar vervoer verplaatsen. Er is nauwelijks afkoeling. Als we tijdens de winter een flinke wandeling maken, hebben we het vrij snel te warm omdat we te dik gekleed zijn. Er is geen enkele reden om tijdens de winter meer calorieën tot ons te nemen, want we gebruiken er niet meer, misschien juist minder. We kunnen de klimatologische invloeden van de winter niet uitschakelen zoals minder licht, langere nachten, meer behoefte om te slapen en minder actief zijn, maar die hebben weinig invloed op ons eetgedrag.

 

Een ander veel voorkomend misverstand is dat men denkt tijdens de winter veel warm voedsel en drank nodig te hebben. Veel mensen verheugen zich op een kop warme koffie of soep, maar in feite verwarmen ze daar alleen hun handen mee op. Het lichaam heeft een constante kerntemperatuur van 36 °C. Alles wat warmer is, koelt in ons lichaam af en wat kouder is, wordt opgewarmd. Aan alles wat boven de 40 °C is verbranden we ons en laten we spontaan afkoelen. Het ijsje dat we in de zomer eten, wordt in onze maag opgewarmd. We kunnen in de winter even goed koude voedingsmiddelen eten, want alles wordt op lichaamstemperatuur gebracht. Het is echter nooit aan te raden om te koud voedsel te gebruiken. Als we voedsel eten dat direct uit de koelkast (+ 4 °C) komt, heeft het lichaam veel warmte nodig omdat op lichaamstemperatuur te brengen. Het elders weghalen van warmte kan voor koude rillingen zorgen of de warmtehuishouding verstoren. Kinderen die in de zomer een deel van hun ijsje afslikken, krijgen vaak plotse hoofdpijn door deze koude shock in de maag. In de winter eten we net als in de zomer rauwkost en drinken we koud water. Wie dat niet gewoon is, kan bij de overschakeling tijdelijke reacties ondervinden. Dit zijn aanpassingen van het organisme aan niet vertrouwde situaties. Het is logisch dat men in de zomer extra afkoelende voeding gebruikt omdat het buiten te warm is, maar het is niet logisch dat we in de winter grote hoeveelheden extra warme voeding gebruiken want ons lichaam kent geen warm voedsel.

 

Los van de temperatuur spelen vooral de calorieën een grote rol. Veel mensen hebben in de winter de neiging om grote hoeveelheden calorierijk voedsel te gebruiken. Uiteraard behoren de noten, zaden en pitten tot de typische wintervoeding en dat zijn calorierijke voedingsmiddelen, maar we hebben daar niet zoveel van nodig. In de oertijd toen de mens nog te kampen had met voedselschaarste waren de noten, zachte zaden en pitten door hun hoge voedingswaarde belangrijk voedsel om te overwinteren. We leven nu in een niet vergelijkbare situatie. De verhouding tussen calorierijke en caloriearme voeding bedraagt 20/80 en dat geldt zowel voor de zomer als voor de winter. Het is niet vreemd dat veel mensen tijdens de winter in lichaamsgewicht aankomen. Een deel van hen weet dat in het voorjaar te reduceren door meer te sporten en minder te eten, maar voor veel anderen is dat een stijging van het lichaamsgewicht.

 

In principe is er weinig verschil tussen een zomer- en een wintervoeding, omdat de invloed van de winter door de centrale verwarming en warme kleding is uitgeschakeld. In de winter is er een extra aanbod van wintergroente zoals verschillende soorten kolen, witloof, veldsla, wortelen, knolgewassen enz. Het zijn allemaal voedingsmiddelen die van nature uit overwinteren en heel de winter door vers blijven. Er is heel wat bewaarfruit en ingevoerd fruit zoals tropische vruchten. Gedroogd fruit is eveneens een natuurlijke bewaar techniek. Gedroogd fruit laten we altijd eerst in bronwater gedurende een nacht weken, dan zwellen de vruchten weer op en zijn ze licht verteerbaar. Het verschil tussen winter- en zomervoeding berust veel meer op voedingsgewoonte, tradities en gebruiken. Naarmate we ons meer op de seizoenen richten en gebruik maken van seizoensgebonden voeding, beleven we de seizoenen veel intenser. Dat betekent niet dat we in de winter meer moeten eten, terwijl we dan juist minder verbruiken.

12:02 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-07-15

Restorestje / Bacteriënnestje!

De consumentenorganisatie Test-Aankoop (B) heeft in januari ’15 het initiatief genomen om voedselverspilling tegen te gaan door het ontwikkelen van een ’overschotdoos’. Deze kartonnen dozen worden in 48 restaurants van de stad Gent verspreid zodat de klanten die hun bord niet leegeten, de restjes mee naar huis kunnen nemen zonder daar enige vorm van schroom over te hebben. Het initiatief werd met veel toeters en bellen gelanceerd en kreeg ruime aandacht in de media. Voortaan heet de ‘doggybag’ in België ‘Restorestje’ een mooi klinkende naam. Om een goede naam te vinden, werd er een oproep gedaan aan de bevolking voor ideeën en 6.000 mensen hebben daaraan deelgenomen. De beste ideeën waren: verspil-me-nietje, kliekjesdoos, nagenieter, overdoos, overschoteltje. Het is een feit dat er enorm veel voedsel wordt verkwist, maar de vraag is of het ‘restorestje’ hier echt een oplossing voor biedt.

Wie voedsel uit ecologische overtuiging wil besparen, doet er goed aan om zo weinig mogelijk of liefst geen vlees te eten omdat de veestapel een uitzonderlijke grote belasting is voor het milieu. Gebruik zo weinig mogelijk voedsel dat een grote afstand moet afleggen (transport), geef de voorkeur aan voedingsmiddelen en beperk je tot een gevarieerd maar niet overdreven aanbod. We hebben geen honderd verschillende kazen nodig om afwisseling in het voedingspatroon te brengen. Voedselverspilling bereikt men door anders met voedsel om te gaan en niet door restjes op een onhygiënische manier mee naar huis te nemen.

Zijn bord niet leegeten was vroeger onbeleefd, zeker in een restaurant. Nu denkt men daar gelukkig anders over. Het gebeurt regelmatig dat mensen het vlees dat overblijft voor de hond laten inpakken. De tijd van de bombastische gerechten met overvolle borden is wel voorbij. Men legt veel meer het accent op presentatie. In de Italiaanse restaurants is men royaal met de deegwaren en bij de Chinees is er meestal een overvloed aan rijst. Dat neemt niet weg dat mensen soms met een restje zitten. Is het zinvol om een restje in een kartonnen doosje te laten kieperen! Het ziet er niet aantrekkelijk uit en wanneer wordt het opgegeten of wordt het wel opgegeten? Blijft men te lang onderweg zonder afkoeling, is het niet uitgesloten dat er bederf optreedt. Gekookt en bereid voedsel is snel aan bederf onderhevig. Bovendien moet het gekookte en afgekoelde voedsel weer opnieuw worden opgewarmd. Voor de gezondheid en het culinair genot heeft men weinig aan opgewarmde kost. Een restje is te weinig om als maaltijd te hergebruiken zodat het aan andere restjes of voedsel wordt toegevoegd. Van de mooie herinneringen aan het aantrekkelijk bord in het restaurant blijft niets over. Soms blijft het dagen in de koelkast liggen of belandt het uiteindelijk toch in de vuilbak. In de meeste restaurants wordt er gewerkt met voor de horeca speciaal industrieel bereide producten om de gerechten snel op tafel te krijgen omdat klanten nu eenmaal ongeduldig zijn. Over de kwaliteit en de gebruikte E-nummers is weinig bekend.

De horecasector juicht het initiatief matig toe en hoopt dat er eerst een duidelijk wettelijk kader word gecreëerd. In feite is de consument zelf verantwoordelijk voor de versheid van het voedsel zodra het in het restorestjedoosje verdwijnt. Men wijst erop dat het voedsel in de doggybag slecht is als het te lang of niet koel bewaard wordt terwijl de restaurantuitbater daar niet verantwoordelijk voor kan worden gesteld. Voedselvergiftiging komt enorm veel voor door gebrek aan hygiëne. Een Restorestje is zeker geen voorbeeld van goede hygiëne en wijst op de oppervlakkigheid waarmee men met nieuwe initiatieven omgaat. Het is niet zo moeilijk om een hype te creëren en de massa warm te laten lopen, maar denk even na over de consequenties die daaraan verbonden zijn. Het restorestje wordt te gemakkelijk een bacteriënnestje. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘voedselvergiftiging’ en een ‘voedselinfectie’. Bacteriële voedselvergiftiging wordt niet door de bacterie, maar door een gifstof die de bacterie produceert, veroorzaakt. Deze kunnen nog in het voedsel aanwezig zijn, ook al zijn de bacteriën gedood door het koken. Indien de verschijnselen door de bacteriën zelf worden veroorzaakt, spreekt men van een voedselinfectie. Een voedingsmiddel dat bedorven is zal men snel opmerken via geur- en smaaksignalen. Bij voedingsproducten ligt dit anders omdat er zoveel voedingsadditieven zoals smaak- en bewaarstoffen zijn toegevoegd dat het voedsel er heel normaal uitziet en ruikt. De meest bekende vormen van bacteriële voedselvergiftiging zijn:

 ·     Botulisme

Wordt veroorzaakt door een eiwit, gevormd door de bacterie Clostridium botulium.

·      Diarree

Wordt veroorzaakt door toxines, gevormd door Bacillus cereus in opgewarmd voedsel zoals rijst, pasta enz.

·      Braken

Veroorzaakt door toxines, gevormd door Saphylococcus aureus. Vooral bacteriën als Salmonella en Escherichia coli veroorzaken voedselinfecties.

Er zijn nog andere boosdoeners zoals virussen, schimmels en algen. Erg kwetsbaar voor bederf zijn: vlees, vis, eieren, melk en bereid voedsel. Het is belangrijk dat men bij voedselvergiftiging snel reageert want soms is medische interventie nodig. Sommige mycotoxines zijn niet acuut giftig, maar werken pas op langere termijn. Symptomen zijn misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, buikkrampen en koorts. Het is niet altijd eenvoudig om het onderscheid te maken tussen een voedselvergiftiging, een voedselinfectie en buikgriep. Soms gaat een voedselvergiftiging spontaan over zodra de toxines het lichaam via braken of diarree hebben verlaten. Het is soms raadzaam de huisarts te raadplegen. Om voedselvergiftiging te voorkomen worden strenge hygiënische regels in acht genomen. Restanten van gekookt voedsel mag men maximaal 48 uren in de koelkast bewaren bij 4° C. Vooral de restanten van kant-en-klare maaltijden zijn erg vatbaar voor bederf. Het ontdooien van diepvriesproducten op kamertemperatuur is erg gevoelig voor bederf. Laat daarom alles in de koelkast ontdooien en verwerk het zo snel mogelijk.

Er wordt ontzettend veel geschreven en gesproken over gezonde voeding en toch valt het op hoe weinig inzicht de meeste mensen hebben in voeding, voedingsregels en voedingsgebruiken. Men is te veel met stoffen bezig, maar te weinig met de essentie van voedsel. Daarom is het raadzaam om je kennis op het vlak van voeding te vergroten. Dat kan door een ‘open cursus’ te volgen aan een van de vier scholen van de vzw Europese Academie voor natuurlijke gezondheidszorg of de 2-jarige opleiding tot V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent zodat je deze kennis op anderen kunt overbrengen.

11:32 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-07-15

Snoepen Is lang nog niet de wereld uit!

Ondanks de miljoenen die de overheid steekt in campagnes om het gebruik van industriesuiker en snoep terug te dringen, stelt men vast dat de Belgen, een klein landje in de EU, per jaar meer dan 2 miljard euro uitgeven aan snoep en dat dit bedrag van jaar tot jaar stijgt. Een gigantisch bedrag dat alleen dient om een zoete neiging op een verkeerde wijze te onderdrukken. Voor de supermarkt is snoep een belangrijke bron van inkomsten en is al goed voor 10% van de omzet. Niet alleen jongeren, ook volwassenen en ouderen zijn er aan verslaafd. Snoepen heeft een negatieve invloed op het beheersen van het lichaamsgewicht, tast de tanden aan en verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. De drang naar zoet behoort tot onze natuur en start al met de moedermelk die rijk is aan lactose (melksuiker). Het grootste deel van onze voeding bestaat uit koolhydraat, de wetenschappelijke naam voor suikers. We hebben slechts 1 deel eiwit, 2 delen vet, maar 5 à 7 delen koolhydraat nodig om gezond te blijven. Natuurlijke suikers zijn voor de mens onontbeerlijk, het is immers het voedsel voor de hersenen, de zenuwen en de spieren. Zonder suiker kunnen we niet leven. Er is geen bezwaar tegen zoete voeding, als het maar natuurlijke suikers zijn.

 

De abnormale drang naar zoet en dan meer bepaald naar snoep en snacks is een noodkreet dat het lichaam uitgeput is door aanhoudende stress, spanningen, negatieve emoties, maatschappelijke druk enz. Het is niet vreemd dat de behoefte aan snoep in tien jaar tijd gestegen is van 1,4 naar meer dan 2 miljard en dat is alarmerend. Onze samenleving is zodanig in de war geraakt dat een groot deel van de bevolking op de dool is omdat iedere vorm van stabiliteit verloren is gegaan. Doordat het zenuwstelsel is uitgeput, ontstaat er vanuit de hersenen een drang naar zoet. Omdat deze drang met waardeloze suikers zoals snoep en snacks wordt bevredigd, geraakt het zenuwstelsel steeds meer uitgeput. Vandaar dat de behoefte aan snoep steeds stijgt. De meeste mensen zitten in een vicieuze cirkel waar ze moeilijk uitgeraken. Het gebruik van natuurlijk zoet in de vorm van bananen, druiven, alle soorten fruit, honing, gedroogd fruit, siroop, ingedikt sap en andere natuurlijke concentraten van natuurlijke suikers voedt de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren. Verder komen natuurlijke suikers voor in melk en mekproducten (lactose) en als zetmeel in granen, sommige zaden, wortel en knolgewassen. Er is een overvloed aan natuurlijke suikers in onze voedingsmiddelen.

 

Het snoepprobleem heeft een diepere oorzaak en beschouwen we niet als een voeding- maar een als stressprobleem. Zolang de stress niet afneemt, blijft er een abnormale behoefte aan suiker bestaan, ook al gebruikt u gezonde suikers. We kunnen de maatschappelijk druk niet veranderen, maar er ons wel tegen wapenen. We moeten onze persoonlijkheid versterken door onze zwakke kwaliteiten op te sporen en die in positieve om te buigen. Het is haast niet te geloven, maar een groot deel van de bevolking beschikt over een zeer lage psychische en emotionele weerstand. Men kan het leven niet meer aan en probeert er zich door heen te spartelen. Iedere opdracht, zowel thuis als op de werkvloer, is een zware last. Het grote probleem is dat veel mensen zich daar niet bewust van zijn. Ze slikken medicijnen om rustiger te blijven of om beter te slapen, drinken veel koffie, cola of energiedrankjes om de dag door te komen. Ze kunnen hun drang naar zoet niet onder controle houden. Dat zijn symptomen die bevestigen dat het niet goed gaat. Men heeft ons te lang wijsgemaakt dat we steeds ouder, gezonder en gelukkiger worden, maar dat is niet zo. Cijfers tonen aan dat veel mensen van middelbare leeftijd (45 à 60 jaar) overlijden aan allerlei ziekten, terwijl de psychiatrie het aantal patiënten niet meer kan opvangen omdat het er zoveel zijn geworden. We leven in een wereld van illusie, vooral de illusie dat men met geld alles kan kopen. Een andere illusie is dat de wetenschap voor alles een oplossing heeft. Het is opvallend hoe radicaal de mensen zijn geworden. Ze reageren direct en vaak erg brutaal zonder eerst overleg te plegen of zich grondig te informeren. We leven in een wereld van wit en zwart, er zijn geen nuances meer.

 

Om weerstand te bieden tegen deze bedreigende wereld doen we er goed aan om onze voeding, gezondheid, levenswijze en ingesteldheid grondig te herzien en bij te sturen. We worden overspoeld door informatie, maar die is bewust of onbewust beïnvloed door belangengroepen die de samenleving nog steeds in hun machtsgreep houden. Er worden miljarden verdiend aan de slechte voedings- en levenswijze van de mens. We geven toe dat het voor veel mensen niet gemakkelijk is om reclameboodschappen te beoordelen. In de supermarkt kijken mensen wantrouwig op het etiket. Aan de hand van deze summiere gegevens kan zelfs een deskundige moeilijk een oordeel vormen. We moeten ons laten leiden door de wijsheid van de natuur. Dat is de enige echte houvast waarover we beschikken.

 

Waarom is suiker die men uit suikerbieten of suikerriet haalt slecht en verwoestend voor onze gezondheid? Het gaat om dezelfde koolhydraat die ook in rode biet of in fruit zit. Als u een appel eet, eet u niet alleen suiker, maar een organisch of levend geheel want uit een appel kan een appelboom groeien. In de appel zit ongeveer 10% suiker, een weinig eiwit en vet, maar veel water, vitaminen, mineralen en nog vele andere stoffen. Al deze stoffen zijn met elkaar verbonden en vormen een appel. Tijdens de vertering worden deze stoffen uit de appel gehaald en in menselijke stoffen omgezet tijdens de stofwisseling. De kracht van de appel wordt op u overgedragen. Om het met een metafoor uit te drukken: de appel en uzelf worden één. Ons voedsel is niets anders dan een stuk levende natuur waarmee we ons biologisch associëren. In de suikerfabriek wordt de suiker uit de biet of het riet geïsoleerd en is weliswaar nog een organische stof die door het lichaam opneembaar is en kan omgezet worden o.a. in vet. Deze geïsoleerde suiker heeft iedere verbinding met andere stoffen verloren en moet in het lichaam op zoek gaan naar complementaire stoffen. Dat gebeurt o.a. door deze uit het lichaam te roven. Het rendement van deze geïsoleerde suikers, ook toegevoegde suikers genoemd, is bijzonder laag en is niet meer in staat om onze hersenen, zenuwen en spieren op een behoorlijke wijze te voeden, vandaar de voortdurende uitputting van het zenuwstelsel. Door de enorme maatschappelijke druk, wordt het zenuwstelsel extra belast zodat natuurlijke suikers meer dan ooit nodig zijn. Door meer voedingsmiddelen te eten en het gebruik van voedingsproducten te beperken, schakelt u de toegevoegde suikers uit. Dat is de beste oplossing om het snoepen vaarwel te zeggen.

 

Voor wie meer over voeding en gezondheid wil weten, kan het beste een open cursus ‘Vitaal door voeding’ of ‘Stressbeheersing’ volgen. Voor wie actief wenst te zijn in de complementaire zorg kan kiezen voor een opleiding V.G.L.-Gezondheids- en gewichtsconsulent, Gezondheidstherapeut of Persoonlijkheidscoach. Surf naar www.europeseacademie.be.

09:28 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Stressbeheersing, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-06-15

Rotte melktanden, een verontrustende vaststelling

Tandartsen stellen vast dat de melktanden bij kinderen al erg vroeg zijn aangetast en bij sommigen op zeer jonge leeftijd zwaar zijn beschadigd. Kinderen schamen zich om hun mond te openen, durven niet te lachen of ondervinden moeilijkheden bij het kauwen. De gebitsschade kan aanzienlijk zijn. In het UZ in Gent worden jaarlijks 500 kinderen met een extreem rot melkgebit behandeld die door de tandarts zijn doorverwezen. Sommige kinderen moeten onder narcose behandeld worden. Dit is een verontrustende vaststelling en een weerspiegeling van de slechte eetgewoontes bij kinderen. De tanden, ook de melktandjes, zijn omgeven door een sterke laag glazuur om bestand te zijn tegen zowel mechanische als chemische invloeden. De mens is het enige wezen dat een tandenborstel en tandpasta gebruikt en regelmatig een tandarts bezoekt. Dieren, die in de vrije natuur leven, hebben op hoge leeftijd nog steeds een ongerept gebit.

 

De verklaring is heel simpel. Dieren in de vrije natuur eten hun voedsel rauw en maken gebruik van het zelfbeschermend mechanisme. De mens en vooral de kinderen eten tegenwoordig uitsluitend gekookt voedsel en verstoren daarmee het bacterieel evenwicht in de mond. Kinderen eten eenzijdig en overvloedig gekookte of opgewarmde voedingsproducten met toegevoegde suikers, drinken frisdrank en maken gebruik van snacks en snoep. Deze toegevoegde suikers zetten zich in de mond om tot agressieve zuren die het tandglazuur aantasten. Als deze beschermende laag wegvalt, rotten de tanden vrij snel en wordt een kindermond een puinhoop. Een gaaf en gezond melkgebit is belangrijk omdat dit de basis vormt van het definitieve gebit. Een slecht verzorgt gebit verlaagt bij een kind het zelfbeeld en zorgt voor emotionele problemen.

 

Kinderen leren thuis en op school dat ze tweemaal per dag hun tandjes moeten poetsen. Dat is zeker aan te bevelen en wordt in het algemeen goed opgevolgd. Belangrijker is echter dat kinderen regelmatig verse voedingsmiddelen leren eten waarbij fruit onmisbaar is. Er wordt vaak gezegd dat fruit suiker bevat, dat is inderdaad zo, maar fruit tast het tandglazuur niet aan. Fruit bezit de natuurlijke combinatie van vruchtzuur en suiker die zorgt voor het bacterieel evenwicht in de mond. Zelfs honing dat zeer rijk is aan natuurlijke suikers bevat bijzonder veel zuren. Een banaan bevat evenveel vruchtzuur als een tomaat. Het is een totaal verkeerde opvatting dat natuurlijke suikers de tanden zouden aantasten, integendeel, het zijn de beschermers van onze tanden. Zelfs het zuur van citroenen tast de tanden niet aan, tenzij men iedere dag meerdere citroenen zou eten. Rauwe groenten hebben hetzelfde effect op het bacterieel evenwicht.

 

Het is voor kinderen en volwassenen aan te raden om iedere dag een klein deel van het voedsel rauw te eten. Daarnaast zal men de voorkeur geven aan verse voedingsmiddelen die in de eigen keuken bereid worden in plaats van voedingsproducten die in de fabriek zijn gekookt en thuis nog een keer worden opgewarmd. Kinderen eten overwegend opgewarmde kost en hun rotte tanden zijn daar het gevolg van. In voedingsproducten worden grote hoeveelheden industriesuiker verwerkt, net als in frisdrank, snacks en snoep. Veel ouders doen opmerken dat het niet gemakkelijk is om kinderen te laten overschakelen op gezonde voeding, daar hebben we alle begrip voor. Geef op de eerste plaats het goede voorbeeld en probeer geleidelijk aan slechte dingen zoals frisdrank, snacks en snoep niet meer in huis te halen. Leer kinderen bewust omgaan met snoep. Ruil snoep zoveel mogelijk door gezonde spullen zoals een stuk fruit, noten, zaden of pitten. Als kinderen voldoende natuurlijke suiker binnenkrijgen, hebben ze minder behoefte aan toegevoegde suikers. Als ze eenmaal opnieuw genieten van de natuurlijke zoete smaak van fruit en vruchten zullen ze snel alles te zoet vinden. Overschakelen op gezonde voeding is zowel voor volwassenen als voor kinderen een groeiproces. Iedere dag een stukje gezonder is de slogan die aanzet tot een betere voedings- en levenswijze.

 

Maak een grondig verschil tussen natuurlijke suikers, het voedsel voor onze hersenen, zenuwstelsel en spieren en toegevoegde of geïsoleerde suikers die niet alleen de tanden aantasten, maar heel onze gezondheid ondermijnen. Natuurlijke suikers kan men niet vervangen door zoetstoffen. Nog te zeer worden zoetstoffen ‘suikervervangers’ genoemd. Dit is onjuist, zoetstoffen vervangen alleen de zoete smaak. Ze zijn niet zo onschuldig als men aanvankelijk dacht. Er wordt gevreesd dat het gebruik van zoetstof het risico op suikerziekte verhoogt en dat het misschien wel invloed kan hebben op het lichaamsgewicht, ook al worden er geen calorieën geleverd. Laat kinderen trots zijn op hun gaaf gebit.

 

Vrijheid

Vrijheid in gebondenheid is de enige vorm van echte vrijheid. Vrijheid zonder gebondenheid leidt tot losbandigheid. Persvrijheid en vrije meningsuiting vormen de hoekstenen van de democratie op voorwaarden dat regels en normen geaccepteerd worden. Al te vaak wordt er onder het mom van vrijheid leugens verteld, mensen misleid, beledigd of gekraakt. Laten we streven naar echte vrijheid waar iedereen recht op heeft.

15:26 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-15

Insecticiden doden insecten, vogels, vissen en mensen

Al geruime tijd kampen imkers met bijensterfte, maar het is nog erger dan men tot nog toe had gevreesd. Een rapport van EASAC, een groep van Europese wetenschappers, toont aan dat de grote boosdoener de ‘neonicotinoïden’ zijn. Deze insecticiden bedreigen niet alleen bijen, maar ook andere insecten zoals hommels en vlinders en zoals gevreesd werd ook vogels, vissen en uiteindelijk de mens. Als er te weinig insecten zijn, geraakt de bestuiving van fruitbomen in de war en dat betekent minder fruit. De natuur is één groot geheel waarin alles met alles is verbonden en als er één schakel ontbreekt, heeft dat grote gevolgen voor mens, dier en plant. Neonicotinoïden werden in de jaren negentig van de voorbije eeuw door de landbouw ingehaald als het ei van Columbus. Uit de naamgeving kunt u afleiden dat deze insecticide een soort nicotine bevat, die voor insecten zeer giftig is. Er is een ingenieus systeem ontwikkeld bij het behandelen van de zaadjes van gewassen waardoor deze ingekapseld worden in een coating van neonicotinoïden. Tijdens het groeiproces van de plant wordt deze nicotineachtige stof in de hele plant opgenomen zodat er een levenslange bescherming tegen insecten ontstaat.

Men beweert dat deze stof die in het gewas aanwezig is, niet schadelijk zou zijn voor de mens, maar dat is een lachertje. Deze insecticide heeft wel degelijk zijn schaduwzijde. Alle planten worden met insecticiden behandeld en niet alleen die door bladluizen zijn aangetast. Een ander nadeel is dat de neonicotinoïden veel langer in het milieu blijven dan eerst werd gedacht. Het zijn de insecten die het gif van de planten verspreiden. De stof wordt al langer in verband gebracht met de grote bijensterfte. De bijen worden er zodanig door aangetast dat zij hun oriëntatievermogen kwijt geraken. Zij geraken tijdens hun vele zoektochten naar nectar niet meer terug in de korf of kast. Neonicotinoïden werken in op het centrale zenuwstelsel van de insecten en ze blokkeren de overdracht van zenuwimpulsen waardoor de insecten stoppen met eten, geraken verlamd en sterven uiteindelijk door uithongering en uitdroging. Deze giftige stof zit in mindere mate ook in de nectar en het stuifmeel van de behandelde plant. Er zijn onderzoeken uitgevoerd op het vogelbestand waarbij aangetoond werd dat de achteruitgang zeker in verband kan gebracht worden door het veelvuldig gebruik van insecticiden op basis van neonicotinoïden. Uiteraard zijn er ook andere insecticiden verantwoordelijk voor de achteruitgang van het vogelbestand alsook door de intensieve landbouw. De verschraling van de insecten betekent minder voedsel voor de vogels.

De Europese Unie heeft in 2013 een verbod ingesteld op het gebruik van neonicotinoïden, maar dat verbod beperkt zich tot gewassen als koolzaad. Het is onbegrijpelijk dat de EU dit wel toelaat op andere gewassen zoals bijvoorbeeld aardappelen en bieten omdat deze gewassen niet door bijen worden bezocht. Dat is een kortzichtige redenering. Insecticiden worden echter door andere insecten en door de wind verspreid. Dit betekent dat het hele ecosysteem er door wordt aangetast. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de oppervlaktewateren zeer grote hoeveelheden neonicotinoïden bevatten. Ook in België is er onderzoek geweest, maar de resultaten van dit onderzoek zijn tot op heden nog niet bekend gemaakt. Men vreest dat de negatieve gevolgen voor het onderwaterleven zeer groot zijn, zeker op iets langere termijn. Onderzoekers zijn er nu al zeker dat de impact altijd onderschat is geweest. Uit studies blijkt dat twee met neonicotinoïde bewerkte zaadjes voldoende zijn om een huismus te doden.

Eind 2015 beslist de EU of het verbod op deze insecticide wordt gehandhaafd en uitgebreid. De Europese wetenschappers van EASAC en de milieuorganisaties zijn van mening dat een totaal verbod noodzakelijk is. De ECPA of de Vereniging van de Europese fabrikanten van bestrijdingsmiddelen (pesticiden) zijn boos, maar hopelijk zal de EU niet zwichten voor het belang van het groot kapitaal. De ECPA gaat er vanuit dat de bijensterfte wellicht wordt veroorzaakt door het varroamijt en noemen het onderzoek van de Europese wetenschappers bevooroordeeld, misleidend en selectief. Het gaat hier niet alleen om bijen, maar om talrijke andere insecten, vogels, vissen en zelfs om de mens. De overheden hebben de neiging om een toelaatbare hoeveelheden residu’s op voedingsmiddelen toe te staan, maar dat kan niet. Voor alles wat voor menselijke consumptie bestemd is, geldt maar een norm: nul tolerantie. Uit een recent onderzoek is gebleken dat 45% van de voedingsmiddelen residu’s van pesticiden bevat. Uit recent onderzoek is gebleken dat residu’s van pesticiden op voedingsmiddelen bij mannen de hoeveelheid zaadcellen met 49% doet dalen, terwijl er 32% minder gezonde spermacellen overblijven.

De overheid hanteert onder invloed van de land- en tuinbouworganisaties een verkeerd uitgangspunt. Zolang niet is bewezen dat een pesticide schadelijk is, mag ze gebruikt worden. Omdat onderzoekers zich vaak tegenspreken of onderzoeken in twijfel worden gebracht, kan het jaren duren eer de overheid een verbod uitvaardigt. Dat moet dringend anders. Zolang niet is bewezen dat een pesticide onschadelijk is, mag ze niet worden gebruikt. Het hele ecosysteem is de laatste zeventig jaar totaal vervuild, niet alleen door pesticiden, maar door talrijke andere schadelijke stoffen. Politici proberen ons te doen geloven dat het best meevalt met het milieu, maar dat is helaas niet zo. Er is vooruitgang geboekt, er zijn milieuregels, er is een minister van milieu, maar we leven constant in een vervuild milieu. De kwaliteit van de gezondheid van de mens is afhankelijk van de kwaliteit van het milieu.

 

Rozenbottel

Japanse wetenschappers hebben ontdekt dat een rozenbottelextract het lichaamsgewicht bij overgewicht doet dalen. Vooral het onderhuids buikvet en orgaanvet zou er door verminderen. Het gaat om het gevaarlijke visceraal vet dat bij het appelmodel voorkomt en gevaarlijk is voor hart- en vaatziekten.

10:58 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-15

Angiogenese of hoe een kankergezwel zich voedt!

De moderne oncologie heeft de genezingskansen voor een aantal kankers opvallend verbeterd terwijl een aantal vormen niet of moeilijk te behandelen zijn. Het probleem is echter dat men het aantal nieuwe kankergevallen niet kan terugdringen. Men slaagt er in de ziekte beter te behandelen, maar men krijgt kanker niet uitgeroeid. Dat heeft vooral te maken met het vervuilde milieu, het massaal gebruik van industriële voedingsproducten en een aantal psychische en emotionele problemen. De wortel van het kwaad bevindt zich in de cel. Kanker ontstaat door ontsporing van bepaalde functies van de cel, vandaar dat kanker medisch gezien wordt omschreven als een celziekte. Gedurende ons hele leven worden de cellen van buitenaf bedreigd door virussen, vrije radicalen, kankerverwekkende stoffen, enz. maar iedere bedreiging wordt onder normale omstandigheden afgeslagen. Sommige cellen slagen er in om hun genen zodanig te muteren dat deze een kankercel vormen. Dat betekent niet dat zo’n kankercel meteen een gezwel wordt. Daarvoor zijn een aantal specifieke voorwaarden nodig. De cel moet o.a. steeds meer eigenschappen krijgen die hem in staat stellen om te groeien en weefsel te vormen. Een kankercel gaat zich eerst innestelen en gaat dan op zoek naar voedsel via het proces van de angiogenese of de vorming van nieuwe bloedvaten. Een kankergezwel kan zich niet vermeerderen zonder permanente aanvoer van voedsel en zuurstof.

 

Angiogenese is de vorming van nieuwe bloedvaten vanuit bestaande bloedvaten. Dat is een bekend en goed bestudeerd fysiologisch proces. Dit proces vindt bijvoorbeeld plaats tijdens de embryogenese en embryo-implantatie in het endometrium of het slijmvlies van de baarmoeder. Het ontstaan van kanker wordt vergeleken met een bevruchte eicel. Aanvankelijk begint de bevruchte eicel zich vanuit zijn eigen energie te vermenigvuldigen, maar die is beperkt. Om aan voedsel te geraken worden er bloedvaten gevormd zodat er bloed van de moeder naar de vrucht stroomt. Bloed voert voedsel, warmte en zuurstof aan en voert afvalstoffen af. Door het proces van angiognese kan de bevruchte cel zich ontwikkelen van embryo naar foetus. Angiogenese ontstaat eveneens bij wondheling en bij een kankergezwel. Een tumor zorgt er voor dat er nieuwe bloedvaten ontstaan door groeifactoren voort te brengen die zich tot in het dichtstbijzijnde bloedvat verspreiden. Deze hechten zich op de cellen van de vaatwand en zorgen ervoor dat zij zich delen en uiteindelijk nieuwe vaten vormen om de tumor van voedsel te voorzien. Zo kan de tumor blijven groeien. Hij begint eerst binnen te dringen in het omliggende, gezonde weefsel, maar kankercellen kunnen zich ook losmaken van de primitieve tumor en met behulp van de bloedsomloop zich in andere organen vestigen wat uitzaaiing of metastase wordt genoemd.

 

Biologische kankerbestrijding

Bij het behandelen van kanker probeert men de tumorgroei tegen te gaan door de vorming van nieuwe bloedvaten te verhinderen, m.a.w. men probeert de tumor uit te hongeren. Om te kunnen groeien heeft de tumor een constante toevoer van voedsel en zuurstof nodig. Anti-angiogenesemedicatie wordt vooral gebruikt in combinatie met chemotherapie in de behandeling van dikke darmkanker met uitzaaiing in de lever of bepaalde vormen van long- of borstkanker. Deze behandeling gaat gepaard met bijwerkingen. In de biologische kankerbestrijding, als aanvulling op de reguliere behandeling, gaan onderzoekers er vanuit dat bepaalde vruchten een anti-angionese werking hebben. Door het eten van gezonde voedingsmiddelen zoals fruit en groenten worden aan het organisme kleine hoeveelheden kankerremmende stoffen toegediend. Dat kan zowel ter voorkoming van kanker als ter ondersteuning van het genezingsproces. Door het verhinderen van de vorming van nieuwe bloedvaten wordt de toevoer van voedsel en zuurstof afgesneden en sterft de tumor.

 

Kurkuma

Sommige onderzoekers suggereren dat curcumine, een stof uit Kurkuma, de vorming van nieuwe bloedvaten door angiogenese kan verhinderen, waardoor de kankercellen worden beroofd van hun eigen energiebron. Uit onderzoek op dieren en in laboratoria gekweekte kankercellen is gebleken dat curcumine de groei van een groot aantal kankercellen kan stoppen, vooral die van leukemie, dikke darmkanker, borstkanker en kanker aan de eierstokken.

 

Frambozen en aardbeien

Beide vruchten zijn in staat om de celgroei van tumoren af te remmen, afhankelijk van de hoeveelheid polyfenolen. Dierproeven hebben uitgewezen dat het eten van beide vruchten (5% van de maaltijd) een belangrijke vermindering teweeg brengt van tumoren in de slokdarm. Ellaginezuur, een stof die in deze twee vruchten en nog vele andere voor komt, wordt gezien als een krachtige remmer van twee eiwitten die van wezenlijk belang zijn bij het ontwikkelen van bloedvaten bij tumoren, dus bij het proces van angiogenese.

 

Anthocyanidinen

Anthocyanidinen zijn een groep van polyfenolen die zorgen voor de meeste kleuren rood, roze, paars, oranje en blauw in allerlei bloemen en vruchten. Deze pigmenten zijn overvloedig aanwezig in frambozen en rode bessen, maar ook in aardbeien, cranberry’s en in talrijke vruchten en groenten. Ook deze polyfenolen zorgen voor het afremmen van angiogenese. De blauwe bes bevat bovendien delfidine die eveneens een afremmende werking van angiognese kent. Zelfs de vitamine C uit vruchten en groenten heeft een dergelijke werking.

 

In de biologische kankerbestrijding hecht men veel belang aan specifieke voedingsmiddelen bij het behandelen van kankers. Dit betekent niet dat voeding een reguliere behandeling overbodig maakt. Specifieke voeding kan het genezingsproces gunstig beïnvloeden en de nevenwerkingen van de zware chemotherapie draaglijk maken. Fruit, groenten, noten, bepaalde zaden en pitten, honing, stuifmeel, tarwekiemen en nog vele andere voedingsmiddelen bezitten, zoals onderzoeken aantonen, kankerremmende stoffen die een bijdrage leveren in de strijd tegen kanker. Al deze voedingsmiddelen moeten tijdens het genezingsproces rauw worden gegeten omdat deze stoffen zeer kwetsbaar zijn voor warmte, inwerking van zuurstof, maar in minder mate van mechanische bewerking zoals het fijn snijden, raspen of persen. In geïsoleerde vorm werken deze stoffen niet. Het is belangrijk om in het kader van kankerpreventie regelmatig deze voedingsmiddelen te gebruiken.

13:24 Gepost door Jan Dries in Gelaatkunde, Natuurgeneeskunde, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-02-15

Visolie is overbodig Omega-3 vetzuur in plantaardig voedsel

Voedingsdeskundigen lijden misschien niet aan orthorexie (eetstoornis), maar wel aan het ‘eenzijdigheidsyndroom’. Voeding is voor hen niets anders dan stoffen en delen van stoffen, waaraan allerlei positieve of negatieve eigenschappen worden toegeschreven. Het wordt voor de verbruiker steeds moeilijker om te weten wat er al dan niet mag gegeten worden.

Regelmatig besteden de media aandacht aan één bepaald aspect van de voeding en parallel daarmee verschijnen de reclamespots over allerlei middeltjes die rijk zijn aan een of andere bijzondere stof. Nog niet zolang geleden ging alle aandacht naar het gevaar van vrije radicalen en de noodzakelijke anti-oxidanten als tegengif. Er is een tijd geweest dat bijna iedereen dacht aan Candida albicans of aan een gemaskeerde allergie te lijden. Nog steeds wordt veel aandacht besteed aan omega-3 vetzuren. Deze zouden bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, een positieve invloed uitoefenen op de immuniteit, geschikt zijn bij chronische ontstekingsziekten en zelfs een grote rol spelen bij de hersenontwikkeling en het versterken van de ogen bij baby’s.

 

Eskimo’s

Omega-3 vetzuren komen voor in vette zeevis. De enorme publiciteit rond omega-3 vetzuren zet de mens aan om regelmatig vis te eten of naar visolie-capsules te grijpen. Ze zweren bij dit wondermiddel dat massaal verkocht wordt. Het verhaal van de omega-3 vetzuren begon vijftig jaar geleden. Onderzoekers stelden bij de Inuit Eskimo’s op Groenland vast dat zij nauwelijks last hadden van hart- en vaatziekten. Men was bijzonder verrast omdat hun voedingspatroon overwegend uit rauwe, vette vis bestond. In deze onherbergzame streken met hun uiterst korte zomers hadden de Eskimo’s geen andere keuze om te overleven. Hun vetrijk dieet bood blijkbaar bescherming tegen hart- en vaatziekten terwijl in de westerse wereld dierlijke vetten juist als de grote oorzaak worden gezien. Men kwam er achter dat de aanwezigheid van omega-3 vetzuren een hart- en vaatbeschermende functie heeft. Verschillende soorten zeevis vanuit koude waters zijn er rijk aan. Dit heeft te maken met hun voedsel dat voornamelijk uit algen en plankton bestaat. Om in deze koude waters te overleven hebben deze vissoorten in hun huid een vetmantel opgebouwd als thermische isolatie.

De onderzoekers hebben over het hoofd gezien dat de Eskimo’s in een vrij onnatuurlijke omgeving leven en verplicht waren om hun voedingspatroon, vertering en stofwisseling aan te passen om te kunnen overleven. Een vergelijking tussen de Eskimo’s en de westerse mens gaat niet op omdat de omstandigheden waarin ze leven totaal anders zijn. Een mens voedt zich normaliter overwegend met koolhydraten (suikers) en aanvullend met kleine hoeveelheden vet en eiwit. Als we vanuit de hoeveelheid eiwit vertrekken staat tegenover 1 deel eiwit, 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraten. De Eskimo’s echter eten hoofdzakelijk vet en eiwit en nauwelijks of geen koolhydraat. Het vet wordt bij hen voor een groot deel omgezet in suikers zoals dat ook bij katten en honden gebeurt. De Eskimo’s eten overwegend rauw en verwerken grote hoeveelheden vet in een relatieve korte tijd.

 

Goede eigenschappen

Onderzoekers gaan er vanuit dat omega-3 vetzuren het bloed vloeibaar houden en daardoor het hart en de vaten beschermen. Verder wordt er een ontstekingsremmende werking aan toegeschreven alsook een activering van het afweersysteem. Dat zijn uiteraard positieve eigenschappen die de gezondheid ten goede komen. Omdat vette zeevis rijk is aan dit specifieke vetzuur, is het niet moeilijk dit te commercialiseren door capsules te vullen met visolie en massaal op de markt te brengen.

Door te wijzen op een aantal succesvolle onderzoeken werd het vertrouwen van de consument snel gewekt. Zo heeft een Italiaanse studie aangetoond dat patiënten met een hartinfarct die twee jaar lang dagelijks één gram omega-3 vetzuur gebruikten, 30% minder kans hadden te hervallen en de overlevingskans met 40% doet stijgen. Onderzoeken zijn vaak eenzijdig en houden te weinig rekening met de positieve invloed van andere factoren. Er werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het gewijzigde voedingspatroon, meer beweging, betere stressbeheersing, positieve instelling, beter omgaan met emoties, het tijdelijk of definitief wegvallen van het belastende beroep. Mensen met een hoog risico op een hartinfarct of die er door getroffen zijn, gaan anders leven en houden zich strikt aan de goede adviezen van hun cardioloog.

Visolie krijgt massale aandacht van de media, de gezondheidsliteratuur en wordt door artsen en therapeuten met veel overtuigingskracht aanbevolen. Folders spreken van een wondermiddel dat veelbelovend is en onontbeerlijk is in de preventie tegen levensbedreigende ziekten. Toch zien we de statistieken over de mortaliteit door hart en vaatziekten niet dalen. Visolie zou zelfs een rol spelen bij de ontwikkeling van de hersenen en een gunstige invloed hebben op de ontwikkeling van de foetus en wordt aanbevolen bij zware reuma, allergie en auto-immuunziekten.

 

Nieuwe mogelijkheden

Gelukkig zijn er onderzoekers die kritisch durven denken en niet zo snel van stapel lopen.

Omega-3 vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, met drie of meer dubbele bindingen in de cisconfiguratie en met de eerste dubbele binding tussen het derde en vierde koolstofatoom, gerekend vanaf de methylgroep. Het stamvetzuur van de omega-3 vetzuren is alfa-linoleenzuur. Dit is een essentieel vetzuur, d.w.z. dat ons lichaam dat echt nodig heeft om gezond te functioneren. Het lichaam kan dit zelf niet aanmaken en moet daarom via de voeding worden geleverd. Omega-3 vetzuur bestaat uit EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur). Zij zijn semi-essentieel, d.w.z. ons lichaam kan ze zelf aanmaken uit alfa-linoleenzuur. Alfa-linoleenzuur wordt omgezet in omega-3 vetzuur.

 

Chemische formule van alfa-linoleenzuur

Deze nieuwe ontdekking maakt het gebruik van visolie overbodig. Men hoeft geen vis te eten of visolie te slikken om aan voldoende omega-3 vetzuren te komen. Plantaardige olie, die dagelijks in de keuken wordt gebruikt, is er rijk aan. Het is een feit dat het lichaam hiervan slechts een gedeelte kan omzetten. Men gaat er vanuit dat dit vermogen ligt rond 10 à 15%. Dit is geen probleem omdat alfa-Linoleenzuur zeer rijkelijk voorkomt, niet alleen in olie maar ook in noten, zaden, pitten, melk en in groene groenten zoals spinazie.

Tong, haring, bokking, makreel en sardine werden tot voor kort als de beste leveranciers van omega-3 vetzuren beschouwd. Nu worden ze door de plantaardige variant verdrongen. In een gevarieerde voeding hoeft niemand zich zorgen te maken, we krijgen alles binnen wat we nodig hebben. Het zwaartepunt in de discussie rond de vetten ligt in de eenzijdige benadering van het begrip vet. Vet wordt door veel artsen, voedingsdeskundigen en verbruikers als ongezond beschouwd en dat is een verkeerde houding. Men maakt geen onderscheid tussen plantaardig en dierlijk vet. Plantaardig vet is een van de drie voedingsstoffen (E, V, Kh) en maakt deel uit van onze dagelijkse voeding. Vet is opgebouwd uit vetzuren en nadelige effecten hangen af van verschillende factoren, o.a. van de samenstelling en hun werking. Het gebruik van dierlijk voedsel, voornamelijk vlees en vleesproducten, zorgt ervoor dat de vetvertering en vetstofwisseling verstoord geraakt. Vandaar de angst voor een tekort aan dit belangrijke vetzuur. Het vetprobleem, dat in de westerse wereld duidelijk aanwezig is en de gezondheid bedreigt, moet in zijn geheel worden aangepakt. Beperking van dierlijk vetten en meer aandacht voor plantaardige vetten. We maken een vergelijking tussen de hoeveelheid omega-3 vetzuur in vis en die in plantaardige olie.

 

Tong: 3,7 g/100 g                                              Lijnolie: 54,2 g/ 100 g

Haring: 2,8                                                        Walnootolie: 12,9 g

Bokking: 2,1 g                                                   Raapzaadolie: 9,2 g

Makreel 2,0 g                                                    Tarwekiemolie: 7,8

Sardine: 1,4 g                                                   Sojaolie: 7,7 g

Andere vissoorten zijn te verwaarlozen            Maïskiemolie: 0,9 g

                                                                          Olijfolie: 0,9 g

                                                                          Zonnebloemolie: 0,5 g

 

Door de voorkeur te geven aan plantaardige olie krijgt men niet alleen voldoende omega-3 vetzuren binnen, maar gelijktijdig een groot aantal andere substanties met gunstige eigenschappen voor hart en vaten. Olijfolie is minder rijk aan omega-3 vetzuur, maar heeft een erg geprezen cholesterolverlagende werking. Vooral de bijzondere samenstelling van de vetzuren met een hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren zorgen daarvoor. Ook melk en melkproducten zijn goede leveranciers van omega-3 vetzuren. Biologische melk bevat meer omega-3 vetzuren dan gewone melk. Tot die vaststelling kwamen onderzoekers van de universiteit van Gent. De wetenschappers onderzochten al tien jaar geleden de vetzuursamenstelling van verschillende melkmonsters uit de biologische en de gangbare landbouw. De angst om volle melk te gebruiken is ongegrond. Volle melk is rijker aan vet en bijgevolg ook aan omega-3 vetzuren. Door de aanwezigheid van vet blijven volle melk en melkproducten langer in de maag, waardoor het eiwit beter wordt afgebroken en calcium gemakkelijker wordt vrijgemaakt. We gaan nog afzonderlijk in op de juiste vetten in de voeding. Melkvetten zijn vloeibare vetten op kamertemperatuur en daarom niet vergelijkbaar met de harde dierlijke vetten die wel degelijk schadelijk zijn.

 

Maak u geen zorgen

Het heeft geen zin zich blind te staren op slechts één vetzuur. Vet kent een complexe samenstelling. Het zijn niet de bouwstenen op zich die belangrijk zijn, maar wel de structuur die er van gemaakt wordt en de werking die er vanuit gaat. Zo is er een wisselwerking tussen omega-3 vetzuren en omega-6 vetzuren, ze werken als antagonisten. Omega-3 vetzuur verdunt het bloed terwijl omega-6 vetzuur het bloed verdikt. De werking van beide zuren zorgt ervoor dat het bloed zijn normale viscositeit bereikt. Bij omega-6 vetzuren is de eerste dubbele binding tussen het zesde en zevende koolstofatoom. Het stamvetzuur van dit omega-6 vetzuur is linolzuur. Ook linolzuur is een essentieel vetzuur. Andere omega-6 vetzuren zijn gamma-linoleenzuur en arachidonzuur. Zij zijn in principe ook semi-essentieel, maar linolzuur komt rijkelijk in voedingsmiddelen voor zodat ze niet extra nodig zijn in de voeding. Omega-6 vetzuur komt overwegend voor in plantaardig voedsel, een variant komt ook voor in melk, boter en kaas.

 

Chemische formule van omega-6 vetzuur

Wie zich gezond voedt, een deel van zijn voedsel rauw eet of met olie bereidt, regelmatig een oliesausje of mayonaise gebruikt, eventuele walnoten, lijnzaad of zonnebloempitten eet, hoeft zich geen zorgen te maken over een tekort aan omega-3 vetzuren of omega-6 vetzuren en hoeft zeker geen vis te eten of visolie te slikken. Alle officiële voedingsinstituten raden het veelvuldige gebruik van vis af omwille van het grote risico op zware metalen en de microscopische plasticpartikels door de vervuiling van de zeeën. Een vis kan niet buiten het water leven, sterft en gaat sneller in ontbinding dan vlees. Het vet van zeevis mag dan van betere kwaliteit zijn, vis eten heeft geen gezondheidsbevorderende eigenschappen. Alle soorten vissen bevatten cholesterol en dat is te weinig bekend.

 

Visolie capsules zijn niet zonder gevaar

Men hoort steeds meer kritische geluiden over het onverantwoorde gebruik van visolie capsules. Prof. Dr. Ursel Wahrburg is als voedingswetenschapper verbonden aan de Fachhochschule in Munster (D) en zegt: ‘Het is nog te vroeg om visolie capsules als preventie aan te bevelen. Daarvoor ontbreken betrouwbare onderzoeksgegevens.’ Visolie is geen medicijn, maar moet er toch mee vergeleken worden omwille van mogelijke nevenwerkingen. Een té hoge dosis maakt het bloed té dun en dat is zeker niet zonder risico als er al een bloedverdunner wordt gebruikt. Bij overdosering kan er schade optreden aan de meervoudige onverzadigde vetzuren, waarbij LDL cholesterol gaat oxideren. Veranderingen in het cholesterol-eiwit kunnen de aders verstoppen en het risico op arteriosclerose verhogen, beweren kritische onderzoekers.

 

Het is niet uitgesloten dat een te hoog gehalte aan omega-3 vetzuren de afweerreacties in het lichaam blokkeert. Bij 6 à 7 gram dagelijks, zoals bij de Eskimo’s, heeft men verzwakking van het afweersysteem vastgesteld. Het is niet zonder gevaar op eigen houtje visolie capsules te gebruiken, beweren een aantal gezondheidsspecialisten. Er wordt verder gewaarschuwd voor zware metalen die via de vis in de olie kan terecht komen, de microscopische plastic partikels alsook het ontbreken van vitamine E als antioxidant. Steeds meer onderzoekers geven de voorkeur aan capsules die gevuld zijn met de plantaardige variant van alfa linoleenzuur als de consument toch capsules wenst te slikken. Zij bevelen 1,5 tot 3 g per dag, per persoon aan. In een gezonde voeding zijn dergelijke supplementen overbodig.

09:53 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

11-02-15

Orthorexie Een nieuwe eetstoornis

Lijdt u misschien ook aan orthorexie of dwangmatig gezond eten? Klinkt een beetje raar in een tijdperk van fastfood, E-nummers en waardeloze industrievoeding. Zich gezond voeden is geen ziekte, maar dwangmatig bezig zijn met gezonde voeding leidt tot orthorexie. Er zijn mensen die te letterlijk bezig zijn met voeding en vooral met voedingsstoffen. Ze stellen zich voortdurend de vraag of ze geen tekort of teveel aan bepaalde nutriënten hebben. Ingrid Kiefer is voedingswetenschapper aan het Instituut voor sociale geneeskunde van de universiteit van Wenen en heeft dit fenomeen bestudeerd.

Het moderne voedingspatroon is zover afgeweken van gezonde, natuurlijke voeding dat steeds meer mensen resoluut kiezen voor een betere voeding. Zij geven de voorkeur aan biologisch geteelde gewassen, eten meer fruit, rauwe groenten, noten, zaden en pitten, m.a.w. voeding krijgt zijn oorspronkelijke betekenis van ‘levensmiddel’ weer terug. Tientallen studies hebben de relatie tussen voeding en gezondheid aangetoond. Wie gezond eet, heeft minder kans ziek te worden en als dat toch gebeurt is de kans op genezing veel groter. Niet alleen kanker, maar ook hart- en vaatziekten, allergie en depressie blijven de bevolking teisteren. De gezondheidssituatie is in onze huidige samenleving angstwekkend. Het is te begrijpen dat veel mensen in paniek geraken en op een extreme wijze met gezonde voeding omgaan.

Wie zich door angst laat leiden, komt in het andere uiterste terecht. Angst is een slechte raadgever. Hoofdkenmerk van orthorexie is het dwangmatig omgaan met voeding. Zij die er aan lijden, hebben een groot wantrouwen tegenover de aangeboden voedingsmiddelen. Ze zijn teveel met voeding bezig, controleren alles heel nauwkeurig en zoeken naar antwoorden op vragen die niet hoeven gesteld te worden. Ze maken zich zorgen over tekorten aan eiwit, vitaminen of mineralen, vrezen voor een teveel aan vet, menen bepaalde voedingsmiddelen slecht te verdragen. Iedere fysieke waarneming zoals jeuk, oprisping, darmgassen, druk in de buik of het hoofd wordt in verband gebracht met wat men heeft gegeten. Ze stellen zich duizenden vragen, zonder een bevredigend antwoord te vinden. Voeding is voor deze mensen een obsessie. Het sociale en culturele aspect van de voeding is zoek.

Het wantrouwen tegenover bepaalde voedingsmiddelen is zodanig groot, dat deze mensen het risico lopen essentiële stoffen niet binnen te krijgen. Bovendien treedt er vrij snel een sociale isolatie op, men durft niet meer buitenhuis te eten. Men gaat niet meer in op uitnodigingen van familie of vrienden of men brengt zijn eigen voedselpakket mee. Orthorexie gaat gepaard met fanatisme. Deze mensen hebben een enorme bekeringsdrang en willen iedereen overtuigen over te schakelen op gezonde voeding. Uiteraard ligt de diepere oorzaak van deze klacht in het gedrag van een verstoorde persoonlijkheid. Zij, die van nature de neiging hebben fanatiek te zijn of alles letterlijk opnemen, lopen meer kans om aan orthorexie te lijden. Het niet kunnen omgaan met angsten, vooral de angst om ziek te worden of te sterven, ligt eveneens aan de basis. Daarnaast zijn er talrijke uitlokkende factoren die dit in de hand werken, zoals de reclamespots rond gezonde voeding, dieetaanbevelingen, afslankingsrages, negatieve gezondheidsberichten en de achteruitgang van de volksgezondheid.

Uit het onderzoek van Ingrid Kiefer blijkt dat vooral jongeren, meestal goed geschoolde vrouwen aan deze nieuwe eetstoornis lijden, maar ook diëtisten, gewichtsconsulenten, voedingsconsulenten en anderen die beroepshalve bezig zijn met gezonde voeding. Deze nieuwe voedingsstoornis mag geen schaduw werpen op de inzet van hen die op een goede manier bezig zijn met gezonde voeding. De fastfoodindustrie en gastronomie maken graag van dergelijke verschijnselen misbruik om het belang van gezonde voeding te relativeren. Het gaat hier om een psychische afwijking, die even erg is als anorexia nervosa, boulimia of andere eetstoornissen. Het is belangrijk om de personen die hiervoor vatbaar zijn tijdig op te sporen en hun de nodige hulp aan te bieden, anders wijken ze steeds verder van de realiteit af.

Voeding is enorm belangrijk voor de groei en ontwikkeling van het kind, maar ook om het volwassen leven in stand te houden en zich te beschermen tegen ziekten. Voedingsadviezen en voedingstherapie zijn nog altijd de twee belangrijkste steunpunten in de natuur-geneeskunde. In een gezonde voeding wordt steeds belang gehecht aan spontaniteit, natuurlijke smaken en aroma, het sociale en culturele aspect, terwijl genieten van voeding altijd centraal moet staan. Men moet kritisch zijn en vragen durven stellen, maar het mag niet ontaarden in dwang en fanatisme. Voedingsregels zijn belangrijk en worden spontaan toegepast omdat ze vanzelfsprekend zijn. Het streven naar gezonde voeding is meer dan ooit noodzakelijk. Voedingsfanatici zijn er altijd al geweest, maar hun kwaal heeft nu een naam gekregen. Fanatici vinden we helaas op alle terreinen van de samenleving.

11:31 Gepost door Jan Dries in Gezondheid, Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-01-15

Foodtrends 2015

In het begin van het nieuwe jaar maakt men niet alleen goede voornemens, maar men kijkt uit naar de nieuwe trends. In een weekblad vonden we een aantal foodtrends die we graag eens met een kritisch oog doornemen. Meer groenten en minder vlees is de algemene strekking en dat lijkt positief.

 

1. Gezond en lokaal

‘Wat je van ver haalt is lekker’ is voorbijgestreefd. Voedingsmiddelen worden gemakkelijker op de boerenmarkt gekocht of rechtstreeks bij de producent in de buurt. Boontjes uit Kenia of asperges uit Ecuador is ecologisch onverantwoord. ‘Van boer op bord’ is de nieuwe slogan. De bekende supermarkt Colruyt is begonnen met kleinschalige verkooppunten in te richten in de vorm van een overdekte markt met een zuidelijke sfeer. In Rotterdam is een grote overdekte markthal onlangs geopend. Er is een weg terug naar kwaliteit en versheid. Uiteraard zijn er ook andere tendensen zoals kant-en-klare maaltijden aan huisbezorgd, maar daar zetten we wel flinke vraagtekens achter.

 

2. Delen

Samen koken, samen aan tafel, rond een grote pan of met veel kleine gerechten om te delen is eveneens een nieuwe trend. In Brussel zijn plaatsen voorzien met koelkasten waar mensen hun voedingsoverschotten brengen die door kansarmen gezinnen worden afgehaald. Dat kan ook digitaal. Men begint in te zien dat er te veel verkwist wordt en dat delen een oplossing kan zijn. Hygiëne is hier een belangrijke factor, zeker voor bereid voedsel. Samen tuinieren en/of met andere tuinliefhebbers gewassen uitwisselen zit eveneens in de lift.

 

3. Meer groenten

Dat is een positieve trend die al enkele jaren geleden is begonnen en zich nu echt doorzet. Verse groenten zijn relatief goedkoop, er is een groot aanbod en er zijn veel bereidingen mogelijk. Dat merkt men ook in de restaurants. Groenten lenen zich uitstekend voor rauwkost, trouwens heel het jaar door. Niets gaat boven rauwe voeding omdat de levenskracht duidelijk aanwezig is en de voedingsstoffen ongeschonden zijn. Peulvruchten kan men niet rauw eten, ze zijn giftig. De aardappel dient dringend herwaardeerd te worden als leverancier van een licht verteerbaar zetmeel. Aardappelen zijn te verkiezen boven granen en deegwaren.

 

4. Superfood

Het afgelopen jaar werden we om de oren geslagen met superfood als tarwegras, chiazaad, rauwe cacao en gojibessen. De sachi inchizaden uit Peru worden gesignaleerd als hét superfood van 2015. Mensen die zelf niet nadenken zijn snel in de ban van de commercie en zijn meteen beïnvloed. Alle voedingsmiddelen behoren tot ons supervoedsel in tegenstelling tot voedingsproducten. We hopen dat in 2015 steeds meer mensen het onderscheid kennen tussen voedingsmiddelen en voedingsproducten (verpakt en verwerkt voedsel met de E-nummers).

 

5. Insecten

Het eten van insecten zet zich moeizaam door. Het heeft geen zin om minder vees te eten en dit te vervangen door insecten. Insecten zijn dieren en leveren dierlijk voedsel met bijhorende nadelen. Krekelkroketten en muffins met bloem van meelwormen staat niet snel op het dagelijkse menu. Het is een trend die zich niet doorzet.

 

6. Meer kruidenthee

De belangstelling voor groene thee neemt af omdat de gezondheidsverhaaltjes die er om heen werden geweven, doorgeprikt zijn. Er is geen verschil tussen groene en zwarte thee want ze zijn van dezelfde plant en bevatten dezelfde inhoudsstoffen. Groene thee bevat meer cafeïne dan cola. Er is wel een grote belangstelling ontstaan voor de gezonde, echte kruiden. Een kopje kruidenthee is erg gezond, heel smakelijk en aantrekkelijk terwijl keukenkruiden hun geneeskrachtige werking behouden.

 

7. Alcoholische dranken

Een minder goede tendens is de groeiende belangstelling voor wisky, gin, rum en tonic. Snobisme heeft nog altijd zijn aanhangers. Iets doen wat andere niet doen, wat duur is en waar een ritueel aan verbonden is, slaat gemakkelijk in. Er is geen bezwaar tegen het matig gebruik van genotsmiddelen waartoe ook de alcoholische dranken behoren. De nadelen en gevaren van alcohol zijn goed bekend.

 

8. Stop de verspilling

Maar liefst één derde van het voedsel dat we kopen gooien we weg. ‘No waste’ of ‘geen verspilling’ is het codewoord van 2015. De steeltjes van broccoli, het groen van prei, de pitten van de pompoen hoeven we niet weg te gooien, ze zijn allemaal bruikbaar. Een komkommer mag krom zijn en plekjes op appelen en peren zijn geen nadeel. De consument is de uniforme voedingsmiddelen moe. Tomaten hoeven niet allemaal even groot te zijn en worteltjes niet even lang. Laten we de natuurlijkheid een beetje terugvinden in onze voedingsmiddelen.  

  

Eten voor de televisie is voorbij, terug samen aan tafel en een beetje natafelen is weer in. Er is meer belangstelling voor gezonde voeding, minder toegevoegde suikers, voorzichtig met voedingsproducten met veel E-nummers, matig met gefrituurd voedsel en frisdranken zijn af te raden. We missen in deze trends de belangstelling voor fruit en noten, de beste voedingsmiddelen die er voor de mens zijn. Laten we van 2015 een gezond jaar maken.

15:34 Gepost door Jan Dries in Voeding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |